Thomas Rau: Waardeloze gebouwen bestaan niet meer

Het motto van de architect Thomas Rau is guided by the future. Hij laat zich in al zijn handelen leiden door wat er in de toekomst nodig is en niet door wat op dit moment haalbaar is. Rau levert al jaren een grote bijdrage aan de nationale en internationale discussie over duurzaamheid (hoewel hij duurzaamheid eigenlijk ziet als een doodlopende staat, het is circulariteit dat ons verder gaat brengen), het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de architectuur en aan de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffenschaarste, welke volgens Rau niet bestaat.

Thomas Rau is ondernemer, architect, innovator, inspirator en visionair. Rau levert al jaren een grote bijdrage aan de nationale en internationale discussie over duurzaamheid, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de architectuur en aan de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffen schaarste. Bij zijn woorden voegt hij ook daden; met zijn architectenbureau RAU heeft hij diverse innovaties en nieuwe standaarden opgezet op het gebied van CO2-neutraal, energieneutraal en energiepositief bouwen en recentelijk ook voor de circulaire architectuur.

‘Het goede nieuws is: vastgoed bestaat niet. Sterker nog, vastgoed is eigenlijk losgoed,’ opent Rau zijn verhaal. Wat hij met deze bom van een opmerking bedoelt, legt hij later in dit artikel uit. Wat is in jouw ogen duurzaamheid? ‘Duurzaamheid betekent niets meer dan het optimaliseren van bekende paden. Minder materialen, minder arbeid, minder energie. Maar als je blijft optimaliseren, stijgen de kosten exponentieel terwijl de ontwikkelingsstappen alsmaar kleiner worden. En op een gegeven moment wordt het te duur om te optimaliseren. En dan komt de frustratie om de hoek kijken en de manipulatie krijgt een podium. Kijk naar de Duitse auto-industrie. Duurzaamheid gaat over het faciliteren van eigendom. Dit is niet het antwoord in deze maatschappij waarin zaken fundamenteel anders moeten. Het is niet de tool waarmee we het systeem veranderen. Wat dan wel? Circulariteit! Met circulariteit ontwerp je een nieuw systeem gebaseerd op verantwoordelijkheid. In een circulaire wereld is o.a. de gebruiker niet langer verantwoordelijk voor iets waar hij geen verstand van heeft. Je koop een scherm niet om een scherm te hebben, maar om televisie te kijken. Dat principe geldt ook voor gebouweigendom. En toch krijg je in deze samenleving al snel ongevraagd verantwoordelijkheid voor iets waar je geen verstand van hebt. In mijn ogen hoort die verantwoordelijkheid bij de maker.’ Er wordt veel gesproken over grondstoffenschaarste. Wat is jouw visie hierop? ‘Er is geen lezer die deze aarde ooit levend zal verlaten. Wij zijn tijdelijk en dat betekent dat onze behoeften ook van tijdelijke aard zijn. Datzelfde geldt voor de antwoorden op onze behoeften. Met andere woorden: ieder gebouw, ieder product is een tijdelijk component die een tijdelijke behoefte dient. Om die tijdelijke component te kunnen maken, hebben we materialen nodig. En wat doet de mens? Wij nemen die materialen van de aarde en vergeten dat de aarde een gesloten systeem is. Wat je hebt, heb je. Wat je niet hebt, heb je niet. Is het schap leeg, dan houdt het op. Sterker nog, mensen die spreken over grondstoffenschaarste snappen het nog niet helemaal.

Wanneer je je realiseert dat iets eindig is, zoals alles op aarde, dan praat je over limited editions.

Triodos bank

Een goed voorbeeld van een depot -ofwel remontabel gebouw- is de door Rau ontworpen Triodos Bank in Zeist. ‘Dit is het eerste houten kantoorgebouw ter wereld met 100% remontabiliteit.’ Alle elementen van het gebouw kunnen worden gedemonteerd zonder dat ze hun waarde verliezen en ze kunnen stuk voor stuk opnieuw worden gebruikt. De belangrijkste schakel in dit proces zijn de 165.312 schroeven die in het gebouw zijn verwerkt. ‘Alles kan letterlijk los worden geschroefd. Een waardeloos gebouw bestaat niet meer, het wordt namelijk gefaciliteerd met behulp van waardevolle materialen’. aldus Rau.

Wanneer je je realiseert dat iets eindig is, zoals alles op aarde, dan praat je over limited editions. Dat betekent dat we moeten ontwerpen op een manier dat wanneer er geen behoefte meer is aan dat tijdelijke component we de limited editions er weer uit moeten kunnen halen. Om weer een ander tijdelijk component te maken inderdaad. Dat betekent dat een tijdelijk component ontworpen moet worden als een materiaaldepot. En dat noemen we dan een ziekenhuis, een kast, een auto of een laptop etc.’ Wat betekent dit voor beheerders? ‘Een depot komt tot stand door voor te denken, in plaats van na te denken. Hoe moet ik mijn depot organiseren? Waar moet ik welke materialen plaatsen en hoe moet de verbinding zijn? Want na ons moet iemand al die materialen een-op-een zonder waardeverlies uit het depot halen om er iets anders mee te doen. Het kenmerk van een depot is dat je precies weet wat je hebt: zoveel schroeven, zoveel houten delen enzovoort. Zo creëren we kennis van alle opgeslagen materialen in dit tijdelijke component en kunnen deze materialen nooit afval worden. Het documenteren van deze materialen is ongelooflijk belangrijk.

Daarom hebben wij Madaster -het Kadaster van materialen- opgericht. Met behulp van dit publieke platform kun je zelfs de waarde van die materialen bepalen. En dat is financieel interessant, want je schrijft een gebouw nooit meer af naar nul. Als niemand meer behoefte heeft aan het tijdelijke component, kan ik de waarde van de materialen deactiveren. Dit financiële component is interessant voor vastgoedeigenaren en -beheerders. Ik zei het al: we moeten niet meer in vastgoed denken, maar in losgoed.’ Hoe is Madaster ontvangen? ‘Madaster is drie jaar geleden opgericht en we hebben inmiddels een paar miljoen vierkante meter vastgoed in het systeem geregistreerd. Het platform is afgelopen zomer gelaunchd in Zwitserland en we staan op het punt om het ook in Duitsland en Oostenrijk op de markt te zetten. En we zijn met meer landen bezig. Geweldig, want zo brengen we alle limited editions van onze aarde in kaart. En dat is een must. We hebben namelijk steeds meer gebouwen nodig, terwijl de hoeveelheid materialen niet toeneemt. Maar het is een lange en moeilijke weg, want we bewandelen niet het gebaande pad. Daarom brengen we ook de financiële incentives aan het voetlicht, zo krijgen we meer partijen in beweging.’ ‘Eigenlijk hebben we geen bouwers meer nodig, maar mensen die logistieke processen kunnen organiseren. We moeten van real estate naar mobile estate en uiteindelijk naar human estate, want voor wie bouwen we eigenlijk? De agenda is nog heel lang. Maar met Madaster zetten we een eerste kleine stap in de goede richting.’ Hoe kunnen beheerders deze denk- en handelingswijze toepassen op hun vastgoed? ‘Oude fouten kun je hooguit verzachten. Een bestaand gebouw is geen depot, maar een mijn. Deze moet je in achterwaartse richting inventariseren. En dat kan ook prima hoor, dat hebben wij al vaak gedaan. Voor het Hilton op Schiphol

