DGBC lanceert BREEAM-NL keurmerk voor nieuwbouwwoningen

Het nieuwe BREEAM-NL keurmerk voor nieuwbouwwoningen is feestelijk gelanceerd tijdens het jubileumfeest van Dutch Green Building Council (DGBC) op 12 oktober bij het Scheepvaartmuseum. DGBC beheert en ontwikkelt de BREEAM-NL keurmerken. Daphne Braal, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Vidomes en bestuurslid van DGBC, nam de beoordelingsrichtlijn in ontvangst. Een certificering met BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie Woningen maakt aantoonbaar en meetbaar hoe duurzaam nieuwe en grootschalig gerenoveerde woningen zijn.

“Binnen de grote woningopgave in Nederland is duurzaamheid een belangrijke pijler. De nieuwe richtlijn is up-to-date qua duurzaamheidsthema’s en makkelijker leesbaar”, zegt Thomas Heye, programmamanager bij DGBC. Bestaande woningen konden al een BREEAM-NL In-Use certificaat halen en op nieuwe woningen was tot nu toe de richtlijn BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 van toepassing. Waar de oude richtlijn ook voor utiliteitsbouw gold, is het nieuwe keurmerk toegespitst op nieuwe en grootschalig gerenoveerde woningen die geschikt zijn voor permanente bewoning. Dat varieert van hele woonblokken en appartementencomplexen tot aan grondgebonden woningen en zelfs vakantiewoningen.

Haalbaar voor iedereen

Het keurmerk beoordeelt woningen op negen duurzaamheidscategorieën en maakt de prestaties inzichtelijk. Daarbij is er bijzondere aandacht voor CO2-reductie, circulariteit, gezondheid en klimaatadaptatie. Daarnaast is sociale duurzaamheid voor het eerst meegenomen in een BREEAM-NL Nieuwbouw richtlijn. De lat ligt hoog, maar elk woonproject kan een certificaat halen. Woningen met elke BREEAM-NL kwalificatie zijn duurzamer dan het Bouwbesluit voorschrijft – en dat is winst voor mens en milieu.

Sturen op duurzaamheidsdoelen

BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie Woningen is een handig instrument voor opdrachtgevers. “Met deze nieuwe richtlijn kunnen gemeenten en projectontwikkelaars in projecten sturen op hun duurzaamheidsdoelen”, aldus Heye. Braal: “Het getuigt van ambitie als opdrachtgevers BREEAM-NL opnemen in het Programma van Eisen.” Aandacht voor specifieke categorieën binnen de beoordelingsrichtlijn, zoals Materialen, Energie of Landgebruik en Ecologie, helpt om ambities te realiseren. Wel dienen woningen aan minimale vereisten te voldoen om een certificaat te halen. Zo borgt BREEAM-NL een hoge kwaliteit en integrale benadering van duurzaamheid.

Registeren vanaf 1 november

Organisaties kunnen woonprojecten vanaf 1 november registeren voor certificering met BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie Woningen 2023. Tot 1 februari 2024 zijn lopende projecten nog te registreren tegen de voorgaande richtlijn: BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014. Daarna vervalt deze richtlijn en kunnen nieuwe en grootschalig gerenoveerde woningen alleen nog een BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie Woningen 2023 certificaat halen.

Kantoorgebouwen met laag energielabel tot wel 40% in prijs gedaald door energielabelplicht

De energielabel C verplichting voor kantoorgebouwen heeft geleid tot een forse prijsdaling voor vastgoed met een laag energielabel. Dat is de conclusie uit een onderzoek naar de effecten van deze labelplicht, uitgevoerd door de Universiteit Maastricht. Kantoorgebouwen met een energielabel G zijn tot wel 40% in prijs gedaald ten opzichte van kantoren die wel voldoen aan de labelplicht.

In 2018 kondigde de overheid aan dat alle kantoorgebouwen in Nederland in 2023 minimaal energielabel C moeten hebben, anders mogen ze officieel niet meer worden gebruikt. Universiteit Maastricht heeft de balans opgemaakt van wat die maatregel voor effecten heeft gehad. Het onderzoek vond plaats in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Dutch Green Building Council (DGBC) in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs (NVM).

