Webinar laat verbeterpotentieel installaties zien voor CO2-reductie

Op donderdag 30 september neemt Duurzaam Gebouwd-partner DWA je mee naar een succesvolle aanpak voor optimalisatie van installaties. Tijdens een interactief webinar ontdek je hoe je inzicht verkrijgt door digitale tools en laten Schiphol en Hysopt zien hoe die gereedschappen helpen bij het maken van de juiste investeringsbeslissingen.

Foto boven: AVenZo – Ludo de Rooij / Shutterstock.com

Met de klimaatdoelstellingen in het achterhoofd is het belangrijk dat we verduurzamen en fossiele brandstoffen vaarwel zeggen. In bestaande bouw betekent dat het vervangen van cv-ketels en traditionele koelinstallaties met onder andere warmtepompen, wko-installaties en collectieve warmtenetten. Hoe krijg je inzicht in de behoefte aan warmte en koude in je vastgoed?

Dat legt Roel Van den Bulcke uit van Hysopt. Hij vertelt hoe je met behulp van simulaties duidelijkheid krijgt over prestaties van installaties. De Digital Twin die dit oplevert, zorgt voor de juiste keuzes voor optimalisatie. Het resultaat: voldoende koeling of verwarming op de juiste plek, op efficiënte en energiezuinige wijze en zonder comfortklachten.

Luchthaven Schiphol paste dit toe voor Terminal 3. Door het maken van de Digital Twin met Hysopt voor de koelinstallatie ontstond inzicht in het functioneren en kwamen een aantal knelpunten aan het licht die (op termijn) comfortklachten kunnen veroorzaken. Jeroen Oosterling en Andrew van Weers van Luchthaven Schiphol lichten toe welke inzichten zij opdeden en hoe zij dit willen inzetten voor optimalisatie.

Aanmelden

Meld je aan voor het seminar en je ontvangt enkele weken voorafgaand aan het webinar gegevens om het event te volgen. Met vragen kun je terecht op dit e-mail adres.

 

Remeha werkt aan BENG en TO-juli

Zonnepanelen Oranjedak

1 januari 2021 is de EPC-regeling vervangen door BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dat is een grote stap voorwaarts als het gaat om het terugdringen van de CO2-uitstoot en transparantie in het realiseren daarvan. Iedereen die zich bezighoudt met bouwen is verantwoordelijk en kan een steentje bijdragen aan BENG. Sterker: alleen als alle betrokkenen samenwerken kunnen we BENG optimaal toepassen.

BENG doe je samen!

Iedereen, van stedenbouwkundige en architect tot ontwikkelaar en installateur, draagt verantwoordelijkheid als het om BENG gaat. Talloze factoren bepalen of een gebouw al dan niet BENG is. Op verschillende van die factoren oefen je met oplossingen en producten van Remeha invloed uit. Tegelijk met BENG trad een nieuwe indicator die het risico op temperatuuroverschrijding binnen een woning aangeeft in werking: TO-juli. Die kennis moet leiden tot een vermindering van het risico op temperatuuroverschrijding.

BENG in het kort

BENG kent drie afzonderlijke indicaties.

  • BENG 1: energiebehoefte van het gebouw (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). De energiebehoefte geeft aan wat de energiezuinigheid is van een gebouw. Dan draait het om verwarming en koeling, ongeacht de installaties – het casco telt. Isolatie, stand ten opzichte van de zon en ventilatie hebben ook invloed op de energiezuinigheid
  • BENG 2: primair (fossiele) energiegebruik (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). Het vooraf berekende gebruik van fossiele energie moet worden beperkt. De hoogte van de reductie is afhankelijk van het woningtype
  • BENG 3: aandeel hernieuwbare energie in procenten. Hernieuwbare energie moet optimaal worden benut, denk hierbij aan zonnepanelen

Berekeningsmethode NTA8800

Om te bepalen of een nieuwe woning aan de BENG-eisen voldoet is een berekeningsmethode ontwikkeld. De methode is vastgelegd in de NTA8800. BENG geldt uitsluitend voor nieuwbouw, maar met deze methode is het mogelijk om de energieprestatie van nieuwe en van bestaande woning- en utiliteitsbouw vast te stellen.

