Impuls voor isolatie door voucherregeling

Bron: Duurzaam gebouwd

Met twaalf voorstellen voor een beter toegankelijk en effectiever isolatieprogramma probeert een coalitie van partijen en organisaties in politiek Den Haag steun te verwerven voor het Nationaal Isolatieprogramma. Wilma Berends, programmaleider Duurzaam Wonen bij Natuur & Milieu, geeft tekst en uitleg over de voorgestelde voucherregeling.

Aan de vooravond van Prinsjesdag (dinsdag 21 september) richten CDA, ChristenUnie en GroenLinks zich tot hun collega’s om tot een Nationaal Isolatieprogramma te komen en ook D66 en de PvdA steunen deze plannen. De Tweede Kamer heeft het afgelopen jaar hiertoe meermaals opgeroepen, maar het demissionaire kabinet zag dit tot voor kort als een taak voor het volgende kabinet. In het recente formatiestuk van Mark Rutte en Sigrid Kaag wordt isolatie wel genoemd, maar niet concreet uitgewerkt. Daar is het nu echter de hoogste tijd voor, vinden partijen als Bouwend Nederland, Techniek Nederland, Consumentenbond en Natuur & Milieu.

 

Ingewikkeld

Een fiks probleem bij de huidige regeling is de ontoegankelijkheid (met name voor lagere inkomensklassen) en de ingewikkeldheid. In het nieuwe voorstel worden de forse financiële en procedurele drempels weggenomen door de invoering van vouchers. Met deze tegoedbon kunnen huiseigenaren bij gecertificeerde bedrijven terecht, zodat ook de kwaliteit wordt gewaarborgd. En ze zijn vooraf zeker over de bijdrage. Op dit moment krijgen woningeigenaren subsidie pas achteraf, wat voor veel mensen een drempel vormt om te gaan isoleren.

“In ons voorstel worden op landelijk niveau groepen woningen gedefinieerd om aan te pakken”, aldus Berends. “Je kunt dan beginnen met woningen van voor een bepaald bouwjaar, of bijvoorbeeld hoekwoningen of appartementen. De woningeigenaren krijgen dan vouchers, zodat ze met dat tegoed hun woning kunnen gaan isoleren. Je kunt die voucher inwisselen bij marktpartijen die voldoen aan bepaalde criteria. Daarmee zorg je ook voor een kwaliteitsslag van de markt.”

“Hopelijk worden zo de slechtste woningen als eerste aangepakt, waarna stap voor stap iets beter geïsoleerde woningen aan de beurt komen. Een woning van Energielabel G naar C brengen, kost vrijwel evenveel moeite als een woning van label C naar A brengen, maar levert veel meer CO2-reductie op. Daarnaast willen we dat de laagste inkomens eventueel beroep kunnen doen op een extra regeling.”

Naast subsidie voor woningeigenaren komen ook huurders aan bod, als de verhuurder aan het verduurzamen van de woning wil meedoen. In ruil daarvoor, zo stellen de organisaties voor, moet de verhuurdersheffing worden afgeschat. Dat is toch al één van de grote wensen van de woningcorporaties.

Publieke belang

Lokale isolatieteams met voldoende (technische) deskundigheid gaan in de voorstellen woningeigenaren helpen met de keuze van de isolatiemaatregelen. Die deskundigen moeten volgens Berends het publieke belang voorop hebben staan, geen belang in een bedrijf hebben en moeten dus door de overheid betaald worden.

“Naast de vouchers moet de bestaande subsidieregeling ook simpeler en minder bureaucratisch worden. De huidige ISDE-regeling is heel erg ingewikkeld. Je moet erg goed ingevoerd zijn, als het gaat over zaken als Rc-waarden, allerlei oppervlakten en diktes. Als het Rijk de voucherregeling goed invult, word je ontzorgt door de lokale teams en door de criteria achter de regeling.”

In de voorstellen wordt, naast de bestaande ISDE-middelen, een jaarlijks subsidiebudget van 300 miljoen euro genoemd om ‘sneller, slimmer en socialer’ te gaan isoleren. Daarbij komt dan nog een onbekend bedrag voor het organiseren van het hele programma. In het voorstel staat dat het geld deels kan komen uit de reguliere Rijksbegroting en deels uit Europees geld. Zo is er voor duurzame investeringen 2 miljard euro beschikbaar van de in totaal 5,6 miljard uit het Nederlandse deel van het Europese herstelfonds.

Impuls voor isolatie door voucherregeling

Beeld van de actiedag gisteren bij het Binnenhof (foto’s: Marco de Swart, Natuur & Milieu).

