Bedrijven gaan warmte, kou en stroom uitwisselen in Amsterdam

Essent start vandaag met Essent Energy Infrastructure Solutions (EIS). Met deze divisie bouwt, beheert en bezit Essent duurzame energieoplossingen en integreert deze in een geoptimaliseerd energiesysteem. Zo wil het energiebedrijf duurzame gebiedsontwikkeling in wijken, steden en industrieterreinen versnellen en een oplossing bieden voor het netcongestieprobleem in Nederland.

Energietransitie versnellen

Stephan Segbers, COO van Essent, plaatst de introductie van het integrale energiesysteem binnen het bredere kader van de duurzame strategie van Essent: “Als grootste energieleverancier van Nederland ontwikkelt Essent duurzame, slimme energie-oplossingen, waarmee de noodzakelijke energietransitie stap-voor-stap vanaf vandaag praktisch gerealiseerd wordt. Met Essent Energy Infrastructure Solutions brengen we een overkoepelende, innovatieve oplossing op de markt. Zo kunnen we de energietransitie in de gebouwde omgeving, de industrie en mobiliteit versnellen op weg naar 2050. In 2030 willen we met EIS de grootste zijn in duurzame gebiedsontwikkeling.”

Volgens Patrick Lammers, bestuurder bij E.ON, het moederbedrijf van Essent, brengt EIS alles samen wat E.ON internationaal op het gebied van intelligente energieoplossingen heeft ontwikkeld en nu gereed is voor toepassing in Nederland.

Met EIS leveren we de beste oplossing voor onze klanten en kunnen we onze rol als Europese voorhoedespeler in de energiemarkt versterken.

Integraal energiesysteem

Essent EIS biedt een op maat gemaakt energiesysteem dat de meest kostenefficiënte en duurzame technieken intelligent combineert. Van de productie, levering en opslag van duurzame warmte en koude, zonnepanelen en laadinfrastructuur tot batterijen en waterstofoplossingen.

Voor de warmte- en koudevoorziening van het systeem maakt Essent gebruik van ectogridTM, een intelligente infrastructuur ontwikkeld door moederbedrijf E.ON. Dit innovatieve systeem verbindt verschillende gebruikers in een gebied en zorgt voor uitwisseling van (lokaal aanwezige) warmte en koude. Het werkt op dezelfde temperatuur als de omgeving, waardoor er geen sprake is distributieverlies. Afhankelijk van de vraag kan het systeem de temperatuur aanpassen door slim gebruik van warmtepompen, koelapparaten en opslag.

Een unieke digitale laag, ectocloudTM, integreert alle energiestromen. Van verwarming, koeling, opslag, elektriciteitsproductie en -gebruik voor transport. De geavanceerde software stuurt het hele systeem intelligent aan met data uit het systeem, zelflerende algoritmes en met gegevens over de energiebehoefte van gebruikers, het weer, lokale energieproductie of energieprijzen. Zo zorgt het dat het energiesysteem optimaal functioneert.

Door de integrale benadering van het systeem vermindert het energieverbruik, de energiekosten en de CO2-uitstoot van een gebied, zoals een buurt, wijk, stad of industrieterrein. Uit eerdere projecten van Essent-moeder E.ON is gebleken dat efficiëntieverhogingen tot maar liefst 80 procent qua energieverbruik mogelijk zijn.

Met EIS neemt Essent de complexiteit van het energiesysteem in duurzame gebiedsontwikkelingen weg. Essent EIS is geschikt voor buurten, wijken en zelfs hele steden en is goed te combineren met bestaande energie-infrastructuren zoals aardgasnetten of stadsverwarming. Door de modulaire opbouw kan het systeem op korte termijn en kleinschalig beginnen en over de tijd heen uitgebreid worden.

