DHG lanceert eigen duurzame energiebedrijf Twozero

Met TwoZero richt DHG zich op duurzame energieoplossingen voor haar gebouwen en haar huurders. DHG TwoZero investeert in zonnepanelen op de daken van geselecteerde SMARTLOG distributiecentra, waarmee direct duurzame zonne-energie wordt geleverd aan de huurder. Indirect wordt er ook geleverd aan andere huurders en wordt er teruggeleverd aan het energienet.

DHG TwoZero ontwikkelt ook oplossingen voor locaties waar sprake is van netcongestie, overbelasting van het elektriciteitsnet. Op deze locaties realiseert TwoZero een slim off-grid systeem bestaande uit zonnepanelen en batterij-systemen. Deze off-grid oplossing zorgt ervoor dat de distributiecentra geheel zelfvoorzienend zijn in energie.

Voor DHG is duurzaam bouwen al jaren vanzelfsprekend. Het ontwerp van een nieuwe SMARTLOG evolueert continu en is inmiddels standaard gasloos. In iedere SMARTLOG distributiecentrum wordt LED verlichting met bewegingssensoren geïnstalleerd en wordt niet alleen de kantoorruimte, maar ook de hele bedrijfshal verwarmd middels vloerverwarming.
Hierbij wordt de warmtepomp en het ventilatiesysteem van het kantoor gevoed met zonne-energie. Dit ventilatiesysteem is uitgerust met warmte terugwinstechniek om energie te besparen. Daarbij wordt er tijdens de ontwikkeling zo veel mogelijk gewerkt via de normen van circulariteit. Om alle benodigde kennis voor de zonnepanelen en overige duurzaamheidsdoelstellingen in huis te halen beschikt DHG over een eigen in-house BREEAM-NL Expert

Van oudsher heeft DHG de volledige keten van het vastgoed in eigen beheer waardoor zij optimaal flexibel kan zijn in haar dienstverlening naar de huurders. Sinds 2019 worden de daken van alle DHG SMARTLOG ontwikkelingen al voorzien van zonnepanelen, maar door een externe partner. De keuze om zonnepanelenparken vanaf nu zelf te ontwikkelen en te exploiteren met TwoZero voelt daarom als een natuurlijke volgende stap voor DHG. Zo profiteren de huurders optimaal van de voordelen van lagere energiekosten door het verbruik van lokaal opgewekte groene energie zonder zelf te investeren. Met de overcapaciteit kan zelfs worden voorzien in de energieleverantie van objecten in de portefeuille waar geen of onvoldoende elektriciteit kan worden opgewekt, zoals kantoorpanden en terminals.

DHG TwoZero zal de daken van alle in aanbouw zijnde SMARTLOG distributiecentra, inclusief waar mogelijk de bestaande portefeuille, van DHG voorzien van zonnepanelen. Het eerste systeem wordt op dit moment door TwoZero aangelegd op het dak van SMARTLOG Roosendaal. Dit systeem is operationeel vanaf juni 2023. DHG TwoZero heeft zich als eerste doel gesteld om binnen anderhalf jaar 30 MWp aan zonnestroomprojecten te realiseren, waarmee de volledige DHG vastgoedportefeuille, inclusief de objecten waar geen of onvoldoende elektriciteit kan worden opgewekt, van eigen opgewekte zonne-energie te kunnen voorzien.

Main Energie gaat verder als Audax Renewables

Energielabel C kantoren

Vanaf 1 mei 2023 zal Main Energie, de Nederlandse dochteronderneming van het Europese bedrijf, definitief verdergaan onder de naam Audax Renewables. Zes jaar geleden nam de Europese energieleverancier Audax Renewables met het hoofdkantoor in Barcelona een meerderheidsbelang in Main Energie. De laatste jaren is de Nederlandse dochter volledig in handen van Audax, per 1 mei 2023 wordt dit dus bestendigd met een naamswijziging.

In een tijd waarin de energievoorziening meer dan ooit onder druk staat, biedt Audax Renewables haar klanten duurzame oplossingen op maat. Het bedrijf is de ideale partner voor bedrijven in de in de zakelijke markt die willen investeren in een duurzame toekomst. Audax Renewables heeft zich omringd met diverse partners in verduurzaming, zoals batterijproducenten en zonnepaneelinstallateurs, en wijst klanten graag op de mogelijkheden van subsidies.

