Nieuwe tools om energieprestaties van gebouwen te controleren

Zonmanagement Main Energie

Het controleren van de energieprestaties van gebouw wordt een stuk makkelijker. De website klimaatinstallatiecheck.nl is namelijk uitgebreid met twee handige nieuwe tools: de BENGcheck (Bijna EnergieNeutraal Gebouw) en de energielabelcheck. Deze vullen de bestaande binnenklimaatcheck aan.

Dankzij de uitbreiding kan razendsnel de energieprestatie van een kantoorgebouw worden voorspeld. Hierdoor krijgen niet alleen ontwerpers van klimaatinstallaties, maar ook gebouweigenaren meer inzicht in de energieprestaties van kantoorgebouwen. De tools zijn ontwikkeld door de TVVL Expertgroep Klimaattechniek in samenwerking met Renor.

Gebouwinvoer

De tools hebben als doel om snel inzicht te geven in de relatie tussen klimaatinstallatie, kantoorgebouw en gebruiksprestaties. Met de Binnenklimaatcheck kunnen lokale kantoorruimtes worden ingevoerd en worden voorzien van een gevelopbouw, oriëntatie en lokale klimaatinstallatie. De tool geeft vervolgens een voorspelling van de comfortprestaties. De belangrijkste keuzes worden inzichtelijk gemaakt in de BENGcheck, waarbij een voorspelling wordt gedaan van de 3 BENG indicatoren en het energielabel van een nieuw kantoorgebouw. En de Energielabelcheck, waarbij een voorspelling wordt gedaan van het energielabel van een bestaand kantoorgebouw.

Nieuwe tools besparen veel tijd en hoge kosten

Het berekenen van de energieprestatie van kantoorgebouw is arbeidsintensief. Met BENG- en Energielabelcheck is de bepalingsmethode een snel, voorspellend rekenmodel geworden. De eenvoudige opzet van de tools maakt het op een laagdrempelige manier mogelijk om een indicatie van de energieprestatie te bepalen, zonder hierbij al in details te treden. Op basis van deze voorspelling kunnen belangrijke conceptkeuzes in een vroegtijdig stadium worden vergeleken en afgewogen. De klimaatinstallatiecheck-website is gratis toegankelijk.

 

Bouwinvest gaat 63 appartementencomplexen uitrusten met slimme batterijsystemen van iwell

Vastgoedbelegger Bouwinvest Real Estate Investors heeft voor haar driehonderd woningcomplexen en zichzelf een forse milieudoelstelling opgelegd. Volgens Eric-Jan Dekkers, Manager Technical Management bij het Residential Fund van Bouwinvest, moeten alle 19.000 woningen in die complexen al in 2045 volledig Paris Proof zijn. Daar moeten nog veel maatregelen voor uitgevoerd worden. Voor dit jaar ligt de focus onder andere op 63 appartementencomplexen, waar AC-laders voor elektrische auto’s geplaatst gaan worden. ‘De batterij-systemen van iwell lossen het probleem op, dat aan de ene kant de vraag naar opladen enorm toeneemt, terwijl aan de andere kant de netcongestie het niet toelaat om grotere vermogens mogelijk te maken.’

De batterijsystemen van iwell worden overdag opgeladen met ingekochte, duurzaam opgewekte zonne-energie. ’s Nachts, als het flink waait, gebeurt hetzelfde met windenergie. De slimme systemen kijken dan naar het aanbod van de beschikbare duurzame energie, waardoor een zo duurzaam mogelijke mix wordt opgeslagen in de batterijen. Zo optimaliseert het zelflerende batterijsysteem van iwell alle energie­stromen binnen een gebouw, zoals voor de verlichting van kelders en trappenhuizen, liften en dergelijke, maar ook daarbuiten met de verlichting van parkeerterreinen en de AC-laders voor elektrische auto’s en vlakt het de piekbelasting af (peak shaving). Vincent Ruijter, founder van iwell: ‘De slimmigheid zit in de batterij en bestaat uit een omvormer -van wisselstroom naar gelijkstroom en vice versa- en een soort computer voor het zelflerende vermogen. Deze computer brengt verschillende parameters -denk aan de zonnesterkte, de gewenste hoeveelheid energie en de momenten waarop energie nodig is- in kaart en zorgt voor een efficiënte manier van energie leveren én opslaan. Dit systeem is toepasbaar op een bestaande netaansluiting, maar is ook geschikt om direct vanuit een PV-systeem te laden.’

Zelflerend batterijsysteem als oplossing

Dekkers noemt een maatregel waarmee hij de noodzaak voor een slimme oplossing illustreert:  ‘Vanaf 2030 wil de gemeente Amsterdam alle benzine- en dieselauto’s binnen de ring A10 weren. Andere steden als Utrecht en Rotterdam zouden het voorbeeld uit de hoofdstad zomaar eens kunnen volgen. Er zal daar dus een enorme vraag naar het elektrisch laden van auto’s ontstaan. Het mooiste is dan natuurlijk dat je een oplader beschikbaar bij je huis hebt. Maar bij appartementen kan dat gewoonweg niet zomaar. Daar is bijvoorbeeld de aansluiting van het gebouw niet toereikend voor. Het gebouw kan niet meer elektra leveren dan dat het al doet.’ Bovendien zal de netcongestie, die in het hele land uitbreidingen van netaansluitingen nagenoeg onmogelijk maakt, volgens netbeheerder TenneT niet voor 2030 opgelost zijn. Ruijter zegt daarover: ‘Het grootste probleem is dat de netaansluiting van het appartementengebouw gebaseerd is op de pieken in de vraag. Die pieken liggen doordeweeks rondom het ontbijt en vanaf een uur of vijf in de middag. Daar zou dan ’s avonds het opladen van de elektrische auto’s bij komen en dat kan nu eenmaal niet.’