Lagere prijzen, maar huren onveranderd door regelgeving

Naast de prijsdaling van kantoren met een laag label vinden de onderzoekers dat de maatregel nagenoeg geen effect heeft op de huurprijs van kantoorgebouwen. “Markthuren in energiezuinige kantoren liggen gemiddeld genomen zo’n 5% hoger, maar dit percentage is na de label-C regulering onveranderd gebleven. Huurders lijken zich vooralsnog niet veel aan te trekken van de regelgeving”, concludeert onderzoeker Nils Kok, hoogleraar vastgoedfinanciering aan Universiteit Maastricht.

Grote labelsprongen

De onderzoekers zien dat sinds de overheidsaankondiging grote labelsprongen worden gemaakt. Van kantoren die worden verduurzaamd, maakt 75% direct de stap naar energielabel A, gemeten in vierkante meters. Projectmanager Eefje Stutvoet (DGBC) reageert: “Dat is een goede zaak. Als kantoren worden verbeterd, dan gebeurt dat gelukkig meteen goed. Het komt ook doordat een ambitieuzere labelplicht in 2030 boven de markt hangt. Ondertussen is het advies al wel opgeschoven naar label A+++, of liever nog helemaal Paris Proof, dus CO2-neutraal.”

Groei in label C en hoger

Verder blijkt dat eind 2022 77% van de kantoren met een energielabel voldoet aan de labelverplichting. Voor de aankondiging was dat nog 63%. Stutvoet: “Dat lijkt een stap in de goede richting, maar nog altijd heeft 30% van alle kantoren nog helemaal geen energielabel. Die hebben we dus niet in beeld.”

Bron: Dutch Green Building Council

Vijf keer BREEAM-NL Excellent certificering voor Merin

CFP heeft namens DGBC zeventien BREEAM-NL certificaten uitgereikt aan Merin. Een werkplek moet volgens Merin het beste in mensen naar boven halen. Hierin staan geluk, gezondheid en succes centraal. In het kader van vervolgstappen om een duurzaam en gezond portfolio te bereiken heeft Merin het duurzaamheidskenmerk aangevraagd en behaald.

Elf panden beschikken nu over een BREEAM-NL ‘Good’ certificaat en één over een ‘Very Good’ certificaat. Daarnaast hebben vijf van hun assets een BREEAM-NL ‘Excellent’ score behaald. Om dit mooie nieuws te vieren is er geproost met een glas champagne.

De Building Research Establishment Environmental Assessment Method, oftewel: BREEAM, is een internationaal erkende duurzaamheidsstandaard die een objectieve meting van de duurzaamheid van gebouwen biedt. De BREEAM-NL Experts van CFP hebben bij Merin een nulmeting van alle gebouwen opgesteld en op basis daarvan geadviseerd welke maatregelen genomen zouden moeten worden om het potentieel op het gebied van duurzaamheid en hun assets optimaal te benutten. Daarnaast is vanuit CFP Merin ontzorgd bij het uitvoeren van de maatregelen door relevante partijen aan te dragen en implementatie te waarborgen.

Well voorbeeld

Het afgelopen jaar hebben Merin en CFP intensief samengewerkt – met als resultaat de zeventien kersvers uitgereikte BREEAM-NL Certificaten. De behaalde scores zijn een prachtige beloning voor iedereen die aan dit project heeft meegewerkt.

Wil je ook aan de slag met BREEAM-NL of heb je andere vragen op het gebied van verduurzamen van bestaand vastgoed? Kijk op breeam.nl.

Energielabel plichtig bij verkoop of verhuur?

Energielabel regels

Op het moment dat er voor een (utiliteits)gebouw een transactie plaatsvindt (verhuur, verkoop of oplevermoment), dient er een energielabel te worden overhandigd. Het energielabel is sinds 2008 verplicht bij gebouwen met de volgende gebruiksfuncties of een combinatie hiervan: Energielabel regels

  • Kantoor;
  • Gezondheidszorg (klinisch en niet-klinisch);
  • Bijeenkomst;
  • Onderwijs;
  • Sport (verwarmd en matig verwarmd);
  • Logies;
  • Cel;
  • Winkel;

Gebouwen met alleen een industriefunctie zijn niet energielabelplichtig. Is in dit gebouw nog een andere functie aanwezig die hier wel onder valt, dan geldt alleen een verplichting voor de label plichtige delen als het gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m2. Dit kan bijvoorbeeld een kantoorruimte zijn in een industriehal. Energielabel regels

