CBRE Dutch Office Fund eerste fonds in Europa met WELL-portfolio score

Het International Well Building Institute (IWBI) heeft CBRE Global Investors ‘Dutch Office Fund een portefeuillebrede Well-score toegekend voor de implementatie van gezondheids- en welzijnsstrategieën.

Het is het eerste vastgoedbeleggingsfonds in Europa dat een score behaalde voor de gehele portefeuille met een Well portfolio-score van 43.

Drie van de objecten uit het fonds, NoMA House Amsterdam, WTC Utrecht en Delftse Poort in Rotterdam kregen individueel de Well Core-certificering op Gold-niveau, de op een na hoogst mogelijke score.

Well Portfolio Score en Well Core Certification worden toegekend door de IWBI, die de Well Building Standard ontwikkelt en beheert.  Via deze externe certificeringsinstantie, worden kantoorportefeuilles en kantoorpanden beoordeelt op het gebied van gezondheid en welzijn.

 

Beoordeeld onder 10 Well-concepten

Alle objecten in de portefeuille van Dutch Office Fund zijn beoordeeld op basis van 10 Well-concepten: lucht, water, voeding, licht, beweging, thermisch comfort, geluid, materialen, mind en gemeenschap.

“Onze ambitie is om toekomstbestendige kantoorgebouwen te creëren en te exploiteren waar de bedrijven van nu en bedrijven in de toekomst optimaal kunnen ondernemen”, aldus Ronald van der Waals, fondsmanager van het CBRE Dutch Office Fund.

Hij voegt eraan toe dat het fonds zal blijven streven naar Well Core Certification voor de andere gebouwen in de portefeuille: WTC Amsterdam, WTC Schiphol, kantoorgebouw UP en Nieuw Amsterdam.

Tegen het einde van het jaar zal ongeveer 90% van de objecten in de portefeuille gecertificeerd zijn. Het is de ambitie van het fonds om alle multi-tenant panden in de portefeuille te certificeren.

DGBC en TVVL lanceren gezamenlijke benchmarktool voor CO₂-reductie

Op WEii.nl is het nu mogelijk gebouwen eenvoudig en snel te beoordelen op het werkelijke energiegebruik. WEii staat voor Werkelijke Energie intensiteit indicator en maakt op een uniforme wijze inzichtelijk wat een gebouw per vierkante meter per jaar aan energie gebruikt. Gebouweigenaren en -gebruikers krijgen daardoor direct inzicht in de werkelijke energieprestaties van hun pand in relatie tot gelijkwaardige panden in hun sector, in plaats van een theoretisch inzicht. Daarnaast ontstaat direct een beeld van hoe ver ze verwijderd zijn van de Parijse klimaatdoelstellingen of zelfs een energieneutraal gebouw.

De basis van de nieuwe tool vormt een breed gedragen, uniforme rekenmethode. WEii is een betrouwbare indicator voor de energie-efficiënte van een gebouw, omdat WEii op een gestandaardiseerde, objectieve wijze wordt vastgesteld. Een gebouw wordt beoordeeld op wat er op de energiemeter staat en niet wat het in theorie aan energie zou kunnen gebruiken. Daarmee levert WEii een grote bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelen van Parijs. Door het werkelijke energiegebruik inzichtelijk te maken, is het beter mogelijk om daarop te besparen. Energiebesparende maatregelen zijn dan ook direct terug te zien in de WEii van een gebouw, het werkelijke gebruik loopt terug en dat is terug te zien op de energiemeter.

Klimaatakkoord

De ambitie van het Klimaatakkoord is een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% ten opzichte van 1990. Voor utiliteitsgebouwen wordt voor het realiseren van deze doelstelling vooral ingezet op het vaststellen van een wettelijke eindnorm voor de energetische kwaliteit van gebouwen in 2050. Daarom moet bijvoorbeeld nieuwbouw voldoen aan de BENG-norm, die is vastgesteld aan de hand van de methode NTA 8800. In de praktijk blijkt er echter een mismatch te zijn tussen het werkelijke energiegebruik van gebouwen en het energiegebruik dat verwacht wordt op basis van een theoretische berekening. WEii is dan ook, in tegenstelling tot BENG, ontwikkeld om wel inzicht te geven op de werkelijke energie-intensiteit van gebouwen.

