Dit zijn de meest dure gebouwen ter wereld

Dure gebouwen
  1. Abraj Al Bait, Mecca, Saudi Arabia, 15 miljard dollar

 Met een hoogte van 601 meter is Abraj Al Bait het hoogste hotel ter wereld, met een vloeroppervlak van 1.500.000 vierkante meter en een capaciteit voor 100.000 personen. Het complex, ook bekend als de Makkah Royal Clock Tower, werd ontworpen door de in Libanon gevestigde architectengroep Dar Al-Handasah en beschikt over ’s werelds hoogste en grootste klok. De klok heeft een diameter van 43 meter en staat op een hoogte van 530 meter. Er wordt gezegd dat de klok van 30 kilometer afstand zichtbaar is. Het bovenste gedeelte van de klokkentoren is ontworpen door het Duitse architectenbureau SL Rasch en beschikt ook over een 23 meter hoge halvemaan gebouwd van glasvezel-backed mozaïek goud. Dure gebouwen 

Dure gebouwen Signapore

  1. Marina Bay Sands, Marina Bay, Singapore, 5.5 miljard dollar

Marina Bay Sans is het duurste resort ooit gebouwd met de bouwkosten van 5.5 miljard dollar. De constructie bestaat uit drie met elkaar verbonden 55 verdiepingen tellende torens en is gelegen in een gebied van 38 hectare, met het gebouw gefactureerd als ’s werelds duurste op zichzelf staande casino. De bouw werd voltooid in 2010, een jaar later dan gepland als gevolg van escalerende materiaalkosten en een tekort aan werknemers, en werd gecontroleerd door Ssangyong Engineering and Construction contractors, met ontwerp door Moshe Safdie. De architectuur en het ontwerp van het resort zijn allemaal goedgekeurd door feng shui-consultants.

Dure gebouwen sentosa

  1. Resorts World Sentosa, Singapore, 4.93 miljard dollar

De ontwikkeling van Resorts World Sentosa, gebouwd door het Maleisische conglomeraat Genting Group, bestaat uit hotels, casino en een aantal entertainmentattracties zoals het themapark Universal Studios. Het geïntegreerde aquarium van het resort beslaat een oppervlakte van 20 hectare en is het grootste ter wereld, met meer dan 800 soorten dieren. Hoewel de eerste bouw in 2009 werd voltooid, is Resorts World Sentosa verder uitgebreid, inclusief de toevoeging van The Marine Life Park in november 2012. Dure gebouwen 

Dure gebouwen Emirates Palace

  1. Emirates Palace, Abu Dhabi, UAE, 3.90 miljard dollar

Het zevensterren Emirates Palace in Abu Dhabi, geopend in 2005 en ontworpen door de Britse architect John Elliot, dient als het officiële gastenpaleis van de regering van Abu Dhabi en beslaat in totaal 850.000 vierkante meter. Het paleis, dat werd gebouwd als een manier om de Arabische cultuur en luxe gastvrijheid te tonen, bevat naar verluidt 110.000 m3 van 13 verschillende soorten marmer uit China, India, Italië en Spanje, en 1002 Swarovski kristallen kroonluchters.

 

 

Dure gebouwen Las Vegas

  1. Cosmopolitan of Las Vegas, Las Vegas, US, 3.90 miljard dollar 

De Cosmopolitan is een luxe casino en hotelresort aan de Las Vegas Strip, bestaande uit twee hoge torens, beide op 184 meter hoog. Hoewel gebouwd door het in Duitsland gevestigde bankbedrijf Deutsche Bank, werd het later verkocht aan Blackstone Group Corporation in New York voor 1,73 miljard dollar, minder dan de helft van de oorspronkelijke bouwprijs van 3,90 miljard dollar. Ondanks zijn toplocatie en gokvergunning wordt het resort nog steeds beschouwd als een financiële misser nadat het oorspronkelijk in 2008 failliet was gegaan.

