Heijmans hakt het onderwerp verduurzaming in stukken

verduurzaming Heijmans

CPO Esther Donders vertelt waarom verduurzaming een steeds belangrijkere onderwerp wordt voor Heijmans.

Wat betekent duurzaamheid voor jou? 

‘Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst. Zoals we op deze aarde bezig waren en nog zijn, dat gaat ’m niet meer worden. Maar zo’n transitie naar een duurzame samenleving maak je niet zomaar. Wil je naar bestendige verduurzaming ? Dan moet je nadenken over hoe je dat gaat organiseren en welke systemen je onder de loep moet nemen. Het moet onder de motorkap anders gaan lopen. En ja, daar horen ook andere verdienmodellen bij.’ ‘Circulariteit en duurzaamheid worden vaak door elkaar gebruikt. Een volledig circulaire spijkerbroek die door middel van kinderarbeid in elkaar is genaaid, is niet duurzaam. Hiermee wil ik aangeven dat de focus op circulariteit heel belangrijk is, maar dat je niet je ogen moet sluiten voor de rest. Kijk, natuursteen is op zichzelf best duurzaam. Het gaat immers een hele lange tijd mee. Maar je kunt het in tegenstelling tot een materiaal als hout niet opnieuw planten. Daarbij is er soms sprake van slechte arbeidsomstandigheden in groeves in verre landen. Het is dus zaak een bredere duurzaamheidsbril op te zetten en niet alleen voor circulariteit te gaan. En dat doen we bij Heijmans ook: we zijn makers van een gezonde leefomgeving en circulariteit is daar een aspect van.’

Hoe duurzaam is de bouw inmiddels?

‘Duurzaamheid in de bouw is niet één ding. De supply chain van bitumen is anders dan die van luchtbehandelingskasten. Je hebt te maken met verschillende materialen en verschillende markten. Het ene materiaal komt uit de buurt, het andere moet van een ander continent komen. Daarom hebben wij gezegd: je moet die olifant in stukken hakken. En dan per stuk kijken naar het systeem en de aanpassingen die je zou willen doen. Wij hebben onze olifant zo’n drie jaar geleden in meer behapbare stukken gehakt. In totaal kopen wij zo’n vijfhonderd productgroepen in. Deze hebben we verdeeld in tien clusters van productgroepen. We bekijken per cluster waar de grootste winst op het gebied van verduurzaming en circulariteit te behalen valt en die pakken we aan: de zogenaamde meest materiële issues. Een voorbeeld is de aanpak van het verpakkingsmateriaal. We streven naar een duurzame bouwplaats en toch accepteerden we tot voor kort alle typen verpakkingsmaterialen, ook als verpakken overbodig was. Tel daarbij op dat we aan de voorkant betalen voor de verpakkingen -deze prijs is verrekend in de aanschafsprijs van het materiaal- en dat we dat aan de achterkant -om de verpakkingen af te voeren- nog een keer deden. Met dit inzicht hebben wij de regierol genomen.

Er is geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers ermee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen.

om daarin iets te veranderen. Door dit stukje olifant op te pakken ga je efficiënter naar logistiek en verpakkingsmaterialen kijken, formuleer je vragen en stel je andere eisen aan je leveranciers. Daarbij hebben we vaak het argument gehoord dat het duurder zou worden. Maar niemand heeft mij nog kunnen uitleggen waarom materialen duurder zouden worden wanneer je ze niet verpakt of kiest voor een ander type plastic of minder bedrukking. En het mooie is: dit gaat verder dan het bedrijf Heijmans. De grote leveranciers waar we mee samenwerken veranderen natuurlijk niet alleen hun systeem voor Heijmans, ook andere afnemers krijgen dan hun materialen aangeleverd zonder overtollig of met circulair te verwerken verpakkingsmateriaal.

Wat is er nodig om die impact te maken?

‘Je moet gebruik maken van je inkoopkracht om de regie te pakken en hierop centraal sturen. De inkoopkracht zit in de bundeling van de vraag. Voor jouw beeld: we kopen ongeveer 80% van onze omzet in. Je begrijpt dat wanneer we voor bepaalde materialen en diensten centraal inkopen, we meer impact kunnen maken dan wanneer een projectmanager dat alleen voor zijn eigen werk doet. Een aantal voorbeelden: inmiddels werken we bij Heijmans alleen nog maar met FSC-goedgekeurd hout, zijn we bezig met het circulair krijgen van onze bedrijfskleding en zetten we effectieve stappen richting het gebruik van circulair beton en asfalt. Wanneer je bijvoorbeeld alleen dakpannen maakt, kun je je permitteren alleen naar de supply chain van dakpannen te kijken. Wij verwerken alles. Wij zijn de vragende partij in de supply chain en verwerken producten van derden tot bijvoorbeeld een woning, een snelweg of een theater. We maken dus impact door mét onze partners in gesprek te gaan over de verduurzaming van hun diensten en materialen. Bij de verduurzaming van de bouw is een strategische rol weggelegd voor procurementafdelingen. In de bouw noemen we het vaak inkoop, maar het is zoveel meer dan dat. We zijn juist bezig met de strategische kant en de dag van morgen.’

Is Heijmans in jouw ogen een koploper in duurzaamheid?