CLIC

Het eerste project van de nieuwe bedrijfstak van Essent is de gebiedsontwikkeling CLIC (City Logistics Innovation Campus) in Badhoevedorp. In dit ambitieuze project voor duurzame stadslogistiek gaan Essent en ontwikkelaar Somerset Capital Partners werken aan het ontwerp van een uniek geïntegreerd energiesysteem. Robert Kreeft, projectmanager van CLIC: “Duurzame energie is een essentieel onderdeel van de duurzame bevoorrading van onze steden met nieuwe oplossingen voor stadslogistiek. In CLIC worden voor het eerst ter wereld zó veel verschillende energiefunctionaliteiten aan elkaar gekoppeld en geoptimaliseerd. 20 gebouwen, 120.000m2 en een combinatie van warmte, koude, zonnepanelen, elektrisch vervoer en batterijopslag. We zijn trots dat dankzij de samenwerking met Essent ook wat betreft energielevering koploper kan worden in de ontwikkeling van de stadslogistiek van de toekomst.”

*Uit eerdere projecten van Essent-moeder E.ON is gebleken dat efficiëntieverhogingen tot 80 procent qua energieverbruik en verlaging van de energierekening van 20% mogelijk zijn.

 

Remeha werkt aan BENG en TO-juli

Zonnepanelen Oranjedak

1 januari 2021 is de EPC-regeling vervangen door BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dat is een grote stap voorwaarts als het gaat om het terugdringen van de CO2-uitstoot en transparantie in het realiseren daarvan. Iedereen die zich bezighoudt met bouwen is verantwoordelijk en kan een steentje bijdragen aan BENG. Sterker: alleen als alle betrokkenen samenwerken kunnen we BENG optimaal toepassen.

BENG doe je samen!

Iedereen, van stedenbouwkundige en architect tot ontwikkelaar en installateur, draagt verantwoordelijkheid als het om BENG gaat. Talloze factoren bepalen of een gebouw al dan niet BENG is. Op verschillende van die factoren oefen je met oplossingen en producten van Remeha invloed uit. Tegelijk met BENG trad een nieuwe indicator die het risico op temperatuuroverschrijding binnen een woning aangeeft in werking: TO-juli. Die kennis moet leiden tot een vermindering van het risico op temperatuuroverschrijding.

BENG in het kort

BENG kent drie afzonderlijke indicaties.

  • BENG 1: energiebehoefte van het gebouw (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). De energiebehoefte geeft aan wat de energiezuinigheid is van een gebouw. Dan draait het om verwarming en koeling, ongeacht de installaties – het casco telt. Isolatie, stand ten opzichte van de zon en ventilatie hebben ook invloed op de energiezuinigheid
  • BENG 2: primair (fossiele) energiegebruik (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). Het vooraf berekende gebruik van fossiele energie moet worden beperkt. De hoogte van de reductie is afhankelijk van het woningtype
  • BENG 3: aandeel hernieuwbare energie in procenten. Hernieuwbare energie moet optimaal worden benut, denk hierbij aan zonnepanelen

Berekeningsmethode NTA8800

Om te bepalen of een nieuwe woning aan de BENG-eisen voldoet is een berekeningsmethode ontwikkeld. De methode is vastgelegd in de NTA8800. BENG geldt uitsluitend voor nieuwbouw, maar met deze methode is het mogelijk om de energieprestatie van nieuwe en van bestaande woning- en utiliteitsbouw vast te stellen.

Lees meer over de Energieprestatie indicatoren

 

Energiezuinig en meer comfort

BENG is in het leven geroepen om duurzamer te kunnen bouwen en wonen. Met deze regeling is er meer aandacht voor de energiezuinigheid van het casco en is er minder ruimte voor minder zuinigere woningen. Dat leidt tot een toename van de regels en de kans is reëel dat de initiële bouwkosten stijgen. Daar staat tegenover dat het gebruikscomfort toeneemt. Bovendien kan een huis dat voldoet aan BENG een hogere marktwaarde hebben.

