Corporaties investeren meer in woningverbetering, tempo nieuwbouw moet fors omhoog

Huurders van sociale woningen blijven positief over hun woning en de dienstverlening van woningcorporaties. Dat blijkt uit de jaarlijkse Aedes-benchmark waarmee prestaties van alle corporaties inzichtelijk en onderling vergelijkbaar zijn. Op vele fronten zijn de prestaties verbeterd: woningen zijn duurzamer geworden en er is flink meer geïnvesteerd in woningverbetering.

Aedes-voorzitter Martin van Rijn: ‘We zijn blij met tevreden huurders, daarnaast wachten vele anderen nog veel te lang op een betaalbare woning. Zij kunnen niet de stappen zetten die bij hun levensfase horen. Afgelopen jaar werden er 17.000 nieuwe sociale huurwoningen gebouwd. Een stijging die de komende jaren moet doorzetten om onze ambities te halen. Hiervoor is de inzet van alle partijen hard nodig.’

Stijgende lijn dienstverlening

Dit jaar hebben maar liefst 423.000 huurders zich uitgesproken over de kwaliteit van de woning en de dienstverlening van hun corporatie. Huurders geven gemiddeld een 7,7 aan de dienstverlening, iets hoger dan voorgaande jaren. In 2022 zet de stijgende lijn in het oordeel van vertrokken huurders door naar gemiddeld een 7,6. De woning krijgt als rapportcijfer een 6,9, net als voorgaand jaar.

Parallel aan de toenemende investeringen, zien we dat steeds meer huurders de kwaliteit van hun woning waarderen met een 8 of hoger. Het cijfer voor de woningkwaliteit houdt niet alleen verband met de ‘harde’ euro’s die corporaties investeren. Misschien is de belangrijkste component wel: het zich thuis voelen.

Ontwikkeling deelscores 2014 tot en met 2022

Flinke investering in woningverbetering

Corporaties besteden opnieuw meer geld aan onderhoud en verbetering van hun woningen: zo’n 9% meer dan in het voorgaande jaar. En bij het aanpakken van een woning, worden er vaak direct meer werkzaamheden uitgevoerd. De totale investeringen in onderhoud en woningverbetering zijn dit jaar gestegen van 3.136 naar 3.481 euro per verhuureenheid. Dit vertaalt zich naar een betere technische kwaliteit van de woning. Met 8,1 miljard euro is de sector een goede opdrachtgever in de markt.

Verdubbeling instandhoudingskosten tussen 2015 en 2021

Duurzaamheid woningen verder verbeterd

Tegelijkertijd hebben corporaties het afgelopen jaar stappen gezet om hun woningen te verduurzamen. Dit laat de benchmark zien op basis van een analyse van 2 miljoen woningen.

De netto-warmtevraag daalt met ruim 2%. Het aandeel E-, F- en G-labels is sterk afgenomen, terwijl steeds meer woningen een A- of B-label hebben. Ook verbetert de gemiddelde isolatie gestaag.

Verder is het aantal woningen met zonnepanelen gestegen tot ruim 16% van de sociale huurwoningen.

Verdeling corporatiewoningen in energielabels in procenten

Nieuwbouw moet flink omhoog

Vorig jaar bouwden corporaties 17.168 nieuwe woningen, bijna 2.000 meer dan in het jaar daarvoor. De dalende lijn sinds het invoeren van de verhuurderheffing in 2013, is de laatste jaren doorbroken. Nu deze belasting op sociale huurwoningen wordt afgeschaft, willen corporaties toegroeien naar een woningbouwproductie boven het niveau van 2013, toen ze bijna 30.000 nieuwe woningen bouwden.

Sprongen nodig

Het in 2023 afschaffen van de verhuurderheffing biedt ruimte om te investeren in huurmatiging, verduurzaming, nieuwbouw en leefbaarheid zoals afgesproken in de Nationale Prestatieafspraken. De ambities kunnen onder druk komen te staan als bouwkosten blijven stijgen, door oplopende rente én als de belastingdruk van Vennootschapsbelasting en ATAD (Anti Tax Avoidance Directive) op lange termijn toeneemt. Er zijn goede stappen gezet, maar sprongen zijn nodig om voldoende nieuwbouw van de grond te krijgen en in hoog tempo te verduurzamen.

Energiecrisis – 5 trends in een complexe zonne-energiemarkt

merin zonnepanelen

Bron: Vastgoedjournaal.nl

In het huidige klimaat is de business case voor zonne-energie overtuigender dan ooit. Maar met welke factoren krijg je te maken als je kiest voor zonnepanelen op jouw vastgoed? Adriaan Copper van Zoncoalitie geeft je met plezier een overzicht van de dynamische markt en actuele trends, zodat jij niet voor verrassingen komt te staan als je een zonnestroomproject wilt realiseren.

Hij besteedt in dit blog aandacht aan

  • de huidige situatie (welke gevolgen hebben de hoge energieprijzen?);
  • financiële zaken (stijgende rente en de rol van subsidie, hoe behaal ik het meeste rendement?);
  • technische aspecten (is mijn dak sterk genoeg, hoe leg ik de panelenpuzzel en hoe ga ik om met congestie?);
  • mobiliteit (hoe benut ik de kansen die er zijn voor elektrische auto’s, EV chargers?);
  • beheer (als mijn panelen er liggen, wie onderhoudt ze dan?).

