Corporaties investeren meer in woningverbetering, tempo nieuwbouw moet fors omhoog

Huurders van sociale woningen blijven positief over hun woning en de dienstverlening van woningcorporaties. Dat blijkt uit de jaarlijkse Aedes-benchmark waarmee prestaties van alle corporaties inzichtelijk en onderling vergelijkbaar zijn. Op vele fronten zijn de prestaties verbeterd: woningen zijn duurzamer geworden en er is flink meer geïnvesteerd in woningverbetering.

Aedes-voorzitter Martin van Rijn: ‘We zijn blij met tevreden huurders, daarnaast wachten vele anderen nog veel te lang op een betaalbare woning. Zij kunnen niet de stappen zetten die bij hun levensfase horen. Afgelopen jaar werden er 17.000 nieuwe sociale huurwoningen gebouwd. Een stijging die de komende jaren moet doorzetten om onze ambities te halen. Hiervoor is de inzet van alle partijen hard nodig.’

Stijgende lijn dienstverlening

Dit jaar hebben maar liefst 423.000 huurders zich uitgesproken over de kwaliteit van de woning en de dienstverlening van hun corporatie. Huurders geven gemiddeld een 7,7 aan de dienstverlening, iets hoger dan voorgaande jaren. In 2022 zet de stijgende lijn in het oordeel van vertrokken huurders door naar gemiddeld een 7,6. De woning krijgt als rapportcijfer een 6,9, net als voorgaand jaar.

Parallel aan de toenemende investeringen, zien we dat steeds meer huurders de kwaliteit van hun woning waarderen met een 8 of hoger. Het cijfer voor de woningkwaliteit houdt niet alleen verband met de ‘harde’ euro’s die corporaties investeren. Misschien is de belangrijkste component wel: het zich thuis voelen.

Ontwikkeling deelscores 2014 tot en met 2022

Flinke investering in woningverbetering

Corporaties besteden opnieuw meer geld aan onderhoud en verbetering van hun woningen: zo’n 9% meer dan in het voorgaande jaar. En bij het aanpakken van een woning, worden er vaak direct meer werkzaamheden uitgevoerd. De totale investeringen in onderhoud en woningverbetering zijn dit jaar gestegen van 3.136 naar 3.481 euro per verhuureenheid. Dit vertaalt zich naar een betere technische kwaliteit van de woning. Met 8,1 miljard euro is de sector een goede opdrachtgever in de markt.

Verdubbeling instandhoudingskosten tussen 2015 en 2021

Duurzaamheid woningen verder verbeterd

Tegelijkertijd hebben corporaties het afgelopen jaar stappen gezet om hun woningen te verduurzamen. Dit laat de benchmark zien op basis van een analyse van 2 miljoen woningen.

De netto-warmtevraag daalt met ruim 2%. Het aandeel E-, F- en G-labels is sterk afgenomen, terwijl steeds meer woningen een A- of B-label hebben. Ook verbetert de gemiddelde isolatie gestaag.

Verder is het aantal woningen met zonnepanelen gestegen tot ruim 16% van de sociale huurwoningen.

Verdeling corporatiewoningen in energielabels in procenten

Nieuwbouw moet flink omhoog

Vorig jaar bouwden corporaties 17.168 nieuwe woningen, bijna 2.000 meer dan in het jaar daarvoor. De dalende lijn sinds het invoeren van de verhuurderheffing in 2013, is de laatste jaren doorbroken. Nu deze belasting op sociale huurwoningen wordt afgeschaft, willen corporaties toegroeien naar een woningbouwproductie boven het niveau van 2013, toen ze bijna 30.000 nieuwe woningen bouwden.

Sprongen nodig

Het in 2023 afschaffen van de verhuurderheffing biedt ruimte om te investeren in huurmatiging, verduurzaming, nieuwbouw en leefbaarheid zoals afgesproken in de Nationale Prestatieafspraken. De ambities kunnen onder druk komen te staan als bouwkosten blijven stijgen, door oplopende rente én als de belastingdruk van Vennootschapsbelasting en ATAD (Anti Tax Avoidance Directive) op lange termijn toeneemt. Er zijn goede stappen gezet, maar sprongen zijn nodig om voldoende nieuwbouw van de grond te krijgen en in hoog tempo te verduurzamen.

Installatiearchitect de designers van slimme gebouwen

Wat gebouwen slim maakt? Installaties die op elkaar afgestemd zijn. En eenvoudige -desgewenst geautomatiseerde- bediening. Een open platform waar alle elementen samenkomen, maakt het geheel af. Zo hoeven gebouwbeheerders geen keuze te maken voor één specifiek merk, maar kunnen ze kiezen uit de producten van de diverse fabrikanten. Het resultaat? Energiebesparende en comfortabele gebouwen om in te werken, te leren, te genezen of te wonen. We praten erover met Barry Gaal en Roald de Jong, respectievelijk eigenaar en MT-lid van Elektropartners.

Elektropartners laat zich misschien wel het beste omschrijven als installatie-architect. Het bedrijf uit Heerhugowaard realiseert installatietechnische ontwerpen die -eenmaal uitgevoerd- zorgen voor een optimaal functioneren van het betreffende gebouw. Uiteraard volledig toegespitst op de functie. Dat geldt voor utiliteitsgebouwen als ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen, maar ook voor kantooromgevingen en woningbouw.

