Thomas Rau: Waardeloze gebouwen bestaan niet meer

Het motto van de architect Thomas Rau is guided by the future. Hij laat zich in al zijn handelen leiden door wat er in de toekomst nodig is en niet door wat op dit moment haalbaar is. Rau levert al jaren een grote bijdrage aan de nationale en internationale discussie over duurzaamheid (hoewel hij duurzaamheid eigenlijk ziet als een doodlopende staat, het is circulariteit dat ons verder gaat brengen), het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de architectuur en aan de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffenschaarste, welke volgens Rau niet bestaat.

Thomas Rau is ondernemer, architect, innovator, inspirator en visionair. Rau levert al jaren een grote bijdrage aan de nationale en internationale discussie over duurzaamheid, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de architectuur en aan de vraag hoe te handelen in het licht van de huidige grondstoffen schaarste. Bij zijn woorden voegt hij ook daden; met zijn architectenbureau RAU heeft hij diverse innovaties en nieuwe standaarden opgezet op het gebied van CO2-neutraal, energieneutraal en energiepositief bouwen en recentelijk ook voor de circulaire architectuur.

‘Het goede nieuws is: vastgoed bestaat niet. Sterker nog, vastgoed is eigenlijk losgoed,’ opent Rau zijn verhaal. Wat hij met deze bom van een opmerking bedoelt, legt hij later in dit artikel uit. Wat is in jouw ogen duurzaamheid? ‘Duurzaamheid betekent niets meer dan het optimaliseren van bekende paden. Minder materialen, minder arbeid, minder energie. Maar als je blijft optimaliseren, stijgen de kosten exponentieel terwijl de ontwikkelingsstappen alsmaar kleiner worden. En op een gegeven moment wordt het te duur om te optimaliseren. En dan komt de frustratie om de hoek kijken en de manipulatie krijgt een podium. Kijk naar de Duitse auto-industrie. Duurzaamheid gaat over het faciliteren van eigendom. Dit is niet het antwoord in deze maatschappij waarin zaken fundamenteel anders moeten. Het is niet de tool waarmee we het systeem veranderen. Wat dan wel? Circulariteit! Met circulariteit ontwerp je een nieuw systeem gebaseerd op verantwoordelijkheid. In een circulaire wereld is o.a. de gebruiker niet langer verantwoordelijk voor iets waar hij geen verstand van heeft. Je koop een scherm niet om een scherm te hebben, maar om televisie te kijken. Dat principe geldt ook voor gebouweigendom. En toch krijg je in deze samenleving al snel ongevraagd verantwoordelijkheid voor iets waar je geen verstand van hebt. In mijn ogen hoort die verantwoordelijkheid bij de maker.’ Er wordt veel gesproken over grondstoffenschaarste. Wat is jouw visie hierop? ‘Er is geen lezer die deze aarde ooit levend zal verlaten. Wij zijn tijdelijk en dat betekent dat onze behoeften ook van tijdelijke aard zijn. Datzelfde geldt voor de antwoorden op onze behoeften. Met andere woorden: ieder gebouw, ieder product is een tijdelijk component die een tijdelijke behoefte dient. Om die tijdelijke component te kunnen maken, hebben we materialen nodig. En wat doet de mens? Wij nemen die materialen van de aarde en vergeten dat de aarde een gesloten systeem is. Wat je hebt, heb je. Wat je niet hebt, heb je niet. Is het schap leeg, dan houdt het op. Sterker nog, mensen die spreken over grondstoffenschaarste snappen het nog niet helemaal.

Wanneer je je realiseert dat iets eindig is, zoals alles op aarde, dan praat je over limited editions.

Triodos bank

Een goed voorbeeld van een depot -ofwel remontabel gebouw- is de door Rau ontworpen Triodos Bank in Zeist. ‘Dit is het eerste houten kantoorgebouw ter wereld met 100% remontabiliteit.’ Alle elementen van het gebouw kunnen worden gedemonteerd zonder dat ze hun waarde verliezen en ze kunnen stuk voor stuk opnieuw worden gebruikt. De belangrijkste schakel in dit proces zijn de 165.312 schroeven die in het gebouw zijn verwerkt. ‘Alles kan letterlijk los worden geschroefd. Een waardeloos gebouw bestaat niet meer, het wordt namelijk gefaciliteerd met behulp van waardevolle materialen’. aldus Rau.

Wanneer je je realiseert dat iets eindig is, zoals alles op aarde, dan praat je over limited editions. Dat betekent dat we moeten ontwerpen op een manier dat wanneer er geen behoefte meer is aan dat tijdelijke component we de limited editions er weer uit moeten kunnen halen. Om weer een ander tijdelijk component te maken inderdaad. Dat betekent dat een tijdelijk component ontworpen moet worden als een materiaaldepot. En dat noemen we dan een ziekenhuis, een kast, een auto of een laptop etc.’ Wat betekent dit voor beheerders? ‘Een depot komt tot stand door voor te denken, in plaats van na te denken. Hoe moet ik mijn depot organiseren? Waar moet ik welke materialen plaatsen en hoe moet de verbinding zijn? Want na ons moet iemand al die materialen een-op-een zonder waardeverlies uit het depot halen om er iets anders mee te doen. Het kenmerk van een depot is dat je precies weet wat je hebt: zoveel schroeven, zoveel houten delen enzovoort. Zo creëren we kennis van alle opgeslagen materialen in dit tijdelijke component en kunnen deze materialen nooit afval worden. Het documenteren van deze materialen is ongelooflijk belangrijk.