Lees meer over de Energieprestatie indicatoren

 

Energiezuinig en meer comfort

BENG is in het leven geroepen om duurzamer te kunnen bouwen en wonen. Met deze regeling is er meer aandacht voor de energiezuinigheid van het casco en is er minder ruimte voor minder zuinigere woningen. Dat leidt tot een toename van de regels en de kans is reëel dat de initiële bouwkosten stijgen. Daar staat tegenover dat het gebruikscomfort toeneemt. Bovendien kan een huis dat voldoet aan BENG een hogere marktwaarde hebben.

Voorkomen van temperatuuroverschrijding

Vanwege de optimale isolatie in woningen wordt het steeds belangrijker dat koeling en ventilatie in orde zijn. Om dat uitgangspunt in goede banen te leiden is tegelijk met BENG de indicator TO-juli van kracht geworden. Dat geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Hoe lager de uitkomst, hoe lager het risico. Het gebouwontwerp, ligging ten opzichte van de zon en materiaalgebruik hebben invloed op TO-juli. Remeha kan hierbij ook een rol spelen. Met een Remeha warmtepomp met koeling voldoet de woning aan de TO-juli grens. Grondgekoppelde warmtepompen zijn bovendien gunstig voor BENG 2 en 3. Een keuze voor luchtwater warmtepompen betekent dat het mogelijke extra verbruik van de koeling gecompenseerd moeten worden door extra zonnepanelen.

 

Wat doet Remeha?

Bij BENG draait het dus om het verminderen van de energiebehoefte van woningen, beperking van gebruik van fossiele energie en het gebruiken van hernieuwbare energie. Op welke manier ondersteunt Remeha je bij het realiseren van BENG? Natuurlijk voldoen alle Remeha all-electric warmtepompen aan de nieuwe regelgeving. Dat is bovendien vastgelegd in kwaliteitsverklaringen. Daarnaast zijn de producten goed vindbaar in BENG-softwarepakketten zodat de toepassing van Remeha producten soepel verloopt. De warmtepompen van Remeha die actief koelen, dragen bij aan de beperking van het risico op temperatuuroverschrijding. En vanzelfsprekend ondersteunt Remeha zijn relaties altijd met maatwerkadvies.

Van product tot regie

Wat kunnen we op dit moment doen? All-electric warmtepompen van Remeha dragen nadrukkelijk bij aan het realiseren van BENG. De precieze rol is afhankelijk van de situatie en andere specifieke aspecten van de nieuwbouw. Naast innovatieve producten en doordachte oplossingen hebben we specialisten die adviseren, werk uit handen nemen en zelfs de regie rondom het realiseren van BENG als het gaat om de aspecten verwarming en koeling volledig kunnen overnemen. Alleen samen behalen we de meest optimale resultaten.

 

Webinar BENG en TO-juli 16 september

Wil je meer weten over BENG? Schrijf je dan in voor het BENG en TO-juli webinar op 16 september: https://control.yourwebinar.nl/webinars/subscribe/ytobud/

 

NIEUW: NIBE S2125 modulerende monoblock lucht/water warmtepomp

Tijdens de Installatie Vakbeurs Hardenberg – die op op 14, 15 en 16 september plaatsvindt – introduceert Nibe twee nieuwe warmtepompmodellen: de lucht/water-warmtepomp S2125 en de water/water-warmtepomp F1253-4 PC EM.

De Nibe S2125 is leverbaar in vermogens van 8 en 12 kW. Hij kan worden gecombineerd met diverse complete binnenunits of regelunits, met een apart opgestelde boiler en in cascadeopstellingen. De lucht/water-warmtepomp maakt gebruik van het natuurlijke koudemiddel propaan, dat een GWP-waarde (Global Warming Potential) heeft van 3.