‘Zoals de Englsen zeggen is dat “in the eye of the beholder”. Wij hebben in ieder geval wel die ambitie. Er is overigens denk ik geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers er mee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen. En doen is wat mij betreft meer dan het uitvoeren van een pilot. Het wordt namelijk pas echt interessant als je duizend circulaire woningen bouwt. Het gaat erom dat je het bestendig doet, alleen dan is het duurzaam. Gelukkig leren we ook van elkaar, zeker wanneer we in bouwcombinaties werken. Maar bij Heijmans gaat het dus echt om het doen. Ik kan 25 online seminars per week over verduurzaming en circulariteit bijwonen, maar ik geef er de voorkeur aan mijn tijd in te zetten om onze plannen te realiseren.’

Hoe ziet de toekomst eruit van Heijmans?

‘Je kunt niet meteen álles aanpakken. Daarom hebben we twee jaar geleden een aantal bold statements geformuleerd over waar we willen staan in 2023. Als eerste noem ik de verpakkingen nog een keer. We zijn nu twee jaar onderweg en zijn het plan van aanpak aan het uitrollen. Alle afspraken met de supply chain en de afvalverwerkers zijn gemaakt. Het is nu zaak om de komende tijd het gesprek aan te gaan met leveranciers die het lastiger vinden om aan onze circulariteitsambitie te voldoen. Kunnen ze mee? Of moeten we langzaam verschuiven naar andere leveranciers? Hetzelfde geldt voor circulair beton en asfalt. In 2023 willen we dit, in alle gevallen waar de klant erom vraagt, kunnen leveren.

En in 2030 willen we alleen nog maar circulair beton verwerken. Dit geldt ook voor grondgebonden woningen: we zetten in op 100% circulaire grondgebonden woningen in 2023. Daarnaast zijn we volop bezig met lease en as-aservice-concepten. Het eigendom bij een producent houden hoeft op zich niet circulair te zijn, maar het is voor deze producent wel een stimulans om in te zetten op een meer circulair productieproces. Tevens focussen we vol op onze logistiek. In plaats van het wiel op elke bouwplaats opnieuw uit te vinden, maken we met onze partners protocollen om zo duurzaam mogelijk te worden en telkens te verbeteren. Je kunt je voorstellen dat de logistiek rondom veertig kilometer snelweg anders is dan bij binnenstedelijke bouw of het realiseren van een woonwijk in het open veld. Met partners werken we aan verbetering en verduurzaming van dit soort logistieke concepten.’

Heeft deze focus op duurzaamheid & verduurzaming ‑invloed op jouw privéleven?

‘Absoluut. Vorig jaar vlogen mijn man en ik in een privévliegtuigje over de Okavangodelta in Botswana. We zouden daar niet met de auto

Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst.

naartoe kunnen vanwege het moeraslandschap. Maar in de twee uur dat we in het vliegtuig zaten hebben we uitsluitend boven woestijnlandschap gevlogen. De nijlpaarden en krokodillen lagen dakpansgewijs op elkaar in een watertje van het formaat smalle beek. De impala’s liepen over de ruggen van hun predatoren naar de overkant van de beek. Tijdens die vlucht besloot ik dat ik in 2020 mijn vliegkilometers met een derde terug zou brengen en verder mijn vakanties met de fiets zou doen. Corona heeft daar natuurlijk wel een handje bij geholpen, maar anders zou ik deze belofte aan mezelf ook zijn nagekomen. Ik ben bijvoorbeeld net terug van een fietstocht van Maastricht naar Groningen. Verder eten we beduidend minder vlees en zijn we ook thuis in toenemende mate bezig met het terugbrengen van de hoeveelheid verpakkingsmateriaal. Als iedereen -of laten we zeggen de helft van de mensen- een kwart minder vlees zou eten en meer na zou denken over hun vakantiebestemmingen en waar ze hun kleren kopen, dan zou dat al een groot verschil maken.’

De rol van wetgeving

‘Wet- en regelgeving kan een enorme boost geven aan verduurzaming. Kijk maar naar de maatregel dat iedereen van het gas af moet. De markt ging direct in de actiestand. Regelgeving brengt ook een stuk standaardisatie met zich mee. Heel goed, want hoe meet je nou of iets circulair is? En hoe ga je dat aantonen? Heijmans heeft zich aangesloten bij CB23, een platform dat bouwbreed partijen met circulaire ambities met elkaar verbindt. Het streven is om vóór 2023 nationale, bouwsectorbrede afspraken op te stellen over circulair bouwen. Het platform is gelieerd aan vergelijkbare Europese initiatieven zodat we een speelveld krijgen waarin iedereen volgens dezelfde regels aan het spel deelneemt.’

Jazeker, ook vastgoedprofessionals, onze opdrachtgevers, vervullen een belangrijke rol in de supply chain. Stel eens een andere vraag, steek de aanbesteding eens anders in. Dan komen we samen tot veel duurzamer oplossingen.’

Lees hier hoe ING verduurzaming wil versnellen door middel van lage rentes

 

 

 

Opdrachtgevers en slopers zijn de nieuwe grondstoffenleveranciers

Het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 heeft de ambitie in 2050 een volledig circulaire bouweconomie te realiseren. Dat betekent dat we gebouwen, gebieden en infrastructuur moeten kunnen ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken zonder onnodige uitputting van natuurlijke hulpbronnen en zonder de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Opdrachtgevers en slopers zijn een essentiële schakel in deze omvorming van een lineaire naar een circulaire sector. Wanneer opdrachtgevers slopers de ruimte geven en slopers openstaan voor oogsten in plaats van slopen, zijn zij de onbetwiste aanjagers van deze transitie.