Voorkomen van temperatuuroverschrijding

Vanwege de optimale isolatie in woningen wordt het steeds belangrijker dat koeling en ventilatie in orde zijn. Om dat uitgangspunt in goede banen te leiden is tegelijk met BENG de indicator TO-juli van kracht geworden. Dat geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Hoe lager de uitkomst, hoe lager het risico. Het gebouwontwerp, ligging ten opzichte van de zon en materiaalgebruik hebben invloed op TO-juli. Remeha kan hierbij ook een rol spelen. Met een Remeha warmtepomp met koeling voldoet de woning aan de TO-juli grens. Grondgekoppelde warmtepompen zijn bovendien gunstig voor BENG 2 en 3. Een keuze voor luchtwater warmtepompen betekent dat het mogelijke extra verbruik van de koeling gecompenseerd moeten worden door extra zonnepanelen.

 

Wat doet Remeha?

Bij BENG draait het dus om het verminderen van de energiebehoefte van woningen, beperking van gebruik van fossiele energie en het gebruiken van hernieuwbare energie. Op welke manier ondersteunt Remeha je bij het realiseren van BENG? Natuurlijk voldoen alle Remeha all-electric warmtepompen aan de nieuwe regelgeving. Dat is bovendien vastgelegd in kwaliteitsverklaringen. Daarnaast zijn de producten goed vindbaar in BENG-softwarepakketten zodat de toepassing van Remeha producten soepel verloopt. De warmtepompen van Remeha die actief koelen, dragen bij aan de beperking van het risico op temperatuuroverschrijding. En vanzelfsprekend ondersteunt Remeha zijn relaties altijd met maatwerkadvies.

Van product tot regie

Wat kunnen we op dit moment doen? All-electric warmtepompen van Remeha dragen nadrukkelijk bij aan het realiseren van BENG. De precieze rol is afhankelijk van de situatie en andere specifieke aspecten van de nieuwbouw. Naast innovatieve producten en doordachte oplossingen hebben we specialisten die adviseren, werk uit handen nemen en zelfs de regie rondom het realiseren van BENG als het gaat om de aspecten verwarming en koeling volledig kunnen overnemen. Alleen samen behalen we de meest optimale resultaten.

 

Webinar BENG en TO-juli 16 september

Wil je meer weten over BENG? Schrijf je dan in voor het BENG en TO-juli webinar op 16 september: https://control.yourwebinar.nl/webinars/subscribe/ytobud/

 

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Muren van kalk en hennep, cementloos beton en energieopslag via een basaltbatterij: Ecodorp Boekel biedt een kijkje in de toekomst van het bouwen. Maar deze innovaties hebben een keerzijde, want ze zijn moeilijk te financieren. Een samenwerking met verzekeraar Achmea biedt via Centraal Beheer uitkomst aan de verzekeringskant. “Achmea wil niet alleen goed doen voor de klanten en het bedrijf, maar ook wat goed is voor de maatschappij.”

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp.

Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen.

Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp.

Innovaties in een duurzame woonwijk

Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente.

Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt.

 

Circulaire economie

Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken.

Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden.

Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling.

Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.”

‘Elke innovatie is een risico’

Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden.

Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.”

Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.”

 

Het effect van een mandarijnenschil

Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos.

Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar.

Het voordeel van vroeg instappen

“Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.”

Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.”

Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten.

“De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.”

Gebruik van aardwarmte neemt toe

In Nederland wordt steeds meer gebruik gemaakt van aardwarmte als energiebron. Brancheorganisatie Geothermie Nederland becijfert dat de warmteproductie op deze wijze, die te boek staat als duurzaam, in 2020 met 10 procent is gestegen. In totaal werd voor 6,2 petajoule aan aardwarmte gewonnen en daarmee is 176 miljoen kubieke meter aardgas bespaard.

“Dit staat gelijk aan het gebruik aan aardgas van 117.500 woningen en een reductie van CO2-emissie van 333.000 ton”, aldus de brancheorganisatie. Voor dit jaar wordt verdere groei voorzien. Zo’n 40 grote projecten staan al gepland en er is volgens Geothermie Nederland veel belangstelling voor aardwarmte als energiebron voor de verwarming van woningen en bedrijven in de industrie.

