Circulair gebouw beheren. Hoe doe je dat en waar moet je op letten?

Circulair gebouw beheren

Wat betekent de circulaire economie voor technisch vastgoed professionals? Het circulaire denken stopt dus niet na het bouwen van een gebouw. Het gebruik en het beheer zijn net zo belangrijk. Hoe loop je voorop en wat zijn de mogelijkheden? We hebben een overzicht gemaakt met praktische mogelijkheden. Circulair gebouw beheren

We hebben met elkaar afgesproken om in 2050 een circulaire economie te zijn. Dit lijkt nog ver weg, maar er is dan ook nog een lange weg te gaan binnen de vastgoedwereld. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 35% van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Onderhoud en gebruik van gebouwen doen daarnaast een groot beroep op onze grondstoffen in de vorm van energie, water, onderhoud, schoonmaak en diensten.

Definitie van circulair gebouw

Een gebouw dat met minimale inzet van virgin materials en andere grondstoffen maximale waarde creëert om op duurzame wijze te voorzien in een huisvestingsbehoefte, waarbij de gebruikte materialen hun waarde blijven behouden tijdens en na het gebruik.

Dit artikel gaat over het optimaliseren van de gebruiksfase. Kortom, hoe ga je om met het dagelijks onderhoud en verwerk je circulair beheren in het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP)?

 

Circulaire paspoort gebouw

Jij bent als gebouwbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. We hebben geen invloed meer op de bouw van het gebouw, maar met het opzetten van een circulair paspoort met daarin een overzicht van alle gebouwkenmerken die betrekking hebben op de circulariteit van een gebouw, kun je een goede start maken voor een circulair gebouw.

Kijk bij het opzetten van een circulair paspoort zoveel mogelijk naar bestaande standaarden, normen en labels voor duurzaamheid van gebouwen. Bij het opzetten van een gebouwpaspoort gaat het dus niet alleen over de gebruikte bouwmaterialen, maar ook over:

  • Hoe is het beheer en onderhoud geregeld;
  • Hoe wordt er met transformaties omgegaan;
  • Hoe flexibel is het gebouw;
  • De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw;
  • Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties.

Belangrijk hierbij is welke van deze kenmerken zijn relevant om te meten, vast te leggen en bij te houden gedurende het bestaan en gebruik van het gebouw? Belangrijke vragen hierbij zijn:

Waar staan we nu en hoe kan de circulariteit nog verbeterd kan worden?                                                                                                                Hoe kun je als beheerder gebouwen op een rendabele en praktische manier duurzaam en toekomstbestendig maken?

Hoe is het beheer en onderhoud geregeld

In welke mate kun je als beheerder een zo circulair mogelijk beheer en onderhoudsplan realiseren? Niet alleen het verlagen van het energieverbruik in gebouwen is hierbij heel belangrijk, maar ook het grondstoffenverbruik. Welke zaken kun je hierbij van je leveranciers eisen. Ga bijvoorbeeld met leveranciers in gesprek om gebruik en verbruik van grondstoffen zichtbaar te maken. Circulaire economie gaat vaak over diensten afnemen in plaats van producten.

 

Hoe flexibel is het gebouw

Creëer voor jezelf een overzicht in de aanpasbaarheid van het gebouw. Is het gebouw geschikt voor andere doeleinden indien de markt verandert? Zijn er andere functies en behoeften waarin het gebouw kan voorzien? Flexibiliteit van installaties is daarbij ook belangrijk.

 

De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw

Bepaal welke onderdelen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Indien een onderdeel van het gebouw in een andere omgeving hergebruikt kan worden, bespaar je grondstoffen. In welke mate kan het gebouw gerecycled worden?

 

Hoe wordt er met transformaties omgegaan

Hoe kun je als organisatie bij transformaties voorkomen dat je materialen gebruikt die niet meer kunnen worden hergebruikt. Welke alternatieve mogelijkheden zijn er voor oplossingen met hernieuwbare grondstoffen?