 (Technisch) beheerders hebben als geen ander kennis van bestaande vastgoedvoorraden. Zij weten wanneer een pand gerenoveerd moeten worden en wanneer een locatie op de nominatie komt voor sloop. Hiermee zijn zij een belangrijke schakel in het maken van gemeengoed van circulaire bouwmaterialen. ‘Vastgoedbeheerders en gebouweigenaren zien steeds vaker in dat hergebruik een prima oplossing is. Kabelgoten, toiletpotten, spiegels, brandslanghaspels en hang- en sluitwerk kun je een-op-een hergebruiken. En ook ruwbouwmaterialen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in circulaire varianten,’ vertelt Erik Koremans, Directeur New Horizon Material Balance. New Horizon is gespecialiseerd in het demonteren van gebouwen en zorgt met haar partners voor een flinke retourstroom van geoogste materialen. ‘Om schaalvergroting te realiseren, hebben we echter veel meer donorgebouwen nodig. Ik wil beheerders dan ook oproepen om eens te kijken naar de mogelijkheden van circulair in plaats van lineair slopen. Iedereen wil een nier, maar niemand wil donor zijn. Een uitspraak van onze oprichter die in onze markt meer dan relevant is. Dat heeft te maken met de veronderstelling dat circulair slopen kostbaarder zou zijn, terwijl dat pertinent niet waar is.’

New Horizon

New Horizon gelooft dat de circulaire economie het economische model van de toekomst is. Het primaire doel van deze groeiende organisatie is het leveren van bouwmaterialen die bijdragen aan een circulaire economie. Het bedrijf initieert daartoe nieuwe samenwerkingen, technologische innovaties en systeemveranderingen. Een pronkstuk van New Horizon is de demontage van De Satelliet, een onderdeel van het pand van de Nederlandse Bank in Amsterdam. De Satelliet is in zijn geheel ontmanteld en middels elektrisch vervoer over het water naar een loods in Zaandam overgebracht. De gebouwonderdelen krijgen later dit jaar -wanneer ze worden gebruikt voor de bouw van een zorglocatie in Amsterdam-Noord- een tweede leven. ‘De gebouwbeheerder heeft het aangedurfd op een andere manier naar de waarde van dit gebouw te kijken. Hij zag het gebouw als bron en heeft koos niet voor sloop maar voor hergebruik van dit maatschappelijk vastgoed.’

 

Waarom zou je überhaupt nog slopen?

‘We mogen in Hoofddorp de 100.000 m2 kantoren in Hyde Park ontmantelen ten behoeve van een nieuwe architectonische stadswijk met 3.800 woningen. Sommige van deze kantoren zijn in 2004 gebouwd. Dat dit vraagtekens oplevert -zeker inzake duurzaamheid- begrijpen wij als geen ander. Feit is echter dat dit kantorengebied leeg staat en de belegger dus geen rendement oplevert. Daarnaast kampen we in Nederland met een gigantisch woningtekort. Dat maakt het economische plaatje uitlegbaar. Gelukkig heeft de belegger gekozen voor oogsten in plaats van slopen.’

 

Tegen welke zaken loop je als urban miner aan?

‘In het verleden is nooit gebouwd om terug te nemen. Losmaakbaarheid en terugneembaarheid zijn termen die nu pas een plek krijgen in onze bouwsector. Urban minen zal in de toekomst dan ook vele malen makkelijker worden. Dat neemt niet weg dat we ook met gebouwen waarin tijdens de bouw losmaakbaarheid nog geen issue was ook al enorm veel winst kunnen behalen. Beton is nog steeds het meest gebruikte bouwmateriaal. Dat betekent dat je met circulair beton dus echt impact maakt.’

‘Een ander aspect is de psychologie. Iedere verandering levert in eerste instantie weerstand op. Het duurt even voordat de weerstand verandert in acceptatie. Tuurlijk weten vastgoedbeheerders vaak al dat ze het verschil kunnen maken. Het veranderen van werkwijzen en relaties -denk aan het verbreken van goede relaties met vaste leveranciers van lineaire grondstoffen- is alleen niet altijd eenvoudig. Wanneer je je realiseert dat je met de keuze voor circulair beton een CO2-reductie van 80% realiseert, ziet men het aangaan van nieuwe waardevolle relaties gelukkig wel als een serieuze optie. Maar wij begrijpen ook dat dit tijd vraagt.’

Welke invloed heeft de grondstoffencrisis?

‘De grondstoffencrisis bevestigt onze visie. We moeten veel meer gaan kijken naar wat er lokaal mogelijk is. Waarom zou je grondstoffen uit China halen als alles voor onze neus beschikbaar is? Wij zien de stad als bron. We zien geen appartementencomplexen, maar magazijnen waar grondstoffen tijdelijk liggen opgeslagen. Veel materialen zijn direct her te gebruiken. Als je ze nieuw zou bestellen, zou je exact hetzelfde krijgen. Sta je voor een verbouwing of renovatie? Kijk dan eerst naar wat er circulair beschikbaar is en vul daarna pas aan met lineaire materialen.’

 

Wat is de rol van de overheid?

‘De noodklok inzake CO2-uitstoot luidt al vanaf 1972. En aangezien de uitstoot sinds die tijd vervijfvoudigd is, kan het niet anders dat de politiek zich heel snel hard gaat maken voor vergaande reducties. Wij verwachten dat CO2-uitstoot binnenkort beprijsd gaat worden. Deze economische impuls gaat ervoor zorgen dat lineaire producten duurder worden dan circulaire. Zodra dat gebeurt, verwacht ik dat wij structureel uitverkocht zijn. Gelukkig zijn er steeds meer slopers die het circulaire gedachtengoed met ons delen. Dat is hard nodig, want we kunnen dit niet alleen. Het verschil in werkwijze zit -nu nog- vaak in de manier van aanbieden. Wij hebben geen grote loods waarin we de materialen opslaan. Dankzij samenwerkingen met onze partners, zijn de herwonnen materialen op dezelfde manier verkrijgbaar als lineaire varianten.’