 

Het is geen geheim dat de meeste ontwikkeling in installaties zit.

 

Alles in hetzelfde gebouwbeheersysteem

‘Slimme technologie staat centraal. In ons eigen huis, maar ook daarbuiten,’ vangt Barry aan. ‘Er zijn ongelooflijk veel merken op de markt. Om de apparatuur van deze merken optimaal met elkaar te laten samenwerken, koppelen wij deze aan het open platform van KNX. Gebruikers besturen via dit gebouwbeheersysteem eenvoudig alle apparatuur aan: werktuigbouwkundige installaties, zonwering, speakers, verlichting, elektrische sloten enzovoort. Natuurlijk hebben we ook ons eigen pand slim gemaakt. In ons all electric onderkomen openen we de deur met een tag, ontkoppelen op dezelfde manier het alarm en hebben ons gebouw zo ingericht dat licht, verwarming en ventilatie hierop reageren.’ Uit de woorden van de nuchtere directeur van Elektropartners zou je kunnen opmaken dat de integratie van systemen in gebouwen relatief gemakkelijk is. Maar dat het bepaald geen abc’tje is, blijkt uit het feit dat er in de regio waarin Elektropartners opereert slechts enkele bedrijven zijn die deze expertise in huis hebben. Sterker nog, de Vue bioscopen in Alkmaar, Eindhoven en Heerhugowaard klopten bij de Heerhugowaardse onderneming aan voor de realisatie van de eerste Dolby cinemazalen van Europa.

 

BENG realiseer je niet met stenen

Roald vult aan: ‘In de nieuwbouw is BENG een leidende factor, ook in de utiliteit. En een Bijna Energieneutraal Gebouw realiseer je niet alleen met stenen en isolatiemaatregelen. Daar zijn ook installaties voor nodig, denk aan zonnepanelen, warmteterugwin-installaties en oplossingen als zonneboilers. Door deze installaties op elkaar af te stemmen -door bijvoorbeeld overtollige zonne-energie in te zetten voor warmte in warmtepompboilers- geef je verduurzaming en besparing een extra boost.’

‘Om deze ontwikkeling -ik doel op verduurzamingextra kracht bij te zetten, maken we tevens gebruik van LoRaWan, een langeafstands laag frequentieprotocol. LoRa maakt het mogelijk om data tussen verschillende objecten uit te wisselen. Wij zetten LoRa onder meer in voor de monitoring van energieverbruik. Een hoofdmeter meet alleen bulkverbruik, middels sensoren in stickervorm kunnen we verbruik per installatie uitlezen. Met dit systeem is het tevens mogelijk om waterverbruik te monitoren en ook het meten van temperatuur in de waterleiding behoort tot de mogelijkheden. Zo monitoren we mogelijke gunstige situaties voor het ontstaan van legionella in de leidingen. De gebouwbeheerder krijgt automatisch het signaal om de leidingen door te spoelen.’

 

Kostenreductie in gebouwbeheer

Elektropartners loopt overduidelijk ver vooruit in het toepassen en koppelen van slimme oplossingen, maar het bedrijf is er ook voor eenvoudiger opdrachten als het uitlezen van cv-ketels. Door ketels 24/7 te monitoren, wordt verbruik inzichtelijk en worden storingen door preventief handelen voorkomen. Dat Elektropartners steeds vaker wordt gevraagd aan de voorkant mee te denken, heeft alles met de opgebouwde kennis en kunde te maken. ‘Wij zijn dag-in-dag-uit bezig met het bedenken van nieuwe oplossingen en weten precies wat er te koop is,’ vertelt Roald. ‘En dat wordt opgemerkt. Ook door grote partijen als Univé, VUE, Bejo Zaden, Vezet en de populaire muziekhal in Amsterdam.’

Bouwteampartner

‘Het is geen geheim dat de meeste ontwikkeling in installaties zit. Daarom worden we steeds vaker gevraagd om deel te nemen aan bouwteams,’ valt Barry bij. ‘Het helpt ons begrijpen hoe een eindgebruiker een gebouw wil gebruiken, dat zie je namelijk onvoldoende in het ontwerp. Op het moment dat wij aan tafel komen, is de opdrachtgever zeker van de meeste innovatieve oplossingen voor zijn project en hiermee van een slimmer gebouw. Gelukkig raken ook steeds meer aannemers hiervan overtuigd. Door de traditionele hiërarchie los te laten, lukt het ons een slimmer gebouw te realiseren tegen dezelfde en vaak zelfs lagere kosten. Bovendien stelt het ons in staat partner te worden van een gebouweigenaar. En dat is waar we graag naartoe willen. Met meerjarenonderhoudsplannen -MJOP’s- kunnen we de continuïteit van de installaties waarborgen en het complete systeem blijvend optimaliseren. Nee, dat betekent niet dat een gebouweigenaar nooit meer gebruik kan maken van de expertise van een andere elektropartner. We werken uitsluitend met open platforms waar andere kundige bedrijven ook mee uit de voeten kunnen.’