Plug&play Power Cubes

Het afgelopen jaar werd gestart met het plaatsen van tien Power Cubes van 30 kWh van iwell, die bij de tien complexen nu in totaal 40 AC-laders kunnen voorzien van stroom. Extra batterijen moeten in het komende jaar bij de resterende 53 complexen ruim 200 AC-laders mogelijk maken, waardoor op die complexen ruimschoots aan de vraag naar slim opladen voorzien kan worden. Dekkers merkt daarbij op: ‘Het is vanzelfsprekend niet de bedoeling dat één van de bewoners van half vijf tot de volgende ochtend zijn auto aan de lader laat staan. Zoveel AC-laders kunnen we niet plaatsen, maar dat hoeft nu ook nog niet. Uit de praktijk blijkt dat de voorziene uitbreiding voorlopig afdoende laadcapaciteit zal bieden.’ Over de plaatsing van de batterijen vertelt Ruijter: ‘Het systeem is een plug&play-oplossing die slechts twee eisen kent: de hoofdaansluiting moet worden doorgemeten zodat de Power Cube de pieken optimaal kan afvangen en er moet wat ruimte zijn voor de batterij. Ingewikkelder is het niet.’

 

Grotere opgave

Al die 19.000 woningen in de huidige portefeuille zullen de komende jaren een verduurzamingsslag moeten maken om energiezuiniger en aardgasvrij te worden. Dekkers: ‘Technische oplossingen zijn er nu al, en die worden in de toekomst alleen nog maar meer en beter. We hebben een routekaart klaarliggen waarmee we onze doelstelling -Paris Proof in 2045- gedurende de komende jaren denken waar te kunnen maken. Maar heel eenvoudig wordt het niet. We zijn namelijk mede afhankelijk van de instemming van huurders. We kunnen niet zomaar beslissen dat er bijvoorbeeld nieuwe lage temperatuurradiatoren in een woning geplaatst wor­den of dat er buizen door een kamer worden aangelegd. In de praktijk betekent het dat we 19.000 keukentafelgesprekken zullen gaan voeren om onze plannen toe te lichten. Om al deze zaken uit te kunnen leggen, kun je niet volstaan met een enkele huurdersbijeenkomst of een mooie folder. Daarvoor, verwachten we, zullen we alles uit de kast moeten halen, tot de individuele gesprekken aan toe.’ Ruijter vult afsluitend aan: ‘Als in de toekomst op die 63 appartementencomplexen zonnepanelen geplaatst gaan worden, dan kunnen onze batterijen ook voor duurzame opslag voor uitgesteld gebruik zorgdragen.’

 

Over iwell

Iwell heeft de ambitie om de energietransitie te versnellen. Het vijftig man sterke team is van het kaliber niet lullen, maar poetsen: de energieprofessionals bouwen vandaag aan de energievoorziening van morgen. Iwell is actief in de logistiek, industrie en de vastgoedsector en marktleider in Nederland. Op dit moment vinden de voorbereidingen voor uitbreiding in Europa plaats. Sterker nog, iwell is vastbesloten ook op Europees niveau marktleider te worden. Ruijter: ‘We hebben inmiddels driehonderd opdrachtgevers voorzien van energieoplossingen en ons algoritme wordt elke dag beter. Dat betekent dat onze toepassingen voor een steeds grotere groep ondernemers een interessante oplossing wordt.’

 

 

 

Installatiearchitect de designers van slimme gebouwen

Wat gebouwen slim maakt? Installaties die op elkaar afgestemd zijn. En eenvoudige -desgewenst geautomatiseerde- bediening. Een open platform waar alle elementen samenkomen, maakt het geheel af. Zo hoeven gebouwbeheerders geen keuze te maken voor één specifiek merk, maar kunnen ze kiezen uit de producten van de diverse fabrikanten. Het resultaat? Energiebesparende en comfortabele gebouwen om in te werken, te leren, te genezen of te wonen. We praten erover met Barry Gaal en Roald de Jong, respectievelijk eigenaar en MT-lid van Elektropartners.

Elektropartners laat zich misschien wel het beste omschrijven als installatie-architect. Het bedrijf uit Heerhugowaard realiseert installatietechnische ontwerpen die -eenmaal uitgevoerd- zorgen voor een optimaal functioneren van het betreffende gebouw. Uiteraard volledig toegespitst op de functie. Dat geldt voor utiliteitsgebouwen als ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen, maar ook voor kantooromgevingen en woningbouw.

 

Het is geen geheim dat de meeste ontwikkeling in installaties zit.

 

Alles in hetzelfde gebouwbeheersysteem

‘Slimme technologie staat centraal. In ons eigen huis, maar ook daarbuiten,’ vangt Barry aan. ‘Er zijn ongelooflijk veel merken op de markt. Om de apparatuur van deze merken optimaal met elkaar te laten samenwerken, koppelen wij deze aan het open platform van KNX. Gebruikers besturen via dit gebouwbeheersysteem eenvoudig alle apparatuur aan: werktuigbouwkundige installaties, zonwering, speakers, verlichting, elektrische sloten enzovoort. Natuurlijk hebben we ook ons eigen pand slim gemaakt. In ons all electric onderkomen openen we de deur met een tag, ontkoppelen op dezelfde manier het alarm en hebben ons gebouw zo ingericht dat licht, verwarming en ventilatie hierop reageren.’ Uit de woorden van de nuchtere directeur van Elektropartners zou je kunnen opmaken dat de integratie van systemen in gebouwen relatief gemakkelijk is. Maar dat het bepaald geen abc’tje is, blijkt uit het feit dat er in de regio waarin Elektropartners opereert slechts enkele bedrijven zijn die deze expertise in huis hebben. Sterker nog, de Vue bioscopen in Alkmaar, Eindhoven en Heerhugowaard klopten bij de Heerhugowaardse onderneming aan voor de realisatie van de eerste Dolby cinemazalen van Europa.