 

Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties

Grondstoffen kunnen volledig herbruikbaar zijn, maar grondstoffen in een gebouw dat niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld vanwege een ongunstige locatie) hebben minder waarde dan wanneer ze zijn toegepast in een gebruikt gebouw. Grondstoffen dienen ingezet te worden daar waar ze het meeste waard zijn. Hoe kunnen de gebouwen optimaal worden gebruikt?

 

Koers is gespecialiseerd in beheer en onderhoud

 

 

 

 

Gasmonteurs opgeleid voor werken met waterstof

Binnenkort gaat in het Gelderse Lochem een pilot met waterstof van start. Het is voor het eerst dat in bestaande, bewoonde woningen waterstof via het aardgasnet naar de woningen wordt gebracht. Mede daarom leidde netbeheerder Liander monteurs op om vakkundig en veilig met waterstof aan de slag te kunnen gaan.

De eerste gasmonteurs van netbeheerder Liander zijn afgelopen maand geslaagd voor het examen om te mogen werken met waterstof. Hiermee is een belangrijke stap gezet voor een pilot die binnenkort van start gaat in Lochem. Daar wordt vanaf oktober een deel van de woningen in de wijk Berkeloord verwarmd met waterstof. De opleiding en het examen zijn verzorgd door Kiwa, dat gespecialiseerd is in testen, inspecteren, certificeren en trainen.

Alternatief

In de energietransitie kan waterstof een belangrijke rol gaan spelen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 zeven miljoen woningen en één miljoen gebouwen van het aardgas af zijn gegaan. Waterstof is één van de alternatieven voor aardgas om gebouwen en woningen te verwarmen. Vooral voor woningen die moeilijk te isoleren zijn en waarvoor elektrische warmtepompen geen oplossing biedt, is waterstof hét alternatief. Dat geldt ook voor wijken waar geen warmtenet kan worden aangelegd. Een bijkomend voordeel is dat het transport van waterstof naar woningen prima lukt via de bestaande gasleidingen die al in de grond liggen.

Waterstofnet

De monteurs van Liander werken dagelijks aan het onderhoud van het elektriciteits- en gasnet van deze netbeheerder. Nu er steeds meer partijen pilots doen om te onderzoeken hoe waterstof kan worden toegepast als alternatieve energiedrager, moeten monteurs daar ook op worden voorbereid. In Apeldoorn opende Alliander – het moederbedrijf van Liander – vorig jaar samen met Kiwa het waterstofhuis. Dit is een demonstratie- en opleidingslocatie waar monteurs van netbeheerders en installateurs worden opgeleid voor het werken met waterstof. Afgelopen tijd hebben 25 monteurs van Liander de opleiding gevolgd. De eerste groep is inmiddels voor hun examen geslaagd. De overige deelnemers ronden hun opleiding in de komende weken af.

Elbert Huijzer, waterstofexpert bij Liander: “Het is een nieuwe stap voor onze mensen en een stap die belangrijk is voor de energietransitie. Ons energielandschap wordt diverser. Er komen meer en verschillende energiebronnen in het energiesysteem. Daar zijn veel mensen voor nodig, onder wie onze eigen monteurs. Zij maken de verandering van het energiesysteem nu ook zelf mee.”

Veiligheid

Het werken met waterstof lijkt in eerste instantie veel op het werk dat de monteurs dagelijks uitvoeren aan het aardgasnet. Ondanks dat het net bestaat uit dezelfde onderdelen, vraagt het werken met waterstof om andere en extra handelingen. Veilig werken is net als bij het werk aan het gas- en elektriciteitsnet het belangrijkste onderdeel in deze opleiding.

Gasmonteurs opgeleid voor werken met waterstof

Naast veiligheid en het werken aan de leidingen, worden de deelnemers ook getraind om het werken met waterstof in stressvolle situaties te kunnen uitvoeren. Monteurs moeten dan blindelings kunnen vertrouwen op hun kennis.

Pilot Lochem

In oktober start in Lochem een pilot met elf woningen die overgaan van aardgas op waterstof. Het is de eerste keer in Nederland dat bestaande, bewoonde woningen verwarmd worden met waterstof dat via het al bestaande aardgasnet naar de woningen wordt gebracht.

