Gestructureerd verduurzamen: met Condor een fluitje van een cent

Condor biedt een integrale werkomgeving waarin vastgoedbeheerders en verantwoordelijken voor beheer en onderhoud kunnen samenwerken. Zo kan een MJOP eenvoudig worden opgesteld en kan de uitvoerder realtime meldingen ontvangen en de onderhoudsstatus wijzigen. Dit heeft als voordeel dat Condor-gebruikers altijd inzicht hebben in de conditie van hun vastgoed en het beheren van contracten met leveranciers en onderhoudspartijen vereenvoudigd wordt. Bovendien is er continu zicht op de mate waarin men voldoet aan wet- en regelgeving en geeft Condor een realistisch beeld van de voortgang en status van verduurzaming van vastgoed. We gingen in gesprek met Maarten Vlasveld, Commercieel Manager bij Condor.

Welke invalshoek je ook kiest: inzicht, planning en verantwoording zijn onmisbaar in het gestructureerd laten verlopen van een verduurzamingstraject. En laat dat nou precies zijn waar Condor meerwaarde biedt

‘Het thema duurzaamheid gaat in de vastgoedwereld dagelijks over de tong en er zijn talloze invalshoeken. Ik noem de Erkende Maatregelenlijsten Energiebesparing, maar ook de ambities in het realiseren van gasloze gebouwen, circulariteit en CO2-neutraliteit. Welke invalshoek je ook kiest: inzicht, planning en verantwoording zijn onmisbaar in het gestructureerd laten verlopen van een verduurzamingstraject. En laat dat nou precies zijn waar Condor meerwaarde biedt.’

Stap 1: inzicht

‘Inzicht is noodzakelijk om vast te kunnen stellen welk verbeterpotentieel aanwezig is, maar ook om in een later stadium te kunnen meten wat het resultaat van de maatregelen is. Start bij het inzichtelijk maken van wat er is. In Condor noemen we dit een gebouwenpaspoort. Welke materialen zijn toegepast en in welke omvang? Wordt er gas gebruikt in een gebouw en, zo ja, hoeveel? En wat is het energielabel van gebouwgebonden installaties? Functioneren ze optimaal? Wat is er bekend over de bezetting van het gebouw en terrein? De eerste belangrijke stap in het gestructureerd verduurzamen, is het creëren van inzicht in de impact van assets op de omgeving.’

Stap 2: plannen

‘Zodra je inzicht hebt in de prestatie van een asset, wordt het mogelijk om hierin trends te ontdekken. Denk aan het energieverbruik over een bepaalde periode, een vergelijk van het energieverbruik van soortgelijke gebouwen of het gebruik van bepaalde materialen. Dit inzicht is noodzakelijk om te kunnen bepalen welke maatregelen je moet nemen om
te voldoen aan wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld aan de verplichting om te voldoen aan (minimaal) energielabel C per 1 januari 2023, of aan de ‘Erkende Maatregelenlijsten Energiebesparing’ waarin is vastgelegd dat organisaties die een terugverdienperiode van maximaal vijf jaar tegemoetzien, deze maatregelen moeten doorvoeren. Door kosten voor deze maatregelen langs dezelfde lat te leggen, wordt het in een later stadium mogelijk om de effecten inzichtelijk te maken en deze kosten te verantwoorden.’ Optimalisatie is mogelijk door de informatie te bundelen in een MJOP of een DMJOP. Voor installaties kan worden gekeken naar logische vervangmomenten, bijvoorbeeld bij het naderen van het einde van de levensduur.

Stap 3: verantwoorden en terugkoppelen

‘Met het verworven inzicht en de gerealiseerde maatregelen kun je de effecten van de maatregelen monitoren. Zo is het mogelijk verantwoording af te leggen over de effectiviteit van investeringen en aan te kunnen tonen in hoeverre de verduurzamingsdoelstellingen worden behaald. De laatste stap in het continu verbeteren, is het bijsturen van het beheer en onderhoud. Denk hierbij ook aan het herijken van doelstellingen. Direct van het gas af is voor negen van de tien beheerders geen optie, maar dat kan wel een relevante doelstelling zijn op de langere termijn.’