Met de nieuwe naam Audax Renewables, wat in het Latijn ‘dapper’ betekent, onderstreept het bedrijf haar ambitie om voorop te lopen in de energietransitie en innovatieve oplossingen te bieden. Bereid je voor op een duurzame toekomst met Audax Renewables als jouw energiepartner.

Het gebouw als energiehub: toekomstmuziek?

Het net is vol, hoor je op steeds meer plekken in Nederland. Als we de samenleving verder willen elektrificeren, is congestie wellicht de belangrijkste opgave om in te vullen. Gelukkig zijn er oplossingsrichtingen, zoals het optimaal afstemmen van vraag en aanbod van energie met managementsystemen. Door een energiehub te worden, kunnen gebouwen zelf een elektriciteitsnet beheren en kan een microgrid ontstaan. Met Ardo Leijen van Eaton tonen we voor eindgebruikers de kansen om hiermee aan de slag te gaan.

Tekst: Marvin van Kempen, hoofdredacteur Duurzaam Gebouwd
Beeld: Eaton

De Europese doelstellingen om een fossielvrije en energieneutrale gebouwde omgeving te realiseren, komen er met rappe schreden aan. Over minder dan dertig jaar stoten we geen broeikasgassen meer uit en zijn we niet langer afhankelijk van aardgas. Van het gas af en elektrificeren móet. Tegelijkertijd doemen problemen op voor het Nederlandse elektriciteitsnetwerk: soms wordt het installeren van zonnepanelen uitgesteld, omdat duurzame energie-opwekking gewoonweg niet meer past. ‘We komen uit een situatie waarin energie altijd beschikbaar was. Het Nederlandse elektriciteitsnet was en is ontzettend betrouwbaar en dat zorgt ervoor dat we ons soms niet bewust zijn van de grote hoeveelheid energie die over het net wordt verplaatst. Tegelijkertijd staan we aan de vooravond van het vol raken van het elektriciteitsnet op verschillende plekken in Nederland.’

Elektrificatie als trend

Dat komt onder andere door de verder oplopende populariteit van elektrische voertuigen (EV). De verkoop neemt alsmaar toe en blijft naar verwachting stijgen tot 1,9 miljoen auto’s in 2030. Dat is meer dan een vertienvoudiging van het aantal elektrische voertuigen in 2020. Daarnaast worden steeds meer nieuwe of gerenoveerde gebouwen energieneutraal, waarbij de gasaansluiting achterwege wordt gelaten. ‘Het elektrificeren van de samenleving brengt een enorme toename van het gebruik van elektriciteit met zich mee. Het is een trend die doorzet. Daardoor wordt energiemanagement en het optimaal afstemmen van vraag en aanbod nog belangrijker. Een energiehub kan een belangrijke rol spelen om dit vraagstuk in te vullen, want je beheert daarmee het energiesysteem van een gebouw als een eigen energienet.’

Inspelen op toekomstige scenario’s

Zo’n hub zorgt ervoor dat de bestaande elektrische infrastructuur beter wordt beheerd en eindgebruikers flexibeler kunnen inspelen op toekomstige behoeften. Bijvoorbeeld als het wagenpark meer en meer elektrisch wordt en andere bedrijfsprocessen meer energie vragen. ‘Met een hub heb je dan de ruimte en de mogelijkheid om je energienetwerk snel uit te breiden. Dat is effectiever dan een meer reactieve ad-hocaanpak, waarbij je een EV-laadstation aansluit op de bestaande infrastructuur. Dan loop je het risico op problemen met het energiemanagement en krijg je te maken met extra kosten die er niet om liegen. Het upgraden van het energienet en van de capaciteit om aan de vraag te voldoen, vraagt een flinke investering. Het is beter om energiemanagement toe te passen en optimaal gebruik te maken van duurzaam opgewekte energie.’

