DGBC lanceert BREEAM-NL keurmerk voor nieuwbouwwoningen

Het nieuwe BREEAM-NL keurmerk voor nieuwbouwwoningen is feestelijk gelanceerd tijdens het jubileumfeest van Dutch Green Building Council (DGBC) op 12 oktober bij het Scheepvaartmuseum. DGBC beheert en ontwikkelt de BREEAM-NL keurmerken. Daphne Braal, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Vidomes en bestuurslid van DGBC, nam de beoordelingsrichtlijn in ontvangst. Een certificering met BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie Woningen maakt aantoonbaar en meetbaar hoe duurzaam nieuwe en grootschalig gerenoveerde woningen zijn.

“Binnen de grote woningopgave in Nederland is duurzaamheid een belangrijke pijler. De nieuwe richtlijn is up-to-date qua duurzaamheidsthema’s en makkelijker leesbaar”, zegt Thomas Heye, programmamanager bij DGBC. Bestaande woningen konden al een BREEAM-NL In-Use certificaat halen en op nieuwe woningen was tot nu toe de richtlijn BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 van toepassing. Waar de oude richtlijn ook voor utiliteitsbouw gold, is het nieuwe keurmerk toegespitst op nieuwe en grootschalig gerenoveerde woningen die geschikt zijn voor permanente bewoning. Dat varieert van hele woonblokken en appartementencomplexen tot aan grondgebonden woningen en zelfs vakantiewoningen.

Haalbaar voor iedereen

Het keurmerk beoordeelt woningen op negen duurzaamheidscategorieën en maakt de prestaties inzichtelijk. Daarbij is er bijzondere aandacht voor CO2-reductie, circulariteit, gezondheid en klimaatadaptatie. Daarnaast is sociale duurzaamheid voor het eerst meegenomen in een BREEAM-NL Nieuwbouw richtlijn. De lat ligt hoog, maar elk woonproject kan een certificaat halen. Woningen met elke BREEAM-NL kwalificatie zijn duurzamer dan het Bouwbesluit voorschrijft – en dat is winst voor mens en milieu.

Sturen op duurzaamheidsdoelen

BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie Woningen is een handig instrument voor opdrachtgevers. “Met deze nieuwe richtlijn kunnen gemeenten en projectontwikkelaars in projecten sturen op hun duurzaamheidsdoelen”, aldus Heye. Braal: “Het getuigt van ambitie als opdrachtgevers BREEAM-NL opnemen in het Programma van Eisen.” Aandacht voor specifieke categorieën binnen de beoordelingsrichtlijn, zoals Materialen, Energie of Landgebruik en Ecologie, helpt om ambities te realiseren. Wel dienen woningen aan minimale vereisten te voldoen om een certificaat te halen. Zo borgt BREEAM-NL een hoge kwaliteit en integrale benadering van duurzaamheid.

Registeren vanaf 1 november

Organisaties kunnen woonprojecten vanaf 1 november registeren voor certificering met BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie Woningen 2023. Tot 1 februari 2024 zijn lopende projecten nog te registreren tegen de voorgaande richtlijn: BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014. Daarna vervalt deze richtlijn en kunnen nieuwe en grootschalig gerenoveerde woningen alleen nog een BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie Woningen 2023 certificaat halen.

Kantoorgebouwen met laag energielabel tot wel 40% in prijs gedaald door energielabelplicht

De energielabel C verplichting voor kantoorgebouwen heeft geleid tot een forse prijsdaling voor vastgoed met een laag energielabel. Dat is de conclusie uit een onderzoek naar de effecten van deze labelplicht, uitgevoerd door de Universiteit Maastricht. Kantoorgebouwen met een energielabel G zijn tot wel 40% in prijs gedaald ten opzichte van kantoren die wel voldoen aan de labelplicht.

In 2018 kondigde de overheid aan dat alle kantoorgebouwen in Nederland in 2023 minimaal energielabel C moeten hebben, anders mogen ze officieel niet meer worden gebruikt. Universiteit Maastricht heeft de balans opgemaakt van wat die maatregel voor effecten heeft gehad. Het onderzoek vond plaats in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Dutch Green Building Council (DGBC) in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs (NVM).

