Energielabel plichtig bij verkoop of verhuur?

Energielabel regels

Op het moment dat er voor een (utiliteits)gebouw een transactie plaatsvindt (verhuur, verkoop of oplevermoment), dient er een energielabel te worden overhandigd. Het energielabel is sinds 2008 verplicht bij gebouwen met de volgende gebruiksfuncties of een combinatie hiervan: Energielabel regels

  • Kantoor;
  • Gezondheidszorg (klinisch en niet-klinisch);
  • Bijeenkomst;
  • Onderwijs;
  • Sport (verwarmd en matig verwarmd);
  • Logies;
  • Cel;
  • Winkel;

Gebouwen met alleen een industriefunctie zijn niet energielabelplichtig. Is in dit gebouw nog een andere functie aanwezig die hier wel onder valt, dan geldt alleen een verplichting voor de label plichtige delen als het gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m2. Dit kan bijvoorbeeld een kantoorruimte zijn in een industriehal. Energielabel regels

Uitzonderingen zijn:

  • Monumenten volgens de monumentenwet of provinciale of gemeentelijke verordening;
  • Alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m2;
  • Een gebouw waar erediensten en/of religieuze activiteiten plaats vinden (kerk/moskee);
  • Een gebouw dat onteigend is en zal worden gesloopt;
  • Een tijdelijk gebouw met een gebruiksduur van maximaal 2 jaar;
  • Een gebouw waar geen energie wordt gebruikt om het binnenklimaat te regelen (hut/gite).

Er kan alleen een energielabel worden aangevraagd als dit gebouw BAG geregistreerd is. Er is namelijk een VBO-ID nodig. Daarnaast moet een gecertificeerde EPA-adviseur een Energie-Index opstellen.

Onderstaande site, geeft u meer informatie en uitleg:

https://www.rvo.nl/onderwerpen…

Een energielabel is maximaal 10 jaar geldig, dus de energie labels uit 2008 zullen binnenkort verlopen!

Het is raadzaam om zo snel mogelijk te beginnen met de maatregelen. De energieadviseur geeft u na de werkzaamheden een nieuw label en meldt u af bij de overheid.

 

Lees verder over hoe u de energiekosten per m2 berekent van uw bedrijfspand

 

‘Vermogende families en buitenlandse partijen grootste investeerders zonnepanelen’

PGGM project Strukton Worksphere

Vermogende families en buitenlandse partijen zijn de grootste investeerders in zonnepanelen. De familie Brenninkmeijer is de grootste eigenaar van zonnepanelen in Nederland, zo blijkt uit onderzoek naar subsidiestromen door de Volkskrant.

In Nederland kan voor de productie van duurzame energie subsidie worden aangevraagd. Deze regeling heet Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) en heeft miljarden in kas. De informatie over SDE-subsidies is openbaar. De Volkskrant heeft alle 37 duizend aanvragen voor zonne-energie geanalyseerd om te bekijken wie de grootste spelers zijn.

Van de 16,9 miljard euro voor zonnepanelen is 3,8 miljard gereserveerd voor tien grote bedrijven. De allergrootste investeerder is het bedrijf Sunrock, van de familie Brenninkmeijer. Ook de familie Fentener van Vlissingen staat in de top-10. Het Duitse bedrijf Blue Elephant bezit eveneens veel zonneparken, net als De Duitse multinational Bay Wa, dat het bedrijf GroenLeven bezit.

Bron: ANP

Servicekosten en de stijgende gas- en energietarieven. Wat te doen bij hoge inflatie?

Hoe voorkom je als verhuurder van bedrijfsruimte dat je straks voor verrassingen komt te staan met de toenemende energie- en gastarieven in relatie tot de servicekosten? In dit artikel gaat Maartje Dekker van Rensen Advocaten hierop in.