De partners van New Horizon zijn terug te vinden via hun website. Hier zijn de circulaire materialen ook direct te bestellen.

 

Zit er wel of geen asbest in bitumen?

De Rijksoverheid overweegt een verbod op asbestdaken. Oude daken kunnen door de jaren heen zijn aangetast door weer en wind. Daardoor kunnen asbestvezels vrijkomen en dat kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Al heel lang wordt asbest niet meer gebruikt in daken. Hieronder volgt een overzicht.

Bitumen

Voor dakbedekking wordt bitumen gebruikt. Dit is een vloeibaar mengsel van verschillende stoffen die voorkomen in ruwe aardolie. Bitumen bevat geen asbest.

Pasta’s en kitten

Bitumen wordt ook verwerkt in pasta’s en kitten die worden gebruikt bij detailleringen en kleine dakreparaties. Denk daarbij bijvoorbeeld aan hemelwaterafvoeren en dakrandafwerkingen. In daken van voor 1985 zou op deze plaatsen gebonden asbest kunnen worden gevonden, omdat toen nog asbest in deze pasta’s en kitten zat.

Ruberdal tegels

In de jaren ’70 en ’80 werden op bitumen daken soms Ruberdal tegels gebruikt als terrasafwerking en voor looppaden. Het zijn dunne cementtegels, die aan de onderkant op de bedekking werden geplakt. In die tegels was toen asbest verwerkt.

Nuralite/Nuraply

Nuralite is een asbesthoudend dakbedekkingsproduct dat tussen 1960 en 1980 beperkt is toegepast door gespecialiseerde bedrijven. Het bestaat uit buigzame platen van 2,4 x 0,9 m2 en een dikte van 2 mm. Door deze vorm zijn ze goed herkenbaar.

Wel of geen asbest?

In bitumendaken zat en zit geen asbest. Voor 1985 is er asbest gebruikt in bepaalde pasta’s en kitten en op kleine schaal bij specifieke toepassingen zoals Ruberdal en Nuralite. Problemen hoeft u dus niet direct te verwachten. Als uw dak van voor 1985 is, kan een deskundig advies u helpen.

Advies

Onderzoek voor de sloop van een dak de historie van het dak en de toegepaste dakbedekking. Laat bij twijfel een monster analyseren op de aanwezigheid van asbest door een daartoe geaccrediteerd laboratorium of raadpleeg een aantoonbaar gekwalificeerd deskundige.

 

Product-as-a-Service bij gevels: is financiering haalbaar?

Bron: ABN AMRO

Om het businessmodel op basis van ‘Product-as-a-Service’ (PaaS) optimaal te financieren zijn aanpassingen van fiscale en bancaire regels nodig. Tot dat moment is het van belang dat betrokken partijen zoals financiers extra hun nek uitsteken. En er is hoop, zo blijkt uit een pilotproject waarbij gevels worden gehuurd door de bewoners en waarin diverse disciplines met elkaar samenwerken. De lessen die hieruit volgen, helpen de circulaire economie verder op gang.

Het PaaS-businessmodel is niet nieuw. Leasebedrijven in auto’s voeren dit businessmodel al jarenlang. Maar niet alleen auto’s zijn geschikt om te verhuren. Hetzelfde kan gedaan worden met bijvoorbeeld wasmachines, ovens, kleding en gevels van huizen: buitenkozijnen, ramen en deuren.

Omdat deze nieuwe toepassingen van PaaS-modellen nog onontgonnen zijn, vergt dit experimenten. Daarom hebben Circle Economy en ABN AMRO met onder meer drie gevelbouwers, een projectontwikkelaar, juristen, twee andere banken en accountants een bestaande casus onder de loep genomen. Daarbij blijft de gevel van een nieuw te bouwen appartementencomplex economisch eigendom van de leverancier van de gevel en wordt deze gehuurd door de appartementseigenaren. De Vereniging van Eigenaren betaalt maandelijks een bedrag voor het gebruik, het onderhoud en de service van de gevel.

Download de whitepaper van ABN AMRO >>

Dat de leverancier (economisch) eigenaar blijft en het product verhuurt, is precies de kern van het duurzame en circulaire karakter van PaaS-businessmodellen. Het milieu wordt ontlast, omdat producten langer in omloop blijven. De leverancier heeft namelijk een extra prikkel om kwalitatief hoogwaardige producten te maken die lang meegaan en makkelijk te repareren zijn, aangezien dit de onderhoudskosten drukt. Door de producten bovendien zo samen te stellen dat ze eenvoudig te recyclen zijn, verdient de leverancier na gebruik ook nog aan de restwaarde.

Een versnelling van de PaaS-toepassingen kan daarmee een stevige bijdrage leveren om de circulaire ambities te halen. Nederland en Europa willen in 2050 geheel circulair zijn.

Financiering is een uitdaging

Toch kent dit businessmodel een grote uitdaging, zo leert deze nog vroege pilot-fase: de financiering van dit businessmodel. Voorfinanciering van productie is doorgaans niet zo’n probleem wanneer de bank weet dat de producten snel een koper vinden en binnen twee tot drie maanden betaald zijn, inclusief de winstmarge.