Voor verdere groei zou de overheid moeten bijspringen, vindt de branche. “Belangrijk hierbij is dat het beleid daarvoor beter aansluit met passende stimuleringsmogelijkheden, een effectief vergunningenstelsel én dat warmtenetten beschikbaar komen.”

 

Bij geothermie worden twee diepe putten in de grond geboord. Uit de ene put wordt water dat door het binnenste van de aarde is opgewarmd omhoog gepompt, door de andere wordt afgekoeld water weer teruggepompt. De glastuinbouw is tot nog toe de sector die het meeste gebruik maakt van de techniek.

Aan geothermie kunnen ook risico’s kleven, bijvoorbeeld op verontreiniging van de bodem als zout water uit het systeem weglekt. Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseert ook ‘terughoudend’ te zijn met geothermie op plaatsen die aardbevingsgevoelig zijn, bijvoorbeeld gaswinningsgebieden.

Bron: ANP

‘Woning van het gas halen kost gemiddeld 40.000 euro’

Het kost gemiddeld 40.000 euro per woning om een huis van het gas te halen. Dat heeft het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) becijferd, meldt Nieuwsuur. Meer dan de helft van die investering is volgens het EIB niet terug te verdienen met besparingen op de energierekening en is dus onrendabel.

Het EIB acht het daarnaast onwaarschijnlijk dat de kosten de komende jaren zullen dalen. “De lessen uit de proeftuinwijken zijn belangrijk en hard nodig om te voorkomen dat deze kosten nog verder zullen stijgen”, waarschuwt directeur Taco van Hoek.

Tot nu toe werd door minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken juist verwacht dat er een kostenreductie zou ontstaan door de zogenoemde wijkaanpak. Het ministerie veronderstelt namelijk dat met de proeftuinen een ‘vliegwieleffect’ ontstaat, waardoor met de jaren het tempo toeneemt dat Nederlandse woningen aardgasvrij worden.

Het doel van het ministerie was om 30.000 tot 50.000 gebouwen in 2021 van het gas af te halen. Tot nu toe zijn er iets meer dan 200 woningen van het gas gehaald, becijferde de Volkskrant onlangs. Inmiddels ontkent het ministerie dat er een kwantitatief doel is voor de proeftuinen.

Te vroeg

In een reactie stelt het ministerie van Binnenlandse Zaken dat het nog te vroeg is om nu al kostenreductie te verwachten. “De uitvoering van het Klimaatakkoord is nog maar net gestart. Mochten signalen komen dat de verwachte en beoogde kostenreductie niet wordt gehaald, dan zullen de partijen in het Klimaatakkoord onderzoeken welke aanvullende inzet nodig is. Kostenreductie richting 2030 is onmisbaar om de doelen te halen en de verduurzaming voor steeds meer situaties betaalbaar te maken.”

Volgens het ministerie is er wel degelijk al een vliegwieleffect te zien van de proeftuinen. “Er is namelijk grote belangstelling van gemeenten om deel te nemen aan proeven met aardgasvrije wijken.”

Bron: ANP

Rijksmuseum krijgt 5 sterren voor duurzaam beheer

Het Rijksmuseum heeft een BREEAM-NL In-Use duurzaamheidscertificaat ontvangen met een ‘outstanding’ beoordeling (5 sterren). Hiermee is het Rijksmuseum het eerste museum ter wereld dat voor het beheer van een bestaand gebouw de hoogste haalbare score krijgt.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: “Het is mooi dat het Rijksmuseum deze erkenning heeft gekregen, maar hiermee houdt het voor ons niet op. We zullen ons de komende jaren blijven inzetten om bij te dragen aan een duurzame wereld.”

Het Rijksmuseum krijgt deze beoordeling voor het onderdeel Beheer omdat het bijzonder hoog scoort op het beheer van water, energie en afval. In 2017 kreeg het Rijksmuseum ook als eerste museum ter wereld dat de kwalificatie ‘excellent’ (4 sterren) voor duurzaam beheer. Ook op de twee andere onderdelen, Asset en Gebruik, scoorde het Rijksmuseum hoger dan drie jaar geleden.