In dit artikel vind je een korte inleiding in deze onderwerpen. Wil je goed beslagen ten ijs komen, meld je dan direct aan voor het gratis webinar op dinsdag 29 november.

Huidige situatie op de zonne-energiemarkt

Door de actuele hoge energieprijzen is de wens en noodzaak om te verduurzamen door middel van zonne-energie enorm toegenomen. Iedereen merkt het immers in zijn portemonnee. Grootverbruikers hadden tot voor kort vaak kale energietarieven van rond de € 0,05 per kWh (dal), maar betalen nu al gauw het vijfvoudige. De investeringskosten voor zonne-energie zijn ook omhooggegaan, maar die zijn niet zo hard gestegen als de energieprijs. De business case is er dus beter op geworden, ondanks het feit dat de subsidie vrijwel nihil is. Zeker in situaties waarin zonnestroomsystemen volledig afgestemd zijn op het verbruik van de gebruiker van een vastgoed, zien we dat de besparing die behaald wordt als de stroom zelf wordt opgewekt een goede business case oplevert.

Verder zagen we eerder vaak dat het in split incentive-situaties (als het eigendom en het gebruik van het pand gescheiden is) lastig was om een zonnestroomproject te realiseren in verband met tegenstrijdige belangen. Soms was de huurder geïnteresseerd in zonne-energie en de eigenaar niet, soms andersom. Nu merken wij dat de wens om te verduurzamen er meestal aan beide kanten is en het liefst hadden ze het zonnedak gisteren al gerealiseerd! Dus het gevoel van urgentie is in de hele markt significant gegroeid.

Het is ook makkelijker geworden om eventuele technische aanpassingen aan het gebouw mee te nemen in de business case. Projecten die een aantal jaar geleden moeilijk rond te rekenen waren, zijn met de huidige energieprijzen en technologieën wél mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van lichtgewicht zonnepanelen of situaties waarin iets aan de dakconstructie of de elektrische inpassing moet gebeuren.

Financiële zaken

Enkele jaren geleden zetten de meeste partijen pas echt de stap tot een haalbaarheidsonderzoek en het zoeken van een geschikte aanbieder als ze een SDE+(+) subsidie hadden. Op dit moment speelt de subsidie amper meer een rol in de markt. Zeker als er sprake is van een dakgebonden zonnestroominstallatie, die is afgestemd op de energiebehoefte van de huurder/gebruiker van het pand, is subsidie eigenlijk niet meer relevant. De subsidie is natuurlijk nog steeds fijn om te hebben, want we weten niet wat de energieprijzen gaan doen in de toekomst. Maar het is niet meer iets waar partijen op wachten voordat ze stappen richting realisatie zetten.

Daarnaast bestaan er ook subsidiemogelijkheden op lokaal niveau, bijvoorbeeld voor ondersteuning bij constructieve aanpassingen of het haalbaarheidsonderzoek, die nog steeds wel helpen. Ze nemen barrières weg en stimuleren tot actie.

Vastgoedeigenaren kiezen vaak voor een structuur waarin de investering wordt gefinancierd vanuit de hypotheekfinanciering en dan is die stijgende rente ook wel van belang, maar gelukkig verlenen banken regelmatig korting op groene producten. Dus de stijgende rente heeft impact, maar de hoge energieprijzen zorgen ervoor dat de business case van zonenpanelen op zakelijk vastgoed nog steeds goed is rond te rekenen.

Technische aspecten

Er zijn steeds meer technische factoren die je mee moet nemen bij het ontwerp van een dak met zonnepanelen. Je kunt denken aan de technische aspecten van het gebouw: de constructie, de dakopbouw, de levensduur van het dak, de aansluiting. Maar wat de puzzel op steeds meer plekken complexer maakt, is de congestieproblematiek. Op heel veel plekken in het land is er geen ruimte meer om energie terug te leveren op het net, dus moet je een zonnestroominstallatie afstemmen op het energieprofiel van de verbruiker en bedenken met welke verliezen je genoegen neemt en wat de opties zijn om dit te beperken.

Door dit probleem ontstaan ook kansen met laadpalen, opslag en dergelijke. Als je kijkt naar verduurzaming van je pand met zonnestroom, dan is het goed om ook meteen te kijken naar deze kansen. Wellicht is er een parkeerterrein dat je wilt overkappen? Die business case is interessant om meteen mee te nemen, zeker als er nog ruimte zit in een deel van de opbrengst vanuit het dak die je niet binnen het gebouw benut. Juist dan is het de moeite waard om de link naar mobiliteit en opslag te onderzoeken en meteen mee te nemen in het haalbaarheidsonderzoek.