Daarom hebben wij Madaster -het Kadaster van materialen- opgericht. Met behulp van dit publieke platform kun je zelfs de waarde van die materialen bepalen. En dat is financieel interessant, want je schrijft een gebouw nooit meer af naar nul. Als niemand meer behoefte heeft aan het tijdelijke component, kan ik de waarde van de materialen deactiveren. Dit financiële component is interessant voor vastgoedeigenaren en -beheerders. Ik zei het al: we moeten niet meer in vastgoed denken, maar in losgoed.’ Hoe is Madaster ontvangen? ‘Madaster is drie jaar geleden opgericht en we hebben inmiddels een paar miljoen vierkante meter vastgoed in het systeem geregistreerd. Het platform is afgelopen zomer gelaunchd in Zwitserland en we staan op het punt om het ook in Duitsland en Oostenrijk op de markt te zetten. En we zijn met meer landen bezig. Geweldig, want zo brengen we alle limited editions van onze aarde in kaart. En dat is een must. We hebben namelijk steeds meer gebouwen nodig, terwijl de hoeveelheid materialen niet toeneemt. Maar het is een lange en moeilijke weg, want we bewandelen niet het gebaande pad. Daarom brengen we ook de financiële incentives aan het voetlicht, zo krijgen we meer partijen in beweging.’ ‘Eigenlijk hebben we geen bouwers meer nodig, maar mensen die logistieke processen kunnen organiseren. We moeten van real estate naar mobile estate en uiteindelijk naar human estate, want voor wie bouwen we eigenlijk? De agenda is nog heel lang. Maar met Madaster zetten we een eerste kleine stap in de goede richting.’ Hoe kunnen beheerders deze denk- en handelingswijze toepassen op hun vastgoed? ‘Oude fouten kun je hooguit verzachten. Een bestaand gebouw is geen depot, maar een mijn. Deze moet je in achterwaartse richting inventariseren. En dat kan ook prima hoor, dat hebben wij al vaak gedaan. Voor het Hilton op Schiphol

 

Madaster

Madaster is het publieke online register voor materialen, producten en elementen die in vastgoed zijn toegepast. Het verrijkt gegevens, genereert materiaalpaspoorten voor gebouw(en) en geeft inzicht in de financiële en circulaire waardering en het hergebruik-potentieel van vastgoed. Via Madaster kun je kiezen voor toegang tot applicaties en diensten van derden, zoals taxateurs, marktplaatsen voor herbruikbare materialen en vastgoedbeheerders. Alle informatie is veilig centraal opgeslagen en altijd gemakkelijk en online beschikbaar voor jou en jouw interne en externe relaties.

Oude fouten kun je hooguit verzachten. Een bestaand gebouw is geen depot, maar een mijn. Deze moet je in achterwaartse richting inventariseren. En dat kan ook prima hoor, dat hebben wij al vaak gedaan.

bijvoorbeeld. Het gesprek met de sloper was geen pretje. Voor hem dan. Een sloper weet namelijk allang dat een waardeloos gebouw niet bestaat. In de oude wereld verdiende een sloper twee keer geld. Hij werd betaald voor het slopen zelf en verkocht vervolgens de materialen door. Dit dubbele verdienmodel verdwijnt langzaam naar de achtergrond. In Engeland zijn er al objecten waar slopers voor moeten betalen om het weg te mogen halen. Zo hoort het! Goed, terug naar de beheerder. Wat de beheerder moet doen? De tekeningen pakken, een Madasteraccount nemen, alle materialen registreren en vervolgens de waarde van deze limited editions ontdekken. Zo levert het ook direct een financieel voordeel op. En zoals gezegd moet dat ook, anders kunnen we geen snelheid maken. Gelukkig is het binnen de bestaande wetgeving mogelijk de waarde van materialen op de balans te activeren.

De visie van Thomas Rau op papier

Material Matters is een spannende ontdekkingstocht naar hoe we nadenken over onze rol op aarde. Een revolutionair boek, dat de wereld zoals wij die kennen volledig op zijn kop zet. In negen hoofdstukken vol aansprekende voorbeelden werken Thomas Rau en Sabine Oberhuber stapsgewijs toe naar een nieuw economisch model. Een wereld waarin de consument niet langer eigenaar, maar gebruiker is, materialen rechten krijgen en afval verleden tijd is. Een utopie? Daar lijkt het niet op! Material Matters is verkrijgbaar in het Duits, Engels, Italiaans en Nederlands. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan 40.000 exemplaren verkocht.

 

Heijmans hakt het onderwerp verduurzaming in stukken

verduurzaming Heijmans

CPO Esther Donders vertelt waarom verduurzaming een steeds belangrijkere onderwerp wordt voor Heijmans.

Wat betekent duurzaamheid voor jou? 

‘Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst. Zoals we op deze aarde bezig waren en nog zijn, dat gaat ’m niet meer worden. Maar zo’n transitie naar een duurzame samenleving maak je niet zomaar. Wil je naar bestendige verduurzaming ? Dan moet je nadenken over hoe je dat gaat organiseren en welke systemen je onder de loep moet nemen. Het moet onder de motorkap anders gaan lopen. En ja, daar horen ook andere verdienmodellen bij.’ ‘Circulariteit en duurzaamheid worden vaak door elkaar gebruikt. Een volledig circulaire spijkerbroek die door middel van kinderarbeid in elkaar is genaaid, is niet duurzaam. Hiermee wil ik aangeven dat de focus op circulariteit heel belangrijk is, maar dat je niet je ogen moet sluiten voor de rest. Kijk, natuursteen is op zichzelf best duurzaam. Het gaat immers een hele lange tijd mee. Maar je kunt het in tegenstelling tot een materiaal als hout niet opnieuw planten. Daarbij is er soms sprake van slechte arbeidsomstandigheden in groeves in verre landen. Het is dus zaak een bredere duurzaamheidsbril op te zetten en niet alleen voor circulariteit te gaan. En dat doen we bij Heijmans ook: we zijn makers van een gezonde leefomgeving en circulariteit is daar een aspect van.’

Hoe duurzaam is de bouw inmiddels?

‘Duurzaamheid in de bouw is niet één ding. De supply chain van bitumen is anders dan die van luchtbehandelingskasten. Je hebt te maken met verschillende materialen en verschillende markten. Het ene materiaal komt uit de buurt, het andere moet van een ander continent komen. Daarom hebben wij gezegd: je moet die olifant in stukken hakken. En dan per stuk kijken naar het systeem en de aanpassingen die je zou willen doen. Wij hebben onze olifant zo’n drie jaar geleden in meer behapbare stukken gehakt. In totaal kopen wij zo’n vijfhonderd productgroepen in. Deze hebben we verdeeld in tien clusters van productgroepen. We bekijken per cluster waar de grootste winst op het gebied van verduurzaming en circulariteit te behalen valt en die pakken we aan: de zogenaamde meest materiële issues. Een voorbeeld is de aanpak van het verpakkingsmateriaal. We streven naar een duurzame bouwplaats en toch accepteerden we tot voor kort alle typen verpakkingsmaterialen, ook als verpakken overbodig was. Tel daarbij op dat we aan de voorkant betalen voor de verpakkingen -deze prijs is verrekend in de aanschafsprijs van het materiaal- en dat we dat aan de achterkant -om de verpakkingen af te voeren- nog een keer deden. Met dit inzicht hebben wij de regierol genomen.