Maximale cv-aanvoertemperatuur van 75 °C

Dankzijn zijn lage GWP levert propaan bij lekkage een veel minder grote bijdrage aan het broeikaseffect dan koudemiddelen als R32 (GWP: 675) of R410A (GWP: 2.088). De nieuwe warmtepomp kan volgens Nibe een maximale cv-aanvoertemperatuur van 75 °C leveren. Daarnaast stelt de fabrikant dat het “de stilste lucht/water-warmtepomp in zijn klasse” is, zodat hij zonder geluidsbeperkende maatregelen dicht bij de erfgrens kan worden geplaatst. Volgens Nibe haalt de S2125 een SCOP van 5,0.

Water/water-combiwarmtepomp met laag vermogen

De andere warmtepomp die Nibe in Hardenberg zal introduceren, is de water/water-combiwarmtepomp F1253-4 PC EM. Deze warmtepomp moduleert tussen 1,5 en 4 kW en heeft een ingebouwde energiemeter. Volgens Nibe groeit de belangstelling voor een dergelijk – relatief laag – vermogen doordat nieuwbouwwoningen steeds beter worden geïsoleerd. De warmtepomp heeft een geïntegreerde RVS-boiler van 180 liter en een passieve koelmodule. Volgens de fabrikant is hij verder uitgerust met gebruiksvriendelijke bediening en uitgebreide communicatie- en monitoringsmogelijkheden.

Unica krijgt opdracht voor onderhoud klimaatinstallaties van 1.250 Defensiegebouwen in Noord- en Zuid-Nederland

Unica heeft een omvangrijke opdracht ontvangen van het Rijksvastgoedbedrijf. Het betreft het inspecteren, keuren en onderhouden van de klimaatinstallaties en warmteopwekkings-systemen van meer dan 1.250 Defensiegebouwen in Noord- en Zuid-Nederland. Tevens bestaat de opdracht uit het invullen van de circulaire en duurzaamheidsambitie van de betreffende defensiegebouwen die het Rijksvastgoedbedrijf beheert. De overeenkomst start op 1 januari 2022 met een maximale looptijd van 8 jaar en heeft een contractwaarde van enkele tientallen miljoenen euro’s per jaar. De opdracht is daarmee de grootste in de historie van Unica Building Services.

Grote verscheidenheid aan gebouwen en percelen

De gunning betreft een grote verscheidenheid aan gebouwen en percelen zoals kazerneterreinen, legerplaatsen, kantoren, werkplaatsen, magazijnen, keukens, kantines, medische centra, wacht- en lesgebouwen, garages, sportzalen, brandweerkazernes, hangaars en bunkers. Het betreft 400 gebouwen in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel en 870 gebouwen in de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland.

De werkzaamheden betreffen het inspecteren, keuren en onderhouden van de klimaatinstallaties, warmteopwekking, bodemenergiesystemen en regel- en terreininstallaties. Daarnaast zal Unica het Rijksvastgoedbedrijf ondersteunen in haar circulariteitsdoelstelling om in 2030 50% minder grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulair te handelen. Ook is de gewenste groeiende energiezuinigheid van de installaties een belangrijk aandachtspunt, waarvoor verschillende verduurzamingsprojecten worden ingezet.

Unica: veel ervaring met Rijksvastgoedbedrijf en Defensie

Unica heeft veel ervaring in de publieke sector met opdrachtgevers zoals het Ministerie van Defensie, tal van gemeenten en veiligheidsregio’s. Ook voor de omvangrijke portefeuille van het Rijksvastgoedbedrijf voert Unica al sinds 2014 naar tevredenheid opdrachten uit. De recente gunning stelt Unica in staat om de beheer- en onderhoudswerkzaamheden die het nu vaak als losse opdrachten bij Defensiegebouwen verzorgt, voort te zetten volgens een integrale onderhoudsmethode.

