ISDE: Stand van zaken budget

verduurzamen woningen corporaties

De rijksoverheid heeft de voorlopige cijfers en budgetten betreft de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) bekendgemaakt.

Het subsidiebudget voor 2021 bedraagt € 124 miljoen voor investeringen in warmtepompen, zonneboilers, isolatie en warmtenetten. Dit budget is bestemd voor particulieren en zakelijke gebruikers. Voor zakelijke gebruikers geldt dat zij niet in aanmerking komen voor investeringen die betrekking op isolatie en warmtenetten.

De hoogte van het subsidiebedrag per apparaat of maatregel hangt af van het soort zonneboiler, warmtepomp en isolatie en de energieprestatie daarvan. De indicatieve bedragen staan op de apparatenlijsten. Voor de aansluiting op een warmtenet geldt een vast bedrag van € 3.325.

Het subsidiebudget voor investeringen in windturbines en zonnepanelen bedraagt voor 2021 € 40 miljoen. Dit budget is bestemd voor zakelijke gebruikers. De hoogte van het subsidiebedrag hangt af bij de categorie windturbines af van de rotoroppervlakte en bij de categorie zonnepanelen van het vermogen.

Cijfers per gemeente en provincie

Wilt u weten hoeveel Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) in uw provincie of gemeente is verleend? En voor welke apparaten? U ziet het in een oogopslag in de ISDE Viewer van Nederland. De gegevens vanaf 1 januari 2016 (de start van de regeling) tot en met 31 december 2020 zijn in deze viewer verwerkt. Per 1 januari 2021 is de ISDE-regeling samen met de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) opgegaan in de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (afgekort ook ISDE).

Ook subsidie aanvragen?

CBRE Dutch Office Fund eerste fonds in Europa met WELL-portfolio score

Het International Well Building Institute (IWBI) heeft CBRE Global Investors ‘Dutch Office Fund een portefeuillebrede Well-score toegekend voor de implementatie van gezondheids- en welzijnsstrategieën.

Het is het eerste vastgoedbeleggingsfonds in Europa dat een score behaalde voor de gehele portefeuille met een Well portfolio-score van 43.

Drie van de objecten uit het fonds, NoMA House Amsterdam, WTC Utrecht en Delftse Poort in Rotterdam kregen individueel de Well Core-certificering op Gold-niveau, de op een na hoogst mogelijke score.

Well Portfolio Score en Well Core Certification worden toegekend door de IWBI, die de Well Building Standard ontwikkelt en beheert.  Via deze externe certificeringsinstantie, worden kantoorportefeuilles en kantoorpanden beoordeelt op het gebied van gezondheid en welzijn.

 

Beoordeeld onder 10 Well-concepten

Alle objecten in de portefeuille van Dutch Office Fund zijn beoordeeld op basis van 10 Well-concepten: lucht, water, voeding, licht, beweging, thermisch comfort, geluid, materialen, mind en gemeenschap.

“Onze ambitie is om toekomstbestendige kantoorgebouwen te creëren en te exploiteren waar de bedrijven van nu en bedrijven in de toekomst optimaal kunnen ondernemen”, aldus Ronald van der Waals, fondsmanager van het CBRE Dutch Office Fund.

Hij voegt eraan toe dat het fonds zal blijven streven naar Well Core Certification voor de andere gebouwen in de portefeuille: WTC Amsterdam, WTC Schiphol, kantoorgebouw UP en Nieuw Amsterdam.

Tegen het einde van het jaar zal ongeveer 90% van de objecten in de portefeuille gecertificeerd zijn. Het is de ambitie van het fonds om alle multi-tenant panden in de portefeuille te certificeren.