Kamerdebat

“Uit de nieuwe begroting is al uitgelekt”, zo weet Berends, “dat er extra geld beschikbaar komt voor isolatie. In een Kamerdebat op 6 oktober wordt dit onderwerp hopelijk weer geagendeerd. Rutte en Kaag ondersteunen in ieder geval het belang van isoleren en het verhogen van het tempo. Voor isolatie is in de politiek heel veel draagvlak. Iedereen snapt wel dat dit voor het verduurzamen de basis is. Bovendien denken de politieke partijen hierbij niet alleen aan de klimaatdoelstellingen, maar ook aan sociale doelstellingen. Om zo mensen in slechte woningen te helpen aan meer comfort en een lagere energierekening.”

Gezien de steun van diverse grote maatschappelijke organisaties voor de nieuwe regeling klonk het maandag bij de presentatie van de voorstellen uit de mond van de betrokken politici eensgezind ‘aan de slag’.

De lijst met twaalf voorstellen luidt als volgt:

  1. Sneller: verdrievoudig het isolatietempo
  2. Slimmer: bundelen van vraag en aanbod
  3. Socialer: extra ondersteuning voor lage inkomens
  4. Benut de kracht van de lokale gemeenschap werk zo aan enthousiasme en draagvlak
  5. Lokale isolatieteams bieden maatwerk
  6. Voor vakkundige isolatie zijn vakmensen nodig
  7. Pak isolatie niet geïsoleerd aan
  8. Gezond en milieuvriendelijk isoleren
  9. Haal welstand uit de nee-stand
  10. Maak subsidies en financiering eenvoudiger en aantrekkelijker
  11. Boter bij de vis
  12. Volhouden!

Lees hier het complete manifest (pdf).

Wat maakt een gebouw echt slim?

‘Wat een gebouw echt slim maakt? Dat hangt ervan af vanuit welk perspectief je naar een gebouw kijkt. Ben je eigenaar, beheerder of gebruiker?’ René van der Vlugt, voormalig Business and Digital Transformation Lead bij Microsoft was nauw betrokken bij de transformatie van het traditionele Microsoft-kantoor op Schiphol tot een smart building. En dat smaakte naar meer. In januari 2020 richtte hij WRKPLC op. Met deze organisatie biedt hij gebouweigenaren, beheerders en ondernemers de helpende hand in de realisatie van slimme gebouwen.

‘Op dit moment werk ik in opdracht van een gebouweigenaar aan het slim maken van een gebouw aan de Zuidas. Het doel van deze -en de meeste- gebouweigena(a)r(en) is inspelen op de allerlaatste trends om hiermee een onderscheidend vastgoedportfolio te realiseren. Zeker op de Zuidas is er behoorlijk concurrentie in het aantrekken van huurders. Het bieden van een slimme werkomgeving is dus bijna een licence to operate. Het gaat allang niet meer over het verhuren van zoveel mogelijke vierkante meters aan een huurder, maar juist om het optimaliseren van de gehuurde kantoorruimte.’

In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen

‘Voor een beheerder heeft een slim gebouw vooral te maken met energiebesparing, de mate van Parisproof zijn en de mogelijkheid om de verschillen tussen prognose en daadwerkelijk verbruik te kunnen meten zodat zaken als energieverbruik en luchtvochtigheid kunnen worden geoptimaliseerd. En je hebt ook gewoon de gebruiker van een gebouw. Voor hem of haar is een gebouw pas slim als het bijdraagt aan productiviteit. Kom je gemakkelijk binnen? Is jouw werkplek comfortabel? Doen alle installaties wat ze moeten doen?

Gebouwen met potentie

René beweert dat veel zogenoemde smart buildings feitelijk nog steeds relatief dom zijn. Zeker in de periode kort na oplevering. Gebouweigenaren en -beheerders hebben vaak geen idee hoe het gebouw zich gedraagt en hoe ze het optimaal kunnen beheren. ‘Zonde, want in gebouwen die zijn uitgerust met de juiste technologische structuur zit enorm veel potentie.’

‘Het is een misverstand dat je met het plaatsen van een sensor en andere slimme toepassingen een slim gebouw creëert. Zo’n sensor is een aardige eerste stap. Het draait vervolgens om het verzamelen van data, om het inzichtelijk maken van de resultaten en om het vertalen naar acties. Is de data betrouwbaar? Kun je het interpreteren? Zijn de rapportages juist? En: wat is de locatie van de sensor? Hangt deze in de ontvangsthal of in een concentratieruimte? Door data inzichtelijk te maken, kun je bijvoorbeeld de oorzaken van de verschillen in gebruik tussen twee op het oog identieke vergaderruimtes achterhalen. Komt het door de akoestiek? Stijgt het CO2-gehalte tijdens vergaderingen te snel? Deze laatste situatie speelde bij Microsoft. Vanwege de ligging op Schiphol was een eenvoudige oplossing als het raam openen geen optie. Dat betekende dat we de functie van de ruimte moesten aanpassen. Kort door de bocht: dat is niet iets wat een sensor meet.’