Mobiliteit

We weten allemaal dat ons vervoer de komende jaren overgaat van fossiel op elektrisch. Vanaf 2035 mogen in Europa geen nieuwe auto’s meer verkocht worden die op fossiele brandstof rijden. Laadpalen zijn daardoor natuurlijk een kans (soms ook een verplichting) om meteen mee te nemen op het moment dat je kijkt naar de verduurzaming van je vastgoed met zonnestroom. Die mogelijkheid roept ook weer vragen op: welk type laadpalen is geschikt, wil ik die laadpalen in eigendom hebben of leg ik dat bij een derde, kan ik die laadpalen aansluiten op de aansluiting die ik al heb of wil ik daar een aparte aansluiting voor creëren? Het is interessant om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn en dit integraal met je zonnestroomproject op te pakken.

Beheer van de pv-installatie

Een zonnestroomsysteem op zich is technisch niet heel complex, maar bestaat wel uit verschillende schakels die ervoor moeten zorgen dat je het gewenste rendement behaalt. Er kunnen echter allerlei technische problemen ontstaan in een systeem. Zo kunnen er panelen uitvallen, storingen in omvormers ontstaan, viezigheid op het dak kan het systeem negatief beïnvloeden. Verzekeraars eisen gewoonlijk minimaal een keer per jaar een visuele inspectie, maar wij raden aan regelmatig even een kijkje te nemen op het dak. Als een probleem bijvoorbeeld in juni ontstaat en je ontdekt het pas na een paar weken, dan is de impact vrij groot. Die drukken de business case die van tevoren is geschetst en dat is zonde.

De ervaring leert: de performance van een zonnestroominstallatie moet scherp in de gaten gehouden worden en er dient snel gehandeld te worden op het moment dat deze niet produceert zoals verwacht. Zeker bij eigenaren die veel vastgoed hebben (denk aan systemen op diverse locaties met verschillende type panelen, omvormers en monitoringsystemen) kan het beheer behoorlijk complex zijn. Het is daarom verstandig om dit professioneel in te richten.

De complexiteit van zonnepanelen op zakelijk vastgoed

Zoals blijkt uit het bovenstaande, krijgt iedereen die een zonnestroominstallatie wil realiseren te maken met een breed scala aan factoren die de optimale installatie en toekomstige keuzes beïnvloeden. Eenmaal aangelegd kan blijken dat een kleine beslissing grote gevolgen heeft, niet alleen voor de opbrengst van het zonnestroomsysteem, maar ook in bredere zin. Zorg er dus voor dat je vóór de realisatie van start gaat een helder beeld hebt van alles wat er op dit moment en in de nabije toekomst speelt. Want een zonnestroomproject is zonder twijfel de moeite waard, zeker nu.

Meld je aan voor het webinar ‘Energiecrisis – 5 trends in een complexe zonne-energiemarkt’ op Vastgoedjournaal.nl

‘Woning van het gas halen kost gemiddeld 40.000 euro’

Het kost gemiddeld 40.000 euro per woning om een huis van het gas te halen. Dat heeft het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) becijferd, meldt Nieuwsuur. Meer dan de helft van die investering is volgens het EIB niet terug te verdienen met besparingen op de energierekening en is dus onrendabel.

Het EIB acht het daarnaast onwaarschijnlijk dat de kosten de komende jaren zullen dalen. “De lessen uit de proeftuinwijken zijn belangrijk en hard nodig om te voorkomen dat deze kosten nog verder zullen stijgen”, waarschuwt directeur Taco van Hoek.

Tot nu toe werd door minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken juist verwacht dat er een kostenreductie zou ontstaan door de zogenoemde wijkaanpak. Het ministerie veronderstelt namelijk dat met de proeftuinen een ‘vliegwieleffect’ ontstaat, waardoor met de jaren het tempo toeneemt dat Nederlandse woningen aardgasvrij worden.

Het doel van het ministerie was om 30.000 tot 50.000 gebouwen in 2021 van het gas af te halen. Tot nu toe zijn er iets meer dan 200 woningen van het gas gehaald, becijferde de Volkskrant onlangs. Inmiddels ontkent het ministerie dat er een kwantitatief doel is voor de proeftuinen.

 

Te vroeg

In een reactie stelt het ministerie van Binnenlandse Zaken dat het nog te vroeg is om nu al kostenreductie te verwachten. “De uitvoering van het Klimaatakkoord is nog maar net gestart. Mochten signalen komen dat de verwachte en beoogde kostenreductie niet wordt gehaald, dan zullen de partijen in het Klimaatakkoord onderzoeken welke aanvullende inzet nodig is. Kostenreductie richting 2030 is onmisbaar om de doelen te halen en de verduurzaming voor steeds meer situaties betaalbaar te maken.”

Volgens het ministerie is er wel degelijk al een vliegwieleffect te zien van de proeftuinen. “Er is namelijk grote belangstelling van gemeenten om deel te nemen aan proeven met aardgasvrije wijken.”

Bron: ANP

Installatiearchitect de designers van slimme gebouwen

Wat gebouwen slim maakt? Installaties die op elkaar afgestemd zijn. En eenvoudige -desgewenst geautomatiseerde- bediening. Een open platform waar alle elementen samenkomen, maakt het geheel af. Zo hoeven gebouwbeheerders geen keuze te maken voor één specifiek merk, maar kunnen ze kiezen uit de producten van de diverse fabrikanten. Het resultaat? Energiebesparende en comfortabele gebouwen om in te werken, te leren, te genezen of te wonen. We praten erover met Barry Gaal en Roald de Jong, respectievelijk eigenaar en MT-lid van Elektropartners.

