“Er lijkt zich een trend te ontwikkelen richting de realisatie van meer kleinschalige buurtwarmtenetten”

Op dit moment wordt in veel gemeenten gewerkt aan uitvoeringsplannen voor het aardgasvrij maken van wijken en buurten. In dit proces passeren vele technische oplossingen de revue. Ontdek in een inspiratiedocument van Uptempo! de nieuwe innovaties voor buurtwarmtenetten.

Uptempo! is onderdeel van TKI Urban Energy en ondersteunt op veel manieren de verduurzaming van Nederland. Over de aanleg van buurtwarmtenetten, schrijft Uptempo: “Er lijkt zich een trend te ontwikkelen richting de realisatie van meer kleinschalige buurtwarmtenetten. Deze warmtenetten worden vaak ontwikkeld en gerealiseerd in een samenwerking tussen gemeente, bewoner-coöperaties en een woningcorporatie. We zien deze trend niet alleen in de grote steden, maar ook in kleinere gemeenten.

Deze buurtwarmtenetten lijken niet alleen eenvoudiger en daardoor sneller te realiseren, ze kunnen ook zorgen voor een energievoorziening waarbij het belang van bewoners wordt meegenomen. Bewoners worden bij de ontwikkeling betrokken en in veel gevallen worden zij zelfs mede-eigenaar van het warmtenet.
TKI Urban Energy en Uptempo! zien genoeg aanbod van marktrijpe innovaties en willen dit aanbod graag koppelen aan de huidige initiatieven. Uiteraard kunnen de innovaties ook door woningcorporaties en particuliere verhuurders toegepast worden.

Overzicht

Uptempo! publiceerde een overzicht van marktrijpe, toepasbare innovaties voor buurtwarmtenetten. Welke integrale buurtwarmtesystemen bestaan er? En welke collectieve warmtepompen kunnen onderdeel zijn van het buurtwarmtesysteem? Hoe kan je warmte opslaan? Hoe zorg je dat de woningen die aangesloten worden goed voorbereid zijn op aansluiting? De innovaties die het antwoord op deze vragen geven, zijn gebundeld in een inspiratiedocument en afkomstig van uptempo.nu.

Uptempo.nu biedt een handzaam overzicht van de vele innovaties die van belang zijn voor de verduurzaming van woningen en ander vastgoed. De website kent inmiddels meer dan 150 innovaties en groeit nog steeds. Er kan bijvoorbeeld worden gezocht op de categorie ‘opslag warmte’, ‘collectief warmtenet’ of ‘totaalpropositie’. Op uptempo.nu ontdek je welke innovaties er bestaan en als jouw innovatie er ontbreekt, kun je deze aanmelden via de website of mail.

Download hier het inspiratiedocument met innovaties voor buurtwarmtenetten (pdf).

Paris Proof Paspoort ontmaskert gebouwen die snel in waarde kunnen dalen

Bron: Arcadis

Parijs is nog ver, is het ultieme Tour de France-cliché maar beschrijft helaas ook onze wankelmoedige houding jegens klimaatverandering. De race naar Parijs is nog niet gelopen. Sterker op veel gebieden liggen we achter op schema. Neem de verduurzaming van bedrijfsgebouwen. In 2023 moet daar de bescheiden horde van een C-label worden genomen. Maar op dit moment is slechts de helft in de buurt van dat doel. Hoe gaan we de grote sprong voorwaarts dan maken?

Wie gaat dat betalen?

De bouwsector wordt vaak als conservatief bestempeld, maar de duurzame gereedschapskist is redelijk goed gevuld. Behoudens de huidige schaarste aan personeel en materiaal, is de bouwsector klaar voor de stap voorwaarts; technisch kunnen we leveren. Maar zoals altijd gaat de kost voor de baat uit. Anders gezegd: wie gaat dat betalen?  Bij de sommige schakels in de bouwketen is de ‘betalingsbereidheid’ klein omdat het voordeel niet gezien wordt. Generaliserend: gebouweigenaren willen zoveel mogelijk rendement tegen zo laag mogelijke kosten en gebruikers willen weliswaar kwaliteit, maar ook een zo laag mogelijke huur. Aan beide kanten zit nauwelijks stimulans om duurzamer te doen. Als een eigenaar zou willen investeren in bijvoorbeeld betere isolatie dan daalt de energierekening van de huurder. Om (een deel van) de investering terug te verdienen, zal het huurcontract moeten worden opengebroken. Geen gemakkelijk gesprek.

