Regels en tips energiebesparende verbouwingen van bedrijfspanden

Energiebesparende verbouwingen

Indien u een bedrijfspand wilt verhuren of verkopen is een energielabel verplicht! Het zakelijke energielabel informeert een koper of huurder over het energieverbruik van bedrijfs-onroerend goed. Daarnaast geeft dit label de mogelijke energiebesparende maatregelen weer. Een energielabel is 10 jaar geldig en worden afgegeven door BRL- gecertificeerde energieadviseurs. Gebouwen waar een energielabel geëist wordt zijn scholen, horeca, sporthallen, ziekenhuizen, horecapanden, kantoorpanden, winkelruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Energiebesparende verbouwingen

 

Energiemanagement

Natuurlijk wilt u een zo duurzaam mogelijk bedrijfspand.  Maar wat kost het en wat levert het op? Naast dat de bewustwording van de gebruiker belangrijk is kan de eigenaar van het bedrijfspand veel duurzame maatregelen nemen. De drie grootste energieverbruikers zijn verwarming, ventilatie en verlichting. Het is logisch dat wanneer u de gloeilampen vervangt door spaarlampen en tochtstrips aanbrengt op de deuren u een besparing zult doen. Maar zowel uw bedrijfspand als de aanwezige apparatuur en installaties hebben de grootste invloed op uw energieverbruik. Het is dan ook raadzaam om voor de energiebesparende mogelijkheden binnen deze systemen advies in te winnen bij gespecialiseerde bedrijven.

Eco Energy Service

Eco Energy Service voorziet in het onderhoud van de technische installaties van commercieel vastgoed en is gespecialiseerd in de nieuwste en duurzaamste technieken. Eco Energy Service adviseert in het energie(besparings)beleid aan de hand van een duurzaam investeringsplan. Eco Energy Service kijkt goed naar de terugverdientijd en is op de hoogte van eventuele geldende subsidies.

 

EIA (Energie investeringsaftrek)

Bij nieuwbouw of renovatie van een bedrijfspand is subsidie vaak mogelijk. Naast lokale subsidies zijn er ook landelijke subsidieregelingen en de fiscale maatregelen. Deze zijn beschreven op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Energiebesparende verbouwingen

 

Lees verder over het programma van eisen bij een verbouwen of renoveren.

 

 

Winkels kunnen nog veel energie besparen

Bron: DGBC

Nu er weer gewinkeld mag worden, voorziet DGBC dat een snellere verduurzaming van winkelvastgoed noodzakelijk is, voor de toekomst van de Nederlandse retailsector. Juist nu zijn veel winkeliers gebaat bij lagere lasten en dat kan: besparingen van 50 procent zijn goed haalbaar, zeker bij winkels zonder warenkoeling.  Deze kansen en knelpunten staan centraal in de nieuwe Routekaart Retail die DGBC vandaag presenteert.

“Met deze routekaart laten we de mogelijkheden zien voor directe duurzame actie, waar de grote kansen liggen”, stelt Martin Mooij vast, als manager van het programma Paris Proof bij DGBC. Achter dit pakket van inzichten en actieplan zit de DGBC-werkgroep Retail, waarin een brede groep professionals uit de sector de afgelopen jaren samengewerkt hebben. Dat garandeert realisme en ambitie. Mooij: “Duidelijk is dat de bakker en de visboer veel kunnen besparen op hun energiegebruik, vanwege ovens en koelingen. Maar er kan in de sector sneller een grotere impact worden gemaakt bij tuincentra, meubelwinkels of supermarkten, omdat die een groter oppervlak hebben.” “De basis is dat de winkelpanden op orde wordt gebracht: met een goede isolatie, dubbel glas en natuurlijk het gasloos maken. Kijken we naar het totaal aan Nederlands winkelvastgoed, dan komen de totale investeringskosten aan gebouwgebonden maatregelen op gemiddeld 180 euro per vierkante meter, ofwel 7,5 miljard euro voor alle winkels. Heel veel hangt af van de toestand van een winkelpand, dus we hanteren een bandbreedte van 70 tot 240 euro per vierkante meter.”