In de woningen zelf wordt de bestaande cv-ketel vervangen door een ketel die geschikt is voor waterstof. De pilot, die drie jaar duurt, moet aantonen dat waterstof een volwaardig alternatief is voor een deel van de woningen die nu nog met aardgas worden verwarmd. Daarnaast is de proef bedoeld om meer kennis op te doen over de techniek en het onderhoud van de installaties en leidingen.

Bekijk ook de impressie van de opleiding die de gasmonteurs van Liander hebben gevolgd:

 

Nieuwe norm verruimt mogelijkheden voor propaan in airco’s en warmtepompen

De toepassing van propaan als HFK-alternatief in airco’s en warmtepompen stuit op regelgeving.  De norm die bepaalt dat voor dit koudemiddel in verband met ontvlambaarheid een beperkte vullimiet geldt, is onlangs echter gewijzigd. Dit heeft ingrijpende gevolgen.

De vernieuwde versie van de IEC-norm 60335-2-40 die onlangs werd goedgekeurd door de International Electrotechnical Commission (IEC) staat hogere vullimieten toe bij toepassing van ontvlambaar koudemiddel in onder andere split-warmtepompen en -airconditioners. In de norm is vastgelegd dat de vullimiet afhankelijk is van de omvang van de opstelruimte (in m³) en de opstel/ophanghoogte van de unit. Door een gewijzigde rekenmethode leidt die combinatie tot een hogere limiet, mits er veiligheidsmaatregelen zijn doorgevoerd.

Rekenvoorbeeld propaanairco

Volgens de oude norm zou een propaanairco-unit in een ruimte van 20 m² en een plafondhoogte van 2,2 meter 334 gram propaan mogen bevatten, wat te weinig is om de installatie efficiënt te laten werken. Als de unit als veiligheidsmaatregel ‘beter hermetisch gesloten’ is, mag hij onder de nieuwe regels worden gevuld met 585 gram propaan, wat wel voldoende is.

Voorstel voor aanscherping F-gassenverordening

Algemeen geldt dat de maximaal mogelijke propaanvulling volgens de vernieuwde norm 988 gram is (in ruimten groter dan 23 m²). Daarmee maakt de nieuwe versie van de IEC 60335-2-40 het in veel meer situaties mogelijk om propaan als koudemiddel in te zetten. Daarmee sluit de norm op voorhand aan bij een plan van de Europese Commissie om de F-gassenregelgeving verder aan te scherpen. Als het Commissievoorstel wordt omgezet in regelgeving, mogen de ‘traditionele airco- en warmtepomp-koudemiddelen’ R410A en R32 op termijn niet meer worden ingezet voor splitsystemen.

Bron: koudeenluchtbehandeling.nl

Installateurs: jaar wachttijd warmtepomp in 2026 verdwenen

 De huidige wachttijden van vaak een jaar voor het plaatsen van de in 2026 verplichte warmtepomp zijn tegen die tijd verdwenen. Volgens ondernemersvereniging Techniek Nederland verdubbelt de komende jaren het personeelstekort in de installatiebranche tot 40.000 mensen, maar gaat een actieplan ervoor zorgen dat warmtepompen alsnog snel worden geplaatst.

Door personeel bij te scholen en de branche te innoveren moet de “enorme uitdaging” toch lukken, zegt voorzitter Doekle Terpstra. Elders in de sector, zoals bij het plaatsen van windmolens, blijft de wachttijd waarschijnlijk wel lang.

Terpstra voerde namens de installatiebranche overleg met het kabinet over het invoeren van de verplichting. Vanaf 2026 worden huiseigenaren verplicht om bij vervanging van hun cv-installatie een hybride warmtepomp te laten installeren of een duurzaam alternatief, zoals een volledig elektrische warmtepomp of aansluiting op het warmtenet.

Maar waar een cv-ketel in een dag geïnstalleerd wordt, duurt dat voor een warmtepomp twee dagen en zijn daar ook meer mensen voor nodig. “Samen met fabrikanten gaan we nadenken hoe we het werkproces kunnen versnellen”, aldus Terpstra. De voorzitter noemt het personeelstekort “een veelkoppig monster” dat niet meer op te lossen is met hogere beloningen.

