Wat maakt een gebouw echt slim?

‘Wat een gebouw echt slim maakt? Dat hangt ervan af vanuit welk perspectief je naar een gebouw kijkt. Ben je eigenaar, beheerder of gebruiker?’ René van der Vlugt, voormalig Business and Digital Transformation Lead bij Microsoft was nauw betrokken bij de transformatie van het traditionele Microsoft-kantoor op Schiphol tot een smart building. En dat smaakte naar meer. In januari 2020 richtte hij WRKPLC op. Met deze organisatie biedt hij gebouweigenaren, beheerders en ondernemers de helpende hand in de realisatie van slimme gebouwen.

‘Op dit moment werk ik in opdracht van een gebouweigenaar aan het slim maken van een gebouw aan de Zuidas. Het doel van deze -en de meeste- gebouweigena(a)r(en) is inspelen op de allerlaatste trends om hiermee een onderscheidend vastgoedportfolio te realiseren. Zeker op de Zuidas is er behoorlijk concurrentie in het aantrekken van huurders. Het bieden van een slimme werkomgeving is dus bijna een licence to operate. Het gaat allang niet meer over het verhuren van zoveel mogelijke vierkante meters aan een huurder, maar juist om het optimaliseren van de gehuurde kantoorruimte.’

In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen

‘Voor een beheerder heeft een slim gebouw vooral te maken met energiebesparing, de mate van Parisproof zijn en de mogelijkheid om de verschillen tussen prognose en daadwerkelijk verbruik te kunnen meten zodat zaken als energieverbruik en luchtvochtigheid kunnen worden geoptimaliseerd. En je hebt ook gewoon de gebruiker van een gebouw. Voor hem of haar is een gebouw pas slim als het bijdraagt aan productiviteit. Kom je gemakkelijk binnen? Is jouw werkplek comfortabel? Doen alle installaties wat ze moeten doen?

Gebouwen met potentie

René beweert dat veel zogenoemde smart buildings feitelijk nog steeds relatief dom zijn. Zeker in de periode kort na oplevering. Gebouweigenaren en -beheerders hebben vaak geen idee hoe het gebouw zich gedraagt en hoe ze het optimaal kunnen beheren. ‘Zonde, want in gebouwen die zijn uitgerust met de juiste technologische structuur zit enorm veel potentie.’

‘Het is een misverstand dat je met het plaatsen van een sensor en andere slimme toepassingen een slim gebouw creëert. Zo’n sensor is een aardige eerste stap. Het draait vervolgens om het verzamelen van data, om het inzichtelijk maken van de resultaten en om het vertalen naar acties. Is de data betrouwbaar? Kun je het interpreteren? Zijn de rapportages juist? En: wat is de locatie van de sensor? Hangt deze in de ontvangsthal of in een concentratieruimte? Door data inzichtelijk te maken, kun je bijvoorbeeld de oorzaken van de verschillen in gebruik tussen twee op het oog identieke vergaderruimtes achterhalen. Komt het door de akoestiek? Stijgt het CO2-gehalte tijdens vergaderingen te snel? Deze laatste situatie speelde bij Microsoft. Vanwege de ligging op Schiphol was een eenvoudige oplossing als het raam openen geen optie. Dat betekende dat we de functie van de ruimte moesten aanpassen. Kort door de bocht: dat is niet iets wat een sensor meet.’

De sensor is slechts het begin

‘Bij Microsoft was er sprake van een flink percentage no shows in geboekte vergaderruimtes. Het systeem koppelde een geplande vergadering automatisch aan een vergaderruimte. Ook als het een virtuele meeting was. Niets no show dus, maar incorrecte communicatie tussen de agenda en het boekingssysteem. Het zijn op zichzelf kleine aanpassingen, maar je moet ze wel integreren in het systeem. En dat is dus niet iets wat een sensor voor je doet. Daar moet je een proces voor optuigen.’

‘In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen. Het is een totaalplaatje. Mensen willen niet werken in een omgeving waar overgebleven voedsel aan het einde van de dag wordt weggegooid. Of op een plek waar ze eerst langs de ICT-afdeling moeten wanneer ze hun huurauto -met ander kenteken- willen parkeren op de bedrijfsparkeerplaats. Of in een vergaderruimte dat nog vol staat met servies van de vorige groep. In een écht slim gebouw wordt ook hier over nagedacht.’

 

Kijkje in de toekomst

‘Er zijn meerdere trends waarlangs je de toekomst van een gebouw kunt beschrijven. Nu hebben we het voornamelijk over plaats- en tijdonafhankelijk werken. In de nabije toekomst -covid helpt het proces een handje- gaan we ook steeds vaker bedrijfsonafhankelijk werken. Grootschaliger dan nu al gebeurt dus. Dat betekent dat een gebouw niet meer één, maar meerdere huurders heeft. Dan is de vraag hoe een slim gebouw dat soort concepten gaat faciliteren. Ik verwacht bovendien dat het adaptieve vermogen van gebouwen naar gebruikers steeds groter wordt. En natuurlijk zit de grote winst van een slim gebouw ook in verduurzaming. Daar zit een groot stuk toekomstmuziek.’