 

Madaster

Madaster is het publieke online register voor materialen, producten en elementen die in vastgoed zijn toegepast. Het verrijkt gegevens, genereert materiaalpaspoorten voor gebouw(en) en geeft inzicht in de financiële en circulaire waardering en het hergebruik-potentieel van vastgoed. Via Madaster kun je kiezen voor toegang tot applicaties en diensten van derden, zoals taxateurs, marktplaatsen voor herbruikbare materialen en vastgoedbeheerders. Alle informatie is veilig centraal opgeslagen en altijd gemakkelijk en online beschikbaar voor jou en jouw interne en externe relaties.

Oude fouten kun je hooguit verzachten. Een bestaand gebouw is geen depot, maar een mijn. Deze moet je in achterwaartse richting inventariseren. En dat kan ook prima hoor, dat hebben wij al vaak gedaan.

bijvoorbeeld. Het gesprek met de sloper was geen pretje. Voor hem dan. Een sloper weet namelijk allang dat een waardeloos gebouw niet bestaat. In de oude wereld verdiende een sloper twee keer geld. Hij werd betaald voor het slopen zelf en verkocht vervolgens de materialen door. Dit dubbele verdienmodel verdwijnt langzaam naar de achtergrond. In Engeland zijn er al objecten waar slopers voor moeten betalen om het weg te mogen halen. Zo hoort het! Goed, terug naar de beheerder. Wat de beheerder moet doen? De tekeningen pakken, een Madasteraccount nemen, alle materialen registreren en vervolgens de waarde van deze limited editions ontdekken. Zo levert het ook direct een financieel voordeel op. En zoals gezegd moet dat ook, anders kunnen we geen snelheid maken. Gelukkig is het binnen de bestaande wetgeving mogelijk de waarde van materialen op de balans te activeren.

De visie van Thomas Rau op papier

Material Matters is een spannende ontdekkingstocht naar hoe we nadenken over onze rol op aarde. Een revolutionair boek, dat de wereld zoals wij die kennen volledig op zijn kop zet. In negen hoofdstukken vol aansprekende voorbeelden werken Thomas Rau en Sabine Oberhuber stapsgewijs toe naar een nieuw economisch model. Een wereld waarin de consument niet langer eigenaar, maar gebruiker is, materialen rechten krijgen en afval verleden tijd is. Een utopie? Daar lijkt het niet op! Material Matters is verkrijgbaar in het Duits, Engels, Italiaans en Nederlands. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan 40.000 exemplaren verkocht.

 

Heijmans hakt het onderwerp verduurzaming in stukken

verduurzaming Heijmans

CPO Esther Donders vertelt waarom verduurzaming een steeds belangrijkere onderwerp wordt voor Heijmans.

Wat betekent duurzaamheid voor jou? 

‘Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst. Zoals we op deze aarde bezig waren en nog zijn, dat gaat ’m niet meer worden. Maar zo’n transitie naar een duurzame samenleving maak je niet zomaar. Wil je naar bestendige verduurzaming ? Dan moet je nadenken over hoe je dat gaat organiseren en welke systemen je onder de loep moet nemen. Het moet onder de motorkap anders gaan lopen. En ja, daar horen ook andere verdienmodellen bij.’ ‘Circulariteit en duurzaamheid worden vaak door elkaar gebruikt. Een volledig circulaire spijkerbroek die door middel van kinderarbeid in elkaar is genaaid, is niet duurzaam. Hiermee wil ik aangeven dat de focus op circulariteit heel belangrijk is, maar dat je niet je ogen moet sluiten voor de rest. Kijk, natuursteen is op zichzelf best duurzaam. Het gaat immers een hele lange tijd mee. Maar je kunt het in tegenstelling tot een materiaal als hout niet opnieuw planten. Daarbij is er soms sprake van slechte arbeidsomstandigheden in groeves in verre landen. Het is dus zaak een bredere duurzaamheidsbril op te zetten en niet alleen voor circulariteit te gaan. En dat doen we bij Heijmans ook: we zijn makers van een gezonde leefomgeving en circulariteit is daar een aspect van.’

Hoe duurzaam is de bouw inmiddels?

‘Duurzaamheid in de bouw is niet één ding. De supply chain van bitumen is anders dan die van luchtbehandelingskasten. Je hebt te maken met verschillende materialen en verschillende markten. Het ene materiaal komt uit de buurt, het andere moet van een ander continent komen. Daarom hebben wij gezegd: je moet die olifant in stukken hakken. En dan per stuk kijken naar het systeem en de aanpassingen die je zou willen doen. Wij hebben onze olifant zo’n drie jaar geleden in meer behapbare stukken gehakt. In totaal kopen wij zo’n vijfhonderd productgroepen in. Deze hebben we verdeeld in tien clusters van productgroepen. We bekijken per cluster waar de grootste winst op het gebied van verduurzaming en circulariteit te behalen valt en die pakken we aan: de zogenaamde meest materiële issues. Een voorbeeld is de aanpak van het verpakkingsmateriaal. We streven naar een duurzame bouwplaats en toch accepteerden we tot voor kort alle typen verpakkingsmaterialen, ook als verpakken overbodig was. Tel daarbij op dat we aan de voorkant betalen voor de verpakkingen -deze prijs is verrekend in de aanschafsprijs van het materiaal- en dat we dat aan de achterkant -om de verpakkingen af te voeren- nog een keer deden. Met dit inzicht hebben wij de regierol genomen.

Er is geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers ermee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen.

om daarin iets te veranderen. Door dit stukje olifant op te pakken ga je efficiënter naar logistiek en verpakkingsmaterialen kijken, formuleer je vragen en stel je andere eisen aan je leveranciers. Daarbij hebben we vaak het argument gehoord dat het duurder zou worden. Maar niemand heeft mij nog kunnen uitleggen waarom materialen duurder zouden worden wanneer je ze niet verpakt of kiest voor een ander type plastic of minder bedrukking. En het mooie is: dit gaat verder dan het bedrijf Heijmans. De grote leveranciers waar we mee samenwerken veranderen natuurlijk niet alleen hun systeem voor Heijmans, ook andere afnemers krijgen dan hun materialen aangeleverd zonder overtollig of met circulair te verwerken verpakkingsmateriaal.

