Impuls voor isolatie door voucherregeling

Bron: Duurzaam gebouwd

Met twaalf voorstellen voor een beter toegankelijk en effectiever isolatieprogramma probeert een coalitie van partijen en organisaties in politiek Den Haag steun te verwerven voor het Nationaal Isolatieprogramma. Wilma Berends, programmaleider Duurzaam Wonen bij Natuur & Milieu, geeft tekst en uitleg over de voorgestelde voucherregeling.

Aan de vooravond van Prinsjesdag (dinsdag 21 september) richten CDA, ChristenUnie en GroenLinks zich tot hun collega’s om tot een Nationaal Isolatieprogramma te komen en ook D66 en de PvdA steunen deze plannen. De Tweede Kamer heeft het afgelopen jaar hiertoe meermaals opgeroepen, maar het demissionaire kabinet zag dit tot voor kort als een taak voor het volgende kabinet. In het recente formatiestuk van Mark Rutte en Sigrid Kaag wordt isolatie wel genoemd, maar niet concreet uitgewerkt. Daar is het nu echter de hoogste tijd voor, vinden partijen als Bouwend Nederland, Techniek Nederland, Consumentenbond en Natuur & Milieu.

 

Ingewikkeld

Een fiks probleem bij de huidige regeling is de ontoegankelijkheid (met name voor lagere inkomensklassen) en de ingewikkeldheid. In het nieuwe voorstel worden de forse financiële en procedurele drempels weggenomen door de invoering van vouchers. Met deze tegoedbon kunnen huiseigenaren bij gecertificeerde bedrijven terecht, zodat ook de kwaliteit wordt gewaarborgd. En ze zijn vooraf zeker over de bijdrage. Op dit moment krijgen woningeigenaren subsidie pas achteraf, wat voor veel mensen een drempel vormt om te gaan isoleren.

“In ons voorstel worden op landelijk niveau groepen woningen gedefinieerd om aan te pakken”, aldus Berends. “Je kunt dan beginnen met woningen van voor een bepaald bouwjaar, of bijvoorbeeld hoekwoningen of appartementen. De woningeigenaren krijgen dan vouchers, zodat ze met dat tegoed hun woning kunnen gaan isoleren. Je kunt die voucher inwisselen bij marktpartijen die voldoen aan bepaalde criteria. Daarmee zorg je ook voor een kwaliteitsslag van de markt.”

“Hopelijk worden zo de slechtste woningen als eerste aangepakt, waarna stap voor stap iets beter geïsoleerde woningen aan de beurt komen. Een woning van Energielabel G naar C brengen, kost vrijwel evenveel moeite als een woning van label C naar A brengen, maar levert veel meer CO2-reductie op. Daarnaast willen we dat de laagste inkomens eventueel beroep kunnen doen op een extra regeling.”

Naast subsidie voor woningeigenaren komen ook huurders aan bod, als de verhuurder aan het verduurzamen van de woning wil meedoen. In ruil daarvoor, zo stellen de organisaties voor, moet de verhuurdersheffing worden afgeschat. Dat is toch al één van de grote wensen van de woningcorporaties.

Publieke belang

Lokale isolatieteams met voldoende (technische) deskundigheid gaan in de voorstellen woningeigenaren helpen met de keuze van de isolatiemaatregelen. Die deskundigen moeten volgens Berends het publieke belang voorop hebben staan, geen belang in een bedrijf hebben en moeten dus door de overheid betaald worden.

“Naast de vouchers moet de bestaande subsidieregeling ook simpeler en minder bureaucratisch worden. De huidige ISDE-regeling is heel erg ingewikkeld. Je moet erg goed ingevoerd zijn, als het gaat over zaken als Rc-waarden, allerlei oppervlakten en diktes. Als het Rijk de voucherregeling goed invult, word je ontzorgt door de lokale teams en door de criteria achter de regeling.”

In de voorstellen wordt, naast de bestaande ISDE-middelen, een jaarlijks subsidiebudget van 300 miljoen euro genoemd om ‘sneller, slimmer en socialer’ te gaan isoleren. Daarbij komt dan nog een onbekend bedrag voor het organiseren van het hele programma. In het voorstel staat dat het geld deels kan komen uit de reguliere Rijksbegroting en deels uit Europees geld. Zo is er voor duurzame investeringen 2 miljard euro beschikbaar van de in totaal 5,6 miljard uit het Nederlandse deel van het Europese herstelfonds.

Impuls voor isolatie door voucherregeling

Beeld van de actiedag gisteren bij het Binnenhof (foto’s: Marco de Swart, Natuur & Milieu).

Kamerdebat

“Uit de nieuwe begroting is al uitgelekt”, zo weet Berends, “dat er extra geld beschikbaar komt voor isolatie. In een Kamerdebat op 6 oktober wordt dit onderwerp hopelijk weer geagendeerd. Rutte en Kaag ondersteunen in ieder geval het belang van isoleren en het verhogen van het tempo. Voor isolatie is in de politiek heel veel draagvlak. Iedereen snapt wel dat dit voor het verduurzamen de basis is. Bovendien denken de politieke partijen hierbij niet alleen aan de klimaatdoelstellingen, maar ook aan sociale doelstellingen. Om zo mensen in slechte woningen te helpen aan meer comfort en een lagere energierekening.”