De sensor is slechts het begin

‘Bij Microsoft was er sprake van een flink percentage no shows in geboekte vergaderruimtes. Het systeem koppelde een geplande vergadering automatisch aan een vergaderruimte. Ook als het een virtuele meeting was. Niets no show dus, maar incorrecte communicatie tussen de agenda en het boekingssysteem. Het zijn op zichzelf kleine aanpassingen, maar je moet ze wel integreren in het systeem. En dat is dus niet iets wat een sensor voor je doet. Daar moet je een proces voor optuigen.’

‘In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen. Het is een totaalplaatje. Mensen willen niet werken in een omgeving waar overgebleven voedsel aan het einde van de dag wordt weggegooid. Of op een plek waar ze eerst langs de ICT-afdeling moeten wanneer ze hun huurauto -met ander kenteken- willen parkeren op de bedrijfsparkeerplaats. Of in een vergaderruimte dat nog vol staat met servies van de vorige groep. In een écht slim gebouw wordt ook hier over nagedacht.’

 

Kijkje in de toekomst

‘Er zijn meerdere trends waarlangs je de toekomst van een gebouw kunt beschrijven. Nu hebben we het voornamelijk over plaats- en tijdonafhankelijk werken. In de nabije toekomst -covid helpt het proces een handje- gaan we ook steeds vaker bedrijfsonafhankelijk werken. Grootschaliger dan nu al gebeurt dus. Dat betekent dat een gebouw niet meer één, maar meerdere huurders heeft. Dan is de vraag hoe een slim gebouw dat soort concepten gaat faciliteren. Ik verwacht bovendien dat het adaptieve vermogen van gebouwen naar gebruikers steeds groter wordt. En natuurlijk zit de grote winst van een slim gebouw ook in verduurzaming. Daar zit een groot stuk toekomstmuziek.’

Remeha werkt aan BENG en TO-juli

Zonnepanelen Oranjedak

1 januari 2021 is de EPC-regeling vervangen door BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dat is een grote stap voorwaarts als het gaat om het terugdringen van de CO2-uitstoot en transparantie in het realiseren daarvan. Iedereen die zich bezighoudt met bouwen is verantwoordelijk en kan een steentje bijdragen aan BENG. Sterker: alleen als alle betrokkenen samenwerken kunnen we BENG optimaal toepassen.

BENG doe je samen!

Iedereen, van stedenbouwkundige en architect tot ontwikkelaar en installateur, draagt verantwoordelijkheid als het om BENG gaat. Talloze factoren bepalen of een gebouw al dan niet BENG is. Op verschillende van die factoren oefen je met oplossingen en producten van Remeha invloed uit. Tegelijk met BENG trad een nieuwe indicator die het risico op temperatuuroverschrijding binnen een woning aangeeft in werking: TO-juli. Die kennis moet leiden tot een vermindering van het risico op temperatuuroverschrijding.

BENG in het kort

BENG kent drie afzonderlijke indicaties.

  • BENG 1: energiebehoefte van het gebouw (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). De energiebehoefte geeft aan wat de energiezuinigheid is van een gebouw. Dan draait het om verwarming en koeling, ongeacht de installaties – het casco telt. Isolatie, stand ten opzichte van de zon en ventilatie hebben ook invloed op de energiezuinigheid
  • BENG 2: primair (fossiele) energiegebruik (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). Het vooraf berekende gebruik van fossiele energie moet worden beperkt. De hoogte van de reductie is afhankelijk van het woningtype
  • BENG 3: aandeel hernieuwbare energie in procenten. Hernieuwbare energie moet optimaal worden benut, denk hierbij aan zonnepanelen

Berekeningsmethode NTA8800

Om te bepalen of een nieuwe woning aan de BENG-eisen voldoet is een berekeningsmethode ontwikkeld. De methode is vastgelegd in de NTA8800. BENG geldt uitsluitend voor nieuwbouw, maar met deze methode is het mogelijk om de energieprestatie van nieuwe en van bestaande woning- en utiliteitsbouw vast te stellen.

Lees meer over de Energieprestatie indicatoren

 

Energiezuinig en meer comfort

BENG is in het leven geroepen om duurzamer te kunnen bouwen en wonen. Met deze regeling is er meer aandacht voor de energiezuinigheid van het casco en is er minder ruimte voor minder zuinigere woningen. Dat leidt tot een toename van de regels en de kans is reëel dat de initiële bouwkosten stijgen. Daar staat tegenover dat het gebruikscomfort toeneemt. Bovendien kan een huis dat voldoet aan BENG een hogere marktwaarde hebben.