Uitzonderingen zijn:

  • Monumenten volgens de monumentenwet of provinciale of gemeentelijke verordening;
  • Alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m2;
  • Een gebouw waar erediensten en/of religieuze activiteiten plaats vinden (kerk/moskee);
  • Een gebouw dat onteigend is en zal worden gesloopt;
  • Een tijdelijk gebouw met een gebruiksduur van maximaal 2 jaar;
  • Een gebouw waar geen energie wordt gebruikt om het binnenklimaat te regelen (hut/gite).

Er kan alleen een energielabel worden aangevraagd als dit gebouw BAG geregistreerd is. Er is namelijk een VBO-ID nodig. Daarnaast moet een gecertificeerde EPA-adviseur een Energie-Index opstellen.

Onderstaande site, geeft u meer informatie en uitleg:

https://www.rvo.nl/onderwerpen…

Een energielabel is maximaal 10 jaar geldig, dus de energie labels uit 2008 zullen binnenkort verlopen!

Het is raadzaam om zo snel mogelijk te beginnen met de maatregelen. De energieadviseur geeft u na de werkzaamheden een nieuw label en meldt u af bij de overheid.

 

Lees verder over hoe u de energiekosten per m2 berekent van uw bedrijfspand

 

CBRE: Nederlandse kantoren naderen belangrijk klimaatstation

Afgelopen week publiceerde CBRE het onderzoeksrapport ‘Nederlandse kantoren naderen belangrijk klimaatstation’, waarbij is onderzocht hoe het landelijk én per stad zit met de energielabel-C verplichting. Landelijk gezien voldoet ruim 58% van de voorraad aan de labelverplichting, maar de verschillen tussen de Randstad en de rest van het land zijn groot. Het merendeel van de gemeenten houdt er een coulante handhaving op na, alhoewel dit per gemeente kan verschillen.

Belangrijker, verandering zou niet door wetgeving of handhaving moeten komen, maar vanuit de markt. Deze regelgeving is een horde naar een veel groter doel: Paris-proof in 2050. Gebouwgebonden CO₂-uitstoot en energieverbruik zijn daarbij belangrijkere graadmeters dan de huidige energielabels.

Gebouweigenaren kunnen het heft in eigen handen nemen door een roadmap met de natuurlijke renovatiemomenten tot 2050 op te stellen en die te koppelen aan verduurzaming in plaats van horde voor horde te nemen.

Amsterdam

Inmiddels voldoen zowat alle grotere kantoorruimtes (> 10.000 m²) in Amsterdam aan de energielabel C-verplichting. Gebouwen die tot voor kort nog niet voldeden, worden nu – of zijn onlangs – grootschalig gerenoveerd. Voor het deel van de voorraad dat nu niet voldoet (ruim 810.000 m²), geldt voor 135.000  m² een ander toekomstplan. Deze kantoorruimte wordt in de komende periode óf getransformeerd óf grootschalig gerenoveerd. Voor meer dan 15% van de niet-duurzame voorraad is dus al een oplossing gevonden voordat er nieuwe wetgeving intreedt.

Rotterdam

Hoewel Rotterdam een relatief verouderd kantoorbestand heeft, presteert de havenstad bovenmatig goed met oog op de nadere energielabelverplichting. Verreweg het merendeel (84%) van de totale voorraad voldoet nu al aan de C-criteria en 53% van de voorraad heeft zelfs een A-label of beter – overigens wel een handje geholpen door stadsverwarming.

Den Haag

Bijna 86% van de voorraad is klaar voor nieuwe wetgeving, inclusief een flinke voorraad kantoren zonder C-label-verplichting vanwege een monumentale status (16%). Zo’n 9% heeft nu een D-label of slechter, terwijl ca. 5% überhaupt geen geldig label heeft. De trek naar het central business district, in combinatie met een zeer smalle ontwikkelpijplijn, maakt grootschalige moderne kantoorruimte behoorlijk schaars. Met een leegstandsniveau van minder dan 4% (onder het frictieniveau) heeft Den Haag amper ‘schuifruimte’. Ingrijpende renovaties zijn uitdagend, want tijdelijke huisvesting die aan de eisen voldoet en met een goede ov-bereikbaarheid is moeilijk te vinden.

