Bedrijven gaan warmte, kou en stroom uitwisselen in Amsterdam

Essent start vandaag met Essent Energy Infrastructure Solutions (EIS). Met deze divisie bouwt, beheert en bezit Essent duurzame energieoplossingen en integreert deze in een geoptimaliseerd energiesysteem. Zo wil het energiebedrijf duurzame gebiedsontwikkeling in wijken, steden en industrieterreinen versnellen en een oplossing bieden voor het netcongestieprobleem in Nederland.

Energietransitie versnellen

Stephan Segbers, COO van Essent, plaatst de introductie van het integrale energiesysteem binnen het bredere kader van de duurzame strategie van Essent: “Als grootste energieleverancier van Nederland ontwikkelt Essent duurzame, slimme energie-oplossingen, waarmee de noodzakelijke energietransitie stap-voor-stap vanaf vandaag praktisch gerealiseerd wordt. Met Essent Energy Infrastructure Solutions brengen we een overkoepelende, innovatieve oplossing op de markt. Zo kunnen we de energietransitie in de gebouwde omgeving, de industrie en mobiliteit versnellen op weg naar 2050. In 2030 willen we met EIS de grootste zijn in duurzame gebiedsontwikkeling.”

Volgens Patrick Lammers, bestuurder bij E.ON, het moederbedrijf van Essent, brengt EIS alles samen wat E.ON internationaal op het gebied van intelligente energieoplossingen heeft ontwikkeld en nu gereed is voor toepassing in Nederland.

Met EIS leveren we de beste oplossing voor onze klanten en kunnen we onze rol als Europese voorhoedespeler in de energiemarkt versterken.

Integraal energiesysteem

Essent EIS biedt een op maat gemaakt energiesysteem dat de meest kostenefficiënte en duurzame technieken intelligent combineert. Van de productie, levering en opslag van duurzame warmte en koude, zonnepanelen en laadinfrastructuur tot batterijen en waterstofoplossingen.

Voor de warmte- en koudevoorziening van het systeem maakt Essent gebruik van ectogridTM, een intelligente infrastructuur ontwikkeld door moederbedrijf E.ON. Dit innovatieve systeem verbindt verschillende gebruikers in een gebied en zorgt voor uitwisseling van (lokaal aanwezige) warmte en koude. Het werkt op dezelfde temperatuur als de omgeving, waardoor er geen sprake is distributieverlies. Afhankelijk van de vraag kan het systeem de temperatuur aanpassen door slim gebruik van warmtepompen, koelapparaten en opslag.

Een unieke digitale laag, ectocloudTM, integreert alle energiestromen. Van verwarming, koeling, opslag, elektriciteitsproductie en -gebruik voor transport. De geavanceerde software stuurt het hele systeem intelligent aan met data uit het systeem, zelflerende algoritmes en met gegevens over de energiebehoefte van gebruikers, het weer, lokale energieproductie of energieprijzen. Zo zorgt het dat het energiesysteem optimaal functioneert.

Door de integrale benadering van het systeem vermindert het energieverbruik, de energiekosten en de CO2-uitstoot van een gebied, zoals een buurt, wijk, stad of industrieterrein. Uit eerdere projecten van Essent-moeder E.ON is gebleken dat efficiëntieverhogingen tot maar liefst 80 procent qua energieverbruik mogelijk zijn.

Met EIS neemt Essent de complexiteit van het energiesysteem in duurzame gebiedsontwikkelingen weg. Essent EIS is geschikt voor buurten, wijken en zelfs hele steden en is goed te combineren met bestaande energie-infrastructuren zoals aardgasnetten of stadsverwarming. Door de modulaire opbouw kan het systeem op korte termijn en kleinschalig beginnen en over de tijd heen uitgebreid worden.

CLIC

Het eerste project van de nieuwe bedrijfstak van Essent is de gebiedsontwikkeling CLIC (City Logistics Innovation Campus) in Badhoevedorp. In dit ambitieuze project voor duurzame stadslogistiek gaan Essent en ontwikkelaar Somerset Capital Partners werken aan het ontwerp van een uniek geïntegreerd energiesysteem. Robert Kreeft, projectmanager van CLIC: “Duurzame energie is een essentieel onderdeel van de duurzame bevoorrading van onze steden met nieuwe oplossingen voor stadslogistiek. In CLIC worden voor het eerst ter wereld zó veel verschillende energiefunctionaliteiten aan elkaar gekoppeld en geoptimaliseerd. 20 gebouwen, 120.000m2 en een combinatie van warmte, koude, zonnepanelen, elektrisch vervoer en batterijopslag. We zijn trots dat dankzij de samenwerking met Essent ook wat betreft energielevering koploper kan worden in de ontwikkeling van de stadslogistiek van de toekomst.”