Meeste impact

Mooij: “We geven met de routekaart inzicht in de mogelijkheden met de meeste impact. Bij retail zonder koeling zie je dat de 50 en 66 procent energiebesparing haalbaar is en dat zelfs een uitdagende 80 procent mogelijk is. Ook in de retail met warenkoeling zijn flinke besparingen haalbaar, aldus Mooij. “Hier kan het oplopen tot 30 procent met alleen gebouwgebonden maatregelen en verlichting. Maar een stap verder naar 50 procent reductie of meer is alleen haalbaar door scherp te kijken naar onder meer de winkelinrichting. We zien dat supermarkten bij een herinrichting steeds de modernste technieken kiezen, maar dat er ook steeds meer nieuwe energievragende systemen en services in de supermarkten komen, zoals ovens, meer koeling en scansystemen.”

Wat moet er nog gebeuren?

“Er is nog veel ruimte om te verbeteren”, overziet Mooij. “Tot nu toe ervaren winkeliers geen druk om hun winkel te vergroenen. De consument heeft vooral oog voor de duurzaamheid van het product en niet voor het winkelpand. Ook staat verduurzaming nog niet hoog genoeg op de agenda staat bij alle eigenaren van winkelvastgoed. Zo heeft nog bijna 70% van alle winkelruimte geen energielabel.” “Daarom”, benadrukt Mooij, “is deze routekaart nodig. Met deze routekaart laten we nu zien wat er mogelijk is en wat er nog moet gebeuren. Niet alleen voor 2050, maar ook op de korte termijn. Energieprijzen blijven enorm stijgen en dat geeft druk op de toch al geplaagde retailsector. Sommige beleggers zetten mede daarom stappen voor verduurzaming. Veel institutionele beleggers en winkelketens zijn voortrekker. Ze kijken verder vooruit en daarnaast eisen hun aandeelhouders meer duurzaamheid. Private equity partijen kijken meer naar de korte termijn en particuliere eigenaren zijn nog het minst bezig met verduurzaming.”

Goed en confronterend

“We benaderen de verduurzaming van winkelvastgoed op twee manieren”, legt Retail-werkgroepvoorzitter Martijn Vlasveld uit. “Aan de ene kant vanuit individuele gebouwen. Aan de andere kant is de roadmap ook een landelijke aanpak, dus we kijken ook ‘hoog over’ naar wat de sector nodig heeft.” “Die twee benaderingen komen goed uit de verf, dat komt mede doordat een brede vertegenwoordiging aan deze routekaart heeft gewerkt: beleggers, ontwikkelaars, adviseurs, maar ook overheidspartijen. Dat is goed en confronterend tegelijk.”

Martin Mooij ziet dat deze versie van de Routekaart Retail niet de eindstand is: “We blijven met de werkgroep binnen de sector actief om nog beter inzicht te krijgen in de energiebesparingsmogelijkheden. Het gaat ons om versnelling en oplossingen.”

“Zonwering van veel grote gebouwen kan veel beter”

Bron: Bart van Overbeeke Fotografie.

Een zonnige dag op kantoor betekent voor heel wat mensen knijpen met de ogen of in het donker met de lampen aan werken. Zonwering voor grote gebouwen kan veel beter, en daarom ontwikkelde bouwkundige Samuel de Vries een veelzijdig model dat voor meer comfort én minder energieverbruik op de werkvloer moet zorgen. Woensdag 16 februari heeft hij zijn proefschrift verdedigt aan de faculteit Built Environment van TU Delft.

Hij neemt vaak zijn eigen werkplek als voorbeeld, en iedereen snapt meteen waarom zijn onderzoek zo belangrijk is, lacht bouwkundepromovendus Samuel de Vries. “Een kantoortuin met zo’n dertig, veertig man in de zomer, dat betekent bij ons verblinding. En komt iemand dan uiteindelijk achter zijn of haar bureau vandaan om aan de andere kant van de ruimte de knop in te drukken, dan schrikt iedereen op omdat de zonwering met zoveel kabaal naar beneden gaat. Weg concentratie, maar ook: weg daglicht.”