Utrecht

Van de 25 gemeenten met de grootste kantorenvoorraad, is Utrecht de duurzaamheidskoploper. Ruim 93% van de kantoren is er klaar voor nieuwe wetgeving en bijna 64% heeft zelfs een A-label, of beter. Slechts 3,6% moet het met een ‘D’ of lager stellen, en 3% heeft op dit moment nog helemaal geen energielabel.

Eindhoven

Eindhoven is een middenmoter in de verduurzaming van de kantorenmarkt. Afgezet tegen het totale aantal beschikbare vierkante kantoormeters, staat de ‘lichtstad’ op plek 13 in de nationale top 25. Bijna 81% van de voorraad voldoet aan label-C en is dus klaar voor de nieuwe wetgeving. 48% hiervan heeft zelfs een A-label, of beter. Daar staat wel een flink aandeel tegenover met een D-label, of slechter (ruim 13%). Bijna 6% van de voorraad heeft helemaal geen geldig energielabel.

Zwolle

De Zwolse kantorenmarkt zit onder in de middenmoot als het gaat om de label C-verplichting. Van de 25 grootste kantorensteden staat Zwolle op plek 15. Op dit moment voldoet 12,2% van het kantoorvolume niet aan de verplichting, en voor nog eens 9,3% is dit onzeker. Dit betekent dat bijna een kwart van de kantoormeters momenteel de wettelijke norm niet zal halen en vanaf 2023 mogelijk sluiting riskeert.

 

Klik hier om het volledige rapport te lezen.

DGBC geeft taxateurs handleiding bij energielabel C-plicht kantoren

De marktwaarde van veel kantoren komt onder druk te staan want per 1 januari 2023 moet bijna alle kantoorvastgoed minimaal energielabel C hebben. Dit gaat gevolgen hebben voor de waarde, maar welke en hoeveel?

Om dergelijke vragen beter te beantwoorden, komt DGBC met een handreiking voor taxateurs. 54% van de kantoren is nog niet zo ver dat het een energielabel C heeft. Ruwweg 4 op de 10 kantoren heeft zelfs nog geen energielabel.

Concrete gevolgen

Er is alle reden om duurzaamheid te laten meetellen bij de taxatie. Eigenaren en huurders van kantoren kunnen al snel te maken krijgen met grote en concrete gevolgen, als het kantoor een energielabel D of slechter heeft. Het Bouwbesluit verbiedt immers per 1 januari 2023 om zo’n kantoorgebouw “in gebruik te nemen of te gebruiken”.

Met de DGBC-handreiking kan de taxateur beter omgaan met kantoren die niet voldoen aan de energielabel C-wetgeving. Ook kan hij hiermee beter inschatten welke mogelijkheden er zijn om alsnog label C (of beter) te halen en welke investeringen dat vergt.

Meer dan label

De handreiking geeft concrete casussen en rekenvoorbeelden, somt mogelijke duurzaamheidsmaatregelen op (en de bijbehorende investeringen plus CO2-reducties), ook verwijst de handreiking naar diverse handige websites en publicaties, zoals de Sectorale Routekaart kantoren van DGBC.

Maar duurzaamheid van vastgoed hangt van meer af dan alleen het energielabel. Steeds vaker gaat het over ESG-prestaties; diverse onderzoeken wijzen op een toenemende invloed van ESG op huurdersgedrag en zoekvragen. Daarom houdt deze handreiking ook rekening met dit soort duurzaamheidsaspecten in de taxatie.

Duurzaamheid steeds meer waard

Taxateurs weten dat het lastig is om op gebouwniveau duurzaamheid te kwantificeren. Toch is er steeds meer onderbouwing voor de stelling dat duurzaam vastgoed financieel aantrekkelijker wordt – en andersom dat niet-duurzaam vastgoed in waarde daalt. Zo blijkt dat gebouwen met energielabel C (of beter) een hogere bezettingsgraad, effectieve huuropbrengst, marktwaarde en transactieprijs hebben. Kantoren met een duurzaamheidscertificering hebben in Amsterdam gemiddeld 26% hogere huurwaarde dan niet-gecertificeerde kantoren.