Direct laten zien hoeveel jouw klanten kunnen verduurzamen

Je merkt aan alles dat de markt om verduurzamingsmaatregelen vraagt, maar waar moet je beginnen? Met de Duurzaam Verdienen Portfolio van Remeha kun je als installateur de objecten van meerdere klanten invoeren en opslaan, de potentiële verduurzaming van al die projecten in beeld brengen maar ook de voortgang ervan bewaken. Je kunt je klanten niet alleen attenderen en adviseren, maar ook in de gaten houden of en wanneer bepaalde investeringen bij natuurlijke vervangingsmomenten het meest zinvol zijn.

Direct inzicht in wat duurzaamheid oplevert

Nodig je klanten uit voor je eigen, gratis persoonlijke bedrijfsportal en adviseer hen gemakkelijk. Welke maatregel heeft de meeste impact en welke opties verdienen mijn klanten het snelste terug?

De tool geeft je een gedetailleerd overzicht met verschillende scenario’s:
– Een lijst met alle, potentiële maatregelen
– Geplande maatregelen
– Maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder
– Maatregelen die het meeste bijdragen aan verbetering van het energielabel
– Maatregelen met de grootste CO2-reductie
– Maatregelen die wettelijk erkend zijn

Om het je zo gemakkelijk mogelijk te maken sta je vanuit de tool direct in contact met Remeha voor ondersteunend advies voor offertes en alle andere vragen.

Zo werkt het Duurzaam Verdienen Portfolio

  • Voer gemakkelijk één of meerdere objecten tegelijkertijd in van al je klanten. Remeha krijgt geen inzicht in deze gegevens.
  • We halen de gegevens van het object of de objecten op bij o.a. het Kadaster
  • We tonen het energielabel én wat er jaarlijks kan worden bespaard op energiekosten en CO2-uitstoot. Er wordt automatisch inzicht in potentiële verduurzamingsmaatregelen gegenereerd per object.
  • Informeer je klant en ga samen aan de slag met het verduurzamingsplan.
  • Houdt voortgang bij per object en per klant in het portfolio.

Verduurzaming op gang brengen
“Ons primaire belang is dat we marktpartijen helpen om de verduurzaming op gang te brengen. We hebben een enorme opgave in dit land. Wij beschikken over een uitgebreid netwerk dat we graag inzetten om te helpen die opgave te halen. Met de tools bieden we iedereen handvatten en gemak; niet alleen technisch of qua investering, maar ook door duidelijk te maken of er subsidies beschikbaar zijn en wat de impact is op de CO2-uitstoot van een gebouweigenaar. Ook kunnen installateurs zien welke van onze producten – ketels, warmtepomp, zonneboilersystemen – passen bij een bepaalde oplossing die de tool voorstelt. De informatie die gebouweigenaren en installateurs invoeren, is voor ons overigens niet zichtbaar. Althans, niet specifiek per gebouw of installateur. Wat wij wel kunnen zien, is geanonimiseerde, algemene informatie. Dus we weten hoe vaak de tools worden gebruikt, welke maatregelen in het algemeen veel potentie hebben, en meer van dit soort generieke inzichten. Uiteindelijk gaat het ons erom dat die verduurzamingsmarkt op volle toeren gaat draaien. Met onze tools halen we drempels weg.”, aldus Jeroen de Vries, Commercial Operations Manager Utiliteit bij Remeha.

 

Remeha werkt aan BENG en TO-juli

Zonnepanelen Oranjedak

1 januari 2021 is de EPC-regeling vervangen door BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dat is een grote stap voorwaarts als het gaat om het terugdringen van de CO2-uitstoot en transparantie in het realiseren daarvan. Iedereen die zich bezighoudt met bouwen is verantwoordelijk en kan een steentje bijdragen aan BENG. Sterker: alleen als alle betrokkenen samenwerken kunnen we BENG optimaal toepassen.

BENG doe je samen!

Iedereen, van stedenbouwkundige en architect tot ontwikkelaar en installateur, draagt verantwoordelijkheid als het om BENG gaat. Talloze factoren bepalen of een gebouw al dan niet BENG is. Op verschillende van die factoren oefen je met oplossingen en producten van Remeha invloed uit. Tegelijk met BENG trad een nieuwe indicator die het risico op temperatuuroverschrijding binnen een woning aangeeft in werking: TO-juli. Die kennis moet leiden tot een vermindering van het risico op temperatuuroverschrijding.

BENG in het kort

BENG kent drie afzonderlijke indicaties.