Veel kantoormedewerkers gaan ’s zomers met hoofpijn naar huis door verblinding of juist gebrek aan daglicht, vertelt de Vries. “Daglicht is veel belangrijker dan we misschien in eerste instantie denken. Het heeft invloed op allerlei gezondheidsaspecten, zoals je slaapritme. Een goed binnenklimaat op kantoor is daarom heel belangrijk en voor ons een van de hoofdredenen om aan de slag te gaan met een model voor betere zonwering. De huidige systemen zijn merendeels ontworpen om overhitting op kantoor te voorkomen en de warmte buiten te houden. Deze geautomatiseerde systemen staan ofwel helemaal open, of helemaal dicht.”

Buiten of binnen

Maar zonwering is veel complexer dan even de schermen naar beneden doen, blijkt uit het onderzoek van de Vries. Waar de modellen die bouwfysici en architecten nu gebruiken vaak slechts een enkel aspect belichten, bracht de Vries al deze modellen bij elkaar tot een nieuw instrument. Met aandacht voor alle denkbare systemen en onderlinge interacties; de Vries somt op: “De sensoren – staan deze bijvoorbeeld op het dak of op de gevel, welk deel van het lichtspectrum meten ze? De besturing – wanneer gaat de zonwering omhoog of omlaag, en hoe ver? Welke materialen en stoffen worden er gebruikt? Hoe ziet de zonwering er zelf uit, welke breedte en kromming hebben de lamellen? En het gevelontwerp, welk glas wordt gebruikt, wordt er gekozen voor zonwering buiten of binnen?”

Over dat laatste punt leverde het rekenmodel van de Vries verrassende inzichten op. Buitenzonwering wordt in de bouwpraktijk beschouwd als de beste optie, maar de Vries laat zien dat binnenzonwering met een slimme aansturing veel effectiever kan zijn. Zijn model keek hierbij zowel naar het comfort van de kantoormedewerker, maar ook naar het energieverbruik. “Buitenzonwering kan inderdaad beter de warmte buiten houden en dat scheelt verkoelingskosten. Maar omdat het blootgesteld wordt aan weer en wind, moet buitenzonwering heel robuust zijn. Dat geeft meer lawaai en is lastiger om heel fijn aan te sturen. Wanneer je lange tijd met de luiken dicht zit, kost dat ook meer energie door de verlichting die aan moet. Met binnenzonwering kan je beter finetunen, waardoor je zelfs de hele dag met daglicht kan werken. We zien dat een combinatie van bijvoorbeeld zonwerend glas en een binnendoek met een metaalcoating en goede aansturing op zowel comfort als energieverbruik beter kan scoren.”

Energiebesparing

De Vries pleit voor meer aandacht voor de regeling van zonwering in een vroeg stadium van het gebouwontwerp. Aan de hand van zijn methode kan dit per gebouw geoptimaliseerd worden in samenspraak met het gevelontwerp. “Er is veel aandacht voor de gevels, daar zijn allerlei normen voor. Wat er daarna aan zonwering komt te hangen is de verantwoordelijkheid van de eindgebruiker. Terwijl een kleine statische luifel boven het raam en dynamische wering binnen veel meer daglicht kan betekenen. Of dat met een bepaalde combinatie regeling en doekmateriaal wél grotere ramen mogelijk zijn, zelfs met meer energiebesparing als het gekoppeld wordt aan verlichting met daglichtschakeling. Door slim te ontwerpen en gebruik te maken van nieuwe mogelijkheden, kan er verschil op de werkvloer gemaakt worden. Want uiteindelijk wil je toch het liefst daglicht, de buitenwereld én je beeldscherm blijven zien.”

Bron: TU Eindhoven

“Er lijkt zich een trend te ontwikkelen richting de realisatie van meer kleinschalige buurtwarmtenetten”

Op dit moment wordt in veel gemeenten gewerkt aan uitvoeringsplannen voor het aardgasvrij maken van wijken en buurten. In dit proces passeren vele technische oplossingen de revue. Ontdek in een inspiratiedocument van Uptempo! de nieuwe innovaties voor buurtwarmtenetten.

Uptempo! is onderdeel van TKI Urban Energy en ondersteunt op veel manieren de verduurzaming van Nederland. Over de aanleg van buurtwarmtenetten, schrijft Uptempo: “Er lijkt zich een trend te ontwikkelen richting de realisatie van meer kleinschalige buurtwarmtenetten. Deze warmtenetten worden vaak ontwikkeld en gerealiseerd in een samenwerking tussen gemeente, bewoner-coöperaties en een woningcorporatie. We zien deze trend niet alleen in de grote steden, maar ook in kleinere gemeenten.