Voorkomen van temperatuuroverschrijding

Vanwege de optimale isolatie in woningen wordt het steeds belangrijker dat koeling en ventilatie in orde zijn. Om dat uitgangspunt in goede banen te leiden is tegelijk met BENG de indicator TO-juli van kracht geworden. Dat geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Hoe lager de uitkomst, hoe lager het risico. Het gebouwontwerp, ligging ten opzichte van de zon en materiaalgebruik hebben invloed op TO-juli. Remeha kan hierbij ook een rol spelen. Met een Remeha warmtepomp met koeling voldoet de woning aan de TO-juli grens. Grondgekoppelde warmtepompen zijn bovendien gunstig voor BENG 2 en 3. Een keuze voor luchtwater warmtepompen betekent dat het mogelijke extra verbruik van de koeling gecompenseerd moeten worden door extra zonnepanelen.

 

Wat doet Remeha?

Bij BENG draait het dus om het verminderen van de energiebehoefte van woningen, beperking van gebruik van fossiele energie en het gebruiken van hernieuwbare energie. Op welke manier ondersteunt Remeha je bij het realiseren van BENG? Natuurlijk voldoen alle Remeha all-electric warmtepompen aan de nieuwe regelgeving. Dat is bovendien vastgelegd in kwaliteitsverklaringen. Daarnaast zijn de producten goed vindbaar in BENG-softwarepakketten zodat de toepassing van Remeha producten soepel verloopt. De warmtepompen van Remeha die actief koelen, dragen bij aan de beperking van het risico op temperatuuroverschrijding. En vanzelfsprekend ondersteunt Remeha zijn relaties altijd met maatwerkadvies.

Van product tot regie

Wat kunnen we op dit moment doen? All-electric warmtepompen van Remeha dragen nadrukkelijk bij aan het realiseren van BENG. De precieze rol is afhankelijk van de situatie en andere specifieke aspecten van de nieuwbouw. Naast innovatieve producten en doordachte oplossingen hebben we specialisten die adviseren, werk uit handen nemen en zelfs de regie rondom het realiseren van BENG als het gaat om de aspecten verwarming en koeling volledig kunnen overnemen. Alleen samen behalen we de meest optimale resultaten.

 

Webinar BENG en TO-juli 16 september

Wil je meer weten over BENG? Schrijf je dan in voor het BENG en TO-juli webinar op 16 september: https://control.yourwebinar.nl/webinars/subscribe/ytobud/

 

Energiebesparende verbouwingen, hoe doe je dat?

Energielabel regels

Energielabel

Indien u een bedrijfspand wilt verhuren of verkopen is een energielabel vaak verplicht! Het zakelijke energielabel informeert een koper of huurder over het energieverbruik van bedrijfs-onroerend goed. Daarnaast geeft dit label de mogelijke energiebesparende maatregelen weer. Een energielabel is 10 jaar geldig en worden afgegeven door BRL- gecertificeerde energieadviseurs. Gebouwen waar mogelijk een energielabel geëist wordt zijn scholen, horeca, sporthallen, ziekenhuizen, horecapanden, kantoorpanden, winkelruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Energiebesparende verbouwingen bedrijfspanden

Energiemanagement

Natuurlijk wilt u een zo duurzaam mogelijk bedrijfspand. Maar wat kost het en wat zijn de energiebesparende voordelen? Naast dat de bewustwording van de gebruiker belangrijk is, kan de eigenaar van het bedrijfspand veel duurzame maatregelen nemen. De drie grootste energieverbruikers zijn verwarming, ventilatie en verlichting. Het is logisch dat wanneer u de gloeilampen vervangt door spaarlampen en tochtstrips aanbrengt op de deuren u een besparing zult doen. Maar zowel uw bedrijfspand als de aanwezige apparatuur en installaties hebben de grootste invloed op uw energieverbruik. Het is dan ook raadzaam om voor de energiebesparende mogelijkheden binnen deze systemen advies in te winnen bij gespecialiseerde bedrijven.

EIA (Energie investeringsaftrek)

Bij nieuwbouw of renovatie van een bedrijfspand is vaak subsidie mogelijk. Naast lokale subsidies zijn er ook landelijke subsidieregelingen en de fiscale maatregelen. Deze zijn beschreven op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Zie bijvoorbeeld een overzicht van de nieuwste bepalingen bij duurzame verbouwingen. Energiebesparende verbouwingen bedrijfspanden

Wil je meer weten over energie besparende verbouwingen? Lees hier meer!

Lees hier zo hoe duurzame energiesystemen kansen bieden voor Nederlandse vastgoed professionals.

Verduurzaming winkels komt niet op gang

Bron: Colliers

De verduurzaming van winkels in Nederland komt nauwelijks van de grond. Energielabels ontbreken massaal en het energieverbruik is nog veel te hoog om de doelen uit het klimaatakkoord te behalen. Ook is er geen dwingende wetgeving vanuit de overheid, waardoor vastgoedeigenaren en winkeliers niet in actie komen. Hiervoor spraken wij met winkeleigenaren die 15% van het winkeloppervlak vertegenwoordigen.