Reduceren

Dit jaar zal de nadruk liggen op het verder verminderen van het energieverbruik, het hergebruik van (regen)water, het verminderen van de hoeveelheid afval en het vergroten van het duurzaamheidsbewustzijn van de medewerkers. Het Rijksmuseum heeft de afgelopen jaren het energiegebruik fors teruggebracht. In het topjaar 2019 werd er bijvoorbeeld ruim 16% minder gas verstookt dan het jaar ervoor. In 2030 wil het Rijksmuseum volledig van het gas af zijn. De komende jaren streeft het museum ernaar het gebruik van energie jaarlijks met minimaal 2% te verminderen. Het waterverbruik per bezoeker is in 2019 met 13% afgenomen.

Overtollige warmte

Op dit moment wordt de warmte-koude opslag gekoppeld aan omliggende gebouwen van het museum. De overtollige warmte uit het hoofdgebouw kan daardoor worden gebruikt voor het verwarmen van deze panden.

 

Circulair

Het Rijksmuseum streeft ernaar zo veel mogelijk duurzame materialen in te kopen, die door onszelf of onze leveranciers kunnen worden hergebruikt. Tentoonstellingen maken we steeds meer circulair. Zo kregen vrijwel alle gebruikte materialen van Caravaggio-Bernini. Barok in Rome, van de stoffen op de wanden tot de vitrines, een tweede leven.

Tuinen

De tuinen van het Rijksmuseum spelen een grote rol in de verduurzaming. Ze zijn een groene oase in de stad, waarin steeds meer inheemse plantensoorten worden geplant. Samen met een ecologisch adviesbureau is onderzocht hoe we de tuin kunnen aanpassen om bedreigde diersoorten er meer kansen te geven. Daarom zijn er insectenhotels en vleermuiskasten opgehangen. Ook werden afgelopen jaar nestkasten geplaatst voor het paartje slechtvalken dat zich rondom het museum ophield.

Natuurbewustzijn

Om het natuurbewustzijn van kinderen te vergroten is een programma ontwikkeld over kleurstofhoudende planten. In de Teekenschool leren kinderen hoe er verf kan worden gemaakt uit de wortels, bladeren of bloemen van diverse plantensoorten die in de tuin groeien. Ook is afgelopen jaar in samenwerking met de gemeente Amsterdam gestart met het project 100 jaar Schooltuintjes. Kinderen van één Amsterdamse basisschool kweken onder professionele begeleiding groente, fruit en bloemen in de tuin van het Rijksmuseum. Dit project zal in 2021 worden voortgezet.

Internationale standaard

BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) is een internationale certificeringsmethode die wordt gebruikt in meer dan 80 landen. De methode is oorspronkelijk ontwikkeld door het Building Research Establishment (BRE). Dutch Green Building Council heeft de methode geschikt gemaakt voor Nederland. Vandaar BREEAM-NL. Er zijn vier keurmerken, één voor bestaande gebouwen, één voor nieuwbouw- en renovatieprojecten, één voor sloopprojecten en één voor complete gebieden. Het Rijksmuseum is beoordeeld met het keurmerk voor bestaande gebouwen (In-Use). Het onlangs opgeleverde nieuwe CollectieCentrum Nederland in Amersfoort waar het Rijksmuseum met drie partnerinstellingen een deel van de Rijkscollectie beheert, heeft voor het ontwerp de beoordeling ‘outstanding’ (BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie).

Recordbedrag aan subsidies aangevraagd voor warmtepompen in woningen

In 2020 is door woningeigenaren een recordbedrag aan ISDE-subsidie aangevraagd voor warmtepompen en zonneboilers. Voor warmtepompen werd 39,8 miljoen euro subsidie aangevraagd (+35 procent t.o.v. 2019), voor zonneboilers 6,2 miljoen euro (+24 procent). In tegenstelling tot in 2019 werd het door de overheid gereserveerde totaalbudget van 100 miljoen euro echter niet overschreven.