Lagere prijzen, maar huren onveranderd door regelgeving

Naast de prijsdaling van kantoren met een laag label vinden de onderzoekers dat de maatregel nagenoeg geen effect heeft op de huurprijs van kantoorgebouwen. “Markthuren in energiezuinige kantoren liggen gemiddeld genomen zo’n 5% hoger, maar dit percentage is na de label-C regulering onveranderd gebleven. Huurders lijken zich vooralsnog niet veel aan te trekken van de regelgeving”, concludeert onderzoeker Nils Kok, hoogleraar vastgoedfinanciering aan Universiteit Maastricht.

Grote labelsprongen

De onderzoekers zien dat sinds de overheidsaankondiging grote labelsprongen worden gemaakt. Van kantoren die worden verduurzaamd, maakt 75% direct de stap naar energielabel A, gemeten in vierkante meters. Projectmanager Eefje Stutvoet (DGBC) reageert: “Dat is een goede zaak. Als kantoren worden verbeterd, dan gebeurt dat gelukkig meteen goed. Het komt ook doordat een ambitieuzere labelplicht in 2030 boven de markt hangt. Ondertussen is het advies al wel opgeschoven naar label A+++, of liever nog helemaal Paris Proof, dus CO2-neutraal.”

Groei in label C en hoger

Verder blijkt dat eind 2022 77% van de kantoren met een energielabel voldoet aan de labelverplichting. Voor de aankondiging was dat nog 63%. Stutvoet: “Dat lijkt een stap in de goede richting, maar nog altijd heeft 30% van alle kantoren nog helemaal geen energielabel. Die hebben we dus niet in beeld.”

Bron: Dutch Green Building Council

Nieuwe tools om energieprestaties van gebouwen te controleren

Zonmanagement Main Energie

Het controleren van de energieprestaties van gebouw wordt een stuk makkelijker. De website klimaatinstallatiecheck.nl is namelijk uitgebreid met twee handige nieuwe tools: de BENGcheck (Bijna EnergieNeutraal Gebouw) en de energielabelcheck. Deze vullen de bestaande binnenklimaatcheck aan.

Dankzij de uitbreiding kan razendsnel de energieprestatie van een kantoorgebouw worden voorspeld. Hierdoor krijgen niet alleen ontwerpers van klimaatinstallaties, maar ook gebouweigenaren meer inzicht in de energieprestaties van kantoorgebouwen. De tools zijn ontwikkeld door de TVVL Expertgroep Klimaattechniek in samenwerking met Renor.

Gebouwinvoer

De tools hebben als doel om snel inzicht te geven in de relatie tussen klimaatinstallatie, kantoorgebouw en gebruiksprestaties. Met de Binnenklimaatcheck kunnen lokale kantoorruimtes worden ingevoerd en worden voorzien van een gevelopbouw, oriëntatie en lokale klimaatinstallatie. De tool geeft vervolgens een voorspelling van de comfortprestaties. De belangrijkste keuzes worden inzichtelijk gemaakt in de BENGcheck, waarbij een voorspelling wordt gedaan van de 3 BENG indicatoren en het energielabel van een nieuw kantoorgebouw. En de Energielabelcheck, waarbij een voorspelling wordt gedaan van het energielabel van een bestaand kantoorgebouw.

Nieuwe tools besparen veel tijd en hoge kosten

Het berekenen van de energieprestatie van kantoorgebouw is arbeidsintensief. Met BENG- en Energielabelcheck is de bepalingsmethode een snel, voorspellend rekenmodel geworden. De eenvoudige opzet van de tools maakt het op een laagdrempelige manier mogelijk om een indicatie van de energieprestatie te bepalen, zonder hierbij al in details te treden. Op basis van deze voorspelling kunnen belangrijke conceptkeuzes in een vroegtijdig stadium worden vergeleken en afgewogen. De klimaatinstallatiecheck-website is gratis toegankelijk.

 

Alliander: klachtenregen zonnestroom door overspannen stroomnet

Niet alleen bedrijven, maar ook consumenten ondervinden steeds vaker hinder van de pijnpunten bij de energietransitie. Zo komt het steeds vaker voor dat ze hun opgewekte zonnestroom kortstondig niet kunnen terugleveren aan het stroomnet, waarschuwt netbeheerder Alliander.