“Dit geeft ons de gelegenheid om alle installaties nog meer in samenhang te onderhouden en beheren”, verduidelijkt Ronald Toonen, vestigingsdirecteur van Unica Oosterhout en tevens directievoerder over de aanbesteding en uitvoering van de opdracht. “We zijn het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie zeer erkentelijk voor de gunning van deze prachtige opdracht, die niet alleen veel bijzondere gebouwen omvat maar ook de grootste opdracht is uit de historie van Unica Building Services. Het is een fantastische klus die we mogen uitvoeren in met name Noord- en Zuid-Nederland. We zien er naar uit om opdrachtgever Rijksvastgoedbedrijf en Defensie als gebruiker een zo optimaal mogelijke omgeving te bieden voor haar medewerkers.”

Unica Building Services is het grootste onderdeel uit het Unica-netwerk van bedrijven en beheert en onderhoudt alle gebouwgebonden installaties om klanten te verzekeren van een comfortabele, duurzame, veilige en gezonde omgeving. Voor de uitvoering van deze opdracht in de komende jaren wordt ook gebruik gemaakt van de gespecialiseerde kennis van zusterbedrijven, zoals Unica Energy Solutions (specialist in energievraagstukken) en Unica Building Intelligence (specialist in intelligente gebouwautomatisering).

Whitepaper: Duurzaam binnenklimaat

Whitepaper duurzaam binnenklimaat

In Nederland brengt de gemiddelde werknemer 85% tot 90% van zijn tijd binnen vier muren door. Helaas blijkt de lucht die daar wordt ingeademd niet altijd even gezond te zijn. Onderzoek van TNO wijst namelijk uit dat in driekwart van de gebouwen de klimaatregelingen niet optimaal zijn afgestemd op het gebruik van het gebouw. Hierdoor ligt het ‘sick building syndrome’ op de loer met allerlei specifieke gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, keelpijn en concentratiestoornissen. Deze klachten mogen op het eerste gezicht onschuldig lijken, maar moeten uitermate serieus worden genomen. Op de lange termijn hebben ze namelijk een negatieve invloed op het ziekteverzuim, de productiviteit en de uiteindelijke personeelskosten. En aangezien personeelskosten voor 90% de kostenstructuur van een organisatie bepalen, heeft iedereen baat bij een gezond binnenklimaat. Whitepaper duurzaam binnenklimaat

In deze whitepaper gaat De Installatieadviseur in op de belangrijkste oorzaken en gevolgen van een slecht binnenklimaat. Hierin worden zowel de gezondheids- als de financieel-economische aspecten belicht. Whitepaper duurzaam binnenklimaat

Duurzaam binnenklimaat

Er wordt een korte uitleg gegeven over:

  • 9 fundamenten van een gezond gebouw
  • Luchtkwaliteit
  • Thermisch comfort
  • Akoestiek
  • Wat levert een gezond gebouw op voor werknemer, werkgever en ontwikkelaar?

 

Download hier de whitepaper

 

Stille en hoog renderende warmtepompen voor de utiliteit

Het vervangen van bestaande cv-ketels door een of meerdere warmtepompen is een effectieve manier om verduurzamingsstappen te zetten binnen utiliteitsgebouwen. Zeker als in 2023 elk kantoorpand minimaal aan Energielabel C moet voldoen.

Rendement is vaak een van de belangrijke criteria waar partijen naar kijken als ze zich oriënteren op de warmtepompenmarkt. “Dat is ook niet zo vreemd”, meent Joachim van den Enden, productmanager commerciële warmtepompen bij Remeha. “Het rendement en de kwaliteit van de warmtepomp vormen samen het besparingspotentieel van het toestel. En energiebesparing is uiteindelijk het uitgangspunt bij verduurzaming.”