  • BENG 1: energiebehoefte van het gebouw (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). De energiebehoefte geeft aan wat de energiezuinigheid is van een gebouw. Dan draait het om verwarming en koeling, ongeacht de installaties – het casco telt. Isolatie, stand ten opzichte van de zon en ventilatie hebben ook invloed op de energiezuinigheid
  • BENG 2: primair (fossiele) energiegebruik (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). Het vooraf berekende gebruik van fossiele energie moet worden beperkt. De hoogte van de reductie is afhankelijk van het woningtype
  • BENG 3: aandeel hernieuwbare energie in procenten. Hernieuwbare energie moet optimaal worden benut, denk hierbij aan zonnepanelen

Berekeningsmethode NTA8800

Om te bepalen of een nieuwe woning aan de BENG-eisen voldoet is een berekeningsmethode ontwikkeld. De methode is vastgelegd in de NTA8800. BENG geldt uitsluitend voor nieuwbouw, maar met deze methode is het mogelijk om de energieprestatie van nieuwe en van bestaande woning- en utiliteitsbouw vast te stellen.

Lees meer over de Energieprestatie indicatoren

 

Energiezuinig en meer comfort

BENG is in het leven geroepen om duurzamer te kunnen bouwen en wonen. Met deze regeling is er meer aandacht voor de energiezuinigheid van het casco en is er minder ruimte voor minder zuinigere woningen. Dat leidt tot een toename van de regels en de kans is reëel dat de initiële bouwkosten stijgen. Daar staat tegenover dat het gebruikscomfort toeneemt. Bovendien kan een huis dat voldoet aan BENG een hogere marktwaarde hebben.

Voorkomen van temperatuuroverschrijding

Vanwege de optimale isolatie in woningen wordt het steeds belangrijker dat koeling en ventilatie in orde zijn. Om dat uitgangspunt in goede banen te leiden is tegelijk met BENG de indicator TO-juli van kracht geworden. Dat geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Hoe lager de uitkomst, hoe lager het risico. Het gebouwontwerp, ligging ten opzichte van de zon en materiaalgebruik hebben invloed op TO-juli. Remeha kan hierbij ook een rol spelen. Met een Remeha warmtepomp met koeling voldoet de woning aan de TO-juli grens. Grondgekoppelde warmtepompen zijn bovendien gunstig voor BENG 2 en 3. Een keuze voor luchtwater warmtepompen betekent dat het mogelijke extra verbruik van de koeling gecompenseerd moeten worden door extra zonnepanelen.

 

Wat doet Remeha?

Bij BENG draait het dus om het verminderen van de energiebehoefte van woningen, beperking van gebruik van fossiele energie en het gebruiken van hernieuwbare energie. Op welke manier ondersteunt Remeha je bij het realiseren van BENG? Natuurlijk voldoen alle Remeha all-electric warmtepompen aan de nieuwe regelgeving. Dat is bovendien vastgelegd in kwaliteitsverklaringen. Daarnaast zijn de producten goed vindbaar in BENG-softwarepakketten zodat de toepassing van Remeha producten soepel verloopt. De warmtepompen van Remeha die actief koelen, dragen bij aan de beperking van het risico op temperatuuroverschrijding. En vanzelfsprekend ondersteunt Remeha zijn relaties altijd met maatwerkadvies.

Van product tot regie

Wat kunnen we op dit moment doen? All-electric warmtepompen van Remeha dragen nadrukkelijk bij aan het realiseren van BENG. De precieze rol is afhankelijk van de situatie en andere specifieke aspecten van de nieuwbouw. Naast innovatieve producten en doordachte oplossingen hebben we specialisten die adviseren, werk uit handen nemen en zelfs de regie rondom het realiseren van BENG als het gaat om de aspecten verwarming en koeling volledig kunnen overnemen. Alleen samen behalen we de meest optimale resultaten.

 

Webinar BENG en TO-juli 16 september

Wil je meer weten over BENG? Schrijf je dan in voor het BENG en TO-juli webinar op 16 september: https://control.yourwebinar.nl/webinars/subscribe/ytobud/

 

Energiebesparende verbouwingen, hoe doe je dat?

Energielabel regels

Energielabel

Indien u een bedrijfspand wilt verhuren of verkopen is een energielabel vaak verplicht! Het zakelijke energielabel informeert een koper of huurder over het energieverbruik van bedrijfs-onroerend goed. Daarnaast geeft dit label de mogelijke energiebesparende maatregelen weer. Een energielabel is 10 jaar geldig en worden afgegeven door BRL- gecertificeerde energieadviseurs. Gebouwen waar mogelijk een energielabel geëist wordt zijn scholen, horeca, sporthallen, ziekenhuizen, horecapanden, kantoorpanden, winkelruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Energiebesparende verbouwingen bedrijfspanden

Energiemanagement

Natuurlijk wilt u een zo duurzaam mogelijk bedrijfspand. Maar wat kost het en wat zijn de energiebesparende voordelen? Naast dat de bewustwording van de gebruiker belangrijk is, kan de eigenaar van het bedrijfspand veel duurzame maatregelen nemen. De drie grootste energieverbruikers zijn verwarming, ventilatie en verlichting. Het is logisch dat wanneer u de gloeilampen vervangt door spaarlampen en tochtstrips aanbrengt op de deuren u een besparing zult doen. Maar zowel uw bedrijfspand als de aanwezige apparatuur en installaties hebben de grootste invloed op uw energieverbruik. Het is dan ook raadzaam om voor de energiebesparende mogelijkheden binnen deze systemen advies in te winnen bij gespecialiseerde bedrijven.