Voor en door de markt

WEii is een initiatief van DGBC en TVVL. Beide organisaties zijn overtuigd van het belang van meten op werkelijk energiegebruik. En ze werken dan ook al volgens dat principe: DGBC introduceerde in 2017 de Paris Proof-aanpak en TVVL is de initiator van WENG (Werkelijk EnergieNeutraal Gebouw). Die twee doelstellingen voor gebouwen zijn nu verwerkt tot scores op de WEii-ladder, die loopt van heel onzuinig via Paris Proof tot WENG.

WEii is ontwikkeld voor en door de markt. Diverse overheidsinstanties en gezaghebbende marktpartijen hebben de afgelopen jaren in allerlei vormen meegewerkt aan de ontwikkeling van de rekenmethode, van TNO tot E-Nolis en van DWA tot het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast is er voor de methode al interesse onder handhavers. Bijvoorbeeld omgevingsdiensten kunnen WEii gebruiken om de energieprestaties van gebouwen snel en correct in beeld te brengen en daarop te handhaven.

 

Eenvoudig en laagdrempelig

Martin Mooij is als programmamanager namens DGBC bij de ontwikkeling van WEii betrokken. Hij ziet grote kansen als het gaat om de toepasbaarheid van de tool. “Het is echt eenvoudig, je hoeft geen techneut te zijn om dit in te vullen.” Dat is volgens hem van groot belang, omdat de energietransitie ‘voor iedereen begrijpelijk moet zijn’. Daarom blijft hij ook hameren op het meten op het werkelijke energiegebruik: “Het is toch niet meer uit te leggen dat een gebouw een goed energielabel heeft, maar toch te veel energie gebruikt. Het theoretische en gebruik in de praktijk is met WEii direct terug te brengen tot één eenheid: het werkelijke energiegebruik.”

Veel kennis

John Lens, directeur van TVVL, is het eens met de woorden van Martin Mooij. “Al een aantal jaar is werkelijk energiegebruik een thema bij TVVL. Daarom hebben we al veel sessies, presentaties en discussies georganiseerd rondom dit thema waar zowel leden als niet-leden bij betrokken zijn geweest. Deze betrokken mensen leverden veel kennis waarmee het protocol is ontwikkeld. Die aanscherping, samen met inzichten van DGBC, maakt dat WEii voor iedereen toepasbaar is. Voor omgevingsdiensten, voor gebouwbeheerders, voor gebruikers, voor monitoringsbedrijven et cetera. Als je gaat rekenen voor nieuwbouw gebruik je BENG. Wanneer het gebouw al in gebruik is, toon je de BENG-doelen aan met WEii.”

ASR Dutch Core Residential Fund slaat duurzame energie op via batterijen voor woningportefeuille

a.s.r. real estate heeft namens het ASR Dutch Core Residential Fund een lease-overeenkomst gesloten met Iwell voor het plaatsen van batterijen voor de opslag van duurzame energie in woningcomplexen. a.s.r. real estate heeft de ambitie om in 2050 Paris Proof te zijn. De samenwerking met Iwell draagt bij aan dit doel en aan de verdere verduurzaming van de woningportefeuille. Deze maand zijn de eerste batterijen geplaatst in woningcomplexen in Amersfoort, Utrecht en Nieuwegein. Op korte termijn worden de batterijen verder uitgerold over minimaal vier extra woningcomplexen van het ASR Dutch Core Residential Fund.

Duurzaam energieverbruik

Het Iwell Cube batterijsysteem slaat duurzaam opgewekte stroom op en kan worden aangesloten op zonnepanelen. Hierdoor wordt de belasting op het energienetwerk verlaagd. Door het verminderen van de piekbelasting kan daarnaast gebruik worden gemaakt van een kleinere netaansluiting.

Inmiddels heeft het ASR Dutch Core Residential Fund circa 5.000 zonnepanelen op daken van woningcomplexen geplaatst. De batterijen worden waar mogelijk aangesloten op deze zonnepanelen waardoor het rendement van de panelen verder wordt verhoogd. Als er te weinig energie of geen energie wordt opgewekt door de zonnepanelen, wordt de batterij opgeladen op momenten dat de stroom zo schoon mogelijk is. Op deze wijze wordt het energieverbruik van het woningfonds van a.s.r. real estate verder verduurzaamd.