De kasstromen binnen het PaaS-model verlopen echter anders. Bij dit businessmodel kan het soms wel jaren duren voordat de investering is terugverdiend. Een bijkomstige onzekerheid is dat het verhuurde product bij derden in gebruik is, buiten het zicht van de eigenaar. Soms gaat dit om ‘courante’ producten als een telefoon of een auto, maar soms zit dit ‘vast’ in een gebouw, zoals in het geval van de gevel. Deze factoren maken dat een financier geen concreet onderpand heeft. Als een gebruiker stopt met betalen, zou de leverancier er wellicht beslag op kunnen leggen, maar loopt dan tegen de barrière aan dat het vaak onwenselijk is om de verhuurde producten bij consumenten weg te halen.

Anderzijds kan dit businessmodel vanuit financieringsperspectief juist meer stabiliteit bieden dan bij de normale cyclus van productie en verkoop. Als er eenmaal voldoende producten bij verschillende gebruikers in de verhuur zijn, is de omzet van de PaaS-leverancier voor de komende maand of zelfs het komende jaar redelijk gegarandeerd, zeker als er vaste contracten met gebruikers worden gesloten. Zo ontstaat een voorspelbare kasstroom die financiers zekerheid biedt over rente en aflossing.

 

Leren en experimenteren

Om de voordelen van het PaaS-model goed uit de verf te laten komen en uitdagingen op financieel en juridisch vlak het hoofd te bieden, is het belangrijk om te leren van experimenteren. Daarom werken ABN AMRO-specialisten uit allerlei disciplines regelmatig mee in werkgroepen om de circulaire economie nog beter te kunnen financieren. De bijgevoegde publicatie is hier een voorbeeld van; deze casus gaat diep in op hoe dit bij gevels werkt en laat zien wat al goed loopt en waar de schoen wringt.

Deze kennis delen wij natuurlijk graag. Een greep uit de lessen: aanpassingen van fiscale regels, bancaire regels en accountancyregels zijn gewenst om het PaaS-model op gang te helpen. Tot die tijd moeten de banken vooral hun nek uitsteken om te laten zien dat het businessmodel ook nu al levensvatbaar is. De aanpassingen van de regels volgen dan vanzelf, waarna we de transitie naar de circulaire economie kunnen versnellen.

“Zonwering van veel grote gebouwen kan veel beter”

Bron: Bart van Overbeeke Fotografie.

Een zonnige dag op kantoor betekent voor heel wat mensen knijpen met de ogen of in het donker met de lampen aan werken. Zonwering voor grote gebouwen kan veel beter, en daarom ontwikkelde bouwkundige Samuel de Vries een veelzijdig model dat voor meer comfort én minder energieverbruik op de werkvloer moet zorgen. Woensdag 16 februari heeft hij zijn proefschrift verdedigt aan de faculteit Built Environment van TU Delft.

Hij neemt vaak zijn eigen werkplek als voorbeeld, en iedereen snapt meteen waarom zijn onderzoek zo belangrijk is, lacht bouwkundepromovendus Samuel de Vries. “Een kantoortuin met zo’n dertig, veertig man in de zomer, dat betekent bij ons verblinding. En komt iemand dan uiteindelijk achter zijn of haar bureau vandaan om aan de andere kant van de ruimte de knop in te drukken, dan schrikt iedereen op omdat de zonwering met zoveel kabaal naar beneden gaat. Weg concentratie, maar ook: weg daglicht.”

Veel kantoormedewerkers gaan ’s zomers met hoofpijn naar huis door verblinding of juist gebrek aan daglicht, vertelt de Vries. “Daglicht is veel belangrijker dan we misschien in eerste instantie denken. Het heeft invloed op allerlei gezondheidsaspecten, zoals je slaapritme. Een goed binnenklimaat op kantoor is daarom heel belangrijk en voor ons een van de hoofdredenen om aan de slag te gaan met een model voor betere zonwering. De huidige systemen zijn merendeels ontworpen om overhitting op kantoor te voorkomen en de warmte buiten te houden. Deze geautomatiseerde systemen staan ofwel helemaal open, of helemaal dicht.”

Buiten of binnen

Maar zonwering is veel complexer dan even de schermen naar beneden doen, blijkt uit het onderzoek van de Vries. Waar de modellen die bouwfysici en architecten nu gebruiken vaak slechts een enkel aspect belichten, bracht de Vries al deze modellen bij elkaar tot een nieuw instrument. Met aandacht voor alle denkbare systemen en onderlinge interacties; de Vries somt op: “De sensoren – staan deze bijvoorbeeld op het dak of op de gevel, welk deel van het lichtspectrum meten ze? De besturing – wanneer gaat de zonwering omhoog of omlaag, en hoe ver? Welke materialen en stoffen worden er gebruikt? Hoe ziet de zonwering er zelf uit, welke breedte en kromming hebben de lamellen? En het gevelontwerp, welk glas wordt gebruikt, wordt er gekozen voor zonwering buiten of binnen?”

Over dat laatste punt leverde het rekenmodel van de Vries verrassende inzichten op. Buitenzonwering wordt in de bouwpraktijk beschouwd als de beste optie, maar de Vries laat zien dat binnenzonwering met een slimme aansturing veel effectiever kan zijn. Zijn model keek hierbij zowel naar het comfort van de kantoormedewerker, maar ook naar het energieverbruik. “Buitenzonwering kan inderdaad beter de warmte buiten houden en dat scheelt verkoelingskosten. Maar omdat het blootgesteld wordt aan weer en wind, moet buitenzonwering heel robuust zijn. Dat geeft meer lawaai en is lastiger om heel fijn aan te sturen. Wanneer je lange tijd met de luiken dicht zit, kost dat ook meer energie door de verlichting die aan moet. Met binnenzonwering kan je beter finetunen, waardoor je zelfs de hele dag met daglicht kan werken. We zien dat een combinatie van bijvoorbeeld zonwerend glas en een binnendoek met een metaalcoating en goede aansturing op zowel comfort als energieverbruik beter kan scoren.”