Voor bijscholing zijn nu acht locaties in het land, dat wil Techniek Nederland uitbreiden tot een heel netwerk. “50 procent van de cv-installateurs moet bijgeschoold worden. Dat gaat om vele duizenden mensen en is een kwestie van maanden. De vrijblijvendheid is er af. Er is werk aan de winkel.”

Van de grootste uitdaging nu, het tekort aan materialen, verwacht Terpstra over een paar jaar minder problemen. “Nu moeten we nog vaak ‘nee’ verkopen omdat de producten er niet zijn.” Volgens hem komt dat deels doordat de productie veelal in het buitenland gebeurt. “Maar die productiecapaciteit komt nu naar Nederland, omdat fabrikanten zien welke markt eraan zit te komen. Dat is bijzonder en een economische impuls.”

Bron: ANP

Drie warmtepompen genomineerd voor VSK Awards 2022

Vandaag op de openingsdag van vakbeurs VSK, worden de VSK Awards 2022 uitgereikt. De jury die bepaalt welke innovaties uiteindelijk een award krijgen, heeft in de aanloop naar de beurs negen kanshebbers geselecteerd. Drie van deze negen innovaties betreffen warmtepompen..

De award-jury, met daarin onder andere Doekle Terpstra (Techniek Nederland), Harm Valk (Nieman Raadgevende Ingenieurs) en Claudia Bouwens (Lente-akkoord) heeft kansmakers in drie categorieën geselecteerd: Energietransitie, Gezond & Comfort, en Installateurszaken. Op de eerste VSK-dag worden de drie award-winnaars bekendgemaakt, en daarnaast is er nog een publieksprijs.

Lees meer..

Live forum over innovatieve, gepatenteerde 3-pijpswarmtepompen

Aermec organiseert een live forum over 3WP. Deze gepatenteerde warmtepompinstallaties voor gelijktijdig koelen en verwarmen met slechts drie leidingen zijn volgens de fabrikant een Nederlandse primeur.

Volgens Aermec maakt de F-gassenverordening 3-pijps directe-expansiesystemen (VRF) minder aantrekkelijk, en zijn hydraulische 4-pijpssystemen in opkomst in commerciële projecten. De fabrikant introduceert dit jaar een gepatenteerd waterzijdig 3-pijpssysteem (3WP) dat geen afbreuk doet aan de thermische en energetische ontwerpeisen, en 25 tot 30 procent directe besparing in de installatiekosten biedt. Daarmee is het volgens Aermac een betaalbare alternatief voor VRF, klaar voor 2030 en energie-neutrale gebouwen.

Techniek- en systeemuitleg over 3WP

Op woensdag 11 mei organiseert Aermec een live forum over deze nieuwe technologie, voor adviseurs, ontwerpers, installateurs en gebouwbeheerders. De focus zal daarbij liggen op techniek- en systeemuitleg rond 3WP. De sprekers zijn Michele Gioachin en Menno Van der Hoff, twee ervaren experts op het gebied van warmtepompen.
Het forum duurt van 9.30 tot 13.30 uur (incl. lunch) en vindt plaats in Hotel Van der Valk, Winthontlaan 4 te Utrecht. De deelname is kosteloos, maar geïnteresseerden wordt gevraagd zich vooraf aan te melden  bij Martin Peek (m.peek@aerkoel.nl, 06-81612530) of Edwin Linders (e.linders@aerkoel.nl, 06-28490421). Let op: het aantal beschikbare plaatsen is beperkt.

Aandeel luchttechnische installaties in prefab groeit

Uit onderzoekt blijkt dat iets meer dan 15% van de luchttechnische installateurs werkt voor een woningfabriek of zelf prefab-installaties maakt voor de (industriële) woningbouw. Veel partijen zijn het wiel nog aan het uitvinden.