Over Elektropartners

Elektropartners werd in 1962 opgericht. René Gaal, de vader van eigenaar Barry, nam het bedrijf in 1987 over. Toen Barry in 2004 werd gevraagd toe te treden tot het bedrijf, twijfelde hij geen moment. Maar hij wil wel zaken veranderen. Toen hij een jaar later het bedrijf overnam, voegde hij de daad bij het woord. Het bedrijf werd opgeschud en opgefrist en de bedrijfsprocessen werden kritisch onder de loep genomen. Het bedrijf is gegroeid van 30 mensen naar 100 mensen en hebben alle expertises in eigen huis. Het resulteerde in een gezond bedrijf onder leiding van een managementteam én de oprichting van zusterbedrijven Protectiepartners en Domoticapartners.

 

Klik hier voor meer informatie over Elektropartners

Lees hier meer een artikel over installaties en defensie

 

Circulair gebouw beheren. Hoe doe je dat en waar moet je op letten?

Circulair gebouw beheren

Wat betekent de circulaire economie voor technisch vastgoed professionals? Het circulaire denken stopt dus niet na het bouwen van een gebouw. Het gebruik en het beheer zijn net zo belangrijk. Hoe loop je voorop en wat zijn de mogelijkheden? We hebben een overzicht gemaakt met praktische mogelijkheden. Circulair gebouw beheren

We hebben met elkaar afgesproken om in 2050 een circulaire economie te zijn. Dit lijkt nog ver weg, maar er is dan ook nog een lange weg te gaan binnen de vastgoedwereld. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 35% van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Onderhoud en gebruik van gebouwen doen daarnaast een groot beroep op onze grondstoffen in de vorm van energie, water, onderhoud, schoonmaak en diensten.

Definitie van circulair gebouw

Een gebouw dat met minimale inzet van virgin materials en andere grondstoffen maximale waarde creëert om op duurzame wijze te voorzien in een huisvestingsbehoefte, waarbij de gebruikte materialen hun waarde blijven behouden tijdens en na het gebruik.

Dit artikel gaat over het optimaliseren van de gebruiksfase. Kortom, hoe ga je om met het dagelijks onderhoud en verwerk je circulair beheren in het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP)?

 

Circulaire paspoort gebouw

Jij bent als gebouwbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. We hebben geen invloed meer op de bouw van het gebouw, maar met het opzetten van een circulair paspoort met daarin een overzicht van alle gebouwkenmerken die betrekking hebben op de circulariteit van een gebouw, kun je een goede start maken voor een circulair gebouw.

Kijk bij het opzetten van een circulair paspoort zoveel mogelijk naar bestaande standaarden, normen en labels voor duurzaamheid van gebouwen. Bij het opzetten van een gebouwpaspoort gaat het dus niet alleen over de gebruikte bouwmaterialen, maar ook over:

  • Hoe is het beheer en onderhoud geregeld;
  • Hoe wordt er met transformaties omgegaan;
  • Hoe flexibel is het gebouw;
  • De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw;
  • Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties.

Belangrijk hierbij is welke van deze kenmerken zijn relevant om te meten, vast te leggen en bij te houden gedurende het bestaan en gebruik van het gebouw? Belangrijke vragen hierbij zijn:

Waar staan we nu en hoe kan de circulariteit nog verbeterd kan worden?                                                                                                                Hoe kun je als beheerder gebouwen op een rendabele en praktische manier duurzaam en toekomstbestendig maken?

Hoe is het beheer en onderhoud geregeld

In welke mate kun je als beheerder een zo circulair mogelijk beheer en onderhoudsplan realiseren? Niet alleen het verlagen van het energieverbruik in gebouwen is hierbij heel belangrijk, maar ook het grondstoffenverbruik. Welke zaken kun je hierbij van je leveranciers eisen. Ga bijvoorbeeld met leveranciers in gesprek om gebruik en verbruik van grondstoffen zichtbaar te maken. Circulaire economie gaat vaak over diensten afnemen in plaats van producten.

 

Hoe flexibel is het gebouw

Creëer voor jezelf een overzicht in de aanpasbaarheid van het gebouw. Is het gebouw geschikt voor andere doeleinden indien de markt verandert? Zijn er andere functies en behoeften waarin het gebouw kan voorzien? Flexibiliteit van installaties is daarbij ook belangrijk.

 

De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw

Bepaal welke onderdelen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Indien een onderdeel van het gebouw in een andere omgeving hergebruikt kan worden, bespaar je grondstoffen. In welke mate kan het gebouw gerecycled worden?

 

Hoe wordt er met transformaties omgegaan

Hoe kun je als organisatie bij transformaties voorkomen dat je materialen gebruikt die niet meer kunnen worden hergebruikt. Welke alternatieve mogelijkheden zijn er voor oplossingen met hernieuwbare grondstoffen?

 

Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties

Grondstoffen kunnen volledig herbruikbaar zijn, maar grondstoffen in een gebouw dat niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld vanwege een ongunstige locatie) hebben minder waarde dan wanneer ze zijn toegepast in een gebruikt gebouw. Grondstoffen dienen ingezet te worden daar waar ze het meeste waard zijn. Hoe kunnen de gebouwen optimaal worden gebruikt?