Robbert van Dijk, fund director ASR Dutch Core Residential Fund: “De inzet van batterijen is voor het ASR Dutch Core Residential Fund een belangrijke stap in haar energietransitie. De batterijen dragen niet alleen bij aan het beter benutten van zelf opgewekte energie, maar ook aan het verbruik van duurzame energie in het algemeen. Daarnaast kunnen we onze huurders een kleine besparing aanbieden op de servicekosten.“

Rijksmuseum krijgt 5 sterren voor duurzaam beheer

Het Rijksmuseum heeft een BREEAM-NL In-Use duurzaamheidscertificaat ontvangen met een ‘outstanding’ beoordeling (5 sterren). Hiermee is het Rijksmuseum het eerste museum ter wereld dat voor het beheer van een bestaand gebouw de hoogste haalbare score krijgt.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: “Het is mooi dat het Rijksmuseum deze erkenning heeft gekregen, maar hiermee houdt het voor ons niet op. We zullen ons de komende jaren blijven inzetten om bij te dragen aan een duurzame wereld.”

Het Rijksmuseum krijgt deze beoordeling voor het onderdeel Beheer omdat het bijzonder hoog scoort op het beheer van water, energie en afval. In 2017 kreeg het Rijksmuseum ook als eerste museum ter wereld dat de kwalificatie ‘excellent’ (4 sterren) voor duurzaam beheer. Ook op de twee andere onderdelen, Asset en Gebruik, scoorde het Rijksmuseum hoger dan drie jaar geleden.

Reduceren

Dit jaar zal de nadruk liggen op het verder verminderen van het energieverbruik, het hergebruik van (regen)water, het verminderen van de hoeveelheid afval en het vergroten van het duurzaamheidsbewustzijn van de medewerkers. Het Rijksmuseum heeft de afgelopen jaren het energiegebruik fors teruggebracht. In het topjaar 2019 werd er bijvoorbeeld ruim 16% minder gas verstookt dan het jaar ervoor. In 2030 wil het Rijksmuseum volledig van het gas af zijn. De komende jaren streeft het museum ernaar het gebruik van energie jaarlijks met minimaal 2% te verminderen. Het waterverbruik per bezoeker is in 2019 met 13% afgenomen.

Overtollige warmte

Op dit moment wordt de warmte-koude opslag gekoppeld aan omliggende gebouwen van het museum. De overtollige warmte uit het hoofdgebouw kan daardoor worden gebruikt voor het verwarmen van deze panden.

 

Circulair

Het Rijksmuseum streeft ernaar zo veel mogelijk duurzame materialen in te kopen, die door onszelf of onze leveranciers kunnen worden hergebruikt. Tentoonstellingen maken we steeds meer circulair. Zo kregen vrijwel alle gebruikte materialen van Caravaggio-Bernini. Barok in Rome, van de stoffen op de wanden tot de vitrines, een tweede leven.

Tuinen

De tuinen van het Rijksmuseum spelen een grote rol in de verduurzaming. Ze zijn een groene oase in de stad, waarin steeds meer inheemse plantensoorten worden geplant. Samen met een ecologisch adviesbureau is onderzocht hoe we de tuin kunnen aanpassen om bedreigde diersoorten er meer kansen te geven. Daarom zijn er insectenhotels en vleermuiskasten opgehangen. Ook werden afgelopen jaar nestkasten geplaatst voor het paartje slechtvalken dat zich rondom het museum ophield.

Natuurbewustzijn

Om het natuurbewustzijn van kinderen te vergroten is een programma ontwikkeld over kleurstofhoudende planten. In de Teekenschool leren kinderen hoe er verf kan worden gemaakt uit de wortels, bladeren of bloemen van diverse plantensoorten die in de tuin groeien. Ook is afgelopen jaar in samenwerking met de gemeente Amsterdam gestart met het project 100 jaar Schooltuintjes. Kinderen van één Amsterdamse basisschool kweken onder professionele begeleiding groente, fruit en bloemen in de tuin van het Rijksmuseum. Dit project zal in 2021 worden voortgezet.

Internationale standaard

BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) is een internationale certificeringsmethode die wordt gebruikt in meer dan 80 landen. De methode is oorspronkelijk ontwikkeld door het Building Research Establishment (BRE). Dutch Green Building Council heeft de methode geschikt gemaakt voor Nederland. Vandaar BREEAM-NL. Er zijn vier keurmerken, één voor bestaande gebouwen, één voor nieuwbouw- en renovatieprojecten, één voor sloopprojecten en één voor complete gebieden. Het Rijksmuseum is beoordeeld met het keurmerk voor bestaande gebouwen (In-Use). Het onlangs opgeleverde nieuwe CollectieCentrum Nederland in Amersfoort waar het Rijksmuseum met drie partnerinstellingen een deel van de Rijkscollectie beheert, heeft voor het ontwerp de beoordeling ‘outstanding’ (BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie).