Er is geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers ermee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen.

om daarin iets te veranderen. Door dit stukje olifant op te pakken ga je efficiënter naar logistiek en verpakkingsmaterialen kijken, formuleer je vragen en stel je andere eisen aan je leveranciers. Daarbij hebben we vaak het argument gehoord dat het duurder zou worden. Maar niemand heeft mij nog kunnen uitleggen waarom materialen duurder zouden worden wanneer je ze niet verpakt of kiest voor een ander type plastic of minder bedrukking. En het mooie is: dit gaat verder dan het bedrijf Heijmans. De grote leveranciers waar we mee samenwerken veranderen natuurlijk niet alleen hun systeem voor Heijmans, ook andere afnemers krijgen dan hun materialen aangeleverd zonder overtollig of met circulair te verwerken verpakkingsmateriaal.

Wat is er nodig om die impact te maken?

‘Je moet gebruik maken van je inkoopkracht om de regie te pakken en hierop centraal sturen. De inkoopkracht zit in de bundeling van de vraag. Voor jouw beeld: we kopen ongeveer 80% van onze omzet in. Je begrijpt dat wanneer we voor bepaalde materialen en diensten centraal inkopen, we meer impact kunnen maken dan wanneer een projectmanager dat alleen voor zijn eigen werk doet. Een aantal voorbeelden: inmiddels werken we bij Heijmans alleen nog maar met FSC-goedgekeurd hout, zijn we bezig met het circulair krijgen van onze bedrijfskleding en zetten we effectieve stappen richting het gebruik van circulair beton en asfalt. Wanneer je bijvoorbeeld alleen dakpannen maakt, kun je je permitteren alleen naar de supply chain van dakpannen te kijken. Wij verwerken alles. Wij zijn de vragende partij in de supply chain en verwerken producten van derden tot bijvoorbeeld een woning, een snelweg of een theater. We maken dus impact door mét onze partners in gesprek te gaan over de verduurzaming van hun diensten en materialen. Bij de verduurzaming van de bouw is een strategische rol weggelegd voor procurementafdelingen. In de bouw noemen we het vaak inkoop, maar het is zoveel meer dan dat. We zijn juist bezig met de strategische kant en de dag van morgen.’

Is Heijmans in jouw ogen een koploper in duurzaamheid?

‘Zoals de Englsen zeggen is dat “in the eye of the beholder”. Wij hebben in ieder geval wel die ambitie. Er is overigens denk ik geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers er mee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen. En doen is wat mij betreft meer dan het uitvoeren van een pilot. Het wordt namelijk pas echt interessant als je duizend circulaire woningen bouwt. Het gaat erom dat je het bestendig doet, alleen dan is het duurzaam. Gelukkig leren we ook van elkaar, zeker wanneer we in bouwcombinaties werken. Maar bij Heijmans gaat het dus echt om het doen. Ik kan 25 online seminars per week over verduurzaming en circulariteit bijwonen, maar ik geef er de voorkeur aan mijn tijd in te zetten om onze plannen te realiseren.’

Hoe ziet de toekomst eruit van Heijmans?

‘Je kunt niet meteen álles aanpakken. Daarom hebben we twee jaar geleden een aantal bold statements geformuleerd over waar we willen staan in 2023. Als eerste noem ik de verpakkingen nog een keer. We zijn nu twee jaar onderweg en zijn het plan van aanpak aan het uitrollen. Alle afspraken met de supply chain en de afvalverwerkers zijn gemaakt. Het is nu zaak om de komende tijd het gesprek aan te gaan met leveranciers die het lastiger vinden om aan onze circulariteitsambitie te voldoen. Kunnen ze mee? Of moeten we langzaam verschuiven naar andere leveranciers? Hetzelfde geldt voor circulair beton en asfalt. In 2023 willen we dit, in alle gevallen waar de klant erom vraagt, kunnen leveren.

En in 2030 willen we alleen nog maar circulair beton verwerken. Dit geldt ook voor grondgebonden woningen: we zetten in op 100% circulaire grondgebonden woningen in 2023. Daarnaast zijn we volop bezig met lease en as-aservice-concepten. Het eigendom bij een producent houden hoeft op zich niet circulair te zijn, maar het is voor deze producent wel een stimulans om in te zetten op een meer circulair productieproces. Tevens focussen we vol op onze logistiek. In plaats van het wiel op elke bouwplaats opnieuw uit te vinden, maken we met onze partners protocollen om zo duurzaam mogelijk te worden en telkens te verbeteren. Je kunt je voorstellen dat de logistiek rondom veertig kilometer snelweg anders is dan bij binnenstedelijke bouw of het realiseren van een woonwijk in het open veld. Met partners werken we aan verbetering en verduurzaming van dit soort logistieke concepten.’

Heeft deze focus op duurzaamheid & verduurzaming ‑invloed op jouw privéleven?

‘Absoluut. Vorig jaar vlogen mijn man en ik in een privévliegtuigje over de Okavangodelta in Botswana. We zouden daar niet met de auto

Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst.

naartoe kunnen vanwege het moeraslandschap. Maar in de twee uur dat we in het vliegtuig zaten hebben we uitsluitend boven woestijnlandschap gevlogen. De nijlpaarden en krokodillen lagen dakpansgewijs op elkaar in een watertje van het formaat smalle beek. De impala’s liepen over de ruggen van hun predatoren naar de overkant van de beek. Tijdens die vlucht besloot ik dat ik in 2020 mijn vliegkilometers met een derde terug zou brengen en verder mijn vakanties met de fiets zou doen. Corona heeft daar natuurlijk wel een handje bij geholpen, maar anders zou ik deze belofte aan mezelf ook zijn nagekomen. Ik ben bijvoorbeeld net terug van een fietstocht van Maastricht naar Groningen. Verder eten we beduidend minder vlees en zijn we ook thuis in toenemende mate bezig met het terugbrengen van de hoeveelheid verpakkingsmateriaal. Als iedereen -of laten we zeggen de helft van de mensen- een kwart minder vlees zou eten en meer na zou denken over hun vakantiebestemmingen en waar ze hun kleren kopen, dan zou dat al een groot verschil maken.’