 

Servicekosten

Onder de servicekosten vallen bijkomende leveringen en diensten zoals de levering van energie en gas. Wat wordt er geleverd en hoeveel gaat dat kosten? Een huurder en verhuurder moeten het daarover eens zijn. Dit wordt in de huurovereenkomst vastgelegd. Specificeer de verschillende leveringen en diensten dus altijd duidelijk.

 

Het risico van een vaste vergoeding

Je kunt een vaste vergoeding afspreken voor de levering van gas en energie. Daaraan zul je dan ook afspraken moeten koppelen over de mogelijkheid om deze vergoeding te verhogen als de tarieven van leveranciers wijzigen. Bijvoorbeeld de afspraak dat een verhoging met een maximaal percentage per jaar mogelijk is. In een tijd als deze zal een afspraak over een vaste vergoeding echter flink tegen kunnen gaan vallen. Met snel stijgende prijzen neemt de kans toe dat de overeengekomen vergoeding en jaarlijkse verhoging niet de kosten dekt terwijl je wel voor de levering van gas en energie moet zorgen. Kortom: je loopt een risico. Of deze afspraken gewijzigd kunnen worden wegens onvoorziene omstandigheden (vergelijk de huurkorting wegens corona) is maar de vraag. Het zal niet snel het geval zijn verwacht ik. De praktijk zal dat moeten gaan uitwijzen.

 

Periodieke voorschotten

Het is dan ook gebruikelijker om te werken met voorschotten die periodiek worden afgerekend. Hoe er afgerekend moet worden en binnen welke termijn, staat meestal nauwkeurig beschreven in de algemene bepalingen (algemene huurvoorwaarden). Ook staat in de algemene bepalingen vaak iets over het aanpassen van het voorschot. Het voorschot wordt bij aanvang van de huurovereenkomst tussen partijen overeengekomen. Over de hoogte van het voorschot moet je het dus eens zijn met elkaar. Dat betekent ook dat het voorschotbedrag niet eenzijdig gewijzigd kan worden, behalve als daar afspraken over gemaakt zijn. Zo staat in de huidige algemene bepalingen van de ROZ bijvoorbeeld dat verhuurder het recht heeft om het voorschot van door hem geleverde zaken of diensten tussentijds aan te passen aan de door hem verwachte kosten.[1] Als er zo’n afspraak is gemaakt, heeft een verhuurder dus de mogelijkheid om bij (o.a.) stijgende tarieven van energie en gas het voorschotbedrag aan te passen om zo het debiteurenrisico zo klein mogelijk te maken.

 

Tips en checks

Als dus gekeken wordt naar de stijgende gas- en energietarieven dan moet je het volgende nagaan:

  1. Check eerst goed de huurovereenkomst en de algemene bepalingen
  2. Is er een vast bedrag aan servicekosten overeengekomen of een voorschot
  3. En als er een voorschot is overeengekomen: is er een afspraak gemaakt over het eenzijdig kunnen wijzigen van dit voorschot?

Als het voorschot eenzijdig verhoogd kan worden dan raad ik aan dat schriftelijk en gemotiveerd te voldoen. Als het voorschot alleen in overeenstemming verhoogd kan worden dan is een goede motivering óók belangrijk om de huurder over de streep te trekken. Een huurder zal vaak ook belang hebben bij het spreiden van de pijn. Want hoe dan ook worden de kosten achteraf verrekend met de huurder.

Zorg er verder sowieso altijd voor bij aanvang van de huurovereenkomst dat het overeengekomen voorschot reëel is. Als het bedrag veel te laag is en een huurder bij de eindafrekening onaangenaam verrast wordt, bestaat het risico dat de huurder zich beroept op dwaling en de huurovereenkomst vernietigt.

Check verder regelmatig of de contracten met de leverancier nog adequaat zijn.

  • Zijn er betere alternatieven?
  • Is het verbruik van een huurder ver beneden de gecontracteerde capaciteit?

