Eerste bewoner krijgt de sleutel van eerste 3D-geprint huis

De eerste huurder van de eerste Nederlandse woning van 3D-geprint beton krijgt vandaag de sleutel. Het Eindhovense huis, het eerste van vijf van ‘Project Milestone’, voldoet volledig aan alle strikte Nederlandse bouwvereisten. Uniek is dat de projectpartners een woning met een geheel eigen vormgeving hebben gerealiseerd, dankzij uitgebreide R&D om de vormvrijheid van betonprinten te ontsluiten. Project Milestone is een gezamenlijk bouw- en innovatieproject van Eindhoven University of Technology, Van Wijnen, Saint-Gobain Weber Beamix, Vesteda, gemeente Eindhoven en Witteveen+Bos.

Het huis
Het huis is een vrijstaande gelijkvloerse woning met 94 vierkante meter netto vloeroppervlak, een royale woonkamer en twee slaapkamers, in de Eindhovense wijk Bosrijk. De woning heeft de vorm van een grote zwerfkei. Dat past goed bij de natuurlijke locatie, en het demonstreert mooi welke vormvrijheid 3D-betonprinten biedt. Dankzij een extra dik isolatiepakket en aansluiting op het warmtenet is de woning zeer energiezuinig en comfortabel, met een energieprestatiecoëfficiënt van 0.25.

Theo Salet, hoogleraar Concrete Structures, Eindhoven University of Technology:
“Met dit kleine gebouw is vandaag een eerste grote stap gezet in de ontwikkeling van de bouw naar een hoogwaardige maakindustrie. Digitalisering van ontwerp tot en met de uitvoering leidt tot duurzame en betaalbare woningen, op maat gemaakt naar de wensen van de bewoner. Ik ben trots dat de kennis die we op de TU/e hebben ontwikkeld binnen een korte tijd door de industrie en met hulp van de gemeente, tot deze innovatie heeft geleid.”

Vormvrijheid
De partners hebben de lat bewust hoog gelegd met het ontwerp van het huis, in de vorm van een onregelmatige zwerfkei. Er is de afgelopen jaren de nodige R&D gedaan om betonprinten in allerlei vormen mogelijk te maken. Vooral het printen van de overhellende wanden was een uitdaging, maar dit hebben de deelnemers van het project nu onder de knie. Met de opgedane kennis is de deur geopend naar een heel ander soort constructies dan de gebruikelijke rechthoekige huizen.

Bas Huysmans, CEO Weber Benelux:
“Met het printen van in drie vlakken gekromde, van isolatie voorziene én zelfdragende muurelementen hebben we in dit project belangrijke stappen gezet in het verder ontwikkelen van 3D-betonprinten in de bouw. Samen met alle partners hebben we een uitdagend traject doorlopen en een zeer bijzondere woning gerealiseerd. Ik denk dat we de Milestone-huizen straks met trots kunnen toevoegen in het rijtje van iconische projecten in Eindhoven”.

Snel en duurzaam
Geprinte woningen kunnen in principe een stuk sneller gebouwd worden, met meer flexibiliteit en gepersonaliseerde ontwerpen. Bovendien is het duurzamer, doordat er minder beton voor nodig is. De ambitie van de partners van Project Milestone is om met 3D-betonprinten uiteindelijk te komen tot een duurzame bouwmethode die bijdraagt aan het oplossen van het woningtekort.

Erwin Kersten, regiodirecteur Zuid, Van Wijnen: “Met de realisatie van deze eerste Milestone-woning laat Van Wijnen opnieuw zien koploper te zijn op het gebied van geïndustrialiseerd bouwen. Samen met samenwerkingspartners in de keten blijven wij doorlopend op zoek naar nieuwe technieken en materiaaltoepassingen die bijdragen aan duurzaamheid en betaalbaarheid. Hiervoor zijn innovaties zoals Project Milestone enorm belangrijk.“

Flora Nova Advertentie

 

Volgende woningen
De vijf huizen van Project Milestone worden na elkaar gebouwd, zodat bij elke nieuwe bouwronde maximaal geleerd kan worden van de vorige. Binnenkort starten de projectpartners aan het ontwerp voor de volgende woningen, die meerdere verdiepingen krijgen, waarvoor de techniek verder ontwikkeld moet worden.

Steven Delfgaauw, business unit-manager Gebouwen bij Witteveen+Bos:
“We zetten vandaag een belangrijke stap naar een bouwketen waarbij het mogelijk is om binnen een korte tijd het duurzame huis van je dromen te realiseren. Ons team van onze constructeurs, bouwkundigen en bouwfysici heeft in samenwerking met de partners een wereldprestatie afgeleverd, door een ontwerp te realiseren dat aan alle bouwregelgeving voldoet. Hier hebben we veel van geleerd en ook nieuwe inzichten opgedaan. We staan te popelen om met deze ervaring de volgende stappen in de ontwikkeling van betonprinten te zetten.”

De bouwmethode
Het huis bestaat uit 24 geprinte betonnen elementen, die laagje voor laagje zijn geprint in de printfabriek in Eindhoven. De elementen zijn met vrachtwagens naar de bouwplaats gebracht en daar op een fundering geplaatst. Daarna is het huis voorzien van dak en kozijnen en verder afgewerkt.

 

Pieter Knauff, Chief Investment Officer, Vesteda:
“De vormvrijheid die 3D-printen in beton creëert, schept een enorme nieuwe ruimte aan mogelijkheden om een woning te ontwerpen en te beleven. Tegelijkertijd draagt deze nieuwe techniek bij aan de noodzakelijke verduurzaming van de bouwsector, de versnelling van bouwproductie en het beheersen van de bouwkosten, wat broodnodig is om betaalbare woningen te kunnen blijven bouwen.”