Contract

Arcadis wil graag koploper zijn, maar ook wij ervaren regelmatig hoe moeilijk het is om als huurder in samenwerking met de verhuurder vooruit te komen. Neem ons kantoor in Amersfoort waarvoor we een meerjarenonderhoudsprogramma met een verduurzamingsplan vastlegden in een contract met de eigenaar. Helaas veranderde de afgelopen twee decennia het pand drie keer van eigenaar en moesten we die afspraken opnieuw borgen en soms zelfs heronderhandelen. Had je net groene stroom, heeft de nieuwe eigenaar een contract met een grijze kolenboer en is je CO2-footprint ineens groter in plaats van kleiner!

Paris Proof Paspoort ontmaskert stranded assets

Hoe synchroniseer je de belangen van gebouweigenaren, huurders en maatschappij? Bijvoorbeeld door de ‘staat van duurzaamheid’ onderdeel te maken van de gebouwwaarde. Nu nog wordt de prijs van een gebouw vooral bepaald door locatie, locatie, locatie, maar als je een dwingende duurzame ontwikkelingsplicht aan het gebouw vast timmert, krijg je een andere economische dynamiek. Laten we het een Paris Proof Paspoort (PPP) noemen. In dat paspoort staan de maatregelen en kosten die nodig zijn om een gebouw ‘Paris Proof’ te maken. Het Paris Proof commitment is door de Dutch Green Building Council (DGBC) enkele jaren geleden ontwikkeld samen met de markt en is op deze manier te bekrachtigen in een paspoort.  Stranded assets zijn gebouwen die snel in waarde kunnen dalen. Het PPP maakt inzichtelijk dat gebouwen met een slechte energieprestatie tot grotere investeringen verplichten dan alternatieven die energetisch up-to-date zijn. Het paspoort ontmaskert zo stranded assets. Daarmee worden duurzame gebouwen relatief (en wellicht ook absoluut) goedkoper. Voor gebouwen met een slecht paspoort geldt het omgekeerde. Dat voor- of nadeel voelt ook de huurder in zijn portemonnee, waardoor een gemeenschappelijk belang ontstaat.  Het zou mooi zijn als het PPP een openbaar kadastraal stuk wordt dat maatgevend is voor de financiering van koop en de huurwaarde.

Korte termijn denken

Een andere remmende factor is dat strengere wet en regelgeving en daaraan hangende verplichtingen te vaak met de hand op de knip worden uitgevoerd. Als je maar aan de geldende regelgeving voldoet, zit je aan de goede kant van de lijn. Dus als vijf centimeter extra dakisolatie genoeg is om Label-C binnen te halen, dan blijft het daar meestal bij. Het wetgevende systeem stimuleert niet tot ambitieuzere aanpak, eerder het omgekeerde. De gebouweigenaar die doorpakt met ‘paris proof isolatie’, investeert meer en betaalt daardoor hogere leges voor de vergunningen die standaard een percentage van de (ver)bouwsom zijn. Lagere leges en belastingen gebaseerd op hogere duurzame prestaties van een (ver)bouwplan zetten wel aan tot grootsere daden.

Coalitie Anders Huisvesten

Huurders kunnen die gewenste marktveranderingen helpen aanzwengelen. Arcadis, DGBC, MVO Nederland en Change Inc. vormen samen met een aantal andere grote bedrijven de Coalitie Anders Huisvesten. De coalitie werkt aan een (op BREEAM gebaseerd) puntensysteem voor duurzame huurwaarde. Betere duurzaamheidsprestaties van een gebouw rechtvaardigen een hogere huur. Een duurzamer gebouw leidt immers niet alleen tot lagere energiekosten maar ook tot beter welbevinden en minder ziekteverzuim. Gezondere medewerkers met een hogere arbeidsproductiviteit. On y va?

nieuwe handreiking monitoring voor corporatiemedewerkers

Bron: Stroomversnelling

De nieuwe Handreiking Monitoring van Stroomversnelling geeft corporatiemedewerkers een helder en breed beeld van wat er mogelijk is met monitoring. De handreiking is niet zozeer gericht op koplopers of IT-specialisten, maar veel meer bedoeld voor mensen die niet dagelijks met monitoring te maken hebben.

Meer dan de EPV

De Handreiking Monitoring gaat over energieprestatie-monitoring in de breedste zin van het woord, dus niet alleen over de vraag hoe je data verzamelt in het kader van de Energieprestatievergoeding. Er worden use cases behandeld die verband hebben met de energietransitie, maar daarnaast kan monitoring bijvoorbeeld ook worden ingezet voor (besparing op) onderhoud van installaties of voor benchmarking. Er is ook ruime aandacht voor het implementatieproces, van uitvraag tot gebruik en aansluiten bij bestaande processen.

Stroomversnellers Maarten Hommelberg, Marten Witkamp en Rens Verbruggen hebben de handreiking geschreven in samenwerking met tal van Stroomversnelling lidbedrijven. Ze geven een korte toelichting op de ontstaansgeschiedenis en op de inhoud van de handreiking.