Als je de contracten met een leverancier niet regelmatig tegen het licht houdt, loop je het risico dat een huurder met succes schadevergoeding kan vorderen. Uit rechtspraak volgt wel dat een verhuurder niet elke dag op zoek hoeft te gaan naar de voor de huurder voordeligste aanbieding, maar dat wel af en toe moet doen. Van een verhuurder kan worden verlangd dat hij het kostenniveau van geleverde diensten periodiek toetst.

Deze blog is geschreven door Maartje Dekker van Rensen Advocaten. Zij is specialist huurrecht en staat in haar praktijk vooral professionele verhuurders bij.

 

CBRE: Nederlandse kantoren naderen belangrijk klimaatstation

Afgelopen week publiceerde CBRE het onderzoeksrapport ‘Nederlandse kantoren naderen belangrijk klimaatstation’, waarbij is onderzocht hoe het landelijk én per stad zit met de energielabel-C verplichting. Landelijk gezien voldoet ruim 58% van de voorraad aan de labelverplichting, maar de verschillen tussen de Randstad en de rest van het land zijn groot. Het merendeel van de gemeenten houdt er een coulante handhaving op na, alhoewel dit per gemeente kan verschillen.

Belangrijker, verandering zou niet door wetgeving of handhaving moeten komen, maar vanuit de markt. Deze regelgeving is een horde naar een veel groter doel: Paris-proof in 2050. Gebouwgebonden CO₂-uitstoot en energieverbruik zijn daarbij belangrijkere graadmeters dan de huidige energielabels.

Gebouweigenaren kunnen het heft in eigen handen nemen door een roadmap met de natuurlijke renovatiemomenten tot 2050 op te stellen en die te koppelen aan verduurzaming in plaats van horde voor horde te nemen.

Amsterdam

Inmiddels voldoen zowat alle grotere kantoorruimtes (> 10.000 m²) in Amsterdam aan de energielabel C-verplichting. Gebouwen die tot voor kort nog niet voldeden, worden nu – of zijn onlangs – grootschalig gerenoveerd. Voor het deel van de voorraad dat nu niet voldoet (ruim 810.000 m²), geldt voor 135.000  m² een ander toekomstplan. Deze kantoorruimte wordt in de komende periode óf getransformeerd óf grootschalig gerenoveerd. Voor meer dan 15% van de niet-duurzame voorraad is dus al een oplossing gevonden voordat er nieuwe wetgeving intreedt.

Rotterdam

Hoewel Rotterdam een relatief verouderd kantoorbestand heeft, presteert de havenstad bovenmatig goed met oog op de nadere energielabelverplichting. Verreweg het merendeel (84%) van de totale voorraad voldoet nu al aan de C-criteria en 53% van de voorraad heeft zelfs een A-label of beter – overigens wel een handje geholpen door stadsverwarming.

Den Haag

Bijna 86% van de voorraad is klaar voor nieuwe wetgeving, inclusief een flinke voorraad kantoren zonder C-label-verplichting vanwege een monumentale status (16%). Zo’n 9% heeft nu een D-label of slechter, terwijl ca. 5% überhaupt geen geldig label heeft. De trek naar het central business district, in combinatie met een zeer smalle ontwikkelpijplijn, maakt grootschalige moderne kantoorruimte behoorlijk schaars. Met een leegstandsniveau van minder dan 4% (onder het frictieniveau) heeft Den Haag amper ‘schuifruimte’. Ingrijpende renovaties zijn uitdagend, want tijdelijke huisvesting die aan de eisen voldoet en met een goede ov-bereikbaarheid is moeilijk te vinden.

Utrecht

Van de 25 gemeenten met de grootste kantorenvoorraad, is Utrecht de duurzaamheidskoploper. Ruim 93% van de kantoren is er klaar voor nieuwe wetgeving en bijna 64% heeft zelfs een A-label, of beter. Slechts 3,6% moet het met een ‘D’ of lager stellen, en 3% heeft op dit moment nog helemaal geen energielabel.