Deze buurtwarmtenetten lijken niet alleen eenvoudiger en daardoor sneller te realiseren, ze kunnen ook zorgen voor een energievoorziening waarbij het belang van bewoners wordt meegenomen. Bewoners worden bij de ontwikkeling betrokken en in veel gevallen worden zij zelfs mede-eigenaar van het warmtenet.
TKI Urban Energy en Uptempo! zien genoeg aanbod van marktrijpe innovaties en willen dit aanbod graag koppelen aan de huidige initiatieven. Uiteraard kunnen de innovaties ook door woningcorporaties en particuliere verhuurders toegepast worden.

Overzicht

Uptempo! publiceerde een overzicht van marktrijpe, toepasbare innovaties voor buurtwarmtenetten. Welke integrale buurtwarmtesystemen bestaan er? En welke collectieve warmtepompen kunnen onderdeel zijn van het buurtwarmtesysteem? Hoe kan je warmte opslaan? Hoe zorg je dat de woningen die aangesloten worden goed voorbereid zijn op aansluiting? De innovaties die het antwoord op deze vragen geven, zijn gebundeld in een inspiratiedocument en afkomstig van uptempo.nu.

Uptempo.nu biedt een handzaam overzicht van de vele innovaties die van belang zijn voor de verduurzaming van woningen en ander vastgoed. De website kent inmiddels meer dan 150 innovaties en groeit nog steeds. Er kan bijvoorbeeld worden gezocht op de categorie ‘opslag warmte’, ‘collectief warmtenet’ of ‘totaalpropositie’. Op uptempo.nu ontdek je welke innovaties er bestaan en als jouw innovatie er ontbreekt, kun je deze aanmelden via de website of mail.

Download hier het inspiratiedocument met innovaties voor buurtwarmtenetten (pdf).

Paris Proof Paspoort ontmaskert gebouwen die snel in waarde kunnen dalen

Bron: Arcadis

Parijs is nog ver, is het ultieme Tour de France-cliché maar beschrijft helaas ook onze wankelmoedige houding jegens klimaatverandering. De race naar Parijs is nog niet gelopen. Sterker op veel gebieden liggen we achter op schema. Neem de verduurzaming van bedrijfsgebouwen. In 2023 moet daar de bescheiden horde van een C-label worden genomen. Maar op dit moment is slechts de helft in de buurt van dat doel. Hoe gaan we de grote sprong voorwaarts dan maken?

Wie gaat dat betalen?

De bouwsector wordt vaak als conservatief bestempeld, maar de duurzame gereedschapskist is redelijk goed gevuld. Behoudens de huidige schaarste aan personeel en materiaal, is de bouwsector klaar voor de stap voorwaarts; technisch kunnen we leveren. Maar zoals altijd gaat de kost voor de baat uit. Anders gezegd: wie gaat dat betalen?  Bij de sommige schakels in de bouwketen is de ‘betalingsbereidheid’ klein omdat het voordeel niet gezien wordt. Generaliserend: gebouweigenaren willen zoveel mogelijk rendement tegen zo laag mogelijke kosten en gebruikers willen weliswaar kwaliteit, maar ook een zo laag mogelijke huur. Aan beide kanten zit nauwelijks stimulans om duurzamer te doen. Als een eigenaar zou willen investeren in bijvoorbeeld betere isolatie dan daalt de energierekening van de huurder. Om (een deel van) de investering terug te verdienen, zal het huurcontract moeten worden opengebroken. Geen gemakkelijk gesprek.

Contract

Arcadis wil graag koploper zijn, maar ook wij ervaren regelmatig hoe moeilijk het is om als huurder in samenwerking met de verhuurder vooruit te komen. Neem ons kantoor in Amersfoort waarvoor we een meerjarenonderhoudsprogramma met een verduurzamingsplan vastlegden in een contract met de eigenaar. Helaas veranderde de afgelopen twee decennia het pand drie keer van eigenaar en moesten we die afspraken opnieuw borgen en soms zelfs heronderhandelen. Had je net groene stroom, heeft de nieuwe eigenaar een contract met een grijze kolenboer en is je CO2-footprint ineens groter in plaats van kleiner!