 

BENG realiseer je niet met stenen

Roald vult aan: ‘In de nieuwbouw is BENG een leidende factor, ook in de utiliteit. En een Bijna Energieneutraal Gebouw realiseer je niet alleen met stenen en isolatiemaatregelen. Daar zijn ook installaties voor nodig, denk aan zonnepanelen, warmteterugwin-installaties en oplossingen als zonneboilers. Door deze installaties op elkaar af te stemmen -door bijvoorbeeld overtollige zonne-energie in te zetten voor warmte in warmtepompboilers- geef je verduurzaming en besparing een extra boost.’

‘Om deze ontwikkeling -ik doel op verduurzamingextra kracht bij te zetten, maken we tevens gebruik van LoRaWan, een langeafstands laag frequentieprotocol. LoRa maakt het mogelijk om data tussen verschillende objecten uit te wisselen. Wij zetten LoRa onder meer in voor de monitoring van energieverbruik. Een hoofdmeter meet alleen bulkverbruik, middels sensoren in stickervorm kunnen we verbruik per installatie uitlezen. Met dit systeem is het tevens mogelijk om waterverbruik te monitoren en ook het meten van temperatuur in de waterleiding behoort tot de mogelijkheden. Zo monitoren we mogelijke gunstige situaties voor het ontstaan van legionella in de leidingen. De gebouwbeheerder krijgt automatisch het signaal om de leidingen door te spoelen.’

 

Kostenreductie in gebouwbeheer

Elektropartners loopt overduidelijk ver vooruit in het toepassen en koppelen van slimme oplossingen, maar het bedrijf is er ook voor eenvoudiger opdrachten als het uitlezen van cv-ketels. Door ketels 24/7 te monitoren, wordt verbruik inzichtelijk en worden storingen door preventief handelen voorkomen. Dat Elektropartners steeds vaker wordt gevraagd aan de voorkant mee te denken, heeft alles met de opgebouwde kennis en kunde te maken. ‘Wij zijn dag-in-dag-uit bezig met het bedenken van nieuwe oplossingen en weten precies wat er te koop is,’ vertelt Roald. ‘En dat wordt opgemerkt. Ook door grote partijen als Univé, VUE, Bejo Zaden, Vezet en de populaire muziekhal in Amsterdam.’

Bouwteampartner

‘Het is geen geheim dat de meeste ontwikkeling in installaties zit. Daarom worden we steeds vaker gevraagd om deel te nemen aan bouwteams,’ valt Barry bij. ‘Het helpt ons begrijpen hoe een eindgebruiker een gebouw wil gebruiken, dat zie je namelijk onvoldoende in het ontwerp. Op het moment dat wij aan tafel komen, is de opdrachtgever zeker van de meeste innovatieve oplossingen voor zijn project en hiermee van een slimmer gebouw. Gelukkig raken ook steeds meer aannemers hiervan overtuigd. Door de traditionele hiërarchie los te laten, lukt het ons een slimmer gebouw te realiseren tegen dezelfde en vaak zelfs lagere kosten. Bovendien stelt het ons in staat partner te worden van een gebouweigenaar. En dat is waar we graag naartoe willen. Met meerjarenonderhoudsplannen -MJOP’s- kunnen we de continuïteit van de installaties waarborgen en het complete systeem blijvend optimaliseren. Nee, dat betekent niet dat een gebouweigenaar nooit meer gebruik kan maken van de expertise van een andere elektropartner. We werken uitsluitend met open platforms waar andere kundige bedrijven ook mee uit de voeten kunnen.’

Over Elektropartners

Elektropartners werd in 1962 opgericht. René Gaal, de vader van eigenaar Barry, nam het bedrijf in 1987 over. Toen Barry in 2004 werd gevraagd toe te treden tot het bedrijf, twijfelde hij geen moment. Maar hij wil wel zaken veranderen. Toen hij een jaar later het bedrijf overnam, voegde hij de daad bij het woord. Het bedrijf werd opgeschud en opgefrist en de bedrijfsprocessen werden kritisch onder de loep genomen. Het bedrijf is gegroeid van 30 mensen naar 100 mensen en hebben alle expertises in eigen huis. Het resulteerde in een gezond bedrijf onder leiding van een managementteam én de oprichting van zusterbedrijven Protectiepartners en Domoticapartners.

 

Klik hier voor meer informatie over Elektropartners

Lees hier meer een artikel over installaties en defensie

 

Circulair gebouw beheren. Hoe doe je dat en waar moet je op letten?

Circulair gebouw beheren

Wat betekent de circulaire economie voor technisch vastgoed professionals? Het circulaire denken stopt dus niet na het bouwen van een gebouw. Het gebruik en het beheer zijn net zo belangrijk. Hoe loop je voorop en wat zijn de mogelijkheden? We hebben een overzicht gemaakt met praktische mogelijkheden. Circulair gebouw beheren

We hebben met elkaar afgesproken om in 2050 een circulaire economie te zijn. Dit lijkt nog ver weg, maar er is dan ook nog een lange weg te gaan binnen de vastgoedwereld. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 35% van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Onderhoud en gebruik van gebouwen doen daarnaast een groot beroep op onze grondstoffen in de vorm van energie, water, onderhoud, schoonmaak en diensten.