Vesteda en BAM Wonen verduurzamen 80 appartementen in Hilversum

Woningbelegger Vesteda en BAM Wonen verduurzamen tachtig huurappartementen aan de Kapittelweg in Hilversum. Het project betreft een hoge galerijflat met veertien woonlagen en een lage galerijflat met drie woonlagen. Beide flats dateren uit eind jaren zestig en de verduurzaming brengt de appartementen van energielabel F naar een energiezuiniger label A of B. Gelijktijdig met de energetische upgrade verricht BAM Wonen onderhoudswerkzaamheden die het wooncomfort vergroten. In juni 2021 start BAM Wonen met de werkzaamheden en de oplevering staat gepland voor eind 2021.

‘In Hilversum continueren we onze prettige ketensamenwerking met Vesteda. We verduurzamen de woningportefeuille tot comfortabele en betaalbare woningen. Kenmerkend voor onze Vesteda-projecten is de hoge mate waarin we natuurinclusief renoveren. In Hilversum onderzoeken we of we extra permanente nestkasten plaatsen voor versterking van de bestaande flora en fauna’, aldus Jasper Blanken, directeur Renovatie Concepten bij BAM Wonen.

Veel bewoners stemmen in

De benodigde bewonersinstemming is in korte tijd behaald. De woningverbetering levert de bewoners een comfortabelere woning en een lagere energierekening op. De energetische maatregelen hiervoor bestaan uit het vervangen van de collectieve dakventilatoren inclusief ventilatiekanalen en het beter isoleren van gevels, dak en bergingsplafonds. Op het dak plaatst BAM Wonen pv-panelen.

Tot de onderhoudswerkzaamheden behoren onder meer het herstellen van voegwerk, reinigen van kopgevels, hekwerken en boeiborden en het saneren van asbest. In dit project vernieuwt BAM Wonen ook de riolering, waterleidingen en toiletten. Tot slot ontvangen bewoners een videofooninstallatie voor een vergroot veiligheidsgevoel.

 

Natuurinclusief renoveren

In het verlengde van de samenwerkingsovereenkomst tussen Vesteda en Vogelbescherming Nederland heeft BAM Wonen tijdig mitigerende maatregelen getroffen. Bij naastgelegen gebouwen heeft BAM Wonen voorafgaand aan de wettelijke flora- en faunascan, vijftig tijdelijke nestkasten opgehangen voor onder meer gierzwaluwen en vleermuizen. In opdracht van Vesteda onderzoekt BAM ook de mogelijkheid om permanente vogelvoorzieningen in de kopgevels te plaatsen.

Verduurzaming bestaande woningvoorraad door BAM Wonen

BAM Wonen heeft dit jaar tot dusver de renovatie en verduurzaming ruim 2.000 woningen in voorbereiding, in uitvoering of gerealiseerd. BAM is daarnaast koploper in het realiseren van de nul-op-de-meter (NOM)-woning met meer dan 1.800 NOM-woningen in voorbereiding, in uitvoering of gerealiseerd. BAM heeft hiervoor als eerste bouwer in Nederland uit handen van Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken, het volledige NOM-keur ontvangen. Hiermee zijn de kwaliteit en beloofde prestaties van de NOM-woningen officieel gegarandeerd.

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Muren van kalk en hennep, cementloos beton en energieopslag via een basaltbatterij: Ecodorp Boekel biedt een kijkje in de toekomst van het bouwen. Maar deze innovaties hebben een keerzijde, want ze zijn moeilijk te financieren. Een samenwerking met verzekeraar Achmea biedt via Centraal Beheer uitkomst aan de verzekeringskant. “Achmea wil niet alleen goed doen voor de klanten en het bedrijf, maar ook wat goed is voor de maatschappij.”

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp.

Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen.

Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp.

Innovaties in een duurzame woonwijk

Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente.

Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt.

 

Circulaire economie

Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken.

Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden.

Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling.

Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.”

‘Elke innovatie is een risico’

Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden.

Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.”

Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.”

 

Het effect van een mandarijnenschil

Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos.

Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar.

Het voordeel van vroeg instappen

“Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.”

Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.”

Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten.

“De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.”