Elektropartners laat zich misschien wel het beste omschrijven als installatie-architect. Het bedrijf uit Heerhugowaard realiseert installatietechnische ontwerpen die -eenmaal uitgevoerd- zorgen voor een optimaal functioneren van het betreffende gebouw. Uiteraard volledig toegespitst op de functie. Dat geldt voor utiliteitsgebouwen als ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen, maar ook voor kantooromgevingen en woningbouw.

 

Het is geen geheim dat de meeste ontwikkeling in installaties zit.

 

Alles in hetzelfde gebouwbeheersysteem

‘Slimme technologie staat centraal. In ons eigen huis, maar ook daarbuiten,’ vangt Barry aan. ‘Er zijn ongelooflijk veel merken op de markt. Om de apparatuur van deze merken optimaal met elkaar te laten samenwerken, koppelen wij deze aan het open platform van KNX. Gebruikers besturen via dit gebouwbeheersysteem eenvoudig alle apparatuur aan: werktuigbouwkundige installaties, zonwering, speakers, verlichting, elektrische sloten enzovoort. Natuurlijk hebben we ook ons eigen pand slim gemaakt. In ons all electric onderkomen openen we de deur met een tag, ontkoppelen op dezelfde manier het alarm en hebben ons gebouw zo ingericht dat licht, verwarming en ventilatie hierop reageren.’ Uit de woorden van de nuchtere directeur van Elektropartners zou je kunnen opmaken dat de integratie van systemen in gebouwen relatief gemakkelijk is. Maar dat het bepaald geen abc’tje is, blijkt uit het feit dat er in de regio waarin Elektropartners opereert slechts enkele bedrijven zijn die deze expertise in huis hebben. Sterker nog, de Vue bioscopen in Alkmaar, Eindhoven en Heerhugowaard klopten bij de Heerhugowaardse onderneming aan voor de realisatie van de eerste Dolby cinemazalen van Europa.

 

BENG realiseer je niet met stenen

Roald vult aan: ‘In de nieuwbouw is BENG een leidende factor, ook in de utiliteit. En een Bijna Energieneutraal Gebouw realiseer je niet alleen met stenen en isolatiemaatregelen. Daar zijn ook installaties voor nodig, denk aan zonnepanelen, warmteterugwin-installaties en oplossingen als zonneboilers. Door deze installaties op elkaar af te stemmen -door bijvoorbeeld overtollige zonne-energie in te zetten voor warmte in warmtepompboilers- geef je verduurzaming en besparing een extra boost.’

‘Om deze ontwikkeling -ik doel op verduurzamingextra kracht bij te zetten, maken we tevens gebruik van LoRaWan, een langeafstands laag frequentieprotocol. LoRa maakt het mogelijk om data tussen verschillende objecten uit te wisselen. Wij zetten LoRa onder meer in voor de monitoring van energieverbruik. Een hoofdmeter meet alleen bulkverbruik, middels sensoren in stickervorm kunnen we verbruik per installatie uitlezen. Met dit systeem is het tevens mogelijk om waterverbruik te monitoren en ook het meten van temperatuur in de waterleiding behoort tot de mogelijkheden. Zo monitoren we mogelijke gunstige situaties voor het ontstaan van legionella in de leidingen. De gebouwbeheerder krijgt automatisch het signaal om de leidingen door te spoelen.’

 

Kostenreductie in gebouwbeheer

Elektropartners loopt overduidelijk ver vooruit in het toepassen en koppelen van slimme oplossingen, maar het bedrijf is er ook voor eenvoudiger opdrachten als het uitlezen van cv-ketels. Door ketels 24/7 te monitoren, wordt verbruik inzichtelijk en worden storingen door preventief handelen voorkomen. Dat Elektropartners steeds vaker wordt gevraagd aan de voorkant mee te denken, heeft alles met de opgebouwde kennis en kunde te maken. ‘Wij zijn dag-in-dag-uit bezig met het bedenken van nieuwe oplossingen en weten precies wat er te koop is,’ vertelt Roald. ‘En dat wordt opgemerkt. Ook door grote partijen als Univé, VUE, Bejo Zaden, Vezet en de populaire muziekhal in Amsterdam.’

Bouwteampartner

‘Het is geen geheim dat de meeste ontwikkeling in installaties zit. Daarom worden we steeds vaker gevraagd om deel te nemen aan bouwteams,’ valt Barry bij. ‘Het helpt ons begrijpen hoe een eindgebruiker een gebouw wil gebruiken, dat zie je namelijk onvoldoende in het ontwerp. Op het moment dat wij aan tafel komen, is de opdrachtgever zeker van de meeste innovatieve oplossingen voor zijn project en hiermee van een slimmer gebouw. Gelukkig raken ook steeds meer aannemers hiervan overtuigd. Door de traditionele hiërarchie los te laten, lukt het ons een slimmer gebouw te realiseren tegen dezelfde en vaak zelfs lagere kosten. Bovendien stelt het ons in staat partner te worden van een gebouweigenaar. En dat is waar we graag naartoe willen. Met meerjarenonderhoudsplannen -MJOP’s- kunnen we de continuïteit van de installaties waarborgen en het complete systeem blijvend optimaliseren. Nee, dat betekent niet dat een gebouweigenaar nooit meer gebruik kan maken van de expertise van een andere elektropartner. We werken uitsluitend met open platforms waar andere kundige bedrijven ook mee uit de voeten kunnen.’