Gezien de steun van diverse grote maatschappelijke organisaties voor de nieuwe regeling klonk het maandag bij de presentatie van de voorstellen uit de mond van de betrokken politici eensgezind ‘aan de slag’.

De lijst met twaalf voorstellen luidt als volgt:

  1. Sneller: verdrievoudig het isolatietempo
  2. Slimmer: bundelen van vraag en aanbod
  3. Socialer: extra ondersteuning voor lage inkomens
  4. Benut de kracht van de lokale gemeenschap werk zo aan enthousiasme en draagvlak
  5. Lokale isolatieteams bieden maatwerk
  6. Voor vakkundige isolatie zijn vakmensen nodig
  7. Pak isolatie niet geïsoleerd aan
  8. Gezond en milieuvriendelijk isoleren
  9. Haal welstand uit de nee-stand
  10. Maak subsidies en financiering eenvoudiger en aantrekkelijker
  11. Boter bij de vis
  12. Volhouden!

Lees hier het complete manifest (pdf).

Wat maakt een gebouw echt slim?

‘Wat een gebouw echt slim maakt? Dat hangt ervan af vanuit welk perspectief je naar een gebouw kijkt. Ben je eigenaar, beheerder of gebruiker?’ René van der Vlugt, voormalig Business and Digital Transformation Lead bij Microsoft was nauw betrokken bij de transformatie van het traditionele Microsoft-kantoor op Schiphol tot een smart building. En dat smaakte naar meer. In januari 2020 richtte hij WRKPLC op. Met deze organisatie biedt hij gebouweigenaren, beheerders en ondernemers de helpende hand in de realisatie van slimme gebouwen.

‘Op dit moment werk ik in opdracht van een gebouweigenaar aan het slim maken van een gebouw aan de Zuidas. Het doel van deze -en de meeste- gebouweigena(a)r(en) is inspelen op de allerlaatste trends om hiermee een onderscheidend vastgoedportfolio te realiseren. Zeker op de Zuidas is er behoorlijk concurrentie in het aantrekken van huurders. Het bieden van een slimme werkomgeving is dus bijna een licence to operate. Het gaat allang niet meer over het verhuren van zoveel mogelijke vierkante meters aan een huurder, maar juist om het optimaliseren van de gehuurde kantoorruimte.’

In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen

‘Voor een beheerder heeft een slim gebouw vooral te maken met energiebesparing, de mate van Parisproof zijn en de mogelijkheid om de verschillen tussen prognose en daadwerkelijk verbruik te kunnen meten zodat zaken als energieverbruik en luchtvochtigheid kunnen worden geoptimaliseerd. En je hebt ook gewoon de gebruiker van een gebouw. Voor hem of haar is een gebouw pas slim als het bijdraagt aan productiviteit. Kom je gemakkelijk binnen? Is jouw werkplek comfortabel? Doen alle installaties wat ze moeten doen?

Gebouwen met potentie

René beweert dat veel zogenoemde smart buildings feitelijk nog steeds relatief dom zijn. Zeker in de periode kort na oplevering. Gebouweigenaren en -beheerders hebben vaak geen idee hoe het gebouw zich gedraagt en hoe ze het optimaal kunnen beheren. ‘Zonde, want in gebouwen die zijn uitgerust met de juiste technologische structuur zit enorm veel potentie.’

‘Het is een misverstand dat je met het plaatsen van een sensor en andere slimme toepassingen een slim gebouw creëert. Zo’n sensor is een aardige eerste stap. Het draait vervolgens om het verzamelen van data, om het inzichtelijk maken van de resultaten en om het vertalen naar acties. Is de data betrouwbaar? Kun je het interpreteren? Zijn de rapportages juist? En: wat is de locatie van de sensor? Hangt deze in de ontvangsthal of in een concentratieruimte? Door data inzichtelijk te maken, kun je bijvoorbeeld de oorzaken van de verschillen in gebruik tussen twee op het oog identieke vergaderruimtes achterhalen. Komt het door de akoestiek? Stijgt het CO2-gehalte tijdens vergaderingen te snel? Deze laatste situatie speelde bij Microsoft. Vanwege de ligging op Schiphol was een eenvoudige oplossing als het raam openen geen optie. Dat betekende dat we de functie van de ruimte moesten aanpassen. Kort door de bocht: dat is niet iets wat een sensor meet.’

De sensor is slechts het begin

‘Bij Microsoft was er sprake van een flink percentage no shows in geboekte vergaderruimtes. Het systeem koppelde een geplande vergadering automatisch aan een vergaderruimte. Ook als het een virtuele meeting was. Niets no show dus, maar incorrecte communicatie tussen de agenda en het boekingssysteem. Het zijn op zichzelf kleine aanpassingen, maar je moet ze wel integreren in het systeem. En dat is dus niet iets wat een sensor voor je doet. Daar moet je een proces voor optuigen.’