De partijen en de samenwerking
Kenmerkend voor het project is de Triple Helix samenwerking van overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven. De gemeente was mede-initiatiefnemer, aanjager van innovatie en faciliteerde het project, de TU/e deed onderzoek en ontwikkelde modellen om het 3D-betonprinten mogelijk te maken, Saint-Gobain Weber Beamix ontwikkelde de speciale soorten betonmortel die nodig zijn voor 3D-printwerk, en ontwikkelde samen met de TU/e de printtechniek. Witteveen+Bos werkte aan de bouwtechnische en constructieve aspecten. Ontwikkelende bouwer Van Wijnen leidde het project en bouwde het huis. De woning is nu eigendom van Vesteda, die de woning verhuurt aan particulieren.

Yasin Torunoglu, wethouder wonen, wijken, werk en ruimtelijke ontwikkeling, gemeente Eindhoven:
“Innovatie is een belangrijke pijler in de bouw. De markt vraagt naast betaalbare woningen steeds meer om vernieuwende woonconcepten. Met de 3D-geprinte woning zetten we nu de toon voor de toekomst. Het snel realiseren van betaalbare woningen met zeggenschap over de vorm van je eigen huis. Innoveren en ontdekken mét oog voor design zit in het DNA van Eindhoven. Dat doen we hier niet alleen, maar samen. Ik ben trots dat deze kansrijke innovatie een plek heeft in onze stad en nog belangrijker mensen ook echt een betaalbaar thuis geeft.”

Thomas Rau: Waardeloze gebouwen bestaan niet meer

Het motto van de architect Thomas Rau is guided by the future. Hij laat zich in al zijn handelen leiden door wat er in de toekomst nodig is en niet door wat op dit moment haalbaar is. Rau levert al jaren een grote bijdrage aan de nationale en internationale discussie over duurzaamheid (hoewel hij duurzaamheid eigenlijk ziet als een doodlopende staat, het is circulariteit dat ons verder gaat brengen), het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de architectuur en aan de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffenschaarste, welke volgens Rau niet bestaat.

Thomas Rau is ondernemer, architect, innovator, inspirator en visionair. Rau levert al jaren een grote bijdrage aan de nationale en internationale discussie over duurzaamheid, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de architectuur en aan de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffen schaarste. Bij zijn woorden voegt hij ook daden; met zijn architectenbureau RAU heeft hij diverse innovaties en nieuwe standaarden opgezet op het gebied van CO2-neutraal, energieneutraal en energiepositief bouwen en recentelijk ook voor de circulaire architectuur.

‘Het goede nieuws is: vastgoed bestaat niet. Sterker nog, vastgoed is eigenlijk losgoed,’ opent Rau zijn verhaal. Wat hij met deze bom van een opmerking bedoelt, legt hij later in dit artikel uit. Wat is in jouw ogen duurzaamheid? ‘Duurzaamheid betekent niets meer dan het optimaliseren van bekende paden. Minder materialen, minder arbeid, minder energie. Maar als je blijft optimaliseren, stijgen de kosten exponentieel terwijl de ontwikkelingsstappen alsmaar kleiner worden. En op een gegeven moment wordt het te duur om te optimaliseren. En dan komt de frustratie om de hoek kijken en de manipulatie krijgt een podium. Kijk naar de Duitse auto-industrie. Duurzaamheid gaat over het faciliteren van eigendom. Dit is niet het antwoord in deze maatschappij waarin zaken fundamenteel anders moeten. Het is niet de tool waarmee we het systeem veranderen. Wat dan wel? Circulariteit! Met circulariteit ontwerp je een nieuw systeem gebaseerd op verantwoordelijkheid. In een circulaire wereld is o.a. de gebruiker niet langer verantwoordelijk voor iets waar hij geen verstand van heeft. Je koop een scherm niet om een scherm te hebben, maar om televisie te kijken. Dat principe geldt ook voor gebouweigendom. En toch krijg je in deze samenleving al snel ongevraagd verantwoordelijkheid voor iets waar je geen verstand van hebt. In mijn ogen hoort die verantwoordelijkheid bij de maker.’ Er wordt veel gesproken over grondstoffenschaarste. Wat is jouw visie hierop? ‘Er is geen lezer die deze aarde ooit levend zal verlaten. Wij zijn tijdelijk en dat betekent dat onze behoeften ook van tijdelijke aard zijn. Datzelfde geldt voor de antwoorden op onze behoeften. Met andere woorden: ieder gebouw, ieder product is een tijdelijk component die een tijdelijke behoefte dient. Om die tijdelijke component te kunnen maken, hebben we materialen nodig. En wat doet de mens? Wij nemen die materialen van de aarde en vergeten dat de aarde een gesloten systeem is. Wat je hebt, heb je. Wat je niet hebt, heb je niet. Is het schap leeg, dan houdt het op. Sterker nog, mensen die spreken over grondstoffenschaarste snappen het nog niet helemaal.

Wanneer je je realiseert dat iets eindig is, zoals alles op aarde, dan praat je over limited editions.

Triodos bank

Een goed voorbeeld van een depot -ofwel remontabel gebouw- is de door Rau ontworpen Triodos Bank in Zeist. ‘Dit is het eerste houten kantoorgebouw ter wereld met 100% remontabiliteit.’ Alle elementen van het gebouw kunnen worden gedemonteerd zonder dat ze hun waarde verliezen en ze kunnen stuk voor stuk opnieuw worden gebruikt. De belangrijkste schakel in dit proces zijn de 165.312 schroeven die in het gebouw zijn verwerkt. ‘Alles kan letterlijk los worden geschroefd. Een waardeloos gebouw bestaat niet meer, het wordt namelijk gefaciliteerd met behulp van waardevolle materialen’. aldus Rau.