 

Aandacht voor (s)COP

“Warmtepompen hebben energie (elektriciteit) nodig om energie (warmte of koude) te leveren”, legt Van den Enden uit. “Het rendement van een warmtepomp is de verhouding tussen de gebruikte elektriciteit in kilowattuur (kWh) en de geleverde warmte of koude in kWh. Dit wordt uitgedrukt in de Coefficient of Performance (COP); een warmtepomp die voor elke geproduceerde 4 kWh aan warmte 1 kWh aan elektriciteit gebruikt, heeft dus een COP van 4. Omdat de temperatuur van de bron (lucht of water) van invloed is op het COP, fluctueert het COP per seizoen. Om toch een ‘gewogen’ beeld te vormen van het rendement gebruiken veel fabrikanten daarom de Seasonal Coefficient of Performance (sCOP): het gemiddelde COP over een heel jaar. Met de sCOP kun je het rendement van verschillende warmtepompen gemakkelijk vergelijken.”

 

Meer dan aankoopprijs

Bij het vervangen van verwarmingsinstallaties speelt de aanschafprijs van de nieuwe installatie begrijpelijkerwijs ook een belangrijke rol. Toch is het volgens Van den Enden belangrijk dat gebouwbeheerders en -eigenaren zich niet blind staren op de aanschafkosten van een warmtepomp. “De prijs van een warmtepomp is meer dan alleen de aankoopprijs. Het is minstens zo belangrijk om te kijken naar de sCOP. Hoe hoger die is, hoe minder elektriciteit je nodig hebt en hoe lager de maandelijkse energierekening. Een toestel met een hoger rendement verdient zich dus sneller terug.”

 

Terugverdienen investering

Met goed onderhoud kan een warmtepomp vijftien jaar of langer meegaan. De gebouweigenaar heeft gedurende de levensduur van het toestel de financiële voordelen van een beter renderende machine. Het is dus verstandig om te kijken naar de total cost of ownership in plaats van enkel de aanschafkosten. Van den Enden geeft aan dat er voor goed renderende warmtepompen diverse subsidies en financiële regelingen zijn om de ‘scherpe randjes’ van een eventueel hogere aankoopprijs af te halen.

 

Ondersteuning

Ondersteuning bij de keuze en het ontwerp is minstens zo belangrijk om tot het beste resultaat te komen als subsidie of fiscale regeling. “Denk daarbij vooral aan het goed informeren van de klant en het begeleiden van de installateur bij het ontwikkeltraject van het warmtepompsysteem”, licht Van den Enden toe. “Een warmtepompsysteem is namelijk een redelijk specialistisch systeem dat om een zorgvuldig ontwerp en een nauwkeurige installatie en inregeling vraagt. Het is dus van groot belang dat dit van kop tot staart goed wordt geregeld.”

 

Nieuwbouw en bestaande bouw

Van den Enden geeft aan dat warmtepompen geschikt zijn voor zowel de realisatie van duurzame nieuwbouw als voor de verduurzaming van bestaande utiliteitsgebouwen. “In nieuwe utiliteitspanden waar duurzaamheid een belangrijke rol speelt, zijn warmtepompen essentieel. Je kunt helemaal ‘van gas los’ en ze zorgen mede voor een hogere BREEAM-score van een pand. Maar ook in bestaande utiliteitsgebouwen is de warmtepomp de meest effectieve manier om te verduurzamen. Doordat er in de huidige generatie warmtepompen toestellen zijn die afgiftetemperaturen van 65 graden halen, zijn ze een prima, energiezuinig en milieuvriendelijk alternatief voor de cv-ketel. Met dergelijke warmtepompen kun je ook meteen goed uit de voeten als je hem voor de productie van warm tapwater wilt gebruiken.”

 

EPBD III -keuring: De ins en outs van de nieuwe keuring

PGGM project Strukton Worksphere

Op 10 maart jl. werd de EPBD III-keuring opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Hiermee zijn inspecties van aircosystemen van 70 tot 290 kW verplicht (in de EPBD II-keuring gold dit voor installaties van 12 tot 290 kW). Nieuw in de EPBD III-keuring is de verplichting voor de keuring van verwarmingssystemen. Ook voor deze systemen geldt een ondergrens van 70 en een bovengrens van 290 kW zoals bij de EPBD III . De keuringen moeten naast een keuringsrapport ook leiden tot een advies voor de kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie van het gebouw.