‘In een écht slim gebouw gaat het niet alleen op technologische oplossingen. Het is een totaalplaatje. Mensen willen niet werken in een omgeving waar overgebleven voedsel aan het einde van de dag wordt weggegooid. Of op een plek waar ze eerst langs de ICT-afdeling moeten wanneer ze hun huurauto -met ander kenteken- willen parkeren op de bedrijfsparkeerplaats. Of in een vergaderruimte dat nog vol staat met servies van de vorige groep. In een écht slim gebouw wordt ook hier over nagedacht.’

 

Kijkje in de toekomst

‘Er zijn meerdere trends waarlangs je de toekomst van een gebouw kunt beschrijven. Nu hebben we het voornamelijk over plaats- en tijdonafhankelijk werken. In de nabije toekomst -covid helpt het proces een handje- gaan we ook steeds vaker bedrijfsonafhankelijk werken. Grootschaliger dan nu al gebeurt dus. Dat betekent dat een gebouw niet meer één, maar meerdere huurders heeft. Dan is de vraag hoe een slim gebouw dat soort concepten gaat faciliteren. Ik verwacht bovendien dat het adaptieve vermogen van gebouwen naar gebruikers steeds groter wordt. En natuurlijk zit de grote winst van een slim gebouw ook in verduurzaming. Daar zit een groot stuk toekomstmuziek.’

Direct laten zien hoeveel jouw klanten kunnen verduurzamen

Je merkt aan alles dat de markt om verduurzamingsmaatregelen vraagt, maar waar moet je beginnen? Met de Duurzaam Verdienen Portfolio van Remeha kun je als installateur de objecten van meerdere klanten invoeren en opslaan, de potentiële verduurzaming van al die projecten in beeld brengen maar ook de voortgang ervan bewaken. Je kunt je klanten niet alleen attenderen en adviseren, maar ook in de gaten houden of en wanneer bepaalde investeringen bij natuurlijke vervangingsmomenten het meest zinvol zijn.

Direct inzicht in wat duurzaamheid oplevert

Nodig je klanten uit voor je eigen, gratis persoonlijke bedrijfsportal en adviseer hen gemakkelijk. Welke maatregel heeft de meeste impact en welke opties verdienen mijn klanten het snelste terug?

De tool geeft je een gedetailleerd overzicht met verschillende scenario’s:
– Een lijst met alle, potentiële maatregelen
– Geplande maatregelen
– Maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder
– Maatregelen die het meeste bijdragen aan verbetering van het energielabel
– Maatregelen met de grootste CO2-reductie
– Maatregelen die wettelijk erkend zijn

Om het je zo gemakkelijk mogelijk te maken sta je vanuit de tool direct in contact met Remeha voor ondersteunend advies voor offertes en alle andere vragen.

Zo werkt het Duurzaam Verdienen Portfolio

  • Voer gemakkelijk één of meerdere objecten tegelijkertijd in van al je klanten. Remeha krijgt geen inzicht in deze gegevens.
  • We halen de gegevens van het object of de objecten op bij o.a. het Kadaster
  • We tonen het energielabel én wat er jaarlijks kan worden bespaard op energiekosten en CO2-uitstoot. Er wordt automatisch inzicht in potentiële verduurzamingsmaatregelen gegenereerd per object.
  • Informeer je klant en ga samen aan de slag met het verduurzamingsplan.
  • Houdt voortgang bij per object en per klant in het portfolio.

Verduurzaming op gang brengen
“Ons primaire belang is dat we marktpartijen helpen om de verduurzaming op gang te brengen. We hebben een enorme opgave in dit land. Wij beschikken over een uitgebreid netwerk dat we graag inzetten om te helpen die opgave te halen. Met de tools bieden we iedereen handvatten en gemak; niet alleen technisch of qua investering, maar ook door duidelijk te maken of er subsidies beschikbaar zijn en wat de impact is op de CO2-uitstoot van een gebouweigenaar. Ook kunnen installateurs zien welke van onze producten – ketels, warmtepomp, zonneboilersystemen – passen bij een bepaalde oplossing die de tool voorstelt. De informatie die gebouweigenaren en installateurs invoeren, is voor ons overigens niet zichtbaar. Althans, niet specifiek per gebouw of installateur. Wat wij wel kunnen zien, is geanonimiseerde, algemene informatie. Dus we weten hoe vaak de tools worden gebruikt, welke maatregelen in het algemeen veel potentie hebben, en meer van dit soort generieke inzichten. Uiteindelijk gaat het ons erom dat die verduurzamingsmarkt op volle toeren gaat draaien. Met onze tools halen we drempels weg.”, aldus Jeroen de Vries, Commercial Operations Manager Utiliteit bij Remeha.

 

Parkeren van elektrische auto’s vraagt om strengere brandveiligheidseisen voor ondergrondse parkeergarages

Het gebruik van elektrische auto’s neemt in hoog tempo toe. Recente incidenten roepen steeds vaker de vraag op hoe brandveilig het parkeren en het elektrisch laden van deze auto’s in de ondergrondse parkeergarages zijn.