Wanneer je je realiseert dat iets eindig is, zoals alles op aarde, dan praat je over limited editions. Dat betekent dat we moeten ontwerpen op een manier dat wanneer er geen behoefte meer is aan dat tijdelijke component we de limited editions er weer uit moeten kunnen halen. Om weer een ander tijdelijk component te maken inderdaad. Dat betekent dat een tijdelijk component ontworpen moet worden als een materiaaldepot. En dat noemen we dan een ziekenhuis, een kast, een auto of een laptop etc.’ Wat betekent dit voor beheerders? ‘Een depot komt tot stand door voor te denken, in plaats van na te denken. Hoe moet ik mijn depot organiseren? Waar moet ik welke materialen plaatsen en hoe moet de verbinding zijn? Want na ons moet iemand al die materialen een-op-een zonder waardeverlies uit het depot halen om er iets anders mee te doen. Het kenmerk van een depot is dat je precies weet wat je hebt: zoveel schroeven, zoveel houten delen enzovoort. Zo creëren we kennis van alle opgeslagen materialen in dit tijdelijke component en kunnen deze materialen nooit afval worden. Het documenteren van deze materialen is ongelooflijk belangrijk.

Daarom hebben wij Madaster -het Kadaster van materialen- opgericht. Met behulp van dit publieke platform kun je zelfs de waarde van die materialen bepalen. En dat is financieel interessant, want je schrijft een gebouw nooit meer af naar nul. Als niemand meer behoefte heeft aan het tijdelijke component, kan ik de waarde van de materialen deactiveren. Dit financiële component is interessant voor vastgoedeigenaren en -beheerders. Ik zei het al: we moeten niet meer in vastgoed denken, maar in losgoed.’ Hoe is Madaster ontvangen? ‘Madaster is drie jaar geleden opgericht en we hebben inmiddels een paar miljoen vierkante meter vastgoed in het systeem geregistreerd. Het platform is afgelopen zomer gelaunchd in Zwitserland en we staan op het punt om het ook in Duitsland en Oostenrijk op de markt te zetten. En we zijn met meer landen bezig. Geweldig, want zo brengen we alle limited editions van onze aarde in kaart. En dat is een must. We hebben namelijk steeds meer gebouwen nodig, terwijl de hoeveelheid materialen niet toeneemt. Maar het is een lange en moeilijke weg, want we bewandelen niet het gebaande pad. Daarom brengen we ook de financiële incentives aan het voetlicht, zo krijgen we meer partijen in beweging.’ ‘Eigenlijk hebben we geen bouwers meer nodig, maar mensen die logistieke processen kunnen organiseren. We moeten van real estate naar mobile estate en uiteindelijk naar human estate, want voor wie bouwen we eigenlijk? De agenda is nog heel lang. Maar met Madaster zetten we een eerste kleine stap in de goede richting.’ Hoe kunnen beheerders deze denk- en handelingswijze toepassen op hun vastgoed? ‘Oude fouten kun je hooguit verzachten. Een bestaand gebouw is geen depot, maar een mijn. Deze moet je in achterwaartse richting inventariseren. En dat kan ook prima hoor, dat hebben wij al vaak gedaan. Voor het Hilton op Schiphol

 

Madaster

Madaster is het publieke online register voor materialen, producten en elementen die in vastgoed zijn toegepast. Het verrijkt gegevens, genereert materiaalpaspoorten voor gebouw(en) en geeft inzicht in de financiële en circulaire waardering en het hergebruik-potentieel van vastgoed. Via Madaster kun je kiezen voor toegang tot applicaties en diensten van derden, zoals taxateurs, marktplaatsen voor herbruikbare materialen en vastgoedbeheerders. Alle informatie is veilig centraal opgeslagen en altijd gemakkelijk en online beschikbaar voor jou en jouw interne en externe relaties.

Oude fouten kun je hooguit verzachten. Een bestaand gebouw is geen depot, maar een mijn. Deze moet je in achterwaartse richting inventariseren. En dat kan ook prima hoor, dat hebben wij al vaak gedaan.

bijvoorbeeld. Het gesprek met de sloper was geen pretje. Voor hem dan. Een sloper weet namelijk allang dat een waardeloos gebouw niet bestaat. In de oude wereld verdiende een sloper twee keer geld. Hij werd betaald voor het slopen zelf en verkocht vervolgens de materialen door. Dit dubbele verdienmodel verdwijnt langzaam naar de achtergrond. In Engeland zijn er al objecten waar slopers voor moeten betalen om het weg te mogen halen. Zo hoort het! Goed, terug naar de beheerder. Wat de beheerder moet doen? De tekeningen pakken, een Madasteraccount nemen, alle materialen registreren en vervolgens de waarde van deze limited editions ontdekken. Zo levert het ook direct een financieel voordeel op. En zoals gezegd moet dat ook, anders kunnen we geen snelheid maken. Gelukkig is het binnen de bestaande wetgeving mogelijk de waarde van materialen op de balans te activeren.

De visie van Thomas Rau op papier

Material Matters is een spannende ontdekkingstocht naar hoe we nadenken over onze rol op aarde. Een revolutionair boek, dat de wereld zoals wij die kennen volledig op zijn kop zet. In negen hoofdstukken vol aansprekende voorbeelden werken Thomas Rau en Sabine Oberhuber stapsgewijs toe naar een nieuw economisch model. Een wereld waarin de consument niet langer eigenaar, maar gebruiker is, materialen rechten krijgen en afval verleden tijd is. Een utopie? Daar lijkt het niet op! Material Matters is verkrijgbaar in het Duits, Engels, Italiaans en Nederlands. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan 40.000 exemplaren verkocht.

 

Gorter op het dak van Stout

Bouwonderneming Stout is volop bezig met de realisatie van haar nieuwe kantoor, ontworpen door RoosRos Architecten. Vanaf 2022 zal Stout samen met zusterbedrijf Herkon intrek nemen in het hypermoderne kantoorpand gelegen op een opvallende zichtlocatie langs de A15 in Sliedrecht.