Over Elektropartners

Elektropartners werd in 1962 opgericht. René Gaal, de vader van eigenaar Barry, nam het bedrijf in 1987 over. Toen Barry in 2004 werd gevraagd toe te treden tot het bedrijf, twijfelde hij geen moment. Maar hij wil wel zaken veranderen. Toen hij een jaar later het bedrijf overnam, voegde hij de daad bij het woord. Het bedrijf werd opgeschud en opgefrist en de bedrijfsprocessen werden kritisch onder de loep genomen. Het bedrijf is gegroeid van 30 mensen naar 100 mensen en hebben alle expertises in eigen huis. Het resulteerde in een gezond bedrijf onder leiding van een managementteam én de oprichting van zusterbedrijven Protectiepartners en Domoticapartners.

 

Klik hier voor meer informatie over Elektropartners

Lees hier meer een artikel over installaties en defensie

 

Circulair gebouw beheren. Hoe doe je dat en waar moet je op letten?

Circulair gebouw beheren

Wat betekent de circulaire economie voor technisch vastgoed professionals? Het circulaire denken stopt dus niet na het bouwen van een gebouw. Het gebruik en het beheer zijn net zo belangrijk. Hoe loop je voorop en wat zijn de mogelijkheden? We hebben een overzicht gemaakt met praktische mogelijkheden. Circulair gebouw beheren

We hebben met elkaar afgesproken om in 2050 een circulaire economie te zijn. Dit lijkt nog ver weg, maar er is dan ook nog een lange weg te gaan binnen de vastgoedwereld. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 35% van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Onderhoud en gebruik van gebouwen doen daarnaast een groot beroep op onze grondstoffen in de vorm van energie, water, onderhoud, schoonmaak en diensten.

Definitie van circulair gebouw

Een gebouw dat met minimale inzet van virgin materials en andere grondstoffen maximale waarde creëert om op duurzame wijze te voorzien in een huisvestingsbehoefte, waarbij de gebruikte materialen hun waarde blijven behouden tijdens en na het gebruik.

Dit artikel gaat over het optimaliseren van de gebruiksfase. Kortom, hoe ga je om met het dagelijks onderhoud en verwerk je circulair beheren in het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP)?

 

Circulaire paspoort gebouw

Jij bent als gebouwbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. We hebben geen invloed meer op de bouw van het gebouw, maar met het opzetten van een circulair paspoort met daarin een overzicht van alle gebouwkenmerken die betrekking hebben op de circulariteit van een gebouw, kun je een goede start maken voor een circulair gebouw.

Kijk bij het opzetten van een circulair paspoort zoveel mogelijk naar bestaande standaarden, normen en labels voor duurzaamheid van gebouwen. Bij het opzetten van een gebouwpaspoort gaat het dus niet alleen over de gebruikte bouwmaterialen, maar ook over:

  • Hoe is het beheer en onderhoud geregeld;
  • Hoe wordt er met transformaties omgegaan;
  • Hoe flexibel is het gebouw;
  • De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw;
  • Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties.

Belangrijk hierbij is welke van deze kenmerken zijn relevant om te meten, vast te leggen en bij te houden gedurende het bestaan en gebruik van het gebouw? Belangrijke vragen hierbij zijn:

Waar staan we nu en hoe kan de circulariteit nog verbeterd kan worden?                                                                                                                Hoe kun je als beheerder gebouwen op een rendabele en praktische manier duurzaam en toekomstbestendig maken?

Hoe is het beheer en onderhoud geregeld

In welke mate kun je als beheerder een zo circulair mogelijk beheer en onderhoudsplan realiseren? Niet alleen het verlagen van het energieverbruik in gebouwen is hierbij heel belangrijk, maar ook het grondstoffenverbruik. Welke zaken kun je hierbij van je leveranciers eisen. Ga bijvoorbeeld met leveranciers in gesprek om gebruik en verbruik van grondstoffen zichtbaar te maken. Circulaire economie gaat vaak over diensten afnemen in plaats van producten.

 

Hoe flexibel is het gebouw

Creëer voor jezelf een overzicht in de aanpasbaarheid van het gebouw. Is het gebouw geschikt voor andere doeleinden indien de markt verandert? Zijn er andere functies en behoeften waarin het gebouw kan voorzien? Flexibiliteit van installaties is daarbij ook belangrijk.

 

De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw

Bepaal welke onderdelen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Indien een onderdeel van het gebouw in een andere omgeving hergebruikt kan worden, bespaar je grondstoffen. In welke mate kan het gebouw gerecycled worden?

 

Hoe wordt er met transformaties omgegaan

Hoe kun je als organisatie bij transformaties voorkomen dat je materialen gebruikt die niet meer kunnen worden hergebruikt. Welke alternatieve mogelijkheden zijn er voor oplossingen met hernieuwbare grondstoffen?