Paris Proof Paspoort ontmaskert stranded assets

Hoe synchroniseer je de belangen van gebouweigenaren, huurders en maatschappij? Bijvoorbeeld door de ‘staat van duurzaamheid’ onderdeel te maken van de gebouwwaarde. Nu nog wordt de prijs van een gebouw vooral bepaald door locatie, locatie, locatie, maar als je een dwingende duurzame ontwikkelingsplicht aan het gebouw vast timmert, krijg je een andere economische dynamiek. Laten we het een Paris Proof Paspoort (PPP) noemen. In dat paspoort staan de maatregelen en kosten die nodig zijn om een gebouw ‘Paris Proof’ te maken. Het Paris Proof commitment is door de Dutch Green Building Council (DGBC) enkele jaren geleden ontwikkeld samen met de markt en is op deze manier te bekrachtigen in een paspoort.  Stranded assets zijn gebouwen die snel in waarde kunnen dalen. Het PPP maakt inzichtelijk dat gebouwen met een slechte energieprestatie tot grotere investeringen verplichten dan alternatieven die energetisch up-to-date zijn. Het paspoort ontmaskert zo stranded assets. Daarmee worden duurzame gebouwen relatief (en wellicht ook absoluut) goedkoper. Voor gebouwen met een slecht paspoort geldt het omgekeerde. Dat voor- of nadeel voelt ook de huurder in zijn portemonnee, waardoor een gemeenschappelijk belang ontstaat.  Het zou mooi zijn als het PPP een openbaar kadastraal stuk wordt dat maatgevend is voor de financiering van koop en de huurwaarde.

Korte termijn denken

Een andere remmende factor is dat strengere wet en regelgeving en daaraan hangende verplichtingen te vaak met de hand op de knip worden uitgevoerd. Als je maar aan de geldende regelgeving voldoet, zit je aan de goede kant van de lijn. Dus als vijf centimeter extra dakisolatie genoeg is om Label-C binnen te halen, dan blijft het daar meestal bij. Het wetgevende systeem stimuleert niet tot ambitieuzere aanpak, eerder het omgekeerde. De gebouweigenaar die doorpakt met ‘paris proof isolatie’, investeert meer en betaalt daardoor hogere leges voor de vergunningen die standaard een percentage van de (ver)bouwsom zijn. Lagere leges en belastingen gebaseerd op hogere duurzame prestaties van een (ver)bouwplan zetten wel aan tot grootsere daden.

Coalitie Anders Huisvesten

Huurders kunnen die gewenste marktveranderingen helpen aanzwengelen. Arcadis, DGBC, MVO Nederland en Change Inc. vormen samen met een aantal andere grote bedrijven de Coalitie Anders Huisvesten. De coalitie werkt aan een (op BREEAM gebaseerd) puntensysteem voor duurzame huurwaarde. Betere duurzaamheidsprestaties van een gebouw rechtvaardigen een hogere huur. Een duurzamer gebouw leidt immers niet alleen tot lagere energiekosten maar ook tot beter welbevinden en minder ziekteverzuim. Gezondere medewerkers met een hogere arbeidsproductiviteit. On y va?

Remeha is BRL 6000-21 gecertificeerd

Remeha is BRL-gecertificeerd en daar profiteer je van!

In de bouwwereld wordt het belang van BRL-certificeringen steeds groter. Voor ontwerp, levering en onderhoud van warmtepompinstallaties is BRL6000-21 van kracht. Het hebben van een certificering toont aan dat een bedrijf voldoet aan gangbare eisen als het gaat om een specifiek proces of product. Remeha heeft het BRL6000-21 certificaat behaald. Dat zegt niet alleen iets over Remeha , maar ook over de medewerkers die specifieke examens afleggen om aan te tonen dat zij aan bepaalde standaarden voldoen. In dit artikel wordt uitgelegd wat een BRL-certificering precies is en waarom het belangrijk is voor de relaties van de organisatie.

Wat is BRL?

BRL staat voor beoordelingsrichtlijn. Ieder BRL-document bevat alle informatie voor de beoordeling van een (certificatie)systeem voor een bepaald product, realisatieproces, persoon of dienst. Remeha houdt zich bezig met grondboringen voor warmtepompen en voor zowel het bovengrondse als ondergrondse gedeelte is Remeha gecertificeerd. Hiermee weet je zeker dat er een kwalitatief goed systeem ontwerpt is voor de eindgebruiker. Daarnaast houdt Remeha kennis op peil, omdat ze bij iedere jaarlijkse audit aantonen dat volgens de laatste methodieken werken. Verder is Remeha zich bewust van de impacts van hun systeem. Met die kennis voorkomen ze dat er negatieve interferentie ontstaat met andere bodemenergiesystemen in de buurt.

Samen voldoen aan hoge eisen

Als adviseur, ontwikkelende aannemer, projectontwikkelaar en installateur weet je dat je met Remeha een gecertificeerde kennispartner hebt. Samen kun je de kwaliteit van bodemenergiesystemen verhogen en de prestaties van de installaties waarborgen.

Remeha beschikt over de BRL 6000-21 (subdeel 1,2,3,4 en 5) certificering, waardoor zij het ontwerp, de installatie en het beheer van energiecentrales van bodemenergiesystemen van individuele woningen mogen uitvoeren én het ontwerp en de installatie van energiecentrales van bodemenergiesystemen van woongebouwen en/of utiliteitsgebouwen kunnen uitvoeren. Daardoor kunnen ze degelijke systemen ontwerpen, die voldoen aan hoge eisen. Daarnaast hebben ze onlangs ook BRL 11000 Scope 1b en Scope 2b behaald, waardoor zij nu ook officieel een kennispartner zijn op het gebied van het ontwerpen en de detail-engineering van gesloten bodemenergiesystemen.

Dankzij de behaalde certificaten kunnen installateurs extra ontzorgen. Ze hoeven zelf niet BRL-gecertificeerd te zijn. Remeha kan een controle check op locatie op hun werkzaamheden uitvoeren.

Remeha ondersteunt je op allerlei gebieden; van grondboringen tot advies over warmtepompen.

Wil je weten wat we precies voor je kunnen betekenen, kijk dan op de site!

Lees hier op OG wijzer hoe de specialisten gebouweigenaren behouden.

Climat Screen: controle over het binnenklimaat, de lichtinval én de energierekening

Het Climat Screen van SunFolie-Techniek is een daglichtfiltersysteem dat ’s zomers de warmte buiten en ’s winters juist binnen houdt. Het Nederlandse product zorgt bovendien voor een contrastvrije lichtinval en filtert het daglicht. Schitteringen op beeldschermen zijn verleden tijd. Opgeteld maakt dit Climat Screen tot een van de basisproducten van een duurzame werkomgeving waarin comfort en energiebesparing een centrale rol spelen.

Flexibele oplossing voor comfortabele werkplekken

Vastgoedbeheerders weten: moderne gebouwen zijn veelal uitgerust met grote raampartijen. Esthetisch gezien is dit een geweldige ontwikkeling, maar hoe houd je de warmte in deze tijden waarin het aantal zonne-uren explosief toeneemt buiten? We spreken Dion Bosch van SunFolie-Techniek: ‘Al het glas dat architecten toepassen, zorgt voor transport van warmte. Zelfs HR++-glas is niet opgewassen tegen zonnewarmte. Zonwering op haar beurt is dat wel. Veel vastgoedbeheerders kiezen dan ook voor de bekende buitenzonwering. Niet voor niets. Het is een perfecte oplossing om warmte buiten de deur te houden. Een groot nadeel echter, is de belemmering van het zicht die dit soort oplossingen met zich meebrengen. Bovendien mogen dergelijke systemen nagenoeg nooit worden toegepast bij monumentale panden en is het onderhoud -door onder meer de inzet van hoogwerkerskostbaar. Raamfolie is een van de alternatieven. Een prima optie, maar het geniet vanwege het permanente karakter meestal niet de voorkeur. Daarom ontwikkelde Sunfolie-Techniek zo’n twintig jaar geleden een alternatief in de vorm van het Climat Screen. Dit systeem is -simpel verwoordeen rolgordijn met folie. Je profiteert dus optimaal van de zonwering op de momenten dat het nodig is en haalt de folie op wanneer de zon niet langer op de gevel schijnt.