Kennemer Wonen heeft in 2020 gemiddeld energielabel A

Kennemer Wonen is één van de voorlopers als het gaat om duurzaamheid en het verduurzamen van woningen. Afgelopen jaar heeft zij gemiddeld energielabel A behaald voor haar woningen. Branchevereniging Aedes stelt als ijkpunt op weg naar CO2-neutrale woningen in 2050, dat corporatiewoningen in 2021 gemiddeld energielabel B moeten hebben. Kennemer Wonen heeft dat doel dus nu al meer dan gehaald. “Duurzaamheid is belangrijk voor ons. Met de verduurzaming van onze huurwoningen dragen wij bij aan de klimaatdoelstellingen en het helpt ons om wonen betaalbaar te houden voor onze huurders.” aldus Krista Walter, directeur-bestuurder van Kennemer Wonen.

Een unieke prestatie

Kennemer Wonen wil net als andere woningcorporaties in Nederland haar huurwoningen energiezuiniger maken. Woningcorporaties hebben hier met Aedes – de branchevereniging voor corporaties – afspraken over gemaakt. Walter: “We zijn hier echt behoorlijk uniek in. Omdat de woningen met de laagste energielabels als eerste zijn aangepakt, hebben we nu steeds minder woningen met deze labels. We maken nu dus steeds kleinere stappen. Maar we gaan gewoon door, want ook kleine stapjes zijn stapjes vooruit.”

 

Duurzaamheid is meer dan zonnepanelen

Kennemer Wonen is al jaren geleden begonnen met investeren in duurzaamheid, gelijktijdig met het uitvoeren van onderhoud. Zo wordt er bijvoorbeeld bij schilderwerk van complexen direct enkele beglazing vervangen voor HR++ glas. Als dakbedekking wordt vervangen, worden de daken geïsoleerd. Ook kunnen huurders van Kennemer Wonen op eigen verzoek hun woning laten isoleren. Maar Kennemer Wonen investeert niet alleen in onderhoud. Bij renovatieprojecten worden direct energiebesparende maatregelen getroffen, waarbij het de ambitie is om tenminste energielabel A te behalen. In 2016 is Kennemer Wonen gestart met een programma om elk jaar 1.000 huurwoningen te voorzien van maximaal acht zonnepanelen. Dit tempo is in 2019 opgevoerd naar 1.500 huurwoningen per jaar. Daarnaast is Kennemer Wonen betrokken bij innovatieve projecten zoals aansluiting van woningen op het warmtenet, elektrisch koken en het plaatsen van batterijen voor opslag van zonne-energie bij complexen.

Uitdaging voor de toekomst

Walter benadrukt dat de successen van nu geen reden zijn om stil te zitten. Er ligt een enorme uitdaging voor de toekomst, waar alle woningen in 2050 CO2-neutraal ( en dus aardgasvrij) moeten zijn. “Voor deze en de andere opgaven die er liggen is voldoende financiële armslag nodig. Wij zijn afhankelijk van de keuzes die het kabinet op dit moment maakt naar aanleiding van de voorstellen van de verschillende klimaattafels. Alleen door een substantiële verlaging van de belastingdruk voor corporaties is het mogelijk dat de huren betaalbaar blijven, we voortvarend werken aan nieuwbouw en we onze ambities voor een CO2 neutrale toekomst waarmaken. Het ene mag niet ten koste gaan van het andere. Daar blijven we ons hard voor maken.”

Servatius en BAM Wonen tekenen overeenkomst voor verduurzaming 115 eengezinswoningen in Maastricht

Woningcorporatie Servatius en BAM Wonen tekenen de aannemingsovereenkomst voor de verduurzamingsopgave van 115 woningen in de wijk Mariaberg in Maastricht. De woningen worden energiezuiniger, veiliger en comfortabeler. Uitgangspunten hierbij zijn gezond en veilig wonen, eenvoudig en energiezuinig verwarmen, verhogen van het wooncomfort en een lager energieverbruik. Na de werkzaamheden verbetert het gemiddeld energielabel van de woningen van D naar A.