Evoluerend ecosysteem

Het opzetten van een microgrid is voor veel verschillende eindgebruikers interessant. De opgave rondom het energievraagstuk dat zij willen invullen is universeel, maar de probleemstelling heel specifiek: ‘Dat begint bij inzicht verkrijgen en verschillende datastromen over bijvoorbeeld je energieverbruik vergelijken en aan elkaar koppelen. Je moet weten wat je in huis hebt en hoe je erop kunt inspelen.’ Vervolgens zijn de energievraagstukken divers en per situatie verschillend. ‘Klanten kunnen bijvoorbeeld ertegenaan lopen dat ze niet het gewenste energievermogen kunnen krijgen en dat de netbeheerder aangeeft dat zij dit op korte termijn niet kunnen veranderen. Maar ook een verandering in de vraag naar vermogen door de uitbreiding van een wagenpark of het elektrificeren van productieprocessen kan de infrastructuur op de proef stellen. Iedere locatie is weer anders, met verschillende randvoorwaarden. Zo is het mogelijk dat een gebouw een of twee uur per dag een energievraagstuk heeft, omdat er op dat moment een piekbelasting optreedt. Dan is het waardevol om te onderzoeken hoe je voor buffers zorgt om deze specifieke problemen op te lossen. Bijvoorbeeld door energie op te slaan op momenten dat je het niet kunt gebruiken en dit in te zetten op momenten dat je een piek verwacht. Zo realiseer je in feite een kortstondige netverzwaring. De kracht van een hub schuilt in het feit dat deze de rol kan aannemen van een ecosysteem, dat zich organisch aanpast aan een nieuwe situatie.’

Gebouw als microgrid

Een passend antwoord om dit soort vraagstukken op te lossen ziet Eaton in de aanpak Buildings As A Grid, waarbij je het energiegebruik monitort, managet en optimaliseert. De aanpak bestaat uit vier systemen: EV-laden, energiemanagement, -distributie en -opslag. ‘Het EV-laadsysteem biedt hardware en software welke zijn aangesloten op het energienet, met onder andere ondersteuning voor het dynamisch laden en tariferen. De tweede pijler is het energiemanagementsysteem, dat aan de vraagzijde flexibiliteit biedt. Op basis van energietarieven, zelfleverend vermogen en de combinatie met informatie over bijvoorbeeld het weer, kan er realtime een beslissing worden gemaakt over hoe je het meest optimaal assets aanstuurt. De software optimaliseert dan ook automatisch het beheer van aangesloten installaties, volgens verschillende, door de gebruiker gedefinieerde doelstellingen.’

Die doelen kunnen heel divers zijn. ‘Bijvoorbeeld het minimaliseren van de energiekosten, het verkleinen van de ecologische voetafdruk of het maximaliseren van energiegebruik uit hernieuwbare energiebronnen.’ Prestatie is volgens Leijen een sleutelwoord: welke prestatie wil je geleverd krijgen? Zoals de laadprestaties of het thermisch comfort dat je wilt bewerkstelligen. Als het karakter van je verbruik verandert, wijzigt je doelstelling voor een prestatie.’ Tot slot vormen het energiedistributiesysteem en de opslag van energie belangrijke schakels. ‘Eerstgenoemde systeem beheert elektrische energiedistributie en beveiliging. Laatstgenoemde betreft het opslaan van energie op momenten dat je de energie niet optimaal kunt inzetten. Dan kun je het bijvoorbeeld verhandelen op de energiemarkt of aanbieden aan een buurman die zijn dak niet of onvoldoende kan inzetten voor de opwekking van duurzame energie.’

Energie-uitwisseling: (on)mogelijk?

Het vliegwiel voor die uitwisseling van energie is nog niet gevonden en praktijkvoorbeelden zijn schaars. Dat komt onder andere door veiligheidsbeperkingen en de rigide wet- en regelgeving. ‘Er moeten gestandaardiseerde beveiligingsschema’s komen, zodat veiligheids- en hulpdiensten veiliger kunnen werken. Een gebouw mag bijvoorbeeld niet onder spanning staan, omdat het toevallig energie uitwisselt met vastgoed in de omgeving. Zo’n gestandaardiseerd format is niet jaren van ons verwijderd, want er is recentelijk een NEN-standaard die het gesprek hierover openbreekt.’

Volgens Leijen zorgen deze bewegingen ervoor dat uitwisseling van energie geen toekomstmuziek meer is. ‘Het is belangrijk om kritisch te kijken naar hoe we energie optimaal kunnen inzetten. Daarom is het goed om je te oriënteren op waar je nu staat met energiebeheer, vraag en aanbod en opslag van energie en of je klaar bent voor de toekomst. Twijfel je daarover, laat je dan adviseren om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van je assets. Zorg ervoor dat je voorbereid bent en flexibel kunt inspelen op toekomstige situaties.’

Servicekosten en de stijgende gas- en energietarieven. Wat te doen bij hoge inflatie?