De rol van wetgeving

‘Wet- en regelgeving kan een enorme boost geven aan verduurzaming. Kijk maar naar de maatregel dat iedereen van het gas af moet. De markt ging direct in de actiestand. Regelgeving brengt ook een stuk standaardisatie met zich mee. Heel goed, want hoe meet je nou of iets circulair is? En hoe ga je dat aantonen? Heijmans heeft zich aangesloten bij CB23, een platform dat bouwbreed partijen met circulaire ambities met elkaar verbindt. Het streven is om vóór 2023 nationale, bouwsectorbrede afspraken op te stellen over circulair bouwen. Het platform is gelieerd aan vergelijkbare Europese initiatieven zodat we een speelveld krijgen waarin iedereen volgens dezelfde regels aan het spel deelneemt.’

Jazeker, ook vastgoedprofessionals, onze opdrachtgevers, vervullen een belangrijke rol in de supply chain. Stel eens een andere vraag, steek de aanbesteding eens anders in. Dan komen we samen tot veel duurzamer oplossingen.’

Lees hier hoe ING verduurzaming wil versnellen door middel van lage rentes

 

 

 

“Watergedragen lakken hebben de toekomst!”

Dat lakken op waterbasis emissiearm en milieuvriendelijk zijn, is bekend. Maar kunnen ze zich wat betreft oppervlaktekwaliteit en verwerking ook meten met producten op basis van oplosmiddelen? Wie zich in de watergedragen lakken van vandaag de dag verdiept zal merken dat ze dat zeker kunnen – en op sommige vlakken zelfs beter zijn. Leon Cremers, directeur van ADLER Benelux in Heeze, vertelt er in dit interview meer over.

Welke voordelen hebben watergedragen lakken ten opzichte van lakken op basis van oplosmiddelen?

“Moderne lakken op waterbasis hebben inmiddels geen nadelen meer ten opzichte van oplosmiddelhoudende producten – maar wel doorslaggevende voordelen! Als eerste zijn lakken op waterbasis door hun lage VOC-gehalte goed voor mens en milieu. Bovendien bestaan veel watergedragen lakken voor een groot deel uit hernieuwbare grondstoffen. Ook wat betreft de werkomstandigheden bij de verwerker bieden watergedragen lakken veel voordelen: er hangt geen sterke, vervelende geur van oplosmiddelen tijdens het lakken, er is minder brandgevaar en de gezondheidsrisico’s zijn lager – niet in het minst doordat verharders, die isocyanaten bevatten, vermeden kunnen worden. Daarnaast is het verdunnen van lakken en het reinigen van de machines veel eenvoudiger, omdat dit gewoon met water kan worden gedaan. Daarnaast is het afvoeren van verfresten, filters en schoonmaakmateriaal veel minder ingewikkeld.”

“Bovendien bieden watergedragen lakken een duidelijke meerwaarde voor de klant. Hoogwaardige houten meubels staan voor duurzaamheid, voor een milieuvriendelijk binnenklimaat. Hierbij is de afwerking met een lak op waterbasis de kers op de taart, als het ware.”

“Al met al zijn de voordelen van lakken op waterbasis nu al groter dan de nadelen. Dat zal in de toekomst alleen maar meer worden. De wet- en regelgeving omtrent oplosmiddelhoudende producten zal waarschijnlijk strenger worden, en ook de vraag van klanten naar ecologische en duurzame producten zal toenemen. Degenen die hier nu al op inspelen en inzetten op milieuvriendelijke materialen en processen, zullen hiervan profiteren.”

Is er verschil in kwaliteit tussen oplosmiddelhoudende lakken en watergedragen lakken?

“Er bestaan nog steeds veel vooroordelen over lakken op waterbasis: het oppervlak zou gevoelig zijn, het aanbrengen is moeilijk, de lak droogt traag… Dat was vroeger misschien zo – maar inmiddels al lang niet meer. Moderne watergedragen lakken bereiken dezelfde chemische en mechanische weerstand als oplosmiddelhoudende producten, en in sommige gevallen – zoals bij onze meubellak ADLER Bluefin Resist – zelfs zonder toevoeging van verharders. Dit komt doordat lakken op basis van oplosmiddelen vaak 2K verwerkt worden. Watergedragen lakken zijn veel flexibeler: vaak kan één en hetzelfde product 1K én 2K aangebracht worden.”

“Ook op het gebied van droogsnelheid hebben moderne watergedragen lakken hun achterstand ingehaald. De universele meubellak Bluefin Unistar van ADLER kan bijvoorbeeld al na één tot twee uur worden geschuurd en is na een nacht drogen stapelbaar. En wanneer de omstandigheden goed zijn – in het meest ideale geval een droogkamer met regelbare temperatuur en dwarsventilatie – kunnen lakken op waterbasis zelfs sneller drogen dan lakken op basis van oplosmiddelen.”

Is het moeilijk om van oplosmiddelhoudende lakken over te stappen naar watergedragen lakken?

“Nee, helemaal niet. Integendeel, het is relatief eenvoudig. Uiteraard is een verfinstallatie vereist die geschikt is voor lakken op waterbasis, maar aangezien de meeste moderne machines toch al van roestvrij staal zijn, is dat over het algemeen geen probleem. Wel is het handig om een cursus te volgen waarin gebruikers leren hoe ze watergedragen lakken optimaal kunnen verwerken. ADLER biedt dergelijke scholingen ook aan.”

Wat voor watergedragen lakken heeft ADLER in zijn assortiment?

“In ons assortiment vinden verwerkers voor elke toepassing een passende watergedragen lak: in elke gewenste kleur, voor elke ondergrond en in elke glansgraad. Daarnaast hebben we talloze effectlakken op waterbasis in ons assortiment.”

Bestaan er verschillen in prijs tussen lakken op waterbasis en lakken op basis van oplosmiddelen?

“Werken met watergedragen lakken is voordeliger. De prijs per liter van een lak op waterbasis is weliswaar iets hoger, maar doordat er in gebruik minder lak nodig is, is de verwerker uiteindelijk voordeliger uit. Wanneer een watergedragen lak 1K wordt toegepast, kunnen gebruikers tot wel 15 procent besparen. In de toekomst zal dit prijsverschil nog groter worden, omdat lakken op basis van oplosmiddelen steeds duurder worden.” 

Dura Vermeer, Kingspan en LEVS architecten ondertekenen intentieverklaring over materiaalgebonden emissies

Productie van bouwmaterialen veroorzaakt elf procent van alle CO2. Dat moet anders, vinden 54 partijen in bouw- en vastgoedsector en zij werken actief aan reductie. Vandaag zetten Kingspan, LEVS architecten en Dura Vermeer hun handtekening onder de intentieverklaring over ‘materiaalgebonden emissies’, zoals deze broeikasgassen ook wel genoemd worden.