 

 

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Muren van kalk en hennep, cementloos beton en energieopslag via een basaltbatterij: Ecodorp Boekel biedt een kijkje in de toekomst van het bouwen. Maar deze innovaties hebben een keerzijde, want ze zijn moeilijk te financieren. Een samenwerking met verzekeraar Achmea biedt via Centraal Beheer uitkomst aan de verzekeringskant. “Achmea wil niet alleen goed doen voor de klanten en het bedrijf, maar ook wat goed is voor de maatschappij.”

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp.

Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen.

Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp.

Innovaties in een duurzame woonwijk

Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente.

Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt.

 

Circulaire economie

Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken.

Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden.

Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling.

Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.”

‘Elke innovatie is een risico’

Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden.

Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.”

Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.”

 

Het effect van een mandarijnenschil

Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos.

Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar.

Het voordeel van vroeg instappen

“Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.”

Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.”

Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten.

“De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.”

DGBC en TVVL lanceren gezamenlijke benchmarktool voor CO₂-reductie

Op WEii.nl is het nu mogelijk gebouwen eenvoudig en snel te beoordelen op het werkelijke energiegebruik. WEii staat voor Werkelijke Energie intensiteit indicator en maakt op een uniforme wijze inzichtelijk wat een gebouw per vierkante meter per jaar aan energie gebruikt. Gebouweigenaren en -gebruikers krijgen daardoor direct inzicht in de werkelijke energieprestaties van hun pand in relatie tot gelijkwaardige panden in hun sector, in plaats van een theoretisch inzicht. Daarnaast ontstaat direct een beeld van hoe ver ze verwijderd zijn van de Parijse klimaatdoelstellingen of zelfs een energieneutraal gebouw.

De basis van de nieuwe tool vormt een breed gedragen, uniforme rekenmethode. WEii is een betrouwbare indicator voor de energie-efficiënte van een gebouw, omdat WEii op een gestandaardiseerde, objectieve wijze wordt vastgesteld. Een gebouw wordt beoordeeld op wat er op de energiemeter staat en niet wat het in theorie aan energie zou kunnen gebruiken. Daarmee levert WEii een grote bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelen van Parijs. Door het werkelijke energiegebruik inzichtelijk te maken, is het beter mogelijk om daarop te besparen. Energiebesparende maatregelen zijn dan ook direct terug te zien in de WEii van een gebouw, het werkelijke gebruik loopt terug en dat is terug te zien op de energiemeter.

Klimaatakkoord

De ambitie van het Klimaatakkoord is een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% ten opzichte van 1990. Voor utiliteitsgebouwen wordt voor het realiseren van deze doelstelling vooral ingezet op het vaststellen van een wettelijke eindnorm voor de energetische kwaliteit van gebouwen in 2050. Daarom moet bijvoorbeeld nieuwbouw voldoen aan de BENG-norm, die is vastgesteld aan de hand van de methode NTA 8800. In de praktijk blijkt er echter een mismatch te zijn tussen het werkelijke energiegebruik van gebouwen en het energiegebruik dat verwacht wordt op basis van een theoretische berekening. WEii is dan ook, in tegenstelling tot BENG, ontwikkeld om wel inzicht te geven op de werkelijke energie-intensiteit van gebouwen.

Voor en door de markt

WEii is een initiatief van DGBC en TVVL. Beide organisaties zijn overtuigd van het belang van meten op werkelijk energiegebruik. En ze werken dan ook al volgens dat principe: DGBC introduceerde in 2017 de Paris Proof-aanpak en TVVL is de initiator van WENG (Werkelijk EnergieNeutraal Gebouw). Die twee doelstellingen voor gebouwen zijn nu verwerkt tot scores op de WEii-ladder, die loopt van heel onzuinig via Paris Proof tot WENG.

WEii is ontwikkeld voor en door de markt. Diverse overheidsinstanties en gezaghebbende marktpartijen hebben de afgelopen jaren in allerlei vormen meegewerkt aan de ontwikkeling van de rekenmethode, van TNO tot E-Nolis en van DWA tot het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast is er voor de methode al interesse onder handhavers. Bijvoorbeeld omgevingsdiensten kunnen WEii gebruiken om de energieprestaties van gebouwen snel en correct in beeld te brengen en daarop te handhaven.