Hoe voorkom je als verhuurder van bedrijfsruimte dat je straks voor verrassingen komt te staan met de toenemende energie- en gastarieven in relatie tot de servicekosten? In dit artikel gaat Maartje Dekker van Rensen Advocaten hierop in.

 

Servicekosten

Onder de servicekosten vallen bijkomende leveringen en diensten zoals de levering van energie en gas. Wat wordt er geleverd en hoeveel gaat dat kosten? Een huurder en verhuurder moeten het daarover eens zijn. Dit wordt in de huurovereenkomst vastgelegd. Specificeer de verschillende leveringen en diensten dus altijd duidelijk.

Het risico van een vaste vergoeding

Je kunt een vaste vergoeding afspreken voor de levering van gas en energie. Daaraan zul je dan ook afspraken moeten koppelen over de mogelijkheid om deze vergoeding te verhogen als de tarieven van leveranciers wijzigen. Bijvoorbeeld de afspraak dat een verhoging met een maximaal percentage per jaar mogelijk is. In een tijd als deze zal een afspraak over een vaste vergoeding echter flink tegen kunnen gaan vallen. Met snel stijgende prijzen neemt de kans toe dat de overeengekomen vergoeding en jaarlijkse verhoging niet de kosten dekt terwijl je wel voor de levering van gas en energie moet zorgen. Kortom: je loopt een risico. Of deze afspraken gewijzigd kunnen worden wegens onvoorziene omstandigheden (vergelijk de huurkorting wegens corona) is maar de vraag. Het zal niet snel het geval zijn verwacht ik. De praktijk zal dat moeten gaan uitwijzen.

 

Periodieke voorschotten

Het is dan ook gebruikelijker om te werken met voorschotten die periodiek worden afgerekend. Hoe er afgerekend moet worden en binnen welke termijn, staat meestal nauwkeurig beschreven in de algemene bepalingen (algemene huurvoorwaarden). Ook staat in de algemene bepalingen vaak iets over het aanpassen van het voorschot. Het voorschot wordt bij aanvang van de huurovereenkomst tussen partijen overeengekomen. Over de hoogte van het voorschot moet je het dus eens zijn met elkaar. Dat betekent ook dat het voorschotbedrag niet eenzijdig gewijzigd kan worden, behalve als daar afspraken over gemaakt zijn. Zo staat in de huidige algemene bepalingen van de ROZ bijvoorbeeld dat verhuurder het recht heeft om het voorschot van door hem geleverde zaken of diensten tussentijds aan te passen aan de door hem verwachte kosten.[1] Als er zo’n afspraak is gemaakt, heeft een verhuurder dus de mogelijkheid om bij (o.a.) stijgende tarieven van energie en gas het voorschotbedrag aan te passen om zo het debiteurenrisico zo klein mogelijk te maken.

Tips en checks

Als dus gekeken wordt naar de stijgende gas- en energietarieven dan moet je het volgende nagaan:

  1. Check eerst goed de huurovereenkomst en de algemene bepalingen
  2. Is er een vast bedrag aan servicekosten overeengekomen of een voorschot
  3. En als er een voorschot is overeengekomen: is er een afspraak gemaakt over het eenzijdig kunnen wijzigen van dit voorschot?

Als het voorschot eenzijdig verhoogd kan worden dan raad ik aan dat schriftelijk en gemotiveerd te voldoen. Als het voorschot alleen in overeenstemming verhoogd kan worden dan is een goede motivering óók belangrijk om de huurder over de streep te trekken. Een huurder zal vaak ook belang hebben bij het spreiden van de pijn. Want hoe dan ook worden de kosten achteraf verrekend met de huurder.

Zorg er verder sowieso altijd voor bij aanvang van de huurovereenkomst dat het overeengekomen voorschot reëel is. Als het bedrag veel te laag is en een huurder bij de eindafrekening onaangenaam verrast wordt, bestaat het risico dat de huurder zich beroept op dwaling en de huurovereenkomst vernietigt.

Check verder regelmatig of de contracten met de leverancier nog adequaat zijn.

  • Zijn er betere alternatieven?
  • Is het verbruik van een huurder ver beneden de gecontracteerde capaciteit?

Als je de contracten met een leverancier niet regelmatig tegen het licht houdt, loop je het risico dat een huurder met succes schadevergoeding kan vorderen. Uit rechtspraak volgt wel dat een verhuurder niet elke dag op zoek hoeft te gaan naar de voor de huurder voordeligste aanbieding, maar dat wel af en toe moet doen. Van een verhuurder kan worden verlangd dat hij het kostenniveau van geleverde diensten periodiek toetst.