Gebruik van aardwarmte neemt toe

In Nederland wordt steeds meer gebruik gemaakt van aardwarmte als energiebron. Brancheorganisatie Geothermie Nederland becijfert dat de warmteproductie op deze wijze, die te boek staat als duurzaam, in 2020 met 10 procent is gestegen. In totaal werd voor 6,2 petajoule aan aardwarmte gewonnen en daarmee is 176 miljoen kubieke meter aardgas bespaard.

“Dit staat gelijk aan het gebruik aan aardgas van 117.500 woningen en een reductie van CO2-emissie van 333.000 ton”, aldus de brancheorganisatie. Voor dit jaar wordt verdere groei voorzien. Zo’n 40 grote projecten staan al gepland en er is volgens Geothermie Nederland veel belangstelling voor aardwarmte als energiebron voor de verwarming van woningen en bedrijven in de industrie.

Voor verdere groei zou de overheid moeten bijspringen, vindt de branche. “Belangrijk hierbij is dat het beleid daarvoor beter aansluit met passende stimuleringsmogelijkheden, een effectief vergunningenstelsel én dat warmtenetten beschikbaar komen.”

 

Bij geothermie worden twee diepe putten in de grond geboord. Uit de ene put wordt water dat door het binnenste van de aarde is opgewarmd omhoog gepompt, door de andere wordt afgekoeld water weer teruggepompt. De glastuinbouw is tot nog toe de sector die het meeste gebruik maakt van de techniek.

Aan geothermie kunnen ook risico’s kleven, bijvoorbeeld op verontreiniging van de bodem als zout water uit het systeem weglekt. Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseert ook ‘terughoudend’ te zijn met geothermie op plaatsen die aardbevingsgevoelig zijn, bijvoorbeeld gaswinningsgebieden.

Bron: ANP

DGBC en TVVL lanceren gezamenlijke benchmarktool voor CO₂-reductie

Op WEii.nl is het nu mogelijk gebouwen eenvoudig en snel te beoordelen op het werkelijke energiegebruik. WEii staat voor Werkelijke Energie intensiteit indicator en maakt op een uniforme wijze inzichtelijk wat een gebouw per vierkante meter per jaar aan energie gebruikt. Gebouweigenaren en -gebruikers krijgen daardoor direct inzicht in de werkelijke energieprestaties van hun pand in relatie tot gelijkwaardige panden in hun sector, in plaats van een theoretisch inzicht. Daarnaast ontstaat direct een beeld van hoe ver ze verwijderd zijn van de Parijse klimaatdoelstellingen of zelfs een energieneutraal gebouw.

De basis van de nieuwe tool vormt een breed gedragen, uniforme rekenmethode. WEii is een betrouwbare indicator voor de energie-efficiënte van een gebouw, omdat WEii op een gestandaardiseerde, objectieve wijze wordt vastgesteld. Een gebouw wordt beoordeeld op wat er op de energiemeter staat en niet wat het in theorie aan energie zou kunnen gebruiken. Daarmee levert WEii een grote bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelen van Parijs. Door het werkelijke energiegebruik inzichtelijk te maken, is het beter mogelijk om daarop te besparen. Energiebesparende maatregelen zijn dan ook direct terug te zien in de WEii van een gebouw, het werkelijke gebruik loopt terug en dat is terug te zien op de energiemeter.

Klimaatakkoord

De ambitie van het Klimaatakkoord is een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% ten opzichte van 1990. Voor utiliteitsgebouwen wordt voor het realiseren van deze doelstelling vooral ingezet op het vaststellen van een wettelijke eindnorm voor de energetische kwaliteit van gebouwen in 2050. Daarom moet bijvoorbeeld nieuwbouw voldoen aan de BENG-norm, die is vastgesteld aan de hand van de methode NTA 8800. In de praktijk blijkt er echter een mismatch te zijn tussen het werkelijke energiegebruik van gebouwen en het energiegebruik dat verwacht wordt op basis van een theoretische berekening. WEii is dan ook, in tegenstelling tot BENG, ontwikkeld om wel inzicht te geven op de werkelijke energie-intensiteit van gebouwen.