Bijna 70% van alle winkelruimte heeft geen energielabel, terwijl de eigenaar zijn winkel niet zonder dit certificaat mag verhuren of verkopen,

zegt duurzaamheidsexpert Jeroen Bloemers van Colliers. “Het gaat om meer dan 27 miljoen vierkante meter aan ongelabelde winkelruimte verspreid over het land, ongeveer 4.000 voetbalvelden.”

Zaanstad en Utrecht koploper

Zaanstad en Utrecht zijn de groenste winkelsteden van de 25 grootste gemeenten. Daar heeft een derde van het winkeloppervlak een A-label. Het Zaanse stadshart is de afgelopen twintig jaar vernieuwd, waardoor de gemeente een grote slag heeft geslagen. De Domstad profiteert van de herontwikkeling van Hoog Catharijne en het moderne Leidsche Rijn Centrum.

In Haarlem en Maastricht heeft slecht 15% het hoogste label. “Deze steden hebben veel monumenten, waarvoor geen labelverplichting geldt”, vertelt Bloemers. “Omdat eigenaren vaak weinig aan de buitenkant mogen veranderen en een spouwmuur ontbreekt, is het verduurzamen een grote uitdaging. Een labelplicht zou helpen om beter inzicht te krijgen in de omvang van deze opgave.”

Geen urgentie bij eigenaren

Energielabels vertellen slechts een deel van het verhaal. Het verminderen van het energieverbruik is cruciaal om de klimaatdoelen te halen. Voor 2050 moet de consumptie met de helft omlaag. Vooralsnog staat verduurzaming niet hoog op de agenda bij winkeleigenaren. Twee derde heeft nog geen ambitie geformuleerd en ook de intrinsieke motivatie om te vergroenen is er niet altijd.

Institutionele beleggers zien zichzelf als voortrekker. Zij hebben de winkels vaak langer in bezit en kijken verder vooruit. Daarnaast eisen hun aandeelhouders meer duurzaamheid. Voor private-equitypartijen is dat anders. Zij kijken naar de potentiële kopers van hun vastgoed. Verhogen zij hun eisen, dan volgt private equity pas. Particuliere eigenaren zijn het minst bezig met verduurzaming en hebben nauwelijks vergaande plannen. Investeringen beperken zich nu vaak tot ingrepen met een korte terugverdientijd zoals ledverlichting.

Weinig druk om te verduurzamen

Voor kantoren is vanaf 2023 minimaal energielabel C verplicht anders dreigt sluiting. Voor winkels is zo’n maatregel er niet. ”Om de verduurzaming op gang te brengen is het essentieel dat de overheid snel richtlijnen voor de sector opstelt. Dat schept duidelijkheid, waardoor marktpartijen koers kunnen bepalen”, zegt Bloemers.

Ook winkeliers ervaren geen druk om hun winkel te vergroenen. De consument heeft vooral oog voor de duurzaamheid van het product en niet in welke winkel ze het aanschaffen. Het verminderen van het energieverbruik voor verwarming en koeling door bijvoorbeeld openstaande deuren heeft daarom geen prioriteit.

Samenwerking nodig

Voor een succesvolle verduurzaming is samenwerking tussen eigenaar en huurder noodzakelijk. Eigenaren van winkelcentra hebben controle over de algemene ruimten. Achter de winkelpui is het de taak van de winkelier. Ruim een derde van de eigenaren is inmiddels in gesprek met de huurder over een gezamenlijke aanpak. Alleen is verduurzaming voor de kleinere, lokale winkelier nog niet top-of-mind. Zij zijn vooral gefocust op het draaiend houden van hun bedrijf. “Uitstel is geen optie meer. Het klimaatrapport van de Verenigde Naties, laat zien dat er snel dwingende maatregelen nodig zijn. Er is letterlijk werk aan de winkel.”

Energielabel plichtig bij verkoop of verhuur?