Officieel is de keuring vanaf 10 maart 2020 verplicht en is deze beschreven in het Bouwbesluit 2012 wijziging van 6 maart 2020. Er is echter nog geen keuring voor verwarmingssystemen beschikbaar. SCIOS brengt daar verandering in: zij ontwikkelt op verzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een keuring voor de verwarmingssystemen. Hiervoor krijgen zij twee jaar de tijd. We spreken SCIOS bestuursvoorzitter Arie Krijgsman.

Keuring in ontwikkeling

“Het is complexe materie. De in ontwikkeling zijnde keuring betreft niet alleen de warmtebron, maar ook het systeem voor warmteafgifte, de daaraan gekoppelde regelsystemen en de bepaling van de warmtebehoefte van het gebouw. En wanneer het verwarmingssysteem is gekoppeld met een ventilatiesysteem, dient ook dit systeem gekeurd te worden. Er geldt een praktische bovengrens van 290 kW. Per 1 januari 2026 moeten namelijk installaties met een nominaal vermogen groter dan 290 kW zijn voorzien van een gebouwautomatisering en -controlesysteem (GACS). Hiermee vervalt de keuringsplicht. Dit geldt overigens ook wanneer er een dergelijk controlesysteem aanwezig is in gebouwen waar het nominale vermogen van de installaties kleiner is dan 290 kW. Gebouwen waarvoor een energieprestatiecontract is afgesloten, worden ook vrijgesteld van de keuringsverplichting.”

Aanvullende verplichting

En dan is het nog niet gedaan met de complexiteit. Ook de verplichte keuring van stookinstallaties vanuit het Activiteitenbesluit blijft van kracht. Dat betekent dat eigenaren van stookinstallaties met een vermogen vanaf 100 kW (of 20 kW wanneer een stookinstallaties wordt gestookt op een vloeibare of vaste brandstof) verplicht zijn inspecties te laten uitvoeren op veiligheid, energieverbruik en emissie van de installaties. Daar komt dus straks de aanvullende keuring van het verwarmingssysteem van gebouwen, gericht op de energieprestatie, bovenop. “In ons overleg met BZK is afgesproken dat er wordt gestreefd naar een gecombineerde keuring van de stookinstallatie en het verwarmingssysteem, zodat een optimale efficiëntie wordt bereikt. Samenvattend betekent dit dat gebouweigenaren de in het Bouwbesluit verplicht gestelde keuring vanaf 2020 moeten laten uitvoeren. Omdat eerst per 2022 deze keuring beschikbaar is, kan gedurende de overgangsperiode met een SCIOS scope 1 of 2 keuring aan deze verplichting worden voldaan. De nieuwe EPBD-keuring van het verwarmingssystemen moet dan uiterlijk vier jaar later worden uitgevoerd.”

Handhaving

Genoemde keuringen vallen onder het overheidstoezicht. Dat betekent dat de overheid, in dit geval op gemeenteniveau, gaat controleren of gebouwbeheerders hun inspecties hebben laten uitvoeren. Om gemeenten bij de handhaving te ondersteunen, komt er een afmeldregister voor de keuring van airconditionings‑ en verwarmingssystemen, net zoals dat al bestaat voor stookinstallaties. De handhaving bestaat uit controles op afgemelde keuringen. Handhavers gebruiken data uit de registers bij het uitvoeren van analyses waarop het toezicht wordt gebaseerd. Een extra reden voor gebouwbeheerders om scherp te zijn op de verplichte inspecties.