Voor en door de markt

WEii is een initiatief van DGBC en TVVL. Beide organisaties zijn overtuigd van het belang van meten op werkelijk energiegebruik. En ze werken dan ook al volgens dat principe: DGBC introduceerde in 2017 de Paris Proof-aanpak en TVVL is de initiator van WENG (Werkelijk EnergieNeutraal Gebouw). Die twee doelstellingen voor gebouwen zijn nu verwerkt tot scores op de WEii-ladder, die loopt van heel onzuinig via Paris Proof tot WENG.

WEii is ontwikkeld voor en door de markt. Diverse overheidsinstanties en gezaghebbende marktpartijen hebben de afgelopen jaren in allerlei vormen meegewerkt aan de ontwikkeling van de rekenmethode, van TNO tot E-Nolis en van DWA tot het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast is er voor de methode al interesse onder handhavers. Bijvoorbeeld omgevingsdiensten kunnen WEii gebruiken om de energieprestaties van gebouwen snel en correct in beeld te brengen en daarop te handhaven.

 

Eenvoudig en laagdrempelig

Martin Mooij is als programmamanager namens DGBC bij de ontwikkeling van WEii betrokken. Hij ziet grote kansen als het gaat om de toepasbaarheid van de tool. “Het is echt eenvoudig, je hoeft geen techneut te zijn om dit in te vullen.” Dat is volgens hem van groot belang, omdat de energietransitie ‘voor iedereen begrijpelijk moet zijn’. Daarom blijft hij ook hameren op het meten op het werkelijke energiegebruik: “Het is toch niet meer uit te leggen dat een gebouw een goed energielabel heeft, maar toch te veel energie gebruikt. Het theoretische en gebruik in de praktijk is met WEii direct terug te brengen tot één eenheid: het werkelijke energiegebruik.”

Veel kennis

John Lens, directeur van TVVL, is het eens met de woorden van Martin Mooij. “Al een aantal jaar is werkelijk energiegebruik een thema bij TVVL. Daarom hebben we al veel sessies, presentaties en discussies georganiseerd rondom dit thema waar zowel leden als niet-leden bij betrokken zijn geweest. Deze betrokken mensen leverden veel kennis waarmee het protocol is ontwikkeld. Die aanscherping, samen met inzichten van DGBC, maakt dat WEii voor iedereen toepasbaar is. Voor omgevingsdiensten, voor gebouwbeheerders, voor gebruikers, voor monitoringsbedrijven et cetera. Als je gaat rekenen voor nieuwbouw gebruik je BENG. Wanneer het gebouw al in gebruik is, toon je de BENG-doelen aan met WEii.”

Energie besparen met artificiële intelligentie

Als we naar de wereld om ons heen kijken, zien we steeds meer artificiële intelligentie (AI) in ons dagelijks leven. Sommigen vinden dat fantastisch, maar anderen kunnen er doodsbang van worden.

Artificiële intelligentie: nemen robots de wereld over?

Als mensen aan AI denken, komen er vaak als eerste rampzalige beelden bij hen op van zelfbewuste robots die de mensheid willen vernietigen en de wereld willen overnemen, net zoals in veel populaire films. Maar niets is minder waar.

Artificiële intelligentie is ontworpen om de menselijke manier van denken na te bootsen. AI‑software heeft dus het vermogen om zelfstandig te denken en te handelen. In de gebouwautomatisering betekent dit dat AI flink kan bijdragen aan het verbeteren van onderhoud, comfort en energiebesparing. Voor nu richten we ons op de vraag hoe AI kan helpen het energieverbruik van een gebouw terug te dringen.