Verbeteren wooncomfort

Met de verduurzaming verbetert het wooncomfort van de bewoners. Van de bewoners is 98% positief over het plan om hun woning te verduurzamen, waarbij de deuren en gevelkozijnen worden vervangen en worden voorzien van HR+++ glas en ventilatieroosters. De gevels en het dak van de woningen worden geïsoleerd en er wordt een CO2-gestuurde mechanische ventilatie aangebracht. Indien nodig worden de cv-ketel en groepenkast vervangen. Als keuken, badkamer en toilet toe zijn aan vervanging, wordt dit ook meegenomen in de verduurzaming. Om de veiligheid van de woningen te verbeteren worden inbraakwerende voorzieningen aangebracht. BAM Wonen start begin maart met de werkzaamheden. De verwachte oplevering is begin 2022.

 

Fijn wonen aan de Blauwe Loper

Servatius is samen met de gemeente en partners aan de slag in Mariaberg. Het plan is het woongenot te verhogen door het verduurzamen en renoveren van woningen, nieuwbouw en het aanbrengen van een voor fietsers en voetgangers bestemde Blauwe Loper. Deze Blauwe Loper staat voor een goede nieuwe fiets- en wandelverbinding tussen de buurten Trichterveld, Mariaberg en Blauwdorp onderling en tussen deze buurten en de binnenstad. Sociale ontmoeting realiseren wij door de aanleg van een buurtpark langs de Blauwe Loper en een gemeenschappelijke voorziening in een van de nieuwbouw woonblokken. De plannen voor de inrichting van het park zijn samen met bewoners uit de wijk tot stand gekomen.

Samen veilig doorwerken in de bouw

Vanwege het coronavirus heeft de gezondheid van de bewoners en medewerkers de hoogste prioriteit. Met behulp van speciale coronawerkprotocollen, gebaseerd op het landelijk protocol ‘samen veilig doorwerken’ van Bouwend Nederland, kan de renovatie op een veilige manier plaatsvinden. Tijdens de uitvoering stelt Servatius een logeerwoning ter beschikking waar bewoners kunnen verblijven gedurende de uitvoering van de werkzaamheden in hun woning. Bijkomend voordeel is dat bewoners hierdoor ook minder overlast ervaren van de werkzaamheden.

Enorme toename in aanvragen van goedkoper energielabel

In de laatste maanden van 2020 is een enorme run geweest op het aantal aanvragen van het oude energielabel voor huizen. Per 1 januari 2021 geldt een nieuw en veel duurder energielabel.

In november en december zijn er bijna 360.000 energielabels geregistreerd via de website energielabelvoorwoningen.nl. Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), dat over de aanvragen gaat. Daarvan is het merendeel, namelijk ruim 250.000, in december geregistreerd. Dat is het tienvoudige van een normale gemiddelde maand van het afgelopen jaar. Bijna 60 procent van de woningen in Nederland heeft nu een energielabel.

Het energielabel is verplicht bij het verkopen, verhuren en opleveren van huizen en appartementen. In 2015 gaf de overheid alle 5 miljoen huiseigenaren in Nederland een voorlopig label. Het definitieve label blijft tien jaar geldig en was aan te vragen op de website van de overheid.

Voor de aanvraag van een definitief label betaalden huiseigenaren voorheen alleen administratiekosten. Vanaf 1 januari dit jaar moet een erkend deskundige langskomen voor een keuring. Dan kost een energielabel voor een eengezinswoning gemiddeld 190 euro, voor een appartement gemiddeld 100 euro.


Bron: ANP

Economisch Instituut voor de Bouw over verplicht energielabel voor kantoren

Op 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw -waarvan de oppervlakte aan kantoorfuncties groter is dan 100 m2 en de gebruiksoppervlakte van deze kantoorfuncties 50% of meer van de totale oppervlakte beslaat- minimaal voldoen aan energielabel C. Voldoet het gebouw niet? Dan mag het per 1 januari 2023 niet meer als kantoor gebruikt worden. In 2030 gaan we nog een stap verder, dan wordt iedere kantooreigenaar verplicht tot label A. Heb je deze niet? Dan kun je de deuren sluiten.

Deze labelverplichting is een afspraak in het Energieakkoord uit 2013 en is in het Klimaatakkoord van 2019 nogmaals bekrachtigd. In laatstgenoemd akkoord is vastgesteld dat de Nederlandse gebouwde omgeving in 2050 energieneutraal moet zijn. Werk aan de winkel dus. We spreken senior onderzoeker Jelger Arnoldussen van het Economisch Instituut voor de Bouw.