Eindhoven

Eindhoven is een middenmoter in de verduurzaming van de kantorenmarkt. Afgezet tegen het totale aantal beschikbare vierkante kantoormeters, staat de ‘lichtstad’ op plek 13 in de nationale top 25. Bijna 81% van de voorraad voldoet aan label-C en is dus klaar voor de nieuwe wetgeving. 48% hiervan heeft zelfs een A-label, of beter. Daar staat wel een flink aandeel tegenover met een D-label, of slechter (ruim 13%). Bijna 6% van de voorraad heeft helemaal geen geldig energielabel.

Zwolle

De Zwolse kantorenmarkt zit onder in de middenmoot als het gaat om de label C-verplichting. Van de 25 grootste kantorensteden staat Zwolle op plek 15. Op dit moment voldoet 12,2% van het kantoorvolume niet aan de verplichting, en voor nog eens 9,3% is dit onzeker. Dit betekent dat bijna een kwart van de kantoormeters momenteel de wettelijke norm niet zal halen en vanaf 2023 mogelijk sluiting riskeert.

 

Klik hier om het volledige rapport te lezen.

DGBC geeft taxateurs handleiding bij energielabel C-plicht kantoren

De marktwaarde van veel kantoren komt onder druk te staan want per 1 januari 2023 moet bijna alle kantoorvastgoed minimaal energielabel C hebben. Dit gaat gevolgen hebben voor de waarde, maar welke en hoeveel?

Om dergelijke vragen beter te beantwoorden, komt DGBC met een handreiking voor taxateurs. 54% van de kantoren is nog niet zo ver dat het een energielabel C heeft. Ruwweg 4 op de 10 kantoren heeft zelfs nog geen energielabel.

Concrete gevolgen

Er is alle reden om duurzaamheid te laten meetellen bij de taxatie. Eigenaren en huurders van kantoren kunnen al snel te maken krijgen met grote en concrete gevolgen, als het kantoor een energielabel D of slechter heeft. Het Bouwbesluit verbiedt immers per 1 januari 2023 om zo’n kantoorgebouw “in gebruik te nemen of te gebruiken”.

Met de DGBC-handreiking kan de taxateur beter omgaan met kantoren die niet voldoen aan de energielabel C-wetgeving. Ook kan hij hiermee beter inschatten welke mogelijkheden er zijn om alsnog label C (of beter) te halen en welke investeringen dat vergt.

Meer dan label

De handreiking geeft concrete casussen en rekenvoorbeelden, somt mogelijke duurzaamheidsmaatregelen op (en de bijbehorende investeringen plus CO2-reducties), ook verwijst de handreiking naar diverse handige websites en publicaties, zoals de Sectorale Routekaart kantoren van DGBC.

Maar duurzaamheid van vastgoed hangt van meer af dan alleen het energielabel. Steeds vaker gaat het over ESG-prestaties; diverse onderzoeken wijzen op een toenemende invloed van ESG op huurdersgedrag en zoekvragen. Daarom houdt deze handreiking ook rekening met dit soort duurzaamheidsaspecten in de taxatie.

Duurzaamheid steeds meer waard

Taxateurs weten dat het lastig is om op gebouwniveau duurzaamheid te kwantificeren. Toch is er steeds meer onderbouwing voor de stelling dat duurzaam vastgoed financieel aantrekkelijker wordt – en andersom dat niet-duurzaam vastgoed in waarde daalt. Zo blijkt dat gebouwen met energielabel C (of beter) een hogere bezettingsgraad, effectieve huuropbrengst, marktwaarde en transactieprijs hebben. Kantoren met een duurzaamheidscertificering hebben in Amsterdam gemiddeld 26% hogere huurwaarde dan niet-gecertificeerde kantoren.

DGBC ontwikkelde deze handreiking met vastgoed- en taxatie-experts van MVGM, Savills, CBRE en Colliers.