 

Eenvoudig en laagdrempelig

Martin Mooij is als programmamanager namens DGBC bij de ontwikkeling van WEii betrokken. Hij ziet grote kansen als het gaat om de toepasbaarheid van de tool. “Het is echt eenvoudig, je hoeft geen techneut te zijn om dit in te vullen.” Dat is volgens hem van groot belang, omdat de energietransitie ‘voor iedereen begrijpelijk moet zijn’. Daarom blijft hij ook hameren op het meten op het werkelijke energiegebruik: “Het is toch niet meer uit te leggen dat een gebouw een goed energielabel heeft, maar toch te veel energie gebruikt. Het theoretische en gebruik in de praktijk is met WEii direct terug te brengen tot één eenheid: het werkelijke energiegebruik.”

Veel kennis

John Lens, directeur van TVVL, is het eens met de woorden van Martin Mooij. “Al een aantal jaar is werkelijk energiegebruik een thema bij TVVL. Daarom hebben we al veel sessies, presentaties en discussies georganiseerd rondom dit thema waar zowel leden als niet-leden bij betrokken zijn geweest. Deze betrokken mensen leverden veel kennis waarmee het protocol is ontwikkeld. Die aanscherping, samen met inzichten van DGBC, maakt dat WEii voor iedereen toepasbaar is. Voor omgevingsdiensten, voor gebouwbeheerders, voor gebruikers, voor monitoringsbedrijven et cetera. Als je gaat rekenen voor nieuwbouw gebruik je BENG. Wanneer het gebouw al in gebruik is, toon je de BENG-doelen aan met WEii.”

Energie besparen met artificiële intelligentie

Als we naar de wereld om ons heen kijken, zien we steeds meer artificiële intelligentie (AI) in ons dagelijks leven. Sommigen vinden dat fantastisch, maar anderen kunnen er doodsbang van worden.

Artificiële intelligentie: nemen robots de wereld over?

Als mensen aan AI denken, komen er vaak als eerste rampzalige beelden bij hen op van zelfbewuste robots die de mensheid willen vernietigen en de wereld willen overnemen, net zoals in veel populaire films. Maar niets is minder waar.

Artificiële intelligentie is ontworpen om de menselijke manier van denken na te bootsen. AI‑software heeft dus het vermogen om zelfstandig te denken en te handelen. In de gebouwautomatisering betekent dit dat AI flink kan bijdragen aan het verbeteren van onderhoud, comfort en energiebesparing. Voor nu richten we ons op de vraag hoe AI kan helpen het energieverbruik van een gebouw terug te dringen.

Artificiële intelligentie, de redding voor de aarde

Groene energiebronnen op de aarde zijn een schaars goed. Daarom is het essentieel dat we energie op een slimme manier gebruiken en opslaan. Artificiële intelligentie is geknipt voor die taak. De technologie is zelflerend en werkt zelfstandig, zonder tussenkomst van mensen. Door integratie van AI in het gebouwbeheer kunt u uw gebouw ‘leren’ om zelf uit te zoeken wat de beste duurzame energiebronnen zijn om te gebruiken, op te slaan en op te wekken.

Het gebruik van AI in gebouwen is als het rijden in een zelfrijdende auto. U kiest uw bestemming. Vervolgens brengt de auto u daar zo snel en veilig mogelijk heen. Zo gaat dat ook met uw gebouw. U voert uw voorkeuren in het systeem in en het gebouw zoekt uit wat de beste duurzame energiebronnen zijn om te gebruiken.

 

Een perfect voorbeeld – Priva ECO

Priva ECO is een perfect voorbeeld van het gebruik van AI om het energieverbruik te verminderen. De software optimaliseert het comfortniveau in het gebouw en verlaagt tegelijkertijd het energieverbruik. Priva ECO is een volledig nieuwe softwaretool, als aanvulling op bestaande gebouwautomatiseringssystemen. Het is een cloudgebaseerde service die kan worden geïmplementeerd ongeacht uw leverancier.