Wat is het energielabel?

Het energielabel is een maatstaf voor de energetische kwaliteit van de gebouwde omgeving. Bij kantoorpanden met een A-label zijn reeds veel energiebesparende maatregelen genomen. Voor kantoren met label G geldt echter dat nog veel energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. Het energielabel is niet alleen een energetische maatstaf. Het zegt indirect ook iets over het comfort in het pand, de maandelijkse energielasten (hoog/laag) en de technische kwaliteit. (bron: rvo.nl)

 

Het modelkantoor

‘Het EIB heeft samen met ECN in opdracht van het ministerie van BZK onderzoek gedaan naar de gevolgen van het verplichtstellen van een energielabel voor kantoren. BZK wilde, op macro-economisch niveau, weten wat kosten van het verplichtstellen van energielabel C, B of A zijn en welke besparingen deze verplichtstellingen respectievelijk opleveren. In ons onderzoek hebben we gebruik gemaakt van een gemiddeld kantoorpand met drie verdiepingen en een vloeroppervlak van ruim 4.000 m2. Kantoren zijn, anders dan woningen, moeilijk te categoriseren. Kantoren op de Zuidas zijn significant anders dan kantoren in de binnenstad. Ze variëren qua omvang, bouwjaar, bouwstijl en ga zo maar door. Er zijn veel variabelen die ervoor zorgen dat de kantorenmarkt weinig uniform is.’

Een platgeslagen gemiddelde

‘Hoe je tot het in 2023 verplichte label C komt, wisselt dus per kantoorpand. De profielen die we voor het modelkantoor hebben gebruikt, geven een indicatie van de kosten en opbrengsten op macroeconomisch niveau. Zoals gezegd komt een kantoor in veel varianten voor en daarom wisselen de maatregelen per kantoor.’

Wil je labelstappen maken?

Schakel een adviseur in! ‘Eigenlijk geeft ons onderzoek een profiel van hoe een specifiek kantoor er bij verschillende energielabels in de praktijk uit zou kunnen zien en wat je moet doen om dat specifieke kantoor te verbeteren naar energielabel C of A. Voor het in kaart brengen van individuele maatregelen is een specialist nodig. Hij of zij kan verhelderen welk effect de verschillende maatregelen op jouw pand hebben. Wil je labelstappen maken? Dan is het inschakelen van een adviseur aan te raden.’

Jelger Arnoldussen is senior onderzoeker van het Economisch Instituut voor de Bouw. Hij is als projectleider inhoudelijk en procesmatig verantwoordelijk voor beleidsonderzoeken op het gebied van woningbouw, utiliteitsbouw en infrastructuur. En stuurt multidisciplinaire onderzoeksteams bestaande uit onder andere economen, ingenieurs en planologen aan. Daarnaast is hij als senior onderzoeker betrokken bij diverse beleidsonderzoeken. En dan houdt het nog niet op. Jelger coördinator van het team duurzaamheid en circulariteit en het team vastgoed binnen het EIB. Hij werkt tevens als gastdocent op de Universiteit van Amsterdam.

Dragen labels bij aan de verduurzamingsslag om tot een energieneutraal Nederland te komen?

‘Er zijn indicaties dat de labels zelf beperkt bijdragen aan de verduurzaming. Ze zorgen voor bewustwording, maar het is onzeker of eigenaren door het label daadwerkelijk verduurzamingsmaatregelen nemen. Dit is vaak een financieel-economische afweging. De verplichtstelling van label C in 2023 en label A in 2030, draagt wél bij aan de verduurzaming. Overigens is het goed te noemen dat de meeste eigenaren kiezen voor laaghangend fruit. Er wordt doorgaans gekozen voor de meest rendabele maatregelen om tot het gewenste label te komen. Vastgoedeigenaren zijn ondernemers, ze investeren zo efficiënt mogelijk.’