Use cases voor corporaties

Marten Witkamp: “De eerste Stroomversnelling publicaties over monitoring gingen nog over het uitvinden van de juiste route, met name voor koplopers op het gebied van EPV-monitoring. In die fase heeft Stroomversnelling er vooral voor gezorgd dat de wensen van corporaties goed konden landen bij de aanbieders. Deze nieuwe handreiking laat zien dat we inmiddels in een vervolgfase zitten: op basis van praktijkervaringen wordt uitgelegd waar we nu staan met monitoring. We doen dat – hopelijk – op een toegankelijke manier, op basis van de concrete use cases voor woningcorporaties. Dan heb je het over inzicht voor de bewoner, inzicht in het technisch functioneren van installaties, benchmarking, monitoren rond prestatiegaranties, preventief onderhoud en als laatste het slim aansturen van installaties, wat nog een beetje in de sfeer zit van toekomstmuziek.”

Geen Bentley maar Volkswagen Golf

Rens Verbruggen: “Toen we begonnen met deze handreiking hebben we bedacht wat er in de basis van een monitoringssysteem moet zitten, even los van de EPV. Als je daar vat op hebt kun je beginnen met het optuigen van een simpele en goedkope basis-oplossing. Daarna kun je het systeem stapsgewijs uitbreiden. We zeggen altijd dat EPV-monitoring in feite de Bentley onder de monitoring-oplossingen is, terwijl de slimme meter wat meer in de buurt komt van een oud Dafje. Met de basis die we in deze handreiking beschrijven mikken we daar tussenin, zeg maar op een Volkswagen Golf.”

Maarten Hommelberg: “De handreiking bevat een diagram – een pagina vol kleurtjes – waarin wordt samengevat wat de verschillende use cases zijn, van eenvoudig naar complex, en wat je nodig hebt om op een betaalbare manier eenvoudig te beginnen. Een belangrijk technisch verschil dat we maken zijn oplossingen gebaseerd op interne en externe sensoren. Kort door de bocht: externe sensoren zijn in principe duurder, maar ook nauwkeuriger dan de interne sensoren die door de fabrikant in een installatie worden ingebouwd.”

Marten Witkamp: “Maar zodra we dit diagram op papier hadden, realiseerden we ons dat er ook partijen zouden komen die kiezen voor een ‘hybride’ aanpak. Dus een combinatie van interne en externe sensoren, om zo te besparen op de kosten en toch een hoge nauwkeurigheid te krijgen. En we hadden het nog niet bedacht, of we vingen op dat partijen dit nu al doen in de praktijk. Je gaat dan bijvoorbeeld één op de tien omvormers meten met een externe kWh-sensor. Dit soort ontwikkelingen illustreert vooral dat we nog maar net aan het begin staan van de optimalisatie van monitoring.”

Rens Verbruggen: “Toen we een paar jaar geleden begonnen met het thema monitoring waren er nog niet veel fabrikanten die de mogelijkheid boden om de interne sensoren uit te lezen. Inmiddels zijn er meerdere aanbieders die dat beginnen te standaardiseren en de data-protocollen openstellen, waardoor het steeds minder moeite kost om installaties uit te lezen. Anders gezegd: het besef dat je meerwaarde kunt creëren door data te delen breekt steeds meer door bij de aanbieders. Dat is een verschuiving, die in de toekomst zal doorzetten. Het hele gebied is dus nog steeds in beweging en in die zin gaat deze handreiking echt over monitoring anno nu.”

Meer weten en downloaden van white paper>>

Warmtenetten groeien in vier jaar tijd met 20%

In vier jaar tijd, van 2016 tot 2020, is het aantal aansluitingen van de 21 grote warmtenetten in Nederland met 20% gestegen.

Waren er in 2016 307.000 nog gebouwen aangesloten op een van de grote warmtenetten, vier jaar later bedroeg dat aantal 366.000. De energie die geleverd wordt in deze netten is voor 48% van hernieuwbare herkomst (waar overigens ook warmte van afvalverbrandingsinstallaties toe gerekend wordt.)

Amsterdams net breidt uit

De grootste stijging was waarneembaar in Amsterdam, waar in vier jaar tijd ruim 22.000 nieuwe gebouwen werden aangesloten. Maar ook middelgrote gemeenten als Breda en Tilburg lieten een flinke groei zien. Hier kwamen er in dezelfde periode meer dan 6.000 aansluitingen bij. De cijfers laten over het algemeen een veel grotere groei zien dan waar het CBS voor 2020 eerder rekening mee hield. De rekenmeesters van het Rijk gingen voor 2020 uit van in totaal 355.000 aansluitingen.