Deze ontwikkeling is zo recent, dat alle risico’s op brandgevaar nog lang niet in kaart zijn gebracht. Wel staat vast dat risico’s anders en groter zijn dan bij auto’s op fossiele brandstof en dat de huidige wet- en regelgeving hierop nog niet zijn ingericht. Parkeren en opladen van elektrische auto’s in ondergrondse parkeergarages vragen in feite om strengere brandveiligheidseisen. Toepassingen om aan die toekomstige eisen te voldoen, kunnen nu al in het ontwerp meegenomen worden. Een voorbeeld hiervan is de bouw van een ondergrondse privé-parkeergarage voor 64 parkeerplaatsen, die wordt gebouwd onder een nieuw appartementencomplex met 46 woningen in het centrum van Berlicum. Tegen het plafond van de parkeergarage zijn de sterk brandwerende Multiporplaten van Xella toegepast. Deze voldoen aan de huidige en ook aan eventuele toekomstige extra brandveiligheidseisen voor parkeergarages.

Montage Multipor

 

Speciale aandacht voor brandveiligheid

Kim van Cauter, architect van architectenbureau Echo Architectuur uit Eindhoven, is bij de nieuwbouw van het appartementencomplex in Berlicum betrokken. Hij legt uit dat bestaande parkeergarages niet ontworpen zijn voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van brandveiligheid. “Groeiend gebruik van elektrische auto’s vraagt dan ook speciale aandacht voor de brandveiligheid van parkeergarages”, zegt hij. “Technologische ontwikkelingen lopen immers voor op wet- en regelgeving. Duidelijk is wel dat er andere risico’s in een parkeergarage ontstaan als elektrische auto’s in brand vliegen, zoals enorme rookontwikkeling door brandend kunststof en smeulende accu’s. Als architect kun je bij de bouw van een parkeergarage al rekening houden met mogelijke brandveiligheidsmaatregelingen”, licht Cauter toe. Volgens het huidige Bouwbesluit moet een parkeergarage compartimenten bevatten.

Brandcompartiment

Op dit moment wordt in Nederland volop discussie gevoerd over hoe de brandveiligheidseisen van parkeergarages aangescherpt moeten worden. Duidelijk is dat een compartiment van 1000m2 60 minuten brandwerend moet zijn. Bij grotere garages is de regelgeving voor brandveilige parkeergarages minder duidelijk. “Bij deze parkeergarage in Berlicum, die alleen door de bewoners wordt gebruikt, hebben we ingezet op brandbeheersing van een eventuele branduitbraak. Vandaar dat deze garage is opgedeeld in twee compartimenten van 1000m2”. Op aanraden van Van Cauter is gekozen voor Multipor. Deze cellenbetonplaten zijn met name geschikt in constructies met bijzondere brandveiligheidseisen.

Parkeergarage met een brandwerend Multipor plafond

 

Brandveiligheidseisen

Tim Kornuijt is als construction supervisor vanuit Xella nauw betrokken bij de nieuwbouw van dit appartementencomplex in hartje Berlicum. De parkeergarage voor de bewoners maakt onderdeel uit van dit project. In de plint wordt een commerciële ruimte voor winkels met een oppervlakte van 2500m2 gerealiseerd. Kornuijt legt uit dat Multipor een ultralicht, natuurlijk isolatiemateriaal is, gemaakt van kalk, cement, zand en water. “Deze cellenbetonplaten zijn zeer akoestisch en thermisch isolerend en hebben een zuivere minerale samenstelling. Ze bevatten geen vezels of kunststoffen”, legt hij uit. “Multipor en de speciale Multiporlijmmortel waarmee we de platen bevestigen, zijn onbrandbaar.” De platen behoren tot brandklasse A1 en de lijmmortel tot klasse A2 conform EN 13501-1. De materialen verspreiden bij brand geen schadelijke gassen, ook niet bij extreem hoge temperaturen. “Multipor draagt ook sterk bij aan de brandwerendheid van de winkels en de appartementen boven de parkeergarage. Het materiaal is dus heel geschikt voor parkeergarages”, legt hij uit.

Complex ‘Aan het plein’ in Berlicum, foto Aannemersbedrijf Hoes

 

Meerdere Xella-toepassingen

Tino van der Velden is projectleider bij Van der Heijden bouw en ontwikkeling uit Schaijk, de hoofdaannemer van het nieuwe appartementencomplex in Berlicum. Van der Velden vertelt dat voor dit omvangrijke nieuwbouwproject naast Multipor ook andere bouwmaterialen van Xella zijn toegepast. “Voor de binnenspouwbladen en dragende woningscheidende wanden in de appartementen hebben we de Silka elementen geplaatst. De niet-dragende binnenwanden van de appartementen zijn uitgevoerd in Ytong binnenwanden.” Van der Velden geeft aan dat met deze toepassingen snel gebouwd kan worden. “Bij Van der Heijden geloven we dat bouwen ook anders kan. We zijn daarom altijd op zoek naar manieren om slimmer, sneller en beter te bouwen.” Het bouwtempo van dit appartementencomplex ligt op vijftien dagen per bouwlaag van vijftien appartementen, die zijn verdeeld over drie batches van vijf appartementen. Het woningbouwproject ligt pal aan het belangrijkste plein in Berlicum. Van der Velden: “We hebben met een forse logistieke uitdaging te maken om het vele bouwverkeer van en naar het plein in goede banen te leiden. De opslagruimte voor bouwmaterialen is beperkt. Dat betekent dus dat we met onze bouwpartners strikte afspraken hebben gemaakt om de bouwmaterialen just in time op de bouw aangeleverd te krijgen. Dat is perfect gelukt”, geeft hij aan. “De bouwmaterialen van Xella worden bij elke levering, precies op tijd op de juiste plek aangeleverd, zodat we er direct mee aan de slag kunnen. Dat werkt voor een aannemer bijzonder prettig”, aldus Van der Velden.

Het appartementencomplex met parkeergarage en winkelruimtes worden in januari 2021 opgeleverd.

 

Bron: Xella

 

 

Bedrijven gaan warmte, kou en stroom uitwisselen in Amsterdam

Essent start vandaag met Essent Energy Infrastructure Solutions (EIS). Met deze divisie bouwt, beheert en bezit Essent duurzame energieoplossingen en integreert deze in een geoptimaliseerd energiesysteem. Zo wil het energiebedrijf duurzame gebiedsontwikkeling in wijken, steden en industrieterreinen versnellen en een oplossing bieden voor het netcongestieprobleem in Nederland.

Energietransitie versnellen

Stephan Segbers, COO van Essent, plaatst de introductie van het integrale energiesysteem binnen het bredere kader van de duurzame strategie van Essent: “Als grootste energieleverancier van Nederland ontwikkelt Essent duurzame, slimme energie-oplossingen, waarmee de noodzakelijke energietransitie stap-voor-stap vanaf vandaag praktisch gerealiseerd wordt. Met Essent Energy Infrastructure Solutions brengen we een overkoepelende, innovatieve oplossing op de markt. Zo kunnen we de energietransitie in de gebouwde omgeving, de industrie en mobiliteit versnellen op weg naar 2050. In 2030 willen we met EIS de grootste zijn in duurzame gebiedsontwikkeling.”

Volgens Patrick Lammers, bestuurder bij E.ON, het moederbedrijf van Essent, brengt EIS alles samen wat E.ON internationaal op het gebied van intelligente energieoplossingen heeft ontwikkeld en nu gereed is voor toepassing in Nederland.

Met EIS leveren we de beste oplossing voor onze klanten en kunnen we onze rol als Europese voorhoedespeler in de energiemarkt versterken.

Integraal energiesysteem

Essent EIS biedt een op maat gemaakt energiesysteem dat de meest kostenefficiënte en duurzame technieken intelligent combineert. Van de productie, levering en opslag van duurzame warmte en koude, zonnepanelen en laadinfrastructuur tot batterijen en waterstofoplossingen.

Voor de warmte- en koudevoorziening van het systeem maakt Essent gebruik van ectogridTM, een intelligente infrastructuur ontwikkeld door moederbedrijf E.ON. Dit innovatieve systeem verbindt verschillende gebruikers in een gebied en zorgt voor uitwisseling van (lokaal aanwezige) warmte en koude. Het werkt op dezelfde temperatuur als de omgeving, waardoor er geen sprake is distributieverlies. Afhankelijk van de vraag kan het systeem de temperatuur aanpassen door slim gebruik van warmtepompen, koelapparaten en opslag.

Een unieke digitale laag, ectocloudTM, integreert alle energiestromen. Van verwarming, koeling, opslag, elektriciteitsproductie en -gebruik voor transport. De geavanceerde software stuurt het hele systeem intelligent aan met data uit het systeem, zelflerende algoritmes en met gegevens over de energiebehoefte van gebruikers, het weer, lokale energieproductie of energieprijzen. Zo zorgt het dat het energiesysteem optimaal functioneert.

Door de integrale benadering van het systeem vermindert het energieverbruik, de energiekosten en de CO2-uitstoot van een gebied, zoals een buurt, wijk, stad of industrieterrein. Uit eerdere projecten van Essent-moeder E.ON is gebleken dat efficiëntieverhogingen tot maar liefst 80 procent qua energieverbruik mogelijk zijn.

Met EIS neemt Essent de complexiteit van het energiesysteem in duurzame gebiedsontwikkelingen weg. Essent EIS is geschikt voor buurten, wijken en zelfs hele steden en is goed te combineren met bestaande energie-infrastructuren zoals aardgasnetten of stadsverwarming. Door de modulaire opbouw kan het systeem op korte termijn en kleinschalig beginnen en over de tijd heen uitgebreid worden.

CLIC

Het eerste project van de nieuwe bedrijfstak van Essent is de gebiedsontwikkeling CLIC (City Logistics Innovation Campus) in Badhoevedorp. In dit ambitieuze project voor duurzame stadslogistiek gaan Essent en ontwikkelaar Somerset Capital Partners werken aan het ontwerp van een uniek geïntegreerd energiesysteem. Robert Kreeft, projectmanager van CLIC: “Duurzame energie is een essentieel onderdeel van de duurzame bevoorrading van onze steden met nieuwe oplossingen voor stadslogistiek. In CLIC worden voor het eerst ter wereld zó veel verschillende energiefunctionaliteiten aan elkaar gekoppeld en geoptimaliseerd. 20 gebouwen, 120.000m2 en een combinatie van warmte, koude, zonnepanelen, elektrisch vervoer en batterijopslag. We zijn trots dat dankzij de samenwerking met Essent ook wat betreft energielevering koploper kan worden in de ontwikkeling van de stadslogistiek van de toekomst.”

*Uit eerdere projecten van Essent-moeder E.ON is gebleken dat efficiëntieverhogingen tot 80 procent qua energieverbruik en verlaging van de energierekening van 20% mogelijk zijn.

 

Remeha werkt aan BENG en TO-juli

Zonnepanelen Oranjedak

1 januari 2021 is de EPC-regeling vervangen door BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dat is een grote stap voorwaarts als het gaat om het terugdringen van de CO2-uitstoot en transparantie in het realiseren daarvan. Iedereen die zich bezighoudt met bouwen is verantwoordelijk en kan een steentje bijdragen aan BENG. Sterker: alleen als alle betrokkenen samenwerken kunnen we BENG optimaal toepassen.

BENG doe je samen!

Iedereen, van stedenbouwkundige en architect tot ontwikkelaar en installateur, draagt verantwoordelijkheid als het om BENG gaat. Talloze factoren bepalen of een gebouw al dan niet BENG is. Op verschillende van die factoren oefen je met oplossingen en producten van Remeha invloed uit. Tegelijk met BENG trad een nieuwe indicator die het risico op temperatuuroverschrijding binnen een woning aangeeft in werking: TO-juli. Die kennis moet leiden tot een vermindering van het risico op temperatuuroverschrijding.

BENG in het kort

BENG kent drie afzonderlijke indicaties.

  • BENG 1: energiebehoefte van het gebouw (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). De energiebehoefte geeft aan wat de energiezuinigheid is van een gebouw. Dan draait het om verwarming en koeling, ongeacht de installaties – het casco telt. Isolatie, stand ten opzichte van de zon en ventilatie hebben ook invloed op de energiezuinigheid
  • BENG 2: primair (fossiele) energiegebruik (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). Het vooraf berekende gebruik van fossiele energie moet worden beperkt. De hoogte van de reductie is afhankelijk van het woningtype
  • BENG 3: aandeel hernieuwbare energie in procenten. Hernieuwbare energie moet optimaal worden benut, denk hierbij aan zonnepanelen

Berekeningsmethode NTA8800

Om te bepalen of een nieuwe woning aan de BENG-eisen voldoet is een berekeningsmethode ontwikkeld. De methode is vastgelegd in de NTA8800. BENG geldt uitsluitend voor nieuwbouw, maar met deze methode is het mogelijk om de energieprestatie van nieuwe en van bestaande woning- en utiliteitsbouw vast te stellen.

Lees meer over de Energieprestatie indicatoren

 

Energiezuinig en meer comfort

BENG is in het leven geroepen om duurzamer te kunnen bouwen en wonen. Met deze regeling is er meer aandacht voor de energiezuinigheid van het casco en is er minder ruimte voor minder zuinigere woningen. Dat leidt tot een toename van de regels en de kans is reëel dat de initiële bouwkosten stijgen. Daar staat tegenover dat het gebruikscomfort toeneemt. Bovendien kan een huis dat voldoet aan BENG een hogere marktwaarde hebben.

Voorkomen van temperatuuroverschrijding

Vanwege de optimale isolatie in woningen wordt het steeds belangrijker dat koeling en ventilatie in orde zijn. Om dat uitgangspunt in goede banen te leiden is tegelijk met BENG de indicator TO-juli van kracht geworden. Dat geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Hoe lager de uitkomst, hoe lager het risico. Het gebouwontwerp, ligging ten opzichte van de zon en materiaalgebruik hebben invloed op TO-juli. Remeha kan hierbij ook een rol spelen. Met een Remeha warmtepomp met koeling voldoet de woning aan de TO-juli grens. Grondgekoppelde warmtepompen zijn bovendien gunstig voor BENG 2 en 3. Een keuze voor luchtwater warmtepompen betekent dat het mogelijke extra verbruik van de koeling gecompenseerd moeten worden door extra zonnepanelen.

 

Wat doet Remeha?

Bij BENG draait het dus om het verminderen van de energiebehoefte van woningen, beperking van gebruik van fossiele energie en het gebruiken van hernieuwbare energie. Op welke manier ondersteunt Remeha je bij het realiseren van BENG? Natuurlijk voldoen alle Remeha all-electric warmtepompen aan de nieuwe regelgeving. Dat is bovendien vastgelegd in kwaliteitsverklaringen. Daarnaast zijn de producten goed vindbaar in BENG-softwarepakketten zodat de toepassing van Remeha producten soepel verloopt. De warmtepompen van Remeha die actief koelen, dragen bij aan de beperking van het risico op temperatuuroverschrijding. En vanzelfsprekend ondersteunt Remeha zijn relaties altijd met maatwerkadvies.

Van product tot regie

Wat kunnen we op dit moment doen? All-electric warmtepompen van Remeha dragen nadrukkelijk bij aan het realiseren van BENG. De precieze rol is afhankelijk van de situatie en andere specifieke aspecten van de nieuwbouw. Naast innovatieve producten en doordachte oplossingen hebben we specialisten die adviseren, werk uit handen nemen en zelfs de regie rondom het realiseren van BENG als het gaat om de aspecten verwarming en koeling volledig kunnen overnemen. Alleen samen behalen we de meest optimale resultaten.

 

Webinar BENG en TO-juli 16 september

Wil je meer weten over BENG? Schrijf je dan in voor het BENG en TO-juli webinar op 16 september: https://control.yourwebinar.nl/webinars/subscribe/ytobud/

 

Energiebesparende verbouwingen, hoe doe je dat?

Energielabel regels

Energielabel

Indien u een bedrijfspand wilt verhuren of verkopen is een energielabel vaak verplicht! Het zakelijke energielabel informeert een koper of huurder over het energieverbruik van bedrijfs-onroerend goed. Daarnaast geeft dit label de mogelijke energiebesparende maatregelen weer. Een energielabel is 10 jaar geldig en worden afgegeven door BRL- gecertificeerde energieadviseurs. Gebouwen waar mogelijk een energielabel geëist wordt zijn scholen, horeca, sporthallen, ziekenhuizen, horecapanden, kantoorpanden, winkelruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Energiebesparende verbouwingen bedrijfspanden

Energiemanagement

Natuurlijk wilt u een zo duurzaam mogelijk bedrijfspand. Maar wat kost het en wat zijn de energiebesparende voordelen? Naast dat de bewustwording van de gebruiker belangrijk is, kan de eigenaar van het bedrijfspand veel duurzame maatregelen nemen. De drie grootste energieverbruikers zijn verwarming, ventilatie en verlichting. Het is logisch dat wanneer u de gloeilampen vervangt door spaarlampen en tochtstrips aanbrengt op de deuren u een besparing zult doen. Maar zowel uw bedrijfspand als de aanwezige apparatuur en installaties hebben de grootste invloed op uw energieverbruik. Het is dan ook raadzaam om voor de energiebesparende mogelijkheden binnen deze systemen advies in te winnen bij gespecialiseerde bedrijven.

EIA (Energie investeringsaftrek)

Bij nieuwbouw of renovatie van een bedrijfspand is vaak subsidie mogelijk. Naast lokale subsidies zijn er ook landelijke subsidieregelingen en de fiscale maatregelen. Deze zijn beschreven op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Zie bijvoorbeeld een overzicht van de nieuwste bepalingen bij duurzame verbouwingen. Energiebesparende verbouwingen bedrijfspanden

Wil je meer weten over energie besparende verbouwingen? Lees hier meer!

Lees hier zo hoe duurzame energiesystemen kansen bieden voor Nederlandse vastgoed professionals.

Verduurzaming winkels komt niet op gang

Bron: Colliers

De verduurzaming van winkels in Nederland komt nauwelijks van de grond. Energielabels ontbreken massaal en het energieverbruik is nog veel te hoog om de doelen uit het klimaatakkoord te behalen. Ook is er geen dwingende wetgeving vanuit de overheid, waardoor vastgoedeigenaren en winkeliers niet in actie komen. Hiervoor spraken wij met winkeleigenaren die 15% van het winkeloppervlak vertegenwoordigen.

Bijna 70% van alle winkelruimte heeft geen energielabel, terwijl de eigenaar zijn winkel niet zonder dit certificaat mag verhuren of verkopen,

zegt duurzaamheidsexpert Jeroen Bloemers van Colliers. “Het gaat om meer dan 27 miljoen vierkante meter aan ongelabelde winkelruimte verspreid over het land, ongeveer 4.000 voetbalvelden.”

Zaanstad en Utrecht koploper

Zaanstad en Utrecht zijn de groenste winkelsteden van de 25 grootste gemeenten. Daar heeft een derde van het winkeloppervlak een A-label. Het Zaanse stadshart is de afgelopen twintig jaar vernieuwd, waardoor de gemeente een grote slag heeft geslagen. De Domstad profiteert van de herontwikkeling van Hoog Catharijne en het moderne Leidsche Rijn Centrum.

In Haarlem en Maastricht heeft slecht 15% het hoogste label. “Deze steden hebben veel monumenten, waarvoor geen labelverplichting geldt”, vertelt Bloemers. “Omdat eigenaren vaak weinig aan de buitenkant mogen veranderen en een spouwmuur ontbreekt, is het verduurzamen een grote uitdaging. Een labelplicht zou helpen om beter inzicht te krijgen in de omvang van deze opgave.”

Geen urgentie bij eigenaren

Energielabels vertellen slechts een deel van het verhaal. Het verminderen van het energieverbruik is cruciaal om de klimaatdoelen te halen. Voor 2050 moet de consumptie met de helft omlaag. Vooralsnog staat verduurzaming niet hoog op de agenda bij winkeleigenaren. Twee derde heeft nog geen ambitie geformuleerd en ook de intrinsieke motivatie om te vergroenen is er niet altijd.

Institutionele beleggers zien zichzelf als voortrekker. Zij hebben de winkels vaak langer in bezit en kijken verder vooruit. Daarnaast eisen hun aandeelhouders meer duurzaamheid. Voor private-equitypartijen is dat anders. Zij kijken naar de potentiële kopers van hun vastgoed. Verhogen zij hun eisen, dan volgt private equity pas. Particuliere eigenaren zijn het minst bezig met verduurzaming en hebben nauwelijks vergaande plannen. Investeringen beperken zich nu vaak tot ingrepen met een korte terugverdientijd zoals ledverlichting.

Weinig druk om te verduurzamen

Voor kantoren is vanaf 2023 minimaal energielabel C verplicht anders dreigt sluiting. Voor winkels is zo’n maatregel er niet. ”Om de verduurzaming op gang te brengen is het essentieel dat de overheid snel richtlijnen voor de sector opstelt. Dat schept duidelijkheid, waardoor marktpartijen koers kunnen bepalen”, zegt Bloemers.

Ook winkeliers ervaren geen druk om hun winkel te vergroenen. De consument heeft vooral oog voor de duurzaamheid van het product en niet in welke winkel ze het aanschaffen. Het verminderen van het energieverbruik voor verwarming en koeling door bijvoorbeeld openstaande deuren heeft daarom geen prioriteit.

Samenwerking nodig

Voor een succesvolle verduurzaming is samenwerking tussen eigenaar en huurder noodzakelijk. Eigenaren van winkelcentra hebben controle over de algemene ruimten. Achter de winkelpui is het de taak van de winkelier. Ruim een derde van de eigenaren is inmiddels in gesprek met de huurder over een gezamenlijke aanpak. Alleen is verduurzaming voor de kleinere, lokale winkelier nog niet top-of-mind. Zij zijn vooral gefocust op het draaiend houden van hun bedrijf. “Uitstel is geen optie meer. Het klimaatrapport van de Verenigde Naties, laat zien dat er snel dwingende maatregelen nodig zijn. Er is letterlijk werk aan de winkel.”

Regels en tips energiebesparende verbouwingen van bedrijfspanden

Energiebesparende verbouwingen

Indien u een bedrijfspand wilt verhuren of verkopen is een energielabel verplicht! Het zakelijke energielabel informeert een koper of huurder over het energieverbruik van bedrijfs-onroerend goed. Daarnaast geeft dit label de mogelijke energiebesparende maatregelen weer. Een energielabel is 10 jaar geldig en worden afgegeven door BRL- gecertificeerde energieadviseurs. Gebouwen waar een energielabel geëist wordt zijn scholen, horeca, sporthallen, ziekenhuizen, horecapanden, kantoorpanden, winkelruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Energiebesparende verbouwingen

 

Energiemanagement

Natuurlijk wilt u een zo duurzaam mogelijk bedrijfspand.  Maar wat kost het en wat levert het op? Naast dat de bewustwording van de gebruiker belangrijk is kan de eigenaar van het bedrijfspand veel duurzame maatregelen nemen. De drie grootste energieverbruikers zijn verwarming, ventilatie en verlichting. Het is logisch dat wanneer u de gloeilampen vervangt door spaarlampen en tochtstrips aanbrengt op de deuren u een besparing zult doen. Maar zowel uw bedrijfspand als de aanwezige apparatuur en installaties hebben de grootste invloed op uw energieverbruik. Het is dan ook raadzaam om voor de energiebesparende mogelijkheden binnen deze systemen advies in te winnen bij gespecialiseerde bedrijven.

Eco Energy Service

Eco Energy Service voorziet in het onderhoud van de technische installaties van commercieel vastgoed en is gespecialiseerd in de nieuwste en duurzaamste technieken. Eco Energy Service adviseert in het energie(besparings)beleid aan de hand van een duurzaam investeringsplan. Eco Energy Service kijkt goed naar de terugverdientijd en is op de hoogte van eventuele geldende subsidies.

 

EIA (Energie investeringsaftrek)

Bij nieuwbouw of renovatie van een bedrijfspand is subsidie vaak mogelijk. Naast lokale subsidies zijn er ook landelijke subsidieregelingen en de fiscale maatregelen. Deze zijn beschreven op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Energiebesparende verbouwingen

 

Lees verder over het programma van eisen bij een verbouwen of renoveren.