Wat is er nodig om die impact te maken?

‘Je moet gebruik maken van je inkoopkracht om de regie te pakken en hierop centraal sturen. De inkoopkracht zit in de bundeling van de vraag. Voor jouw beeld: we kopen ongeveer 80% van onze omzet in. Je begrijpt dat wanneer we voor bepaalde materialen en diensten centraal inkopen, we meer impact kunnen maken dan wanneer een projectmanager dat alleen voor zijn eigen werk doet. Een aantal voorbeelden: inmiddels werken we bij Heijmans alleen nog maar met FSC-goedgekeurd hout, zijn we bezig met het circulair krijgen van onze bedrijfskleding en zetten we effectieve stappen richting het gebruik van circulair beton en asfalt. Wanneer je bijvoorbeeld alleen dakpannen maakt, kun je je permitteren alleen naar de supply chain van dakpannen te kijken. Wij verwerken alles. Wij zijn de vragende partij in de supply chain en verwerken producten van derden tot bijvoorbeeld een woning, een snelweg of een theater. We maken dus impact door mét onze partners in gesprek te gaan over de verduurzaming van hun diensten en materialen. Bij de verduurzaming van de bouw is een strategische rol weggelegd voor procurementafdelingen. In de bouw noemen we het vaak inkoop, maar het is zoveel meer dan dat. We zijn juist bezig met de strategische kant en de dag van morgen.’

Is Heijmans in jouw ogen een koploper in duurzaamheid?

‘Zoals de Englsen zeggen is dat “in the eye of the beholder”. Wij hebben in ieder geval wel die ambitie. Er is overigens denk ik geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers er mee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen. En doen is wat mij betreft meer dan het uitvoeren van een pilot. Het wordt namelijk pas echt interessant als je duizend circulaire woningen bouwt. Het gaat erom dat je het bestendig doet, alleen dan is het duurzaam. Gelukkig leren we ook van elkaar, zeker wanneer we in bouwcombinaties werken. Maar bij Heijmans gaat het dus echt om het doen. Ik kan 25 online seminars per week over verduurzaming en circulariteit bijwonen, maar ik geef er de voorkeur aan mijn tijd in te zetten om onze plannen te realiseren.’

Hoe ziet de toekomst eruit van Heijmans?

‘Je kunt niet meteen álles aanpakken. Daarom hebben we twee jaar geleden een aantal bold statements geformuleerd over waar we willen staan in 2023. Als eerste noem ik de verpakkingen nog een keer. We zijn nu twee jaar onderweg en zijn het plan van aanpak aan het uitrollen. Alle afspraken met de supply chain en de afvalverwerkers zijn gemaakt. Het is nu zaak om de komende tijd het gesprek aan te gaan met leveranciers die het lastiger vinden om aan onze circulariteitsambitie te voldoen. Kunnen ze mee? Of moeten we langzaam verschuiven naar andere leveranciers? Hetzelfde geldt voor circulair beton en asfalt. In 2023 willen we dit, in alle gevallen waar de klant erom vraagt, kunnen leveren.

En in 2030 willen we alleen nog maar circulair beton verwerken. Dit geldt ook voor grondgebonden woningen: we zetten in op 100% circulaire grondgebonden woningen in 2023. Daarnaast zijn we volop bezig met lease en as-aservice-concepten. Het eigendom bij een producent houden hoeft op zich niet circulair te zijn, maar het is voor deze producent wel een stimulans om in te zetten op een meer circulair productieproces. Tevens focussen we vol op onze logistiek. In plaats van het wiel op elke bouwplaats opnieuw uit te vinden, maken we met onze partners protocollen om zo duurzaam mogelijk te worden en telkens te verbeteren. Je kunt je voorstellen dat de logistiek rondom veertig kilometer snelweg anders is dan bij binnenstedelijke bouw of het realiseren van een woonwijk in het open veld. Met partners werken we aan verbetering en verduurzaming van dit soort logistieke concepten.’

Heeft deze focus op duurzaamheid & verduurzaming ‑invloed op jouw privéleven?

‘Absoluut. Vorig jaar vlogen mijn man en ik in een privévliegtuigje over de Okavangodelta in Botswana. We zouden daar niet met de auto

Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst.

naartoe kunnen vanwege het moeraslandschap. Maar in de twee uur dat we in het vliegtuig zaten hebben we uitsluitend boven woestijnlandschap gevlogen. De nijlpaarden en krokodillen lagen dakpansgewijs op elkaar in een watertje van het formaat smalle beek. De impala’s liepen over de ruggen van hun predatoren naar de overkant van de beek. Tijdens die vlucht besloot ik dat ik in 2020 mijn vliegkilometers met een derde terug zou brengen en verder mijn vakanties met de fiets zou doen. Corona heeft daar natuurlijk wel een handje bij geholpen, maar anders zou ik deze belofte aan mezelf ook zijn nagekomen. Ik ben bijvoorbeeld net terug van een fietstocht van Maastricht naar Groningen. Verder eten we beduidend minder vlees en zijn we ook thuis in toenemende mate bezig met het terugbrengen van de hoeveelheid verpakkingsmateriaal. Als iedereen -of laten we zeggen de helft van de mensen- een kwart minder vlees zou eten en meer na zou denken over hun vakantiebestemmingen en waar ze hun kleren kopen, dan zou dat al een groot verschil maken.’

De rol van wetgeving

‘Wet- en regelgeving kan een enorme boost geven aan verduurzaming. Kijk maar naar de maatregel dat iedereen van het gas af moet. De markt ging direct in de actiestand. Regelgeving brengt ook een stuk standaardisatie met zich mee. Heel goed, want hoe meet je nou of iets circulair is? En hoe ga je dat aantonen? Heijmans heeft zich aangesloten bij CB23, een platform dat bouwbreed partijen met circulaire ambities met elkaar verbindt. Het streven is om vóór 2023 nationale, bouwsectorbrede afspraken op te stellen over circulair bouwen. Het platform is gelieerd aan vergelijkbare Europese initiatieven zodat we een speelveld krijgen waarin iedereen volgens dezelfde regels aan het spel deelneemt.’

Jazeker, ook vastgoedprofessionals, onze opdrachtgevers, vervullen een belangrijke rol in de supply chain. Stel eens een andere vraag, steek de aanbesteding eens anders in. Dan komen we samen tot veel duurzamer oplossingen.’