Definitie van circulair gebouw

Een gebouw dat met minimale inzet van virgin materials en andere grondstoffen maximale waarde creëert om op duurzame wijze te voorzien in een huisvestingsbehoefte, waarbij de gebruikte materialen hun waarde blijven behouden tijdens en na het gebruik.

Dit artikel gaat over het optimaliseren van de gebruiksfase. Kortom, hoe ga je om met het dagelijks onderhoud en verwerk je circulair beheren in het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP)?

 

Circulaire paspoort gebouw

Jij bent als gebouwbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. We hebben geen invloed meer op de bouw van het gebouw, maar met het opzetten van een circulair paspoort met daarin een overzicht van alle gebouwkenmerken die betrekking hebben op de circulariteit van een gebouw, kun je een goede start maken voor een circulair gebouw.

Kijk bij het opzetten van een circulair paspoort zoveel mogelijk naar bestaande standaarden, normen en labels voor duurzaamheid van gebouwen. Bij het opzetten van een gebouwpaspoort gaat het dus niet alleen over de gebruikte bouwmaterialen, maar ook over:

  • Hoe is het beheer en onderhoud geregeld;
  • Hoe wordt er met transformaties omgegaan;
  • Hoe flexibel is het gebouw;
  • De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw;
  • Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties.

Belangrijk hierbij is welke van deze kenmerken zijn relevant om te meten, vast te leggen en bij te houden gedurende het bestaan en gebruik van het gebouw? Belangrijke vragen hierbij zijn:

Waar staan we nu en hoe kan de circulariteit nog verbeterd kan worden?                                                                                                                Hoe kun je als beheerder gebouwen op een rendabele en praktische manier duurzaam en toekomstbestendig maken?

Hoe is het beheer en onderhoud geregeld

In welke mate kun je als beheerder een zo circulair mogelijk beheer en onderhoudsplan realiseren? Niet alleen het verlagen van het energieverbruik in gebouwen is hierbij heel belangrijk, maar ook het grondstoffenverbruik. Welke zaken kun je hierbij van je leveranciers eisen. Ga bijvoorbeeld met leveranciers in gesprek om gebruik en verbruik van grondstoffen zichtbaar te maken. Circulaire economie gaat vaak over diensten afnemen in plaats van producten.

 

Hoe flexibel is het gebouw

Creëer voor jezelf een overzicht in de aanpasbaarheid van het gebouw. Is het gebouw geschikt voor andere doeleinden indien de markt verandert? Zijn er andere functies en behoeften waarin het gebouw kan voorzien? Flexibiliteit van installaties is daarbij ook belangrijk.

 

De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw

Bepaal welke onderdelen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Indien een onderdeel van het gebouw in een andere omgeving hergebruikt kan worden, bespaar je grondstoffen. In welke mate kan het gebouw gerecycled worden?

 

Hoe wordt er met transformaties omgegaan

Hoe kun je als organisatie bij transformaties voorkomen dat je materialen gebruikt die niet meer kunnen worden hergebruikt. Welke alternatieve mogelijkheden zijn er voor oplossingen met hernieuwbare grondstoffen?

 

Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties

Grondstoffen kunnen volledig herbruikbaar zijn, maar grondstoffen in een gebouw dat niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld vanwege een ongunstige locatie) hebben minder waarde dan wanneer ze zijn toegepast in een gebruikt gebouw. Grondstoffen dienen ingezet te worden daar waar ze het meeste waard zijn. Hoe kunnen de gebouwen optimaal worden gebruikt?

 

Koers is gespecialiseerd in beheer en onderhoud

 

 

 

 

Paul de Ruiter Architects over het Unilver Foods Innovation Center HIVE

Als er ergens aan kop wordt gelopen op het gebied van duurzaamheid, is het in Wageningen. Het energieneutrale Unilever Foods Innovation Center HIVE is met een BREEAM-NL Outstanding certificering het meest duurzame multifunctionele gebouw ter wereld. HIVE is het resultaat van de integrale design & build-samenwerking tussen Paul de Ruiter Architects, Dura Vermeer en DWA. Het energieneutrale gebouw herbergt kantoren, diverse laboratoria, testkeukens en een minifabriek waarin nieuwe producten op kleine schaal worden ontwikkeld en getest. We spreken de architect van het gebouw: Paul de Ruiter.

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar.’

Interactie tussen Unilever en de universiteit

‘Het sleutelwoord is innovatie. In dit gebouw is men dagelijks bezig ons voedsel op een zo duurzaam mogelijke manier op ons bord te krijgen. En daar is onderzoek voor nodig,’ vertelt De Ruiter. ‘Het is dan ook geen toeval dat HIVE op de campus van WUR -Wageningen University & Research- is gerealiseerd. De transparante vormgeving en de strategische centrale ligging van het gebouw op Wageningen campus zorgen voor optimale interactie tussen Unilever en diverse externe partijen. Deze kruisbestuiving wordt ook gefaciliteerd doordat een groot deel van het gebouw publiek toegankelijk is. Zo geeft de komst van het Foods Innovation Centre een extra impuls aan de ambitie van Wageningen om het wereldwijde kennishart van Food en Life Sciences te worden.’

 

Open en verbindend

Daar waar je bij de meeste bedrijfsgebouwen na binnenkomst direct op de receptie afstevent, vind je bij Unilever een uitnodigende bar. In de zes meter hoge publieke hal staan openheid, transparantie en food-beleving centraal. Iedere bezoeker is welkom voor een kop thee of een gezonde lunch met direct zicht op de Pilot Plant, de minifabriek van Unilever. Normaliter blijft een recept het geheim van de chef. Niet in Pilot Plant. Innoveren is delen, weten ze bij Unilever, dus studenten en experts zijn welkom in het gebouw. ‘Unilever wil zich openstellen, wil verbinden. En het ontwerp faciliteert deze gedachte. Neem de centrale trap in het atrium, daar ontmoeten mensen vanuit diverse disciplines elkaar. In dit gebouw worden afdelingen niet strikt gescheiden, op de marketingafdeling weten ze waar productie mee bezig is en vice versa.