Energielabel regels

Op het moment dat er voor een (utiliteits)gebouw een transactie plaatsvindt (verhuur, verkoop of oplevermoment), dient er een energielabel te worden overhandigd. Het energielabel is sinds 2008 verplicht bij gebouwen met de volgende gebruiksfuncties of een combinatie hiervan: Energielabel regels

  • Kantoor;
  • Gezondheidszorg (klinisch en niet-klinisch);
  • Bijeenkomst;
  • Onderwijs;
  • Sport (verwarmd en matig verwarmd);
  • Logies;
  • Cel;
  • Winkel;

Gebouwen met alleen een industriefunctie zijn niet energielabelplichtig. Is in dit gebouw nog een andere functie aanwezig die hier wel onder valt, dan geldt alleen een verplichting voor de label plichtige delen als het gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m2. Dit kan bijvoorbeeld een kantoorruimte zijn in een industriehal. Energielabel regels

Uitzonderingen zijn:

  • Monumenten volgens de monumentenwet of provinciale of gemeentelijke verordening;
  • Alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m2;
  • Een gebouw waar erediensten en/of religieuze activiteiten plaats vinden (kerk/moskee);
  • Een gebouw dat onteigend is en zal worden gesloopt;
  • Een tijdelijk gebouw met een gebruiksduur van maximaal 2 jaar;
  • Een gebouw waar geen energie wordt gebruikt om het binnenklimaat te regelen (hut/gite).

Er kan alleen een energielabel worden aangevraagd als dit gebouw BAG geregistreerd is. Er is namelijk een VBO-ID nodig. Daarnaast moet een gecertificeerde EPA-adviseur een Energie-Index opstellen.

Onderstaande site, geeft u meer informatie en uitleg:

https://www.rvo.nl/onderwerpen…

Een energielabel is maximaal 10 jaar geldig, dus de energie labels uit 2008 zullen binnenkort verlopen!

Het is raadzaam om zo snel mogelijk te beginnen met de maatregelen. De energieadviseur geeft u na de werkzaamheden een nieuw label en meldt u af bij de overheid.

 

Lees verder over hoe u de energiekosten per m2 berekent van uw bedrijfspand

 

Energielabel C vóór 2023 in het kantoor. Hoe behaalt u dat?

Energielabel C kantoren

1 Januari 2023 stelt de overheid als eis dat uw kantoor minimaal energielabel C bezit. Dit artikel gaat over wat energielabel C betekent en wat u moet doen om dit te behalen. Bij veel gebouwen zijn besparingen tot 30% op het energieverbruik goed mogelijk! We geven praktische tips en een overzicht van werkzaamheden in de verschillende stappen. energielabel C kantoorpand

Stap 1: Wat houdt energielabel C in?

Alle kantoren in Nederland met een grootte van minimaal 100 m2 zijn verplicht een energielabel C te behalen vóór 1 januari 2023. Dit komt neer op een Energie Index (EI) van maximaal 1,3. Wat betekent dat? De EI geeft aan hoe zuinig een kantoor is. Des te lager het getal, des te zuiniger het kantoorpand. Elk onderdeel van het kantoorgebouw wordt beoordeeld en krijgt een score. Logische belangrijke onderdelen zijn natuurlijk de buitenschil, installaties, ramen en het energieverbruik.

energielabel c voor kantoren

De klassen van het energielabel voor utiliteit lopen van ‘G’ tot ‘A++’, vergelijkbaar met het energielabel voor woningen. Niet elk kantoorgebouw hoeft in 2023 te voldoen aan deze eis. Dit zijn de uitzonderingen:

  • Monumenten hebben geen verplichting tot energielabel;
  • Als het pand binnen 2 jaar gesloopt gaat worden;
  • Minder dan 50% van de oppervlakte wordt gebruikt als kantoor.

 

Stap 2: Wat is het huidige energielabel van het kantoorpand?

Wellicht voldoet uw pand al aan de eisen van de overheid! Laat uw kantoorgebouw keuren door een EPA-U adviseur. Dit is een erkend energieadviseur die uw kantoor beoordeelt op alle onderdelen.

Er wordt gekeken naar installaties en de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Aan de hand van een energieprestatieadvies (EPA) komt deze adviseur tot een energielabel. Afhankelijk van de grootte van uw kantoor liggen de kosten voor een advies tussen de € 400,- en € 800,-. Bij kantoorpanden boven de 2000 m2 liggen deze kosten hoger.

Laat de adviseur een verbeterplan opstellen. Let goed op de verschillende mogelijkheden in het plan. Door de opties uit te laten werken, krijgt u een goed overzicht van de meest interessante maatregelen. Kijk voornamelijk naar maatregelen die zorgen voor een blijvend resultaat.

Stap 3: Investeren in energiebesparende maatregelen

Als u de aanbevolen maatregelen van de adviseur laat uitvoeren, kunt u subsidie ontvangen voor het advies. Wij raden dan ook aan om te kijken naar de mogelijkheden voor subsidies. Een bekende subsidie is bijvoorbeeld de SDE+ regeling.

Wij raden aan om niet alleen naar de minimale aanpassingen te kijken, maar ook naar de aanpassingen die toekomstgericht zijn. Houdt bijvoorbeeld genoeg ruimte over voor een warmtepomp of een waterstofketel.

Populaire energiebesparende maatregelen

  • Isolatie van het dak;
  • Vervangen van glas;
  • Vervangen van installaties;
  • Aanpassen verlichting;
  • Toevoegen van zonnepanelen;
  • Isolatie van buitenschil.