Over SCIOS

De Stichting SCIOS is eigenaar van en beheert het kwaliteitsmanagementsysteem voor inspectie en onderhoud van technische installaties. De certificatieregeling bestaat uit de deelregelingen Stookinstallaties, Elektrisch materieel en Explosieveilige installaties (ATEX). Installateurs en inspectiebedrijven die conform de SCIOS-certificeringsregeling zijn gecertificeerd, voeren onderhouds- en inspectiewerkzaamheden aan stookinstallaties uit die moeten voldoen aan de wet (het Activiteitenbesluit, vallend onder de Milieuwet) met betrekking tot rendement, veiligheid, milieubelasting.

Meer informatie over de inspecties:

 

 

Lees hier over een andere keuring, de NEN 3140, voor u vastgoed.

 

Installateurs zien prijzen stijgen en leveringen haperen

Bron: Vakblad warmtepompen

Bijna alle installateurs en technisch dienstverleners kampen met prijsstijgingen van de materialen en producten waarmee ze moeten werken. Techniek Nederland meldt dat de ondernemers in de sector bovendien last hebben van vertraagde leveringen.

De ondernemersorganisatie hield onder de naam ‘Quick Scan Prijsstijgingen en leveringsproblemen’ een onderzoek waar bijna 400 van zijn leden aan hebben meegedaan. De resultaten uit het onderzoek laten een eenduidig beeld zien: 96% van de respondenten merkt dat installatiematerialen en producten duurder worden. Daarnaast heeft 86% van de ondervraagde installateurs te maken met leveringsvertragingen van meer dan twee weken.

Winstgevendheid onder druk

De prijsstijgingen en haperende leveringen blijven niet zonder gevolgen. Driekwart van de installateurs verwacht dat de ontwikkelingen een nadelig effect zullen hebben op de winstgevendheid. Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland: “Als we over een langere periode te maken krijgen met prijsstijgingen is dat natuurlijk slecht nieuws voor bedrijven. Zeker wanneer installateurs de prijsstijgingen niet kunnen doorberekenen aan de klant.” Uit de quick scan blijkt dat maar één op de drie ondernemers in zijn contracten heeft vastgelegd dat prijsstijgingen kunnen worden doorberekend. 

Airco’s, zonnepanelen en warmtepompen

De prijsstijgingen doen zich voor bij alle soorten installatiematerialen en producten. Meer dan 60% van de respondenten noemt prijsverhogingen van basismaterialen zoals leidingen, bekabeling en schakelaars. Een derde van de ondervraagde installateurs meldt prijsverhogingen van airco’s, sanitairproducten en cv-ketels en een op de vijf heeft het over duurdere zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers. Overigens werkt niet ieder installatiebedrijf met alle genoemde producten en materialen.

Leveringsproblemen zijn aanzienlijk

Ook vertragingen komen voor bij uiteenlopende producten. Circa een derde van de respondenten constateert vertraagde leveringen van leidingen en bekabeling en 25% van de installateurs kampt met langere levertijden van sanitairproducten, cv-ketels, warmtepompen en airco’s. Ongeveer een vijfde van de installateurs heeft last van vertraging bij de levering van verlichting en armaturen. Ook hier geldt dat veel installatiebedrijven niet op ieder deelgebied actief zijn.

Meer prijsstijgingen verwacht

De meeste installateurs verwachten dat het niet bij de huidige prijsstijgingen en leveringsproblemen blijft. Een meerderheid (61%) van de respondenten rekent voor de korte termijn op nieuwe prijsstijgingen. Bijna een derde verwacht dat de hogere prijzen gepaard zullen gaan met (nog) langere levertijden.

 

 

Circulair gebouw beheren. Hoe doe je dat en waar moet je op letten?

Circulair gebouw beheren

Wat betekent de circulaire economie voor technisch vastgoed professionals? Het circulaire denken stopt dus niet na het bouwen van een gebouw. Het gebruik en het beheer zijn net zo belangrijk. Hoe loop je voorop en wat zijn de mogelijkheden? We hebben een overzicht gemaakt met praktische mogelijkheden. Circulair gebouw beheren

We hebben met elkaar afgesproken om in 2050 een circulaire economie te zijn. Dit lijkt nog ver weg, maar er is dan ook nog een lange weg te gaan binnen de vastgoedwereld. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 35% van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Onderhoud en gebruik van gebouwen doen daarnaast een groot beroep op onze grondstoffen in de vorm van energie, water, onderhoud, schoonmaak en diensten.