Lees hier hoe ING verduurzaming wil versnellen door middel van lage rentes

 

 

 

Politieke partijen willen na decennia weer meer grip op bouwgrond

Ingegeven door de woningcrisis kijken politieke partijen weer naar grondprijzen en hoe die de bouw en huizenprijzen beïnvloeden. Decennialang waagde de politiek zich er niet aan. In 1977 viel het kabinet-Den Uyl nog over grondpolitiek, waarna het grotendeels stil bleef op het onderwerp. Maar nu zien partijen de urgentie er weer van in.

Want niet alleen de rente en materiaalkosten zijn gestegen, ook bouwgrond is de afgelopen jaren fors duurder geworden. De gemiddelde grondprijs is sinds 2019 met 35 procent omhooggegaan, aldus economen van ABN Amro eerder dit jaar. Vooral in sterk stedelijke gebieden, waar bouwgrond schaars is, schoten de prijzen omhoog. Daar kost een bouwkavel per vierkante meter 1520 euro, ten opzichte van 370 euro buiten de stad.



Mede door die prijsstijgingen hebben grondeigenaren er vaak baat bij de grond onbebouwd te laten liggen: in de toekomst valt er immers nog meer geld voor te krijgen dan nu, is het idee. Ook speelt het speculatie in de hand, bijvoorbeeld als het gaat om de aankoop van landbouwgrond. Als die bestemming verandert in bouwgrond, ziet de eigenaar diens investering vaak meer dan vertienvoudigen. “Een daling is nodig om de prijs van nieuwbouw aan te laten sluiten op de nieuwe marktomstandigheden”, schrijven de economen van ABN Amro. “Dat betekent dat grondeigenaren water bij de wijn moeten doen.”

Hogere ozb-belasting op braakliggende grond
Bij politieke partijen staat het onderwerp inmiddels ook weer op de agenda. Zo wil de VVD dat gemeenten een hogere ozb-belasting mogen heffen op braakliggende grond. PvdA’er Henk Nijboer zei eerder in een debat dat hij desnoods grondeigenaren wil onteigenen als zij te lang niets met hun bouwgrond doen. Verder wil GroenLinks-PvdA een Nationale Grondbank, met daarin meer grond in publiek bezit. Ook wil de linkse samenwerking dat woekerwinsten op grond worden afgeroomd en bijvoorbeeld worden aangewend voor de aanleg van nieuwe wegen in nieuwe woonwijken.

GroenLinks-PvdA krijgt steun van verschillende partijen, waaronder Nieuw Sociaal Contract van Pieter Omtzigt. Ook NSC wil topwinsten op grond afromen en ten goede laten komen aan gebiedsontwikkeling of sociale woningbouw. De SP wil eveneens een einde maken aan speculatie met grondprijzen. De partij wil daarom dat grond niet meer zomaar aan iedere ontwikkelaar mag worden verkocht, maar dat er voorwaarden gesteld kunnen worden.

Meer landbouwgrond vrij voor bouw

Verder op links wil de Partij voor de Dieren dat veel meer landbouwgrond vrijkomt voor bouw. Nu bestaat ongeveer de helft van Nederland uit landbouwgrond, de PvdD wil dat er meer ruimte komt voor woningbouw én natuur. Door de veestapel met driekwart te laten krimpen – wat volgens de partij sowieso moet – komt er meer grond vrij, is het idee.

CDA en BBB moeten daar niets van hebben. Zij schrijven in hun programma juist dat landbouwgrond beschermd moet worden. De BBB zet vol in op voedselproductie en wil rekening houden met ‘hoogwaardige agrarische grond’. Ook wil de partij dat boeren toegang krijgen tot meer grond, als de politiek vindt dat dieren meer ruimte moeten krijgen. Zowel de BBB als het CDA willen ook een grondbank, maar dan voor landbouwgrond. Wel vindt het CDA dat woningcorporaties ‘strategische grondposities’ kunnen innemen.
Bron: ANP

Welke kosten zijn wel voor een VVE en welke kosten niet?

Vervangen van dak bedrijfspand

Een Vereniging van Eigenaren (VVE) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het gemeenschappelijke deel van een gebouw of complex waarin meerdere appartementen of woningen zijn gevestigd. De kosten die een VVE moet maken, zijn onder andere afhankelijk van de grootte van het gebouw, het aantal appartementen, de verdeling en de staat van onderhoud. Een VVE kan zelf afspraken maken over welke kosten er wel of niet binnen de VVE omgeving vallen waardoor er geen standaard verdeling is.

Kosten die doorgaans wel voor een VVE zijn, zijn onder meer:

  1. Onderhoudskosten voor de schil van een gebouw, zoals schilderwerk, dak reparaties, gevelonderhoud en schoonmaakkosten van gemeenschappelijke ruimtes.
  2. Kosten voor de verzekering van het gebouw, zoals opstalverzekering en aansprakelijkheidsverzekering.
  3. Energiekosten voor gemeenschappelijke ruimtes, zoals verlichting, water en verwarming.
  4. Kosten voor de lift, als deze aanwezig is in het gebouw.
  5. Kosten voor het beheer van de VVE, zoals administratiekosten, vergaderkosten en kosten voor een eventuele VVE-beheerder.
  6. Standleidingen en algemeen leidingwerk.

Kosten die doorgaans niet voor een VVE zijn, zijn onder meer:

  1. Kosten voor individuele appartementen, zoals gas, water en elektriciteit voor de eigen woning.
  2. Kosten voor aanpassingen of verbouwingen in individuele appartementen.
  3. Kosten voor leidingen specifiek voor één appartement.
  4. Gemeentelijke belastingen, zoals de afvalstoffenheffing, die door individuele eigenaren moeten worden betaald.

Het is belangrijk om te weten dat deze lijst niet uitputtend is en dat er per VVE verschillen kunnen zijn in welke kosten wel of niet worden gedekt door de VVE-bijdrage.

Gemiddelde VVE kosten van een appartement

De gemiddelde VVE kosten van een appartement kunnen sterk variëren en zijn afhankelijk van verschillende factoren, zoals de grootte van het appartement, het aantal appartementen in het gebouw, de leeftijd van het gebouw, het type onderhoud dat nodig is en de locatie van het gebouw.

In Nederland ligt het gemiddelde bedrag dat een appartementseigenaar betaalt aan VVE-kosten tussen de €75 en €200 per maand. Dit bedrag is echter slechts een indicatie en kan in werkelijkheid hoger of lager uitvallen.

Het is belangrijk om te weten dat de hoogte van de VVE-kosten afhankelijk is van de specifieke situatie van de VVE.

Als appartementseigenaar is het daarom verstandig om vooraf goed te informeren naar de VVE-kosten van een specifiek appartement en te kijken naar de financiële positie van de VVE, om verrassingen en onvoorziene kosten te voorkomen.