Energiebesparing

De Vries pleit voor meer aandacht voor de regeling van zonwering in een vroeg stadium van het gebouwontwerp. Aan de hand van zijn methode kan dit per gebouw geoptimaliseerd worden in samenspraak met het gevelontwerp. “Er is veel aandacht voor de gevels, daar zijn allerlei normen voor. Wat er daarna aan zonwering komt te hangen is de verantwoordelijkheid van de eindgebruiker. Terwijl een kleine statische luifel boven het raam en dynamische wering binnen veel meer daglicht kan betekenen. Of dat met een bepaalde combinatie regeling en doekmateriaal wél grotere ramen mogelijk zijn, zelfs met meer energiebesparing als het gekoppeld wordt aan verlichting met daglichtschakeling. Door slim te ontwerpen en gebruik te maken van nieuwe mogelijkheden, kan er verschil op de werkvloer gemaakt worden. Want uiteindelijk wil je toch het liefst daglicht, de buitenwereld én je beeldscherm blijven zien.”

Bron: TU Eindhoven

Grootschalige renovatie van 30.000 m2 voor Maastricht UMC+

Maastricht UMC+ heeft een uitdagende strategische vastgoedagenda 2040 opgesteld met diverse projecten. EGM mag één van de eerste grootschalige projecten vormgeven: de Renovatie van de Klinieken.

De verbouwingsopgave waarvoor Maastricht UMC+ zich gesteld ziet, sluit naadloos aan bij de kennis en ervaring van EGM. Vanaf de eerste visieschetsen voelt deze opdracht dan ook als de perfecte samenwerking waar we met ontzettend veel zin aan beginnen. EGM zal de klinieken van het 30 jaar oude hoofdgebouw renoveren tot een heerlijk fris, gezond en optimaal functioneerde verblijfs- en werkomgeving. We zijn ontzettend verheugd dat we aan de slag gaan samen met het Maastricht UMC+ als onze opdrachtgever en Royal HaskoningDHV die geselecteerd is als installatieadviseur.

 

Grootschalige renovatie

Het project Klinieken beslaat in totaal meer dan 30.000 m2. De opgave omvat de stapsgewijze renovatie van alle algemene verpleegafdelingen, de afdelingen voor intensieve zorgen en het Vrouw, Moeder & Kind centrum. De ontwerp- en de realisatiefasen zullen een aantal jaren in beslag nemen.

In de keuze voor EGM spreekt Maastricht UMC+ lovend over een ‘helder ontwerp’ en ‘een mooie oplossing’, met ‘diverse haalbare innovaties’. Het is precies wat we vanuit EGM met het ontwerp willen bereiken en waarvoor we ons altijd maximaal inzetten: een heldere visie met vooruitstrevende vernieuwing, die resulteert in een gezond gebouw voor patiënten én medewerkers. Vanuit onze onderzoeken naar de verpleegkamers en Intensive Care kamers van de toekomst (zelfstandig en samen met derden), bieden we bijvoorbeeld prettige plekken voor goede mantelzorg in onze ontwerpen. Voor Maastricht UMC+ bouwen we ook voort op het wetenschappelijk onderzoek naar het welzijn en comfort van ziekenhuismedewerkers waarop collega AnneMarie Eijkelenboom recent is gepromoveerd. Juist ook het belang van prettige omstandigheden voor medewerkers in de zorg onderstrepen we met de inbreng van EGM r&d.

 

Duurzaam voor mens én milieu

Met een aantal zorgvuldig gekozen ‘evidence based’ oplossingen én vernieuwingen draagt de verbouwing bij aan een gezonde werk- en verblijfomgeving. Plekken voor verwondering, herkenbare en tactiele materialen, ronde vormen, levend groen en ruime daglichttoetreding stellen we voor als onderdeel van de dagelijkse ‘healing environment’. Ze zorgen ervoor dat ook het ziekenhuisgebouw daadwerkelijk bijdraagt aan de gezondheid van patiënten, bezoekers en medewerkers.

Duurzaam betekent, naast vele geïntegreerde duurzame gebouwde oplossingen, ook dat het ziekenhuisproces duurzaam geoptimaliseerd wordt en dat het gebouw een veranderende vraag kan accommoderen. Zo kunnen de klinieken, zonder afbreuk te doen aan de functionaliteit van alle afdelingen, stapsgewijs en flexibel meebewegen met de behoeften in tijden van een pandemie. Het ontwerp van EGM zet in op minimaliseren van de energiebehoefte en het energieverbruik (Smart Hospital concept) en beperkt de afvalstromen die maximaal circulair worden verwerkt. Alle innovaties samen zetten een grote stap naar een Future proof ziekenhuis conform de Greendeal Duurzame Zorg.

Met het ontwerp voor de Renovatie van de Klinieken is inmiddels begonnen.

Bron: EGM

 

Thuiswerken 2.0: Zet een Tiny Office in je tuin

We zijn allemaal opzoek naar nieuwe manieren van werken in deze tijd. Het lijkt er op dat we in de toekomst veel blijven thuiswerken. Verplicht of misschien bevalt het zo goed dat je niet anders meer wilt. Laten we daarom kijken op welke manieren we thuiswerken nog beter kunnen doen. Wel eens nagedacht over een tiny office in je tuin?