DGBC ontwikkelde deze handreiking met vastgoed- en taxatie-experts van MVGM, Savills, CBRE en Colliers.

Paris Proof Paspoort ontmaskert gebouwen die snel in waarde kunnen dalen

Bron: Arcadis

Parijs is nog ver, is het ultieme Tour de France-cliché maar beschrijft helaas ook onze wankelmoedige houding jegens klimaatverandering. De race naar Parijs is nog niet gelopen. Sterker op veel gebieden liggen we achter op schema. Neem de verduurzaming van bedrijfsgebouwen. In 2023 moet daar de bescheiden horde van een C-label worden genomen. Maar op dit moment is slechts de helft in de buurt van dat doel. Hoe gaan we de grote sprong voorwaarts dan maken?

Wie gaat dat betalen?

De bouwsector wordt vaak als conservatief bestempeld, maar de duurzame gereedschapskist is redelijk goed gevuld. Behoudens de huidige schaarste aan personeel en materiaal, is de bouwsector klaar voor de stap voorwaarts; technisch kunnen we leveren. Maar zoals altijd gaat de kost voor de baat uit. Anders gezegd: wie gaat dat betalen?  Bij de sommige schakels in de bouwketen is de ‘betalingsbereidheid’ klein omdat het voordeel niet gezien wordt. Generaliserend: gebouweigenaren willen zoveel mogelijk rendement tegen zo laag mogelijke kosten en gebruikers willen weliswaar kwaliteit, maar ook een zo laag mogelijke huur. Aan beide kanten zit nauwelijks stimulans om duurzamer te doen. Als een eigenaar zou willen investeren in bijvoorbeeld betere isolatie dan daalt de energierekening van de huurder. Om (een deel van) de investering terug te verdienen, zal het huurcontract moeten worden opengebroken. Geen gemakkelijk gesprek.

Contract

Arcadis wil graag koploper zijn, maar ook wij ervaren regelmatig hoe moeilijk het is om als huurder in samenwerking met de verhuurder vooruit te komen. Neem ons kantoor in Amersfoort waarvoor we een meerjarenonderhoudsprogramma met een verduurzamingsplan vastlegden in een contract met de eigenaar. Helaas veranderde de afgelopen twee decennia het pand drie keer van eigenaar en moesten we die afspraken opnieuw borgen en soms zelfs heronderhandelen. Had je net groene stroom, heeft de nieuwe eigenaar een contract met een grijze kolenboer en is je CO2-footprint ineens groter in plaats van kleiner!

Paris Proof Paspoort ontmaskert stranded assets

Hoe synchroniseer je de belangen van gebouweigenaren, huurders en maatschappij? Bijvoorbeeld door de ‘staat van duurzaamheid’ onderdeel te maken van de gebouwwaarde. Nu nog wordt de prijs van een gebouw vooral bepaald door locatie, locatie, locatie, maar als je een dwingende duurzame ontwikkelingsplicht aan het gebouw vast timmert, krijg je een andere economische dynamiek. Laten we het een Paris Proof Paspoort (PPP) noemen. In dat paspoort staan de maatregelen en kosten die nodig zijn om een gebouw ‘Paris Proof’ te maken. Het Paris Proof commitment is door de Dutch Green Building Council (DGBC) enkele jaren geleden ontwikkeld samen met de markt en is op deze manier te bekrachtigen in een paspoort.  Stranded assets zijn gebouwen die snel in waarde kunnen dalen. Het PPP maakt inzichtelijk dat gebouwen met een slechte energieprestatie tot grotere investeringen verplichten dan alternatieven die energetisch up-to-date zijn. Het paspoort ontmaskert zo stranded assets. Daarmee worden duurzame gebouwen relatief (en wellicht ook absoluut) goedkoper. Voor gebouwen met een slecht paspoort geldt het omgekeerde. Dat voor- of nadeel voelt ook de huurder in zijn portemonnee, waardoor een gemeenschappelijk belang ontstaat.  Het zou mooi zijn als het PPP een openbaar kadastraal stuk wordt dat maatgevend is voor de financiering van koop en de huurwaarde.