Deze blog is geschreven door Maartje Dekker van Rensen Advocaten. Zij is specialist huurrecht en staat in haar praktijk vooral professionele verhuurders bij.

 

Bedrijven gaan warmte, kou en stroom uitwisselen in Amsterdam

Essent start vandaag met Essent Energy Infrastructure Solutions (EIS). Met deze divisie bouwt, beheert en bezit Essent duurzame energieoplossingen en integreert deze in een geoptimaliseerd energiesysteem. Zo wil het energiebedrijf duurzame gebiedsontwikkeling in wijken, steden en industrieterreinen versnellen en een oplossing bieden voor het netcongestieprobleem in Nederland.

Energietransitie versnellen

Stephan Segbers, COO van Essent, plaatst de introductie van het integrale energiesysteem binnen het bredere kader van de duurzame strategie van Essent: “Als grootste energieleverancier van Nederland ontwikkelt Essent duurzame, slimme energie-oplossingen, waarmee de noodzakelijke energietransitie stap-voor-stap vanaf vandaag praktisch gerealiseerd wordt. Met Essent Energy Infrastructure Solutions brengen we een overkoepelende, innovatieve oplossing op de markt. Zo kunnen we de energietransitie in de gebouwde omgeving, de industrie en mobiliteit versnellen op weg naar 2050. In 2030 willen we met EIS de grootste zijn in duurzame gebiedsontwikkeling.”

Volgens Patrick Lammers, bestuurder bij E.ON, het moederbedrijf van Essent, brengt EIS alles samen wat E.ON internationaal op het gebied van intelligente energieoplossingen heeft ontwikkeld en nu gereed is voor toepassing in Nederland.

Met EIS leveren we de beste oplossing voor onze klanten en kunnen we onze rol als Europese voorhoedespeler in de energiemarkt versterken.

Integraal energiesysteem

Essent EIS biedt een op maat gemaakt energiesysteem dat de meest kostenefficiënte en duurzame technieken intelligent combineert. Van de productie, levering en opslag van duurzame warmte en koude, zonnepanelen en laadinfrastructuur tot batterijen en waterstofoplossingen.

Voor de warmte- en koudevoorziening van het systeem maakt Essent gebruik van ectogridTM, een intelligente infrastructuur ontwikkeld door moederbedrijf E.ON. Dit innovatieve systeem verbindt verschillende gebruikers in een gebied en zorgt voor uitwisseling van (lokaal aanwezige) warmte en koude. Het werkt op dezelfde temperatuur als de omgeving, waardoor er geen sprake is distributieverlies. Afhankelijk van de vraag kan het systeem de temperatuur aanpassen door slim gebruik van warmtepompen, koelapparaten en opslag.

Een unieke digitale laag, ectocloudTM, integreert alle energiestromen. Van verwarming, koeling, opslag, elektriciteitsproductie en -gebruik voor transport. De geavanceerde software stuurt het hele systeem intelligent aan met data uit het systeem, zelflerende algoritmes en met gegevens over de energiebehoefte van gebruikers, het weer, lokale energieproductie of energieprijzen. Zo zorgt het dat het energiesysteem optimaal functioneert.

Door de integrale benadering van het systeem vermindert het energieverbruik, de energiekosten en de CO2-uitstoot van een gebied, zoals een buurt, wijk, stad of industrieterrein. Uit eerdere projecten van Essent-moeder E.ON is gebleken dat efficiëntieverhogingen tot maar liefst 80 procent qua energieverbruik mogelijk zijn.

Met EIS neemt Essent de complexiteit van het energiesysteem in duurzame gebiedsontwikkelingen weg. Essent EIS is geschikt voor buurten, wijken en zelfs hele steden en is goed te combineren met bestaande energie-infrastructuren zoals aardgasnetten of stadsverwarming. Door de modulaire opbouw kan het systeem op korte termijn en kleinschalig beginnen en over de tijd heen uitgebreid worden.