Wat zijn de regels bij het optoppen van woningen?

In Nederland zijn er specifieke regels en voorschriften die van toepassing zijn bij het optoppen van woningen. Deze regels zijn bedoeld om de veiligheid, kwaliteit en leefbaarheid van de gebouwen en de omgeving te waarborgen. Hier zijn enkele belangrijke punten om te overwegen:

  1. Omgevingsvergunning: Voor het optoppen van een woning is in de meeste gevallen een omgevingsvergunning vereist. Deze vergunning omvat verschillende aspecten zoals bouwen, milieu en ruimtegebruik. Je moet bouwplannen en technische specificaties indienen bij de gemeente om toestemming te krijgen voor de optopping.
  2. Bestemmingsplan: Controleer of het bestemmingsplan van de gemeente de mogelijkheid biedt om de woning te verhogen. Het bestemmingsplan bepaalt het toegestane gebruik van de grond en de maximale hoogte en omvang van gebouwen.
  3. Constructieve veiligheid: Een constructieberekening moet aantonen dat de bestaande constructie en fundering van het gebouw geschikt zijn om het extra gewicht van de optopping te dragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met eventuele aanpassingen of verstevigingen die nodig zijn.
  4. Bouwbesluit: Het Bouwbesluit is een set bouwvoorschriften die van toepassing is op alle bouwwerken in Nederland. Het beschrijft onder andere eisen met betrekking tot brandveiligheid, ventilatie, geluidsisolatie en energieprestatie. Bij het optoppen van een woning moet aan deze eisen worden voldaan.
  5. Welstandseisen: In sommige gemeenten gelden welstandseisen, ook wel esthetische eisen genoemd, die bepalen hoe een gebouw eruit moet zien om te passen bij de omgeving. Dit kan invloed hebben op het ontwerp en de materialen die je kunt gebruiken bij het optoppen.
  6. Burenrecht: Bij het optoppen moet je rekening houden met het burenrecht. Dit betekent dat je de belangen van aangrenzende eigenaren moet respecteren en geen onredelijke hinder mag veroorzaken, zoals het wegnemen van hun lichtinval of uitzicht.
  7. Duurzaamheid: Nederland streeft naar duurzaam bouwen en energiezuinige woningen. Het kan zijn dat je aan bepaalde energieprestatienormen moet voldoen bij het optoppen van een woning.

 

Het is belangrijk om een architect of bouwkundig expert in te schakelen om je te begeleiden bij het proces van optoppen. Zij kunnen je helpen bij het verkrijgen van de benodigde vergunningen en ervoor zorgen dat het project voldoet aan alle relevante regels en voorschriften. Daarnaast is het altijd verstandig om contact op te nemen met de gemeente waarin het pand zich bevindt voor specifieke informatie over de regels en procedures die daar van toepassing zijn.

Crooswijk gaat stadsinbreiden met biobased houtbouw

Op meerdere inbreidingslocaties in Rotterdam Crooswijk verrijzen straks biobased houtbouw-woningen. KAW ontwikkelt daartoe een houtbouw-concept voor complexe locaties in de stad dat resulteert in aanzienlijk minder CO2-uitstoot, en meer betaalbare, duurzame & gezonde woningen. Het plan voorziet daarnaast in oplossingen tegen hittestress, het bufferen van regenwater en het investeren in biodiversiteit.

Voor woningcorporatie Havensteder past KAW samen met Slokker Bouwgroep ‘Natuurlijk Crooswijk’ toe als vernieuwend en esthetisch aantrekkelijk bouwconcept in hout dat bijdraagt aan een prettige leefomgeving en gezond binnenklimaat. Het concept kent veel duurzame voordelen. Zo slaat hout CO2 op tijdens de groei. Verder worden tijdens het bouwproces veel minder schadelijke stoffen uitgestoten zoals stikstof. Dat komt omdat hout lichter is dan beton of steen en door een flink gereduceerd aantal transportbewegingen. Bijkomend voordeel: veel minder overlast voor omwonenden dan bij een traditioneel bouwproces.

In de oude stadswijk Crooswijk is geen locatie hetzelfde. Bouwen in hout biedt in tegenstelling tot beton veel meer vrijheid om technische oplossingen te standaardiseren, terwijl ieder gebouw toch zo kan worden ontworpen dat het ruimtelijk en esthetisch in de omgeving kan worden ingepast.

 

Meer woningen

Vanuit KAW’s Ruimte Zat-visie gaat de capaciteit van de wijk zo goed mogelijk benut worden zodat zowel huidige als toekomstige bewoners van Crooswijk een betaalbare woning kunnen krijgen. Het aantal sociale huurwoningen in eigendom van Havensteder blijft minimaal gelijk in de wijk. De gecreëerde extra woonruimte kan worden gebruikt om andere segmenten te bedienen en zo het woonaanbod te verbreden. Havensteder zet in op betaalbaarheid door naast sociale huur middenhuur woningen te realiseren. Dat zorgt er tevens voor dat bewoners die willen doorgroeien in Crooswijk dat ook kunnen.

Voor de opgave in Crooswijk brengt Havensteder verschillende locaties in, die deels gerenoveerd en deels nieuw worden gebouwd. Door een slimme, gefaseerde aanpak is het mogelijk om bewoners binnen de wijk door te laten verhuizen. De bouwplaatsen blijven hierdoor verder relatief klein en sociale verbanden in stand/leven.

KAW heeft al vaker laten zien dat zo’n maatwerk-aanpak werkt en met oog voor bewoners uitvoerbaar is, zoals bijvoorbeeld tijdens de wijkvernieuwing van de Vogeltjesbuurt in Tilburg. De ervaring uit deze projecten ligt ten grondslag aan de plannen voor Crooswijk. Door wijkvernieuwing niet als één project uit te voeren, maar als één opgave met meerdere deelprojecten, ontstaat ruimte om proces en bouwtechniek stap voor stap verder door te ontwikkelen, van fouten te leren en in te gaan op de woonwensen van bewoners in de wijk.

 

Kansen benutten

Waar mogelijk worden bestaande woningen gerenoveerd. Als dat niet meer kan of waar nu kavels braak liggen, benut KAW de kansen die er liggen om het stratenpatroon te herstellen en aan te sluiten bij het bestaande karakter. Dit wijkkarakter wordt in grote mate bepaald door nieuwbouw en renovatie uit de tijd van de stadsvernieuwing van de jaren zeventig en tachtig.