Regels en tips energiebesparende verbouwingen van bedrijfspanden

Energiebesparende verbouwingen

Indien u een bedrijfspand wilt verhuren of verkopen is een energielabel verplicht! Het zakelijke energielabel informeert een koper of huurder over het energieverbruik van bedrijfs-onroerend goed. Daarnaast geeft dit label de mogelijke energiebesparende maatregelen weer. Een energielabel is 10 jaar geldig en worden afgegeven door BRL- gecertificeerde energieadviseurs. Gebouwen waar een energielabel geëist wordt zijn scholen, horeca, sporthallen, ziekenhuizen, horecapanden, kantoorpanden, winkelruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Energiebesparende verbouwingen

 

Energiemanagement

Natuurlijk wilt u een zo duurzaam mogelijk bedrijfspand.  Maar wat kost het en wat levert het op? Naast dat de bewustwording van de gebruiker belangrijk is kan de eigenaar van het bedrijfspand veel duurzame maatregelen nemen. De drie grootste energieverbruikers zijn verwarming, ventilatie en verlichting. Het is logisch dat wanneer u de gloeilampen vervangt door spaarlampen en tochtstrips aanbrengt op de deuren u een besparing zult doen. Maar zowel uw bedrijfspand als de aanwezige apparatuur en installaties hebben de grootste invloed op uw energieverbruik. Het is dan ook raadzaam om voor de energiebesparende mogelijkheden binnen deze systemen advies in te winnen bij gespecialiseerde bedrijven.

Eco Energy Service

Eco Energy Service voorziet in het onderhoud van de technische installaties van commercieel vastgoed en is gespecialiseerd in de nieuwste en duurzaamste technieken. Eco Energy Service adviseert in het energie(besparings)beleid aan de hand van een duurzaam investeringsplan. Eco Energy Service kijkt goed naar de terugverdientijd en is op de hoogte van eventuele geldende subsidies.

 

EIA (Energie investeringsaftrek)

Bij nieuwbouw of renovatie van een bedrijfspand is subsidie vaak mogelijk. Naast lokale subsidies zijn er ook landelijke subsidieregelingen en de fiscale maatregelen. Deze zijn beschreven op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Energiebesparende verbouwingen

 

Lees verder over het programma van eisen bij een verbouwen of renoveren.

 

 

ING wordt aandeelhouder van financieringsplatform ZonnepanelenDelen

ING Sustainable Investments wordt aandeelhouder van financieringsplatform ZonnepanelenDelen. Een kapitaalinjectie van 2,2 miljoen euro wordt gebruikt voor het verder digitaliseren en opschalen van het platform, waardoor meer kleinzakelijke zonne-energieprojecten eenvoudig toegang krijgen tot financiering. Aan deze investeringsronde doen ook bestaande aandeelhouders DOEN Participaties en de Deense partij Obton mee. Daarnaast stelt ING 20 miljoen euro aan vreemd vermogen beschikbaar ten behoeve van duurzame projectfinanciering door het platform aan ondernemers.

ZonnepanelenDelen financiert via haar online platform met name kleinschalige zonne-energieprojecten door middel van projectfinanciering, financial lease en de uitgifte van obligaties. Door het financieringsproces te digitaliseren en de benodigde documentatie te standaardiseren is het voor minder grote projecten op deze manier mogelijk om aantrekkelijke financiering te verkrijgen.

Met het nieuw verstrekte kapitaal kan ZonnepanelenDelen haar marktpositie in Nederland uitbreiden en versterken, zoals de uitrol van een financial lease oplossing gericht op het MKB. Bij financial lease wordt de gebruiker direct eigenaar van de zonnepanelen. Daarnaast wordt de functionaliteit van het online platform uitgebreid en wordt het platform opengesteld voor alle lopende zonne-energieprojecten in Nederland. Met de 20 miljoen euro aan vreemd vermogen die ING beschikbaar stelt kan de totale capaciteit van het platform om zonne-energieprojecten mogelijk te maken groeien naar meer dan 100 miljoen euro komend jaar.