Paris Proof event op de Floriade Expo

De ondertekening van Dura Vermeer vond plaats tijdens het Paris Proof event in The Natural Pavilion op de Floriade Expo Almere. Dura Vermeer neemt serieuze stappen om écht circulair en binnen het CO2-budget te bouwen. Om deze acties nog verder kracht bij te zetten ondertekent zij twee belangrijke duurzaamheidsconvenanten: Het Gideonmanifest Bouwen binnen de grenzen van onze planeet en de intentieovereenkomst Voor een gebouwde omgeving zonder materiaalgebonden emissies. De ondertekening en samenwerking helpen verdere invulling te geven aan de circulaire en CO2-reductie ambities.

v.l.n.r. Ronald Dielwart (Raad van Bestuur, Dura Vermeer), Annemarie van Doorn (Directeur, DGBC), Lizzy Butink (manager duurzaamheid, Dura Vermeer), Jan Willem van de Groep (Gideon)

LEVS architecten ontwikkelt Carbon-based Design Methodiek

De ondertekening van LEVS architecten gaat gepaard met het meetbaar maken van de voetafdruk van haar eigen projecten. Aan de hand van hun Carbon-based Design methodiek kan al vroeg in het ontwerpproces worden gestuurd op meetbare CO2-reductie. Op deze manier kunnen opdrachtgevers en andere partijen worden meegenomen in het maken van keuzes die aantoonbaar impact maken. In een workshop met het hele team heeft LEVS allerlei grote en kleine ingrepen in kaart gebracht die nodig zijn om projecten te laten voldoen aan de doelstellingen voor 2025, 2030 en 2050. In onderstaande video een impressie:

A passion for change bij Kingspan

Bij Kingspan wordt de ondertekening kracht bijgezet door de ambitie zoals uitgesproken in het sustainability report ‘A passion for change’. De weg naar reductie van de materiaalgebonden emissies is al in 2021 ingezet, en met het ondertekenen van de intentieverklaring komt hier versnelling in.

Bekijk de roadmap naar net zero van Kingspan:

Acties voor organisaties in intentieverklaring #BuildingLife

De Intentieverklaring ‘Naar een gebouwde omgeving zonder materiaalgebonden emissies’ blijft open voor nieuwe ondertekenaars, zodat wij als bouw- en vastgoedketen gezamenlijk aan de slag kunnen. In deze intentieverklaring hebben al 54 organisaties aangegeven zich te richten op het minimaliseren van de milieu-impact van de productie- en bouwfase en aan de slag te gaan met het carbonbudget. De intentieverklaring geeft duidelijke actie aan voor organisaties.

Wil jij met jouw organisatie ook jouw ambitie uitspreken? Aanmelden voor het tekenen van de intentieverklaring kan nog steeds. Deze verklaring is onderdeel van het #BuildingLife programma.

Een van de oudste gebouwen op de Zuidas maakt zich op voor een grote transformatie

Nuveen en G&S Vastgoed hebben nog geen huurder aangetrokken voor het kantoorgebouw Prinses Irenestraat 59 in Amsterdam. Dat zegt Sebastian Zwart, portefeuillemanager bij Nuveen Real Estate, desgevraagd bij de aankondiging van de renovatie van het pand. De aanleiding voor de vraag bestaat uit onbevestigde berichten dat Philips voor een kantoor aan de Prinses Irenestraat zou hebben gekozen.

‘Keuze single- of multitenant nog open’

PI59 krijgt 17.800 m2 kantoorruimte verdeeld over zes verdiepingen. Het streven is dat het gebouw de certificaten Breeam Excellent (duurzaamheid) en Wired Score Gold (connectiviteit) krijgt. De oplevering staat gepland voor het voorjaar van 2024. De verhuur is in handen van Van Gool Elburg Vastgoedspecialisten.

Volgens Zwart ligt zelfs nog open of het een single- of multitenant-gebouw moet worden. ‘We zijn met verschillende partijen in gesprek, maar hebben nog geen partijen vastgelegd. Door de grote vloervelden zal het pand gemakkelijk indeelbaar zijn. Beide varianten – één of meer gebruikers – zijn nog mogelijk.’

‘Eén gebouw met deze omvang op deze locatie op dat moment’

Gevraagd hoe de ontwikkelaars het gebouw in de markt zetten, zegt Zwart: ‘De marketing loopt sinds begin dit jaar.’ Een melding op een aanbodsite als Funda in Business ligt volgens hem niet voor de hand. ‘In het voorjaar van 2024 komt er in het centrum van de Zuidas maar één gebouw met deze omvang op de markt. Wie op dat moment deze oppervlakte op deze locatie nodig heeft, weet dat je daarvoor bij Van Gool Elburg moet zijn.’

Goede afspraken over bouwkosten

Huurders van PI59 krijgen toegang tot een dakterras, een verborgen parkeergelegenheid en een horecafaciliteit met terras. Vanuit het gebouw krijgen ze uitzicht op het sportveld. De gevel zal vooral bestaan uit grote raampartijen die zorgen voor transparantie. In deze raampartijen worden te openen ramen geplaatst.

Over de stijgende bouwkosten maakt Zwart zich geen zorgen. ‘Daarover hebben we een tijd geleden al goede afspraken gemaakt. Dat is het voordeel van samenwerken met G&S en Volker Wessels.’ Die partijen behoren tot hetzelfde concern.

Foto M Hofmans

EPEA en Madaster vereenvoudigen het meten van circulariteit binnen de gebouwde omgeving

EPEA en Madaster hebben de handen ineengeslagen om ontwikkelaars, investeerders, bouwers en beheerders van vastgoed en infrastructuur inzicht te geven in de circulariteit van bouwcomponenten en materialen. Door de EPEA materiaal- en productdatabase te koppelen met het Madaster platform wordt het eenvoudiger om de CO2-uitstoot en circulariteit van vastgoed te berekenen en te rapporteren. Zowel de korte- als de langetermijndoelstellingen, zoals voortkomend uit de klimaatakkoorden van Parijs, kunnen beter op haalbaarheid worden getoetst. Bovendien zal het gemakkelijker zijn om te voldoen aan toekomstige wet- en regelgeving.