Op dit moment domineert parkeren de kwaliteit van de openbare ruimte. Om met de deelprojecten maximaal invloed uit te oefenen op de leefkwaliteit in Crooswijk stelt KAW in samenwerking met de gemeente Rotterdam een integraal stedenbouwkundig plan op. Hierin speelt de verbetering van de openbare ruimte ook een grote rol.

 

Ruim twee derde van de Nederlanders wil een energie-efficiëntere woning

Twee op de vijf Nederlanders (41%) vinden dat woningen onvoldoende bestand zijn tegen extreme kou of hitte. Dat blijkt uit onderzoek van VELUX, ‘s werelds grootste dakraamfabrikant.

Nederlanders noemen verschillende redenen die bij extreme hitte een comfortabel gevoel in de weg staan: 62% zegt niet te kunnen slapen en 30% zegt dat hitte een negatief effect heeft op de stemming. In het geval van extreme kou, geven Nederlanders aan dat met name de energiekosten (69%) en het gebrek aan isolatie (44%) ervoor zorgen dat zij zich minder comfortabel voelen in huis.

Twee derde van de Nederlanders wenst dat zijn woning energie-efficiënter is. Daarbij geeft 34% aan niet te weten hoe zij hun woning efficiënt kunnen opwarmen. Voor een vergelijkbaar aantal (33%) ontbreekt die kennis voor het efficiënt verkoelen van de woning.

Niet gebouwd voor extreme temperaturen

Je in je eigen huis volledig comfortabel voelen is voor 84% van de Nederlanders één van de beste gevoelens die er bestaan. Maar extremere temperaturen tijdens de winter- en zomermaanden kunnen dat gevoel verminderen. Woningen in Nederland zijn namelijk niet gebouwd voor hoge of juist lage temperaturen, vinden twee op de vijf Nederlanders (41%).

De bevindingen van het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van VELUX onder 8.000 mensen tussen de 25 en 65 jaar, laten zien hoeveel invloed temperatuur kan hebben op het woningcomfort. De stijgende woon- en energiekosten spelen hierbij een grote rol: Nederlanders vinden het lastig om hun woning tegelijkertijd comfortabel en energie-efficiënt te maken. Twee derde van de respondenten geeft aan behoefte te hebben aan een energie-efficiëntere woning.

Iedere woning moet comfortabel aanvoelen

Hoewel Nederlandse woningen nog niet altijd ontworpen zijn om extreme temperaturen of ongewone weerspatronen aan te kunnen, gelooft VELUX dat iedere woning comfortabel moet aanvoelen; een woning is een thuisbasis waar mensen het liefst zijn. Een favoriete plek.

Marcel Vreeken, Public Affairs Manager bij VELUX Nederland, zegt: “Het ziet ernaar uit dat we in de toekomst ‘s winters en ‘s zomers te maken krijgen met steeds meer uitschieters in temperaturen. Daarom is het belangrijk om bewoners te helpen hun woningen hiertegen te beschermen. Huiseigenaren hebben verschillende mogelijkheden om het energieverbruik te verminderen en zowel het milieu als de eigen portemonnee te beschermen.

“Daarom wil VELUX handelingsperspectief en oplossingen bieden waarmee woningbezitters op een kosteneffectieve en energie-efficiënte manier een comfortabel binnenklimaat kunnen realiseren tijdens warme en koude periodes. Dit doen wij via het Gezond Binnen platform waar veel informatie en praktische tips terug te vinden zijn.”

Energie-efficiënte manieren om de binnentemperatuur comfortabel te houden:

  • Controleer de ramen en deuren: zonder maatregelen kan veel warmte en energie verloren gaan via naden en kieren van slecht sluitende ramen en deuren. Een kosteneffectieve en gemakkelijke oplossing om op korte termijn warmteverlies te beperken, is bijvoorbeeld het afdichten van ramen en deuren met tochtstrips of borstelafdichtingen.
  • Gebruik raambekleding: met de juiste raambekleding kun je de temperatuur in de woning in balans brengen. Verduisterende plisségordijnen, in het bijzonder plissés met gemetalliseerde honinggraadstructuur, kunnen als extra laag voor het isolatieglas worden geplaatst. Hiermee voorkom je warmteverlies. Een geschikte bescherming aan de buitenzijde, zoals een zonwering of rolluiken, kunnen warmteverlies in de winter beperken en overmatige hitte in de zomer significant verminderen.
  • Ventileer: een goede kamertemperatuur gaat hand in hand met goede ventilatie. Maar laat ramen of deuren tijdens het stookseizoen niet langer dan tien minuten openstaan.
    – Plan in de winter korte, gecontroleerde ventilatiemomenten in op vaste tijden. Zet de verwarming alleen aan in de ruimtes waar het echt nodig is en houd in deze ruimtes de deuren gesloten om geen warmte te verliezen.
    – Sluit tijdens warme zomerdagen de ramen en laat de zonwering neer. Warmte kan door de ramen naar binnen komen en zich ophopen binnenshuis. Voorkom daarom in de warme periodes oververhitting door overdag de gordijnen, rolgordijnen of zonwering gesloten te houden. Koel de woning met de koelere avondlucht, door de (dak)ramen voor het slapengaan routinematig open te zetten. De warmte zal dan uit de woning worden verdreven, die daardoor behaaglijker en koeler aanvoelt.
  • Creëer thermische trek: door ramen of zogenaamde zomernachtluiken in de gevel op de begane grond te combineren met geopende dakramen, ontstaat er thermische trek: koelere lucht komt via de gevel binnen en de warme lucht wordt via de dakramen uit de woning verdreven. Deze natuurlijke vorm van koelen is veel duurzamer dan het plaatsen van bijvoorbeeld een airco – de momenteel meest gebruikte investering om een comfortabele temperatuur in huis te realiseren volgens de ondervraagde woningbezitters in het onderzoek.
  • Benut de kracht van de zon: wie het dak energiebesparend renoveert, kan er ook aan denken het dakoppervlak te gebruiken voor fotovoltaïsche (PV) of thermische zonne-energie. Zo ben je minder afhankelijk van energieprijzen of beschikbaarheid van energie. Door bij het installeren van de PV-panelen ook daglichtopeningen in het dak aan te brengen, wordt de gecreëerde ruimte onder het (schuine) dak door de zon opgewarmd.
  • Maak gebruik van de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE): met de ISDE stelt de overheid diverse subsidies beschikbaar voor isolatiemaatregelen, zoals dakisolatie of glasisolatie. Deze zijn al van toepassing voor één isolatiemaatregel, waarbij soms wel 15% van de kosten aan subsidie kan worden uitgekeerd. Bij een tweede isolatiemaatregel kan het bedrag voor de eerste maatregel oplopen tot 30%.

