Na twee jaar van dalende kantoorkosten flinke stijging verwacht

De kosten voor bedrijven om een fulltime werknemer (1 fte) een jaar op kantoor te laten werken namen vorig jaar af. De gemiddelde kosten in Europa daalden met 4% en kwamen uit op 9.122 euro. In Nederland daalden de uitgaven met 2% naar 9.152 euro. Dit blijkt uit de Occupier Cost Index (OCI) van vastgoedadviseur Colliers, die is samengesteld op basis van data uit 28 landen, 3.830 gebouwen, 25,1 miljoen vierkante meter kantoorruimte en 1,93 miljoen fte.

In de Occupier Cost Index worden alle kantoorkosten vergeleken op basis van de Europese facilitaire norm EN 15221. Deze norm kent vier categorieën: gebouw & infrastructuur, mens & organisatie, ICT en management.

Hybride werken was het belangrijkste gespreksonderwerp in de afgelopen twee jaar, maar heeft nog niet tot structurele veranderingen in ruimtegebruik en dienstverlening gezorgd. Bedrijven namen meer mensen in dienst, maar door de lage kantoorbezetting leidde dat nauwelijks tot extra kosten op facilitair gebied. Meer werknemers bij gelijke kantoorkosten leidt dan vanzelf tot lagere kosten per fte.

Bulgarije goedkoopst, Zwitserland duurst

Ondanks een stijging van 5% blijft Bulgarije het goedkoopste land in Europa om iemand fulltime te laten werken. De jaarlijkse kosten zijn daar 2.835 euro. Zwitserland, Noorwegen en Zweden blijven in de top 3. In Zwitserland zijn de kosten per fte net als in Nederland 2% gedaald, maar met 18.394 euro nog steeds ruim zes keer zo hoog als in Bulgarije.

Flinke prijsstijging verwacht

Doordat de wereld in 2022 snel is veranderd, is kijken naar het verleden niet genoeg. Colliers heeft daarom prognoses gemaakt voor volgend jaar. Als energiekosten verviervoudigen of zelfs vervijfvoudigen en als de inflatie niet alleen zorgt voor gestegen materiaalkosten maar ook hogere loonkosten en huren, dan zullen de kosten voor 2023 maar liefst 14 tot 23% hoger uitkomen.

Kantoorkosten per fte  aanwezigheid 2021 2023

“Dat donkere vooruitzicht is niet de enige zorg,” zegt Denise Hoogendoorn, Head of Facility Management Consultancy bij Colliers. “De OCI geeft de kosten weer per fulltime medewerker. Deze medewerkers werken echter allang niet meer elke dag op kantoor. Het wordt weliswaar weer iets drukker op kantoor maar piekbezettingen van 80% zoals we in het verleden zagen, zijn nu eerder gehalveerd. En dat betekent dat een voorspelde stijging van 14% tot 23% per fte eigenlijk 28% tot 46% hogere kosten per aanwezige meebrengt. Dat mag ook genoemd worden.”

Het wordt volgens Hoogendoorn tijd de werkelijke gevolgen van hybride werken in te zien. “De laatste jaren leerden ons de kansen in te zien voor een nieuwe ruimtebehoefte en flexibele dienstverleningscontracten. Nu is het moment deze kansen niet te laten liggen. De verwachte kostenstijgingen voor 2023 laten dat niet meer toe.”

Bron: Colliers

Circulair gebouw beheren. Hoe doe je dat en waar moet je op letten?

Circulair gebouw beheren

Wat betekent de circulaire economie voor technisch vastgoed professionals? Het circulaire denken stopt dus niet na het bouwen van een gebouw. Het gebruik en het beheer zijn net zo belangrijk. Hoe loop je voorop en wat zijn de mogelijkheden? We hebben een overzicht gemaakt met praktische mogelijkheden. Circulair gebouw beheren

We hebben met elkaar afgesproken om in 2050 een circulaire economie te zijn. Dit lijkt nog ver weg, maar er is dan ook nog een lange weg te gaan binnen de vastgoedwereld. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 35% van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Onderhoud en gebruik van gebouwen doen daarnaast een groot beroep op onze grondstoffen in de vorm van energie, water, onderhoud, schoonmaak en diensten.