Het aantal klachten hierover verdrievoudigde in de eerste helft van dit jaar tot 3300 vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. “Het elektriciteitsnet in de woonwijk loopt op piekmomenten steeds meer tegen grenzen aan”, stelt de netbeheerder. Bedrijven hebben al langer last van oplopende wachttijden voor een nieuwe of grotere aansluiting op het elektriciteitsnet. Ook projectontwikkelaars die woningen willen bouwen en woningcorporaties die huizen willen verduurzamen merken steeds meer de gevolgen van de drukte op het net. Alliander voerde de investeringen in de uitbreiding van het gas- en elektriciteitsnet in het eerste halfjaar op met 62 miljoen euro tot 641 miljoen euro. Desondanks is het volgens de onderneming ‘onmogelijk om het tempo van de energietransitie bij te houden’.

Net loopt in steeds meer gebieden vol

Netbeheerders waarschuwen al langer dat het elektriciteitsnet in Nederland de massale overstap naar zonnepanelen niet aankan. Door de energietransitie en de grotere vraag naar elektriciteit bij bedrijven, doordat ze moeten overstappen van gas naar stroom, loopt het net in steeds meer gebieden in het land vol. Gemiddeld kregen netbeheerders in de eerste helft van dit jaar twee tot drie keer vaker klachten over het stroomnet vergeleken met een jaar eerder, laat Netbeheerder Nederland weten. De klachten gaan volgens een woordvoerder onder meer over het niet kunnen terugleveren. Ook Enexis, netbeheerder in Noord-Brabant, Limburg, Groningen, Drenthe en Overijssel, ziet dat het aantal klachten van consumenten op het laagspanningsnet is verdriedubbeld. Afgelopen januari tot en met juni waren er zo’n 500 storingen door overbelasting, meldde Enexis onlangs. In heel 2022 waren er 267 storingen.

 

 

Hoofdpijndossier

Een woordvoerder van demissionair energieminister Rob Jetten, noemt de overvolle stroomnetten een ‘hoofdpijndossier’ voor de energietransitie. Volgens hem wordt ‘keihard gewerkt’ om de problemen zoveel mogelijk op te lossen. Toch is Den Haag niet van plan om een rem te zetten op de explosieve groei van zonnepanelen. “De groei van zonne-energie is positief, alleen: je moet wel iets met het probleem van het volle stroomnet. Dus daar is wel veel aandacht voor.”

Bron: ANP

Column Ronald Huisman: Verduurzaming gaat verder dan alleen zonnepanelen

“Netwerken kunnen het aanbod van groene stroom niet aan.” Een bericht dat regelmatig in de media verschijnt. Het valt me altijd weer op. We zijn al even bezig met de energietransitie, dit hadden we toch wel kunnen voorzien?

Maar ergens is het toch weer niet zo opzienbarend. Het verbaast me juist hoe eenzijdig men denkt als het gaat om de energietransitie. “Meer zon, meer wind.” is het credo. Maar daarmee alleen redden we het niet. We hebben zonnepanelen op daken liggen. Die produceren allemaal electriciteit op min of meer hetzelfde moment in een klein land als Nederland. Ook op momenten wanneer er geen vraag naar die stroom is. Wat hebben we aan duurzame energie als er geen vraag naar is? In plaats van een eenzijdige blik, kun je de energiemarkt beter zien als een economisch systeem. Net zoals bij andere goederen bepalen aanbod, vraag, opslag en transport de werking van de energiemarkt. Het probleem van duurzame energiebronnen is dat ze niet meer produceren als er meer vraag naar stroom is. Windmolens produceren alleen meer als het harder waait. We denken niet aan het aanbod van duurzame energie als we het licht aanzetten. Maar dat zouden we wel moeten doen. Zet de wasmachine aan als de zon schijnt en gebruik koelinstallaties als het hard waait.