Opdrachtgevers en slopers zijn de nieuwe grondstoffenleveranciers

Het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 heeft de ambitie in 2050 een volledig circulaire bouweconomie te realiseren. Dat betekent dat we gebouwen, gebieden en infrastructuur moeten kunnen ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken zonder onnodige uitputting van natuurlijke hulpbronnen en zonder de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Opdrachtgevers en slopers zijn een essentiële schakel in deze omvorming van een lineaire naar een circulaire sector. Wanneer opdrachtgevers slopers de ruimte geven en slopers openstaan voor oogsten in plaats van slopen, zijn zij de onbetwiste aanjagers van deze transitie.

 (Technisch) beheerders hebben als geen ander kennis van bestaande vastgoedvoorraden. Zij weten wanneer een pand gerenoveerd moeten worden en wanneer een locatie op de nominatie komt voor sloop. Hiermee zijn zij een belangrijke schakel in het maken van gemeengoed van circulaire bouwmaterialen. ‘Vastgoedbeheerders en gebouweigenaren zien steeds vaker in dat hergebruik een prima oplossing is. Kabelgoten, toiletpotten, spiegels, brandslanghaspels en hang- en sluitwerk kun je een-op-een hergebruiken. En ook ruwbouwmaterialen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in circulaire varianten,’ vertelt Erik Koremans, Directeur New Horizon Material Balance. New Horizon is gespecialiseerd in het demonteren van gebouwen en zorgt met haar partners voor een flinke retourstroom van geoogste materialen. ‘Om schaalvergroting te realiseren, hebben we echter veel meer donorgebouwen nodig. Ik wil beheerders dan ook oproepen om eens te kijken naar de mogelijkheden van circulair in plaats van lineair slopen. Iedereen wil een nier, maar niemand wil donor zijn. Een uitspraak van onze oprichter die in onze markt meer dan relevant is. Dat heeft te maken met de veronderstelling dat circulair slopen kostbaarder zou zijn, terwijl dat pertinent niet waar is.’

New Horizon

New Horizon gelooft dat de circulaire economie het economische model van de toekomst is. Het primaire doel van deze groeiende organisatie is het leveren van bouwmaterialen die bijdragen aan een circulaire economie. Het bedrijf initieert daartoe nieuwe samenwerkingen, technologische innovaties en systeemveranderingen. Een pronkstuk van New Horizon is de demontage van De Satelliet, een onderdeel van het pand van de Nederlandse Bank in Amsterdam. De Satelliet is in zijn geheel ontmanteld en middels elektrisch vervoer over het water naar een loods in Zaandam overgebracht. De gebouwonderdelen krijgen later dit jaar -wanneer ze worden gebruikt voor de bouw van een zorglocatie in Amsterdam-Noord- een tweede leven. ‘De gebouwbeheerder heeft het aangedurfd op een andere manier naar de waarde van dit gebouw te kijken. Hij zag het gebouw als bron en heeft koos niet voor sloop maar voor hergebruik van dit maatschappelijk vastgoed.’

 

Waarom zou je überhaupt nog slopen?

‘We mogen in Hoofddorp de 100.000 m2 kantoren in Hyde Park ontmantelen ten behoeve van een nieuwe architectonische stadswijk met 3.800 woningen. Sommige van deze kantoren zijn in 2004 gebouwd. Dat dit vraagtekens oplevert -zeker inzake duurzaamheid- begrijpen wij als geen ander. Feit is echter dat dit kantorengebied leeg staat en de belegger dus geen rendement oplevert. Daarnaast kampen we in Nederland met een gigantisch woningtekort. Dat maakt het economische plaatje uitlegbaar. Gelukkig heeft de belegger gekozen voor oogsten in plaats van slopen.’

 

Tegen welke zaken loop je als urban miner aan?

‘In het verleden is nooit gebouwd om terug te nemen. Losmaakbaarheid en terugneembaarheid zijn termen die nu pas een plek krijgen in onze bouwsector. Urban minen zal in de toekomst dan ook vele malen makkelijker worden. Dat neemt niet weg dat we ook met gebouwen waarin tijdens de bouw losmaakbaarheid nog geen issue was ook al enorm veel winst kunnen behalen. Beton is nog steeds het meest gebruikte bouwmateriaal. Dat betekent dat je met circulair beton dus echt impact maakt.’

‘Een ander aspect is de psychologie. Iedere verandering levert in eerste instantie weerstand op. Het duurt even voordat de weerstand verandert in acceptatie. Tuurlijk weten vastgoedbeheerders vaak al dat ze het verschil kunnen maken. Het veranderen van werkwijzen en relaties -denk aan het verbreken van goede relaties met vaste leveranciers van lineaire grondstoffen- is alleen niet altijd eenvoudig. Wanneer je je realiseert dat je met de keuze voor circulair beton een CO2-reductie van 80% realiseert, ziet men het aangaan van nieuwe waardevolle relaties gelukkig wel als een serieuze optie. Maar wij begrijpen ook dat dit tijd vraagt.’

Welke invloed heeft de grondstoffencrisis?

‘De grondstoffencrisis bevestigt onze visie. We moeten veel meer gaan kijken naar wat er lokaal mogelijk is. Waarom zou je grondstoffen uit China halen als alles voor onze neus beschikbaar is? Wij zien de stad als bron. We zien geen appartementencomplexen, maar magazijnen waar grondstoffen tijdelijk liggen opgeslagen. Veel materialen zijn direct her te gebruiken. Als je ze nieuw zou bestellen, zou je exact hetzelfde krijgen. Sta je voor een verbouwing of renovatie? Kijk dan eerst naar wat er circulair beschikbaar is en vul daarna pas aan met lineaire materialen.’

 

Wat is de rol van de overheid?

‘De noodklok inzake CO2-uitstoot luidt al vanaf 1972. En aangezien de uitstoot sinds die tijd vervijfvoudigd is, kan het niet anders dat de politiek zich heel snel hard gaat maken voor vergaande reducties. Wij verwachten dat CO2-uitstoot binnenkort beprijsd gaat worden. Deze economische impuls gaat ervoor zorgen dat lineaire producten duurder worden dan circulaire. Zodra dat gebeurt, verwacht ik dat wij structureel uitverkocht zijn. Gelukkig zijn er steeds meer slopers die het circulaire gedachtengoed met ons delen. Dat is hard nodig, want we kunnen dit niet alleen. Het verschil in werkwijze zit -nu nog- vaak in de manier van aanbieden. Wij hebben geen grote loods waarin we de materialen opslaan. Dankzij samenwerkingen met onze partners, zijn de herwonnen materialen op dezelfde manier verkrijgbaar als lineaire varianten.’

De partners van New Horizon zijn terug te vinden via hun website. Hier zijn de circulaire materialen ook direct te bestellen.