Definitie van circulair gebouw

Een gebouw dat met minimale inzet van virgin materials en andere grondstoffen maximale waarde creëert om op duurzame wijze te voorzien in een huisvestingsbehoefte, waarbij de gebruikte materialen hun waarde blijven behouden tijdens en na het gebruik.

Dit artikel gaat over het optimaliseren van de gebruiksfase. Kortom, hoe ga je om met het dagelijks onderhoud en verwerk je circulair beheren in het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP)?

 

Circulaire paspoort gebouw

Jij bent als gebouwbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. We hebben geen invloed meer op de bouw van het gebouw, maar met het opzetten van een circulair paspoort met daarin een overzicht van alle gebouwkenmerken die betrekking hebben op de circulariteit van een gebouw, kun je een goede start maken voor een circulair gebouw.

Kijk bij het opzetten van een circulair paspoort zoveel mogelijk naar bestaande standaarden, normen en labels voor duurzaamheid van gebouwen. Bij het opzetten van een gebouwpaspoort gaat het dus niet alleen over de gebruikte bouwmaterialen, maar ook over:

  • Hoe is het beheer en onderhoud geregeld;
  • Hoe wordt er met transformaties omgegaan;
  • Hoe flexibel is het gebouw;
  • De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw;
  • Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties.

Belangrijk hierbij is welke van deze kenmerken zijn relevant om te meten, vast te leggen en bij te houden gedurende het bestaan en gebruik van het gebouw? Belangrijke vragen hierbij zijn:

Waar staan we nu en hoe kan de circulariteit nog verbeterd kan worden?                                                                                                                Hoe kun je als beheerder gebouwen op een rendabele en praktische manier duurzaam en toekomstbestendig maken?

Hoe is het beheer en onderhoud geregeld

In welke mate kun je als beheerder een zo circulair mogelijk beheer en onderhoudsplan realiseren? Niet alleen het verlagen van het energieverbruik in gebouwen is hierbij heel belangrijk, maar ook het grondstoffenverbruik. Welke zaken kun je hierbij van je leveranciers eisen. Ga bijvoorbeeld met leveranciers in gesprek om gebruik en verbruik van grondstoffen zichtbaar te maken. Circulaire economie gaat vaak over diensten afnemen in plaats van producten.

 

Hoe flexibel is het gebouw

Creëer voor jezelf een overzicht in de aanpasbaarheid van het gebouw. Is het gebouw geschikt voor andere doeleinden indien de markt verandert? Zijn er andere functies en behoeften waarin het gebouw kan voorzien? Flexibiliteit van installaties is daarbij ook belangrijk.

 

De herbruikbaarheid van onderdelen uit het gebouw

Bepaal welke onderdelen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Indien een onderdeel van het gebouw in een andere omgeving hergebruikt kan worden, bespaar je grondstoffen. In welke mate kan het gebouw gerecycled worden?

 

Hoe wordt er met transformaties omgegaan

Hoe kun je als organisatie bij transformaties voorkomen dat je materialen gebruikt die niet meer kunnen worden hergebruikt. Welke alternatieve mogelijkheden zijn er voor oplossingen met hernieuwbare grondstoffen?

 

Mogelijkheid waardebehoud door optimalisatie van gebouwfuncties

Grondstoffen kunnen volledig herbruikbaar zijn, maar grondstoffen in een gebouw dat niet wordt gebruikt (bijvoorbeeld vanwege een ongunstige locatie) hebben minder waarde dan wanneer ze zijn toegepast in een gebruikt gebouw. Grondstoffen dienen ingezet te worden daar waar ze het meeste waard zijn. Hoe kunnen de gebouwen optimaal worden gebruikt?