 

EPEA database voor materialen en producten

Om project specifieke CO2-emissies te berekenen of te bepalen in welke mate een gebouw herbruikbaar is, zijn heel wat complexe gegevens nodig. Eigenaars, planners of bouwers beschikken echter niet altijd over de nodige informatie. EPEA heeft daarom een speciale materiaal- en productdatabase voor Madaster ontwikkeld. De database is beschikbaar voor gebruikers van het Madaster platform, zodat zij de voor hun project vereiste berekeningen individueel kunnen uitvoeren. Zowel de herkomst van het materiaal (secundaire grondstoffen, niet-hernieuwbare primaire materialen, hernieuwbare grondstoffen) als het afvalscenario (hergebruik, recycling, verbranding, storten) zijn in de dataset vastgelegd. Tegelijkertijd kunnen uitspraken worden gedaan over de CO2-voetafdruk over de gehele levenscyclus. Alle gegevens zijn gebaseerd op betrouwbare bronnen en professionele verwerking door EPEA. De dataset omvat momenteel 187 materialen en/of producten, waarmee het de meest uitgebreide dataset is die met deze breedte en diepte beschikbaar is. De reikwijdte van de dataset groeit voortdurend en kan op verzoek worden uitgebreid door gebruikers van het Madaster platform. Dit betekent dat architectenbureaus niet langer alle informatie en parameters in hun modellen hoeven op te slaan, maar de evaluaties zonder veel extra moeite kunnen berekenen dankzij de slimme koppeling met de EPEA database.

 

Circulaire bouw

Het afremmen en uiteindelijk omkeren van de stijging van CO2 in de atmosfeer is een wereldwijde uitdaging. Het klimaatakkoord van Parijs is op dit punt heel duidelijk: 55 procent minder uitstoot tegen 2030 en CO2-neutraliteit tegen 2050 zijn de doelstellingen. Aangezien de bouwsector verantwoordelijk is voor bijna 40 procent van de totale wereldwijde CO2-uitstoot, kan de sector een belangrijke bijdrage leveren door een gezond en circulair gebruik van grondstoffen en materialen. De registratie van materialen en producten is de eerste stap naar een echt circulaire economie – gedreven door gevalideerde en betrouwbare data.

 

Kadaster van materialen

Madaster registreert materialen en gebouwen, net zoals verkaveling en grondbezit bij het kadaster. Materialen worden traceerbaar en blijven oneindig beschikbaar. Vanuit Madaster kan iedereen een webbased materialenpaspoort van zijn gebouw(en) laten maken. Een materialenpaspoort bevat veel informatie over de kwaliteit, herkomst en locatie van materialen en geeft inzicht in de circulariteit en financiële (rest)waarde van een gebouw.

 

 

 

6500 kubieke meter hout voor Amsterdams mediakantoor

Een mix van beton, staal en 6500 m3 hout vormen in Amsterdam Overamstel de belangrijkste onderdelen van het nieuwe hoofdkantoor, ‘Mediavaert’, van DPG Media Nederland. Met een oppervlakte van 44.000 m2 wordt deze nieuwe mediahub, ontwikkeld door Being, het grootste hybride kantoor van Europa.

De parkeergarage, begane grond en kernen van het gebouw zijn van beton en vormen als het ware de ruggengraat van het complex. Daarna gaat de constructie grotendeels over in hout, met houten balken, liggers en een ‘hout-hybride’ vloer. Aannemer BESIX gebruikt hout waar het kan, en staal en beton waar het moet. Dit leidt tot een efficiënt materiaalgebruik en een rap bouwtempo. De houten constructie levert niet alleen een flinke CO2– en tijdsbesparing op, maar geeft het kantoor ook een bijzondere, warme uitstraling.

Het nieuwe houten kantoor aan de Van der Madeweg vormt vanaf 2024 de thuisbasis voor diverse redacties en radiozenders, waaronder de Volkskrant, Trouw, Parool, Qmusic en NU.nl. Het gebouw is speciaal ontworpen voor DPG Media en biedt naast werkruimtes ook testlabs, opnamestudio’s, vergaderzalen, restaurants, een espressobar en een aansprekende eventlocatie aan de waterkant.

6500 kubieke meter hout voor Amsterdams mediakantoor

(Foto: Ossip)

Een wisselwerking tussen vides en andere gedeelde ruimtes zorgt voor een open karakter en veel daglicht. Groenvoorzieningen in, op én rond het gebouw creëren een inspirerende werkomgeving die het welzijn en de gezondheid van de medewerkers van DPG Media bevordert.

Hoogwaardige toepassing

“Ondanks de groeiende aandacht voor de voordelen van houtbouw”, aldus Dirk Dekker, medeoprichter en -eigenaar van Being, “is het gebruik van traditionele bouwmaterialen nog steeds de norm. Mediavaert is een uitstekend voorbeeld van hoogwaardige toepassing van hout op grote schaal. We hopen hiermee als ontwikkelaar bij te dragen aan een nieuwe, duurzamere standaard in de vastgoedsector en daarmee positieve impact te creëren.”

“Dit nieuwe kantoor voor DPG Media”, vervolgt Do Janne Vermeulen, architect en directeur van Team V Architectuur, “laat zien dat je met een duurzame houten constructie een heel bijzonder gebouw kan maken, gericht op gezondheid, groen, daglicht. De keuze voor een hout-hybride constructie draagt in dit geval bij aan een duurzamer gebouw, een snelle bouwtijd én een bijzondere, gezonde, comfortabele werkomgeving. Het is daarmee een ontzettend goed voorbeeld van integrale duurzaamheid.”

Mediavaert is een ontwikkeling van Being in opdracht van DPG Media. Het ontwerp is afkomstig van het Amsterdamse architectenbureau Team V Architectuur, in samenwerking met DELVA Landscape Architecture / Urbanism, ontwerpend constructeur en installatieadviseur Arup en DGMR. Drees & Sommer Netherlands verzorgt het kwaliteitstoezicht van realisatie tot en met oplevering. BESIX Nederland is verantwoordelijk voor de bouw. Naar verwachting wordt Mediavaert begin 2024 opgeleverd.