Het nieuwe pand wordt gerealiseerd op een eigen kavel op het representatieve Stationspark II in Sliedrecht, centraal gelegen tegenover het NS station. Het nieuwe kantoor bestaat uit drie lagen waarvan de eerste laag – de begane grond- terugliggend is. De overstekken karakteriseren de architectuur van het gebouw. Het pand ademt een paviljoenachtige sfeer, is lekker licht en heeft een transparante uitstraling.

Ook duurzaam
Zoals je van een nieuw gebouw in deze tijd mag verwachten, is het nieuwe kantoor van Stout zo duurzaam als mogelijk. Het kent diverse energiebesparende en energieopwekkende maatregelen. Het dakluik van Gorter draagt bij aan dit duurzaamheidsoogpunt. Het toegepaste RHTEP-dakluik blinkt uit in zijn isolatiewaarde met Uw = 0,198 W/(m².K) voor de gehele dakluikconstructie. Het dakluik is, gezien de extreme isolatie, de ideale keuze voor bouwwerken waarbij de nadruk wordt gelegd op het minimaliseren van het energieverbruik zoals hier het geval is.

Het RHTEP dakluik is voorzien van een European Technical Assessment (ETA), waarmee er een onbetwiste onderbouwing is voor de bewezen prestaties en de aangebrachte CE-markering. Dit is uniek in het segment daktoetredingen!

Wilt u meer weten over de oplossingen van Gorter? Bezoek de website!

NRC: nieuwe bouwcrisis dreigt door ‘onwerkbare’ Omgevingswet

omgevingswet 1 januari 2022 belangrijkste aanpassingen

Bouwen, héél véél bouwen: daarmee willen partijen van links tot rechts de woningnood aanpakken. De afgelopen jaren liep het huizentekort alleen maar verder op, en zorgde de stikstofcrisis voor extra vertraging. Grote plannen om snel meer huizen te bouwen moeten daar verandering in brengen. Maar die ambitie dreigt al bij voorbaat verstrikt te raken in een kluwen van nieuwe wetgeving rond ruimtelijke ordening.

De nieuwe Omgevingswet, waarin tal van bestaande regels worden samengevoegd, dreigt zo ingewikkeld te worden dat grote bouwprojecten in gevaar komen. Juist de grote steden, die de komende jaren een belangrijke bijdrage moeten leveren aan een oplossing van de wooncrisis, maken zich daarover grote zorgen. Dat blijkt uit interne documenten in handen van NRC.

Bij een test bleek de uitvoering van de wet ‘dermate onder de maat dat aan de meest minimale vereisten niet wordt voldaan’, schrijft de gemeente Amsterdam in een interne nota. Hierdoor komt ‘realisatie van woningbouwopgaven en andere gebiedsontwikkelingen in gevaar’.

De Omgevingswet, die over acht maanden moet ingaan, werd bedacht om de ruimtelijke ordening eenvoudiger te maken. Er gelden minder harde regels, procedures worden gedigitaliseerd en er zijn meer mogelijkheden voor burgers en bedrijven om zelf vergunningen te regelen, van een tuinhuisje tot de bouw van een woonwijk

Ict-systemen
Het proefdraaien door gemeenten met de nieuwe systemen voedde hun zorgen, schrijft NRC.  De ict-systemen die door verschillende softwareleveranciers zijn gebouwd, zijn niet altijd goed op elkaar afgestemd of niet voor iedereen toegankelijk. Als de gezamenlijke bestemmingsplannen van grootstedelijke gebieden zijn ingediend, kunnen die nauwelijks meer worden gewijzigd. En als ze opnieuw ingediend worden, is er het risico dat ze niet langer rechtsgeldig zijn, aldus NRC.

De wet is daardoor met zoveel onzekerheden omgeven dat voor grootschalige woningbouw straks geen bestemmingsplan kan worden geregeld, is de vrees.


Bron: ANP / NRC

 

Vesteda en BAM Wonen verduurzamen 80 appartementen in Hilversum

Woningbelegger Vesteda en BAM Wonen verduurzamen tachtig huurappartementen aan de Kapittelweg in Hilversum. Het project betreft een hoge galerijflat met veertien woonlagen en een lage galerijflat met drie woonlagen. Beide flats dateren uit eind jaren zestig en de verduurzaming brengt de appartementen van energielabel F naar een energiezuiniger label A of B. Gelijktijdig met de energetische upgrade verricht BAM Wonen onderhoudswerkzaamheden die het wooncomfort vergroten. In juni 2021 start BAM Wonen met de werkzaamheden en de oplevering staat gepland voor eind 2021.

‘In Hilversum continueren we onze prettige ketensamenwerking met Vesteda. We verduurzamen de woningportefeuille tot comfortabele en betaalbare woningen. Kenmerkend voor onze Vesteda-projecten is de hoge mate waarin we natuurinclusief renoveren. In Hilversum onderzoeken we of we extra permanente nestkasten plaatsen voor versterking van de bestaande flora en fauna’, aldus Jasper Blanken, directeur Renovatie Concepten bij BAM Wonen.

Veel bewoners stemmen in

De benodigde bewonersinstemming is in korte tijd behaald. De woningverbetering levert de bewoners een comfortabelere woning en een lagere energierekening op. De energetische maatregelen hiervoor bestaan uit het vervangen van de collectieve dakventilatoren inclusief ventilatiekanalen en het beter isoleren van gevels, dak en bergingsplafonds. Op het dak plaatst BAM Wonen pv-panelen.

Tot de onderhoudswerkzaamheden behoren onder meer het herstellen van voegwerk, reinigen van kopgevels, hekwerken en boeiborden en het saneren van asbest. In dit project vernieuwt BAM Wonen ook de riolering, waterleidingen en toiletten. Tot slot ontvangen bewoners een videofooninstallatie voor een vergroot veiligheidsgevoel.