Na de configuratie kijkt de intelligente software 24 uur vooruit, waarbij scenario’s worden berekend op basis van combinaties van gebeurtenissen die het waarschijnlijkst zijn. Zo leert de software over het gedrag van het gebouw en over de invloed van factoren zoals het veranderende aanbod van duurzame energiebronnen. En over weersomstandigheden, zoals buitenluchttemperatuur, zon en wind. Met deze informatie maakt de software vervolgens op een slimmere manier gebruik van klimaatinstallaties en beschikbare energiebronnen van het gebouw. Er worden hernieuwbare en duurzame energiebronnen gebruikt voordat andere bronnen worden geactiveerd. Dat kan een besparing op de energierekening opleveren van wel 25 procent. De software bestuurt de installaties zo dat het optimale klimaat wordt bewerkstelligd met zo min mogelijk energie. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de energieprijzen. Dat klinkt mooi, toch?

AI gaat dus niet de wereld overnemen en er is absoluut geen sprake van kwaadaardige robots. Integendeel, met zelflerende software kunt u energie besparen zonder er zelf actief mee bezig te zijn. We kunnen dus stellen dat u gewoon vanuit uw luie stoel een steentje kunt bijdragen aan het redden van de aarde. Bezoek de Priva ECO website De waarheid is dat technologie noch goed noch slecht is. Het hangt allemaal af van hoe je het gebruikt en waarvoor. AI kan een belangrijke rol spelen bij het optimaliseren van energiebesparingen. Voordat we daarop ingaan, bespreken we eerst wat AI precies is.

Dit is een blog van Priva

 

Rijksmuseum krijgt 5 sterren voor duurzaam beheer

Het Rijksmuseum heeft een BREEAM-NL In-Use duurzaamheidscertificaat ontvangen met een ‘outstanding’ beoordeling (5 sterren). Hiermee is het Rijksmuseum het eerste museum ter wereld dat voor het beheer van een bestaand gebouw de hoogste haalbare score krijgt.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: “Het is mooi dat het Rijksmuseum deze erkenning heeft gekregen, maar hiermee houdt het voor ons niet op. We zullen ons de komende jaren blijven inzetten om bij te dragen aan een duurzame wereld.”

Het Rijksmuseum krijgt deze beoordeling voor het onderdeel Beheer omdat het bijzonder hoog scoort op het beheer van water, energie en afval. In 2017 kreeg het Rijksmuseum ook als eerste museum ter wereld dat de kwalificatie ‘excellent’ (4 sterren) voor duurzaam beheer. Ook op de twee andere onderdelen, Asset en Gebruik, scoorde het Rijksmuseum hoger dan drie jaar geleden.

Reduceren

Dit jaar zal de nadruk liggen op het verder verminderen van het energieverbruik, het hergebruik van (regen)water, het verminderen van de hoeveelheid afval en het vergroten van het duurzaamheidsbewustzijn van de medewerkers. Het Rijksmuseum heeft de afgelopen jaren het energiegebruik fors teruggebracht. In het topjaar 2019 werd er bijvoorbeeld ruim 16% minder gas verstookt dan het jaar ervoor. In 2030 wil het Rijksmuseum volledig van het gas af zijn. De komende jaren streeft het museum ernaar het gebruik van energie jaarlijks met minimaal 2% te verminderen. Het waterverbruik per bezoeker is in 2019 met 13% afgenomen.

Overtollige warmte

Op dit moment wordt de warmte-koude opslag gekoppeld aan omliggende gebouwen van het museum. De overtollige warmte uit het hoofdgebouw kan daardoor worden gebruikt voor het verwarmen van deze panden.

 

Circulair

Het Rijksmuseum streeft ernaar zo veel mogelijk duurzame materialen in te kopen, die door onszelf of onze leveranciers kunnen worden hergebruikt. Tentoonstellingen maken we steeds meer circulair. Zo kregen vrijwel alle gebruikte materialen van Caravaggio-Bernini. Barok in Rome, van de stoffen op de wanden tot de vitrines, een tweede leven.

Tuinen

De tuinen van het Rijksmuseum spelen een grote rol in de verduurzaming. Ze zijn een groene oase in de stad, waarin steeds meer inheemse plantensoorten worden geplant. Samen met een ecologisch adviesbureau is onderzocht hoe we de tuin kunnen aanpassen om bedreigde diersoorten er meer kansen te geven. Daarom zijn er insectenhotels en vleermuiskasten opgehangen. Ook werden afgelopen jaar nestkasten geplaatst voor het paartje slechtvalken dat zich rondom het museum ophield.