 

Koers is gespecialiseerd in beheer en onderhoud

 

 

 

 

Circulair renoveren? Begin met de snelste cyclus: het interieur van het gebouw

Bron: Arcadis Nederland

Vind jij het als gebouweigenaar ook lastig om bestaande gebouwen circulair te renoveren? Waar moet je eigenlijk beginnen? Circulariteit begint pas als de levensduur van een bepaald gebouwonderdeel ten einde is. Arcadis stelt daarom voor: begin klein en kijk naar de kortste termijn. Start bij het interieur. Volgens het Stewart Brand-model hebben ‘space plan’ en ‘stuff’ de kortste levensduur en dus ook de snelste cyclus. Als je circulariteit in de vingers krijgt in deze relatief snelle cyclus, kunnen we de geleerde lessen later vertalen naar de lagen met een langere levensduur.

De volgende vier methodes helpen bij het circulair maken van het interieur van een gebouw:

1. Hergebruik

Hergebruik of recycling is een bekend concept. Er zijn vele mogelijkheden om afgedankte grondstoffen en materialen te verwerken in een nieuw product. Soms is het vorige product niet meer te herkennen. Zo maakt Interface tapijttegels waarvoor als grondstof het nylon uit afgedankte visnetten wordt gebruikt. Deze tegels liggen op de vloer van het Arcadis-kantoor in Amersfoort. In andere gevallen is het product wel herkenbaar. Zo maakt NS mooie producten van oude treintijdborden en ‘treinpoefs’ van oude stoelbekleding.

2. Leasing

Leasen is een concept dat in steeds meer branches terugkomt. We kennen het natuurlijk van autolease, maar dit concept leent zich ook voor allerlei diensten of producten. Zo zijn er bedrijven die meubilair voor kantoren verhuren, maar denk ook aan bijvoorbeeld ICT-producten.

Een mooie term die rondom leasen gebruikt wordt is ‘product-as-a-service’. Niet het product wordt gekocht, maar de dienst. Hierin zitten dan de services die normaal bij de verantwoordelijkheid van de eigenaar zijn, zoals beheer en onderhoud en de vervanging van kapotte onderdelen. Bij lease komen het product, materialen en grondstoffen elke keer terug bij de leverancier, die de kennis en expertise heeft over het specifieke product. Op die manier wordt afval en daarmee de uitstromende materialen beperkt en de waarde van de producten en materialen verlengd.

Tip: Voor sommige organisaties is de aankoop van producten voordeliger dan leaseconstructies, doordat zij voor de lage leningspercentages financiering kunnen krijgen. Kies dan voor terugkoopgaranties, waarbij het product aan het einde van de gebruikslevensduur (vaak kosteloos) opgehaald wordt door de leverancier (met een mogelijk restbedrag).

3. Refurbishen

Een andere manier om interieur circulair te maken is een gebouw inrichten met refurbished producten. Ook deze term kennen we uit een andere sector: een refurbished telefoon kopen is helemaal van deze tijd. Het idee is simpel: een product dat door de vorige eigenaar is afgeschreven wordt gekocht, opgeknapt en zo nieuw leven ingeblazen en verkocht aan dezelfde of een andere klant. Je koopt daarmee een product met (bijna) nieuwwaarde. Het refurbishen van producten verlengt de levenscyclus van materialen. Refurbishen kent een klassiek financieel model. Na aankoop is de consument eigenaar en verantwoordelijk voor de rest van de cyclus van het product.

4. Vergelijkingstool INSIDE/INSIDE

INSIDE/INSIDE is een online platform waar je duurzaamheid, circulariteit én gezondheid van producten en materialen objectief inzichtelijk kan maken. Het helpt bewust duurzame keuzes te maken voor het interieur van een gebouw. De tool gebruikt twee indicatoren: de milieukostenindicator en de materiaal-circulariteitsindex. Deze worden in beeld gebracht door een Levens Cyclus Analyse. Het mooie is dat dit meetinstrument ook ingezet kan worden tijdens aanbestedingen en certificeringen en zo dus echt een handvat biedt voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer. Bekijk het webinar over INSIDE/INSIDE terug.