 

Natuurinclusief renoveren

In het verlengde van de samenwerkingsovereenkomst tussen Vesteda en Vogelbescherming Nederland heeft BAM Wonen tijdig mitigerende maatregelen getroffen. Bij naastgelegen gebouwen heeft BAM Wonen voorafgaand aan de wettelijke flora- en faunascan, vijftig tijdelijke nestkasten opgehangen voor onder meer gierzwaluwen en vleermuizen. In opdracht van Vesteda onderzoekt BAM ook de mogelijkheid om permanente vogelvoorzieningen in de kopgevels te plaatsen.

Verduurzaming bestaande woningvoorraad door BAM Wonen

BAM Wonen heeft dit jaar tot dusver de renovatie en verduurzaming ruim 2.000 woningen in voorbereiding, in uitvoering of gerealiseerd. BAM is daarnaast koploper in het realiseren van de nul-op-de-meter (NOM)-woning met meer dan 1.800 NOM-woningen in voorbereiding, in uitvoering of gerealiseerd. BAM heeft hiervoor als eerste bouwer in Nederland uit handen van Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken, het volledige NOM-keur ontvangen. Hiermee zijn de kwaliteit en beloofde prestaties van de NOM-woningen officieel gegarandeerd.

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Muren van kalk en hennep, cementloos beton en energieopslag via een basaltbatterij: Ecodorp Boekel biedt een kijkje in de toekomst van het bouwen. Maar deze innovaties hebben een keerzijde, want ze zijn moeilijk te financieren. Een samenwerking met verzekeraar Achmea biedt via Centraal Beheer uitkomst aan de verzekeringskant. “Achmea wil niet alleen goed doen voor de klanten en het bedrijf, maar ook wat goed is voor de maatschappij.”

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp.

Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen.

Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp.

Innovaties in een duurzame woonwijk

Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente.

Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt.

 

Circulaire economie

Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken.

Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden.

Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling.

Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.”

‘Elke innovatie is een risico’

Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden.

Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.”

Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.”

 

Het effect van een mandarijnenschil

Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos.

Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar.

Het voordeel van vroeg instappen

“Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.”

Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.”

Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten.

“De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.”

Kantoorgebouw M+N getransformeerd naar 213 appartementen

Voor de bouw van de nieuwe woontoren The Framebuilding in ArenAPoort in Amsterdam is afgelopen week gestart met de sloop van het voormalige kantoorgebouw M+N aan de Hoogoorddreef 28-40 in Amsterdam. Medio juni start ontwikkelend bouwer Plegt-Vos op deze plek met de nieuwbouw van 213 huurappartementen in woontoren The Framebuilding. The Framebuilding is een ontwikkeling en belegging van Doniger Urban Developments. De sloop tot en met mei, en de start bouw in juni van dit jaar, zijn onderdeel van de hoogwaardige gebiedstransformatie van ArenAPoort in Amsterdam Zuidoost.

Stedelijke verdichting

The Framebuilding wordt deels gebouwd op de bestaande parkeergarage en daktuin van het monumentale voormalige ING hoofdkantoor Het Zandkasteel en tegen een bestaand appartementencomplex van woningcorporatie Ymere. Door de nabijheid van meerdere gebouwen en het winkelend publiek in en om ArenaPoort, is de locatie een uitdagende bouwlocatie en een ultiem voorbeeld van stedelijke verdichting binnen de bestaande infrastructuur van dit stadsdeel. Plegt-Vos levert de woontoren Turn-Key op met een hoogwaardige afwerking aan de binnen- en buitenkant. The Framebuilding zal in totaal 213 huurwoningen omvatten waarvan 69 sociale huurwoningen, 37 huurwoningen in het middensegment en 107 vrije sector huurwoningen. De appartementen variëren in grootte van 28 mtot en met 90 m2 gebruiksoppervlak.

Transparante entree & plint

Doniger Urban Developments zet met deze ontwikkeling een hoog kwaliteitsniveau neer. De drie verdiepingen hoge glazen pui kenmerkt de entree van het gebouw. Deze glazen pui heeft een hoogte van maar liefst acht meter en ontsluit het Bijlmerplein en de hoger gelegen Hoogoorddreef. Deze twee niveaus worden met elkaar verbonden door een overdekte buitentrap.

De plint van de woontoren is open en transparant en gericht op faciliteiten en voorzieningen voor de bewoners en voor de buurt met onder andere winkels, een ruime, overdekte fietsenstalling met 400 fietsplekken en toegang tot de bergingen van de woningen van Ymere. Op de begane grond van de woontoren wordt een mooie, open gemeenschappelijke ruimte gerealiseerd met een koffiebar. De koffiebar over de twee verdiepingen grenst direct aan de openbare ruimte en zorgt voor levendigheid en vergroot de sociale veiligheid. Op het dak bevindt zich een gemeenschappelijk dakterras.

Gasloos en groen

Alle woningen in The Framebuilding worden volledig gasloos gerealiseerd en aangesloten op het stadsverwarmingsnetwerk. Zonne-energie wordt opgewekt met zonnepanelen op het dak en voorziet voor een belangrijk deel in de stroomvoorziening voor de woningen. De keuze voor materialen met lage milieu-impact, zoals een regenwaterinfiltratiesysteem en een groendak, draagt bij aan de duurzaamheidsambities van Doniger en die van de stad Amsterdam.

De ligging direct naast belangrijke openbaar vervoersknooppunten zoals station Amsterdam Bijlmer ArenA en diverse fietsroutes – in combinatie met de grote fietsenstalling in de plint van het gebouw – stimuleert duurzaam reizen met openbaar vervoer en de fiets.