In totaal is in 2020 voor ruim 70 miljoen euro aan aanvragen ingediend, zodat 30 miljoen in de subsidiepot is blijven zitten. Daar zijn verschillende verklaringen voor te geven. Ten eerste kon in 2019 nog subsidie worden aangevraagd voor pelletkachels en biomassaketels. Die twee verwarmingstechnieken zijn op 1 januari 2020 uit de regeling geschrapt, omdat ze niet erg duurzaam zijn. Daarnaast kende de ISDE in 2020 nog een ingrijpende wijziging: nieuwbouw werd in de regeling ‘uitgefaseerd’; inmiddels kan geen subsidie meer worden aangevraagd voor duurzame verwarmingstechnieken in nieuwe woningen.

 

Terugval in zakelijke markt

Een andere mogelijke verklaring voor het beperkte totaalbedrag aan aanvragen is dat het aantal ISDE-aanvragen vanuit de zakelijke markt in 2020 hard terugliep. Bedrijven vroegen met name veel minder subsidie aan voor warmtepompen: met 18 miljoen euro (tegenover 79,9 miljoen euro in 2019) kromp het totaalbedrag aan aangevraagde subsidies met meer dan 80 procent. Naar de exacte reden hiervoor is het gissen, maar het ligt voor de hand dat veel bedrijven – met name in de horeca – investeringen hebben uitgesteld onder druk van de coronacrisis.

Opnieuw ingediende aanvragen

In totaal zijn in 2020 – zakelijk en particulier – 34.579 aanvragen ingediend voor 45.509 apparaten. Overigens gaat het hierbij niet uitsluitend om apparaten die in 2020 zijn gekocht. Alle apparaten die na 1 januari 2016 zijn aangeschaft konden in 2020 nog in aanmerking voor ISDE komen. Omdat in 2019 het volledige budget was uitgeput, zal een deel van de aanvragen in 2020 al een jaar eerder – maar destijds zonder succes – zijn ingediend.

Verhoogd ISDE-budget

Voor 2021 is het ISDE-budgets opgehoogd tot 124 miljoen euro, en daarbij is de reikwijdte van de regeling verbreed. Sinds 1 januari van dit jaar kan er ook een beroep op worden gedaan voor isolatiemaatregelen, de plaatsing van windmolens (door bedrijven) en aansluiting op een warmtenet.

Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) biedt kansen voor vastgoedeigenaren

Afgelopen jaar is de ISDE-regeling met vijf jaar verlengd. Ook in 2021 kunnen particulieren en bedrijven subsidie aanvragen voor aanschaf van een warmtepomp of zonneboiler. Middels de ISDE-subsidieregeling stimuleert de overheid de keuze voor duurzame verwarmingstechnieken.

Je kunt met de ISDE voor zakelijke gebruikers een gebouw of te verhuren woning verduurzamen. Dat kan met een warmtepomp en een zonneboiler. VvE’s kunnen voor een appartementengebouw naast een warmtepomp en zonneboiler ook subsidie krijgen voor een centrale aansluiting op een warmtenet. Voor bedrijven is daarnaast tot en met 31 december 2023 subsidie beschikbaar voor kleinschalige windturbines en zonnepanelen.

Zakelijke gebruikers zijn bedrijven, woningcorporaties, verenigingen, Verenigingen van Eigenaren (VvE’s), overheden en particuliere verhuurders. Voor deze doelgroep is er subsidie beschikbaar voor een warmtepomp en een zonneboiler.

In 2021 is er € 124 miljoen budget beschikbaar.

Meer informatie over de voorwaarden en mogelijkheden op RVO.nl

 

 

 

Statkraft zet groots in op zonne-energie door overname Solarcentury

Statkraft, Europa’s grootste producent van duurzame energie, heeft een overeenkomst getekend voor de overname van Solarcentury, pionier op het gebied van zonne-energie. Met deze overname worden de krachten gebundeld om de groei van zonne-energie te versnellen. Hiermee versterkt Statkraft haar positie als mondiale marktleider in hernieuwbare energie.