De cijfers, inclusief de percentage hernieuwbaar, zijn afkomstig van het Expertise Centrum Warmte, dat de data aangeleverd heeft gekregen van de warmtebedrijven en deze afgelopen week publiceerde. Sinds 2021 zijn warmtebedrijven verplicht om te rapporteren over de duurzaamheid van hun warmtenetten.

Alleen grote warmtenetten

Het Expertise Centrum Warmte heeft zich nog beperkt tot de grote warmtenetten. Deze warmtenetten hebben een minimale afzet van 150 TJ per jaar. Kleine warmtenetten maken geen deel uit van de dataset. Kleine netten worden gedefinieerd als netten die minder dan 150TJ aan warmte leveren aan eindgebruikers. In 2018 waren er 64.000 aansluitingen op een klein warmtenet. Blokverwarmingsnetten zijn eveneens niet meegenomen. In 2019 ging het om circa 430.000 woningen.

Veel schoner dan CV-ketel

De gewogen gemiddelde CO2-emissie van grote warmtenetten is 23,4 kg CO2 per geleverde GJ. De referentie van een CV-ketel is gemiddeld 58,5 kg /GJ. Het aandeel hernieuwbare energie ligt op 48%. Het grootste deel hiervan bestaat uit warmte uit afvalverbrandingsinstallaties en biomassacentrales. Hierbij is het biogene deel hernieuwbaar. Het aandeel restwarmte is 11%. De overige warmte komt vooral uit elektriciteitscentrales en hulpketels.

Bron: Installatie

 

Planon Building Management en Alba Concepts versnellen circulaire bouweconomie

Om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs te kunnen halen, moet de wereld veranderen in een circulaire bouweconomie. In 2030 moet Nederland namelijk al 50% minder primaire grondstoffen verbruiken en volgens het Klimaatakkoord moet de gebouwde omgeving in 2050 CO2-neutraal én circulair zijn. Dit is een enorme opgave waarvoor directe actie vanuit vastgoedeigenaren en -beheerders vereist is. Maar waar begint u?

Nieuwe samenwerking voor circulaire bouweconomie

Het vaststellen van de huidige mate van circulariteit van de gebouwen die u beheert is een eerste stap in de richting naar een meer duurzame vastgoedportefeuille. Om dit te kunnen meten, lanceerden Planon en Alba Concepts de automatisering van de Building Circularity Index© (BCI Gebouw).

Het toepassen van de uitkomsten van BCI Gebouw lijkt in de praktijk echter nog niet altijd eenvoudig. Heeft u ook moeite om de duurzame en circulaire maatregelen daadwerkelijk door te voeren? Dan hebben we goed nieuws! Planon Building Management werkt sinds 1 juli 2021 namelijk samen met Alba Concepts om organisaties zoals die van u, te adviseren bij het opzetten van duurzame meerjaren onderhoudsplannen en het integreren van circulariteit. Gezamenlijk zorgen zij ervoor dat de resultaten van de BCI Gebouw score worden omgezet in concrete acties en realistisch uit te voeren plannen.

Het doel van de samenwerking? Samen de circulaire bouweconomie versnellen!

Wat betekent deze samenwerking voor u?

Wilt u weten hoe Planon Building Management en Alba Concepts u kunnen ondersteunen bij het voldoen aan de verplichtingen en het realiseren van uw ambities op het gebied van circulair vastgoed? Neem dan deel aan het gezamenlijke webinar ‘De noodzaak van een circulair meerjaren onderhoudsplan’ op 5 oktober en kom meer te weten over: 

  • Wat circulaire gebouwen zijn en hoe circulaire gebouwen bijdragen aan een duurzame wereld
  • Welke relatie er is tussen circulariteit en het MJOP
  • Hoe circulariteit in gebouwen meetbaar wordt door BCI
  • Op welke wijze onderhoudsingrepen uw CO2-impact kunnen verlagen
  • Hoe BCI ook als materialenpaspoort wordt ingezet
  • Wat het voordeel is van het gebruik van de Planon Onderhoudsbibliotheek om circulariteit inzichtelijk en meetbaar te maken

U kunt zich hier aanmelden voor het webinar!

Over Planon Building Management & Alba Concepts

Alba Concepts

Alba Concepts is een jonge, duurzame onderneming die zich richt op drie activiteiten: advisering, management en projectontwikkeling. Bij alle activiteiten staat centraal dat wij handelen daar waar vastgoed, duurzaamheid, strategie en financiën elkaar vinden in de vroege planfasen.