 

Koers is gespecialiseerd in beheer en onderhoud

 

 

 

 

Paul de Ruiter Architects over het Unilver Foods Innovation Center HIVE

Als er ergens aan kop wordt gelopen op het gebied van duurzaamheid, is het in Wageningen. Het energieneutrale Unilever Foods Innovation Center HIVE is met een BREEAM-NL Outstanding certificering het meest duurzame multifunctionele gebouw ter wereld. HIVE is het resultaat van de integrale design & build-samenwerking tussen Paul de Ruiter Architects, Dura Vermeer en DWA. Het energieneutrale gebouw herbergt kantoren, diverse laboratoria, testkeukens en een minifabriek waarin nieuwe producten op kleine schaal worden ontwikkeld en getest. We spreken de architect van het gebouw: Paul de Ruiter.

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar.’

Interactie tussen Unilever en de universiteit

‘Het sleutelwoord is innovatie. In dit gebouw is men dagelijks bezig ons voedsel op een zo duurzaam mogelijke manier op ons bord te krijgen. En daar is onderzoek voor nodig,’ vertelt De Ruiter. ‘Het is dan ook geen toeval dat HIVE op de campus van WUR -Wageningen University & Research- is gerealiseerd. De transparante vormgeving en de strategische centrale ligging van het gebouw op Wageningen campus zorgen voor optimale interactie tussen Unilever en diverse externe partijen. Deze kruisbestuiving wordt ook gefaciliteerd doordat een groot deel van het gebouw publiek toegankelijk is. Zo geeft de komst van het Foods Innovation Centre een extra impuls aan de ambitie van Wageningen om het wereldwijde kennishart van Food en Life Sciences te worden.’

 

Open en verbindend

Daar waar je bij de meeste bedrijfsgebouwen na binnenkomst direct op de receptie afstevent, vind je bij Unilever een uitnodigende bar. In de zes meter hoge publieke hal staan openheid, transparantie en food-beleving centraal. Iedere bezoeker is welkom voor een kop thee of een gezonde lunch met direct zicht op de Pilot Plant, de minifabriek van Unilever. Normaliter blijft een recept het geheim van de chef. Niet in Pilot Plant. Innoveren is delen, weten ze bij Unilever, dus studenten en experts zijn welkom in het gebouw. ‘Unilever wil zich openstellen, wil verbinden. En het ontwerp faciliteert deze gedachte. Neem de centrale trap in het atrium, daar ontmoeten mensen vanuit diverse disciplines elkaar. In dit gebouw worden afdelingen niet strikt gescheiden, op de marketingafdeling weten ze waar productie mee bezig is en vice versa.

De definitie van duurzaam

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar. Bovendien is het ook internationaal goed uit te leggen. Roepen dat je duurzaam bouwt, is zonder bewijs niet zoveel waard. Het maximaal haalbare niveau binnen BREEAM is Outstanding. Dit niveau behaal je door op alle thema’s bewijs van duurzame oplossingen te leveren. Ja, natuurlijk zijn we trots op dit certificaat. Als men over duurzaamheid spreekt, hoor je standaard de termen circulariteit en energiebesparing voorbijkomen. Maar duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Energieneutraal

‘Energieneutraliteit is een hele opgave voor een enorm gebouw als HIVE. Dit hebben we onder meer gerealiseerd met de toepassing van 1.550 zonnepanelen op het dak maar ook zijn de zonnecellen geïntegreerd met het glazen dak. De compacte bouwvorm zorgt voor beperking van energieverliezen. Daarnaast hebben we diverse technieken toegepast om het gebouw zo energie-efficiënt mogelijk te laten functioneren. Een voorbeeld is thermografische aanwezigheidsdetectie. Wordt er geen bezetting gemeten? Dan gaat het licht uit. En ook de hoge isolatiewaarden in zowel het glas, de dichte gevels als de vloer zorgen voor een laag energiegebruik en hoog comfort. Met aandacht voor daglicht, uitzicht op groen, luchtkwaliteit, akoestiek en ergonomie draagt het gebouw bij aan de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.’ ‘Het was een flinke uitdaging om alle ambities en eisen met zo min mogelijk geld te realiseren. Slim samenwerken is de basis. En slim omgaan met materialen is stap twee. Dat betekent: niet teveel materialen gebruiken en vooral de juiste materialen toepassen. We hebben bijvoorbeeld gekozen voor een houten constructie.

‘Duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Natuurlijk hebben we ook beton toegepast, maar dan wel zo min mogelijk en gemaakt van gerecyclede grondstoffen. Om het niveau Outstanding te halen, moet je innovatie toepassen. Een van de innovaties is de genoemde thermografische sensoring. Een tweede voorbeeld is de ionisatie van het binnenklimaat. Deze ionisatie zorgt voor een zeer zuivere lucht. Een mooie bijkomstigheid van deze innovatie is dat HIVE hiermee Coronaproof is gemaakt.’