Korte termijn denken

Een andere remmende factor is dat strengere wet en regelgeving en daaraan hangende verplichtingen te vaak met de hand op de knip worden uitgevoerd. Als je maar aan de geldende regelgeving voldoet, zit je aan de goede kant van de lijn. Dus als vijf centimeter extra dakisolatie genoeg is om Label-C binnen te halen, dan blijft het daar meestal bij. Het wetgevende systeem stimuleert niet tot ambitieuzere aanpak, eerder het omgekeerde. De gebouweigenaar die doorpakt met ‘paris proof isolatie’, investeert meer en betaalt daardoor hogere leges voor de vergunningen die standaard een percentage van de (ver)bouwsom zijn. Lagere leges en belastingen gebaseerd op hogere duurzame prestaties van een (ver)bouwplan zetten wel aan tot grootsere daden.

Coalitie Anders Huisvesten

Huurders kunnen die gewenste marktveranderingen helpen aanzwengelen. Arcadis, DGBC, MVO Nederland en Change Inc. vormen samen met een aantal andere grote bedrijven de Coalitie Anders Huisvesten. De coalitie werkt aan een (op BREEAM gebaseerd) puntensysteem voor duurzame huurwaarde. Betere duurzaamheidsprestaties van een gebouw rechtvaardigen een hogere huur. Een duurzamer gebouw leidt immers niet alleen tot lagere energiekosten maar ook tot beter welbevinden en minder ziekteverzuim. Gezondere medewerkers met een hogere arbeidsproductiviteit. On y va?

Impuls voor isolatie door voucherregeling

Met twaalf voorstellen voor een beter toegankelijk en effectiever isolatie programma probeert een coalitie van partijen en organisaties in politiek Den Haag steun te verwerven voor het Nationaal Isolatieprogramma. Wilma Berends, programmaleider Duurzaam Wonen bij Natuur & Milieu, geeft tekst en uitleg over de voorgestelde voucherregeling.

Aan de vooravond van Prinsjesdag (dinsdag 21 september) richten CDA, ChristenUnie en GroenLinks zich tot hun collega’s om tot een Nationaal Isolatieprogramma te komen en ook D66 en de PvdA steunen deze plannen. De Tweede Kamer heeft het afgelopen jaar hiertoe meermaals opgeroepen, maar het demissionaire kabinet zag dit tot voor kort als een taak voor het volgende kabinet. In het recente formatiestuk van Mark Rutte en Sigrid Kaag wordt isolatie wel genoemd, maar niet concreet uitgewerkt. Daar is het nu echter de hoogste tijd voor, vinden partijen als Bouwend Nederland, Techniek Nederland, Consumentenbond en Natuur & Milieu.

 

Ingewikkeld

Een fiks probleem bij de huidige regeling is de ontoegankelijkheid (met name voor lagere inkomensklassen) en de ingewikkeldheid. In het nieuwe voorstel worden de forse financiële en procedurele drempels weggenomen door de invoering van vouchers. Met deze tegoedbon kunnen huiseigenaren bij gecertificeerde bedrijven terecht, zodat ook de kwaliteit wordt gewaarborgd. En ze zijn vooraf zeker over de bijdrage. Op dit moment krijgen woningeigenaren subsidie pas achteraf, wat voor veel mensen een drempel vormt om te gaan isoleren.

“In ons voorstel worden op landelijk niveau groepen woningen gedefinieerd om aan te pakken”, aldus Berends. “Je kunt dan beginnen met woningen van voor een bepaald bouwjaar, of bijvoorbeeld hoekwoningen of appartementen. De woningeigenaren krijgen dan vouchers, zodat ze met dat tegoed hun woning kunnen gaan isoleren. Je kunt die voucher inwisselen bij marktpartijen die voldoen aan bepaalde criteria. Daarmee zorg je ook voor een kwaliteitsslag van de markt.”

“Hopelijk worden zo de slechtste woningen als eerste aangepakt, waarna stap voor stap iets beter geïsoleerde woningen aan de beurt komen. Een woning van Energielabel G naar C brengen, kost vrijwel evenveel moeite als een woning van label C naar A brengen, maar levert veel meer CO2-reductie op. Daarnaast willen we dat de laagste inkomens eventueel beroep kunnen doen op een extra regeling.”

Naast subsidie voor woningeigenaren komen ook huurders aan bod, als de verhuurder aan het verduurzamen van de woning wil meedoen. In ruil daarvoor, zo stellen de organisaties voor, moet de verhuurdersheffing worden afgeschat. Dat is toch al één van de grote wensen van de woningcorporaties.