Definitie van circulair gebouw

Een gebouw dat met minimale inzet van virgin materials en andere grondstoffen maximale waarde creëert om op duurzame wijze te voorzien in een huisvestingsbehoefte, waarbij de gebruikte materialen hun waarde blijven behouden tijdens en na het gebruik.

Dit artikel gaat over het optimaliseren van de gebruiksfase. Kortom, hoe ga je om met het dagelijks onderhoud en verwerk je circulair beheren in het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP)?

 

Circulaire paspoort gebouw

Jij bent als gebouwbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. We hebben geen invloed meer op de bouw van het gebouw, maar met het opzetten van een circulair paspoort met daarin een overzicht van alle gebouwkenmerken die betrekking hebben op de circulariteit van een gebouw, kun je een goede start maken voor een circulair gebouw.

Kijk bij het opzetten van een circulair paspoort zoveel mogelijk naar bestaande standaarden, normen en labels voor duurzaamheid van gebouwen. Bij het opzetten van een gebouwpaspoort gaat het dus niet alleen over de gebruikte bouwmaterialen, maar ook over:

  • Hoe is het beheer en onderhoud geregeld;
  • Hoe wordt er met transformaties omgegaan;
  • Hoe flexibel is het gebouw;
  • De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw;
  • Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties.

Belangrijk hierbij is welke van deze kenmerken zijn relevant om te meten, vast te leggen en bij te houden gedurende het bestaan en gebruik van het gebouw? Belangrijke vragen hierbij zijn:

Waar staan we nu en hoe kan de circulariteit nog verbeterd kan worden?                                                                                                                Hoe kun je als beheerder gebouwen op een rendabele en praktische manier duurzaam en toekomstbestendig maken?

Hoe is het beheer en onderhoud geregeld

In welke mate kun je als beheerder een zo circulair mogelijk beheer en onderhoudsplan realiseren? Niet alleen het verlagen van het energieverbruik in gebouwen is hierbij heel belangrijk, maar ook het grondstoffenverbruik. Welke zaken kun je hierbij van je leveranciers eisen. Ga bijvoorbeeld met leveranciers in gesprek om gebruik en verbruik van grondstoffen zichtbaar te maken. Circulaire economie gaat vaak over diensten afnemen in plaats van producten.

 

Hoe flexibel is het gebouw

Creëer voor jezelf een overzicht in de aanpasbaarheid van het gebouw. Is het gebouw geschikt voor andere doeleinden indien de markt verandert? Zijn er andere functies en behoeften waarin het gebouw kan voorzien? Flexibiliteit van installaties is daarbij ook belangrijk.

 

De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw

Bepaal welke onderdelen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Indien een onderdeel van het gebouw in een andere omgeving hergebruikt kan worden, bespaar je grondstoffen. In welke mate kan het gebouw gerecycled worden?

 

Hoe wordt er met transformaties omgegaan

Hoe kun je als organisatie bij transformaties voorkomen dat je materialen gebruikt die niet meer kunnen worden hergebruikt. Welke alternatieve mogelijkheden zijn er voor oplossingen met hernieuwbare grondstoffen?

 

Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties

Grondstoffen kunnen volledig herbruikbaar zijn, maar grondstoffen in een gebouw dat niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld vanwege een ongunstige locatie) hebben minder waarde dan wanneer ze zijn toegepast in een gebruikt gebouw. Grondstoffen dienen ingezet te worden daar waar ze het meeste waard zijn. Hoe kunnen de gebouwen optimaal worden gebruikt?

 

Koers is gespecialiseerd in beheer en onderhoud