*Uit eerdere projecten van Essent-moeder E.ON is gebleken dat efficiëntieverhogingen tot 80 procent qua energieverbruik en verlaging van de energierekening van 20% mogelijk zijn.

 

Remeha werkt aan BENG en TO-juli

Zonnepanelen Oranjedak

1 januari 2021 is de EPC-regeling vervangen door BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dat is een grote stap voorwaarts als het gaat om het terugdringen van de CO2-uitstoot en transparantie in het realiseren daarvan. Iedereen die zich bezighoudt met bouwen is verantwoordelijk en kan een steentje bijdragen aan BENG. Sterker: alleen als alle betrokkenen samenwerken kunnen we BENG optimaal toepassen.

BENG doe je samen!

Iedereen, van stedenbouwkundige en architect tot ontwikkelaar en installateur, draagt verantwoordelijkheid als het om BENG gaat. Talloze factoren bepalen of een gebouw al dan niet BENG is. Op verschillende van die factoren oefen je met oplossingen en producten van Remeha invloed uit. Tegelijk met BENG trad een nieuwe indicator die het risico op temperatuuroverschrijding binnen een woning aangeeft in werking: TO-juli. Die kennis moet leiden tot een vermindering van het risico op temperatuuroverschrijding.

BENG in het kort

BENG kent drie afzonderlijke indicaties.

  • BENG 1: energiebehoefte van het gebouw (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). De energiebehoefte geeft aan wat de energiezuinigheid is van een gebouw. Dan draait het om verwarming en koeling, ongeacht de installaties – het casco telt. Isolatie, stand ten opzichte van de zon en ventilatie hebben ook invloed op de energiezuinigheid
  • BENG 2: primair (fossiele) energiegebruik (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). Het vooraf berekende gebruik van fossiele energie moet worden beperkt. De hoogte van de reductie is afhankelijk van het woningtype
  • BENG 3: aandeel hernieuwbare energie in procenten. Hernieuwbare energie moet optimaal worden benut, denk hierbij aan zonnepanelen

Berekeningsmethode NTA8800

Om te bepalen of een nieuwe woning aan de BENG-eisen voldoet is een berekeningsmethode ontwikkeld. De methode is vastgelegd in de NTA8800. BENG geldt uitsluitend voor nieuwbouw, maar met deze methode is het mogelijk om de energieprestatie van nieuwe en van bestaande woning- en utiliteitsbouw vast te stellen.

Lees meer over de Energieprestatie indicatoren

 

Energiezuinig en meer comfort

BENG is in het leven geroepen om duurzamer te kunnen bouwen en wonen. Met deze regeling is er meer aandacht voor de energiezuinigheid van het casco en is er minder ruimte voor minder zuinigere woningen. Dat leidt tot een toename van de regels en de kans is reëel dat de initiële bouwkosten stijgen. Daar staat tegenover dat het gebruikscomfort toeneemt. Bovendien kan een huis dat voldoet aan BENG een hogere marktwaarde hebben.

Voorkomen van temperatuuroverschrijding

Vanwege de optimale isolatie in woningen wordt het steeds belangrijker dat koeling en ventilatie in orde zijn. Om dat uitgangspunt in goede banen te leiden is tegelijk met BENG de indicator TO-juli van kracht geworden. Dat geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Hoe lager de uitkomst, hoe lager het risico. Het gebouwontwerp, ligging ten opzichte van de zon en materiaalgebruik hebben invloed op TO-juli. Remeha kan hierbij ook een rol spelen. Met een Remeha warmtepomp met koeling voldoet de woning aan de TO-juli grens. Grondgekoppelde warmtepompen zijn bovendien gunstig voor BENG 2 en 3. Een keuze voor luchtwater warmtepompen betekent dat het mogelijke extra verbruik van de koeling gecompenseerd moeten worden door extra zonnepanelen.