Natuurbewustzijn

Om het natuurbewustzijn van kinderen te vergroten is een programma ontwikkeld over kleurstofhoudende planten. In de Teekenschool leren kinderen hoe er verf kan worden gemaakt uit de wortels, bladeren of bloemen van diverse plantensoorten die in de tuin groeien. Ook is afgelopen jaar in samenwerking met de gemeente Amsterdam gestart met het project 100 jaar Schooltuintjes. Kinderen van één Amsterdamse basisschool kweken onder professionele begeleiding groente, fruit en bloemen in de tuin van het Rijksmuseum. Dit project zal in 2021 worden voortgezet.

Internationale standaard

BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) is een internationale certificeringsmethode die wordt gebruikt in meer dan 80 landen. De methode is oorspronkelijk ontwikkeld door het Building Research Establishment (BRE). Dutch Green Building Council heeft de methode geschikt gemaakt voor Nederland. Vandaar BREEAM-NL. Er zijn vier keurmerken, één voor bestaande gebouwen, één voor nieuwbouw- en renovatieprojecten, één voor sloopprojecten en één voor complete gebieden. Het Rijksmuseum is beoordeeld met het keurmerk voor bestaande gebouwen (In-Use). Het onlangs opgeleverde nieuwe CollectieCentrum Nederland in Amersfoort waar het Rijksmuseum met drie partnerinstellingen een deel van de Rijkscollectie beheert, heeft voor het ontwerp de beoordeling ‘outstanding’ (BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie).

Podcast & video: Vattenfall laat ‘klimaatondernemers in vastgoed’ aan het woord

De bestaande bouw is verantwoordelijk voor 40% van het totale energieverbruik in Nederland. Om de doelen van het Parijse Klimaatakkoord te behalen, moet dat verbruik met twee derde omlaag. De vastgoedsector staat voor de uitdaging om te verduurzamen, maar: wat is de beste strategie? En hoe houdt u de kosten zo beheersbaar mogelijk?

Video ‘Klimaatondernemers in vastgoed’

Vattenfall heeft achter de schermen meegekeken bij twee woning­corporaties die het duurzaam ondernemen écht in de vingers hebben. En die het verduurzamen van woningen – en hun eigen kantoren – niet als een bedreiging zien, maar als een kans. Wassenaarsche Bouwstichting en Rijnhart Wonen zijn echte Klimaatondernemers. Wat is hun strategie? Voor welke maatregelen hebben ze gekozen? En hoe zorgen ze ervoor dat ze zo kosteneffectief mogelijk te werk gaan? Bekijk hier de video

 

Podcast ‘Klimaatondernemers aan het woord’

In de podcast ‘Klimaat­ondernemers aan het woord’ gaat Vattenfall verder de diepte in bij het beantwoorden van de vraag: ik moet mijn vastgoed verduurzamen, maar wat is de beste strategie? We praten hierover met Piet van den Bout, Directeur van Wassenaarsche Bouwstichting en Michael Tijssen, Directeur van Rijnhart Wonen. Ook krijgen we tips en adviezen van tafelgast Arjan Bunnik, duurzaam­heids­manager Vastgoed bij Vattenfall. Bekijk hier de video

 

Hoe zorgt u ervoor dat u voldoet aan energielabel C in 2023?

Energielabel C in 2023

Het Klimaatakkoord heeft de energiemarkt behoorlijk wakker geschud. De energietransitie is niet langer iets voor later en dat heeft flinke gevolgen voor de Nederlandse vastgoedbranche. Zo moet een kantoor groter dan honderd vierkante meter in 2023 minimaal voldoen aan energielabel C en in 2030 zelfs aan label A. Vastgoed dat hier niet aan voldoet, mag niet langer worden verhuurd of verkocht. Gelukkig zijn investeringen in duurzaamheid niet alleen goed voor een vermindering van onze uitstoot, het maakt vastgoed in veel gevallen ook rendabeler. We spreken Dennis Ostendorf, commercieel directeur van MAIN Energie.

“tijdens feestdagen, bouwvak, schoolvakanties en verplichte vrije dagen draaien de installaties in vastgoed vaak onnodig op volle toeren.”