Verbeteringen in de toekomst

‘Ja, het is mogelijk om tijdens de levensduur van het pand verbeteringen toe te passen. En die komen er ook vast. Ik denk wel dat we deze verbeteringen waarschijnlijk met name op installatieniveau vinden. Gemiddeld genomen houden installaties het zo’n vijftien jaar vol. Tegen die tijd zijn er zonder twijfel weer slimmere producten die HIVE naar een nóg hoger plan trekken.’ De Ruiter vertelt afsluitend: ‘De synergie tussen een bedrijf als Unilever en de universiteit is opmerkelijk en heel positief. En noodzakelijk bovendien. Want het voedselprobleem lossen we alleen met samenwerkingen op. Bijzonder dat wij daar aan hebben mogen bijdragen.’n

Paul de Ruiter studeerde in 1990 af aan de Technische Universiteit in Delft. In zijn PhD-onderzoek stelt hij dat gebouwen energie moeten produceren in plaats van dat ze energie consumeren. Voordat hij zijn eigen kantoor in Amsterdam startte in 1994, werkte hij voor toonaangevende architectenbureaus in Canada, Australië en Nederland. Paul de Ruiter is inmiddels een architect, ondernemer, innovator en inspirator bekend om zijn duurzame, game changing architectuur. Hij draagt bij aan de nationale en internationale discussie rondom duurzaamheid, CO2 -neutraal ontwerpen en certificeringsmethoden voor gebouwen.

Regels en tips energiebesparende verbouwingen van bedrijfspanden

Energiebesparende verbouwingen

Indien u een bedrijfspand wilt verhuren of verkopen is een energielabel verplicht! Het zakelijke energielabel informeert een koper of huurder over het energieverbruik van bedrijfs-onroerend goed. Daarnaast geeft dit label de mogelijke energiebesparende maatregelen weer. Een energielabel is 10 jaar geldig en worden afgegeven door BRL- gecertificeerde energieadviseurs. Gebouwen waar een energielabel geëist wordt zijn scholen, horeca, sporthallen, ziekenhuizen, horecapanden, kantoorpanden, winkelruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Energiebesparende verbouwingen

 

Energiemanagement

Natuurlijk wilt u een zo duurzaam mogelijk bedrijfspand.  Maar wat kost het en wat levert het op? Naast dat de bewustwording van de gebruiker belangrijk is kan de eigenaar van het bedrijfspand veel duurzame maatregelen nemen. De drie grootste energieverbruikers zijn verwarming, ventilatie en verlichting. Het is logisch dat wanneer u de gloeilampen vervangt door spaarlampen en tochtstrips aanbrengt op de deuren u een besparing zult doen. Maar zowel uw bedrijfspand als de aanwezige apparatuur en installaties hebben de grootste invloed op uw energieverbruik. Het is dan ook raadzaam om voor de energiebesparende mogelijkheden binnen deze systemen advies in te winnen bij gespecialiseerde bedrijven.

Eco Energy Service

Eco Energy Service voorziet in het onderhoud van de technische installaties van commercieel vastgoed en is gespecialiseerd in de nieuwste en duurzaamste technieken. Eco Energy Service adviseert in het energie(besparings)beleid aan de hand van een duurzaam investeringsplan. Eco Energy Service kijkt goed naar de terugverdientijd en is op de hoogte van eventuele geldende subsidies.

 

EIA (Energie investeringsaftrek)

Bij nieuwbouw of renovatie van een bedrijfspand is subsidie vaak mogelijk. Naast lokale subsidies zijn er ook landelijke subsidieregelingen en de fiscale maatregelen. Deze zijn beschreven op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Energiebesparende verbouwingen

 

Lees verder over het programma van eisen bij een verbouwen of renoveren.

 

 

Winkels kunnen nog veel energie besparen

Bron: DGBC

Nu er weer gewinkeld mag worden, voorziet DGBC dat een snellere verduurzaming van winkelvastgoed noodzakelijk is, voor de toekomst van de Nederlandse retailsector. Juist nu zijn veel winkeliers gebaat bij lagere lasten en dat kan: besparingen van 50 procent zijn goed haalbaar, zeker bij winkels zonder warenkoeling.  Deze kansen en knelpunten staan centraal in de nieuwe Routekaart Retail die DGBC vandaag presenteert.

“Met deze routekaart laten we de mogelijkheden zien voor directe duurzame actie, waar de grote kansen liggen”, stelt Martin Mooij vast, als manager van het programma Paris Proof bij DGBC. Achter dit pakket van inzichten en actieplan zit de DGBC-werkgroep Retail, waarin een brede groep professionals uit de sector de afgelopen jaren samengewerkt hebben. Dat garandeert realisme en ambitie. Mooij: “Duidelijk is dat de bakker en de visboer veel kunnen besparen op hun energiegebruik, vanwege ovens en koelingen. Maar er kan in de sector sneller een grotere impact worden gemaakt bij tuincentra, meubelwinkels of supermarkten, omdat die een groter oppervlak hebben.” “De basis is dat de winkelpanden op orde wordt gebracht: met een goede isolatie, dubbel glas en natuurlijk het gasloos maken. Kijken we naar het totaal aan Nederlands winkelvastgoed, dan komen de totale investeringskosten aan gebouwgebonden maatregelen op gemiddeld 180 euro per vierkante meter, ofwel 7,5 miljard euro voor alle winkels. Heel veel hangt af van de toestand van een winkelpand, dus we hanteren een bandbreedte van 70 tot 240 euro per vierkante meter.”