Artificiële intelligentie, de redding voor de aarde

Groene energiebronnen op de aarde zijn een schaars goed. Daarom is het essentieel dat we energie op een slimme manier gebruiken en opslaan. Artificiële intelligentie is geknipt voor die taak. De technologie is zelflerend en werkt zelfstandig, zonder tussenkomst van mensen. Door integratie van AI in het gebouwbeheer kunt u uw gebouw ‘leren’ om zelf uit te zoeken wat de beste duurzame energiebronnen zijn om te gebruiken, op te slaan en op te wekken.

Het gebruik van AI in gebouwen is als het rijden in een zelfrijdende auto. U kiest uw bestemming. Vervolgens brengt de auto u daar zo snel en veilig mogelijk heen. Zo gaat dat ook met uw gebouw. U voert uw voorkeuren in het systeem in en het gebouw zoekt uit wat de beste duurzame energiebronnen zijn om te gebruiken.

 

Een perfect voorbeeld – Priva ECO

Priva ECO is een perfect voorbeeld van het gebruik van AI om het energieverbruik te verminderen. De software optimaliseert het comfortniveau in het gebouw en verlaagt tegelijkertijd het energieverbruik. Priva ECO is een volledig nieuwe softwaretool, als aanvulling op bestaande gebouwautomatiseringssystemen. Het is een cloudgebaseerde service die kan worden geïmplementeerd ongeacht uw leverancier.

Na de configuratie kijkt de intelligente software 24 uur vooruit, waarbij scenario’s worden berekend op basis van combinaties van gebeurtenissen die het waarschijnlijkst zijn. Zo leert de software over het gedrag van het gebouw en over de invloed van factoren zoals het veranderende aanbod van duurzame energiebronnen. En over weersomstandigheden, zoals buitenluchttemperatuur, zon en wind. Met deze informatie maakt de software vervolgens op een slimmere manier gebruik van klimaatinstallaties en beschikbare energiebronnen van het gebouw. Er worden hernieuwbare en duurzame energiebronnen gebruikt voordat andere bronnen worden geactiveerd. Dat kan een besparing op de energierekening opleveren van wel 25 procent. De software bestuurt de installaties zo dat het optimale klimaat wordt bewerkstelligd met zo min mogelijk energie. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de energieprijzen. Dat klinkt mooi, toch?

AI gaat dus niet de wereld overnemen en er is absoluut geen sprake van kwaadaardige robots. Integendeel, met zelflerende software kunt u energie besparen zonder er zelf actief mee bezig te zijn. We kunnen dus stellen dat u gewoon vanuit uw luie stoel een steentje kunt bijdragen aan het redden van de aarde. Bezoek de Priva ECO website De waarheid is dat technologie noch goed noch slecht is. Het hangt allemaal af van hoe je het gebruikt en waarvoor. AI kan een belangrijke rol spelen bij het optimaliseren van energiebesparingen. Voordat we daarop ingaan, bespreken we eerst wat AI precies is.

Dit is een blog van Priva

 

ASR Dutch Core Residential Fund slaat duurzame energie op via batterijen voor woningportefeuille

a.s.r. real estate heeft namens het ASR Dutch Core Residential Fund een lease-overeenkomst gesloten met Iwell voor het plaatsen van batterijen voor de opslag van duurzame energie in woningcomplexen. a.s.r. real estate heeft de ambitie om in 2050 Paris Proof te zijn. De samenwerking met Iwell draagt bij aan dit doel en aan de verdere verduurzaming van de woningportefeuille. Deze maand zijn de eerste batterijen geplaatst in woningcomplexen in Amersfoort, Utrecht en Nieuwegein. Op korte termijn worden de batterijen verder uitgerold over minimaal vier extra woningcomplexen van het ASR Dutch Core Residential Fund.

Duurzaam energieverbruik

Het Iwell Cube batterijsysteem slaat duurzaam opgewekte stroom op en kan worden aangesloten op zonnepanelen. Hierdoor wordt de belasting op het energienetwerk verlaagd. Door het verminderen van de piekbelasting kan daarnaast gebruik worden gemaakt van een kleinere netaansluiting.