De industriële woningbouw biedt veel nieuwe kansen voor installateurs. Voor Ventilair, leverancier van ventilatie-oplossingen was dat aanleiding om een onderzoek te houden onder W-installateurs die luchttechniek als dienst hebben. Hoeveel luchttechnische installateurs zijn er bezig met prefab? Het onderzoek werd afgelopen kwartaal uitgevoerd door bureau Wolting.

Naast het algemene beeld (de genoemde 15%) zoomt het onderzoek ook in op middelgrote en grote installateurs (20+ medewerkers). In dat segment is het percentage zelfs al hoger dan 20%. Naar verwachting zal dit getal de komende jaren snel verder stijgen.

Industriële woningbouw

Prefab bouwen, ook wel industriële woningbouw genoemd, is inmiddels niet meer weg te denken in de bouwwereld. De ontwikkelingen binnen de industriële woningbouw gaan momenteel erg snel. Woningfabrieken lijken als paddenstoelen uit de grond te schieten. En volgens de experts is dat hard nodig, willen we 100.000 woningen per jaar kunnen bouwen.

Uit deze woningfabrieken rollen complete woningen ‘van de band’. Maar er zijn ook steeds meer bedrijven die delen van woningen of prefab onderdelen maken en gebruiken. Denk hierbij aan gevelelementen, installatieskids en complete schillen voor de renovatie van woningen. Prefab is een brede tak van sport geworden, maar een andere manier van bouwen vraagt ook om een andere manier van installeren. Inmiddels zijn naast bouwbedrijven ook installateurs, leveranciers en groothandelaren actief op dit front. Prefab is hot.

Op dit moment wordt er ook in de prefab bouw nog op heel veel verschillende manieren gewerkt. Veel partijen zijn het wiel nog aan het uitvinden. De vraag is welk wiel uiteindelijk het snelst en soepelst gaat rollen. Veel installateurs verkeren nog in de adoptiefase van het jonge prefab segment. Uit het onderzoek kwam dan ook naar voren dat de meeste luchttechnische installateurs die actief zijn in het prefab segment, nog maar één of enkele klanten hebben.

Trendrappport

Toch zijn er ook bedreigingen voor deze installateurs. Er zijn ook woningfabrieken die zelf de installatie in de fabriek verzorgen. Door het plaatsen van een prefab installatieskid of door zelf de complete installatie te verzorgen, heeft de woningfabriek meer controle over het gehele proces. Dus niet alleen over de vloeren, wanden en gevels, maar ook ten aanzien van de complete installatie. Dat bouwt toch een stuk efficiënter.

Voor Ventilair was dit aanleiding om hier verder onderzoek naar te doen en een trendrapport op te stellen over de rol van de W-installateur bij industriële woningbouw. Dit trendrapport is deze maand verschenen en is aan te vragen via www.ventilair.nl/trendrapport.

Hybrid+: in 5 stappen van hybride naar all-electric

Met Hybrid+ brengt Panasonic een hybride-concept op de markt waarmee woningeigenaren in vijf geleidelijke stappen over kunnen gaan naar all-electric-verwarming. Hiervoor worden lucht/water-warmtepompen uit de Aquarea-serie voorzien van een slimme regeling die met elk merk en type cv-ketel kan communiceren.

Nadat een Hybrid+ lucht/water-warmtepomp bij de bestaande cv-ketel is geplaatst, neemt hij gedurende een groot deel van het jaar de woningverwaming voor zijn rekening – mits het afgiftesysteem geschikt is voor verwarming op een lagere temperatuur dan de gasketel traditioneel levert. De gasketel springt alleen bij tijdens extreem koude dagen en produceert daarnaast het warm tapwater. Volgens Panasonic zorgt deze combinatie in eerste instantie voor een CO2-reductie van ongeveer 20%, en voor lagere energiekosten. Met 30% warmtepompvermogen kan 70% van de totale energievraag over een heel jaar worden gedekt, stelt de fabrikant.