 

Het multifunctionele dak als speerpunt in de verduurzaming

Wat kun je meer met een dak doen dan ‘alleen maar’ water tegenhouden. En hoe kun je daken inzetten als onderdeel van verduurzaming en klimaatadaptief bouwen en renoveren? Dat waren de centrale thema’s tijdens een studiereis naar Heusenstamm, begin november georganiseerd door Platform 2050, in samenwerking met KOERS en toonaangevend dakenproducent Braas Monier Building Icopal Group (BMI). Een studiereis gericht op de mogelijkheden van multifunctioneel, duurzaam gebruik van daken. Zeg maar: het dak als omgeving voor duurzame ontwikkeling.

Want bij circulariteit, energetisch en klimaatadaptief bouwen en renoveren speelt de schil van het gebouw een enorm belangrijke rol, en dan met name het dak. Dick Singerling, vanuit KOERS Amsterdam betrokken bij het KOERS expertisecentrum, legt in het kort uit wat de mogelijkheden zijn: ‘Je hebt zogenaamde groene, blauwe, gele, rode, oranje, paarse en grijze daken. Daarbij zijn groene daken, daken met begroeiing; zowel extensief als intensief. Dus niet alleen met sedum, maar ook met complete tuinen. Blauwe daken vangen het regenwater op en geven dat gereguleerd af aan de omgeving of aan het riool. Gele daken zijn daken waarop energie wordt opgewekt. Rode daken zijn daken met een functie zoals een terras of een speelplek. Oranje daken zijn daken met een functie op het gebied van mobiliteit. Paarse daken zijn geschikt voor bewoning, bijvoorbeeld in de vorm van een tiny house. Grijze daken, tot slot, zijn daken die geschikt zijn voor installaties.’

‘Kortom, er is een brede variëteit mogelijk als het gaat om multifunctioneel gebruik van het dak. Want deze bovenstaande kleuraanduidingen zijn ook nog weer te combineren, bijvoorbeeld een groen dak met zonnepanelen.’

Onderzoek

Roland van der Hoek, die vanuit Platform 2050 betrokken was bij de studiereis: ‘BMI is een toonaangevend specialist op het gebied van platte en hellende daken. Alleen al op dat laatste gebied, de hellende daken, heeft BMI wereldwijd 40 fabrieken. Verder heeft BMI in het eigen testcentrum in Heusenstamm state-of-the-art testapparatuur staan waarmee materiaal getest kan worden en praktijkonderzoek gedaan kan worden op tal van gebieden: wind, water, vuur, etc. Daar is Platform 2050 in geïnteresseerd, omdat wij als samenwerkende bedrijven ervan overtuigd zijn dat we veel van en met elkaar kunnen leren. Wij zoeken actief de samenwerking op met de industrie en met opdrachtgevers. Wij waren dan ook heel blij met het feit dat er een aantal toonaangevende beleggers en ontwikkelaars aanwezig was bij onze studiereis naar Heusenstamm. Eén van deze beleggers, Achmea, heeft bij monde van Wim Smit een presentatie gegeven waarin duidelijk werd gemaakt hoe zij aankijkt tegen innovaties als waterberging. Zij hebben zelfs een project gerealiseerd, het Lorentz-complex in Leiden, waarin dergelijke innovaties zijn toegepast, want het is nog zeker geen standaard manier van bouwen. Maar we gaan er wel naar toe, versneld door de hoge ESG ambities van investeerders.’

Kosten vs waarden

Dick Singerling: ‘Opdrachtgevers denken nog te veel in kosten en niet in waarden. Ze zouden meer moeten kijken naar total-cost-of-ownership. Dat geldt in zijn algemeenheid, maar zeker voor een dak. Daar is veel meer mee mogelijk dan het alleen maar in te zetten als bescherming tegen het hemelwater. Zoals eerder gezegd: je kunt het gebruiken voor bewoning, voor activiteiten, voor waterbuffering, en allerlei andere functies en doelen. Dat multifunctionele gebruik biedt meerwaarde voor opdrachtgevers.’ Tijdens de studiedag in Heusenstamm werd uitgebreid ingegaan op en gediscussieerd over dit soort onderwerpen. Onderwerpen dus als kosten versus baten, total-cost-of-ownership, split en shared incentive. Dat laatste omdat investeringen in verduurzaming en de daaruit voortkomende voordelen vaak niet gelijk zijn verdeeld tussen betrokken partijen zoals eigenaar en huurder. Daardoor komen investeringsbeslissingen moeizaam tot stand als gevolg van de vaak botsende belangen. Daarbij kwam naar voren dat de verduurzaming van de gebouwde omgeving meer gebaat is bij shared incentive dan split incentive.

Wat doet Platform 2050?

Richting 2050 moeten in Nederland 2,1 miljoen woningen verduurzaamd zijn. Een opgave die je niet in je eentje kunt oplossen. Daarom hebben een vijftal vooraanstaande vastgoedonderhoudsbedrijven hun krachten gebundeld in Platform 2050, om samen de Nederlandse woningvoorraad planmatig, versneld te verduurzamen. Met name op energetisch gebied. Deze vijf, te weten KOERS, Rendon Onderhoudsgroep, Kloet, Aertgeerts en Van Lochem Nederland, willen de aanpak aan de voorkant organiseren om daarmee de verduurzaming van de tekentafel naar de praktijk te brengen. Op termijn kunnen ook andere aannemers zich scharen onder Platform 2050. Daarnaast kunnen deelnemers gebruik maken van een groep prefered suppliers: een netwerk van experts op gebied van isolatie, ventilatie en duurzame energieoplossingen, waar het platform samenwerkingsovereenkomsten mee afsluit om door kennis(door)ontwikkeling en door middel van inkoopbundeling voordelen te behalen. Ook deelt Platform 2050 graag haar kennis van verduurzaming, door middel van kennissessies. Om met elkaar en van elkaar te leren hoe het beste kan worden omgegaan met de snelle veranderingen van het traditionele bouwproces. Het KOERS expertisecentrum sluit met haar werkzaamheden in zekere zin aan op die van Platform 2050. Dick Singerling legt uit: ‘Het KOERS expertisecentrum kan bestaande en potentiële opdrachtgevers adviseren bij het hele traject, in elk stadium, bij het nemen van beslissingen. Om het even of het gaat om een aanbesteding, een plan van aanpak, of de aankoop van onroerend goed. Van daaruit was ik ook betrokken bij de studiereis naar BMI, Heusenstamm.’

Meer weten?

Wilt u meer informatie over hoe u als gebouweigenaar uw daken duurzaam zou kunnen ontwikkelen? Neem dan contact op met Roland van der Hoek. U kunt hem bereiken via rolandvanderhoek@koers.com.