 

Planon Building Management

Planon Building Management is een multidisciplinair vastgoedadviesbureau met meer dan 35 jaar ervaring. Wij inspecteren jaarlijks meer dan 1.000 utiliteitsgebouwen en adviseren over de grootste (maatschappelijke) vastgoedportefeuilles in Nederland. Vanuit de doelstelling van onze klanten ondersteunen we organisaties bij een data-gedreven beheer van goede, gezonde, duurzame en compliant gebouwen.

 

EPBD III -keuring: De ins en outs van de nieuwe keuring

PGGM project Strukton Worksphere

Op 10 maart jl. werd de EPBD III-keuring opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Hiermee zijn inspecties van aircosystemen van 70 tot 290 kW verplicht (in de EPBD II-keuring gold dit voor installaties van 12 tot 290 kW). Nieuw in de EPBD III-keuring is de verplichting voor de keuring van verwarmingssystemen. Ook voor deze systemen geldt een ondergrens van 70 en een bovengrens van 290 kW zoals bij de EPBD III . De keuringen moeten naast een keuringsrapport ook leiden tot een advies voor de kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie van het gebouw.

Officieel is de keuring vanaf 10 maart 2020 verplicht en is deze beschreven in het Bouwbesluit 2012 wijziging van 6 maart 2020. Er is echter nog geen keuring voor verwarmingssystemen beschikbaar. SCIOS brengt daar verandering in: zij ontwikkelt op verzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een keuring voor de verwarmingssystemen. Hiervoor krijgen zij twee jaar de tijd. We spreken SCIOS bestuursvoorzitter Arie Krijgsman.

Keuring in ontwikkeling

“Het is complexe materie. De in ontwikkeling zijnde keuring betreft niet alleen de warmtebron, maar ook het systeem voor warmteafgifte, de daaraan gekoppelde regelsystemen en de bepaling van de warmtebehoefte van het gebouw. En wanneer het verwarmingssysteem is gekoppeld met een ventilatiesysteem, dient ook dit systeem gekeurd te worden. Er geldt een praktische bovengrens van 290 kW. Per 1 januari 2026 moeten namelijk installaties met een nominaal vermogen groter dan 290 kW zijn voorzien van een gebouwautomatisering en -controlesysteem (GACS). Hiermee vervalt de keuringsplicht. Dit geldt overigens ook wanneer er een dergelijk controlesysteem aanwezig is in gebouwen waar het nominale vermogen van de installaties kleiner is dan 290 kW. Gebouwen waarvoor een energieprestatiecontract is afgesloten, worden ook vrijgesteld van de keuringsverplichting.”

Aanvullende verplichting

En dan is het nog niet gedaan met de complexiteit. Ook de verplichte keuring van stookinstallaties vanuit het Activiteitenbesluit blijft van kracht. Dat betekent dat eigenaren van stookinstallaties met een vermogen vanaf 100 kW (of 20 kW wanneer een stookinstallaties wordt gestookt op een vloeibare of vaste brandstof) verplicht zijn inspecties te laten uitvoeren op veiligheid, energieverbruik en emissie van de installaties. Daar komt dus straks de aanvullende keuring van het verwarmingssysteem van gebouwen, gericht op de energieprestatie, bovenop. “In ons overleg met BZK is afgesproken dat er wordt gestreefd naar een gecombineerde keuring van de stookinstallatie en het verwarmingssysteem, zodat een optimale efficiëntie wordt bereikt. Samenvattend betekent dit dat gebouweigenaren de in het Bouwbesluit verplicht gestelde keuring vanaf 2020 moeten laten uitvoeren. Omdat eerst per 2022 deze keuring beschikbaar is, kan gedurende de overgangsperiode met een SCIOS scope 1 of 2 keuring aan deze verplichting worden voldaan. De nieuwe EPBD-keuring van het verwarmingssystemen moet dan uiterlijk vier jaar later worden uitgevoerd.”

Handhaving

Genoemde keuringen vallen onder het overheidstoezicht. Dat betekent dat de overheid, in dit geval op gemeenteniveau, gaat controleren of gebouwbeheerders hun inspecties hebben laten uitvoeren. Om gemeenten bij de handhaving te ondersteunen, komt er een afmeldregister voor de keuring van airconditionings‑ en verwarmingssystemen, net zoals dat al bestaat voor stookinstallaties. De handhaving bestaat uit controles op afgemelde keuringen. Handhavers gebruiken data uit de registers bij het uitvoeren van analyses waarop het toezicht wordt gebaseerd. Een extra reden voor gebouwbeheerders om scherp te zijn op de verplichte inspecties.

Over SCIOS

De Stichting SCIOS is eigenaar van en beheert het kwaliteitsmanagementsysteem voor inspectie en onderhoud van technische installaties. De certificatieregeling bestaat uit de deelregelingen Stookinstallaties, Elektrisch materieel en Explosieveilige installaties (ATEX). Installateurs en inspectiebedrijven die conform de SCIOS-certificeringsregeling zijn gecertificeerd, voeren onderhouds- en inspectiewerkzaamheden aan stookinstallaties uit die moeten voldoen aan de wet (het Activiteitenbesluit, vallend onder de Milieuwet) met betrekking tot rendement, veiligheid, milieubelasting.