CLIC

Het eerste project van de nieuwe bedrijfstak van Essent is de gebiedsontwikkeling CLIC (City Logistics Innovation Campus) in Badhoevedorp. In dit ambitieuze project voor duurzame stadslogistiek gaan Essent en ontwikkelaar Somerset Capital Partners werken aan het ontwerp van een uniek geïntegreerd energiesysteem. Robert Kreeft, projectmanager van CLIC: “Duurzame energie is een essentieel onderdeel van de duurzame bevoorrading van onze steden met nieuwe oplossingen voor stadslogistiek. In CLIC worden voor het eerst ter wereld zó veel verschillende energiefunctionaliteiten aan elkaar gekoppeld en geoptimaliseerd. 20 gebouwen, 120.000m2 en een combinatie van warmte, koude, zonnepanelen, elektrisch vervoer en batterijopslag. We zijn trots dat dankzij de samenwerking met Essent ook wat betreft energielevering koploper kan worden in de ontwikkeling van de stadslogistiek van de toekomst.”

*Uit eerdere projecten van Essent-moeder E.ON is gebleken dat efficiëntieverhogingen tot 80 procent qua energieverbruik en verlaging van de energierekening van 20% mogelijk zijn.

 

Remeha werkt aan BENG en TO-juli

Zonnepanelen Oranjedak

1 januari 2021 is de EPC-regeling vervangen door BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dat is een grote stap voorwaarts als het gaat om het terugdringen van de CO2-uitstoot en transparantie in het realiseren daarvan. Iedereen die zich bezighoudt met bouwen is verantwoordelijk en kan een steentje bijdragen aan BENG. Sterker: alleen als alle betrokkenen samenwerken kunnen we BENG optimaal toepassen.

BENG doe je samen!

Iedereen, van stedenbouwkundige en architect tot ontwikkelaar en installateur, draagt verantwoordelijkheid als het om BENG gaat. Talloze factoren bepalen of een gebouw al dan niet BENG is. Op verschillende van die factoren oefen je met oplossingen en producten van Remeha invloed uit. Tegelijk met BENG trad een nieuwe indicator die het risico op temperatuuroverschrijding binnen een woning aangeeft in werking: TO-juli. Die kennis moet leiden tot een vermindering van het risico op temperatuuroverschrijding.

BENG in het kort

BENG kent drie afzonderlijke indicaties.

  • BENG 1: energiebehoefte van het gebouw (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). De energiebehoefte geeft aan wat de energiezuinigheid is van een gebouw. Dan draait het om verwarming en koeling, ongeacht de installaties – het casco telt. Isolatie, stand ten opzichte van de zon en ventilatie hebben ook invloed op de energiezuinigheid
  • BENG 2: primair (fossiele) energiegebruik (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar). Het vooraf berekende gebruik van fossiele energie moet worden beperkt. De hoogte van de reductie is afhankelijk van het woningtype
  • BENG 3: aandeel hernieuwbare energie in procenten. Hernieuwbare energie moet optimaal worden benut, denk hierbij aan zonnepanelen

Berekeningsmethode NTA8800

Om te bepalen of een nieuwe woning aan de BENG-eisen voldoet is een berekeningsmethode ontwikkeld. De methode is vastgelegd in de NTA8800. BENG geldt uitsluitend voor nieuwbouw, maar met deze methode is het mogelijk om de energieprestatie van nieuwe en van bestaande woning- en utiliteitsbouw vast te stellen.

Lees meer over de Energieprestatie indicatoren

 

Energiezuinig en meer comfort

BENG is in het leven geroepen om duurzamer te kunnen bouwen en wonen. Met deze regeling is er meer aandacht voor de energiezuinigheid van het casco en is er minder ruimte voor minder zuinigere woningen. Dat leidt tot een toename van de regels en de kans is reëel dat de initiële bouwkosten stijgen. Daar staat tegenover dat het gebruikscomfort toeneemt. Bovendien kan een huis dat voldoet aan BENG een hogere marktwaarde hebben.

Voorkomen van temperatuuroverschrijding

Vanwege de optimale isolatie in woningen wordt het steeds belangrijker dat koeling en ventilatie in orde zijn. Om dat uitgangspunt in goede banen te leiden is tegelijk met BENG de indicator TO-juli van kracht geworden. Dat geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding. Hoe lager de uitkomst, hoe lager het risico. Het gebouwontwerp, ligging ten opzichte van de zon en materiaalgebruik hebben invloed op TO-juli. Remeha kan hierbij ook een rol spelen. Met een Remeha warmtepomp met koeling voldoet de woning aan de TO-juli grens. Grondgekoppelde warmtepompen zijn bovendien gunstig voor BENG 2 en 3. Een keuze voor luchtwater warmtepompen betekent dat het mogelijke extra verbruik van de koeling gecompenseerd moeten worden door extra zonnepanelen.