Meeste impact

Mooij: “We geven met de routekaart inzicht in de mogelijkheden met de meeste impact. Bij retail zonder koeling zie je dat de 50 en 66 procent energiebesparing haalbaar is en dat zelfs een uitdagende 80 procent mogelijk is. Ook in de retail met warenkoeling zijn flinke besparingen haalbaar, aldus Mooij. “Hier kan het oplopen tot 30 procent met alleen gebouwgebonden maatregelen en verlichting. Maar een stap verder naar 50 procent reductie of meer is alleen haalbaar door scherp te kijken naar onder meer de winkelinrichting. We zien dat supermarkten bij een herinrichting steeds de modernste technieken kiezen, maar dat er ook steeds meer nieuwe energievragende systemen en services in de supermarkten komen, zoals ovens, meer koeling en scansystemen.”

Wat moet er nog gebeuren?

“Er is nog veel ruimte om te verbeteren”, overziet Mooij. “Tot nu toe ervaren winkeliers geen druk om hun winkel te vergroenen. De consument heeft vooral oog voor de duurzaamheid van het product en niet voor het winkelpand. Ook staat verduurzaming nog niet hoog genoeg op de agenda staat bij alle eigenaren van winkelvastgoed. Zo heeft nog bijna 70% van alle winkelruimte geen energielabel.” “Daarom”, benadrukt Mooij, “is deze routekaart nodig. Met deze routekaart laten we nu zien wat er mogelijk is en wat er nog moet gebeuren. Niet alleen voor 2050, maar ook op de korte termijn. Energieprijzen blijven enorm stijgen en dat geeft druk op de toch al geplaagde retailsector. Sommige beleggers zetten mede daarom stappen voor verduurzaming. Veel institutionele beleggers en winkelketens zijn voortrekker. Ze kijken verder vooruit en daarnaast eisen hun aandeelhouders meer duurzaamheid. Private equity partijen kijken meer naar de korte termijn en particuliere eigenaren zijn nog het minst bezig met verduurzaming.”

Goed en confronterend

“We benaderen de verduurzaming van winkelvastgoed op twee manieren”, legt Retail-werkgroepvoorzitter Martijn Vlasveld uit. “Aan de ene kant vanuit individuele gebouwen. Aan de andere kant is de roadmap ook een landelijke aanpak, dus we kijken ook ‘hoog over’ naar wat de sector nodig heeft.” “Die twee benaderingen komen goed uit de verf, dat komt mede doordat een brede vertegenwoordiging aan deze routekaart heeft gewerkt: beleggers, ontwikkelaars, adviseurs, maar ook overheidspartijen. Dat is goed en confronterend tegelijk.”

Martin Mooij ziet dat deze versie van de Routekaart Retail niet de eindstand is: “We blijven met de werkgroep binnen de sector actief om nog beter inzicht te krijgen in de energiebesparingsmogelijkheden. Het gaat ons om versnelling en oplossingen.”

“Zonwering van veel grote gebouwen kan veel beter”

Bron: Bart van Overbeeke Fotografie.

Een zonnige dag op kantoor betekent voor heel wat mensen knijpen met de ogen of in het donker met de lampen aan werken. Zonwering voor grote gebouwen kan veel beter, en daarom ontwikkelde bouwkundige Samuel de Vries een veelzijdig model dat voor meer comfort én minder energieverbruik op de werkvloer moet zorgen. Woensdag 16 februari heeft hij zijn proefschrift verdedigt aan de faculteit Built Environment van TU Delft.

Hij neemt vaak zijn eigen werkplek als voorbeeld, en iedereen snapt meteen waarom zijn onderzoek zo belangrijk is, lacht bouwkundepromovendus Samuel de Vries. “Een kantoortuin met zo’n dertig, veertig man in de zomer, dat betekent bij ons verblinding. En komt iemand dan uiteindelijk achter zijn of haar bureau vandaan om aan de andere kant van de ruimte de knop in te drukken, dan schrikt iedereen op omdat de zonwering met zoveel kabaal naar beneden gaat. Weg concentratie, maar ook: weg daglicht.”

Veel kantoormedewerkers gaan ’s zomers met hoofpijn naar huis door verblinding of juist gebrek aan daglicht, vertelt de Vries. “Daglicht is veel belangrijker dan we misschien in eerste instantie denken. Het heeft invloed op allerlei gezondheidsaspecten, zoals je slaapritme. Een goed binnenklimaat op kantoor is daarom heel belangrijk en voor ons een van de hoofdredenen om aan de slag te gaan met een model voor betere zonwering. De huidige systemen zijn merendeels ontworpen om overhitting op kantoor te voorkomen en de warmte buiten te houden. Deze geautomatiseerde systemen staan ofwel helemaal open, of helemaal dicht.”

Buiten of binnen

Maar zonwering is veel complexer dan even de schermen naar beneden doen, blijkt uit het onderzoek van de Vries. Waar de modellen die bouwfysici en architecten nu gebruiken vaak slechts een enkel aspect belichten, bracht de Vries al deze modellen bij elkaar tot een nieuw instrument. Met aandacht voor alle denkbare systemen en onderlinge interacties; de Vries somt op: “De sensoren – staan deze bijvoorbeeld op het dak of op de gevel, welk deel van het lichtspectrum meten ze? De besturing – wanneer gaat de zonwering omhoog of omlaag, en hoe ver? Welke materialen en stoffen worden er gebruikt? Hoe ziet de zonwering er zelf uit, welke breedte en kromming hebben de lamellen? En het gevelontwerp, welk glas wordt gebruikt, wordt er gekozen voor zonwering buiten of binnen?”