Statkraft krijgt met de overname van Solarcentury toegang tot een pijplijn aan projecten van in totaal 6 GW (bruto) in Europa en Zuid-Amerika. Dit geeft Statkraft een stevige positie met een grote impact op de Europese markt voor zonne-energie. De projectenpijplijn van Solarcentury beslaat veel snelgroeiende markten, waaronder Spanje, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Griekenland, Italië en Chili. De transactie betreft een overname van 100 procent van de aandelen in Solarcentury Holdings en haar dochterondernemingen. De belangrijkste aandeelhouders waren voorheen Scottish Equity Partners, VantagePoint Capital Partners, Zouk Capital en Grupo Ecos. De overnamesom bedraagt 117,7 miljoen Britse Pond en is inclusief netto contante waarde.

Statkraft en Solarcentury sluiten goed bij elkaar aan vanwege de principes die beide bedrijven volgen bij de ontwikkeling van zonneparken. Zo zijn beide bedrijven lid van de Nederlandse branchevereniging Holland Solar, onderschrijven ze beiden het Klimaatakkoord en volgen ze allebei de Gedragscode Zon op Land. Laatstgenoemde code is ondertekend door de landelijke Natuur- en Milieuorganisaties, de landelijke koepels van lokale energiecoöperaties en bewonersgroepen. De twee bedrijven onderschrijven daarmee het belang van samenwerking mét bewoners en de bevordering van de biodiversiteit. Beide bedrijven hebben kantoren in Nederland (Amsterdam en Den Bosch) en een reeks Nederlandse projecten – zowel gerealiseerd als in ontwikkeling.

De geografische aanwezigheid van Solarcentury sluit naadloos aan op de huidige ontwikkelingsportefeuille en de marktactiviteiten van Statkraft. Statkraft biedt dankzij haar mogelijkheden voor marktintegratie, een unieke meerwaarde voor de geplande zonneparken van Solarcentury. Het bedrijf heeft als doelstelling om omstreeks 2025 minstens 8 GW aan wind- en zonne-energie te leveren.

Het vermogen aan zonne-energie is de afgelopen 10 jaar 27 keer groter geworden. Naar verwachting zal zonne-energie vanaf 2035 alle andere hernieuwbare energiebronnen overtreffen als ’s werelds grootste bron van elektriciteit, volgens het ‘Low Emissions Scenario’ van Statkraft. In 2050 zal zonne-energie naar verwachting goed zijn voor 38 procent van alle stroomopwekking wereldwijd.

Deze overname is in lijn met onze strategie om verder te groeien als ontwikkelaar van wind- en zonne-energie en wereldwijd een van de maatgevende leveranciers van hernieuwbare energie te worden”, zegt Christian Rynning-Tønnesen, CEO van Statkraft. “Net zoals waterkracht en zonne-energie elkaar aanvullen, is ook de match tussen Statkraft en Solarcentury uitstekend, zowel qua doelstellingen als qua mensen. Door onze krachten te bundelen versnelt onze groei en helpen we de energietransitie vooruit.

“Solarcentury is sinds 2007 volledig organisch gegroeid tot een zeer winstgevend bedrijf”, zegt Frans van den Heuvel, CEO van Solarcentury. “Om te kunnen blijven groeien zullen we veel profijt hebben van een grotere financiële slagkracht. Dat maakt deze overname interessant. Statkraft is een perfecte eigenaar voor ons dankzij de ambitie om groots te investeren in zonne-energie.”

Solarcentury is een zonne-energiepionier met wereldwijde activiteiten en een hoofdkantoor in Londen. Er werken zo’n 180 mensen in 12 landen. In 2013 heeft het bedrijf de strategische koers volledig gericht op gecentraliseerde opwekking van zonne-energie en grondgebonden zonneparken, waar inmiddels zo’n 40 projecten in 7 landen, met een totaal van 1.200 MWp uit voort zijn gekomen.

De overname valt onder de gebruikelijke goedkeuring in lijn met mededingingsregelgeving en zal naar verwachting tegen het einde van 2020 voltooid zijn.