TNO-testen wijzen uit dat de folie van Climat Screen zonlicht met minimaal 80 procent reflecteert

Climat Screen :Koel in de zomer, warm in de winter

TNO-testen wijzen uit dat de folie van Climat Screen zonlicht met minimaal 80 procent reflecteert. Dit kan een warmtebesparing tot 8 graden Celsius opleveren! Daarnaast neemt de K-waarde van het glas bij gebruik van Climat Screen toe met circa 30 procent. Dat komt omdat tussen raam en folie een stilstaande luchtlaag blijft bestaan, die zorgt voor isolatie en hiermee de warmte-uittreding via het glas naar buiten toe drastisch beperkt. Het resultaat is in de zomer een heerlijk koele en in de winter een aangenaam warme ruimte. Een ander kenmerk van Climat Screen is dat het de ruimte niet verduistert, maar wel alle mogelijke hinderlijke schitteringen wegneemt. Bovendien kunnen gebruikers zelf de hoeveelheid licht reguleren. Dit levert een prettige omgeving op, waarin mensen ongehinderd hun werk kunnen doen en minder snel vermoeid raken.

Duurzame oplossing

‘Kortom, de airconditioning en het verwarmingssysteem draaien significant minder uren. Hiermee slaan beheerders een flinke duurzaamheidsslag. Dit is wat je noemt een uitgesproken win-winsituatie: huurders genieten van een comfortabele werkomgeving en zijn derhalve bovengemiddeld tevreden en de gebouweigenaar kan rekenen op significant lagere energiekosten. Het is niet voor niets dat waterschappen, ministeries, scholen, ziekenhuizen en ook commerciële vastgoedeigenaren al jaren voor onze producten kiezen. Goed om te weten dat we een brede focus op duurzaamheid hebben: we verpakken onze materialen in onbedrukt milieuvriendelijk papier dat we volledig hergebruiken. En we maken gebruik van de de landelijke organisatie De Fietskoerier. Zo dragen wij bij aan een betere wereld.’

Meer info over Climat screen >>

 

Warmtenetten groeien in vier jaar tijd met 20%

In vier jaar tijd, van 2016 tot 2020, is het aantal aansluitingen van de 21 grote warmtenetten in Nederland met 20% gestegen.

Waren er in 2016 307.000 nog gebouwen aangesloten op een van de grote warmtenetten, vier jaar later bedroeg dat aantal 366.000. De energie die geleverd wordt in deze netten is voor 48% van hernieuwbare herkomst (waar overigens ook warmte van afvalverbrandingsinstallaties toe gerekend wordt.)

Amsterdams net breidt uit

De grootste stijging was waarneembaar in Amsterdam, waar in vier jaar tijd ruim 22.000 nieuwe gebouwen werden aangesloten. Maar ook middelgrote gemeenten als Breda en Tilburg lieten een flinke groei zien. Hier kwamen er in dezelfde periode meer dan 6.000 aansluitingen bij. De cijfers laten over het algemeen een veel grotere groei zien dan waar het CBS voor 2020 eerder rekening mee hield. De rekenmeesters van het Rijk gingen voor 2020 uit van in totaal 355.000 aansluitingen.

De cijfers, inclusief de percentage hernieuwbaar, zijn afkomstig van het Expertise Centrum Warmte, dat de data aangeleverd heeft gekregen van de warmtebedrijven en deze afgelopen week publiceerde. Sinds 2021 zijn warmtebedrijven verplicht om te rapporteren over de duurzaamheid van hun warmtenetten.

Alleen grote warmtenetten

Het Expertise Centrum Warmte heeft zich nog beperkt tot de grote warmtenetten. Deze warmtenetten hebben een minimale afzet van 150 TJ per jaar. Kleine warmtenetten maken geen deel uit van de dataset. Kleine netten worden gedefinieerd als netten die minder dan 150TJ aan warmte leveren aan eindgebruikers. In 2018 waren er 64.000 aansluitingen op een klein warmtenet. Blokverwarmingsnetten zijn eveneens niet meegenomen. In 2019 ging het om circa 430.000 woningen.