Publieke belang

Lokale isolatieteams met voldoende (technische) deskundigheid gaan in de voorstellen woningeigenaren helpen met de keuze van de isolatiemaatregelen. Die deskundigen moeten volgens Berends het publieke belang voorop hebben staan, geen belang in een bedrijf hebben en moeten dus door de overheid betaald worden.

“Naast de vouchers moet de bestaande subsidieregeling ook simpeler en minder bureaucratisch worden. De huidige ISDE-regeling is heel erg ingewikkeld. Je moet erg goed ingevoerd zijn, als het gaat over zaken als Rc-waarden, allerlei oppervlakten en diktes. Als het Rijk de voucherregeling goed invult, word je ontzorgt door de lokale teams en door de criteria achter de regeling.”

In de voorstellen wordt, naast de bestaande ISDE-middelen, een jaarlijks subsidiebudget van 300 miljoen euro genoemd om ‘sneller, slimmer en socialer’ te gaan isoleren. Daarbij komt dan nog een onbekend bedrag voor het organiseren van het hele programma. In het voorstel staat dat het geld deels kan komen uit de reguliere Rijksbegroting en deels uit Europees geld. Zo is er voor duurzame investeringen 2 miljard euro beschikbaar van de in totaal 5,6 miljard uit het Nederlandse deel van het Europese herstelfonds.

Impuls voor isolatie door voucherregeling

Beeld van de actiedag gisteren bij het Binnenhof (foto’s: Marco de Swart, Natuur & Milieu).

Kamerdebat

“Uit de nieuwe begroting is al uitgelekt”, zo weet Berends, “dat er extra geld beschikbaar komt voor isolatie. In een Kamerdebat op 6 oktober wordt dit onderwerp hopelijk weer geagendeerd. Rutte en Kaag ondersteunen in ieder geval het belang van isoleren en het verhogen van het tempo. Voor isolatie is in de politiek heel veel draagvlak. Iedereen snapt wel dat dit voor het verduurzamen de basis is. Bovendien denken de politieke partijen hierbij niet alleen aan de klimaatdoelstellingen, maar ook aan sociale doelstellingen. Om zo mensen in slechte woningen te helpen aan meer comfort en een lagere energierekening.”

Gezien de steun van diverse grote maatschappelijke organisaties voor de nieuwe regeling klonk het maandag bij de presentatie van de voorstellen uit de mond van de betrokken politici eensgezind ‘aan de slag’.

De lijst met twaalf voorstellen luidt als volgt:

  1. Sneller: verdrievoudig het isolatietempo
  2. Slimmer: bundelen van vraag en aanbod
  3. Socialer: extra ondersteuning voor lage inkomens
  4. Benut de kracht van de lokale gemeenschap werk zo aan enthousiasme en draagvlak
  5. Lokale isolatieteams bieden maatwerk
  6. Voor vakkundige isolatie zijn vakmensen nodig
  7. Pak isolatie niet geïsoleerd aan
  8. Gezond en milieuvriendelijk isoleren
  9. Haal welstand uit de nee-stand
  10. Maak subsidies en financiering eenvoudiger en aantrekkelijker
  11. Boter bij de vis
  12. Volhouden!

Lees hier het complete manifest (pdf).

Lees een ander interessant artikel op OG Wijzer.

Bron: Duurzaam gebouwd

Wat maakt een gebouw echt slim?

‘Wat een gebouw echt slim maakt? Dat hangt ervan af vanuit welk perspectief je naar een gebouw kijkt. Ben je eigenaar, beheerder of gebruiker?’ René van der Vlugt, voormalig Business and Digital Transformation Lead bij Microsoft was nauw betrokken bij de transformatie van het traditionele Microsoft-kantoor op Schiphol tot een smart building. En dat smaakte naar meer. In januari 2020 richtte hij WRKPLC op. Met deze organisatie biedt hij gebouweigenaren, beheerders en ondernemers de helpende hand in de realisatie van slimme gebouwen.