Meer weten over circulariteit in de bouwsector? Volg dan de hashtag #CircuLeren via Linkedin. www.deweekvandecirculaireeconomie.nl

Paul de Ruiter Architects over het Unilver Foods Innovation Center HIVE

Als er ergens aan kop wordt gelopen op het gebied van duurzaamheid, is het in Wageningen. Het energieneutrale Unilever Foods Innovation Center HIVE is met een BREEAM-NL Outstanding certificering het meest duurzame multifunctionele gebouw ter wereld. HIVE is het resultaat van de integrale design & build-samenwerking tussen Paul de Ruiter Architects, Dura Vermeer en DWA. Het energieneutrale gebouw herbergt kantoren, diverse laboratoria, testkeukens en een minifabriek waarin nieuwe producten op kleine schaal worden ontwikkeld en getest. We spreken de architect van het gebouw: Paul de Ruiter.

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar.’

Interactie tussen Unilever en de universiteit

‘Het sleutelwoord is innovatie. In dit gebouw is men dagelijks bezig ons voedsel op een zo duurzaam mogelijke manier op ons bord te krijgen. En daar is onderzoek voor nodig,’ vertelt De Ruiter. ‘Het is dan ook geen toeval dat HIVE op de campus van WUR -Wageningen University & Research- is gerealiseerd. De transparante vormgeving en de strategische centrale ligging van het gebouw op Wageningen campus zorgen voor optimale interactie tussen Unilever en diverse externe partijen. Deze kruisbestuiving wordt ook gefaciliteerd doordat een groot deel van het gebouw publiek toegankelijk is. Zo geeft de komst van het Foods Innovation Centre een extra impuls aan de ambitie van Wageningen om het wereldwijde kennishart van Food en Life Sciences te worden.’

 

Open en verbindend

Daar waar je bij de meeste bedrijfsgebouwen na binnenkomst direct op de receptie afstevent, vind je bij Unilever een uitnodigende bar. In de zes meter hoge publieke hal staan openheid, transparantie en food-beleving centraal. Iedere bezoeker is welkom voor een kop thee of een gezonde lunch met direct zicht op de Pilot Plant, de minifabriek van Unilever. Normaliter blijft een recept het geheim van de chef. Niet in Pilot Plant. Innoveren is delen, weten ze bij Unilever, dus studenten en experts zijn welkom in het gebouw. ‘Unilever wil zich openstellen, wil verbinden. En het ontwerp faciliteert deze gedachte. Neem de centrale trap in het atrium, daar ontmoeten mensen vanuit diverse disciplines elkaar. In dit gebouw worden afdelingen niet strikt gescheiden, op de marketingafdeling weten ze waar productie mee bezig is en vice versa.

De definitie van duurzaam

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar. Bovendien is het ook internationaal goed uit te leggen. Roepen dat je duurzaam bouwt, is zonder bewijs niet zoveel waard. Het maximaal haalbare niveau binnen BREEAM is Outstanding. Dit niveau behaal je door op alle thema’s bewijs van duurzame oplossingen te leveren. Ja, natuurlijk zijn we trots op dit certificaat. Als men over duurzaamheid spreekt, hoor je standaard de termen circulariteit en energiebesparing voorbijkomen. Maar duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Energieneutraal