Een goed werkende energiemarkt is flexibel genoeg om zich aan te passen aan het variabele aanbod van elektriciteit uit duurzame bronnen. Consumenten passen hun vraag aan op het aanbod van duurzame energie. En als we het niet consumeren, dan slaan we het op. Zonne-energie op kerstavond. Die richting moeten we op! Dit betekent dat het verduurzamen van vastgoed verder gaat dan alleen het plaatsen van zonnepanelen. We moeten tegelijkertijd investeren in opslag en variabele energieconsumptie. Over opslag en batterijen hoor je steeds meer, maar informatieverstrekking over variabele consumptie blijft nog achter. Als in de openbare ruimte van een gebouw verkoeling en verwarming aangestuurd worden op basis van het aanbod van stroom uit wind en zon, dan wordt overtollige elektriciteit goed gebruikt. Dit is net zo belangrijk als het investeren in zonnepanelen zelf. Waarom levert men tegenwoordig een rij huizen op met zonnepanelen terwijl er geen centrale batterij is die de overbodige stroom in de straat opvangt?

Dat brengt me dan weer bij de vierde variabele: transport. Zolang er berichten verschijnen dat de netwerken het niet aankunnen, betekent dit niet alleen dat we meer moeten investeren in die netwerken. Het betekent juist dat we meer moeten investeren in opslag en variabele consumptie. Verduurzaming gaat verder dan alleen zonnepanelen.

 

Nieuw in ons magazine: een column van universitair hoofddocent Ronald Huisman, expert in impact investing, sustainable finance and investing aan de Erasmus School of Economics

Terugleverbeperking: gebieden waar je je stroom niet kwijt kunt

PGGM project Strukton Worksphere

Terugleverbeperkingen zijn situaties waarin een huiseigenaar of bedrijf met zonnepanelen hun overtollige opgewekte elektriciteit niet op het elektriciteitsnet kan terugleveren. Deze beperkingen kunnen voorkomen in gebieden waar het stroomnetwerk niet voldoende capaciteit heeft om de extra energie van lokale zonnepanelen te verwerken.

Er zijn verschillende redenen waarom terugleverbeperkingen kunnen optreden:

  1. Netwerkcapaciteit: Als er in een bepaald gebied veel zonnepanelen zijn geïnstalleerd, kan de hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit het lokale distributienetwerk overbelasten. Dit kan leiden tot technische problemen en storingen.
  2. Spanningsproblemen: Een overvloed aan teruggeleverde elektriciteit kan ook spanningsschommelingen veroorzaken in het elektriciteitsnetwerk, wat nadelige gevolgen kan hebben voor aangesloten elektrische apparaten en de betrouwbaarheid van het netwerk.
  3. Infrastructuurbeperkingen: In sommige gevallen kan de bestaande infrastructuur van het elektriciteitsnetwerk niet geschikt zijn om de extra elektriciteit van zonnepanelen te verwerken. Het upgraden van het netwerk kan kostbaar en tijdrovend zijn.
  4. Lokale regelgeving: In sommige gevallen kunnen lokale regelgevingen of beperkingen de teruglevering van elektriciteit beperken om technische problemen of andere zorgen te voorkomen.

Wanneer terugleverbeperkingen van toepassing zijn, kunnen huiseigenaren of bedrijven met zonnepanelen mogelijk nog steeds profiteren van lagere elektriciteitskosten door hun eigen opgewekte energie lokaal te gebruiken. Het kan echter betekenen dat ze niet kunnen profiteren van terugleververgoedingen of dat ze moeten zoeken naar andere manieren om hun overtollige energie te benutten, zoals het opslaan van de energie in batterijen.

Bron: Volkskrant

Het is essentieel om bij de installatie van zonnepanelen contact op te nemen met de lokale netbeheerder om te begrijpen of er eventuele terugleverbeperkingen zijn in het specifieke gebied. De netbeheerder kan voorzien in de meest actuele informatie over de status van het elektriciteitsnetwerk en eventuele beperkingen waarmee men rekening moet houden.

 

Techem

Techem is een van de toonaangevende servicepartners voor groene en slimme gebouwen. Onze focus ligt op energie-efficiëntie langs de gehele waardeketen in vastgoed. Wij bevorderen gezond wonen, efficiëntie van processen en bescherming van het klimaat.

Zinvol digitaliseren

Energiekosten stijgen, het milieu wordt steeds belangrijker en het besparen van energie speelt een steeds grotere rol. In meer dan 22 landen draagt Techem bij aan een bewust gebruik van energie en water door het opstellen van de verbruiksafhankelijke afrekeningen van energie- en waterkosten.

Klaar voor de toekomst!