 

Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties

Grondstoffen kunnen volledig herbruikbaar zijn, maar grondstoffen in een gebouw dat niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld vanwege een ongunstige locatie) hebben minder waarde dan wanneer ze zijn toegepast in een gebruikt gebouw. Grondstoffen dienen ingezet te worden daar waar ze het meeste waard zijn. Hoe kunnen de gebouwen optimaal worden gebruikt?

 

Koers is gespecialiseerd in beheer en onderhoud

 

 

 

 

Panattoni Nederland en Sunrock gaan samenwerken aan groene warehouses

merin zonnepanelen

Logistiek vastgoedontwikkelaar Panattoni Nederland en Sunrock, marktleider in grootschalige zonne-installaties gaan samenwerken. Het doel is om Panattoni-daken maximaal in te zetten voor het opwekken van groene energie via zonnepanelen. Warehouses moeten en kunnen duurzamer. Onder meer door daken te voorzien van zonnepanelen. Daarom bundelen Panattoni en Sunrock de krachten. Eerder deed het zonnepanelenbedrijf dit al met Intospace.

400.000 vierkante meter aan zonnedaken

De huidige en toekomstige Panattoni-ontwikkelingen leveren een potentieel van 400.000 vierkante meter aan zonnedaken op. Dat is genoeg om zo’n 22.000 huishoudens van lokaal opgewekte groene stroom te voorzien.

Batterijopslag

Om het overspannen elektriciteitsnetwerk te ontlasten, waardoor teruglevering niet mogelijk is heeft Sunrock een energiemanagementsysteem ontwikkeld dat zonne-energie combineert met batterijopslag. Zo kan een gebouw op alle momenten in haar eigen energiebehoefte voorzien en is het niet afhankelijk van aansluiting op het net.

Nunner dc

Dit systeem werd eerder deze week voor het eerst in Nederland geïnstalleerd op het nieuwe Panattoni gebouw van 24.000m2 in ‘s-Heerenberg dat Nunner Logistics huurt. Het BREEAM-gecertificeerde Panattoni-gebouw in ‘s-Heerenberg wordt voorlopig voorzien van voldoende zonnepanelen voor eigen gebruik. Een slim energiemanagementsysteem – gecombineerd met een batterij – zorgt ervoor dat het overschot aan zonne-energie tijdelijk wordt opgeslagen en beschikbaar is op het moment dat de energiebehoefte het aanbod overstijgt.

Heerlen

Als onderdeel van de samenwerking maakten de partijen ook plannen bekend voor het eerste energieleverende Panattoni-gebouw in Nederland: Panattoni Park Heerlen. Dat biedt zo’n 70.000 vierkante meter aan dakoppervlakte, dat geheel ingezet zou kunnen worden voor de opwekking en levering van schone, groene energie.

Oplossing voor netcongestie

Maurits van Oranje, Chief Commercial Officer van Sunrock: “De omvang van de ontwikkelingen van Panattoni Nederland biedt een enorm potentieel voor het opwekken van groene stroom. Helaas hebben we op sommige locaties te kampen met netcongestie waardoor we nog niet kunnen terugleveren aan het net, maar dat is een kwestie van tijd. Ondertussen kunnen we er door op maat gemaakte energieoplossingen wel voor zorgen dat de omvangrijke ontwikkelingen van Panattoni onafhankelijk van het energienet kunnen functioneren en geen extra druk op het toch al overbelaste netwerk uitoefenen. Het 24.000 vierkante meter grote gebouw van Panattoni in ‘s-Heerenberg is daar een mooi voorbeeld van. Volledig operationeel met slechts een bouwaansluiting door de toepassing van zonnepanelen, een batterij en een slim energiesysteem”, aldus Van Oranje.

Energiecentrales van de toekomst

Jeroen Gerritsen, Algemeen Directeur van Panattoni Nederland: “We zitten midden in een energiecrisis en de behoefte aan decentraal opgewekte groene stroom is urgenter dan ooit. De beschikbare ruimte voor duurzame energieprojecten is in Nederland echter beperkt. De samenwerking met Sunrock biedt ons de mogelijkheid bij te dragen aan een oplossing voor deze uitdaging door het oppervlak van onze daken te transformeren tot schone zonne-energiecentrales. Die kunnen op termijn groene stroom opwekken voor tienduizenden huishoudens. En die energie is hard nodig. Door dit dubbele ruimtegebruik krijgen onze ontwikkelingen een waardevolle extra functie. Bovendien weten de gebruikers van onze gebouwen zich verzekerd van een betrouwbare toelevering van groene energie opgewekt op eigen dak.”

Triple Solar PVT-warmtepomp 3.5 ontvangt gelijkwaardigheidsverklaring

Op 6 september heeft Bureau CRG de nieuwe Triple Solar® PVT-warmtepomp een gelijkwaardigheidsverklaring toegekend. Dit is een belangrijke erkenning voor de PVT-warmtepomp die specifiek werd ontwikkeld voor PVT-panelen als energiebron en zowel hybride als all-electric kan worden ingezet.

Triple Solar® CEO Cees Mager: “Met de huidige energieprijzen wil iedereen zo snel mogelijk verduurzamen. Wij leveren de methode om stapsgewijs gas te besparen op een nu ook officieel erkende efficiënte manier.”

Over de Triple Solar® PVT-warmtepomp 3.5

De Triple Solar® PVT-warmtepomp is een revolutionaire verbetering ten opzichte van de reguliere water/water-warmtepomp die tot nu toe voor PVT-systemen wordt gebruikt.
Alle energie die ermee wordt opgewekt uit daglicht, zonlicht en de buitenlucht (-20 °C tot +50 °C) wordt optimaal gebruikt voor warmte, koeling of warm tapwater.

Een primeur voor dit type water/water-warmtepompen is dat de Triple Solar® PVT-warmtepomp propaan als koudemiddel gebruikt. Propaan is milieuvriendelijk (GWP=3) en maakt het mogelijk een aanvoertemperatuur van +70 ˚C te maken. Dat is ideaal voor toepassing in de bestaande bouw, waar vaak nog radiatoren gebruikt worden en niet elke woning van vloerverwarming is voorzien.
Als hybride toepassing naast de bestaande CV-ketel kan met het vermogen van 3,5 kW al ongeveer 60-80% gas worden bespaard op verwarmen en het maken van warm tapwater. Is het huis op een gegeven moment geschikt om  gasloos te verwarmen, valt de Triple Solar® PVT-warmtepomp gemakkelijk uit te breiden, door het koppelen van een 2e PVT-warmtepomp. De investering in de hybride PVT-warmtepomp gaat dus niet verloren. Dit proces noemen we het “no-regret” 1-2-3 systeem.

In de nieuwbouw is de PVT-warmtepomp dankzij zijn compactheid als all-electric (gasloze) oplossing geschikt voor kleinere woningen en appartementen tot +/-100 m2. Hij is tevens modulair toe te passen in grotere woningen door er twee in cascade te plaatsen.
Onderhoud vindt alleen plaats als dat op basis van monitoring noodzakelijk blijkt.

Paul de Ruiter Architects over het Unilver Foods Innovation Center HIVE

Als er ergens aan kop wordt gelopen op het gebied van duurzaamheid, is het in Wageningen. Het energieneutrale Unilever Foods Innovation Center HIVE is met een BREEAM-NL Outstanding certificering het meest duurzame multifunctionele gebouw ter wereld. HIVE is het resultaat van de integrale design & build-samenwerking tussen Paul de Ruiter Architects, Dura Vermeer en DWA. Het energieneutrale gebouw herbergt kantoren, diverse laboratoria, testkeukens en een minifabriek waarin nieuwe producten op kleine schaal worden ontwikkeld en getest. We spreken de architect van het gebouw: Paul de Ruiter.

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar.’

Interactie tussen Unilever en de universiteit

‘Het sleutelwoord is innovatie. In dit gebouw is men dagelijks bezig ons voedsel op een zo duurzaam mogelijke manier op ons bord te krijgen. En daar is onderzoek voor nodig,’ vertelt De Ruiter. ‘Het is dan ook geen toeval dat HIVE op de campus van WUR -Wageningen University & Research- is gerealiseerd. De transparante vormgeving en de strategische centrale ligging van het gebouw op Wageningen campus zorgen voor optimale interactie tussen Unilever en diverse externe partijen. Deze kruisbestuiving wordt ook gefaciliteerd doordat een groot deel van het gebouw publiek toegankelijk is. Zo geeft de komst van het Foods Innovation Centre een extra impuls aan de ambitie van Wageningen om het wereldwijde kennishart van Food en Life Sciences te worden.’

 

Open en verbindend

Daar waar je bij de meeste bedrijfsgebouwen na binnenkomst direct op de receptie afstevent, vind je bij Unilever een uitnodigende bar. In de zes meter hoge publieke hal staan openheid, transparantie en food-beleving centraal. Iedere bezoeker is welkom voor een kop thee of een gezonde lunch met direct zicht op de Pilot Plant, de minifabriek van Unilever. Normaliter blijft een recept het geheim van de chef. Niet in Pilot Plant. Innoveren is delen, weten ze bij Unilever, dus studenten en experts zijn welkom in het gebouw. ‘Unilever wil zich openstellen, wil verbinden. En het ontwerp faciliteert deze gedachte. Neem de centrale trap in het atrium, daar ontmoeten mensen vanuit diverse disciplines elkaar. In dit gebouw worden afdelingen niet strikt gescheiden, op de marketingafdeling weten ze waar productie mee bezig is en vice versa.