Veel schoner dan CV-ketel

De gewogen gemiddelde CO2-emissie van grote warmtenetten is 23,4 kg CO2 per geleverde GJ. De referentie van een CV-ketel is gemiddeld 58,5 kg /GJ. Het aandeel hernieuwbare energie ligt op 48%. Het grootste deel hiervan bestaat uit warmte uit afvalverbrandingsinstallaties en biomassacentrales. Hierbij is het biogene deel hernieuwbaar. Het aandeel restwarmte is 11%. De overige warmte komt vooral uit elektriciteitscentrales en hulpketels.

Bron: Installatie

 

Planon Building Management en Alba Concepts versnellen circulaire bouweconomie

Om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs te kunnen halen, moet de wereld veranderen in een circulaire bouweconomie. In 2030 moet Nederland namelijk al 50% minder primaire grondstoffen verbruiken en volgens het Klimaatakkoord moet de gebouwde omgeving in 2050 CO2-neutraal én circulair zijn. Dit is een enorme opgave waarvoor directe actie vanuit vastgoedeigenaren en -beheerders vereist is. Maar waar begint u?

Nieuwe samenwerking voor circulaire bouweconomie

Het vaststellen van de huidige mate van circulariteit van de gebouwen die u beheert is een eerste stap in de richting naar een meer duurzame vastgoedportefeuille. Om dit te kunnen meten, lanceerden Planon en Alba Concepts de automatisering van de Building Circularity Index© (BCI Gebouw).

Het toepassen van de uitkomsten van BCI Gebouw lijkt in de praktijk echter nog niet altijd eenvoudig. Heeft u ook moeite om de duurzame en circulaire maatregelen daadwerkelijk door te voeren? Dan hebben we goed nieuws! Planon Building Management werkt sinds 1 juli 2021 namelijk samen met Alba Concepts om organisaties zoals die van u, te adviseren bij het opzetten van duurzame meerjaren onderhoudsplannen en het integreren van circulariteit. Gezamenlijk zorgen zij ervoor dat de resultaten van de BCI Gebouw score worden omgezet in concrete acties en realistisch uit te voeren plannen.

Het doel van de samenwerking? Samen de circulaire bouweconomie versnellen!

Wat betekent deze samenwerking voor u?

Wilt u weten hoe Planon Building Management en Alba Concepts u kunnen ondersteunen bij het voldoen aan de verplichtingen en het realiseren van uw ambities op het gebied van circulair vastgoed? Neem dan deel aan het gezamenlijke webinar ‘De noodzaak van een circulair meerjaren onderhoudsplan’ op 5 oktober en kom meer te weten over: 

  • Wat circulaire gebouwen zijn en hoe circulaire gebouwen bijdragen aan een duurzame wereld
  • Welke relatie er is tussen circulariteit en het MJOP
  • Hoe circulariteit in gebouwen meetbaar wordt door BCI
  • Op welke wijze onderhoudsingrepen uw CO2-impact kunnen verlagen
  • Hoe BCI ook als materialenpaspoort wordt ingezet
  • Wat het voordeel is van het gebruik van de Planon Onderhoudsbibliotheek om circulariteit inzichtelijk en meetbaar te maken

U kunt zich hier aanmelden voor het webinar!

Over Planon Building Management & Alba Concepts

Alba Concepts

Alba Concepts is een jonge, duurzame onderneming die zich richt op drie activiteiten: advisering, management en projectontwikkeling. Bij alle activiteiten staat centraal dat wij handelen daar waar vastgoed, duurzaamheid, strategie en financiën elkaar vinden in de vroege planfasen.

 

Planon Building Management

Planon Building Management is een multidisciplinair vastgoedadviesbureau met meer dan 35 jaar ervaring. Wij inspecteren jaarlijks meer dan 1.000 utiliteitsgebouwen en adviseren over de grootste (maatschappelijke) vastgoedportefeuilles in Nederland. Vanuit de doelstelling van onze klanten ondersteunen we organisaties bij een data-gedreven beheer van goede, gezonde, duurzame en compliant gebouwen.