 

Wat doet Remeha?

Bij BENG draait het dus om het verminderen van de energiebehoefte van woningen, beperking van gebruik van fossiele energie en het gebruiken van hernieuwbare energie. Op welke manier ondersteunt Remeha je bij het realiseren van BENG? Natuurlijk voldoen alle Remeha all-electric warmtepompen aan de nieuwe regelgeving. Dat is bovendien vastgelegd in kwaliteitsverklaringen. Daarnaast zijn de producten goed vindbaar in BENG-softwarepakketten zodat de toepassing van Remeha producten soepel verloopt. De warmtepompen van Remeha die actief koelen, dragen bij aan de beperking van het risico op temperatuuroverschrijding. En vanzelfsprekend ondersteunt Remeha zijn relaties altijd met maatwerkadvies.

Van product tot regie

Wat kunnen we op dit moment doen? All-electric warmtepompen van Remeha dragen nadrukkelijk bij aan het realiseren van BENG. De precieze rol is afhankelijk van de situatie en andere specifieke aspecten van de nieuwbouw. Naast innovatieve producten en doordachte oplossingen hebben we specialisten die adviseren, werk uit handen nemen en zelfs de regie rondom het realiseren van BENG als het gaat om de aspecten verwarming en koeling volledig kunnen overnemen. Alleen samen behalen we de meest optimale resultaten.

 

Webinar BENG en TO-juli 16 september

Wil je meer weten over BENG? Schrijf je dan in voor het BENG en TO-juli webinar op 16 september: https://control.yourwebinar.nl/webinars/subscribe/ytobud/

 

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Muren van kalk en hennep, cementloos beton en energieopslag via een basaltbatterij: Ecodorp Boekel biedt een kijkje in de toekomst van het bouwen. Maar deze innovaties hebben een keerzijde, want ze zijn moeilijk te financieren. Een samenwerking met verzekeraar Achmea biedt via Centraal Beheer uitkomst aan de verzekeringskant. “Achmea wil niet alleen goed doen voor de klanten en het bedrijf, maar ook wat goed is voor de maatschappij.”

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp.

Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen.

Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp.

Innovaties in een duurzame woonwijk

Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente.

Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt.

 

Circulaire economie

Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken.

Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden.

Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling.

Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.”

‘Elke innovatie is een risico’

Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden.

Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.”

Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.”

 

Het effect van een mandarijnenschil

Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos.

Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar.

Het voordeel van vroeg instappen

“Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.”

Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.”

Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten.

“De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.”

Gebruik van aardwarmte neemt toe

In Nederland wordt steeds meer gebruik gemaakt van aardwarmte als energiebron. Brancheorganisatie Geothermie Nederland becijfert dat de warmteproductie op deze wijze, die te boek staat als duurzaam, in 2020 met 10 procent is gestegen. In totaal werd voor 6,2 petajoule aan aardwarmte gewonnen en daarmee is 176 miljoen kubieke meter aardgas bespaard.

“Dit staat gelijk aan het gebruik aan aardgas van 117.500 woningen en een reductie van CO2-emissie van 333.000 ton”, aldus de brancheorganisatie. Voor dit jaar wordt verdere groei voorzien. Zo’n 40 grote projecten staan al gepland en er is volgens Geothermie Nederland veel belangstelling voor aardwarmte als energiebron voor de verwarming van woningen en bedrijven in de industrie.

Voor verdere groei zou de overheid moeten bijspringen, vindt de branche. “Belangrijk hierbij is dat het beleid daarvoor beter aansluit met passende stimuleringsmogelijkheden, een effectief vergunningenstelsel én dat warmtenetten beschikbaar komen.”

 

Bij geothermie worden twee diepe putten in de grond geboord. Uit de ene put wordt water dat door het binnenste van de aarde is opgewarmd omhoog gepompt, door de andere wordt afgekoeld water weer teruggepompt. De glastuinbouw is tot nog toe de sector die het meeste gebruik maakt van de techniek.

Aan geothermie kunnen ook risico’s kleven, bijvoorbeeld op verontreiniging van de bodem als zout water uit het systeem weglekt. Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseert ook ‘terughoudend’ te zijn met geothermie op plaatsen die aardbevingsgevoelig zijn, bijvoorbeeld gaswinningsgebieden.