EIA (Energie investeringsaftrek)

Bij nieuwbouw of renovatie van een bedrijfspand is vaak subsidie mogelijk. Naast lokale subsidies zijn er ook landelijke subsidieregelingen en de fiscale maatregelen. Deze zijn beschreven op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Zie bijvoorbeeld een overzicht van de nieuwste bepalingen bij duurzame verbouwingen. Energiebesparende verbouwingen bedrijfspanden

Wil je meer weten over energie besparende verbouwingen? Lees hier meer!

Lees hier zo hoe duurzame energiesystemen kansen bieden voor Nederlandse vastgoed professionals.

Installatiearchitect de designers van slimme gebouwen

Wat gebouwen slim maakt? Installaties die op elkaar afgestemd zijn. En eenvoudige -desgewenst geautomatiseerde- bediening. Een open platform waar alle elementen samenkomen, maakt het geheel af. Zo hoeven gebouwbeheerders geen keuze te maken voor één specifiek merk, maar kunnen ze kiezen uit de producten van de diverse fabrikanten. Het resultaat? Energiebesparende en comfortabele gebouwen om in te werken, te leren, te genezen of te wonen. We praten erover met Barry Gaal en Roald de Jong, respectievelijk eigenaar en MT-lid van Elektropartners.

Elektropartners laat zich misschien wel het beste omschrijven als installatie-architect. Het bedrijf uit Heerhugowaard realiseert installatietechnische ontwerpen die -eenmaal uitgevoerd- zorgen voor een optimaal functioneren van het betreffende gebouw. Uiteraard volledig toegespitst op de functie. Dat geldt voor utiliteitsgebouwen als ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen, maar ook voor kantooromgevingen en woningbouw.

 

Het is geen geheim dat de meeste ontwikkeling in installaties zit.

 

Alles in hetzelfde gebouwbeheersysteem

‘Slimme technologie staat centraal. In ons eigen huis, maar ook daarbuiten,’ vangt Barry aan. ‘Er zijn ongelooflijk veel merken op de markt. Om de apparatuur van deze merken optimaal met elkaar te laten samenwerken, koppelen wij deze aan het open platform van KNX. Gebruikers besturen via dit gebouwbeheersysteem eenvoudig alle apparatuur aan: werktuigbouwkundige installaties, zonwering, speakers, verlichting, elektrische sloten enzovoort. Natuurlijk hebben we ook ons eigen pand slim gemaakt. In ons all electric onderkomen openen we de deur met een tag, ontkoppelen op dezelfde manier het alarm en hebben ons gebouw zo ingericht dat licht, verwarming en ventilatie hierop reageren.’ Uit de woorden van de nuchtere directeur van Elektropartners zou je kunnen opmaken dat de integratie van systemen in gebouwen relatief gemakkelijk is. Maar dat het bepaald geen abc’tje is, blijkt uit het feit dat er in de regio waarin Elektropartners opereert slechts enkele bedrijven zijn die deze expertise in huis hebben. Sterker nog, de Vue bioscopen in Alkmaar, Eindhoven en Heerhugowaard klopten bij de Heerhugowaardse onderneming aan voor de realisatie van de eerste Dolby cinemazalen van Europa.

 

BENG realiseer je niet met stenen

Roald vult aan: ‘In de nieuwbouw is BENG een leidende factor, ook in de utiliteit. En een Bijna Energieneutraal Gebouw realiseer je niet alleen met stenen en isolatiemaatregelen. Daar zijn ook installaties voor nodig, denk aan zonnepanelen, warmteterugwin-installaties en oplossingen als zonneboilers. Door deze installaties op elkaar af te stemmen -door bijvoorbeeld overtollige zonne-energie in te zetten voor warmte in warmtepompboilers- geef je verduurzaming en besparing een extra boost.’

‘Om deze ontwikkeling -ik doel op verduurzamingextra kracht bij te zetten, maken we tevens gebruik van LoRaWan, een langeafstands laag frequentieprotocol. LoRa maakt het mogelijk om data tussen verschillende objecten uit te wisselen. Wij zetten LoRa onder meer in voor de monitoring van energieverbruik. Een hoofdmeter meet alleen bulkverbruik, middels sensoren in stickervorm kunnen we verbruik per installatie uitlezen. Met dit systeem is het tevens mogelijk om waterverbruik te monitoren en ook het meten van temperatuur in de waterleiding behoort tot de mogelijkheden. Zo monitoren we mogelijke gunstige situaties voor het ontstaan van legionella in de leidingen. De gebouwbeheerder krijgt automatisch het signaal om de leidingen door te spoelen.’

 

Kostenreductie in gebouwbeheer

Elektropartners loopt overduidelijk ver vooruit in het toepassen en koppelen van slimme oplossingen, maar het bedrijf is er ook voor eenvoudiger opdrachten als het uitlezen van cv-ketels. Door ketels 24/7 te monitoren, wordt verbruik inzichtelijk en worden storingen door preventief handelen voorkomen. Dat Elektropartners steeds vaker wordt gevraagd aan de voorkant mee te denken, heeft alles met de opgebouwde kennis en kunde te maken. ‘Wij zijn dag-in-dag-uit bezig met het bedenken van nieuwe oplossingen en weten precies wat er te koop is,’ vertelt Roald. ‘En dat wordt opgemerkt. Ook door grote partijen als Univé, VUE, Bejo Zaden, Vezet en de populaire muziekhal in Amsterdam.’

Bouwteampartner

‘Het is geen geheim dat de meeste ontwikkeling in installaties zit. Daarom worden we steeds vaker gevraagd om deel te nemen aan bouwteams,’ valt Barry bij. ‘Het helpt ons begrijpen hoe een eindgebruiker een gebouw wil gebruiken, dat zie je namelijk onvoldoende in het ontwerp. Op het moment dat wij aan tafel komen, is de opdrachtgever zeker van de meeste innovatieve oplossingen voor zijn project en hiermee van een slimmer gebouw. Gelukkig raken ook steeds meer aannemers hiervan overtuigd. Door de traditionele hiërarchie los te laten, lukt het ons een slimmer gebouw te realiseren tegen dezelfde en vaak zelfs lagere kosten. Bovendien stelt het ons in staat partner te worden van een gebouweigenaar. En dat is waar we graag naartoe willen. Met meerjarenonderhoudsplannen -MJOP’s- kunnen we de continuïteit van de installaties waarborgen en het complete systeem blijvend optimaliseren. Nee, dat betekent niet dat een gebouweigenaar nooit meer gebruik kan maken van de expertise van een andere elektropartner. We werken uitsluitend met open platforms waar andere kundige bedrijven ook mee uit de voeten kunnen.’

Over Elektropartners

Elektropartners werd in 1962 opgericht. René Gaal, de vader van eigenaar Barry, nam het bedrijf in 1987 over. Toen Barry in 2004 werd gevraagd toe te treden tot het bedrijf, twijfelde hij geen moment. Maar hij wil wel zaken veranderen. Toen hij een jaar later het bedrijf overnam, voegde hij de daad bij het woord. Het bedrijf werd opgeschud en opgefrist en de bedrijfsprocessen werden kritisch onder de loep genomen. Het bedrijf is gegroeid van 30 mensen naar 100 mensen en hebben alle expertises in eigen huis. Het resulteerde in een gezond bedrijf onder leiding van een managementteam én de oprichting van zusterbedrijven Protectiepartners en Domoticapartners.

 

Klik hier voor meer informatie over Elektropartners

Lees hier meer een artikel over installaties en defensie

 

EPBD III -keuring: De ins en outs van de nieuwe keuring

PGGM project Strukton Worksphere

Op 10 maart jl. werd de EPBD III-keuring opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Hiermee zijn inspecties van aircosystemen van 70 tot 290 kW verplicht (in de EPBD II-keuring gold dit voor installaties van 12 tot 290 kW). Nieuw in de EPBD III-keuring is de verplichting voor de keuring van verwarmingssystemen. Ook voor deze systemen geldt een ondergrens van 70 en een bovengrens van 290 kW zoals bij de EPBD III . De keuringen moeten naast een keuringsrapport ook leiden tot een advies voor de kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie van het gebouw.

Officieel is de keuring vanaf 10 maart 2020 verplicht en is deze beschreven in het Bouwbesluit 2012 wijziging van 6 maart 2020. Er is echter nog geen keuring voor verwarmingssystemen beschikbaar. SCIOS brengt daar verandering in: zij ontwikkelt op verzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een keuring voor de verwarmingssystemen. Hiervoor krijgen zij twee jaar de tijd. We spreken SCIOS bestuursvoorzitter Arie Krijgsman.

Keuring in ontwikkeling

“Het is complexe materie. De in ontwikkeling zijnde keuring betreft niet alleen de warmtebron, maar ook het systeem voor warmteafgifte, de daaraan gekoppelde regelsystemen en de bepaling van de warmtebehoefte van het gebouw. En wanneer het verwarmingssysteem is gekoppeld met een ventilatiesysteem, dient ook dit systeem gekeurd te worden. Er geldt een praktische bovengrens van 290 kW. Per 1 januari 2026 moeten namelijk installaties met een nominaal vermogen groter dan 290 kW zijn voorzien van een gebouwautomatisering en -controlesysteem (GACS). Hiermee vervalt de keuringsplicht. Dit geldt overigens ook wanneer er een dergelijk controlesysteem aanwezig is in gebouwen waar het nominale vermogen van de installaties kleiner is dan 290 kW. Gebouwen waarvoor een energieprestatiecontract is afgesloten, worden ook vrijgesteld van de keuringsverplichting.”

Aanvullende verplichting

En dan is het nog niet gedaan met de complexiteit. Ook de verplichte keuring van stookinstallaties vanuit het Activiteitenbesluit blijft van kracht. Dat betekent dat eigenaren van stookinstallaties met een vermogen vanaf 100 kW (of 20 kW wanneer een stookinstallaties wordt gestookt op een vloeibare of vaste brandstof) verplicht zijn inspecties te laten uitvoeren op veiligheid, energieverbruik en emissie van de installaties. Daar komt dus straks de aanvullende keuring van het verwarmingssysteem van gebouwen, gericht op de energieprestatie, bovenop. “In ons overleg met BZK is afgesproken dat er wordt gestreefd naar een gecombineerde keuring van de stookinstallatie en het verwarmingssysteem, zodat een optimale efficiëntie wordt bereikt. Samenvattend betekent dit dat gebouweigenaren de in het Bouwbesluit verplicht gestelde keuring vanaf 2020 moeten laten uitvoeren. Omdat eerst per 2022 deze keuring beschikbaar is, kan gedurende de overgangsperiode met een SCIOS scope 1 of 2 keuring aan deze verplichting worden voldaan. De nieuwe EPBD-keuring van het verwarmingssystemen moet dan uiterlijk vier jaar later worden uitgevoerd.”

Handhaving

Genoemde keuringen vallen onder het overheidstoezicht. Dat betekent dat de overheid, in dit geval op gemeenteniveau, gaat controleren of gebouwbeheerders hun inspecties hebben laten uitvoeren. Om gemeenten bij de handhaving te ondersteunen, komt er een afmeldregister voor de keuring van airconditionings‑ en verwarmingssystemen, net zoals dat al bestaat voor stookinstallaties. De handhaving bestaat uit controles op afgemelde keuringen. Handhavers gebruiken data uit de registers bij het uitvoeren van analyses waarop het toezicht wordt gebaseerd. Een extra reden voor gebouwbeheerders om scherp te zijn op de verplichte inspecties.

Over SCIOS

De Stichting SCIOS is eigenaar van en beheert het kwaliteitsmanagementsysteem voor inspectie en onderhoud van technische installaties. De certificatieregeling bestaat uit de deelregelingen Stookinstallaties, Elektrisch materieel en Explosieveilige installaties (ATEX). Installateurs en inspectiebedrijven die conform de SCIOS-certificeringsregeling zijn gecertificeerd, voeren onderhouds- en inspectiewerkzaamheden aan stookinstallaties uit die moeten voldoen aan de wet (het Activiteitenbesluit, vallend onder de Milieuwet) met betrekking tot rendement, veiligheid, milieubelasting.

Meer informatie over de inspecties:

 

 

Lees hier over een andere keuring, de NEN 3140, voor u vastgoed.

 

Direct inzicht in wat duurzaamheid oplevert met de Duurzaam Verdienen Tool

Met het juiste inzicht organiseer je je eigen verduurzaming

Je wilt best verduurzamen, maar waar moet je beginnen? Is het noodzakelijk om meteen met een totaalaanpak op basis van uitgebreide rapportages te beginnen? Zeker niet! De meeste eigenaren of beheerders van utiliteitsgebouwen kunnen hun eigen inzichten creëren en op basis daarvan logische en haalbare stappen zetten. Dat zegt Roel Wever die met het bedrijf CFP Green Buildings voor Remeha de Duurzaam Verdienen Tool ontwikkelde.

“Zodra een eigenaar, gebruiker of beheerder met verduurzaming aan de slag wil, is inzicht in je uitgangspositie het eerste wat je nodig hebt. Dat lijkt misschien lastig, maar het is in de meeste situaties minder complex dan je denkt”, vertelt Roel Wever, partner bij CFP. “In de afgelopen 15 jaar hebben wij met onze consultants zo’n 20.000 gebouwen van binnen en van buiten energetisch onderzocht en deze ervaringen in online tools verwerkt. Vervolgens koppelen we die informatie met de basisinformatie uit het register van het Kadaster, de informatie van het agentschap dat alle energielabels registreert en met nog enkele databases. Al die informatie hebben we samengebracht in één centrale database waarmee wij nu eigenlijk van elk type gebouw weten wat de energetische prestatie is.”

Ontsluiten van informatie

Het ontsluiten van die database visualiseert CFP via de Duurzaam Verdienen Tool. De gebouweigenaar kan alle informatie uit deze database halen. Dezelfde database vormt ook de basis voor de Duurzaam Verdienen Portfolio, eenzelfde online tool waarmee installateurs de volledige portfolio van meerdere objecten kunnen beheren. “Het enige dat de gebruiker, eigenaar of installateur hoeft te doen is de postcode en het huisnummer van het object invoeren. De tool maakt op basis daarvan een profiel van het gebouw, de huidige energetische prestatie, én de maatregelen die de eigenaar kan nemen.” CFP gebruikt de tool ook voor haar eigen klanten, maar helpt dus ook een grote marktpartij als Remeha om het hulpmiddel voor hun klanten in te zetten. “Juist bij een leverancier als Remeha passen deze tools bijzonder goed, omdat zij zelf veel van de oplossingen aanbieden waarmee gebouweigenaren kunnen verduurzamen. Het samenstellen van de lijst met maatregelen doet de tool in principe leverancier- en technologie-onafhankelijk. Dat wil zeggen dat hij een duidelijk overzicht presenteert met alle maatregelen die men kan nemen. Daarbij toont hij ook een beeld van de kosten en de terugverdientijden. Voor Remeha hebben we er tevens voor gezorgd dat hun specifieke producten ook in een eventueel uiteindelijk advies terug te zien zijn.”

 

Veel diverse maatregelen

De diversiteit van de maatregelen die gebouweigenaren en installateurs met deze tool te zien krijgen, is erg groot. Vanzelfsprekend is dit afhankelijk van de staat waarin het gebouw verkeert, maar eventueel ook van de maatregelen die de eigenaar al zelf heeft uitgevoerd. “Wij baseren onze suggesties op veel input. Een belangrijk uitgangspunt zijn in het algemeen de bouwvoorschriften die golden ten tijde van de bouw van een pand. Maar natuurlijk kan een eigenaar al verbouwingen en verbeteringen hebben doorgevoerd. Die zijn vaak niet bekend, en in dat geval kan de eigenaar die verbeteringen eenvoudig in de Duurzaam Verdienen Tool invullen, waarna deze maatregelen in de voorstellen worden verwerkt.”

Met een voorbeeldproject laat Wever zien hoe de tool werkt en wat de gebruiker te zien krijgt. “De beginpagina toont meteen een overzicht met de potentiële, jaarlijkse besparing en de meerinvestering die dit vergt, ten opzichte van conventionele vervanging. Ook de terugverdientijd en de jaarlijkse CO2-reductie van de maatregelen is in dit overzicht te zien. Vervolgens is er ook een top 5 van meest besparende maatregelen te vinden op deze pagina. Wie verder in de tool duikt, komt op een pagina met alle maatregelen die mogelijk zijn.”

Gedetailleerd overzicht

Wie de complete lijst in de tool erbij pakt, ziet dat de gebouweigenaar een gedetailleerd overzicht krijgt. Dat overzicht bestaat uit verschillende scenario’s:

  • Een lijst met alle, potentiële maatregelen;
  • Geplande maatregelen;
  • Maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder;
  • Maatregelen die het meeste bijdragen aan verbetering van het energielabel;
  • Maatregelen met de grootste CO2-reductie;
  • Maatregelen die wettelijk erkend zijn.

Achter elke maatregel kan de eigenaar zelf de status aangeven: gepland, uitgevoerd of out-of-scope. Die status wordt dan in de overzichten en in de lijsten verwerkt. Tevens geeft de lijst aan wat de impact op het energielabel is, en of de investering door de eigenaar of de huurder moet worden gedaan.

“Het grootste voordeel van deze tool is dat hij een overzichtelijke routekaart biedt; een eigenaar of belegger ziet meteen wat de zinvolle maatregelen zijn en kan deze inplannen op natuurlijke vervangingsmomenten. Iedereen die zijn gebouw wil verduurzamen heeft met deze tool een goede leidraad om maatregelen te nemen die de meeste impact hebben als ze hun gebouw zo zuinig mogelijk willen maken. Je zit zelf letterlijk aan de knoppen van je eigen verduurzamingsproject. Dat maakt ook dat veel mensen enthousiast worden en uiteindelijk steeds fanatieker bezig zijn met de verduurzaming van hun gebouw”, besluit Wever.

Installateur en eigenaar; iedereen kan zijn portfolio managen

“De belangrijkste meerwaarde van de tools die wij bieden, is dat zowel vastgoedeigenaren als installateurs op een laagdrempelige wijze met verduurzaming aan de slag kunnen.”, zegt Jeroen de Vries, commercieel operations manager bij Remeha.

“Met de Duurzaam Verdienen Tool helpen we vooral de vastgoedeigenaar en -gebruiker om het inzicht te vergroten en zelf te bepalen welke stappen hij op welk moment haalbaar en wenselijk vindt. Tegelijkertijd bieden we met de Duurzaam Verdienen Portfolio ook aan de installateur een handig hulpmiddel. Met de Duurzaam Verdienen Portfolio kan elke installateur de objecten van meerdere klanten invoeren en opslaan. Vervolgens kan hij zo de potentiële verduurzaming van al die projecten in beeld brengen maar ook de voortgang ervan bewaken. Hij kan zijn klanten niet alleen attenderen en adviseren, maar ook in de gaten houden of en wanneer bepaalde investeringen bij natuurlijke vervangingsmomenten het meest zinvol zijn.”

 

Eén of meerdere objecten

De beide tools zijn via aparte URL’s benaderbaar, maar de werking en de functionaliteiten zijn in belangrijke mate hetzelfde. Het belangrijkste verschil is dat een eigenaar meestal een of een paar objecten invoert en beheert en dat een installateur dat voor de projectlocaties waarvan hij het onderhoud in beheer heeft kan doen. “Je merkt aan alles dat de markt om verduurzamingsmaatregelen vraagt. Een potentiële bottleneck is het weten waar je moet beginnen. Wat is laaghangend fruit, welke maatregel heeft de meeste impact, welke acties verdien ik het snelste terug? Op al deze vragen kun je met de Tool en de Portfolio snel en eenvoudig een antwoord formuleren”, vertelt De Vries.