Verschillende regelgevingen van toepassing

‘Nederland kent een veelheid verschillende regelgevingen omtrent de energetische waarde van kantoren. Zo hebben we geconstateerd dat er een overlap is met de maatregelen die vanuit de Wet milieubeheer verplicht worden gesteld. Deze wet verplicht de vastgoedsector om energiebesparende maatregelen uit te voeren wanneer deze zich binnen vijf jaar terugverdienen. Die moét je dus nemen. Een voorbeeldmaatregel is de overstap van tl- naar hf-verlichting. Met een dergelijke maatregel draag je mogelijk ook bij aan de gewenste labelstappen. Dat er verschillende regelgevingen zijn, is op zich al lastig. Maar het wordt nog ingewikkelder, want de verantwoordelijke partijen variëren. Zo moet een vastgoedeigenaar zorgen voor labelstappen -tenminste, wanneer deze zich binnen tien jaar terugverdienen- en is de huurder verantwoordelijk voor het voldoen aan de Wet milieubeheer.’ n

Het rapport Verplicht energielabel voor kantoren van het EIB is terug te lezen via de website van EIB

Wat is het energielabel?

Het energielabel is een maatstaf voor de energetische kwaliteit van de gebouwde omgeving. Bij kantoorpanden met een A-label zijn reeds veel energiebesparende maatregelen genomen. Voor kantoren met label G geldt echter dat nog veel energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. Het energielabel is niet alleen een energetische maatstaf. Het zegt indirect ook iets over het comfort in het pand, de maandelijkse energielasten (hoog/laag) en de technische kwaliteit.

 

Hoe zorgt u ervoor dat u voldoet aan energielabel C in 2023?

Energielabel C in 2023

Het Klimaatakkoord heeft de energiemarkt behoorlijk wakker geschud. De energietransitie is niet langer iets voor later en dat heeft flinke gevolgen voor de Nederlandse vastgoedbranche. Zo moet een kantoor groter dan honderd vierkante meter in 2023 minimaal voldoen aan energielabel C en in 2030 zelfs aan label A. Vastgoed dat hier niet aan voldoet, mag niet langer worden verhuurd of verkocht. Gelukkig zijn investeringen in duurzaamheid niet alleen goed voor een vermindering van onze uitstoot, het maakt vastgoed in veel gevallen ook rendabeler. We spreken Dennis Ostendorf, commercieel directeur van MAIN Energie.

“tijdens feestdagen, bouwvak, schoolvakanties en verplichte vrije dagen draaien de installaties in vastgoed vaak onnodig op volle toeren.”

Grip op energiekosten

‘Wij zijn al sinds 2003 energiepartner voor zakelijk Nederland. Hierin gaan we verder dan het leveren van energie alleen. We helpen vastgoedbeheerders met de transitie naar een energielabel waarmee aan de wetgeving wordt voldaan. Daarnaast stellen we alles in het werk om onze klanten grip te laten krijgen op de energiekosten. Met een speciaal daarvoor ontwikkeld online platform krijgen beheerders inzicht in de energiestromen binnen hun vastgoedportfolio. Per locatie, maar ook per specifiek deel van de locatie. Hiermee is het voor beheerders gemakkelijker om gericht maatregelen te nemen. Bovendien wordt het mogelijk het daadwerkelijk verbruik door te rekenen aan huurders. Een andere manier van werken dan het gangbare factureren op basis van slechts de gehuurde vierkante meters.” Energielabel C in 2023

Effect van verduurzamingsmaatregelen

“Een ander voordeel is dat je inzicht krijgt in het totale verbruik van een pand. Een benchmark ten opzichte van ander vastgoed. Dit inzicht maakt duidelijk wat mogelijke verduurzamingsmaatregelen zijn en wat deze opleveren aan energiebesparingen. Daarbij focussen we in eerste instantie vaak op laagdrempelige maatregelen als ledverlichting -een investering die binnen een aantal jaar is terugverdiend- en op het beter inregelen van klimaatinstellingen. Denk hierbij aan het door ons gedoopte feestdagenmanagement: tijdens feestdagen, bouwvak, schoolvakanties en verplichte vrije dagen draaien de installaties in vastgoed vaak onnodig op volle toeren. Wij maken het verbruik op die dagen inzichtelijk en adviseren vastgoedbeheerders over mogelijke maatregelen. Datzelfde geldt voor inzicht in verbruik op basis van opening- en sluitingstijden. Wanneer de eerste medewerkers pas om 08.00 uur komen binnendruppelen, hoeft de kachel niet om 05.00 uur aan te slaan. Naast dit laaghangend fruit adviseren we vanzelfsprekend in omvangrijke verduurzamingstrajecten.”

Main Energie heeft een overzicht van hoe u ervoor kunt zorgen dat uw pand voldoet aan de wet. Doe de energiescan>>

 

Lees verder… Bent u verplicht een energielabel aan te leveren bij verkoop of verhuur?