Deze op de oorspronkelijke nissenhut geïnspireerde Tiny Office R5 biedt je de mogelijkheid om in korte tijd een mooi, modern en luxe kantoortje te creëren. Deze Tiny office is eenvoudig en snel zelf op te bouwen. Snoei BV levert dit nagenoeg onderhoudsvrije product in een uiterst compacte bouwpakketvorm, waardoor je hem gemakkelijk kunt vervoeren, opslaan en hergebruiken (circulair bouwen).

Dankzij de stalen golfplaten is deze tiny office zo goed als onderhoudsvrij. Ideaal! Verder heb je geen vergunning nodig. Hiervoor dien je wel binnen het bouwblok te blijven. Daarnaast is een investering in dit kantoortje een degelijke en duurzame besteding, het nagenoeg onderhoudsvrije huisje heeft namelijk een lange levensduur (30 tot 40 jaar). Over lang gesproken, dankzij de toegevoegde rondingen aan beide zijkanten van deze ruimte is het mogelijk om aan weerszijden van de R5 te lopen, iets wat niet mogelijk is in een originele nissenhut. Tot slot is deze Nissenhut dankzij de sterke buisspanten bestand tegen zware belastingen zoals sneeuw.

   

Verdere eigenschappen:

  • Oppervlakte vanaf 10 m2;
  • Compleet als bouwpakket geleverd;
  • Lange levensduur;
  • Geschaafde houten gordingen;
  • Voor de beplating keuze uit 11 RAL-kleuren: 1015 Licht Ivoor, 3009 Oxiderood, 3016 Koraalrood, 5010 Gentiaanblauw, 6009 Dennengroen, 6011 Resedagroen, 7016 Antraciet, 7035 Licht Grijs, 8014 Sepiabruin, 9002 Grijswit, 9006 Blank Aluminium;
  • Van Nederlandse makelij.

 

Afmetingen:

  • Spantafstand:                  2,00 meter
  • Lengte:                             2,20 meter
  • Breedte:                           5,00 meter
  • Hoogte:                            3,22 meter
  • Afmeting Bouwpakket:     5,20 x 1,20 x 1,50 meter

 

Aanvullende mogelijkheden:

  • Voorzijde met kunststof kozijnen met 2 openslaande deuren;
  • Achterzijde met kunststof kozijn met 4 vaste ramen;
  • Houten gordingen wit gronden (laagdikte: 80 mu);
  • 4 verzinkte stalen schroefankers, inclusief bevestigingsmateriaal;
  • Isolatie met 120 millimeter glaswol tussen een dubbele laag beplating;
  • Geïsoleerde vloer (sandwichpaneel 100 millimeter + underlayment 18 millimeter);
  • Elektrische schaar t.b.v. gevels.

Offerte?

Meer informatie over Tiny offices kun je terugvinden op Snoei BV

Tekst en beeld: Snoei BV

 

Sto Isoned

Bewust bouwen met Sto.

Als gevelspecialist bouwt Sto al 60 jaar aan een mooiere en energiezuinige gebouwvoorraad, wereldwijd. In nauwe samenwerking met onze partners ontwikkelen wij innovatieve gevelisolatiesystemen, waarbij we ook de balans tussen ecologie en economie niet vergeten. Bouwen met Sto betekent duurzaam bouwen en renoveren. Bewust bouwen.

 

Ook in Nederland is Sto al jaren actief. Eind jaren ’70 verkocht Jan van Wijk thermische isolatie systemen onder de ISPO-vlag. Later zou ISPO overgaan in Isoned. In 2002 fuseerden Sto en ISPO, waaruit het huidige Sto Isoned is ontstaan. Sto is inmiddels wereldwijd marktleider op het gebied van gevelisolatie. Ook in Nederland.

Als partner van woningcorporaties, architecten, huiseigenaren en vastgoedinvesteerders ondersteunen wij hen in de realisatie van een esthetische en energetische upgrade van de Nederlandse vastgoedvoorraad. Daarbij geloven wij in de kracht van vakkundige ondernemers om dit te realiseren. Als vernieuwer in de schilders- en stucadoorsbranche voorzien wij deze professionals van innovatieve producten en systemen.

Slimme en veilige gebouwen, gaat dat samen?

Welke rol speelt veiligheid in slimme gebouwen? Is een met sensoren gevuld gebouw dat de verkregen data vervolgens gebruikt voor de aansturing van het pand eigenlijk wel slim als de valbeveiliging niet op orde is? We praten erover met Martin Verkamman, Fall Protection Expert bij 3M.

‘Natuurlijk denken de meeste gebouwbeheerders bij een slim gebouw vooral aan het verkrijgen van data en hoe je deze data inzet om het gebouw te optimaliseren op gebied van comfort, energie en kosten. Maar een gebouw wordt pas écht slim als het ook veilig is en wanneer deze veiligheidsmaatregelen worden genomen zonder hiermee de isolatiewaarde van het dak negatief te beïnvloeden.’