‘Energieneutraliteit is een hele opgave voor een enorm gebouw als HIVE. Dit hebben we onder meer gerealiseerd met de toepassing van 1.550 zonnepanelen op het dak maar ook zijn de zonnecellen geïntegreerd met het glazen dak. De compacte bouwvorm zorgt voor beperking van energieverliezen. Daarnaast hebben we diverse technieken toegepast om het gebouw zo energie-efficiënt mogelijk te laten functioneren. Een voorbeeld is thermografische aanwezigheidsdetectie. Wordt er geen bezetting gemeten? Dan gaat het licht uit. En ook de hoge isolatiewaarden in zowel het glas, de dichte gevels als de vloer zorgen voor een laag energiegebruik en hoog comfort. Met aandacht voor daglicht, uitzicht op groen, luchtkwaliteit, akoestiek en ergonomie draagt het gebouw bij aan de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.’ ‘Het was een flinke uitdaging om alle ambities en eisen met zo min mogelijk geld te realiseren. Slim samenwerken is de basis. En slim omgaan met materialen is stap twee. Dat betekent: niet teveel materialen gebruiken en vooral de juiste materialen toepassen. We hebben bijvoorbeeld gekozen voor een houten constructie.

‘Duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Natuurlijk hebben we ook beton toegepast, maar dan wel zo min mogelijk en gemaakt van gerecyclede grondstoffen. Om het niveau Outstanding te halen, moet je innovatie toepassen. Een van de innovaties is de genoemde thermografische sensoring. Een tweede voorbeeld is de ionisatie van het binnenklimaat. Deze ionisatie zorgt voor een zeer zuivere lucht. Een mooie bijkomstigheid van deze innovatie is dat HIVE hiermee Coronaproof is gemaakt.’

Verbeteringen in de toekomst

‘Ja, het is mogelijk om tijdens de levensduur van het pand verbeteringen toe te passen. En die komen er ook vast. Ik denk wel dat we deze verbeteringen waarschijnlijk met name op installatieniveau vinden. Gemiddeld genomen houden installaties het zo’n vijftien jaar vol. Tegen die tijd zijn er zonder twijfel weer slimmere producten die HIVE naar een nóg hoger plan trekken.’ De Ruiter vertelt afsluitend: ‘De synergie tussen een bedrijf als Unilever en de universiteit is opmerkelijk en heel positief. En noodzakelijk bovendien. Want het voedselprobleem lossen we alleen met samenwerkingen op. Bijzonder dat wij daar aan hebben mogen bijdragen.’n

Paul de Ruiter studeerde in 1990 af aan de Technische Universiteit in Delft. In zijn PhD-onderzoek stelt hij dat gebouwen energie moeten produceren in plaats van dat ze energie consumeren. Voordat hij zijn eigen kantoor in Amsterdam startte in 1994, werkte hij voor toonaangevende architectenbureaus in Canada, Australië en Nederland. Paul de Ruiter is inmiddels een architect, ondernemer, innovator en inspirator bekend om zijn duurzame, game changing architectuur. Hij draagt bij aan de nationale en internationale discussie rondom duurzaamheid, CO2 -neutraal ontwerpen en certificeringsmethoden voor gebouwen.

CBRE: Nederlandse kantoren naderen belangrijk klimaatstation

Afgelopen week publiceerde CBRE het onderzoeksrapport ‘Nederlandse kantoren naderen belangrijk klimaatstation’, waarbij is onderzocht hoe het landelijk én per stad zit met de energielabel-C verplichting. Landelijk gezien voldoet ruim 58% van de voorraad aan de labelverplichting, maar de verschillen tussen de Randstad en de rest van het land zijn groot. Het merendeel van de gemeenten houdt er een coulante handhaving op na, alhoewel dit per gemeente kan verschillen.

Belangrijker, verandering zou niet door wetgeving of handhaving moeten komen, maar vanuit de markt. Deze regelgeving is een horde naar een veel groter doel: Paris-proof in 2050. Gebouwgebonden CO₂-uitstoot en energieverbruik zijn daarbij belangrijkere graadmeters dan de huidige energielabels.

Gebouweigenaren kunnen het heft in eigen handen nemen door een roadmap met de natuurlijke renovatiemomenten tot 2050 op te stellen en die te koppelen aan verduurzaming in plaats van horde voor horde te nemen.

Amsterdam

Inmiddels voldoen zowat alle grotere kantoorruimtes (> 10.000 m²) in Amsterdam aan de energielabel C-verplichting. Gebouwen die tot voor kort nog niet voldeden, worden nu – of zijn onlangs – grootschalig gerenoveerd. Voor het deel van de voorraad dat nu niet voldoet (ruim 810.000 m²), geldt voor 135.000  m² een ander toekomstplan. Deze kantoorruimte wordt in de komende periode óf getransformeerd óf grootschalig gerenoveerd. Voor meer dan 15% van de niet-duurzame voorraad is dus al een oplossing gevonden voordat er nieuwe wetgeving intreedt.

Rotterdam

Hoewel Rotterdam een relatief verouderd kantoorbestand heeft, presteert de havenstad bovenmatig goed met oog op de nadere energielabelverplichting. Verreweg het merendeel (84%) van de totale voorraad voldoet nu al aan de C-criteria en 53% van de voorraad heeft zelfs een A-label of beter – overigens wel een handje geholpen door stadsverwarming.

Den Haag

Bijna 86% van de voorraad is klaar voor nieuwe wetgeving, inclusief een flinke voorraad kantoren zonder C-label-verplichting vanwege een monumentale status (16%). Zo’n 9% heeft nu een D-label of slechter, terwijl ca. 5% überhaupt geen geldig label heeft. De trek naar het central business district, in combinatie met een zeer smalle ontwikkelpijplijn, maakt grootschalige moderne kantoorruimte behoorlijk schaars. Met een leegstandsniveau van minder dan 4% (onder het frictieniveau) heeft Den Haag amper ‘schuifruimte’. Ingrijpende renovaties zijn uitdagend, want tijdelijke huisvesting die aan de eisen voldoet en met een goede ov-bereikbaarheid is moeilijk te vinden.

Utrecht

Van de 25 gemeenten met de grootste kantorenvoorraad, is Utrecht de duurzaamheidskoploper. Ruim 93% van de kantoren is er klaar voor nieuwe wetgeving en bijna 64% heeft zelfs een A-label, of beter. Slechts 3,6% moet het met een ‘D’ of lager stellen, en 3% heeft op dit moment nog helemaal geen energielabel.

Eindhoven

Eindhoven is een middenmoter in de verduurzaming van de kantorenmarkt. Afgezet tegen het totale aantal beschikbare vierkante kantoormeters, staat de ‘lichtstad’ op plek 13 in de nationale top 25. Bijna 81% van de voorraad voldoet aan label-C en is dus klaar voor de nieuwe wetgeving. 48% hiervan heeft zelfs een A-label, of beter. Daar staat wel een flink aandeel tegenover met een D-label, of slechter (ruim 13%). Bijna 6% van de voorraad heeft helemaal geen geldig energielabel.

Zwolle

De Zwolse kantorenmarkt zit onder in de middenmoot als het gaat om de label C-verplichting. Van de 25 grootste kantorensteden staat Zwolle op plek 15. Op dit moment voldoet 12,2% van het kantoorvolume niet aan de verplichting, en voor nog eens 9,3% is dit onzeker. Dit betekent dat bijna een kwart van de kantoormeters momenteel de wettelijke norm niet zal halen en vanaf 2023 mogelijk sluiting riskeert.

 

Klik hier om het volledige rapport te lezen.

Rensen Advocaten

Juridische dienstverlening sinds 1983 in Alkmaar

Rensen is een advocatenkantoor dat bestaat uit een hecht team van specialisten, dat voornamelijk actief is in de regio. Onze juridische dienstverlening is zeer deskundig voor een redelijke prijs. Wij adviseren, begeleiden, coachen, bemiddelen en procederen. Dat doen we voor bedrijven, (semi)overheden en particulieren op de gebieden: werkondernemingfamiliemediationonroerend goed en overheid.

Wij zetten onze vaardigheden en kennis graag in om voor de klant het maximale resultaat te behalen. Dat doen we omdat we ervan overtuigd zijn dat wij onze klanten een optimale oplossing voor hun juridische problemen en conflicten kunnen bieden. Wij voorzien in een behoefte aan betaalbaar, specialistisch maatwerk, gecombineerd met persoonlijke betrokkenheid. Wij spreken de taal van de cliënt, kennen zijn branche en wij zijn maatschappelijk betrokken. We zijn toegankelijk, duidelijk en wars van flauwekul.

 

Krijg grip op compliance in gebouwonderhoud

De wet- en regelgeving omtrent gebouwonderhoud stijgt de laatste jaren enorm. Hoe blijf je toch compliant? Op 28 juni geven Planon Building Management en Melford in een gratis webinar praktische tips om compliant te worden én te blijven. Schrijf je hier in.

Gebouweigenaren of -beheerders hebben te maken met een toenemend aantal wet- en regelgevingen op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en gezondheid. Een overzicht houden van al deze verplichtingen is vaak een grote uitdaging, want er bestaat geen eenduidig overzicht met alle regels waaraan gebouweigenaren of -beheerders moeten voldoen. Daarnaast gaat het bij compliance in gebouwonderhoud niet alleen om het uitvoeren van verplichte wettelijke keuringen en het kunnen tonen van keuringsrapporten in een softwaresysteem.

Om altijd op de hoogte te blijven van de laatste wet en -regelgeving is het raadzaam eerst een beheersstructuur in te richten en verantwoordelijkheden toe te wijzen. Eerst organiseren en dan pas automatiseren. Maar hoe pak je dit aan en wat zijn de resultaten? Planon Building Management en Melford organiseren op dinsdag 28 juni om 10.00 uur een gratis webinar waarin praktische stappen worden gedeeld om gebouweigenaren en -beheerders te helpen met compliance in gebouwonderhoud.

In dit webinar komt u meer te weten over:

–                      Wat compliance is in het kader van gebouwonderhoud
–                      De praktische uitdagingen die we zien bij het willen voldoen aan wet- en regelgeving
–                      De weg naar een ingerichte compliance oplossing
–                      De ondersteuning vanuit Planon software voor compliance in gebouwonderhoud
–                      Het visualiseren van compliance met behulp van dashboards in Planon software
–                      Hoe Planon Building Management en Melford praktisch kunnen ondersteunen bij het creëren van inzicht in en controle over de compliance van uw vastgoed

Interesse? Meld u dan hier aan!

Brukoo Dakbeheer

Brukoo Dakbeheer is een landelijk opererend dakbedekkingsbedrijf. Het is een jong bedrijf, maar onze medewerkers hebben hun sporen in de branche reeds decennia verdiend. Onze opdrachtgevers zijn zeer divers en bestaan o.a. uit vastgoedeigenaren en -beheerders, VvE’s en -beheerders, zorginstellingen, woningcorporaties en aannemers.

Brukoo richt zich op zowel de renovatie- als nieuwbouw markt, waarbij het de filosofie is onze opdrachtgevers volledig te ontzorgen. Voor het gehele traject bent u bij ons aan het goede adres. Door samenwerkingen met diverse partijen vindt u bij ons alles onder één dak. Als het nodig is schakelen we snel tussen verschillende disciplines. Alles voor het beste resultaat en gegarandeerde kwaliteit op lange termijn.

DIENSTEN

U kunt bij ons terecht voor alle disciplines, die behoren bij het platte- en licht hellende dak. Variërend van het oplossen van een lekkage tot en met een grootschalige en complexe renovatie van uw dak.

Wij zijn o.a. gespecialiseerd in de volgende disciplines:

Of het nu om bitumineuze- of kunststof daken gaat, wij werken alleen met A-merken en A-kwaliteitsproducten. Op deze producten zit dan ook een productgarantie van 10 jaar. De materialen die we gebruiken kunnen echter nog zo goed zijn, als deze niet worden verwerkt door een vakman, is het eindresultaat nog steeds twijfelachtig. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de huidige normen op het gebied van warmte- en windweerstand, richtlijnen voor ontwerp en uitvoering van (bitumineuze- en kunststof) dakbedekkingsconstructies en -systemen (BRL 4702), alsmede NEN 6050. Wij geven dan ook 10 jaar volledige garantie op onze werkzaamheden.

Hoe is de akoestiek op jouw kantoor? Meten is weten!

Geluidsoverlast komt veel voor in Nederland. Veel werkplekken in Nederland voldoen niet aan de geluidsnorm. Mensen hebben vaak niet door hoe slecht de akoestiek is, omdat ze eraan gewend zijn geraakt. Daarom merk je het vaak niet, maar het heeft wel (fysieke) klachten tot gevolg. Om die reden kan het verstandig zijn om een akoestische meting uit te laten voeren.

 

Akoestiek is overal

Veel mensen denken bij “akoestiek” vaak aan een concertgebouw of een opnamestudio. Maar het is veel meer dan dat. Iedereen heeft er dagelijks mee te maken. Op kantoor, op school, in restaurants, in openbare ruimtes en zelfs ook thuis. Het is natuurlijk prettig dat je elkaar goed kunt verstaan en een ontspannen gesprek kunt voeren. Maar het gaat verder! Goede akoestiek zorgt bijvoorbeeld voor meer productiviteit op kantoor, betere concentratie op school en minder stress op de je werkplek.

 

Kantoortuin is iets anders dan bedrijfskantine

Elke ruimte of situatie heeft zijn specifieke eigenschappen en toepassingen. In een concertzaal gelden andere normen dan in een restaurant. Ook een klaslokaal, een kantoortuin, een callcenter, foyer of een bedrijfskantine hebben ieder hun eigen eigenschappen en normen. Geluidsoverlast komt steeds vaker voor in Nederland. Veel werkplekken in Nederland voldoen niet aan de geluidsnorm door bijvoorbeeld hard stemgeluid en kantoorapparatuur. Door het gebruik van veel harde materialen in de bouw en in het interieur zoals beton en glas wordt dit alleen maar versterkt. Mensen hebben vaak niet door dat het slecht gesteld is met de akoestiek. Vaak merkt men het pas als er iets aan is gedaan! Slechte akoestiek kan stress, uitval, absentie en concentratieproblemen tot gevolg hebben. Het is daarom in veel gevallen verstandig om een akoestische meting te doen.

Vind akoestisch balans met een meting

Een akoestische meting geeft je goed inzicht in de akoestische situatie en helpt bij het vinden van de akoestische balans van iedere ruimte. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke toepassing van de ruimte. En als je weet hoe het is gesteld met de akoestiek, kun je adequate verbeteringen aanbrengen.

De belangrijkste variabelen die de akoestische beleving in een ruimte bepalen zijn:

  • De nagalmtijd
  • De optredende geluidniveaus

Bij het meten van de akoestiek is het belangrijk om de nagalmtijd te meten. De nagalmtijd hangt nauw samen met het totale oppervlak van het aanwezige geluidsabsorberende materiaal en de akoestische eigenschappen ervan. Maar ook met de manier waarop het materiaal in de ruimte verdeeld is. De optredende geluidsniveaus ten gevolge verse geluidsbronnen (bijvoorbeeld lopende en pratende personen, schuiven van meubilair) zijn primair afhankelijk van de hoeveelheid absorptie.

 

Inzicht na de akoestische meting

Na de akoestische meting heb je de beschikking over de volgende inzichten:

  • Uitleg over akoestische parameters en de gehanteerde streefwaarden
  • Informatie over de uitgevoerde meting en methodiek
  • Beoordeling van de ruimte-akoestiek
  • Advies over mogelijk te treffen voorzieningen

 

Wil jij ook inzicht in de akoestische situatie van jouw werkplek? Neem dan contact op met Akoesta.