Door het meten van individueel energieverbruik van gebouwen met collectieve energie installaties maken wij duurzaamheid al mogelijk sinds 1952 Hoe? Door zinvol digitaliseren. Want door het per huishouden meten van werkelijk verbruik van warmte, gas, water en elektra maken we eenvoudig gebouwen slimmer, duurzamer en gezonder voor nu en de toekomst. Geautomatiseerde meters worden op radiatoren, tussen leidingen, ketelhuizen, laadpalen etc. geplaatst. Hierdoor kunnen we de individuele en totaal verbruiken op afstand uitlezen, en per huishouden de jaarlijkse eindafrekening energie uiterst preciesie opmaken. De totaalrekening van de energieleverancier van een complex wordt hierdoor eerlijk verdeeld over de bewoners.

Onze aanpak is succesvol

Door energie-efficiëntie en de kosteneffectiviteit te verbeteren in gebouwen met blokverwarming besparen we met onze strategie per jaar in ruim 11 miljoen woningen wereldwijd aan zo’n 8,7 miljoen ton CO2 uitstoot. In Nederland betekend dit voor bewoners een eindafrekening energie die 20% lager uit kan vallen. Zinvol digitaliseren dus.

Een kleine stap, met een hoog resultaat!We kunnen wel stellen dat door gebruik te (blijven) maken van collectieve energie installaties bewoners meer inzicht, grip en zekerheid hebben op de energie afrekening. Maar door deze innovatie in de vastgoed sector profiteren ook VvE’s, beheerders en woningcorporaties van deze slimme toepassingen. Administratieve processen gaan sneller en efficiënter. Bovendien bespaart het hen tijd, kosten en energie.

Wij gaan voor een lager energieverbruik en meer transparantie.

Het doel is om het energieverbruik in de EU op de lange termijn te verlagen. Al onze technologieën zijn daarom EED* en EPBD (bouwbesluit)** proof.

 

Bouwinvest gaat 63 appartementencomplexen uitrusten met slimme batterijsystemen van iwell

Vastgoedbelegger Bouwinvest Real Estate Investors heeft voor haar driehonderd woningcomplexen en zichzelf een forse milieudoelstelling opgelegd. Volgens Eric-Jan Dekkers, Manager Technical Management bij het Residential Fund van Bouwinvest, moeten alle 19.000 woningen in die complexen al in 2045 volledig Paris Proof zijn. Daar moeten nog veel maatregelen voor uitgevoerd worden. Voor dit jaar ligt de focus onder andere op 63 appartementencomplexen, waar AC-laders voor elektrische auto’s geplaatst gaan worden. ‘De batterij-systemen van iwell lossen het probleem op, dat aan de ene kant de vraag naar opladen enorm toeneemt, terwijl aan de andere kant de netcongestie het niet toelaat om grotere vermogens mogelijk te maken.’

De batterijsystemen van iwell worden overdag opgeladen met ingekochte, duurzaam opgewekte zonne-energie. ’s Nachts, als het flink waait, gebeurt hetzelfde met windenergie. De slimme systemen kijken dan naar het aanbod van de beschikbare duurzame energie, waardoor een zo duurzaam mogelijke mix wordt opgeslagen in de batterijen. Zo optimaliseert het zelflerende batterijsysteem van iwell alle energie­stromen binnen een gebouw, zoals voor de verlichting van kelders en trappenhuizen, liften en dergelijke, maar ook daarbuiten met de verlichting van parkeerterreinen en de AC-laders voor elektrische auto’s en vlakt het de piekbelasting af (peak shaving). Vincent Ruijter, founder van iwell: ‘De slimmigheid zit in de batterij en bestaat uit een omvormer -van wisselstroom naar gelijkstroom en vice versa- en een soort computer voor het zelflerende vermogen. Deze computer brengt verschillende parameters -denk aan de zonnesterkte, de gewenste hoeveelheid energie en de momenten waarop energie nodig is- in kaart en zorgt voor een efficiënte manier van energie leveren én opslaan. Dit systeem is toepasbaar op een bestaande netaansluiting, maar is ook geschikt om direct vanuit een PV-systeem te laden.’