Meer informatie over de inspecties:

 

 

Lees hier over een andere keuring, de NEN 3140, voor u vastgoed.

 

Wat maakt een gebouw echt slim?

‘Wat een gebouw echt slim maakt? Dat hangt ervan af vanuit welk perspectief je naar een gebouw kijkt. Ben je eigenaar, beheerder of gebruiker?’ René van der Vlugt, voormalig Business and Digital Transformation Lead bij Microsoft was nauw betrokken bij de transformatie van het traditionele Microsoft-kantoor op Schiphol tot een smart building. En dat smaakte naar meer. In januari 2020 richtte hij WRKPLC op. Met deze organisatie biedt hij gebouweigenaren, beheerders en ondernemers de helpende hand in de realisatie van slimme gebouwen.

‘Op dit moment werk ik in opdracht van een gebouweigenaar aan het slim maken van een gebouw aan de Zuidas. Het doel van deze -en de meeste- gebouweigena(a)r(en) is inspelen op de allerlaatste trends om hiermee een onderscheidend vastgoedportfolio te realiseren. Zeker op de Zuidas is er behoorlijk concurrentie in het aantrekken van huurders. Het bieden van een slimme werkomgeving is dus bijna een licence to operate. Het gaat allang niet meer over het verhuren van zoveel mogelijke vierkante meters aan een huurder, maar juist om het optimaliseren van de gehuurde kantoorruimte.’

In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen

‘Voor een beheerder heeft een slim gebouw vooral te maken met energiebesparing, de mate van Parisproof zijn en de mogelijkheid om de verschillen tussen prognose en daadwerkelijk verbruik te kunnen meten zodat zaken als energieverbruik en luchtvochtigheid kunnen worden geoptimaliseerd. En je hebt ook gewoon de gebruiker van een gebouw. Voor hem of haar is een gebouw pas slim als het bijdraagt aan productiviteit. Kom je gemakkelijk binnen? Is jouw werkplek comfortabel? Doen alle installaties wat ze moeten doen?

Gebouwen met potentie

René beweert dat veel zogenoemde smart buildings feitelijk nog steeds relatief dom zijn. Zeker in de periode kort na oplevering. Gebouweigenaren en -beheerders hebben vaak geen idee hoe het gebouw zich gedraagt en hoe ze het optimaal kunnen beheren. ‘Zonde, want in gebouwen die zijn uitgerust met de juiste technologische structuur zit enorm veel potentie.’

‘Het is een misverstand dat je met het plaatsen van een sensor en andere slimme toepassingen een slim gebouw creëert. Zo’n sensor is een aardige eerste stap. Het draait vervolgens om het verzamelen van data, om het inzichtelijk maken van de resultaten en om het vertalen naar acties. Is de data betrouwbaar? Kun je het interpreteren? Zijn de rapportages juist? En: wat is de locatie van de sensor? Hangt deze in de ontvangsthal of in een concentratieruimte? Door data inzichtelijk te maken, kun je bijvoorbeeld de oorzaken van de verschillen in gebruik tussen twee op het oog identieke vergaderruimtes achterhalen. Komt het door de akoestiek? Stijgt het CO2-gehalte tijdens vergaderingen te snel? Deze laatste situatie speelde bij Microsoft. Vanwege de ligging op Schiphol was een eenvoudige oplossing als het raam openen geen optie. Dat betekende dat we de functie van de ruimte moesten aanpassen. Kort door de bocht: dat is niet iets wat een sensor meet.’

De sensor is slechts het begin

‘Bij Microsoft was er sprake van een flink percentage no shows in geboekte vergaderruimtes. Het systeem koppelde een geplande vergadering automatisch aan een vergaderruimte. Ook als het een virtuele meeting was. Niets no show dus, maar incorrecte communicatie tussen de agenda en het boekingssysteem. Het zijn op zichzelf kleine aanpassingen, maar je moet ze wel integreren in het systeem. En dat is dus niet iets wat een sensor voor je doet. Daar moet je een proces voor optuigen.’

‘In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen. Het is een totaalplaatje. Mensen willen niet werken in een omgeving waar overgebleven voedsel aan het einde van de dag wordt weggegooid. Of op een plek waar ze eerst langs de ICT-afdeling moeten wanneer ze hun huurauto -met ander kenteken- willen parkeren op de bedrijfsparkeerplaats. Of in een vergaderruimte dat nog vol staat met servies van de vorige groep. In een écht slim gebouw wordt ook hier over nagedacht.’