Over dat laatste punt leverde het rekenmodel van de Vries verrassende inzichten op. Buitenzonwering wordt in de bouwpraktijk beschouwd als de beste optie, maar de Vries laat zien dat binnenzonwering met een slimme aansturing veel effectiever kan zijn. Zijn model keek hierbij zowel naar het comfort van de kantoormedewerker, maar ook naar het energieverbruik. “Buitenzonwering kan inderdaad beter de warmte buiten houden en dat scheelt verkoelingskosten. Maar omdat het blootgesteld wordt aan weer en wind, moet buitenzonwering heel robuust zijn. Dat geeft meer lawaai en is lastiger om heel fijn aan te sturen. Wanneer je lange tijd met de luiken dicht zit, kost dat ook meer energie door de verlichting die aan moet. Met binnenzonwering kan je beter finetunen, waardoor je zelfs de hele dag met daglicht kan werken. We zien dat een combinatie van bijvoorbeeld zonwerend glas en een binnendoek met een metaalcoating en goede aansturing op zowel comfort als energieverbruik beter kan scoren.”

Energiebesparing

De Vries pleit voor meer aandacht voor de regeling van zonwering in een vroeg stadium van het gebouwontwerp. Aan de hand van zijn methode kan dit per gebouw geoptimaliseerd worden in samenspraak met het gevelontwerp. “Er is veel aandacht voor de gevels, daar zijn allerlei normen voor. Wat er daarna aan zonwering komt te hangen is de verantwoordelijkheid van de eindgebruiker. Terwijl een kleine statische luifel boven het raam en dynamische wering binnen veel meer daglicht kan betekenen. Of dat met een bepaalde combinatie regeling en doekmateriaal wél grotere ramen mogelijk zijn, zelfs met meer energiebesparing als het gekoppeld wordt aan verlichting met daglichtschakeling. Door slim te ontwerpen en gebruik te maken van nieuwe mogelijkheden, kan er verschil op de werkvloer gemaakt worden. Want uiteindelijk wil je toch het liefst daglicht, de buitenwereld én je beeldscherm blijven zien.”

Bron: TU Eindhoven

“Er lijkt zich een trend te ontwikkelen richting de realisatie van meer kleinschalige buurtwarmtenetten”

Op dit moment wordt in veel gemeenten gewerkt aan uitvoeringsplannen voor het aardgasvrij maken van wijken en buurten. In dit proces passeren vele technische oplossingen de revue. Ontdek in een inspiratiedocument van Uptempo! de nieuwe innovaties voor buurtwarmtenetten.

Uptempo! is onderdeel van TKI Urban Energy en ondersteunt op veel manieren de verduurzaming van Nederland. Over de aanleg van buurtwarmtenetten, schrijft Uptempo: “Er lijkt zich een trend te ontwikkelen richting de realisatie van meer kleinschalige buurtwarmtenetten. Deze warmtenetten worden vaak ontwikkeld en gerealiseerd in een samenwerking tussen gemeente, bewoner-coöperaties en een woningcorporatie. We zien deze trend niet alleen in de grote steden, maar ook in kleinere gemeenten.

Deze buurtwarmtenetten lijken niet alleen eenvoudiger en daardoor sneller te realiseren, ze kunnen ook zorgen voor een energievoorziening waarbij het belang van bewoners wordt meegenomen. Bewoners worden bij de ontwikkeling betrokken en in veel gevallen worden zij zelfs mede-eigenaar van het warmtenet.
TKI Urban Energy en Uptempo! zien genoeg aanbod van marktrijpe innovaties en willen dit aanbod graag koppelen aan de huidige initiatieven. Uiteraard kunnen de innovaties ook door woningcorporaties en particuliere verhuurders toegepast worden.

Overzicht

Uptempo! publiceerde een overzicht van marktrijpe, toepasbare innovaties voor buurtwarmtenetten. Welke integrale buurtwarmtesystemen bestaan er? En welke collectieve warmtepompen kunnen onderdeel zijn van het buurtwarmtesysteem? Hoe kan je warmte opslaan? Hoe zorg je dat de woningen die aangesloten worden goed voorbereid zijn op aansluiting? De innovaties die het antwoord op deze vragen geven, zijn gebundeld in een inspiratiedocument en afkomstig van uptempo.nu.

Uptempo.nu biedt een handzaam overzicht van de vele innovaties die van belang zijn voor de verduurzaming van woningen en ander vastgoed. De website kent inmiddels meer dan 150 innovaties en groeit nog steeds. Er kan bijvoorbeeld worden gezocht op de categorie ‘opslag warmte’, ‘collectief warmtenet’ of ‘totaalpropositie’. Op uptempo.nu ontdek je welke innovaties er bestaan en als jouw innovatie er ontbreekt, kun je deze aanmelden via de website of mail.

Download hier het inspiratiedocument met innovaties voor buurtwarmtenetten (pdf).

Paris Proof Paspoort ontmaskert gebouwen die snel in waarde kunnen dalen

Bron: Arcadis

Parijs is nog ver, is het ultieme Tour de France-cliché maar beschrijft helaas ook onze wankelmoedige houding jegens klimaatverandering. De race naar Parijs is nog niet gelopen. Sterker op veel gebieden liggen we achter op schema. Neem de verduurzaming van bedrijfsgebouwen. In 2023 moet daar de bescheiden horde van een C-label worden genomen. Maar op dit moment is slechts de helft in de buurt van dat doel. Hoe gaan we de grote sprong voorwaarts dan maken?

Wie gaat dat betalen?

De bouwsector wordt vaak als conservatief bestempeld, maar de duurzame gereedschapskist is redelijk goed gevuld. Behoudens de huidige schaarste aan personeel en materiaal, is de bouwsector klaar voor de stap voorwaarts; technisch kunnen we leveren. Maar zoals altijd gaat de kost voor de baat uit. Anders gezegd: wie gaat dat betalen?  Bij de sommige schakels in de bouwketen is de ‘betalingsbereidheid’ klein omdat het voordeel niet gezien wordt. Generaliserend: gebouweigenaren willen zoveel mogelijk rendement tegen zo laag mogelijke kosten en gebruikers willen weliswaar kwaliteit, maar ook een zo laag mogelijke huur. Aan beide kanten zit nauwelijks stimulans om duurzamer te doen. Als een eigenaar zou willen investeren in bijvoorbeeld betere isolatie dan daalt de energierekening van de huurder. Om (een deel van) de investering terug te verdienen, zal het huurcontract moeten worden opengebroken. Geen gemakkelijk gesprek.

Contract

Arcadis wil graag koploper zijn, maar ook wij ervaren regelmatig hoe moeilijk het is om als huurder in samenwerking met de verhuurder vooruit te komen. Neem ons kantoor in Amersfoort waarvoor we een meerjarenonderhoudsprogramma met een verduurzamingsplan vastlegden in een contract met de eigenaar. Helaas veranderde de afgelopen twee decennia het pand drie keer van eigenaar en moesten we die afspraken opnieuw borgen en soms zelfs heronderhandelen. Had je net groene stroom, heeft de nieuwe eigenaar een contract met een grijze kolenboer en is je CO2-footprint ineens groter in plaats van kleiner!

Paris Proof Paspoort ontmaskert stranded assets

Hoe synchroniseer je de belangen van gebouweigenaren, huurders en maatschappij? Bijvoorbeeld door de ‘staat van duurzaamheid’ onderdeel te maken van de gebouwwaarde. Nu nog wordt de prijs van een gebouw vooral bepaald door locatie, locatie, locatie, maar als je een dwingende duurzame ontwikkelingsplicht aan het gebouw vast timmert, krijg je een andere economische dynamiek. Laten we het een Paris Proof Paspoort (PPP) noemen. In dat paspoort staan de maatregelen en kosten die nodig zijn om een gebouw ‘Paris Proof’ te maken. Het Paris Proof commitment is door de Dutch Green Building Council (DGBC) enkele jaren geleden ontwikkeld samen met de markt en is op deze manier te bekrachtigen in een paspoort.  Stranded assets zijn gebouwen die snel in waarde kunnen dalen. Het PPP maakt inzichtelijk dat gebouwen met een slechte energieprestatie tot grotere investeringen verplichten dan alternatieven die energetisch up-to-date zijn. Het paspoort ontmaskert zo stranded assets. Daarmee worden duurzame gebouwen relatief (en wellicht ook absoluut) goedkoper. Voor gebouwen met een slecht paspoort geldt het omgekeerde. Dat voor- of nadeel voelt ook de huurder in zijn portemonnee, waardoor een gemeenschappelijk belang ontstaat.  Het zou mooi zijn als het PPP een openbaar kadastraal stuk wordt dat maatgevend is voor de financiering van koop en de huurwaarde.

Korte termijn denken

Een andere remmende factor is dat strengere wet en regelgeving en daaraan hangende verplichtingen te vaak met de hand op de knip worden uitgevoerd. Als je maar aan de geldende regelgeving voldoet, zit je aan de goede kant van de lijn. Dus als vijf centimeter extra dakisolatie genoeg is om Label-C binnen te halen, dan blijft het daar meestal bij. Het wetgevende systeem stimuleert niet tot ambitieuzere aanpak, eerder het omgekeerde. De gebouweigenaar die doorpakt met ‘paris proof isolatie’, investeert meer en betaalt daardoor hogere leges voor de vergunningen die standaard een percentage van de (ver)bouwsom zijn. Lagere leges en belastingen gebaseerd op hogere duurzame prestaties van een (ver)bouwplan zetten wel aan tot grootsere daden.

Coalitie Anders Huisvesten

Huurders kunnen die gewenste marktveranderingen helpen aanzwengelen. Arcadis, DGBC, MVO Nederland en Change Inc. vormen samen met een aantal andere grote bedrijven de Coalitie Anders Huisvesten. De coalitie werkt aan een (op BREEAM gebaseerd) puntensysteem voor duurzame huurwaarde. Betere duurzaamheidsprestaties van een gebouw rechtvaardigen een hogere huur. Een duurzamer gebouw leidt immers niet alleen tot lagere energiekosten maar ook tot beter welbevinden en minder ziekteverzuim. Gezondere medewerkers met een hogere arbeidsproductiviteit. On y va?