 

Transformatie

The Framebuilding is een omvangrijke locatietransformatie van een leegstaand, verouderd kantoorgebouw naar een duurzaam woongebouw met in totaal 213 huurappartementen. Samen met gemeente Amsterdam is de afgelopen jaren zorgvuldig gezocht naar een optimale invulling van deze locatie. Zowel in programma, bouwvolume als in materialisatie met keuzes die aansluiten bij de ambities van de ArenAPoort.

Met The Framebuilding wordt dan ook in gezamenlijkheid de toon gezet voor een hoogwaardige transformatie naar een gemengd gebied met een diversiteit aan wooncategorieën, een veelzijdig winkelaanbod en een aantrekkelijk werkgebied.

Samenwerking

Op nog geen 500 meter van The Framebuilding transformeert Plegt-Vos aan de Flierbosdreef ook een voormalig kantoorgebouw naar woningen. Dit wooncomplex met in totaal 397 moderne, duurzame huurappartementen wordt in samenwerking met Doniger Urban Development en Camelot Europe herontwikkeld en getransformeerd. 70% van de woningen in dit gebouw worden sociale huurwoningen, 30% zijn huurwoningen in het middensegment die in het tweede kwartaal worden opgeleverd.

Gigantische transformatie stadshart Eindhoven

De Ontwikkelvisie Fellenoord/Internationale Knoop XL is door de gemeenteraad Eindhoven unaniem vastgesteld en goedgekeurd voor verdere ontwikkeling. KCAP ontwerpt en regisseert voor en samen met de gemeente Eindhoven de ontwikkelvisie voor de transformatie van de monofunctionele stationsomgeving tot een toekomstbestendig, levendig en gemengd stadsdeel.

De Ontwikkelvisie Fellenoord/Internationale Knoop XL, het stedenbouwkundig plan van KCAP voor de ontwikkeling van het noordelijk deel van de spoorzone in Eindhoven, wordt het toekomstig hart van Brainport Eindhoven en versterkt de positie van de regio op nationaal en internationaal niveau. Het Rijk en de Provincie Noord-Brabant zijn daarom nauw betrokken bij de ontwikkeling van het plan.

Binnen Eindhoven speelt de spoorzone een sleutelrol in de groei van de stad. Het plan zal het circa 55 hectare grote stationsgebied transformeren tot een gemengd binnenstedelijk stadsdeel met een multimodaal vervoersknooppunt inclusief een nieuw busstation. Fellenoord wordt een aantrekkelijke omgeving voor rond 6500-7500 nieuwe woningen en een innovatiedistrict voor bedrijven uit de sectoren technologie, design en kennis. Gebouwen krijgen levendige plinten voor bedrijfsfuncties en publieke programma’s, de grote diversiteit aan woningen is gepland aan prettige straten, pleinen en groengebieden en hoogwaardige groene openbare ruimten vormen interactiemilieus voor de uiteenlopende doelgroepen.

Frank Werner, stedenbouwkundige en directeur van KCAP: 

Deze grootschalige ontwikkeling van de spoorzone zal barrières overbruggen en alle delen van de stad opnieuw met haar hart verbinden. Het zal de motor worden van het Eindhoven van de 21e eeuw.

De visie voorziet in een doorwaadbare stadswijk met een stationsomgeving die zowel bewoners als bezoekers verwelkomt met een multimodaal knooppunt en hoogwaardige verblijfskwaliteit. De breedte van verkeersader Fellenoord wordt teruggebracht van zeventig naar veertig meter zodat een aangename, oversteekbare stadsboulevard ontstaat. Het busstation aan de noordzijde van het station speelt een cruciale rol in het terugdringen van het autoverkeer en wordt ontwikkeld tot een comfortabel openbaar vervoersknooppunt. Met een verdiepte busterminal ontstaat op maaiveldniveau ruimte voor een tweede stationsplein. Een nieuwe oostelijke stationsentree sluit aan op het riviertje de Dommel en de Technische Universiteit Eindhoven.

 

Uniek voor de plek is het aanwezige landschap aan de weerszijden van de Dommel. Door het vergaand vergroenen van het gebied en de aanleg van nieuwe groen-blauwe structuren wordt de lokale identiteit versterkt. De groene oevers van de Dommel dienen als stedelijk recreatiegebied.

In de Ontwikkelvisie Fellenoord komen verschillende ambities en thema’s op het gebied van duurzaamheid bij elkaar: klimaat, energie en circulariteit. Allen met als doel om Fellenoord klimaatbestendig en energieneutraal te maken, te voorzien van 100% energie uit duurzame bronnen en van nieuwe circulaire concepten voor bouwmaterialen.

Volgens de ontwikkelvisie wordt Fellenoord verdicht tot een hoogstedelijk gemengd gebied met een nieuw netwerk van hoogwaardige openbare ruimten en routes voor fietsers of voetgangers. De ontwikkelstrategie is adaptief en zoekt naar allianties tussen publieke en private partijen om synergie te creëren en winsten terug te laten vloeien in het gebied. Met het besluit van de gemeenteraad is akkoord gegeven op de stip aan de horizon voor de ontwikkeling van Fellenoord Eindhoven.

 

Vastgoedsector genoodzaakt te reageren op toenemende waterschaarste

waterstofketel

Verduurzaming van vastgoed is voor steeds meer institutionele investeerders een vereiste. De focus ligt hierbij vooral op het reduceren van het energieverbruik en de uitstoot van CO2. Andere thema’s zoals waterverbruik blijven in Nederland grotendeels onderbelicht. Een gemiste kans, want er zijn voldoende aanknopingspunten om juist daar proactief mee aan de slag te gaan. Ter gelegenheid van Wereldwaterdag hebben Longevity Partners en Smartvatten besloten om samen te kijken naar het thema water in de vastgoedsector. Wat is de noodzaak tot waterbesparing en wat zijn de mogelijkheden om op een verantwoorde manier met water om te gaan?