 

Wat doet Remeha?

Bij BENG draait het dus om het verminderen van de energiebehoefte van woningen, beperking van gebruik van fossiele energie en het gebruiken van hernieuwbare energie. Op welke manier ondersteunt Remeha je bij het realiseren van BENG? Natuurlijk voldoen alle Remeha all-electric warmtepompen aan de nieuwe regelgeving. Dat is bovendien vastgelegd in kwaliteitsverklaringen. Daarnaast zijn de producten goed vindbaar in BENG-softwarepakketten zodat de toepassing van Remeha producten soepel verloopt. De warmtepompen van Remeha die actief koelen, dragen bij aan de beperking van het risico op temperatuuroverschrijding. En vanzelfsprekend ondersteunt Remeha zijn relaties altijd met maatwerkadvies.

Van product tot regie

Wat kunnen we op dit moment doen? All-electric warmtepompen van Remeha dragen nadrukkelijk bij aan het realiseren van BENG. De precieze rol is afhankelijk van de situatie en andere specifieke aspecten van de nieuwbouw. Naast innovatieve producten en doordachte oplossingen hebben we specialisten die adviseren, werk uit handen nemen en zelfs de regie rondom het realiseren van BENG als het gaat om de aspecten verwarming en koeling volledig kunnen overnemen. Alleen samen behalen we de meest optimale resultaten.

 

Webinar BENG en TO-juli 16 september

Wil je meer weten over BENG? Schrijf je dan in voor het BENG en TO-juli webinar op 16 september: https://control.yourwebinar.nl/webinars/subscribe/ytobud/

 

Utrecht is de duurzaamste kantorenstad van Nederland

Bron: Colliers

Voor een groot aantal kantoorgebouwen dreigt mogelijke sluiting in januari 2023. Ongeveer 10% van de kantooroppervlakte heeft nog geen energielabel C of beter en bij 38% ontbreekt zelfs het label, terwijl dit een vereiste is om over anderhalf jaar open te mogen blijven. Samen gaat het om 27,5 miljoen vierkante, evenveel als in de vijftien grootste kantoorsteden bij elkaar opgeteld. Utrecht springt er positief uit. Inmiddels voldoet 80% van de kantoorruimte daar wel aan deze voorwaarde. Hengelo is de hekkensluiter met een score van 29%, blijkt uit onderzoek van vastgoedadviseur Colliers

”Van de gebouwen die nu nog geen label hebben, is een deel in theorie wel duurzaam genoeg”, zegt duurzaamheidsexpert Jeroen Bloemers van Colliers. ”Het aanvragen van een label is voldoende. Dit geldt voor ongeveer de helft van deze groep, als we uitgaan van het bouwjaar. Over het algemeen geldt: hoe nieuwer het kantoor, hoe duurzamer.”

Utrecht nummer één

In Utrecht heeft 80% label C of beter en daarmee is het de duurzaamste gemeente. Dat komt vooral door de moderne bedrijvenparken Papendorp en Rijnsweerd waar veel kantoren al label A hebben. Nieuwegein, Amsterdam, Haarlemmermeer en Rotterdam staan ook in de top vijf. Ongeveer twee derde van de kantoorruimte in deze steden voldoet aan de komende verplichting.

De verduurzaming in middelgrote steden komt nog niet echt op stoom. Zij hebben vaak concurrentie van de grotere steden bij het aantrekken van bedrijven, met hogere leegstand als gevolg. Hierdoor komt er vaak te weinig geld binnen bij vastgoedeigenaren om te investeren in verduurzaming. In Hengelo is maar 29% van de kantooroppervlakte klaar voor 2023. Het oude stadskantoor van de gemeente speelt hierin een grote rol. Het gebouw voldoet niet en zal waarschijnlijk getransformeerd worden naar woningen. In Assen en Venlo is de situatie niet veel beter en ligt dit percentage op 34%.

Meeste winst mogelijk in Amsterdam

In de 25 grootste kantorensteden van het land staan veel moderne kantoren met een goed energielabel. ”Toch liggen juist hier veel verduurzamingskansen”, legt Bloemers uit. ”Het gaat direct om grote oppervlakten. Zo is in Amsterdam 1,8 miljoen vierkante meter kantoorruimte nog niet 2023-proof.” Vooral op de west-as langs de A10, in Amsterdam-Noord en Amsterdam-Zuidoost blijft verduurzaming achter. In Zuidoost wordt dit deels opgelost door grootschalige transformatieprojecten. In Den Haag en Rotterdam valt nog meer dan een miljoen vierkante meter te verduurzamen.

Institutionele beleggers koplopers

De vastgoedeigenaar is bepalend voor de verduurzaming van het gebouw. Institutionele investeerders lopen hierin voorop. 70% van hun vaak moderne kantoorgebouwen heeft inmiddels minstens label C. Eigenaren die het gebouw zelf als kantoor gebruiken en particuliere investeerders doen het een stuk minder goed met minder dan 50%. Het lukt vaak niet om hun investering terug te verdienen, waardoor ingrepen achterblijven. Opvallend is de matige score van de overheid. Slechts de helft van hun kantooroppervlak is klaar voor 2023.

 

Strenge handhaving

Om meer vastgoedeigenaren in actie te laten komen, is goed informeren en handhaven volgens Bloemers cruciaal. ”Vooral ook richting eigenaren van onderwijsgebouwen, winkels, woningen of bedrijfsruimten. Zij krijgen later ook te maken met steeds strengere duurzaamheidseisen van de overheid. Door niet te handhaven, zien zij misschien niet de noodzaak om mee te werken aan de grote verduurzamingsopgave waarvoor we staan.” Kleine investeringen zoals het plaatsen van ledverlichting of het isoleren van het dak kunnen al zorgen voor een sprong in het energielabel. ”In die zin is label C een goede eerste stap, alleen echt ambitieus is het nog niet.”

Download het rapport hier.


​​​​​​​DGBC’s Werkgroep Kantoren stelt dat maximaal 70 kilowattuur energieverbruik per vierkante meter per jaar het einddoel moet zijn. De deadline van 2050 is niet ambitieus genoeg volgens de Werkgroep, dat kan sneller.  Hoe de weg naar dat doel er uitziet, heeft de Werkgroep Kantoren beschreven in de Routekaart. Bekijk de Routekaart Kantoren hier.

Kennemer Wonen verduurzaamt de komende 5 jaar nog eens 1.100 huurwoningen

Kennemer Wonen is jaren geleden is al begonnen met het investeren in duurzaamheid. Dat werpt nu zijn vruchten af. Krista Walter, directeur-bestuurder van Kennemer Wonen: “Afgelopen jaar is gemiddeld energielabel A behaald voor onze huurwoningen. Een unieke prestatie waarmee het energiedoel van brancheorganisatie Aedes ruim op tijd werd behaald. In 2016 is Kennemer Wonen gestart met een programma om elk jaar 1.000 huurwoningen te voorzien van zonnepanelen. Dit tempo is in 2019 opgevoerd naar 1.500 huurwoningen per jaar, ook hier gaan we mee door. Aanvullend op de bestaande maatregelen verduurzaamt Kennemer Wonen de komende vijf jaar nog eens 1.100 woningen om goed voorbereid te zijn op een aardgasvrije toekomst in 2050.” De voorbereidingen voor de aanpak van de eerste 650 woningen starten dit jaar. Hiervoor is onlangs een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met ketenpartners Constructif en de Noord-Hollandse Duurzaamheids Alliantie (NHDA).

Een toekomst zonder aardgas

De huurwoningen die als eerst worden aangepakt hebben een hoog energieverbruik en een laag energielabel. “In de toekomst wordt de gasgestookte CV ketel vervangen door alternatieven zoals een elektrische warmtepomp, aansluiting op een warmtenet of andere, innovatieve oplossingen. Het duurt nog wel even voordat het zover is, maar de toekomst is dichterbij dan je denkt.” aldus Michiel van Baarsen, manager Vastgoed bij Kennemer Wonen. “Wij willen goed voorbereid zijn op de toekomst en investeren nu al in goede isolatie van onze woningen en duurzame opwekking van elektriciteit door de aanleg van zonnepanelen. Hierdoor profiteert de huurder direct van de maatregelen. Een win-win situatie.”

Combineren van werkzaamheden

Al enige jaren participeert Kennemer Wonen in diverse samenwerkingsverbanden en pilots als het gaat om verduurzaming. Van Baarsen: “Om een woning zonder aardgas te kunnen verwarmen, is het noodzakelijk dat een woning heel goed is geïsoleerd. Een goed geïsoleerde woning heeft veel minder warmte nodig en hierdoor zijn alternatieven voor de traditionele CV ketel mogelijk. Naast isoleren en de aanleg van zonnepanelen voeren we ook andere werkzaamheden uit, zoals het verbeteren van de toegankelijkheid van appartementencomplexen door het verlagen van drempels, het ophogen van galerijen en het aanbrengen van deurautomaten en eventueel een lift. We proberen de werkzaamheden zoveel mogelijk te combineren met regulier onderhoud.”

Voor de uitvoering van de werkzaamheden zijn twee regionale aannemers geselecteerd, Bouwbedrijf Constructif uit Wormerveer en NHDA (Noord Hollandse Duurzaamheids Alliantie) uit omgeving Alkmaar. Constructif en NHDA beginnen in juni met het onderzoeken van de technische staat van de geselecteerde woningen. Als de onderzoeken zijn afgerond worden de werkzaamheden uitgevoerd in de jaren 2022 tot en met 2024.

Bewonerswensen

Kennemer Wonen vindt het belangrijk dat de huurders betrokken worden bij de aanpak. Tijdens de inspecties worden de bewonerswensen en ervaringen van bewoners geïnventariseerd. Van Baarsen: “Er worden enquêtes verstuurd waarbij iedere huurder zijn of haar ervaringen over het woongebouw of de woning kenbaar kan maken. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat bewoners last hebben van tocht of vocht, dan wordt dit ook meegenomen in de plannen. Op die manier proberen we alles in één keer goed aan te pakken. Daar worden onze huurders blij van en wij ook!”

ASR Dutch Core Residential Fund slaat duurzame energie op via batterijen voor woningportefeuille

a.s.r. real estate heeft namens het ASR Dutch Core Residential Fund een lease-overeenkomst gesloten met Iwell voor het plaatsen van batterijen voor de opslag van duurzame energie in woningcomplexen. a.s.r. real estate heeft de ambitie om in 2050 Paris Proof te zijn. De samenwerking met Iwell draagt bij aan dit doel en aan de verdere verduurzaming van de woningportefeuille. Deze maand zijn de eerste batterijen geplaatst in woningcomplexen in Amersfoort, Utrecht en Nieuwegein. Op korte termijn worden de batterijen verder uitgerold over minimaal vier extra woningcomplexen van het ASR Dutch Core Residential Fund.

Duurzaam energieverbruik

Het Iwell Cube batterijsysteem slaat duurzaam opgewekte stroom op en kan worden aangesloten op zonnepanelen. Hierdoor wordt de belasting op het energienetwerk verlaagd. Door het verminderen van de piekbelasting kan daarnaast gebruik worden gemaakt van een kleinere netaansluiting.

Inmiddels heeft het ASR Dutch Core Residential Fund circa 5.000 zonnepanelen op daken van woningcomplexen geplaatst. De batterijen worden waar mogelijk aangesloten op deze zonnepanelen waardoor het rendement van de panelen verder wordt verhoogd. Als er te weinig energie of geen energie wordt opgewekt door de zonnepanelen, wordt de batterij opgeladen op momenten dat de stroom zo schoon mogelijk is. Op deze wijze wordt het energieverbruik van het woningfonds van a.s.r. real estate verder verduurzaamd.

Robbert van Dijk, fund director ASR Dutch Core Residential Fund: “De inzet van batterijen is voor het ASR Dutch Core Residential Fund een belangrijke stap in haar energietransitie. De batterijen dragen niet alleen bij aan het beter benutten van zelf opgewekte energie, maar ook aan het verbruik van duurzame energie in het algemeen. Daarnaast kunnen we onze huurders een kleine besparing aanbieden op de servicekosten.“

ASR Dutch Core Residential Fund slaat duurzame energie op via batterijen voor woningportefeuille

a.s.r. real estate heeft namens het ASR Dutch Core Residential Fund een lease-overeenkomst gesloten met Iwell voor het plaatsen van batterijen voor de opslag van duurzame energie in woningcomplexen. a.s.r. real estate heeft de ambitie om in 2050 Paris Proof te zijn. De samenwerking met Iwell draagt bij aan dit doel en aan de verdere verduurzaming van de woningportefeuille. Deze maand zijn de eerste batterijen geplaatst in woningcomplexen in Amersfoort, Utrecht en Nieuwegein. Op korte termijn worden de batterijen verder uitgerold over minimaal vier extra woningcomplexen van het ASR Dutch Core Residential Fund.

Duurzaam energieverbruik

Het Iwell Cube batterijsysteem slaat duurzaam opgewekte stroom op en kan worden aangesloten op zonnepanelen. Hierdoor wordt de belasting op het energienetwerk verlaagd. Door het verminderen van de piekbelasting kan daarnaast gebruik worden gemaakt van een kleinere netaansluiting.

Inmiddels heeft het ASR Dutch Core Residential Fund circa 5.000 zonnepanelen op daken van woningcomplexen geplaatst. De batterijen worden waar mogelijk aangesloten op deze zonnepanelen waardoor het rendement van de panelen verder wordt verhoogd. Als er te weinig energie of geen energie wordt opgewekt door de zonnepanelen, wordt de batterij opgeladen op momenten dat de stroom zo schoon mogelijk is. Op deze wijze wordt het energieverbruik van het woningfonds van a.s.r. real estate verder verduurzaamd.

Robbert van Dijk, fund director ASR Dutch Core Residential Fund: 

De inzet van batterijen is voor het ASR Dutch Core Residential Fund een belangrijke stap in haar energietransitie. De batterijen dragen niet alleen bij aan het beter benutten van zelf opgewekte energie, maar ook aan het verbruik van duurzame energie in het algemeen. Daarnaast kunnen we onze huurders een kleine besparing aanbieden op de servicekosten.

Bron A.S.R. real estate

2020 net geen recordjaar voor zonnepaneeleigenaren: opbrengst wel tot 18% hoger

Voor eigenaren van zonnepanelen was 2020 wederom een zeer goed jaar. De opbrengst is bijna 8 tot 18 procent hoger dan verwacht, laten berekeningen van de Universiteit Utrecht zien. Het is opvallend dat regionale verschillen lijken op de normale regionale verschillen, terwijl dat in 2018 heel anders was.

“Een warmterecord is eigenlijk geen goed nieuws voor zonnepanelen. Hoewel het ook zeer zonnig was in 2020, leidt de recordwarmte tot een wat lager rendement van de zonnepanelen, en helaas geen opbrengstrecord zoals in 2018 het geval was”, zegt Wilfried van Sark, hoogleraar Integratie van zonne-energie aan de Universiteit Utrecht. “Want een heet zonnepaneel presteert niet optimaal. Een koude dag in mei is wat dat betreft eigenlijk gunstiger.”

 

Gedurende 2020 brachten zonnepanelen vergeleken met het door KNMI gehanteerde langjarig gemiddelde van 1981 tot 2010 bijna acht tot achttien procent meer op, afhankelijk van de locatie in Nederland. De landelijk gemiddelde meeropbrengst in 2020 t.o.v. 1981-2010 is 12.6% procent. Dat is meer dan in 2019, het was toen 9.5%, maar minder dan het recordjaar 2018 toen gemiddeld 16.8% werd bereikt.

 

Voor de berekening van de energieopbrengst gebruikten onderzoekers Nick Nortier en Wilfried van Sark van de Universiteit Utrecht gegevens van het KNMI van alle meetstations in Nederland, en gingen zij uit van een optimaal georiënteerd zonnepaneelsysteem. In De Bilt was de berekende opbrengst 1054 kWh/kWp, dat wil zeggen dat een systeem bestaande uit 10 zonnepanelen van 300 W een opbrengst heeft van 3162 kWh per jaar, ongeveer de elektriciteitsvraag van een gemiddeld huishouden. In Herwijnen zou dat 1135 kWh/kWp zijn (17.6% meer dan normaal) en in Berkhout 1060 kWh/kWp (7.7% meer dan normaal). Vlissingen kent ook dit jaar de hoogste opbrengst van 1192 kWh/kWp in 2020, 15.6% meer dan normaal.

Hoewel in het hele land de opbrengst hoger was, profiteerde vooral het Zuiden. In 2019 was dat vooral het Zuidoosten, maar in het recordjaar 2018 het Oosten. In 2020 en 2019 zijn de regionale verschillen veel minder groot dan in het recordjaar 2018. Normaliter hebben locaties aan de kust een hogere opbrengst.

 

Statistiek

Voor de bepaling van de bijdrage van zonne-energie in Nederland aan de elektriciteitsvraag (afgelopen jaar bijna 5%) gebruikt het CBS een kental van 875 kWh/kWp: de gemiddelde opbrengst van een goed functionerend zonne-energiesysteem in Nederland, gebaseerd op de situatie in 2014. Hierbij wordt ook uitgegaan van het gemiddeld opgesteld vermogen zonnepanelen in een bepaald jaar. Gezien de ontwikkeling van zonne-instraling in de recente jaren maar ook door de technologische ontwikkeling van zonnepanelen zou dit kental omhoog bijgesteld moeten worden. “Maar, omdat zonnepanelen meer en meer geïnstalleerd worden op niet-optimale wijze, zoals gericht naar het westen of oosten onder een kleine hoek, is één kental niet correct meer”, aldus Wilfried van Sark, “en zou je moeten differentiëren naar regio en naar manier van installeren.”

 

Greeny is de totaaloplossing voor EPV- en NOM-monitoring

Zonne-energie. Dat is de corebusiness van green4energy. Deze dochteronderneming van het alom bekende Amsterdamse installatiebedrijf Klomp installeert dagelijks pv-panelen, met name op grote daken. Desgewenst neemt green4energy je alle bijkomende zaken uit handen. Van een haalbaarheidsonderzoek tot het aanvragen van vergunningen en subsidies. En daar houdt het niet op. Maak kennis met Greeny: het monitoringssysteem dat relevante data verzamelt voor het inzichtelijk maken van de energieprestatie van een gebouw. We praten erover met Paul Pouwels, projectleider bij green4energy.

‘NOM (een nul-op-de-meter woning is een woning waarin net zoveel energie wordt opgewekt als verbruikt, gemiddeld genomen over een jaar tijd, red.) is een steeds vaker terugkomend concept. Veel woningen die nu ontwikkeld worden, moeten voldoen aan de eisen van NOM en datzelfde geldt voor de grootschalige verduurzamingsprojecten in bestaande bouw. Om de prestaties inzichtelijk te maken, zijn er diverse monitoringssystemen op de markt. Veel van deze systemen zijn gelieerd aan de fabrikant van één van de toegepaste installaties in zo’n project. Greeny is een merk-onafhankelijk monitoringssysteem wat je universeel kunt toepassen, elke vorm van energieverbruik is te koppelen met Greeny en dus inzichtelijk te maken in de portal.’

Wat ons onderscheid van andere aanbieders van universele monitoringssystemen, is dat we de corporatie, projectontwikkelaar of aannemer volledig kunnen ontzien.

Energieprestaties optimaliseren

De monitoringsgegevens van Greeny kunnen worden gebruikt om prestaties van installaties inzichtelijk te maken en te optimaliseren. Denk hierbij aan zonnepanelen, warmtepompen, vloerverwarming en warmteterugwinning. Door de verwachte prestaties te vergelijken met de daadwerkelijke prestaties kunnen goed overwogen keuzes worden gemaakt in het kader van conceptverbetering in lopende en toekomstige projecten. ‘De daadwerkelijke prestaties zijn ook direct het bewijs richting huurders van een corporatiewoning. Woningcorporaties mogen huurders een vergoeding vragen voor de verduurzaming van hun huurhuis. Om deze zogenoemde EPV -Energie Prestatie Vergoeding- te kunnen innen, moeten corporaties kunnen bewijzen dat woningen voldoen aan gestelde eisen. Greeny verzamelt de juiste data die het recht op vergoeding uitwijzen. De Greeny-portal is gebruiksvriendelijk voor zowel de verhuurder als de bewoner en geeft op duidelijke wijze de actuele status van het energieverbruik van de woning(en).’

Alles onder één dak

‘Wat ons onderscheid van andere aanbieders van universele monitoringssystemen, is dat we de corporatie, projectontwikkelaar of aannemer volledig kunnen ontzien. Als onderdeel van de Klomp-bedrijven hebben wij toegang tot alle technische disciplines op het gebied van installatietechniek, klimaattechniek en elektrotechniek. Dit heeft als voordeel dat wij voor onze opdrachtgevers het installatietechnische deel van het NOM-project kunnen verzorgen, we hebben de engineering namelijk gewoon in eigen huis. Kijk, bij het bouwen van een NOM-woning begin je met isolatie. Je dient eerst de energievraag te beperken, daarna vul je de energie die je nog nodig hebt op een duurzame manier in. En dat deel nemen we dus desgewenst volledig uit handen.’

In de komende jaren zal energiemanagement een grote rol gaan spelen

Futureproof

Greeny is klaar voor de toekomst: ‘In de komende jaren zal energiemanagement een grote rol gaan spelen. Greeny is in staat om het opslaan van energie of het dynamisch laden van een elektrisch voertuig te regelen. Met Greeny kun je naast energie monitoren dus ook energie managen.’

Green4energy is onderdeel van Klomp, aanbieder van technisch totaalbeheer op het gebied van installatietechniek, klimaattechniek, daktechniek en elektrotechniek. Zowel green4energy als Klomp werken voor woningcorporaties, aannemers, VVE’s, vastgoedbeheerders, projectontwikkelaars, zorginstellingen, hotels, scholengemeenschappen en andere professionele organisaties.

 

 

Meer duurzame investeringen sinds de coronacrisis

Huizenbezitters investeren sinds de coronamaatregelen eerder in de verduurzaming van hun woning, blijkt uit onderzoek dat vandaag gepubliceerd is door de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) en ABN AMRO. “Mensen houden geld over, en dat investeren ze in zonnepanelen of betere isolatie.”

Twee derde van de bedrijven in de duurzame energiesector heeft een hogere omzet gemaakt dan ze had verwacht. Corona zou hier mede verantwoordelijk voor zijn, vermoedt Alexander Goense van ABN AMRO. Het uitgavepatroon van huishoudens is sinds de reisbeperkingen een stuk lager dan vóór de coronacrisis. “Mensen houden geld over omdat ze niet op vakantie kunnen gaan en geen uitstapjes kunnen maken. Ze willen dit geld tóch besteden en investeren dan sneller in de verduurzaming van hun woning”, legt Goense uit.

 

Consumenten hebben een buffer nodig om te investeren in verduurzaming, bleek uit eerder onderzoek van ABN AMRO. “Juist nu hebben mensen geld over”, verklaart Goense. De bereidheid onder woningeigenaren om hun huis te verduurzamen is sinds de crisis dan ook gegroeid van 11 naar 18 procent. Het verduurzamen van woningen gebeurt vooral door het aanleggen van zonnepanelen of het verbeteren van isolatie. Het zijn dan ook juist deze bedrijven die een omzetstijging zien sinds de reisbeperkingen tijdens de pandemie.

Twee scenario’s voor de nabije toekomst

Of de omzet voor deze verduurzamingsbedrijven zal blijven stijgen, is nog maar de vraag. “Zolang de maatregelen en de reisbeperkingen blijven gelden, zal de trend zich voortzetten”, verwacht Goense. Als de maatregelen worden versoepeld en mensen weer kunnen reizen voorspelt Goense twee mogelijke scenario’s: “Er kan compensatiegedrag zijn bij mensen: als ik het afgelopen jaar niet op vakantie ben geweest, ga ik dit jaar twee keer.” Er blijft dan minder geld over voor het verduurzamen van een huis.

Een ander scenario kan zijn dat mensen de maatregelen en de uitstapjes binnen Nederland als positief hebben ervaren, waardoor hun uitgavepatroon blijvend minder zal zijn. “In dit geval verwachten we dat er meer mensen gaan investeren in de verduurzaming van hun huis”, legt Goense uit. “Zo zal je in beide scenario’s voor- en tegenstanders hebben.”

Hoewel de verduurzaming van particuliere woningen stijgt, liggen de grotere projecten bij duurzame energiebedrijven stil. “Dit gaat om windmolenparken en zonneweides, waar veel meer partijen bij betrokken zijn. Door corona lopen deze projecten juist vertraging op”, legt Goense uit. Naar verwachting zullen deze projecten weer worden opgepakt als de coronamaatregelen worden versoepeld.