Directeur Business Banking van ING Nederland Annemein Kolk: “ZonnepanelenDelen is een innovatief financieringsplatform dat een belangrijke bijdrage kan leveren aan de energietransitie en is met name voor zon-op-dak projecten erg succesvol. Via onze investering vanuit ING Sustainable Investments in combinatie met de financiering van ING als bank aan het platform van ZonnepanelenDelen, wordt kleinschalige projecten een passende projectfinancieringsoplossing geboden, wat grootschalige uitrol mogelijk maakt.”

Kolk vervolgt: “We willen als ING graag de financiering van zonnepanelen voor ondernemers helpen bevorderen, zowel via onze eigen bankfinanciering als via de gestandaardiseerde alternatieve financieringsoplossingen die ZonnepanelenDelen biedt. Hiermee stellen wij mkb-bedrijven in staat om een substantiële bijdrage aan de klimaatdoelstellingen te leveren zodat de energietransitie zoveel mogelijk vaart krijgt. Onze verwachting is dat er veel vraag is naar dergelijke oplossingen en het is onze intentie om de financiering daarbij mee te laten groeien.”

Oprichter en directeur van ZonnepanelenDelen Sven Pluut: “Naast financiering bieden we als platform ook slimme oplossingen voor het succesvol realiseren en beheren van kleinzakelijke zonprojecten. Dankzij de productiedata en technische gegevens van ruim 1 miljoen gefinancierde zonnepanelen op ons platform gaan we een online zon-APK aanbieden. Deze check laat zien of je het maximale rendement uit je zonne-energieproject haalt en signaleert aandachtspunten. Ook wordt het mogelijk om projectinformatie met derden zoals installateurs en verzekeraars te delen en komen er slimme alarmfuncties die gemiste productie verminderen. Zo kan ons platform een cruciale rol gaan spelen in de operationele fase van zon-projecten, waarmee we eigenaren van zon projecten helpen om de opbrengsten te vergroten en de risico’s te verkleinen.”

Agentschap Telecom: extra aandacht voor cyberveiligheid zonnepanelen, thuisbatterijen en warmtepompen

Het Agentschap Telecom gaat dit kalenderjaar extra aandacht schenken aan de cyberveiligheid voor laadpalen voor elektrische auto’s, warmtepompen, omvormers voor zonnepanelen en thuisbatterijen.

Dat kondigt het Agentschap Telecom aan in zijn Jaarplan Toezicht 2022.

Onder vergrootglas

Het Agentschap waarschuwde afgelopen zomer al voor het risico op het hacken van omvormers van zonnepanelen en laadpalen voor elektrische auto’s.

Omdat omvormers van zonnepanelen storing kunnen veroorzaken op andere apparatuur liggen ze al geruime tijd onder het vergrootglas. Bovendien werd afgelopen zomer al bekend dat het agentschap een zaak start tegen een fabrikant van omvormers.

Cyberweerbaarheid

Bij de presentatie van zijn jaarplan kondigt het Agentschap Telecom aan het toezicht op cyberweerbaarheid te intensiveren. Het agentschap constateert dat de Nederlandse digitale infrastructuur wordt bedreigd. Winkelketens, zorginstellingen en industrie zijn steeds vaker doelwit van cyberaanvallen. En ook vitale diensten als onze energievoorziening en telecommunicatie hebben te maken met digitale dreiging.