Iedere maatregel zal een effect hebben op de energieprestatie en daarmee samenhangende kosten voor energie. Bekijk samen met uw adviseur ook de mogelijkheden om uw gebouw slimmer in te richten. Dit kan een aanzienlijke energiebesparing opleveren. De terugverdientijden van deze investeringen variëren vaak van 3 tot 7 jaar. energielabel C kantoorpand

 

Stap 4: Laat een nieuwe energielabel opstellen

Als u de benodigde aanpassingen heeft gedaan, kunt u een nieuw label vast laten stellen.

Begin 2020 had de helft van alle kantoorgebouwen nog geen energielabel C of hoger. Volgens veel kenners gaan veel kantoren deze eis ook niet halen vóór 2023. Zeker gezien de druk op de bouw. Start dus op tijd met uw maatregelen.

Utrecht is de duurzaamste kantorenstad van Nederland

Bron: Colliers

Voor een groot aantal kantoorgebouwen dreigt mogelijke sluiting in januari 2023. Ongeveer 10% van de kantooroppervlakte heeft nog geen energielabel C of beter en bij 38% ontbreekt zelfs het label, terwijl dit een vereiste is om over anderhalf jaar open te mogen blijven. Samen gaat het om 27,5 miljoen vierkante, evenveel als in de vijftien grootste kantoorsteden bij elkaar opgeteld. Utrecht springt er positief uit. Inmiddels voldoet 80% van de kantoorruimte daar wel aan deze voorwaarde. Hengelo is de hekkensluiter met een score van 29%, blijkt uit onderzoek van vastgoedadviseur Colliers

”Van de gebouwen die nu nog geen label hebben, is een deel in theorie wel duurzaam genoeg”, zegt duurzaamheidsexpert Jeroen Bloemers van Colliers. ”Het aanvragen van een label is voldoende. Dit geldt voor ongeveer de helft van deze groep, als we uitgaan van het bouwjaar. Over het algemeen geldt: hoe nieuwer het kantoor, hoe duurzamer.”

Utrecht nummer één

In Utrecht heeft 80% label C of beter en daarmee is het de duurzaamste gemeente. Dat komt vooral door de moderne bedrijvenparken Papendorp en Rijnsweerd waar veel kantoren al label A hebben. Nieuwegein, Amsterdam, Haarlemmermeer en Rotterdam staan ook in de top vijf. Ongeveer twee derde van de kantoorruimte in deze steden voldoet aan de komende verplichting.

De verduurzaming in middelgrote steden komt nog niet echt op stoom. Zij hebben vaak concurrentie van de grotere steden bij het aantrekken van bedrijven, met hogere leegstand als gevolg. Hierdoor komt er vaak te weinig geld binnen bij vastgoedeigenaren om te investeren in verduurzaming. In Hengelo is maar 29% van de kantooroppervlakte klaar voor 2023. Het oude stadskantoor van de gemeente speelt hierin een grote rol. Het gebouw voldoet niet en zal waarschijnlijk getransformeerd worden naar woningen. In Assen en Venlo is de situatie niet veel beter en ligt dit percentage op 34%.

Meeste winst mogelijk in Amsterdam

In de 25 grootste kantorensteden van het land staan veel moderne kantoren met een goed energielabel. ”Toch liggen juist hier veel verduurzamingskansen”, legt Bloemers uit. ”Het gaat direct om grote oppervlakten. Zo is in Amsterdam 1,8 miljoen vierkante meter kantoorruimte nog niet 2023-proof.” Vooral op de west-as langs de A10, in Amsterdam-Noord en Amsterdam-Zuidoost blijft verduurzaming achter. In Zuidoost wordt dit deels opgelost door grootschalige transformatieprojecten. In Den Haag en Rotterdam valt nog meer dan een miljoen vierkante meter te verduurzamen.

Institutionele beleggers koplopers

De vastgoedeigenaar is bepalend voor de verduurzaming van het gebouw. Institutionele investeerders lopen hierin voorop. 70% van hun vaak moderne kantoorgebouwen heeft inmiddels minstens label C. Eigenaren die het gebouw zelf als kantoor gebruiken en particuliere investeerders doen het een stuk minder goed met minder dan 50%. Het lukt vaak niet om hun investering terug te verdienen, waardoor ingrepen achterblijven. Opvallend is de matige score van de overheid. Slechts de helft van hun kantooroppervlak is klaar voor 2023.