Grip op energiekosten

‘Wij zijn al sinds 2003 energiepartner voor zakelijk Nederland. Hierin gaan we verder dan het leveren van energie alleen. We helpen vastgoedbeheerders met de transitie naar een energielabel waarmee aan de wetgeving wordt voldaan. Daarnaast stellen we alles in het werk om onze klanten grip te laten krijgen op de energiekosten. Met een speciaal daarvoor ontwikkeld online platform krijgen beheerders inzicht in de energiestromen binnen hun vastgoedportfolio. Per locatie, maar ook per specifiek deel van de locatie. Hiermee is het voor beheerders gemakkelijker om gericht maatregelen te nemen. Bovendien wordt het mogelijk het daadwerkelijk verbruik door te rekenen aan huurders. Een andere manier van werken dan het gangbare factureren op basis van slechts de gehuurde vierkante meters.” Energielabel C in 2023

Effect van verduurzamingsmaatregelen

“Een ander voordeel is dat je inzicht krijgt in het totale verbruik van een pand. Een benchmark ten opzichte van ander vastgoed. Dit inzicht maakt duidelijk wat mogelijke verduurzamingsmaatregelen zijn en wat deze opleveren aan energiebesparingen. Daarbij focussen we in eerste instantie vaak op laagdrempelige maatregelen als ledverlichting -een investering die binnen een aantal jaar is terugverdiend- en op het beter inregelen van klimaatinstellingen. Denk hierbij aan het door ons gedoopte feestdagenmanagement: tijdens feestdagen, bouwvak, schoolvakanties en verplichte vrije dagen draaien de installaties in vastgoed vaak onnodig op volle toeren. Wij maken het verbruik op die dagen inzichtelijk en adviseren vastgoedbeheerders over mogelijke maatregelen. Datzelfde geldt voor inzicht in verbruik op basis van opening- en sluitingstijden. Wanneer de eerste medewerkers pas om 08.00 uur komen binnendruppelen, hoeft de kachel niet om 05.00 uur aan te slaan. Naast dit laaghangend fruit adviseren we vanzelfsprekend in omvangrijke verduurzamingstrajecten.”

Main Energie heeft een overzicht van hoe u ervoor kunt zorgen dat uw pand voldoet aan de wet. Doe de energiescan>>

 

Lees verder… Bent u verplicht een energielabel aan te leveren bij verkoop of verhuur?

 

 

Green4energy

Green4energy uit Amsterdam is specialist in duurzame energiesystemen. Van onderzoekadvies en ontwerp tot realisatiebeheer en onderhoud. Inclusief ontzorging bij aanvragen van vergunningen en subsidies.

Realisatie van zonnestroom-projecten

Zonne-energie is onze core business. Zonnepanelen installeren we dagelijks, op een veilige manier! Daarnaast nemen we u álle bijkomende zaken uit handen. Van haalbaarheidsonderzoek tot het aanvragen van vergunningen en subsidies. Onze aanbieding is volledig; u ziet direct wat uw investering is én welke besparing het u oplevert. Green4energy realiseert zonnestroom-projecten afgestemd op uw budget en situatie.

Integrale oplossingen m.b.t. elektrisch rijden

Een juiste keuze, elektrisch rijden. Maar hoe introduceert u dat binnen uw organisatie? Green4energy levert integrale oplossingen en neemt u graag bij de hand. Vanaf autokeuze tot en met het gecertificeerd installeren van uw EV-laadpalen, inclusief de eventuele vergunning- en/of subsidieaanvraag. We beschikken namelijk over actuele kennis van techniek én van wet- en regelgeving. Elektrisch rijden begint bij Green4energy!

Energiemonitoring & Besparingsonderzoek

U kunt meer besparen dan u denkt. Green4energy helpt u bij het monitoren en optimaliseren van uw energieverbruik. Met innovatieve beheersystemen registreren en analyseren wij op afstand ‘uw’ gedrag. Op basis daarvan én (bouwkundig) onderzoek laten we u zien wat mogelijke maatregelen kunnen opleveren. Met daarbij een indicatie van de kosten en de tijd waarbinnen u uw investering terugverdient.