 

Kijkje in de toekomst

‘Er zijn meerdere trends waarlangs je de toekomst van een gebouw kunt beschrijven. Nu hebben we het voornamelijk over plaats- en tijdonafhankelijk werken. In de nabije toekomst -covid helpt het proces een handje- gaan we ook steeds vaker bedrijfsonafhankelijk werken. Grootschaliger dan nu al gebeurt dus. Dat betekent dat een gebouw niet meer één, maar meerdere huurders heeft. Dan is de vraag hoe een slim gebouw dat soort concepten gaat faciliteren. Ik verwacht bovendien dat het adaptieve vermogen van gebouwen naar gebruikers steeds groter wordt. En natuurlijk zit de grote winst van een slim gebouw ook in verduurzaming. Daar zit een groot stuk toekomstmuziek.’

Direct laten zien hoeveel jouw klanten kunnen verduurzamen

Je merkt aan alles dat de markt om verduurzamingsmaatregelen vraagt, maar waar moet je beginnen? Met de Duurzaam Verdienen Portfolio van Remeha kun je als installateur de objecten van meerdere klanten invoeren en opslaan, de potentiële verduurzaming van al die projecten in beeld brengen maar ook de voortgang ervan bewaken. Je kunt je klanten niet alleen attenderen en adviseren, maar ook in de gaten houden of en wanneer bepaalde investeringen bij natuurlijke vervangingsmomenten het meest zinvol zijn.

Direct inzicht in wat duurzaamheid oplevert

Nodig je klanten uit voor je eigen, gratis persoonlijke bedrijfsportal en adviseer hen gemakkelijk. Welke maatregel heeft de meeste impact en welke opties verdienen mijn klanten het snelste terug?

De tool geeft je een gedetailleerd overzicht met verschillende scenario’s:
– Een lijst met alle, potentiële maatregelen
– Geplande maatregelen
– Maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder
– Maatregelen die het meeste bijdragen aan verbetering van het energielabel
– Maatregelen met de grootste CO2-reductie
– Maatregelen die wettelijk erkend zijn

Om het je zo gemakkelijk mogelijk te maken sta je vanuit de tool direct in contact met Remeha voor ondersteunend advies voor offertes en alle andere vragen.

Zo werkt het Duurzaam Verdienen Portfolio

  • Voer gemakkelijk één of meerdere objecten tegelijkertijd in van al je klanten. Remeha krijgt geen inzicht in deze gegevens.
  • We halen de gegevens van het object of de objecten op bij o.a. het Kadaster
  • We tonen het energielabel én wat er jaarlijks kan worden bespaard op energiekosten en CO2-uitstoot. Er wordt automatisch inzicht in potentiële verduurzamingsmaatregelen gegenereerd per object.
  • Informeer je klant en ga samen aan de slag met het verduurzamingsplan.
  • Houdt voortgang bij per object en per klant in het portfolio.

Verduurzaming op gang brengen
“Ons primaire belang is dat we marktpartijen helpen om de verduurzaming op gang te brengen. We hebben een enorme opgave in dit land. Wij beschikken over een uitgebreid netwerk dat we graag inzetten om te helpen die opgave te halen. Met de tools bieden we iedereen handvatten en gemak; niet alleen technisch of qua investering, maar ook door duidelijk te maken of er subsidies beschikbaar zijn en wat de impact is op de CO2-uitstoot van een gebouweigenaar. Ook kunnen installateurs zien welke van onze producten – ketels, warmtepomp, zonneboilersystemen – passen bij een bepaalde oplossing die de tool voorstelt. De informatie die gebouweigenaren en installateurs invoeren, is voor ons overigens niet zichtbaar. Althans, niet specifiek per gebouw of installateur. Wat wij wel kunnen zien, is geanonimiseerde, algemene informatie. Dus we weten hoe vaak de tools worden gebruikt, welke maatregelen in het algemeen veel potentie hebben, en meer van dit soort generieke inzichten. Uiteindelijk gaat het ons erom dat die verduurzamingsmarkt op volle toeren gaat draaien. Met onze tools halen we drempels weg.”, aldus Jeroen de Vries, Commercial Operations Manager Utiliteit bij Remeha.

 

Remeha werkt aan BENG en TO-juli

Zonnepanelen Oranjedak

1 januari 2021 is de EPC-regeling vervangen door BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dat is een grote stap voorwaarts als het gaat om het terugdringen van de CO2-uitstoot en transparantie in het realiseren daarvan. Iedereen die zich bezighoudt met bouwen is verantwoordelijk en kan een steentje bijdragen aan BENG. Sterker: alleen als alle betrokkenen samenwerken kunnen we BENG optimaal toepassen.