Bron: ANP

Rijksmuseum krijgt 5 sterren voor duurzaam beheer

Het Rijksmuseum heeft een BREEAM-NL In-Use duurzaamheidscertificaat ontvangen met een ‘outstanding’ beoordeling (5 sterren). Hiermee is het Rijksmuseum het eerste museum ter wereld dat voor het beheer van een bestaand gebouw de hoogste haalbare score krijgt.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: “Het is mooi dat het Rijksmuseum deze erkenning heeft gekregen, maar hiermee houdt het voor ons niet op. We zullen ons de komende jaren blijven inzetten om bij te dragen aan een duurzame wereld.”

Het Rijksmuseum krijgt deze beoordeling voor het onderdeel Beheer omdat het bijzonder hoog scoort op het beheer van water, energie en afval. In 2017 kreeg het Rijksmuseum ook als eerste museum ter wereld dat de kwalificatie ‘excellent’ (4 sterren) voor duurzaam beheer. Ook op de twee andere onderdelen, Asset en Gebruik, scoorde het Rijksmuseum hoger dan drie jaar geleden.

Reduceren

Dit jaar zal de nadruk liggen op het verder verminderen van het energieverbruik, het hergebruik van (regen)water, het verminderen van de hoeveelheid afval en het vergroten van het duurzaamheidsbewustzijn van de medewerkers. Het Rijksmuseum heeft de afgelopen jaren het energiegebruik fors teruggebracht. In het topjaar 2019 werd er bijvoorbeeld ruim 16% minder gas verstookt dan het jaar ervoor. In 2030 wil het Rijksmuseum volledig van het gas af zijn. De komende jaren streeft het museum ernaar het gebruik van energie jaarlijks met minimaal 2% te verminderen. Het waterverbruik per bezoeker is in 2019 met 13% afgenomen.

Overtollige warmte

Op dit moment wordt de warmte-koude opslag gekoppeld aan omliggende gebouwen van het museum. De overtollige warmte uit het hoofdgebouw kan daardoor worden gebruikt voor het verwarmen van deze panden.

 

Circulair

Het Rijksmuseum streeft ernaar zo veel mogelijk duurzame materialen in te kopen, die door onszelf of onze leveranciers kunnen worden hergebruikt. Tentoonstellingen maken we steeds meer circulair. Zo kregen vrijwel alle gebruikte materialen van Caravaggio-Bernini. Barok in Rome, van de stoffen op de wanden tot de vitrines, een tweede leven.

Tuinen

De tuinen van het Rijksmuseum spelen een grote rol in de verduurzaming. Ze zijn een groene oase in de stad, waarin steeds meer inheemse plantensoorten worden geplant. Samen met een ecologisch adviesbureau is onderzocht hoe we de tuin kunnen aanpassen om bedreigde diersoorten er meer kansen te geven. Daarom zijn er insectenhotels en vleermuiskasten opgehangen. Ook werden afgelopen jaar nestkasten geplaatst voor het paartje slechtvalken dat zich rondom het museum ophield.

Natuurbewustzijn

Om het natuurbewustzijn van kinderen te vergroten is een programma ontwikkeld over kleurstofhoudende planten. In de Teekenschool leren kinderen hoe er verf kan worden gemaakt uit de wortels, bladeren of bloemen van diverse plantensoorten die in de tuin groeien. Ook is afgelopen jaar in samenwerking met de gemeente Amsterdam gestart met het project 100 jaar Schooltuintjes. Kinderen van één Amsterdamse basisschool kweken onder professionele begeleiding groente, fruit en bloemen in de tuin van het Rijksmuseum. Dit project zal in 2021 worden voortgezet.

Internationale standaard

BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) is een internationale certificeringsmethode die wordt gebruikt in meer dan 80 landen. De methode is oorspronkelijk ontwikkeld door het Building Research Establishment (BRE). Dutch Green Building Council heeft de methode geschikt gemaakt voor Nederland. Vandaar BREEAM-NL. Er zijn vier keurmerken, één voor bestaande gebouwen, één voor nieuwbouw- en renovatieprojecten, één voor sloopprojecten en één voor complete gebieden. Het Rijksmuseum is beoordeeld met het keurmerk voor bestaande gebouwen (In-Use). Het onlangs opgeleverde nieuwe CollectieCentrum Nederland in Amersfoort waar het Rijksmuseum met drie partnerinstellingen een deel van de Rijkscollectie beheert, heeft voor het ontwerp de beoordeling ‘outstanding’ (BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie).