Skip to content

Sto Isoned

Bewust bouwen met Sto.

Als gevelspecialist bouwt Sto al 60 jaar aan een mooiere en energiezuinige gebouwvoorraad, wereldwijd. In nauwe samenwerking met onze partners ontwikkelen wij innovatieve gevelisolatiesystemen, waarbij we ook de balans tussen ecologie en economie niet vergeten. Bouwen met Sto betekent duurzaam bouwen en renoveren. Bewust bouwen.

 

Ook in Nederland is Sto al jaren actief. Eind jaren ’70 verkocht Jan van Wijk thermische isolatie systemen onder de ISPO-vlag. Later zou ISPO overgaan in Isoned. In 2002 fuseerden Sto en ISPO, waaruit het huidige Sto Isoned is ontstaan. Sto is inmiddels wereldwijd marktleider op het gebied van gevelisolatie. Ook in Nederland.

Als partner van woningcorporaties, architecten, huiseigenaren en vastgoedinvesteerders ondersteunen wij hen in de realisatie van een esthetische en energetische upgrade van de Nederlandse vastgoedvoorraad. Daarbij geloven wij in de kracht van vakkundige ondernemers om dit te realiseren. Als vernieuwer in de schilders- en stucadoorsbranche voorzien wij deze professionals van innovatieve producten en systemen.

Parkeren van elektrische auto’s vraagt om strengere brandveiligheidseisen voor ondergrondse parkeergarages

Het gebruik van elektrische auto’s neemt in hoog tempo toe. Recente incidenten roepen steeds vaker de vraag op hoe brandveilig het parkeren en het elektrisch laden van deze auto’s in de ondergrondse parkeergarages zijn.

Deze ontwikkeling is zo recent, dat alle risico’s op brandgevaar nog lang niet in kaart zijn gebracht. Wel staat vast dat risico’s anders en groter zijn dan bij auto’s op fossiele brandstof en dat de huidige wet- en regelgeving hierop nog niet zijn ingericht. Parkeren en opladen van elektrische auto’s in ondergrondse parkeergarages vragen in feite om strengere brandveiligheidseisen. Toepassingen om aan die toekomstige eisen te voldoen, kunnen nu al in het ontwerp meegenomen worden. Een voorbeeld hiervan is de bouw van een ondergrondse privé-parkeergarage voor 64 parkeerplaatsen, die wordt gebouwd onder een nieuw appartementencomplex met 46 woningen in het centrum van Berlicum. Tegen het plafond van de parkeergarage zijn de sterk brandwerende Multiporplaten van Xella toegepast. Deze voldoen aan de huidige en ook aan eventuele toekomstige extra brandveiligheidseisen voor parkeergarages.

Montage Multipor

 

Speciale aandacht voor brandveiligheid

Kim van Cauter, architect van architectenbureau Echo Architectuur uit Eindhoven, is bij de nieuwbouw van het appartementencomplex in Berlicum betrokken. Hij legt uit dat bestaande parkeergarages niet ontworpen zijn voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van brandveiligheid. “Groeiend gebruik van elektrische auto’s vraagt dan ook speciale aandacht voor de brandveiligheid van parkeergarages”, zegt hij. “Technologische ontwikkelingen lopen immers voor op wet- en regelgeving. Duidelijk is wel dat er andere risico’s in een parkeergarage ontstaan als elektrische auto’s in brand vliegen, zoals enorme rookontwikkeling door brandend kunststof en smeulende accu’s. Als architect kun je bij de bouw van een parkeergarage al rekening houden met mogelijke brandveiligheidsmaatregelingen”, licht Cauter toe. Volgens het huidige Bouwbesluit moet een parkeergarage compartimenten bevatten.

Brandcompartiment

Op dit moment wordt in Nederland volop discussie gevoerd over hoe de brandveiligheidseisen van parkeergarages aangescherpt moeten worden. Duidelijk is dat een compartiment van 1000m2 60 minuten brandwerend moet zijn. Bij grotere garages is de regelgeving voor brandveilige parkeergarages minder duidelijk. “Bij deze parkeergarage in Berlicum, die alleen door de bewoners wordt gebruikt, hebben we ingezet op brandbeheersing van een eventuele branduitbraak. Vandaar dat deze garage is opgedeeld in twee compartimenten van 1000m2”. Op aanraden van Van Cauter is gekozen voor Multipor. Deze cellenbetonplaten zijn met name geschikt in constructies met bijzondere brandveiligheidseisen.

Parkeergarage met een brandwerend Multipor plafond

 

Brandveiligheidseisen

Tim Kornuijt is als construction supervisor vanuit Xella nauw betrokken bij de nieuwbouw van dit appartementencomplex in hartje Berlicum. De parkeergarage voor de bewoners maakt onderdeel uit van dit project. In de plint wordt een commerciële ruimte voor winkels met een oppervlakte van 2500m2 gerealiseerd. Kornuijt legt uit dat Multipor een ultralicht, natuurlijk isolatiemateriaal is, gemaakt van kalk, cement, zand en water. “Deze cellenbetonplaten zijn zeer akoestisch en thermisch isolerend en hebben een zuivere minerale samenstelling. Ze bevatten geen vezels of kunststoffen”, legt hij uit. “Multipor en de speciale Multiporlijmmortel waarmee we de platen bevestigen, zijn onbrandbaar.” De platen behoren tot brandklasse A1 en de lijmmortel tot klasse A2 conform EN 13501-1. De materialen verspreiden bij brand geen schadelijke gassen, ook niet bij extreem hoge temperaturen. “Multipor draagt ook sterk bij aan de brandwerendheid van de winkels en de appartementen boven de parkeergarage. Het materiaal is dus heel geschikt voor parkeergarages”, legt hij uit.

Complex ‘Aan het plein’ in Berlicum, foto Aannemersbedrijf Hoes

 

Meerdere Xella-toepassingen

Tino van der Velden is projectleider bij Van der Heijden bouw en ontwikkeling uit Schaijk, de hoofdaannemer van het nieuwe appartementencomplex in Berlicum. Van der Velden vertelt dat voor dit omvangrijke nieuwbouwproject naast Multipor ook andere bouwmaterialen van Xella zijn toegepast. “Voor de binnenspouwbladen en dragende woningscheidende wanden in de appartementen hebben we de Silka elementen geplaatst. De niet-dragende binnenwanden van de appartementen zijn uitgevoerd in Ytong binnenwanden.” Van der Velden geeft aan dat met deze toepassingen snel gebouwd kan worden. “Bij Van der Heijden geloven we dat bouwen ook anders kan. We zijn daarom altijd op zoek naar manieren om slimmer, sneller en beter te bouwen.” Het bouwtempo van dit appartementencomplex ligt op vijftien dagen per bouwlaag van vijftien appartementen, die zijn verdeeld over drie batches van vijf appartementen. Het woningbouwproject ligt pal aan het belangrijkste plein in Berlicum. Van der Velden: “We hebben met een forse logistieke uitdaging te maken om het vele bouwverkeer van en naar het plein in goede banen te leiden. De opslagruimte voor bouwmaterialen is beperkt. Dat betekent dus dat we met onze bouwpartners strikte afspraken hebben gemaakt om de bouwmaterialen just in time op de bouw aangeleverd te krijgen. Dat is perfect gelukt”, geeft hij aan. “De bouwmaterialen van Xella worden bij elke levering, precies op tijd op de juiste plek aangeleverd, zodat we er direct mee aan de slag kunnen. Dat werkt voor een aannemer bijzonder prettig”, aldus Van der Velden.

Het appartementencomplex met parkeergarage en winkelruimtes worden in januari 2021 opgeleverd.

 

Bron: Xella

 

 

Eerste bewoner krijgt de sleutel van eerste 3D-geprint huis

De eerste huurder van de eerste Nederlandse woning van 3D-geprint beton krijgt vandaag de sleutel. Het Eindhovense huis, het eerste van vijf van ‘Project Milestone’, voldoet volledig aan alle strikte Nederlandse bouwvereisten. Uniek is dat de projectpartners een woning met een geheel eigen vormgeving hebben gerealiseerd, dankzij uitgebreide R&D om de vormvrijheid van betonprinten te ontsluiten. Project Milestone is een gezamenlijk bouw- en innovatieproject van Eindhoven University of Technology, Van Wijnen, Saint-Gobain Weber Beamix, Vesteda, gemeente Eindhoven en Witteveen+Bos.

Het huis
Het huis is een vrijstaande gelijkvloerse woning met 94 vierkante meter netto vloeroppervlak, een royale woonkamer en twee slaapkamers, in de Eindhovense wijk Bosrijk. De woning heeft de vorm van een grote zwerfkei. Dat past goed bij de natuurlijke locatie, en het demonstreert mooi welke vormvrijheid 3D-betonprinten biedt. Dankzij een extra dik isolatiepakket en aansluiting op het warmtenet is de woning zeer energiezuinig en comfortabel, met een energieprestatiecoëfficiënt van 0.25.

Theo Salet, hoogleraar Concrete Structures, Eindhoven University of Technology:
“Met dit kleine gebouw is vandaag een eerste grote stap gezet in de ontwikkeling van de bouw naar een hoogwaardige maakindustrie. Digitalisering van ontwerp tot en met de uitvoering leidt tot duurzame en betaalbare woningen, op maat gemaakt naar de wensen van de bewoner. Ik ben trots dat de kennis die we op de TU/e hebben ontwikkeld binnen een korte tijd door de industrie en met hulp van de gemeente, tot deze innovatie heeft geleid.”

Vormvrijheid
De partners hebben de lat bewust hoog gelegd met het ontwerp van het huis, in de vorm van een onregelmatige zwerfkei. Er is de afgelopen jaren de nodige R&D gedaan om betonprinten in allerlei vormen mogelijk te maken. Vooral het printen van de overhellende wanden was een uitdaging, maar dit hebben de deelnemers van het project nu onder de knie. Met de opgedane kennis is de deur geopend naar een heel ander soort constructies dan de gebruikelijke rechthoekige huizen.

Bas Huysmans, CEO Weber Benelux:
“Met het printen van in drie vlakken gekromde, van isolatie voorziene én zelfdragende muurelementen hebben we in dit project belangrijke stappen gezet in het verder ontwikkelen van 3D-betonprinten in de bouw. Samen met alle partners hebben we een uitdagend traject doorlopen en een zeer bijzondere woning gerealiseerd. Ik denk dat we de Milestone-huizen straks met trots kunnen toevoegen in het rijtje van iconische projecten in Eindhoven”.

Snel en duurzaam
Geprinte woningen kunnen in principe een stuk sneller gebouwd worden, met meer flexibiliteit en gepersonaliseerde ontwerpen. Bovendien is het duurzamer, doordat er minder beton voor nodig is. De ambitie van de partners van Project Milestone is om met 3D-betonprinten uiteindelijk te komen tot een duurzame bouwmethode die bijdraagt aan het oplossen van het woningtekort.

Erwin Kersten, regiodirecteur Zuid, Van Wijnen: “Met de realisatie van deze eerste Milestone-woning laat Van Wijnen opnieuw zien koploper te zijn op het gebied van geïndustrialiseerd bouwen. Samen met samenwerkingspartners in de keten blijven wij doorlopend op zoek naar nieuwe technieken en materiaaltoepassingen die bijdragen aan duurzaamheid en betaalbaarheid. Hiervoor zijn innovaties zoals Project Milestone enorm belangrijk.“

Flora Nova Advertentie

 

Volgende woningen
De vijf huizen van Project Milestone worden na elkaar gebouwd, zodat bij elke nieuwe bouwronde maximaal geleerd kan worden van de vorige. Binnenkort starten de projectpartners aan het ontwerp voor de volgende woningen, die meerdere verdiepingen krijgen, waarvoor de techniek verder ontwikkeld moet worden.

Steven Delfgaauw, business unit-manager Gebouwen bij Witteveen+Bos:
“We zetten vandaag een belangrijke stap naar een bouwketen waarbij het mogelijk is om binnen een korte tijd het duurzame huis van je dromen te realiseren. Ons team van onze constructeurs, bouwkundigen en bouwfysici heeft in samenwerking met de partners een wereldprestatie afgeleverd, door een ontwerp te realiseren dat aan alle bouwregelgeving voldoet. Hier hebben we veel van geleerd en ook nieuwe inzichten opgedaan. We staan te popelen om met deze ervaring de volgende stappen in de ontwikkeling van betonprinten te zetten.”

De bouwmethode
Het huis bestaat uit 24 geprinte betonnen elementen, die laagje voor laagje zijn geprint in de printfabriek in Eindhoven. De elementen zijn met vrachtwagens naar de bouwplaats gebracht en daar op een fundering geplaatst. Daarna is het huis voorzien van dak en kozijnen en verder afgewerkt.

 

Pieter Knauff, Chief Investment Officer, Vesteda:
“De vormvrijheid die 3D-printen in beton creëert, schept een enorme nieuwe ruimte aan mogelijkheden om een woning te ontwerpen en te beleven. Tegelijkertijd draagt deze nieuwe techniek bij aan de noodzakelijke verduurzaming van de bouwsector, de versnelling van bouwproductie en het beheersen van de bouwkosten, wat broodnodig is om betaalbare woningen te kunnen blijven bouwen.”

De partijen en de samenwerking
Kenmerkend voor het project is de Triple Helix samenwerking van overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven. De gemeente was mede-initiatiefnemer, aanjager van innovatie en faciliteerde het project, de TU/e deed onderzoek en ontwikkelde modellen om het 3D-betonprinten mogelijk te maken, Saint-Gobain Weber Beamix ontwikkelde de speciale soorten betonmortel die nodig zijn voor 3D-printwerk, en ontwikkelde samen met de TU/e de printtechniek. Witteveen+Bos werkte aan de bouwtechnische en constructieve aspecten. Ontwikkelende bouwer Van Wijnen leidde het project en bouwde het huis. De woning is nu eigendom van Vesteda, die de woning verhuurt aan particulieren.

Yasin Torunoglu, wethouder wonen, wijken, werk en ruimtelijke ontwikkeling, gemeente Eindhoven:
“Innovatie is een belangrijke pijler in de bouw. De markt vraagt naast betaalbare woningen steeds meer om vernieuwende woonconcepten. Met de 3D-geprinte woning zetten we nu de toon voor de toekomst. Het snel realiseren van betaalbare woningen met zeggenschap over de vorm van je eigen huis. Innoveren en ontdekken mét oog voor design zit in het DNA van Eindhoven. Dat doen we hier niet alleen, maar samen. Ik ben trots dat deze kansrijke innovatie een plek heeft in onze stad en nog belangrijker mensen ook echt een betaalbaar thuis geeft.”

Thomas Rau: Waardeloze gebouwen bestaan niet meer

Het motto van de architect Thomas Rau is guided by the future. Hij laat zich in al zijn handelen leiden door wat er in de toekomst nodig is en niet door wat op dit moment haalbaar is. Rau levert al jaren een grote bijdrage aan de nationale en internationale discussie over duurzaamheid (hoewel hij duurzaamheid eigenlijk ziet als een doodlopende staat, het is circulariteit dat ons verder gaat brengen), het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de architectuur en aan de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffenschaarste, welke volgens Rau niet bestaat.

Thomas Rau is ondernemer, architect, innovator, inspirator en visionair. Rau levert al jaren een grote bijdrage aan de nationale en internationale discussie over duurzaamheid, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de architectuur en aan de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffen schaarste. Bij zijn woorden voegt hij ook daden; met zijn architectenbureau RAU heeft hij diverse innovaties en nieuwe standaarden opgezet op het gebied van CO2-neutraal, energieneutraal en energiepositief bouwen en recentelijk ook voor de circulaire architectuur.

‘Het goede nieuws is: vastgoed bestaat niet. Sterker nog, vastgoed is eigenlijk losgoed,’ opent Rau zijn verhaal. Wat hij met deze bom van een opmerking bedoelt, legt hij later in dit artikel uit. Wat is in jouw ogen duurzaamheid? ‘Duurzaamheid betekent niets meer dan het optimaliseren van bekende paden. Minder materialen, minder arbeid, minder energie. Maar als je blijft optimaliseren, stijgen de kosten exponentieel terwijl de ontwikkelingsstappen alsmaar kleiner worden. En op een gegeven moment wordt het te duur om te optimaliseren. En dan komt de frustratie om de hoek kijken en de manipulatie krijgt een podium. Kijk naar de Duitse auto-industrie. Duurzaamheid gaat over het faciliteren van eigendom. Dit is niet het antwoord in deze maatschappij waarin zaken fundamenteel anders moeten. Het is niet de tool waarmee we het systeem veranderen. Wat dan wel? Circulariteit! Met circulariteit ontwerp je een nieuw systeem gebaseerd op verantwoordelijkheid. In een circulaire wereld is o.a. de gebruiker niet langer verantwoordelijk voor iets waar hij geen verstand van heeft. Je koop een scherm niet om een scherm te hebben, maar om televisie te kijken. Dat principe geldt ook voor gebouweigendom. En toch krijg je in deze samenleving al snel ongevraagd verantwoordelijkheid voor iets waar je geen verstand van hebt. In mijn ogen hoort die verantwoordelijkheid bij de maker.’ Er wordt veel gesproken over grondstoffenschaarste. Wat is jouw visie hierop? ‘Er is geen lezer die deze aarde ooit levend zal verlaten. Wij zijn tijdelijk en dat betekent dat onze behoeften ook van tijdelijke aard zijn. Datzelfde geldt voor de antwoorden op onze behoeften. Met andere woorden: ieder gebouw, ieder product is een tijdelijk component die een tijdelijke behoefte dient. Om die tijdelijke component te kunnen maken, hebben we materialen nodig. En wat doet de mens? Wij nemen die materialen van de aarde en vergeten dat de aarde een gesloten systeem is. Wat je hebt, heb je. Wat je niet hebt, heb je niet. Is het schap leeg, dan houdt het op. Sterker nog, mensen die spreken over grondstoffenschaarste snappen het nog niet helemaal.

Wanneer je je realiseert dat iets eindig is, zoals alles op aarde, dan praat je over limited editions.

Triodos bank

Een goed voorbeeld van een depot -ofwel remontabel gebouw- is de door Rau ontworpen Triodos Bank in Zeist. ‘Dit is het eerste houten kantoorgebouw ter wereld met 100% remontabiliteit.’ Alle elementen van het gebouw kunnen worden gedemonteerd zonder dat ze hun waarde verliezen en ze kunnen stuk voor stuk opnieuw worden gebruikt. De belangrijkste schakel in dit proces zijn de 165.312 schroeven die in het gebouw zijn verwerkt. ‘Alles kan letterlijk los worden geschroefd. Een waardeloos gebouw bestaat niet meer, het wordt namelijk gefaciliteerd met behulp van waardevolle materialen’. aldus Rau.

Wanneer je je realiseert dat iets eindig is, zoals alles op aarde, dan praat je over limited editions. Dat betekent dat we moeten ontwerpen op een manier dat wanneer er geen behoefte meer is aan dat tijdelijke component we de limited editions er weer uit moeten kunnen halen. Om weer een ander tijdelijk component te maken inderdaad. Dat betekent dat een tijdelijk component ontworpen moet worden als een materiaaldepot. En dat noemen we dan een ziekenhuis, een kast, een auto of een laptop etc.’ Wat betekent dit voor beheerders? ‘Een depot komt tot stand door voor te denken, in plaats van na te denken. Hoe moet ik mijn depot organiseren? Waar moet ik welke materialen plaatsen en hoe moet de verbinding zijn? Want na ons moet iemand al die materialen een-op-een zonder waardeverlies uit het depot halen om er iets anders mee te doen. Het kenmerk van een depot is dat je precies weet wat je hebt: zoveel schroeven, zoveel houten delen enzovoort. Zo creëren we kennis van alle opgeslagen materialen in dit tijdelijke component en kunnen deze materialen nooit afval worden. Het documenteren van deze materialen is ongelooflijk belangrijk.

Daarom hebben wij Madaster -het Kadaster van materialen- opgericht. Met behulp van dit publieke platform kun je zelfs de waarde van die materialen bepalen. En dat is financieel interessant, want je schrijft een gebouw nooit meer af naar nul. Als niemand meer behoefte heeft aan het tijdelijke component, kan ik de waarde van de materialen deactiveren. Dit financiële component is interessant voor vastgoedeigenaren en -beheerders. Ik zei het al: we moeten niet meer in vastgoed denken, maar in losgoed.’ Hoe is Madaster ontvangen? ‘Madaster is drie jaar geleden opgericht en we hebben inmiddels een paar miljoen vierkante meter vastgoed in het systeem geregistreerd. Het platform is afgelopen zomer gelaunchd in Zwitserland en we staan op het punt om het ook in Duitsland en Oostenrijk op de markt te zetten. En we zijn met meer landen bezig. Geweldig, want zo brengen we alle limited editions van onze aarde in kaart. En dat is een must. We hebben namelijk steeds meer gebouwen nodig, terwijl de hoeveelheid materialen niet toeneemt. Maar het is een lange en moeilijke weg, want we bewandelen niet het gebaande pad. Daarom brengen we ook de financiële incentives aan het voetlicht, zo krijgen we meer partijen in beweging.’ ‘Eigenlijk hebben we geen bouwers meer nodig, maar mensen die logistieke processen kunnen organiseren. We moeten van real estate naar mobile estate en uiteindelijk naar human estate, want voor wie bouwen we eigenlijk? De agenda is nog heel lang. Maar met Madaster zetten we een eerste kleine stap in de goede richting.’ Hoe kunnen beheerders deze denk- en handelingswijze toepassen op hun vastgoed? ‘Oude fouten kun je hooguit verzachten. Een bestaand gebouw is geen depot, maar een mijn. Deze moet je in achterwaartse richting inventariseren. En dat kan ook prima hoor, dat hebben wij al vaak gedaan. Voor het Hilton op Schiphol

 

Madaster

Madaster is het publieke online register voor materialen, producten en elementen die in vastgoed zijn toegepast. Het verrijkt gegevens, genereert materiaalpaspoorten voor gebouw(en) en geeft inzicht in de financiële en circulaire waardering en het hergebruik-potentieel van vastgoed. Via Madaster kun je kiezen voor toegang tot applicaties en diensten van derden, zoals taxateurs, marktplaatsen voor herbruikbare materialen en vastgoedbeheerders. Alle informatie is veilig centraal opgeslagen en altijd gemakkelijk en online beschikbaar voor jou en jouw interne en externe relaties.

Oude fouten kun je hooguit verzachten. Een bestaand gebouw is geen depot, maar een mijn. Deze moet je in achterwaartse richting inventariseren. En dat kan ook prima hoor, dat hebben wij al vaak gedaan.

bijvoorbeeld. Het gesprek met de sloper was geen pretje. Voor hem dan. Een sloper weet namelijk allang dat een waardeloos gebouw niet bestaat. In de oude wereld verdiende een sloper twee keer geld. Hij werd betaald voor het slopen zelf en verkocht vervolgens de materialen door. Dit dubbele verdienmodel verdwijnt langzaam naar de achtergrond. In Engeland zijn er al objecten waar slopers voor moeten betalen om het weg te mogen halen. Zo hoort het! Goed, terug naar de beheerder. Wat de beheerder moet doen? De tekeningen pakken, een Madasteraccount nemen, alle materialen registreren en vervolgens de waarde van deze limited editions ontdekken. Zo levert het ook direct een financieel voordeel op. En zoals gezegd moet dat ook, anders kunnen we geen snelheid maken. Gelukkig is het binnen de bestaande wetgeving mogelijk de waarde van materialen op de balans te activeren.

De visie van Thomas Rau op papier

Material Matters is een spannende ontdekkingstocht naar hoe we nadenken over onze rol op aarde. Een revolutionair boek, dat de wereld zoals wij die kennen volledig op zijn kop zet. In negen hoofdstukken vol aansprekende voorbeelden werken Thomas Rau en Sabine Oberhuber stapsgewijs toe naar een nieuw economisch model. Een wereld waarin de consument niet langer eigenaar, maar gebruiker is, materialen rechten krijgen en afval verleden tijd is. Een utopie? Daar lijkt het niet op! Material Matters is verkrijgbaar in het Duits, Engels, Italiaans en Nederlands. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan 40.000 exemplaren verkocht.

 

Deltaplan Funderingsschade: miljardenschade aan huizen is te voorkomen

Eén miljoen huur- en koopwoningen lopen een aanzienlijk risico op funderingsschade de komende 30 jaar. Dat is te voorkomen door een nationaal gecoördineerde aanpak van funderingsproblemen en snel aan de slag te gaan met preventiemaatregelen. Dat staat in het Deltaplan Funderingsschade dat deze week aan politiek Den Haag is aangeboden door een coalitie van de Vereniging Eigen Huis, hypotheekaanbieders (NVB, Verbond van Verzekeraars), het kenniscentrum KCAF en Aedes.

De coalitie dringt aan op een regierol voor het Rijk en roept het volgend kabinet op om het Deltaplan Funderingsschade te beleggen bij een minister van Wonen. Volgens het deltaplan is er inmiddels aandacht voor de enorme schade die bodemdaling, verdroging en een lage grondwaterstand veroorzaakt aan de funderingen van Nederlandse woningen.

Maar het besef dat veel schade is te voorkomen, bijvoorbeeld door anders met het grondwaterpeilbeheer om te gaan, is nog onvoldoende tot politiek Den Haag doorgedrongen. De organisaties wijzen er op dat preventiemaatregelen ook een forse bijdrage kunnen leveren aan het milieuvraagstuk. Zo zorgt een hogere grondwaterstand in veenweidegebieden voor circa 4 procent minder CO2-uitstoot.

 

Landelijke verantwoordelijkheid

De coalitie roept het volgend kabinet op aan te sturen op grondwaterpeilbeheer waarbij meer rekening wordt gehouden met de gevolgen voor funderingen. Ook is het nodig te investeren in onderzoek naar methodes om bijvoorbeeld paalrot te voorkomen.

Daar waar sprake is van tegengestelde belangen hakt het Rijk knopen door op basis van gebiedsonderzoek. Huiseigenaren draaien momenteel volledig op voor de vaak hoge herstelkosten van funderingsschade, terwijl zij geen invloed hebben op de oorzaken en daardoor volledig afhankelijk zijn van het grondwaterpeilbeheer door het waterschap of de gemeente. Er moet daarom een landelijk functionerend fonds komen voor onderzoek naar funderingsschade en een herstelfonds om huiseigenaren financieel bij te staan.

Lokaal maatwerk

Bij de aanpak is maatwerk vereist omdat ondergrond, aard van de bebouwing en de fundering plaatselijk sterk kunnen verschillen. Met technische oplossingen kan de waterstand beter worden afgestemd op de behoeften.

Soms kan tegen aanvaardbare kosten funderingsschade worden voorkomen via gerichte lokale maatregelen, zoals het per huizenblok reguleren van de grondwaterstand. Deze technologische mogelijkheden zijn nog lang niet uitgeput, zowel in ontwikkeling als in toepassingen.

Vervroegde beëindiging testfase Funderingsrisico viewer, het Funderingslabel

Op 19 oktober lanceerde het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) in het KRO NCRV programma de Monitor de testfase van een website waar op pandniveau het indicatief funderingsrisico kon worden opgevraagd, het zgn. funderingslabel. Op basis van landelijk openbare data werd met een computermodel een inschatting van het funderingsrisico voor een pand afgegeven. Het doel is om te komen tot een definitieve website die gebruikt kan worden om binnen bepaalde betrouwbaarheid een inschatting te geven van de fundering van een bepaalde woning.

De risico inschatting wordt gepresenteerd in een 5-tal risico categorieën. Deze categorieën werden door de verschillende media rond de lancering al snel funderingslabels benoemd. Voortbordurend hierop ontstond in de media het beeld dat de funderingslabels verplicht zouden zijn bij taxaties. Dat is een misverstand. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de computermodel op landelijke niveau (die gebruik maak van alleen landelijke openbare data) en de applicatie FunderMaps die thans al ingezet wordt.

De samenwerking met de taxatiesbranche berust namelijk niet op landelijke openbare data, maar op lokale data en uitgangspunten uit de applicatie FunderMaps. De methodiek van risico inschatting voor het funderinglabel is vergelijkbaar met die van de applicatie FunderMaps. Echter baseert de applicatie FunderMaps de inschatting op lokale data en uitgangspunten. FunderMaps wordt oa. bij gemeentes gebruikt om funderingsproblematiek (meer) nauwkeurig in te kunnen schatten. Voor die risicoschatting van FunderMaps op lokaal niveau wordt uitgegaan van verfijnde lokale informatie over de ondergrond, grondwater en pandgegevens. De betrouwbaarheid van inschatting van funderingsrisico’s op basis van lokale data en uitgangspunten is groter dan de betrouwbaarheid van de inschatting van funderingsrisico’s op basis van landelijk openbare data. De mate van betrouwbaarheid van het computermodel op basis van landelijke data was echter onbekend en vandaar dat een testfase is geïnitieerd. In het kort:

  • Test Indicatief Funderingsrisico (funderingslabels): De website met het indicatieve risico model berust op openbare landelijke data, heeft een betrouwbaarheid dat past bij het indicatieve en informerende doel voor de particuliere huizenbezitter, verkoper en aankoper. Het was daarnaast in testfase op enkele gebieden in Nederland gevalideerd. Het doel van de  testfase was om ook uit andere delen van Nederland  informatie te vergaren op basis waarvan het model verbeterd kan worden.
  • FunderMaps applicatie: De applicatie FunderMaps betreft een hoog betrouwbare applicatie dat analyses op lokaalniveau met lokale data maakt. Deze applicatie is bedoeld voor lokale partijen als gemeentes, waterschappen en woningcoöperaties waarmee het KCAF samenwerkt en die in staat zijn deze lokale data aan te leveren.

Geen verplicht label

Om de transparantie voor (toekomstige) huiseigenaren, overheden en professionals voor funderingsrisico’s te verbeteren ontwikkelde KCAF het benoemde computermodel dat een indicatief funderingsrisico (funderingslabel) ontsluit. De ontwikkeling van een betrouwbaar computermodel kent diverse stadia. Op dit moment zit het model achter het funderingsrisico in een openbare testfase. Er is voor deze manier gekozen om verspreid door Nederland zo veel mogelijk input (data) te krijgen waarmee het model verbeterd kan worden.

In tegenstelling tot enkele media uitingen in oktober 2020 is de inschatting van het funderingsrisico geen verplicht label in het taxatierapport volgend jaar. Dat is niet aan KCAF om zich daarover uit te laten en dat is ook niet de doelstelling van het KCAF. Het doel van KCAF is om de indicatieve funderingsrisico’s op basis van landelijke data te presenteren teneinde op een eenvoudige en betrouwbare wijze aan een ieder een risicoschatting voor funderingen aan te bieden en daarmee de waakzaamheid voor de funderingsproblematiek in Nederland te verhogen. KCAF zet zich al jaren in om de transparantie hierover te verbeteren.

Positief resultaat testfase

De testfase werd aanvankelijk beoogd tot december 2020 door te zetten. Door het hogere aantal bezoekers en daarmee ook het hoger aantal meldingen en ontvangen uitgangspunten en data is de doelstelling van de testfase ruimschoots behaald en is de testfase vervroegd beëindigd. Daarover spreken wij van een succes. De website toont derhalve vanaf begin november geen risicoschatting meer. De grote hoeveelheid ontvangen data wordt  de komende maanden verwerkt.

Onduidelijk is in welke vorm de risico indicatie terugkomt. Wij gaan opzoek met verschillende partijen en betrokkenen naar een passende ontsluiting dat past bij het doel van de website; waakzaamheid voor funderingsproblematiek vergroten. Na evaluatie van de testperiode en verbeteringen aan het model hebben wij hier meer inzicht in hoe dat doel verder kan worden nagestreefd.

Naast verschillende negatieve reacties van woningeigenaren heeft KCAF vooral veel positieve reactie ontvangen. Het verstrekken van inzicht in de problematiek wordt kennelijk gewaardeerd. Er is een duidelijke maatschappelijke behoefte naar transparantie van funderingsrisico’s. Ook vanuit de professionele hoek is dit initiatief positief ontvangen. Zo is vanuit verschillende brancheorganisaties, verenigingen en lokale en landelijke politiek is positief gereageerd hetgeen geleid heeft tot nieuwe gesprekken, samenwerkingen en kansen.

Vanuit de hoek van gemeenten en woningcorporaties alsook waterschappen, daar waar de applicatie FunderMaps voor bedoeld is, zijn er veel nieuwe aanvragen binnengekomen om aan te sluiten. Op die wijze wordt steeds meer lokale data op een eenduidige wijze verzameld en de informatie die dat geeft kan mogelijk verder worden ontsloten. Die data kan dan mogelijk worden ingezet voor verbetering van het computermodel op landelijke schaal voor de indicatieve risico’s.

Een overzicht van cijfers rondom het testproject

  • 850.000 unieke adresbevragingen in 2 weken. Uitgangspunt was 50.000 bevragingen in 2 maanden.
  • 3500 meldingen via de email ontvangen, 1 melding kan meerdere adressen bevatten maar het merendeel van de meldingen gaan over 1 woning. De verwachting waren ca. 500 meldingen, vergelijkbaar met eerdere lanceringen van vergelijkbare producten.
  • Ca. 2000 meldingen gaan over een verfijning van de uitgangspunten, veelal voor panden op zandgronden en in het merendeel van de meldingen inclusief onderbouwing in de vorm van onderzoeken en archiefgegevens.
  • Er zijn ongeveer 350 meldingen binnengekomen van funderingen die de afgelopen jaren zijn hersteld.

Meer informatie over KCAF

 

Q-Park laat Groningse parkeergarage Ossenmarkt 10 centimeter zakken

Gisteren heeft Q-Park 10 centimeter onder de draagkolommen van parkeergarage Q-Park Ossenmarkt vandaan gehaald. Daarmee komt de parkeervoorziening ruwweg weer op dezelfde hoogte als waarop het bij de opening in 1999 lag. Deze bijzondere operatie was al bij de bouw voorzien en wordt uitgevoerd terwijl de parkeergarage openblijft.

De ondergrondse parkeergarage in het centrum van Groningen is op natuurlijke potklei gebouwd. Omdat het gewicht van de parkeergarage minder is dan de grond die er eerder op drukte, zet de klei uit. Hierdoor komt de binnenzijde van de garage heel langzaam omhoog ten opzichte van de buitenzijde; een dikke betonnen cilinder. Het omhoog drukken van de binnenzijde zou uiteindelijk tot schade leiden aan het plein erboven en aan leidingen in de parkeergarage. Maar ruim voordat het zo ver is, wordt de parkeergarage ‘afgevijzeld’.

Op maandag 9 november zullen 102 vijzels de kolommen van Q-Park Ossenmarkt ietsjes oplichten, zodat er 10 centimeter aan stalen ‘platen’ onder elk van de kolommen vandaan gehaald kan worden. Deze stalen elementen zijn al, met het oog op deze operatie, aangebracht tijdens de bouw in het eind van de jaren negentig. Op dinsdag en woensdag laten de vijzels de garage dan langzaam naar zijn oorspronkelijke positie, tien centimeter dieper, zakken.

Op zich is het een spectaculaire operatie waarbij een gewicht van zo’n 6 miljoen kilo (6.000 ton) opgelicht wordt, maar vanwege de goede voorbereiding, veiligheidsmaatregelen en beheerste uitvoering merken parkeerders er niets van en blijft Q-Park Ossenmarkt tijdens het project gewoon geopend.

De voorbereidingen voor deze operatie zijn al maanden aan de gang. Vanaf 20 oktober is begonnen met het in positie brengen van de 102 vijzels. Op woensdag 11 november wordt het traject afgerond. Omdat de werking van de potklei in de loop der tijd is afgenomen, is door externe constructeurs berekend dat de parkeergarage in de toekomst niet nog een keer afgevijzeld hoeft te worden.

Dit is een bijzonder verhaal dat goed past bij Q-Park Ossenmarkt. Het is namelijk een bijzondere parkeergarage; een van de weinige ter wereld die als een ‘wokkel’ is gebouwd. Deze is vormgegeven rondom twee spiraalsgewijze stroken. Eén om erin te rijden en één om de garage te verlaten. De ronde parkeergarage kent een diameter van 58 meter en biedt plaats aan 320 auto’s.

Over Q-Park

Q-Park is met ongeveer 1.650 medewerkers één van de grootste Europese parkeerdienstverleners, met sterke marktposities in ruim honderd steden in Nederland, Duitsland, België, Groot-Brittannië, Frankrijk, Ierland en Denemarken. Q-Park is een erkend kwaliteitsleider op het gebied van parkeren. Haar portfolio omvat zo’n 475.000 parkeerplaatsen verdeeld over meer dan 2.600 parkeerfaciliteiten in eigendom, exploitatie, beheer of een combinatie daarvan.

Q-Park Nederland telt 453 parkeerfaciliteiten, waaronder 54 P+R-terreinen en 219 stallingsgarages.

 

Funderingslabel, vanaf 2021 krijgen alle huizen het

Panden krijgen vanaf volgend jaar een funderingslabel wanneer ze getaxeerd worden, zo blijkt onderzoek van het televisieprogramma De Monitor. Zo’n 250.000 huizen zullen een hoog risicolabel krijgen. Vooral voor eigenaren die zich niet bewust zijn van hun funderingssituatie kan dat onverwacht in de papieren lopen. Vanaf vandaag kunnen huiseigenaren hun label inzien.

Taxateurs nemen met ingang van juli 2021 een funderingsrisicolabel op in hun taxatierapport. Het Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) ontwikkelde een database waarmee op pandniveau kan worden vastgesteld wat de risico’s op funderingsproblematiek zijn en of de funderingslabel aan de eisen voldoet. Dat gebeurt aan de hand van dertien factoren, zoals hoogte-, grondwater- en funderingsgegevens.


Don Zandbergen van het KCAF: “Een D of E-label betekent niet meteen dat een huis op instorten staat, maar het moet een koper of eigenaar wel aansporen om onderzoek te doen. Het geeft aan dat er urgentie is. En dat geldt voor 250.000 huizen.” Er komt een toelichting bij het label waarin staat in welke van de vijf risicocategorieën (A tot en met E) het huis valt en waarom.

Bron: ANP

Lees hier over een andere essentiële label, het energielabel.

Volg ons op LinkedIn!

Nieuwsbrief inschrijven

Tip onze redactie

OG Wijzer werkt graag met u samen. Heeft u nieuws of persberichten? Tip dan onze redactie.

Wilt u een persbericht naar onze redactie sturen? Vul onderstaand formulier in. De redactie neemt contact op als zij aandacht aan het onderwerp wil besteden.