Energietransitie

‘De nationale veiligheid vergt additionele inzet en investeringen in cyberweerbaarheid’, stelt Angeline van Dijk, directeur-hoofdinspecteur Agentschap Telecom. ‘Dat geldt bijvoorbeeld voor het toezicht op de cyberveiligheid van apparatuur. Inmiddels zijn er naar schatting al zo’n 30 miljard apparaten met het internet verbonden. En dat aantal groeit nog elke dag. Als al die apparaten niet aan de eisen voor cybersecurity voldoen, vormen ze in gezamenlijkheid een gigantische en gevaarlijke aanvalsoppervlakte voor criminelen. Gelukkig biedt de CE-markering sinds vorig jaar waarborgen op het gebied van cyberveiligheid. Dat geeft Agentschap Telecom meer handvatten om onveilige apparatuur uit de handel te houden en van de markt te weren. Aanvullend daarop zal Agentschap Telecom ook zelf – vanuit het eigen Internet of Things-lab – onderzoek doen naar de veiligheid van apparaten. Vooral apparatuur die voorwaardelijk is voor het realiseren van de energietransitie – zoals laadpalen, warmtepompen, zonne-energiesystemen of thuisbatterijen – staat daarbij nadrukkelijk in de belangstelling.’

Toezicht geïntensiveerd

Het agentschap schrijft in zijn plan dat in 2022 ook bij laadpalen, warmtepompen, zonne-energiesystemen en thuisaccu’s het toezicht wordt geïntensiveerd of ze voldoen aan de Europese eisen. Apparaten moeten storingsvrij werken, maar ook in digitale en elektrische zin veilig te gebruiken zijn. Apparaten die niet aan de eisen voldoen, krijgen geen toegang tot de Europese markt. Als Nationaal Cybersecurity Certificerings Autoriteit kan het agentschap bovendien toetsen of producten of productieprocessen wel voldoen aan de standaarden voor cyberveiligheid.

Het agentschap hierover: ‘Vanuit nationale en internationale gremia werken we aan de standaardisatie van cyberveilige apparatuur en diensten. Bovendien intensiveren we ons onderzoek naar mogelijk verstorende apparatuur. Indien nodig halen we verstorende apparatuur van de markt.’ Zonnepaneelinstallaties worden daarbij specifiek benoemd: ‘Als de ondersteunende regelende componenten ondeugdelijk zijn gefabriceerd, onjuist gebruikt worden of foutief zijn geïnstalleerd, kunnen ze stoorsignalen uitzenden die ertoe kunnen leiden dat andere apparaten en diensten niet meer goed functioneren.’

Energiesector

Om de energiesector weerbaar te houden en de energievoorziening te garanderen, houdt het agentschap in 2022 ook extra toezicht op de energiesector. Fabrikanten en dienstverleners moeten adequate maatregelen nemen om de cyberveiligheid van hun producten, systemen en processen te waarborgen. En om onderbrekingen in de levering te voorkomen, blijft Agentschap Telecom er toezicht op houden dat graafwerkzaamheden voor (extra) leidingen en kabels veilig verlopen.

‘In verband met de energietransitie moeten er nieuwe kabels en leidingen onder de grond gelegd worden’, schrijft het agentschap. ‘Dat is nodig om elektriciteitsnetten uit te breiden of te verzwaren, of voor de aanleg van warmte- of waterstofnetten. Maar graven is niet zonder risico. Onzorgvuldig graven kan leiden tot schade aan kabels en leidingen die al in de grond liggen. De graafsector is er de afgelopen jaren nog niet in geslaagd de graafschades te verminderen. Dat is zorgelijk, omdat de energietransitie zal leiden tot nog meer graafwerkzaamheden.’

Winkels kunnen nog veel energie besparen

Bron: DGBC

Nu er weer gewinkeld mag worden, voorziet DGBC dat een snellere verduurzaming van winkelvastgoed noodzakelijk is, voor de toekomst van de Nederlandse retailsector. Juist nu zijn veel winkeliers gebaat bij lagere lasten en dat kan: besparingen van 50 procent zijn goed haalbaar, zeker bij winkels zonder warenkoeling.  Deze kansen en knelpunten staan centraal in de nieuwe Routekaart Retail die DGBC vandaag presenteert.