Meer informatie: www.being.nl  en www.teamv.nl

Bron: persbericht Being

Paul de Ruiter Architects over het Unilver Foods Innovation Center HIVE

Als er ergens aan kop wordt gelopen op het gebied van duurzaamheid, is het in Wageningen. Het energieneutrale Unilever Foods Innovation Center HIVE is met een BREEAM-NL Outstanding certificering het meest duurzame multifunctionele gebouw ter wereld. HIVE is het resultaat van de integrale design & build-samenwerking tussen Paul de Ruiter Architects, Dura Vermeer en DWA. Het energieneutrale gebouw herbergt kantoren, diverse laboratoria, testkeukens en een minifabriek waarin nieuwe producten op kleine schaal worden ontwikkeld en getest. We spreken de architect van het gebouw: Paul de Ruiter.

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar.’

Interactie tussen Unilever en de universiteit

‘Het sleutelwoord is innovatie. In dit gebouw is men dagelijks bezig ons voedsel op een zo duurzaam mogelijke manier op ons bord te krijgen. En daar is onderzoek voor nodig,’ vertelt De Ruiter. ‘Het is dan ook geen toeval dat HIVE op de campus van WUR -Wageningen University & Research- is gerealiseerd. De transparante vormgeving en de strategische centrale ligging van het gebouw op Wageningen campus zorgen voor optimale interactie tussen Unilever en diverse externe partijen. Deze kruisbestuiving wordt ook gefaciliteerd doordat een groot deel van het gebouw publiek toegankelijk is. Zo geeft de komst van het Foods Innovation Centre een extra impuls aan de ambitie van Wageningen om het wereldwijde kennishart van Food en Life Sciences te worden.’

 

Open en verbindend

Daar waar je bij de meeste bedrijfsgebouwen na binnenkomst direct op de receptie afstevent, vind je bij Unilever een uitnodigende bar. In de zes meter hoge publieke hal staan openheid, transparantie en food-beleving centraal. Iedere bezoeker is welkom voor een kop thee of een gezonde lunch met direct zicht op de Pilot Plant, de minifabriek van Unilever. Normaliter blijft een recept het geheim van de chef. Niet in Pilot Plant. Innoveren is delen, weten ze bij Unilever, dus studenten en experts zijn welkom in het gebouw. ‘Unilever wil zich openstellen, wil verbinden. En het ontwerp faciliteert deze gedachte. Neem de centrale trap in het atrium, daar ontmoeten mensen vanuit diverse disciplines elkaar. In dit gebouw worden afdelingen niet strikt gescheiden, op de marketingafdeling weten ze waar productie mee bezig is en vice versa.

De definitie van duurzaam

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar. Bovendien is het ook internationaal goed uit te leggen. Roepen dat je duurzaam bouwt, is zonder bewijs niet zoveel waard. Het maximaal haalbare niveau binnen BREEAM is Outstanding. Dit niveau behaal je door op alle thema’s bewijs van duurzame oplossingen te leveren. Ja, natuurlijk zijn we trots op dit certificaat. Als men over duurzaamheid spreekt, hoor je standaard de termen circulariteit en energiebesparing voorbijkomen. Maar duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Energieneutraal

‘Energieneutraliteit is een hele opgave voor een enorm gebouw als HIVE. Dit hebben we onder meer gerealiseerd met de toepassing van 1.550 zonnepanelen op het dak maar ook zijn de zonnecellen geïntegreerd met het glazen dak. De compacte bouwvorm zorgt voor beperking van energieverliezen. Daarnaast hebben we diverse technieken toegepast om het gebouw zo energie-efficiënt mogelijk te laten functioneren. Een voorbeeld is thermografische aanwezigheidsdetectie. Wordt er geen bezetting gemeten? Dan gaat het licht uit. En ook de hoge isolatiewaarden in zowel het glas, de dichte gevels als de vloer zorgen voor een laag energiegebruik en hoog comfort. Met aandacht voor daglicht, uitzicht op groen, luchtkwaliteit, akoestiek en ergonomie draagt het gebouw bij aan de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.’ ‘Het was een flinke uitdaging om alle ambities en eisen met zo min mogelijk geld te realiseren. Slim samenwerken is de basis. En slim omgaan met materialen is stap twee. Dat betekent: niet teveel materialen gebruiken en vooral de juiste materialen toepassen. We hebben bijvoorbeeld gekozen voor een houten constructie.

‘Duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Natuurlijk hebben we ook beton toegepast, maar dan wel zo min mogelijk en gemaakt van gerecyclede grondstoffen. Om het niveau Outstanding te halen, moet je innovatie toepassen. Een van de innovaties is de genoemde thermografische sensoring. Een tweede voorbeeld is de ionisatie van het binnenklimaat. Deze ionisatie zorgt voor een zeer zuivere lucht. Een mooie bijkomstigheid van deze innovatie is dat HIVE hiermee Coronaproof is gemaakt.’

Verbeteringen in de toekomst

‘Ja, het is mogelijk om tijdens de levensduur van het pand verbeteringen toe te passen. En die komen er ook vast. Ik denk wel dat we deze verbeteringen waarschijnlijk met name op installatieniveau vinden. Gemiddeld genomen houden installaties het zo’n vijftien jaar vol. Tegen die tijd zijn er zonder twijfel weer slimmere producten die HIVE naar een nóg hoger plan trekken.’ De Ruiter vertelt afsluitend: ‘De synergie tussen een bedrijf als Unilever en de universiteit is opmerkelijk en heel positief. En noodzakelijk bovendien. Want het voedselprobleem lossen we alleen met samenwerkingen op. Bijzonder dat wij daar aan hebben mogen bijdragen.’n

Paul de Ruiter studeerde in 1990 af aan de Technische Universiteit in Delft. In zijn PhD-onderzoek stelt hij dat gebouwen energie moeten produceren in plaats van dat ze energie consumeren. Voordat hij zijn eigen kantoor in Amsterdam startte in 1994, werkte hij voor toonaangevende architectenbureaus in Canada, Australië en Nederland. Paul de Ruiter is inmiddels een architect, ondernemer, innovator en inspirator bekend om zijn duurzame, game changing architectuur. Hij draagt bij aan de nationale en internationale discussie rondom duurzaamheid, CO2 -neutraal ontwerpen en certificeringsmethoden voor gebouwen.

Opdrachtgevers en slopers zijn de nieuwe grondstoffenleveranciers

Het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 heeft de ambitie in 2050 een volledig circulaire bouweconomie te realiseren. Dat betekent dat we gebouwen, gebieden en infrastructuur moeten kunnen ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken zonder onnodige uitputting van natuurlijke hulpbronnen en zonder de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Opdrachtgevers en slopers zijn een essentiële schakel in deze omvorming van een lineaire naar een circulaire sector. Wanneer opdrachtgevers slopers de ruimte geven en slopers openstaan voor oogsten in plaats van slopen, zijn zij de onbetwiste aanjagers van deze transitie.