De definitie van duurzaam

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar. Bovendien is het ook internationaal goed uit te leggen. Roepen dat je duurzaam bouwt, is zonder bewijs niet zoveel waard. Het maximaal haalbare niveau binnen BREEAM is Outstanding. Dit niveau behaal je door op alle thema’s bewijs van duurzame oplossingen te leveren. Ja, natuurlijk zijn we trots op dit certificaat. Als men over duurzaamheid spreekt, hoor je standaard de termen circulariteit en energiebesparing voorbijkomen. Maar duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Energieneutraal

‘Energieneutraliteit is een hele opgave voor een enorm gebouw als HIVE. Dit hebben we onder meer gerealiseerd met de toepassing van 1.550 zonnepanelen op het dak maar ook zijn de zonnecellen geïntegreerd met het glazen dak. De compacte bouwvorm zorgt voor beperking van energieverliezen. Daarnaast hebben we diverse technieken toegepast om het gebouw zo energie-efficiënt mogelijk te laten functioneren. Een voorbeeld is thermografische aanwezigheidsdetectie. Wordt er geen bezetting gemeten? Dan gaat het licht uit. En ook de hoge isolatiewaarden in zowel het glas, de dichte gevels als de vloer zorgen voor een laag energiegebruik en hoog comfort. Met aandacht voor daglicht, uitzicht op groen, luchtkwaliteit, akoestiek en ergonomie draagt het gebouw bij aan de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.’ ‘Het was een flinke uitdaging om alle ambities en eisen met zo min mogelijk geld te realiseren. Slim samenwerken is de basis. En slim omgaan met materialen is stap twee. Dat betekent: niet teveel materialen gebruiken en vooral de juiste materialen toepassen. We hebben bijvoorbeeld gekozen voor een houten constructie.

‘Duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Natuurlijk hebben we ook beton toegepast, maar dan wel zo min mogelijk en gemaakt van gerecyclede grondstoffen. Om het niveau Outstanding te halen, moet je innovatie toepassen. Een van de innovaties is de genoemde thermografische sensoring. Een tweede voorbeeld is de ionisatie van het binnenklimaat. Deze ionisatie zorgt voor een zeer zuivere lucht. Een mooie bijkomstigheid van deze innovatie is dat HIVE hiermee Coronaproof is gemaakt.’

Verbeteringen in de toekomst

‘Ja, het is mogelijk om tijdens de levensduur van het pand verbeteringen toe te passen. En die komen er ook vast. Ik denk wel dat we deze verbeteringen waarschijnlijk met name op installatieniveau vinden. Gemiddeld genomen houden installaties het zo’n vijftien jaar vol. Tegen die tijd zijn er zonder twijfel weer slimmere producten die HIVE naar een nóg hoger plan trekken.’ De Ruiter vertelt afsluitend: ‘De synergie tussen een bedrijf als Unilever en de universiteit is opmerkelijk en heel positief. En noodzakelijk bovendien. Want het voedselprobleem lossen we alleen met samenwerkingen op. Bijzonder dat wij daar aan hebben mogen bijdragen.’n

Paul de Ruiter studeerde in 1990 af aan de Technische Universiteit in Delft. In zijn PhD-onderzoek stelt hij dat gebouwen energie moeten produceren in plaats van dat ze energie consumeren. Voordat hij zijn eigen kantoor in Amsterdam startte in 1994, werkte hij voor toonaangevende architectenbureaus in Canada, Australië en Nederland. Paul de Ruiter is inmiddels een architect, ondernemer, innovator en inspirator bekend om zijn duurzame, game changing architectuur. Hij draagt bij aan de nationale en internationale discussie rondom duurzaamheid, CO2 -neutraal ontwerpen en certificeringsmethoden voor gebouwen.

Energielabel plichtig bij verkoop of verhuur?

Energielabel regels

Op het moment dat er voor een (utiliteits)gebouw een transactie plaatsvindt (verhuur, verkoop of oplevermoment), dient er een energielabel te worden overhandigd. Het energielabel is sinds 2008 verplicht bij gebouwen met de volgende gebruiksfuncties of een combinatie hiervan: Energielabel regels

  • Kantoor;
  • Gezondheidszorg (klinisch en niet-klinisch);
  • Bijeenkomst;
  • Onderwijs;
  • Sport (verwarmd en matig verwarmd);
  • Logies;
  • Cel;
  • Winkel;

Gebouwen met alleen een industriefunctie zijn niet energielabelplichtig. Is in dit gebouw nog een andere functie aanwezig die hier wel onder valt, dan geldt alleen een verplichting voor de label plichtige delen als het gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m2. Dit kan bijvoorbeeld een kantoorruimte zijn in een industriehal. Energielabel regels

Uitzonderingen zijn:

  • Monumenten volgens de monumentenwet of provinciale of gemeentelijke verordening;
  • Alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50 m2;
  • Een gebouw waar erediensten en/of religieuze activiteiten plaats vinden (kerk/moskee);
  • Een gebouw dat onteigend is en zal worden gesloopt;
  • Een tijdelijk gebouw met een gebruiksduur van maximaal 2 jaar;
  • Een gebouw waar geen energie wordt gebruikt om het binnenklimaat te regelen (hut/gite).

Er kan alleen een energielabel worden aangevraagd als dit gebouw BAG geregistreerd is. Er is namelijk een VBO-ID nodig. Daarnaast moet een gecertificeerde EPA-adviseur een Energie-Index opstellen.

Onderstaande site, geeft u meer informatie en uitleg:

https://www.rvo.nl/onderwerpen…

Een energielabel is maximaal 10 jaar geldig, dus de energie labels uit 2008 zullen binnenkort verlopen!

Het is raadzaam om zo snel mogelijk te beginnen met de maatregelen. De energieadviseur geeft u na de werkzaamheden een nieuw label en meldt u af bij de overheid.

 

Lees verder over hoe u de energiekosten per m2 berekent van uw bedrijfspand