“Met deze routekaart laten we de mogelijkheden zien voor directe duurzame actie, waar de grote kansen liggen”, stelt Martin Mooij vast, als manager van het programma Paris Proof bij DGBC. Achter dit pakket van inzichten en actieplan zit de DGBC-werkgroep Retail, waarin een brede groep professionals uit de sector de afgelopen jaren samengewerkt hebben. Dat garandeert realisme en ambitie. Mooij: “Duidelijk is dat de bakker en de visboer veel kunnen besparen op hun energiegebruik, vanwege ovens en koelingen. Maar er kan in de sector sneller een grotere impact worden gemaakt bij tuincentra, meubelwinkels of supermarkten, omdat die een groter oppervlak hebben.” “De basis is dat de winkelpanden op orde wordt gebracht: met een goede isolatie, dubbel glas en natuurlijk het gasloos maken. Kijken we naar het totaal aan Nederlands winkelvastgoed, dan komen de totale investeringskosten aan gebouwgebonden maatregelen op gemiddeld 180 euro per vierkante meter, ofwel 7,5 miljard euro voor alle winkels. Heel veel hangt af van de toestand van een winkelpand, dus we hanteren een bandbreedte van 70 tot 240 euro per vierkante meter.”

Meeste impact

Mooij: “We geven met de routekaart inzicht in de mogelijkheden met de meeste impact. Bij retail zonder koeling zie je dat de 50 en 66 procent energiebesparing haalbaar is en dat zelfs een uitdagende 80 procent mogelijk is. Ook in de retail met warenkoeling zijn flinke besparingen haalbaar, aldus Mooij. “Hier kan het oplopen tot 30 procent met alleen gebouwgebonden maatregelen en verlichting. Maar een stap verder naar 50 procent reductie of meer is alleen haalbaar door scherp te kijken naar onder meer de winkelinrichting. We zien dat supermarkten bij een herinrichting steeds de modernste technieken kiezen, maar dat er ook steeds meer nieuwe energievragende systemen en services in de supermarkten komen, zoals ovens, meer koeling en scansystemen.”

Wat moet er nog gebeuren?

“Er is nog veel ruimte om te verbeteren”, overziet Mooij. “Tot nu toe ervaren winkeliers geen druk om hun winkel te vergroenen. De consument heeft vooral oog voor de duurzaamheid van het product en niet voor het winkelpand. Ook staat verduurzaming nog niet hoog genoeg op de agenda staat bij alle eigenaren van winkelvastgoed. Zo heeft nog bijna 70% van alle winkelruimte geen energielabel.” “Daarom”, benadrukt Mooij, “is deze routekaart nodig. Met deze routekaart laten we nu zien wat er mogelijk is en wat er nog moet gebeuren. Niet alleen voor 2050, maar ook op de korte termijn. Energieprijzen blijven enorm stijgen en dat geeft druk op de toch al geplaagde retailsector. Sommige beleggers zetten mede daarom stappen voor verduurzaming. Veel institutionele beleggers en winkelketens zijn voortrekker. Ze kijken verder vooruit en daarnaast eisen hun aandeelhouders meer duurzaamheid. Private equity partijen kijken meer naar de korte termijn en particuliere eigenaren zijn nog het minst bezig met verduurzaming.”

Goed en confronterend

“We benaderen de verduurzaming van winkelvastgoed op twee manieren”, legt Retail-werkgroepvoorzitter Martijn Vlasveld uit. “Aan de ene kant vanuit individuele gebouwen. Aan de andere kant is de roadmap ook een landelijke aanpak, dus we kijken ook ‘hoog over’ naar wat de sector nodig heeft.” “Die twee benaderingen komen goed uit de verf, dat komt mede doordat een brede vertegenwoordiging aan deze routekaart heeft gewerkt: beleggers, ontwikkelaars, adviseurs, maar ook overheidspartijen. Dat is goed en confronterend tegelijk.”

Martin Mooij ziet dat deze versie van de Routekaart Retail niet de eindstand is: “We blijven met de werkgroep binnen de sector actief om nog beter inzicht te krijgen in de energiebesparingsmogelijkheden. Het gaat ons om versnelling en oplossingen.”