Waterschaarste en de impact op vastgoed

In de afgelopen twintig jaar zijn 90% van de wereldwijde rampen veroorzaakt door overstromingen, stormen, hittegolven en andere weer-gerelateerde gebeurtenissen. Weersextremen zullen door klimaatverandering steeds vaker voorkomen. In delen van de wereld leidt dit tot wateroverschotten, terwijl het in andere delen juist zorgt voor extreme watertekorten. Historisch gezien is water een belangrijk thema in Nederland. De aandacht is traditioneel gericht op het voorkomen van overlast door een teveel aan water. Er is aanzienlijk geïnvesteerd in Deltawerken en dijken om ons te beschermen tegen overstromingen; maar op het gebied van bescherming tegen droogte lopen we achter op andere Europese landen. Ons watersysteem is ingericht op afvoer, niet op het vasthouden van water. De consequenties daarvan werden de afgelopen jaren zichtbaar. Tal van weerrecords sneuvelden en de kwetsbaarheid van ons land werd duidelijk bij aanhoudende droogte en hitte gedurende de zomermaanden. Waterbedrijven ervaren steeds vaker problemen bij de inwinning van drinkwater als gevolg van neerslagtekorten en lage grondwaterstanden. Het probleem wordt versterkt doordat we in Nederland bijna twee derde van het drinkwater uit grondwater onttrekken, waardoor minder water beschikbaar is. Het RIVM heeft becijferd dat, als de huidige groei doorzet, we 30 procent meer drinkwater gebruiken in 2040 dan nu. Dat levert niet alleen uitdagingen op voor drinkwaterbedrijven, de agrarische sector, particulieren en dijkbeheerders; het levert ook risico’s voor de vastgoedsector op.

Door aanhoudende droogte en een daling van de grondwaterstand ontstaat schade aan funderingen wat kan leiden tot scheefstand en scheurvorming in gebouwen. De verwachting is dat de schade aan Nederlandse funderingen tot 2050 verder zal toenemen door klimaatverandering. Dit beperkt zich niet alleen tot Nederland. In Frankrijk zijn de onderhoudskosten van vastgoed in de afgelopen twee decennia door bodemverzakkingen met meer dan 50% toegenomen. Verzekeringsmaatschappijen zijn hierdoor genoodzaakt om hogere verzekeringspremies te rekenen. In Frankrijk zijn funderingen verzekerd via een publieke verzekeringsdekking, maar in Nederland is funderingsschade vaak niet meeverzekerd. Dit betekent dat circa één miljoen onverzekerde huizen en bedrijfsgebouwen in de toekomst met hoge kosten te maken zullen krijgen. Voornamelijk in de Randstad – waar de bebouwingsdichtheid het hoogst is – veroorzaken perioden van extreme droogte verzakkingenDe schade zal in de tientallen miljarden gaan lopen. Ook in Nederland is het daarom essentieel om ons te richten op klimaatadaptatie en toekomstbestendig vastgoed.

 

Stranded assets en de noodzaak tot waterbesparing

De noodzaak tot waterbesparing wordt nog urgenter als gevolg van veranderende regelgeving. De Nederlandse overheid neemt al maatregelen tegen watertekorten en droogte, en er wordt regelmatig een beroep gedaan op burgers voor waterbesparing. In de afgelopen jaren zijn de prijzen voor drinkwater jaarlijks licht verhoogd. Een verdere stijging in de komende jaren is te verwachten. Het niet anticiperen op wijzigingen in wet- en regelgeving of prijsverhogingen van drinkwater, kan leiden tot onnodige kosten. Het levert bovendien een onnodig risico tot ‘stranded assets’ op. Bij stranded assets is te laat gereageerd op ontwikkelingen in de markt en wordt niet meer aan normen voldaan, waardoor de gebouwen aanzienlijk in waarde kunnen dalen. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van nieuwe wet- en regelgeving vanuit de overheid, of het negeren van duurzaamheidseisen vanuit investeerders.

De kracht van duurzaamheid in de sector

Steeds meer vastgoedinvesteerders in Europa en daarbuiten hechten waarde aan een gedegen Environment, Social en Governance (ESG) beleid. Onderzoek toont aan dat investeren in duurzaam vastgoed loont en het wordt steeds duidelijker dat het meewegen van ESG-factoren bij investeringen leidt tot een solide business case. Groene gebouwen vertegenwoordigen meer waarde dan conventionele gebouwen, zijn energie-efficiënt en gebruiken gemiddeld 11% minder water. De totale operationele kosten van groene gebouwen kunnen hierdoor tot 37% dalen en een aantoonbaar duurzaam gebouw kan tot wel 43% meer waard worden. Het is duidelijk dat duurzaamheid een essentieel onderdeel van waardebepaling is geworden. Om inzicht te verkrijgen in de duurzaamheidsprestaties (waaronder waterverbruik) van vastgoed, is het daarom van belang om deze op een strategische manier te analyseren.

Veel investeerders maken daarbij gebruik van de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB). GRESB is een jaarlijks terugkerend onderzoek welke ESG gerelateerde prestaties van vastgoedspelers en hun portfolio’s beoordeelt. Partijen die aan GRESB deelnemen krijgen een beoordeling van 1 tot 5 sterren, wat als communicatiemiddel naar investeerders dient. Waar GRESB gespecialiseerd is in het beoordelen van duurzaamheidsprestaties van complete vastgoedportefeuilles, bieden andere certificeringsschema’s juist een framework voor het inzichtelijk maken van duurzaamheidsprestaties op assetniveau. Deze certificeringen dienen tegelijkertijd als geverifieerde input voor GRESB. Een van de meest gehanteerde certificeringsschema’s voor gebouwen wereldwijd is BREEAM. Aan de hand van de BREEAM beoordelingsrichtlijn wordt een pand beoordeeld op verschillende categorieën, waaronder water. Daarmee kunnen de prestaties van een gebouw vergeleken worden met andere gecertificeerde gebouwen en kunnen maatregelen worden geïdentificeerd om het watergebruik te optimaliseren.