Inmiddels heeft het ASR Dutch Core Residential Fund circa 5.000 zonnepanelen op daken van woningcomplexen geplaatst. De batterijen worden waar mogelijk aangesloten op deze zonnepanelen waardoor het rendement van de panelen verder wordt verhoogd. Als er te weinig energie of geen energie wordt opgewekt door de zonnepanelen, wordt de batterij opgeladen op momenten dat de stroom zo schoon mogelijk is. Op deze wijze wordt het energieverbruik van het woningfonds van a.s.r. real estate verder verduurzaamd.

Robbert van Dijk, fund director ASR Dutch Core Residential Fund: “De inzet van batterijen is voor het ASR Dutch Core Residential Fund een belangrijke stap in haar energietransitie. De batterijen dragen niet alleen bij aan het beter benutten van zelf opgewekte energie, maar ook aan het verbruik van duurzame energie in het algemeen. Daarnaast kunnen we onze huurders een kleine besparing aanbieden op de servicekosten.“

Havensteder en Team ERAflats verduurzamen ruim 500 woningen

Havensteder en Team ERAflats zijn deze week gestart met grootschalig verbeteronderhoud en verduurzaming van drie ERA-flats in Rotterdam-Ommoord. In totaal worden 525 woningen onder handen genomen. De flat aan de Zernikeplaats – met 175 woningen – is als eerste aan de beurt, daarna volgen de flats aan de Einsteinplaats en Debijeweg. De werkzaamheden duren ongeveer een half jaar per gebouw. De flats en de woningen worden aardgasvrij en bovendien extra geïsoleerd. Daarmee krijgen zij energielabel A. In combinatie met diverse aanpassingen aan de binnen- en buitenkant van de woningen – onder meer aan keukens en sanitair – krijgen bewoners aanzienlijk meer wooncomfort, zonder huurverhoging.

Klaar voor de toekomst

De flats en de woningen worden voor verwarming en warmtapwater aangesloten op het warmtenet van Eneco. Bewoners gaan voortaan elektrisch koken en uiteraard wordt hun keuken voorzien van een inductieplaat. Afhankelijk van de technische staat krijgen de keuken en badkamers van de woningen een make-over. Alle toiletten worden bovendien vervangen. Ook de uitstraling van de gebouwen krijgt een opfrisbeurt, met onder meer aandacht voor de entree, de liftpleinen en de hekwerken van de galerij.

 

Tijdelijke logeerwoning

Urias Santos Bakker, directeur Onderhoud en Ontwikkeling van Havensteder: “De werkzaamheden in en rond de woningen zijn ingrijpend en we proberen onze huurders waar mogelijk te ontzorgen. Voor iedere bewoner stellen we daarom een tijdelijke woning beschikbaar waar zij vrijwillig kunnen verblijven, zodat ze echt zo min mogelijk overlast ondervinden. Bijna alle huurders hebben aangegeven er gebruik van te willen maken”.

Jurgen Weerdenburg, directeur namens Team ERAflats: “Eind jaren ’60 en begin jaren ’70 hebben wij deze flats zelf gebouwd. Inmiddels zijn dit alweer de 11e, 12e en 13e ERA-flats waar wij als Team ERAflats verbeteronderhoud uitvoeren. Wij kennen de gebouwen en woningen dus als geen ander en we weten bovendien hoe ingrijpend de werkzaamheden voor bewoners zijn. In deze tijd komen daar de begrijpelijke zorgen over het coronavirus bij. We betrekken bewoners daarom goed bij de maatregelen die we nemen, waardoor het verbeteronderhoud op een veilige en verantwoorde manier plaats kan vinden. We kijken er vooral naar uit dat de bewoners straks kunnen genieten in hun vernieuwde, comfortabele woning!”