De definitie van duurzaam

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar. Bovendien is het ook internationaal goed uit te leggen. Roepen dat je duurzaam bouwt, is zonder bewijs niet zoveel waard. Het maximaal haalbare niveau binnen BREEAM is Outstanding. Dit niveau behaal je door op alle thema’s bewijs van duurzame oplossingen te leveren. Ja, natuurlijk zijn we trots op dit certificaat. Als men over duurzaamheid spreekt, hoor je standaard de termen circulariteit en energiebesparing voorbijkomen. Maar duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Energieneutraal

‘Energieneutraliteit is een hele opgave voor een enorm gebouw als HIVE. Dit hebben we onder meer gerealiseerd met de toepassing van 1.550 zonnepanelen op het dak maar ook zijn de zonnecellen geïntegreerd met het glazen dak. De compacte bouwvorm zorgt voor beperking van energieverliezen. Daarnaast hebben we diverse technieken toegepast om het gebouw zo energie-efficiënt mogelijk te laten functioneren. Een voorbeeld is thermografische aanwezigheidsdetectie. Wordt er geen bezetting gemeten? Dan gaat het licht uit. En ook de hoge isolatiewaarden in zowel het glas, de dichte gevels als de vloer zorgen voor een laag energiegebruik en hoog comfort. Met aandacht voor daglicht, uitzicht op groen, luchtkwaliteit, akoestiek en ergonomie draagt het gebouw bij aan de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.’ ‘Het was een flinke uitdaging om alle ambities en eisen met zo min mogelijk geld te realiseren. Slim samenwerken is de basis. En slim omgaan met materialen is stap twee. Dat betekent: niet teveel materialen gebruiken en vooral de juiste materialen toepassen. We hebben bijvoorbeeld gekozen voor een houten constructie.

‘Duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Natuurlijk hebben we ook beton toegepast, maar dan wel zo min mogelijk en gemaakt van gerecyclede grondstoffen. Om het niveau Outstanding te halen, moet je innovatie toepassen. Een van de innovaties is de genoemde thermografische sensoring. Een tweede voorbeeld is de ionisatie van het binnenklimaat. Deze ionisatie zorgt voor een zeer zuivere lucht. Een mooie bijkomstigheid van deze innovatie is dat HIVE hiermee Coronaproof is gemaakt.’

Verbeteringen in de toekomst

‘Ja, het is mogelijk om tijdens de levensduur van het pand verbeteringen toe te passen. En die komen er ook vast. Ik denk wel dat we deze verbeteringen waarschijnlijk met name op installatieniveau vinden. Gemiddeld genomen houden installaties het zo’n vijftien jaar vol. Tegen die tijd zijn er zonder twijfel weer slimmere producten die HIVE naar een nóg hoger plan trekken.’ De Ruiter vertelt afsluitend: ‘De synergie tussen een bedrijf als Unilever en de universiteit is opmerkelijk en heel positief. En noodzakelijk bovendien. Want het voedselprobleem lossen we alleen met samenwerkingen op. Bijzonder dat wij daar aan hebben mogen bijdragen.’n

Paul de Ruiter studeerde in 1990 af aan de Technische Universiteit in Delft. In zijn PhD-onderzoek stelt hij dat gebouwen energie moeten produceren in plaats van dat ze energie consumeren. Voordat hij zijn eigen kantoor in Amsterdam startte in 1994, werkte hij voor toonaangevende architectenbureaus in Canada, Australië en Nederland. Paul de Ruiter is inmiddels een architect, ondernemer, innovator en inspirator bekend om zijn duurzame, game changing architectuur. Hij draagt bij aan de nationale en internationale discussie rondom duurzaamheid, CO2 -neutraal ontwerpen en certificeringsmethoden voor gebouwen.

Ben je klaar om alles uit je gebouw te halen?

Energiekosten en duurzaamheid zijn het gesprek van de dag. Maar wat is duurzaamheid precies? Hoe realiseer je het? En welke ingrepen hebben nu écht impact op de energiekosten? Dat een slim en optimaal duurzaam kantoor in een nieuwbouwomgeving gemakkelijker te realiseren is, lijkt evident. Er is ruim keuze in klimaatsystemen, gezonde bouwmaterialen en groene energievoorzieningen. Maar hoe zorg je ervoor dat je als beheerder het overzicht houdt en het gebouw met behulp van één systeem op basis van gebruikersbehoefte kunt tunen? Dura Vermeer zocht in samenwerking met de TU Delft naar een oplossing die niet alleen genoemde nieuwbouwomgevingen naar een hoger plan brengt, maar ook minder slimme gebouwen zonder ingrijpende kosten weet te optimaliseren. We gingen erover in gesprek met Dura Vermeers Dave Vernooij, Manager Data & Informatie management en Stefan Snijder, Facilitair Manager.


‘Ruim voordat corona de wereld lam legde, waren wij bezig met de ontwikkeling van een softwaresysteem voor een slimme kantooromgeving,’ vertelt Dave Vernooij. ‘Ten tijde van de pandemie verdween de noodzaak van de ontwikkeling van deze gebouwensoftware, iedereen werkte immers vanuit huis, maar inmiddels is de noodzaak weer volop -of door de energiecrisis eigenlijk nog meer- aanwezig. Daarom hebben we koe opnieuw bij de horens gevat, besloten we het component energie toe te voegen en zijn we volop gaan testen in ons Dura Vermeer Inspiration Centre in Utrecht. Het DVIC is een locatie waar we non-stop producten testen en met relaties delen. Innovatie is een belangrijk onderdeel uit onze strategienota, want we geloven dat dit de basis is voor het realiseren van nieuwe en steeds betere producten.’