Advies & Ontwerp

Kent u de trias energetica? Beperk uw energievraag, maak maximaal gebruik van duurzame energiebronnen en zet techniek optimaal in om fossiele brandstoffen zo schoon mogelijk te gebruiken. Als u deze toepast binnen uw huishouden of onderneming bent u pas écht een duurzame gebruiker van energie. Green4energy is er meester in! Wij staan garant voor een juist advies en een ontwerp op maat.

Onderdeel van Klomp

Green4energy is onderdeel van Klomp, aanbieder van technisch totaalbeheer op het gebied van installatietechniek, klimaattechniek, daktechniek, elektrotechniek en beveiligingstechniek. Zowel Green4energy als Klomp werken voor woningcorporaties, aannemers, VVE’s, vastgoedbeheerders, projectontwikkelaars, zorginstellingen, hotels, scholengemeenschappen en andere professionele organisaties in de gehele randstad.

De toekomst van gebouwen is ‘smart’! Dit zijn de 8 belangrijkste smart building voordelen

Smart building voordelen

Investeerders, huurders en beheerders worden tegenwoordig geconfronteerd met een bijna overweldigend aantal opties om hun gebouw slimmer te maken. Wij hebben een overzicht gemaakt met de belangrijkste 8 voordelen van een ‘smart building’.

 

  1. Luchtkwaliteit in een Smart building

Aangezien de meesten van ons meer dan 90% van onze tijd binnen doorbrengen, is een goede luchtkwaliteit binnenshuis van fundamenteel belang voor onze gezondheid en productiviteit. Een onderzoek van Harvard wees uit dat “mensen die in goed geventileerde kantoren werken met hogere cognitieve functiescores hebben.”

Daarom zullen gebouwen in toenemende mate worden uitgerust met draadloze sensoren die de CO2-niveaus en schadelijke kleine deeltjes monitoren, waarschuwingen uitzenden en indien nodig de ventilatie aanpassen. En ze zullen niet alleen de binnenkant bewaken. In landen met sterke vervuiling is het net zo belangrijk om de kwaliteit van de buitenlucht die via de ventilatie binnenkomt te meten. Slimme systemen kunnen aangeven welke filters moeten worden vervangen en kunnen besluiten het systeem uit te schakelen, mocht de buitenluchtkwaliteit kritiek slecht zijn.

  1. Smart lighting

Een van de grootste revoluties in het verlichten van onze gebouwen is de uitvinding van LED-verlichting. LED-lampen verbruiken minder dan 80% van de elektriciteit van traditionele lampen en hebben een tien keer langere levensduur. Toch vormen LED’s tegenwoordig slechts 10 procent van alle verlichtingssystemen, dus veel gebouwen hebben een gemakkelijke mogelijkheid om energie en kosten te besparen door lampen te wisselen.

Een van de grootste verlichtingstrends voor toekomstige gebouwen is slimme verlichting die zich aanpast aan de voorkeuren van de bewoners (ook wel mensgerichte verlichting genoemd). Deze slimme verlichtingssystemen kunnen de natuurlijke lichtprogressie van daglicht nabootsen om zo ons natuurlijke ritme te volgen of hun intensiteit aan te passen aan de verschillende behoeften van de inzittenden. In een kantoor kunnen heldere lichten na de lunch worden gebruikt om werknemers te helpen zich te concentreren, terwijl zachte lichten in ziekenhuizen patiënten kunnen helpen ontspannen.

Nu de kosten van verbonden sensoren en cloud computing voortdurend dalen, komen IoT-apparaten die de activiteiten van een gebouw intelligent bewaken en besturen steeds vaker voor.

Naar schatting zijn er nu al maar liefst 10 miljard apparaten in gebouwen geïnstalleerd! Dit is hierbij een van de snelstgroeiende industrieën ter wereld.

Onze keuze: Veko lightsystems

smart-lighting-building

  1. Smart building en gebouwbeveiliging

Verbonden IoT-apparaten die in het hele gebouw zijn geïnstalleerd, maken het voor facilitair managers gemakkelijker om hun gebouw veilig te houden. De belangrijkste van deze apparaten zijn camera’s en toegangscontrolesystemen zoals badgelezers, die het mogelijk maken om ongewenste bezoekers te spotten en toestemming te geven aan bezoekende medewerkers.

En er zijn extra beveiligingsvoordelen voor IoT-apparaten in gebouwen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld gebouwbeheerders helpen te achterhalen of bepaalde deuren consequent open blijven staan ​​of dat er onbedoeld een alarm is afgegaan. Een echt intelligent beveiligingssysteem kan mogelijk zelfs communiceren met andere systemen, wanneer bepaalde werknemers het gebouw hebben verlaten, waardoor de lichten worden uitgeschakeld.

Onze keuze: Intratone

 

  1. Controle voor beheerders

Slimme gebouwen geven meer controle over het gebouw. Gebruikers kunnen nu nauw communiceren met een gebouw door de temperatuur aan te passen, vergaderruimten te boeken of de verlichting te veranderen, allemaal vanuit één centrale plek en volgens hun voorkeur. Dit zorgt voor een veel persoonlijker en bevredigender gevoel (zoals in een hotel), maar kan ook energiebesparende voordelen opleveren, bijvoorbeeld wanneer vergaderruimten automatisch de lichten uitschakelen wanneer er niets is geboekt.

Tegelijkertijd kan een slim gebouw huurders in staat stellen om op eenvoudige wijze feedback te sturen naar de facility managers, bijvoorbeeld wanneer er iets kapot is of opnieuw moet worden besteld. Smart building voordelen

Onze keuze: Connata

 

  1. Intelligent parkeren

Intelligente systemen worden niet alleen ingezet waar mensen wonen en werken, maar ook in de omliggende infrastructuur. Een voorbeeld hiervan zijn parkeerplaatsen in en om het gebouw, waar veel potentie is om dingen slim te maken.

Camera’s en sensoren kunnen detecteren welke parkeerplaatsen vrij zijn en deze informatie naar forenzen sturen, waardoor extra ronden en onnodig brandstofverbruik worden verminderd. Idealiter wordt deze informatie gedeeld tussen meerdere systemen, zodat werknemers ook parkeergegevens krijgen van openbare straten. Andere mogelijkheden zijn: bezoekers vooraf parkeerplaatsen laten reserveren of automatische online betalingssystemen voor frequente gebruikers.

  1. Focus op welzijn

Veel bedrijven begrijpen dat de gezondheid en het comfort van hun werknemers een belangrijke onderscheidende factor is. Een factor die de productiviteit en tevredenheid op de werkplek beïnvloedt. Het nadenken over hoe een gebouw het welzijn van zijn bewoners bevordert, zal daarom een ​​belangrijke trend voor de toekomst zijn.

 

  1. Voorspellingen over onderhoud

De grootste kosten tijdens de levenscyclus van een gebouw gaan naar het onderhoud, dat uiteindelijk de bouwkosten overschrijdt. Slimme technologie stelt technisch vastgoed professionals in staat om onderhoudskosten te besparen en de manier waarop ze hun gebouw beheren volledig te veranderen door over te schakelen van een reactief naar een voorspellend onderhoudsmodel.

Sensoren die rond machines worden geplaatst, zoals pompen of verwarmingselementen, kunnen worden geprogrammeerd om kritische niveaus van geluid, trillingen of warmte te detecteren. Boven een bepaalde drempel wordt een waarschuwing verzonden en kan de fout worden verholpen voordat deze escaleert. Dit type onderhoud is gebaseerd op behoeften in plaats van geplande intervallen en is 3 tot 9 keer goedkoper gebleken.

Een specifiek geval kan een lift zijn die gegevens verzendt over hoe goed een deur sluit. Als voorspellende algoritmen merken dat er meer kracht nodig is om de deur te sluiten (bijvoorbeeld vanwege stof), wordt een reparatieverzoek geactiveerd.

 

  1. Evolutie van gebouwbeheersystemen

Alles wat zich in een gebouw afspeelt, kan samenkomen in ‘gebouwbeheersystemen’. Dergelijke systemen zijn op zichzelf niets nieuws en bestaan ​​al tientallen jaren. Maar hoewel ze eerder sterk gefragmenteerd waren en onafhankelijk werden bediend, maakt een modern systeem alle variabelen van het gebouw op één plek zichtbaar. Smart building voordelen