Zelflerend batterijsysteem als oplossing

Dekkers noemt een maatregel waarmee hij de noodzaak voor een slimme oplossing illustreert:  ‘Vanaf 2030 wil de gemeente Amsterdam alle benzine- en dieselauto’s binnen de ring A10 weren. Andere steden als Utrecht en Rotterdam zouden het voorbeeld uit de hoofdstad zomaar eens kunnen volgen. Er zal daar dus een enorme vraag naar het elektrisch laden van auto’s ontstaan. Het mooiste is dan natuurlijk dat je een oplader beschikbaar bij je huis hebt. Maar bij appartementen kan dat gewoonweg niet zomaar. Daar is bijvoorbeeld de aansluiting van het gebouw niet toereikend voor. Het gebouw kan niet meer elektra leveren dan dat het al doet.’ Bovendien zal de netcongestie, die in het hele land uitbreidingen van netaansluitingen nagenoeg onmogelijk maakt, volgens netbeheerder TenneT niet voor 2030 opgelost zijn. Ruijter zegt daarover: ‘Het grootste probleem is dat de netaansluiting van het appartementengebouw gebaseerd is op de pieken in de vraag. Die pieken liggen doordeweeks rondom het ontbijt en vanaf een uur of vijf in de middag. Daar zou dan ’s avonds het opladen van de elektrische auto’s bij komen en dat kan nu eenmaal niet.’

Plug&play Power Cubes

Het afgelopen jaar werd gestart met het plaatsen van tien Power Cubes van 30 kWh van iwell, die bij de tien complexen nu in totaal 40 AC-laders kunnen voorzien van stroom. Extra batterijen moeten in het komende jaar bij de resterende 53 complexen ruim 200 AC-laders mogelijk maken, waardoor op die complexen ruimschoots aan de vraag naar slim opladen voorzien kan worden. Dekkers merkt daarbij op: ‘Het is vanzelfsprekend niet de bedoeling dat één van de bewoners van half vijf tot de volgende ochtend zijn auto aan de lader laat staan. Zoveel AC-laders kunnen we niet plaatsen, maar dat hoeft nu ook nog niet. Uit de praktijk blijkt dat de voorziene uitbreiding voorlopig afdoende laadcapaciteit zal bieden.’ Over de plaatsing van de batterijen vertelt Ruijter: ‘Het systeem is een plug&play-oplossing die slechts twee eisen kent: de hoofdaansluiting moet worden doorgemeten zodat de Power Cube de pieken optimaal kan afvangen en er moet wat ruimte zijn voor de batterij. Ingewikkelder is het niet.’

 

Grotere opgave

Al die 19.000 woningen in de huidige portefeuille zullen de komende jaren een verduurzamingsslag moeten maken om energiezuiniger en aardgasvrij te worden. Dekkers: ‘Technische oplossingen zijn er nu al, en die worden in de toekomst alleen nog maar meer en beter. We hebben een routekaart klaarliggen waarmee we onze doelstelling -Paris Proof in 2045- gedurende de komende jaren denken waar te kunnen maken. Maar heel eenvoudig wordt het niet. We zijn namelijk mede afhankelijk van de instemming van huurders. We kunnen niet zomaar beslissen dat er bijvoorbeeld nieuwe lage temperatuurradiatoren in een woning geplaatst wor­den of dat er buizen door een kamer worden aangelegd. In de praktijk betekent het dat we 19.000 keukentafelgesprekken zullen gaan voeren om onze plannen toe te lichten. Om al deze zaken uit te kunnen leggen, kun je niet volstaan met een enkele huurdersbijeenkomst of een mooie folder. Daarvoor, verwachten we, zullen we alles uit de kast moeten halen, tot de individuele gesprekken aan toe.’ Ruijter vult afsluitend aan: ‘Als in de toekomst op die 63 appartementencomplexen zonnepanelen geplaatst gaan worden, dan kunnen onze batterijen ook voor duurzame opslag voor uitgesteld gebruik zorgdragen.’

 

Over iwell

Iwell heeft de ambitie om de energietransitie te versnellen. Het vijftig man sterke team is van het kaliber niet lullen, maar poetsen: de energieprofessionals bouwen vandaag aan de energievoorziening van morgen. Iwell is actief in de logistiek, industrie en de vastgoedsector en marktleider in Nederland. Op dit moment vinden de voorbereidingen voor uitbreiding in Europa plaats. Sterker nog, iwell is vastbesloten ook op Europees niveau marktleider te worden. Ruijter: ‘We hebben inmiddels driehonderd opdrachtgevers voorzien van energieoplossingen en ons algoritme wordt elke dag beter. Dat betekent dat onze toepassingen voor een steeds grotere groep ondernemers een interessante oplossing wordt.’