 

Wattiv

Het product, Wattiv, dankt haar naam aan James Watt, de uitvinder van de stoommachine en aanjager van de industriële revolutie. ‘Ook wij willen een beweging in gang brengen en daarbij focussen we ons op gebruik. Waarom? De energietransitie is in gelijke delen onder te verdelen in circulariteit, hernieuwbare energie en gebruik. Aan de eerste twee elementen wordt op diverse vlakken keihard gewerkt. Gebruik -of gedrag- is echter een ondergeschoven kindje. Wij willen daar graag verandering in aanbrengen.’ Vernooij doelt onder meer op het monitoren van het aantal mensen in een gebouw. ‘Als de eerste bezoekers pas om 8.30 uur binnen druppelen, waarom zouden we de verwarming dan al vanaf 6.00 uur aanzetten? En als er op woensdag weinig mensen op kantoor zijn, waarom zouden we dan alle verdiepingen toegankelijk maken voor gebruik? Wattiv -verbastering van wat als- kan bovendien voor feitelijke metingen worden aangesloten op de in het gebouw aanwezige installaties en houdt daarnaast rekening met voorspelbare parameters als het weer. Als we weten dat het morgen een zonnige dag wordt, kunnen we daar het beheer van de verwarming op aanpassen.’


Wat de applicatie van Wattiv significant anders maakt dan andere gebouwbeheersystemen? Naast het toevoegen van externe bronnen als het weer, verstrekt de app niet alleen inzicht maar specifiek ook gericht advies op gebouwniveau. Daarnaast kunnen gebouwen die niet zijn uitgerust met slimme installaties worden gebenchmarkt. ‘Door te acteren op het algoritme van soortgelijke gebouwen zijn er interessante besparingen te behalen zonder daarvoor te moeten investeren in hardware.’

 

Positieve gebruikerservaring

‘Op dit moment zijn we Wattiv volop aan het gebruiken,’ vertelt Stefan Snijder, onder meer verantwoordelijk voor het beheer van het Dura Vermeer Inspiration Center. ‘Niet om Dave af te vallen, maar mijn verwachting van Wattiv was niet zo hoog. Dave en zijn collega’s zijn super gedreven, maar ik ben degene waar men komt klagen dat de verwarming te laag staat. Van een fancy app raak ik niet zo snel ondersteboven, maar ik moet toegeven dat Wattiv interessanter is dan verwacht. Het Inspiration Centre is uitgerust met verschillende technische oplossingen die ieder via een eigen app aangestuurd moesten worden. Met Wattiv doe ik dat eenvoudig in dezelfde app. Daarnaast voorziet de app me van interessante informatie als bezettingsgraden, trends en zachte data. Dit gebouw is precies volgens het bestek gemaakt en voldoet hiermee perfect aan de theorie. De praktijk is alleen altijd weerbarstiger en dat betekent dat er zo nu en dan aan de knoppen moet worden gedraaid. Ik vind het een enorm voordeel dat Wattiv te koppelen is aan onze installaties en aan applicaties als ons ticketingsysteem waarin gebruikers van onze ruimtes zaken als temperatuur kunnen beoordelen. In theorie kunnen deze parameters optimaal zijn, maar uiteindelijk moet het gebouw een maatpak zijn voor de gebruiker.’

Stop met verspillen, start met besparen

‘We gaan Wattiv ook naar ons kantoor in Den Bosch brengen. Dit pand is vijf jaar geleden getransformeerd naar een A-label, maar is met haar gasgestookte karakter nog steeds niet optimaal duurzaam. Iets waar we in de exploitatie in deze tijden gewoon failliet op kunnen gaan, want ik moet om 2.00 uur ’s nachts de verwarming activeren om mijn gebruikers om 6.00 uur van een comfortabele temperatuur te voorzien. Maar ook hier rijst de vraag: hoe groot is de populatie rond dat tijdstip? En hebben deze vroege vogels behoefte aan een al opgewarmd pand bij aankomst of is het beter om de verwarming pas later te activeren? We gaan met people counters het aantal gebruikers in kaart te brengen en waar mogelijk etages te sluiten. Dat heeft direct een positief effect op mijn exploitatie en past bovendien een-op-een bij onze duurzaamheidambitie.’

‘In mijn visie kan elk gebouw sustainable worden,’ vult Vernooij aan. ‘En dat zit dus niet alleen in de aanschaf van zonnepanelen en het gebruik van biobased of gerecyclede materialen, maar specifiek ook in gedrag. Sterker nog, met aangepast gebruik kun je morgen al impact maken en Wattiv maakt dat mogelijk. We merken dat de vraag naar een applicatie als Wattiv significant toeneemt. We krijgen dagelijks vraagstukken inzake energiebesparing voorgelegd -90% van de kantoorvoorraad in Nederland is namelijk niet zo modern- en energiecoördinatoren lijken zichzelf te vermenigvuldigen. Met Wattiv heb je de tool in handen om de gewenste besparingen te realiseren.’