 

Strenge handhaving

Om meer vastgoedeigenaren in actie te laten komen, is goed informeren en handhaven volgens Bloemers cruciaal. ”Vooral ook richting eigenaren van onderwijsgebouwen, winkels, woningen of bedrijfsruimten. Zij krijgen later ook te maken met steeds strengere duurzaamheidseisen van de overheid. Door niet te handhaven, zien zij misschien niet de noodzaak om mee te werken aan de grote verduurzamingsopgave waarvoor we staan.” Kleine investeringen zoals het plaatsen van ledverlichting of het isoleren van het dak kunnen al zorgen voor een sprong in het energielabel. ”In die zin is label C een goede eerste stap, alleen echt ambitieus is het nog niet.”

Download het rapport hier.


​​​​​​​DGBC’s Werkgroep Kantoren stelt dat maximaal 70 kilowattuur energieverbruik per vierkante meter per jaar het einddoel moet zijn. De deadline van 2050 is niet ambitieus genoeg volgens de Werkgroep, dat kan sneller.  Hoe de weg naar dat doel er uitziet, heeft de Werkgroep Kantoren beschreven in de Routekaart. Bekijk de Routekaart Kantoren hier.

Kennemer Wonen verduurzaamt de komende 5 jaar nog eens 1.100 huurwoningen

Kennemer Wonen is jaren geleden is al begonnen met het investeren in duurzaamheid. Dat werpt nu zijn vruchten af. Krista Walter, directeur-bestuurder van Kennemer Wonen: “Afgelopen jaar is gemiddeld energielabel A behaald voor onze huurwoningen. Een unieke prestatie waarmee het energiedoel van brancheorganisatie Aedes ruim op tijd werd behaald. In 2016 is Kennemer Wonen gestart met een programma om elk jaar 1.000 huurwoningen te voorzien van zonnepanelen. Dit tempo is in 2019 opgevoerd naar 1.500 huurwoningen per jaar, ook hier gaan we mee door. Aanvullend op de bestaande maatregelen verduurzaamt Kennemer Wonen de komende vijf jaar nog eens 1.100 woningen om goed voorbereid te zijn op een aardgasvrije toekomst in 2050.” De voorbereidingen voor de aanpak van de eerste 650 woningen starten dit jaar. Hiervoor is onlangs een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met ketenpartners Constructif en de Noord-Hollandse Duurzaamheids Alliantie (NHDA).

Een toekomst zonder aardgas

De huurwoningen die als eerst worden aangepakt hebben een hoog energieverbruik en een laag energielabel. “In de toekomst wordt de gasgestookte CV ketel vervangen door alternatieven zoals een elektrische warmtepomp, aansluiting op een warmtenet of andere, innovatieve oplossingen. Het duurt nog wel even voordat het zover is, maar de toekomst is dichterbij dan je denkt.” aldus Michiel van Baarsen, manager Vastgoed bij Kennemer Wonen. “Wij willen goed voorbereid zijn op de toekomst en investeren nu al in goede isolatie van onze woningen en duurzame opwekking van elektriciteit door de aanleg van zonnepanelen. Hierdoor profiteert de huurder direct van de maatregelen. Een win-win situatie.”

Combineren van werkzaamheden

Al enige jaren participeert Kennemer Wonen in diverse samenwerkingsverbanden en pilots als het gaat om verduurzaming. Van Baarsen: “Om een woning zonder aardgas te kunnen verwarmen, is het noodzakelijk dat een woning heel goed is geïsoleerd. Een goed geïsoleerde woning heeft veel minder warmte nodig en hierdoor zijn alternatieven voor de traditionele CV ketel mogelijk. Naast isoleren en de aanleg van zonnepanelen voeren we ook andere werkzaamheden uit, zoals het verbeteren van de toegankelijkheid van appartementencomplexen door het verlagen van drempels, het ophogen van galerijen en het aanbrengen van deurautomaten en eventueel een lift. We proberen de werkzaamheden zoveel mogelijk te combineren met regulier onderhoud.”

Voor de uitvoering van de werkzaamheden zijn twee regionale aannemers geselecteerd, Bouwbedrijf Constructif uit Wormerveer en NHDA (Noord Hollandse Duurzaamheids Alliantie) uit omgeving Alkmaar. Constructif en NHDA beginnen in juni met het onderzoeken van de technische staat van de geselecteerde woningen. Als de onderzoeken zijn afgerond worden de werkzaamheden uitgevoerd in de jaren 2022 tot en met 2024.

Bewonerswensen

Kennemer Wonen vindt het belangrijk dat de huurders betrokken worden bij de aanpak. Tijdens de inspecties worden de bewonerswensen en ervaringen van bewoners geïnventariseerd. Van Baarsen: “Er worden enquêtes verstuurd waarbij iedere huurder zijn of haar ervaringen over het woongebouw of de woning kenbaar kan maken. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat bewoners last hebben van tocht of vocht, dan wordt dit ook meegenomen in de plannen. Op die manier proberen we alles in één keer goed aan te pakken. Daar worden onze huurders blij van en wij ook!”