 (Technisch) beheerders hebben als geen ander kennis van bestaande vastgoedvoorraden. Zij weten wanneer een pand gerenoveerd moeten worden en wanneer een locatie op de nominatie komt voor sloop. Hiermee zijn zij een belangrijke schakel in het maken van gemeengoed van circulaire bouwmaterialen. ‘Vastgoedbeheerders en gebouweigenaren zien steeds vaker in dat hergebruik een prima oplossing is. Kabelgoten, toiletpotten, spiegels, brandslanghaspels en hang- en sluitwerk kun je een-op-een hergebruiken. En ook ruwbouwmaterialen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in circulaire varianten,’ vertelt Erik Koremans, Directeur New Horizon Material Balance. New Horizon is gespecialiseerd in het demonteren van gebouwen en zorgt met haar partners voor een flinke retourstroom van geoogste materialen. ‘Om schaalvergroting te realiseren, hebben we echter veel meer donorgebouwen nodig. Ik wil beheerders dan ook oproepen om eens te kijken naar de mogelijkheden van circulair in plaats van lineair slopen. Iedereen wil een nier, maar niemand wil donor zijn. Een uitspraak van onze oprichter die in onze markt meer dan relevant is. Dat heeft te maken met de veronderstelling dat circulair slopen kostbaarder zou zijn, terwijl dat pertinent niet waar is.’

New Horizon

New Horizon gelooft dat de circulaire economie het economische model van de toekomst is. Het primaire doel van deze groeiende organisatie is het leveren van bouwmaterialen die bijdragen aan een circulaire economie. Het bedrijf initieert daartoe nieuwe samenwerkingen, technologische innovaties en systeemveranderingen. Een pronkstuk van New Horizon is de demontage van De Satelliet, een onderdeel van het pand van de Nederlandse Bank in Amsterdam. De Satelliet is in zijn geheel ontmanteld en middels elektrisch vervoer over het water naar een loods in Zaandam overgebracht. De gebouwonderdelen krijgen later dit jaar -wanneer ze worden gebruikt voor de bouw van een zorglocatie in Amsterdam-Noord- een tweede leven. ‘De gebouwbeheerder heeft het aangedurfd op een andere manier naar de waarde van dit gebouw te kijken. Hij zag het gebouw als bron en heeft koos niet voor sloop maar voor hergebruik van dit maatschappelijk vastgoed.’

 

Waarom zou je überhaupt nog slopen?

‘We mogen in Hoofddorp de 100.000 m2 kantoren in Hyde Park ontmantelen ten behoeve van een nieuwe architectonische stadswijk met 3.800 woningen. Sommige van deze kantoren zijn in 2004 gebouwd. Dat dit vraagtekens oplevert -zeker inzake duurzaamheid- begrijpen wij als geen ander. Feit is echter dat dit kantorengebied leeg staat en de belegger dus geen rendement oplevert. Daarnaast kampen we in Nederland met een gigantisch woningtekort. Dat maakt het economische plaatje uitlegbaar. Gelukkig heeft de belegger gekozen voor oogsten in plaats van slopen.’

 

Tegen welke zaken loop je als urban miner aan?

‘In het verleden is nooit gebouwd om terug te nemen. Losmaakbaarheid en terugneembaarheid zijn termen die nu pas een plek krijgen in onze bouwsector. Urban minen zal in de toekomst dan ook vele malen makkelijker worden. Dat neemt niet weg dat we ook met gebouwen waarin tijdens de bouw losmaakbaarheid nog geen issue was ook al enorm veel winst kunnen behalen. Beton is nog steeds het meest gebruikte bouwmateriaal. Dat betekent dat je met circulair beton dus echt impact maakt.’

‘Een ander aspect is de psychologie. Iedere verandering levert in eerste instantie weerstand op. Het duurt even voordat de weerstand verandert in acceptatie. Tuurlijk weten vastgoedbeheerders vaak al dat ze het verschil kunnen maken. Het veranderen van werkwijzen en relaties -denk aan het verbreken van goede relaties met vaste leveranciers van lineaire grondstoffen- is alleen niet altijd eenvoudig. Wanneer je je realiseert dat je met de keuze voor circulair beton een CO2-reductie van 80% realiseert, ziet men het aangaan van nieuwe waardevolle relaties gelukkig wel als een serieuze optie. Maar wij begrijpen ook dat dit tijd vraagt.’

Welke invloed heeft de grondstoffencrisis?

‘De grondstoffencrisis bevestigt onze visie. We moeten veel meer gaan kijken naar wat er lokaal mogelijk is. Waarom zou je grondstoffen uit China halen als alles voor onze neus beschikbaar is? Wij zien de stad als bron. We zien geen appartementencomplexen, maar magazijnen waar grondstoffen tijdelijk liggen opgeslagen. Veel materialen zijn direct her te gebruiken. Als je ze nieuw zou bestellen, zou je exact hetzelfde krijgen. Sta je voor een verbouwing of renovatie? Kijk dan eerst naar wat er circulair beschikbaar is en vul daarna pas aan met lineaire materialen.’

 

Wat is de rol van de overheid?

‘De noodklok inzake CO2-uitstoot luidt al vanaf 1972. En aangezien de uitstoot sinds die tijd vervijfvoudigd is, kan het niet anders dat de politiek zich heel snel hard gaat maken voor vergaande reducties. Wij verwachten dat CO2-uitstoot binnenkort beprijsd gaat worden. Deze economische impuls gaat ervoor zorgen dat lineaire producten duurder worden dan circulaire. Zodra dat gebeurt, verwacht ik dat wij structureel uitverkocht zijn. Gelukkig zijn er steeds meer slopers die het circulaire gedachtengoed met ons delen. Dat is hard nodig, want we kunnen dit niet alleen. Het verschil in werkwijze zit -nu nog- vaak in de manier van aanbieden. Wij hebben geen grote loods waarin we de materialen opslaan. Dankzij samenwerkingen met onze partners, zijn de herwonnen materialen op dezelfde manier verkrijgbaar als lineaire varianten.’

De partners van New Horizon zijn terug te vinden via hun website. Hier zijn de circulaire materialen ook direct te bestellen.