 

 

Regels en tips energiebesparende verbouwingen van bedrijfspanden

Energiebesparende verbouwingen

Indien u een bedrijfspand wilt verhuren of verkopen is een energielabel verplicht! Het zakelijke energielabel informeert een koper of huurder over het energieverbruik van bedrijfs-onroerend goed. Daarnaast geeft dit label de mogelijke energiebesparende maatregelen weer. Een energielabel is 10 jaar geldig en worden afgegeven door BRL- gecertificeerde energieadviseurs. Gebouwen waar een energielabel geëist wordt zijn scholen, horeca, sporthallen, ziekenhuizen, horecapanden, kantoorpanden, winkelruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Energiebesparende verbouwingen

 

Energiemanagement

Natuurlijk wilt u een zo duurzaam mogelijk bedrijfspand.  Maar wat kost het en wat levert het op? Naast dat de bewustwording van de gebruiker belangrijk is kan de eigenaar van het bedrijfspand veel duurzame maatregelen nemen. De drie grootste energieverbruikers zijn verwarming, ventilatie en verlichting. Het is logisch dat wanneer u de gloeilampen vervangt door spaarlampen en tochtstrips aanbrengt op de deuren u een besparing zult doen. Maar zowel uw bedrijfspand als de aanwezige apparatuur en installaties hebben de grootste invloed op uw energieverbruik. Het is dan ook raadzaam om voor de energiebesparende mogelijkheden binnen deze systemen advies in te winnen bij gespecialiseerde bedrijven.

Eco Energy Service

Eco Energy Service voorziet in het onderhoud van de technische installaties van commercieel vastgoed en is gespecialiseerd in de nieuwste en duurzaamste technieken. Eco Energy Service adviseert in het energie(besparings)beleid aan de hand van een duurzaam investeringsplan. Eco Energy Service kijkt goed naar de terugverdientijd en is op de hoogte van eventuele geldende subsidies.

 

EIA (Energie investeringsaftrek)

Bij nieuwbouw of renovatie van een bedrijfspand is subsidie vaak mogelijk. Naast lokale subsidies zijn er ook landelijke subsidieregelingen en de fiscale maatregelen. Deze zijn beschreven op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Energiebesparende verbouwingen

 

Lees verder over het programma van eisen bij een verbouwen of renoveren.

 

 

Winkels kunnen nog veel energie besparen

Bron: DGBC

Nu er weer gewinkeld mag worden, voorziet DGBC dat een snellere verduurzaming van winkelvastgoed noodzakelijk is, voor de toekomst van de Nederlandse retailsector. Juist nu zijn veel winkeliers gebaat bij lagere lasten en dat kan: besparingen van 50 procent zijn goed haalbaar, zeker bij winkels zonder warenkoeling.  Deze kansen en knelpunten staan centraal in de nieuwe Routekaart Retail die DGBC vandaag presenteert.

“Met deze routekaart laten we de mogelijkheden zien voor directe duurzame actie, waar de grote kansen liggen”, stelt Martin Mooij vast, als manager van het programma Paris Proof bij DGBC. Achter dit pakket van inzichten en actieplan zit de DGBC-werkgroep Retail, waarin een brede groep professionals uit de sector de afgelopen jaren samengewerkt hebben. Dat garandeert realisme en ambitie. Mooij: “Duidelijk is dat de bakker en de visboer veel kunnen besparen op hun energiegebruik, vanwege ovens en koelingen. Maar er kan in de sector sneller een grotere impact worden gemaakt bij tuincentra, meubelwinkels of supermarkten, omdat die een groter oppervlak hebben.” “De basis is dat de winkelpanden op orde wordt gebracht: met een goede isolatie, dubbel glas en natuurlijk het gasloos maken. Kijken we naar het totaal aan Nederlands winkelvastgoed, dan komen de totale investeringskosten aan gebouwgebonden maatregelen op gemiddeld 180 euro per vierkante meter, ofwel 7,5 miljard euro voor alle winkels. Heel veel hangt af van de toestand van een winkelpand, dus we hanteren een bandbreedte van 70 tot 240 euro per vierkante meter.”

Meeste impact

Mooij: “We geven met de routekaart inzicht in de mogelijkheden met de meeste impact. Bij retail zonder koeling zie je dat de 50 en 66 procent energiebesparing haalbaar is en dat zelfs een uitdagende 80 procent mogelijk is. Ook in de retail met warenkoeling zijn flinke besparingen haalbaar, aldus Mooij. “Hier kan het oplopen tot 30 procent met alleen gebouwgebonden maatregelen en verlichting. Maar een stap verder naar 50 procent reductie of meer is alleen haalbaar door scherp te kijken naar onder meer de winkelinrichting. We zien dat supermarkten bij een herinrichting steeds de modernste technieken kiezen, maar dat er ook steeds meer nieuwe energievragende systemen en services in de supermarkten komen, zoals ovens, meer koeling en scansystemen.”

Wat moet er nog gebeuren?

“Er is nog veel ruimte om te verbeteren”, overziet Mooij. “Tot nu toe ervaren winkeliers geen druk om hun winkel te vergroenen. De consument heeft vooral oog voor de duurzaamheid van het product en niet voor het winkelpand. Ook staat verduurzaming nog niet hoog genoeg op de agenda staat bij alle eigenaren van winkelvastgoed. Zo heeft nog bijna 70% van alle winkelruimte geen energielabel.” “Daarom”, benadrukt Mooij, “is deze routekaart nodig. Met deze routekaart laten we nu zien wat er mogelijk is en wat er nog moet gebeuren. Niet alleen voor 2050, maar ook op de korte termijn. Energieprijzen blijven enorm stijgen en dat geeft druk op de toch al geplaagde retailsector. Sommige beleggers zetten mede daarom stappen voor verduurzaming. Veel institutionele beleggers en winkelketens zijn voortrekker. Ze kijken verder vooruit en daarnaast eisen hun aandeelhouders meer duurzaamheid. Private equity partijen kijken meer naar de korte termijn en particuliere eigenaren zijn nog het minst bezig met verduurzaming.”