BENG doe je samen!

Iedereen, van stedenbouwkundige en architect tot ontwikkelaar en installateur, draagt verantwoordelijkheid als het om BENG gaat. Talloze factoren bepalen of een gebouw al dan niet BENG is. Op verschillende van die factoren oefen je met oplossingen en producten van Remeha invloed uit. Tegelijk met BENG trad een nieuwe indicator die het risico op temperatuuroverschrijding binnen een woning aangeeft in werking: TO-juli. Die kennis moet leiden tot een vermindering van het risico op temperatuuroverschrijding.

BENG in het kort

BENG kent drie afzonderlijke indicaties.

  • BENG 1: energiebehoefte van het gebouw (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). De energiebehoefte geeft aan wat de energiezuinigheid is van een gebouw. Dan draait het om verwarming en koeling, ongeacht de installaties – het casco telt. Isolatie, stand ten opzichte van de zon en ventilatie hebben ook invloed op de energiezuinigheid
  • BENG 2: primair (fossiele) energiegebruik (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). Het vooraf berekende gebruik van fossiele energie moet worden beperkt. De hoogte van de reductie is afhankelijk van het woningtype
  • BENG 3: aandeel hernieuwbare energie in procenten. Hernieuwbare energie moet optimaal worden benut, denk hierbij aan zonnepanelen

Berekeningsmethode NTA8800

Om te bepalen of een nieuwe woning aan de BENG-eisen voldoet is een berekeningsmethode ontwikkeld. De methode is vastgelegd in de NTA8800. BENG geldt uitsluitend voor nieuwbouw, maar met deze methode is het mogelijk om de energieprestatie van nieuwe en van bestaande woning- en utiliteitsbouw vast te stellen.

Lees meer over de Energieprestatie indicatoren

 

Energiezuinig en meer comfort

BENG is in het leven geroepen om duurzamer te kunnen bouwen en wonen. Met deze regeling is er meer aandacht voor de energiezuinigheid van het casco en is er minder ruimte voor minder zuinigere woningen. Dat leidt tot een toename van de regels en de kans is reëel dat de initiële bouwkosten stijgen. Daar staat tegenover dat het gebruikscomfort toeneemt. Bovendien kan een huis dat voldoet aan BENG een hogere marktwaarde hebben.

Voorkomen van temperatuuroverschrijding

Vanwege de optimale isolatie in woningen wordt het steeds belangrijker dat koeling en ventilatie in orde zijn. Om dat uitgangspunt in goede banen te leiden is tegelijk met BENG de indicator TO-juli van kracht geworden. Dat geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Hoe lager de uitkomst, hoe lager het risico. Het gebouwontwerp, ligging ten opzichte van de zon en materiaalgebruik hebben invloed op TO-juli. Remeha kan hierbij ook een rol spelen. Met een Remeha warmtepomp met koeling voldoet de woning aan de TO-juli grens. Grondgekoppelde warmtepompen zijn bovendien gunstig voor BENG 2 en 3. Een keuze voor luchtwater warmtepompen betekent dat het mogelijke extra verbruik van de koeling gecompenseerd moeten worden door extra zonnepanelen.

 

Wat doet Remeha?

Bij BENG draait het dus om het verminderen van de energiebehoefte van woningen, beperking van gebruik van fossiele energie en het gebruiken van hernieuwbare energie. Op welke manier ondersteunt Remeha je bij het realiseren van BENG? Natuurlijk voldoen alle Remeha all-electric warmtepompen aan de nieuwe regelgeving. Dat is bovendien vastgelegd in kwaliteitsverklaringen. Daarnaast zijn de producten goed vindbaar in BENG-softwarepakketten zodat de toepassing van Remeha producten soepel verloopt. De warmtepompen van Remeha die actief koelen, dragen bij aan de beperking van het risico op temperatuuroverschrijding. En vanzelfsprekend ondersteunt Remeha zijn relaties altijd met maatwerkadvies.

Van product tot regie

Wat kunnen we op dit moment doen? All-electric warmtepompen van Remeha dragen nadrukkelijk bij aan het realiseren van BENG. De precieze rol is afhankelijk van de situatie en andere specifieke aspecten van de nieuwbouw. Naast innovatieve producten en doordachte oplossingen hebben we specialisten die adviseren, werk uit handen nemen en zelfs de regie rondom het realiseren van BENG als het gaat om de aspecten verwarming en koeling volledig kunnen overnemen. Alleen samen behalen we de meest optimale resultaten.

 

Webinar BENG en TO-juli 16 september

Wil je meer weten over BENG? Schrijf je dan in voor het BENG en TO-juli webinar op 16 september: https://control.yourwebinar.nl/webinars/subscribe/ytobud/