‘Op dit moment werk ik in opdracht van een gebouweigenaar aan het slim maken van een gebouw aan de Zuidas. Het doel van deze -en de meeste- gebouweigena(a)r(en) is inspelen op de allerlaatste trends om hiermee een onderscheidend vastgoedportfolio te realiseren. Zeker op de Zuidas is er behoorlijk concurrentie in het aantrekken van huurders. Het bieden van een slimme werkomgeving is dus bijna een licence to operate. Het gaat allang niet meer over het verhuren van zoveel mogelijke vierkante meters aan een huurder, maar juist om het optimaliseren van de gehuurde kantoorruimte.’

In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen

‘Voor een beheerder heeft een slim gebouw vooral te maken met energiebesparing, de mate van Parisproof zijn en de mogelijkheid om de verschillen tussen prognose en daadwerkelijk verbruik te kunnen meten zodat zaken als energieverbruik en luchtvochtigheid kunnen worden geoptimaliseerd. En je hebt ook gewoon de gebruiker van een gebouw. Voor hem of haar is een gebouw pas slim als het bijdraagt aan productiviteit. Kom je gemakkelijk binnen? Is jouw werkplek comfortabel? Doen alle installaties wat ze moeten doen?

Gebouwen met potentie

René beweert dat veel zogenoemde smart buildings feitelijk nog steeds relatief dom zijn. Zeker in de periode kort na oplevering. Gebouweigenaren en -beheerders hebben vaak geen idee hoe het gebouw zich gedraagt en hoe ze het optimaal kunnen beheren. ‘Zonde, want in gebouwen die zijn uitgerust met de juiste technologische structuur zit enorm veel potentie.’

‘Het is een misverstand dat je met het plaatsen van een sensor en andere slimme toepassingen een slim gebouw creëert. Zo’n sensor is een aardige eerste stap. Het draait vervolgens om het verzamelen van data, om het inzichtelijk maken van de resultaten en om het vertalen naar acties. Is de data betrouwbaar? Kun je het interpreteren? Zijn de rapportages juist? En: wat is de locatie van de sensor? Hangt deze in de ontvangsthal of in een concentratieruimte? Door data inzichtelijk te maken, kun je bijvoorbeeld de oorzaken van de verschillen in gebruik tussen twee op het oog identieke vergaderruimtes achterhalen. Komt het door de akoestiek? Stijgt het CO2-gehalte tijdens vergaderingen te snel? Deze laatste situatie speelde bij Microsoft. Vanwege de ligging op Schiphol was een eenvoudige oplossing als het raam openen geen optie. Dat betekende dat we de functie van de ruimte moesten aanpassen. Kort door de bocht: dat is niet iets wat een sensor meet.’

De sensor is slechts het begin

‘Bij Microsoft was er sprake van een flink percentage no shows in geboekte vergaderruimtes. Het systeem koppelde een geplande vergadering automatisch aan een vergaderruimte. Ook als het een virtuele meeting was. Niets no show dus, maar incorrecte communicatie tussen de agenda en het boekingssysteem. Het zijn op zichzelf kleine aanpassingen, maar je moet ze wel integreren in het systeem. En dat is dus niet iets wat een sensor voor je doet. Daar moet je een proces voor optuigen.’

‘In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen. Het is een totaalplaatje. Mensen willen niet werken in een omgeving waar overgebleven voedsel aan het einde van de dag wordt weggegooid. Of op een plek waar ze eerst langs de ICT-afdeling moeten wanneer ze hun huurauto -met ander kenteken- willen parkeren op de bedrijfsparkeerplaats. Of in een vergaderruimte dat nog vol staat met servies van de vorige groep. In een écht slim gebouw wordt ook hier over nagedacht.’

Kijkje in de toekomst

‘Er zijn meerdere trends waarlangs je de toekomst van een gebouw kunt beschrijven. Nu hebben we het voornamelijk over plaats- en tijdonafhankelijk werken. In de nabije toekomst -covid helpt het proces een handje- gaan we ook steeds vaker bedrijfsonafhankelijk werken. Grootschaliger dan nu al gebeurt dus. Dat betekent dat een gebouw niet meer één, maar meerdere huurders heeft. Dan is de vraag hoe een slim gebouw dat soort concepten gaat faciliteren. Ik verwacht bovendien dat het adaptieve vermogen van gebouwen naar gebruikers steeds groter wordt. En natuurlijk zit de grote winst van een slim gebouw ook in verduurzaming. Daar zit een groot stuk toekomstmuziek.’