 

 

Gestructureerd verduurzamen: met Condor een fluitje van een cent

Condor biedt een integrale werkomgeving waarin vastgoedbeheerders en verantwoordelijken voor beheer en onderhoud kunnen samenwerken. Zo kan een MJOP eenvoudig worden opgesteld en kan de uitvoerder realtime meldingen ontvangen en de onderhoudsstatus wijzigen. Dit heeft als voordeel dat Condor-gebruikers altijd inzicht hebben in de conditie van hun vastgoed en het beheren van contracten met leveranciers en onderhoudspartijen vereenvoudigd wordt. Bovendien is er continu zicht op de mate waarin men voldoet aan wet- en regelgeving en geeft Condor een realistisch beeld van de voortgang en status van verduurzaming van vastgoed. We gingen in gesprek met Maarten Vlasveld, Commercieel Manager bij Condor.

Welke invalshoek je ook kiest: inzicht, planning en verantwoording zijn onmisbaar in het gestructureerd laten verlopen van een verduurzamingstraject. En laat dat nou precies zijn waar Condor meerwaarde biedt

‘Het thema duurzaamheid gaat in de vastgoedwereld dagelijks over de tong en er zijn talloze invalshoeken. Ik noem de Erkende Maatregelenlijsten Energiebesparing, maar ook de ambities in het realiseren van gasloze gebouwen, circulariteit en CO2-neutraliteit. Welke invalshoek je ook kiest: inzicht, planning en verantwoording zijn onmisbaar in het gestructureerd laten verlopen van een verduurzamingstraject. En laat dat nou precies zijn waar Condor meerwaarde biedt.’

Stap 1: inzicht

‘Inzicht is noodzakelijk om vast te kunnen stellen welk verbeterpotentieel aanwezig is, maar ook om in een later stadium te kunnen meten wat het resultaat van de maatregelen is. Start bij het inzichtelijk maken van wat er is. In Condor noemen we dit een gebouwenpaspoort. Welke materialen zijn toegepast en in welke omvang? Wordt er gas gebruikt in een gebouw en, zo ja, hoeveel? En wat is het energielabel van gebouwgebonden installaties? Functioneren ze optimaal? Wat is er bekend over de bezetting van het gebouw en terrein? De eerste belangrijke stap in het gestructureerd verduurzamen, is het creëren van inzicht in de impact van assets op de omgeving.’

Stap 2: plannen

‘Zodra je inzicht hebt in de prestatie van een asset, wordt het mogelijk om hierin trends te ontdekken. Denk aan het energieverbruik over een bepaalde periode, een vergelijk van het energieverbruik van soortgelijke gebouwen of het gebruik van bepaalde materialen. Dit inzicht is noodzakelijk om te kunnen bepalen welke maatregelen je moet nemen om
te voldoen aan wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld aan de verplichting om te voldoen aan (minimaal) energielabel C per 1 januari 2023, of aan de ‘Erkende Maatregelenlijsten Energiebesparing’ waarin is vastgelegd dat organisaties die een terugverdienperiode van maximaal vijf jaar tegemoetzien, deze maatregelen moeten doorvoeren. Door kosten voor deze maatregelen langs dezelfde lat te leggen, wordt het in een later stadium mogelijk om de effecten inzichtelijk te maken en deze kosten te verantwoorden.’ Optimalisatie is mogelijk door de informatie te bundelen in een MJOP of een DMJOP. Voor installaties kan worden gekeken naar logische vervangmomenten, bijvoorbeeld bij het naderen van het einde van de levensduur.

Stap 3: verantwoorden en terugkoppelen

‘Met het verworven inzicht en de gerealiseerde maatregelen kun je de effecten van de maatregelen monitoren. Zo is het mogelijk verantwoording af te leggen over de effectiviteit van investeringen en aan te kunnen tonen in hoeverre de verduurzamingsdoelstellingen worden behaald. De laatste stap in het continu verbeteren, is het bijsturen van het beheer en onderhoud. Denk hierbij ook aan het herijken van doelstellingen. Direct van het gas af is voor negen van de tien beheerders geen optie, maar dat kan wel een relevante doelstelling zijn op de langere termijn.’

 

 

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Muren van kalk en hennep, cementloos beton en energieopslag via een basaltbatterij: Ecodorp Boekel biedt een kijkje in de toekomst van het bouwen. Maar deze innovaties hebben een keerzijde, want ze zijn moeilijk te financieren. Een samenwerking met verzekeraar Achmea biedt via Centraal Beheer uitkomst aan de verzekeringskant. “Achmea wil niet alleen goed doen voor de klanten en het bedrijf, maar ook wat goed is voor de maatschappij.”

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp.

Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen.

Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp.

Innovaties in een duurzame woonwijk

Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente.

Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt.

 

Circulaire economie

Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken.

Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden.

Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling.

Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.”

‘Elke innovatie is een risico’

Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden.

Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.”

Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.”

 

Het effect van een mandarijnenschil

Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos.

Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar.

Het voordeel van vroeg instappen

“Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.”

Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.”

Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten.

“De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.”