Goed en confronterend

“We benaderen de verduurzaming van winkelvastgoed op twee manieren”, legt Retail-werkgroepvoorzitter Martijn Vlasveld uit. “Aan de ene kant vanuit individuele gebouwen. Aan de andere kant is de roadmap ook een landelijke aanpak, dus we kijken ook ‘hoog over’ naar wat de sector nodig heeft.” “Die twee benaderingen komen goed uit de verf, dat komt mede doordat een brede vertegenwoordiging aan deze routekaart heeft gewerkt: beleggers, ontwikkelaars, adviseurs, maar ook overheidspartijen. Dat is goed en confronterend tegelijk.”

Martin Mooij ziet dat deze versie van de Routekaart Retail niet de eindstand is: “We blijven met de werkgroep binnen de sector actief om nog beter inzicht te krijgen in de energiebesparingsmogelijkheden. Het gaat ons om versnelling en oplossingen.”

“Zonwering van veel grote gebouwen kan veel beter”

Bron: Bart van Overbeeke Fotografie.

Een zonnige dag op kantoor betekent voor heel wat mensen knijpen met de ogen of in het donker met de lampen aan werken. Zonwering voor grote gebouwen kan veel beter, en daarom ontwikkelde bouwkundige Samuel de Vries een veelzijdig model dat voor meer comfort én minder energieverbruik op de werkvloer moet zorgen. Woensdag 16 februari heeft hij zijn proefschrift verdedigt aan de faculteit Built Environment van TU Delft.

Hij neemt vaak zijn eigen werkplek als voorbeeld, en iedereen snapt meteen waarom zijn onderzoek zo belangrijk is, lacht bouwkundepromovendus Samuel de Vries. “Een kantoortuin met zo’n dertig, veertig man in de zomer, dat betekent bij ons verblinding. En komt iemand dan uiteindelijk achter zijn of haar bureau vandaan om aan de andere kant van de ruimte de knop in te drukken, dan schrikt iedereen op omdat de zonwering met zoveel kabaal naar beneden gaat. Weg concentratie, maar ook: weg daglicht.”

Veel kantoormedewerkers gaan ’s zomers met hoofpijn naar huis door verblinding of juist gebrek aan daglicht, vertelt de Vries. “Daglicht is veel belangrijker dan we misschien in eerste instantie denken. Het heeft invloed op allerlei gezondheidsaspecten, zoals je slaapritme. Een goed binnenklimaat op kantoor is daarom heel belangrijk en voor ons een van de hoofdredenen om aan de slag te gaan met een model voor betere zonwering. De huidige systemen zijn merendeels ontworpen om overhitting op kantoor te voorkomen en de warmte buiten te houden. Deze geautomatiseerde systemen staan ofwel helemaal open, of helemaal dicht.”

Buiten of binnen

Maar zonwering is veel complexer dan even de schermen naar beneden doen, blijkt uit het onderzoek van de Vries. Waar de modellen die bouwfysici en architecten nu gebruiken vaak slechts een enkel aspect belichten, bracht de Vries al deze modellen bij elkaar tot een nieuw instrument. Met aandacht voor alle denkbare systemen en onderlinge interacties; de Vries somt op: “De sensoren – staan deze bijvoorbeeld op het dak of op de gevel, welk deel van het lichtspectrum meten ze? De besturing – wanneer gaat de zonwering omhoog of omlaag, en hoe ver? Welke materialen en stoffen worden er gebruikt? Hoe ziet de zonwering er zelf uit, welke breedte en kromming hebben de lamellen? En het gevelontwerp, welk glas wordt gebruikt, wordt er gekozen voor zonwering buiten of binnen?”

Over dat laatste punt leverde het rekenmodel van de Vries verrassende inzichten op. Buitenzonwering wordt in de bouwpraktijk beschouwd als de beste optie, maar de Vries laat zien dat binnenzonwering met een slimme aansturing veel effectiever kan zijn. Zijn model keek hierbij zowel naar het comfort van de kantoormedewerker, maar ook naar het energieverbruik. “Buitenzonwering kan inderdaad beter de warmte buiten houden en dat scheelt verkoelingskosten. Maar omdat het blootgesteld wordt aan weer en wind, moet buitenzonwering heel robuust zijn. Dat geeft meer lawaai en is lastiger om heel fijn aan te sturen. Wanneer je lange tijd met de luiken dicht zit, kost dat ook meer energie door de verlichting die aan moet. Met binnenzonwering kan je beter finetunen, waardoor je zelfs de hele dag met daglicht kan werken. We zien dat een combinatie van bijvoorbeeld zonwerend glas en een binnendoek met een metaalcoating en goede aansturing op zowel comfort als energieverbruik beter kan scoren.”

Energiebesparing

De Vries pleit voor meer aandacht voor de regeling van zonwering in een vroeg stadium van het gebouwontwerp. Aan de hand van zijn methode kan dit per gebouw geoptimaliseerd worden in samenspraak met het gevelontwerp. “Er is veel aandacht voor de gevels, daar zijn allerlei normen voor. Wat er daarna aan zonwering komt te hangen is de verantwoordelijkheid van de eindgebruiker. Terwijl een kleine statische luifel boven het raam en dynamische wering binnen veel meer daglicht kan betekenen. Of dat met een bepaalde combinatie regeling en doekmateriaal wél grotere ramen mogelijk zijn, zelfs met meer energiebesparing als het gekoppeld wordt aan verlichting met daglichtschakeling. Door slim te ontwerpen en gebruik te maken van nieuwe mogelijkheden, kan er verschil op de werkvloer gemaakt worden. Want uiteindelijk wil je toch het liefst daglicht, de buitenwereld én je beeldscherm blijven zien.”

Bron: TU Eindhoven