 

 

 

Forse CO2-uitstoot productie zonnepanelen stijgt verder

merin zonnepanelen

Bij alle positieve berichten over de enorme hoeveelheid energie die zonnepanelen opwekken, past een stevige kanttekening. De productie ervan is verre van smetteloos en zorgt voor een te forse CO2-uitstoot om de klimaatdoelen van 2030 te halen. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Metabolic in opdracht van Dutch Green Building Council (DGBC). De toepassing van zonnepanelen leidt met de huidige productiemethoden juist tot een verdubbeling van de uitstoot. Zicht op veel verbetering is er nog niet.

Door de grote woningbouwopgave die Nederland heeft, blijft de vraag naar zonnepanelen naar verwachting stijgen. Maar alle materialen die voor de productie ervan nodig zijn, hebben natuurlijk ook een eigen impact op het milieu. Dat bleek wel toen Metabolic en DGBC onderzochten wat de CO2-uitstoot is van de productie van verschillende materiaalsoorten en producten voor de bouwsector. De meeste CO2-uitstoot kwam voor rekening van staal, beton, glas, isolatie en installaties. In die laatste categorie vallen ook de zonnepanelen. Die zijn verantwoordelijk voor 88 procent van de uitstoot in de installatiebranche.

48 procent

Met de huidige manier van produceren blijven producenten en leveranciers van staal, beton, installaties, isolatie en glas steken op 48 procent CO2-reductie in 2030, terwijl 60 procent nodig is. “Radicaal anders bouwen én produceren is daarom nodig om de klimaatdoelen te halen”, laat Laetitia Nossek van DGBC weten. “De installatiebranche, met zonnepanelenproducenten voorop, lijkt zich echter nog niet te realiseren dat er snel actie nodig is.”

De grotere vraag naar bouwmaterialen door de nieuwbouwopgave, maar ook in toenemende mate door de renovatieopgave, staat op gespannen voet met de doelen om de CO2-uitstoot te verminderen. De toepassing van omvangrijke hoeveelheden zonnepanelen leidt met de huidige productiemethoden juist tot een verdubbeling van de uitstoot. Waar bij staal, beton en isolatie de verantwoording helder is en de zoektocht naar duurzamere alternatieven gaande is, blijft de installatiebranche achter. De zonnepanelenproducenten zijn het minst duidelijk over de uitstoot die de gebruikte materialen veroorzaken, constateerden de onderzoekers. Ook hebben ze nog onvoldoende plannen om milieuvriendelijker te produceren.

Alternatieven

Juist zonnepanelen zijn noodzakelijk voor de opwekking van duurzame energie, en dat niet alleen in de nieuwbouw, maar zeker ook bij de bestaande gebouwen. Sinds 2019 is de vraag naar zonnepanelen alleen maar toegenomen en met de woningbouwopgave van bijna een miljoen woningen tot 2030 blijft deze vraag stijgen. “Zonnepanelen drukken inmiddels heel hard op de CO2-voetafdruk van de gebouwde omgeving”, zegt Nossek.

De sector moet om, adviseren de onderzoekers. Dat betekent stoppen met de productie van vervuilende materialen en overstappen naar alternatieve producten. Toni Kuhlmann van Metabolic legt uit: “De uitstoot van de productie moet omlaag en we moeten minder nieuwe materialen en installaties toepassen. Naast de energietransitie is een grootschalige transformatie nodig naar een circulaire bouweconomie: minder materialen gebruiken, bouwmaterialen toepassen die geen CO2 uitstoten bij de productie en veel meer hergebruiken en/of biobased materialen toepassen.” Nossek voegt toe: “Zonder circulaire oplossingen heb je ook geen CO2-neutrale bouwkolom.”

De onderzoekers concluderen ten slotte dat de bouwsector gestimuleerd moet worden om duurzamer te produceren en benoemen hierbij ook de verantwoordelijkheid van opdrachtgevers en adviseurs in de inkoopprocessen.

Lees hier het hele rapport