Dakbeveiliging en isolatiewaarde

Veel gebouweigenaren staan niet stil bij de invloed die dakbeveiliging heeft op onder meer de isolatiewaarde van het dak. Verreweg de meeste installateurs snijden het dak open om de beveiligingsmaatregelen direct aan de constructie te bevestigen wat resulteert in een ongewenste warmte-koudebrug. En ook valbeveiliging óp de dakbedekking vraagt om het boren van gaten in de isolatie en dampremmende laag. ‘Zorg dat je dit vooraf bespreekbaar maakt met de partij waar je mee samenwerkt. Het kan niet de bedoeling zijn dat de Rc-waarde van een dak door dit soort maatregelen afneemt. Wij hebben daar in ieder geval een goede oplossing voor bedacht.’ In het slimme systeem van 3M wordt gebruik gemaakt van een plastic buis die door een klein gat in het dak wordt geleid. Deze buis wordt gevuld met isolatie wat de warmte-koudebrug met 66% terugdringt. Een tweede voordeel van dit systeem ten opzichte van alternatieven is de hergebruikmogelijkheid van de bodemplaat. Een gebruikt anker moet in alle gevallen worden vervangen, maar de bodemplaat van 3M is dus opnieuw te gebruiken. Dat betekent enerzijds dat het niet nodig is om opnieuw een gat in het dak en de isolatie aan te brengen wat positief is voor het behoud van de Rc-waarde. Anderzijds betekent dit dat het ontwerp van de valbeveiliging intact kan blijven.

Met z’n allen

‘Voor mij is een slim gebouw een gebouw dat in al zijn facetten intrinsiek veilig is. Om dat te realiseren, moeten we met z’n allen nog veel stappen maken. Ik zeg bewust met zijn allen, want het begint bij de architect en eindigt bij partijen die op het dak actief zijn. Het spreekt voor zich dat een architect focust op de esthetische kant van zijn of haar ontwerp. Daarom is het belangrijk dat degene die het ontwerp realiseert, meedenkt over de haalbaarheid, ook in de gebruiksfase. Een glazen pui die vervolgens op geen enkele manier veilig te reinigen is, kan nooit de bedoeling zijn. En toch komen we dit soort zaken regelmatig tegen. Net als de installatie van een pvsysteem bovenop onze valbeveiligingsmaatregelen. Dit zijn spanningsvelden die we met elkaar op kunnen lossen door samen te werken. Krijg je de opdracht pv-panelen te plaatsen? Neem dan even contact op met de installateur die verantwoordelijk is voor de valbeveiliging. De ervaring leert dat het helpt als ook de gebouwbeheerder hier alert op is.’

Martin Verkamman, Fall Protection Expert bij 3M

Ontwerp het zo dat je niet kunt vallen

‘Wist je dat 29% van alle arbeidsongevallen wordt veroorzaakt door vallen van hoogte? Het is daarom geen gek idee om aanwezigheid op hoogtes zoveel mogelijk te vermijden. Door de airconditioning op de begane grond te plaatsen bijvoorbeeld. Natuurlijk weet ik dat architecten daar over het algemeen niet blij van worden, maar het kan wel bijdragen aan de veiligheid van medewerkers en onderaannemers. Het is aan 3M -samen met partners als Elro Dakveiligheid– om ervoor te zorgen dat personen bij het betreden van een dak überhaupt niet kunnen vallen. Daarbij kijken we verder dan de dakrand. Lichtstraten, atriums en binnentuinen leveren immers net zoveel (door)valgevaar op. Een hekwerk om de rand van een pand is hiermee niet per definitie de sluitende oplossing.’ Voor Elro reden genoeg om systemen zo te ontwerpen dat vallen niet mogelijk is. Een van de oplossingen is het creëren van gebiedsbegrenzing. Dat doet Elro onder meer met hekwerken, maar ook met de 3M persoonlijke beschermingsmiddelen met een beperkte bewegingsvrijheid. Zodat onderhoudsmensen wél bij de installatie, maar niet in een gevaarlijke situatie kunnen komen.

De relatie tussen valbeveiliging en overgewicht

‘Sinds de laatste recessie wordt er behoorlijk gemarchandeerd op het gebied van dakveiligheid. Voldoen aan de minimumeisen is de norm en er wordt maar nauwelijks nagedacht over de competentie die een persoon nodig heeft om valbeveiliging daadwerkelijk veilig te gebruiken. Ik licht een aspect graag uit: het gewicht van de dakbetredende persoon. Meer dan 50% van de valbeveiligingssystemen in Nederland is geschikt voor personen tot honderd kilo. Inclusief kleding, schoenen, bril, helm en alles wat aan de persoon vastzit of wat de persoon meedraagt.’ Reden genoeg voor 3M, dat een dependance op de campus van TU Delft heeft, om samen met haar host onderzoek te doen naar het gewicht van Nederlanders. ‘De gemiddelde Nederlandse man weegt 85 kilo en draagt gemiddeld vijf tot zes kilo aan kleding, schoenen en accessoires. Een valharnas en -lijn komen samen op vier kilo en gereedschap weegt met gemak een kilo of vijf. Dan zit je dus al aan de honderd kilo. En als je weet dat een derde van de beroepsbevolking overgewicht heeft, begrijp je meteen dat die maximale honderd kilo in veel gevallen niet voldoet. Voor 3M de reden om onze valbeveiligingssystemen in te regelen voor mensen tot 140 kilo. Dat geldt uiteraard ook voor de reddingsmiddelen die we leveren. Nog een aspect waar de gebouwbeheerder het verschil kan maken. Door te kiezen voor valbeveiliging die op veiligheidsgebied voldoet in plaats van voor valbeveiliging die de minimumeisen in de wet raakt.

 

Meer informatie:

www.elroduurzamedaken.nl

www.3mnederland.nl

www.wildschutdak.nl

www.tngroep.nl

www.zndnedicom.nl