Stapsgewijze overgang

Als belangrijkste kenmerk van Hybrid+ noemt Panasonic dat de eindgebruiker er in vijf stappen mee kan overgaan naar een volledig gasloos systeem. Daarbij neemt de Hybrid+ steeds meer functies van de cv-ketel over, tot de warmtepomp zelfstandig de volledige verwarming en tapwaterproductie van de woning voor rekening neemt en afscheid kan worden genomen van de ketel. Door de stapsgewijze overgang kunnen investeringen gespreid plaatsvinden en isolatiemaatregelen op ‘natuurlijke momenten’ – bijvoorbeeld tijdens een geplande verbouwing – worden doorgevoerd.

Driewegklep plus boilervat

De eerste van die vijf stappen is het bijplaatsen van de Hybrid+-warmtepomp, die het grootste deel van de woningverwarming overneemt van de gasketel. Voor stap twee wordt een driewegklep plus boilervat met spiraal aan de installatie toegevoegd, zodat de warmtepomp ook tapwater gaat maken. In principe krijgt de ketel nu een volledige back-upfunctie, legt William van Driel, key accountmanager bij Panasonic uit. “De ketel springt nog steeds bij als het buiten extreem koud is, maar verliest zijn tapwatertaak grotendeels. Alleen als er ineens heel veel tapwater nodig is, bijvoorbeeld omdat drie of vier gezinsleden direct achter elkaar willen douchen, helpt de gasketel de warmtepomp.”

Verlaging van aanvoertemperatuur

De volgende stap is dat de woning wordt voorzien van laagtemperatuurverwarming, bijvoorbeeld vloerverwarming of ventilatorconvectoren. Van Driel: “Hierdoor kan de aanvoertemperatuur worden verlaagd van 55 naar bijvoorbeeld 45 of 40 graden, waardoor de warmtepomp steeds gunstiger draait en de gasketel steeds minder bij hoeft te springen.” Vervolgens komt stap vier in beeld, waarbij de woning verder wordt na-geïsoleerd. “Denk bijvoorbeeld aan vloerisolatie of hr++-glas”, vertelt Van Driel. “Door de schil op die manier te verbeteren, is het soms mogelijk om de aanvoertemperatuur voor de LT-verwarming verder te verlagen, bijvoorbeeld van 45 naar 40 graden.”

Definitief afscheid van de gasketel

Met die vierde stap is de gasketel overbodig geworden. In stap vijf wordt daar dan ook definitief afscheid van genomen. De warmtepomp neemt nu zowel de woningverwarming als tapwaterproductie volledig voor rekening. Om dit hele traject succesvol te laten verlopen, moet het warmtepompvermogen vooraf worden bepaald aan de hand van berekeningen over de eindsituatie. Van Driel: “De meeste hybride warmtepompen zijn uitgeklede versies van gewone lucht/water-warmtepompen en kunnen zonder complexe ingrepen niet stand-alone fungeren. Doordat wij bij Hybrid+ uitgaan van de Aquarea-warmtepomp kan dat bij Hybrid+ uiteindelijk wel. De technische crux zit met name in de ingebouwde T6-regelaar van Honeywell, die met elk type ketel kan communiceren zodat de warmtepomp zowel hybride als stand-alone kan worden ingezet.”

De Panasonic Aquarea Hybrid+ serie wordt in twee varianten geleverd: als standaard splitsysteem (met de condensor in de binnenunit en de verdamper buiten), en als monobloc waarbij beide componenten in de buitenunit zitten.

Elektropartners

Elektropartners is installatie-architect. Waar elektropartners ruim vijftig jaar geleden begonnen is als elektrotechnisch installatiebedrijf, is Elektropartners steeds meer gaan ontwerpen en adviseren. Vanuit de vestiging in Heerhugowaard werken zijdoor heel Nederland voor aannemers, zakelijke eindgebruikers, overheidsinstellingen, defensie en particuliere opdrachtgevers.

Onder hun installatie en/of ontwerp diensten doen zij:

  • Licht- en krachtstroominstallaties
  • telefoonsystemen
  • datanetwerken
  • glasvezelverbindingen

Elektropartners werkt voor organisaties in de bouw en industrie, bij overheidsinstellingen en mkb-bedrijven en in woningen van particulieren. Want thuis en op kantoor zit in iedere ruimte wel een licht- of krachtinstallatie.