 

Voorbeelden uit de praktijk

Door strengere duurzaamheidsdoelstellingen en eisen vanuit investeerders komt steeds meer druk te liggen op vastgoedeigenaren, beheerders en gebruikers om verantwoord met water om te gaan. Uit BREEAM en GRESB scores – op nationaal en Europees niveau – wordt echter duidelijk dat veel gebouwen nog punten verliezen op het onderdeel water. Het ontbreekt veel gebouweigenaren nog aan een gedetailleerd inzicht in het verbruik van installaties. Daarnaast wordt de opname van meterstanden vaak nog offline gedaan en komt hergebruik van water zelden voor. Zonder verbruiksgegevens kan de bewustwording over het waterverbruik niet worden vergroot en is het moeilijk om passende maatregelen te identificeren. Inzicht kan bijvoorbeeld worden verkregen met slimme meters, sub-meters en automatische lekdetectie waarmee afwijkingen in verbruik worden gedetecteerd. De implementatie van dit soort systemen wordt ook gewaardeerd door de BREEAM beoordelingsrichtlijn. Tot op heden had een lage BREEAM score in de categorie water weinig effect op de beoordeling, maar met de nieuwe versie van BREEAM International 2020 weegt de categorie ‘water’ zwaarder mee. Gebouweigenaren zullen dus meer moeten investeren in beleid en waterbesparende technologieën om een hogere BREEAM score te behalen. Met de nieuwe versie en de introductie van de categorie ‘Bestendigheid’ (Resilience), komt er meer aandacht voor klimaatgerelateerde risico’s en het nemen van noodzakelijke mitigerende maatregelen, aldus Peter Gabriëls, Projectmanager bij Dutch Green Building Council (DGBC).

“Middels deze nieuwe categorie wordt – naast de bestaande overstromingsrisicobeoordeling – ook een risicobeoordeling van alle klimaatgerelateerde risico’s voor het gebouw gestimuleerd, zoals wateroverlast door hevige piekbuien en de gevolgen van droogte. Een extra stimulans is aangebracht met de introductie van zogenaamde ‘Exemplary Credits’, waarmee de vertaalslag van klimaatgerelateerde risico’s wordt gemaakt naar de waarde van het gebouw.“ – Peter Gabriëls, DGBC.

Hoewel waterbesparende maatregelen nog weinig worden toegepast, blijkt de toegevoegde waarde uit de hierboven becijferde kostenbesparingen en stijgende waterprijzen.

Voorbeelden van waterbesparende maatregelen op gebouwniveau zijn bijvoorbeeld zichtbaar in het NOW Building te Hoofddorp. Daar wordt gebruik gemaakt van waterbesparende installaties en appendages, zijn sub-meters geïnstalleerd en wordt hemelwater gebruikt voor het spoelen van de toiletten. Ook vindt buffering van regenwater plaats middels een groendak en is het asset aangesloten op een gescheiden rioleringssysteem. Hiermee wordt de druk op rioolwaterzuiveringen verlicht en wordt rekening gehouden met weersextremen die het reguliere rioolstelsel zouden overbelasten. Het NOW Building ontving mede hierdoor een BREEAM-NL In Use beoordeling van 4 sterren (Excellent).

Ook op het niveau van de organisatie erkennen steeds meer institutionele verhuurders de mogelijkheden en het belang van waterbesparing. Zo heeft Heimstaden zich gecommitteerd aan een portfolio-brede doelstelling van 1 procent waterbesparing per m2 per jaar tot 2030. Door reductiedoelstellingen als deze te formuleren – en dit vervolgens terug te rekenen naar noodzakelijke maatregelen – creëert het bedrijf voor zichzelf de noodzaak om vandaag nog te beginnen met waterbesparing.

Inzetten op waterbesparend en klimaatadaptief vastgoed

Voorspellingen van de UN laten zien dat circa 40% van de wereldbevolking in 2030 te maken zal krijgen met een tekort aan water. Mede daardoor is water een cruciaal onderdeel van de Sustainable Development Goals (SDGs). Zonder water – en zonder acceptabel waterbeheer – kan geen van deze SDG’s bereikt worden. De bouwsector is in Nederland verantwoordelijk voor 30% van het watergebruik, waardoor de vastgoedsector een leidende rol kan innemen als het aankomt op duurzaam waterbeheer. Op de Climate Adaptation Summit van 2021 benadrukte minister Cora van Nieuwenhuizen – van Infrastructuur en Waterstaat – dat ons land zal blijven innoveren om ons watermanagementsysteem verder te verduurzamen. Wetgeving zal nog verder worden aangescherpt en doelstellingen verder worden aangepast. In combinatie met de risico’s die niet-duurzame investeringen met zich meebrengen, zullen bedrijven die onvoldoende inspelen op waterschaarste een groter risico opleveren voor beleggingsportefeuilles. Tegelijkertijd gaat transparantie in duurzaamheidsprestaties een meer significante rol spelen, waardoor inzicht in onder andere waterverbruik nog belangrijker zal worden.

Gelukkig is te zien dat de belangstelling voor duurzaam watermanagement toeneemt bij grote Pan-Europese vastgoedfondsen en lokale vastgoedmanagers. Bewustwording rondom waterverbruik is groeiende, maar er is nog een lange weg te gaan. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties en er is voldoende onderbouwing om hieraan te werken met een gedegen waterbeleid. Inzetten op waterbesparend en klimaatadaptief vastgoed is een essentieel onderdeel van de duurzaamheidsopgave en mag niet langer worden genegeerd.

Bron: Smartvatten en Longevity Partners B.V.