Dure gebouwen New York

  1. One World Trade Centre, New York, US, 3.80 miljard dollar

Het One World Trade Center in New York City, beter bekend als de Freedom Tower, werd in 2013 voltooid om de dubbele toren van het oorspronkelijke World Trade Center te vervangen en te herdenken die tijdens de aanslagen van 9/11 vielen. De Freedom Tower dient niet alleen als een sterke herinnering aan de originele Twin Towers, maar dient ook als een industrieel knooppunt, het gebouw is verbonden met het leven in New York City door middel van de metro. Het gebouw heeft 71 verdiepingen aan kantoorruimte. Het stalen en betonnen frame is ontworpen door architect David Childs en heeft ook een herdenkingsmuseum van 9/11 en 17.000 vierkante meter winkelruimte.

Dure gebouwen Wynn Casino

  1. Wynn Resort, Las Vegas, US, 2.70 miljard dollar

Het Wynn Resort is US $ 2,70 miljard en is het zesde grootste hotel ter wereld. Vernoemd naar casino-ontwikkelaar Steve Wynn, heeft het resort verschillende onderscheidingen gewonnen, waaronder AAA vijf diamanten, Mobil vijf sterren, Forbes vijf sterren en Michelin vijf sterren rating. De Wynn beschikt ook over verschillende ‘primeurs’ voor resorts, zoals het eerste Las Vegas casino met een autodealer en de eerste die zowel een kamersleutel als een frequentiekaart voor een casino combineert in een enkele kaart. De ontwikkeling, die voor het eerst werd aangekondigd in augustus 2001 en de bouw in 2005 voltooide, zal ook in 2020 worden uitgebreid met de toevoeging van Wynn Paradise Park voor de geschatte kosten van US $ 1,5 miljard, inclusief extra hotelkamers en een lagune van 35 hectare. Dure gebouwen 

  1. Venetian Macau, Macau, China, 2.40 miljard dollar

Het Venetiaanse Macau ligt direct tegenover nummer 9 in de lijst, City of Dreams, en is qua oppervlakte het grootste casino ter wereld en tevens het zevende grootste gebouw ter wereld. Het resort, dat officieel werd geopend op 28 augustus 2007, beschikt over 170.000 vierkante meter casinoruimte met 3.400 gokautomaten en 800 goktafels. Daarnaast heeft het resort een zogeheten Cotai Arena met 15.000 zitplaatsen voor het organiseren van entertainment en sportevenementen. Het resort staat bekend om luxe en uitbundigheid, waaronder de Presidente Paiza 12-bay suite met vier slaapkamers, en is ontworpen door gerenommeerde architectenbureaus Aedas en HKS, Inc.

 

  1. City of Dreams, Macau, China, 2.4 miljard dollar

Het City of Dreams combineert het hotel met het casino en heeft een stijl met vier torens: Crown Towers Hotel, het Hard Rock Hotel en het Grand Hyatt Macau (dat twee torens overspant). Het drie verdiepingen tellende podium biedt meer dan 200 winkelfaciliteiten en 128.000 vierkante meter aan casinoruimte. Als onderdeel van de ontwikkeling van The City of Dreams is in 2017 een vijfde toren gebouwd, onder leiding van architect Zaha Hadid. Deze toren heeft veertig verdiepingen en heeft ongeveer 780 kamers, suites en sky-villa’s.

 

  1. Princess Tower, Dubai, UAE, 2.17 miljard dollar

Vanaf mei 2012 is de 414 meter hoge Princess Tower in Dubai het hoogste woongebouw ter wereld, volgens Guinness World Records. Naast de beruchte Burj Khalifa is het het op een na hoogste gebouw in Dubai en beschikt het over 763 wooneenheden, waaronder appartementen met één, twee en drie slaapkamers, appartement met 2 woonlagen en hoogwaardige penthouses. De bouw aan Princess Tower, eigendom van Tameer Holding Investment, begon in 2006 en werd voltooid in juli 2012. Dure gebouwen

 

Ook interessant… De projecten in Dubai die de skyline opnieuw definiëren

 

Gigantische transformatie stadshart Eindhoven

De Ontwikkelvisie Fellenoord/Internationale Knoop XL is door de gemeenteraad Eindhoven unaniem vastgesteld en goedgekeurd voor verdere ontwikkeling. KCAP ontwerpt en regisseert voor en samen met de gemeente Eindhoven de ontwikkelvisie voor de transformatie van de monofunctionele stationsomgeving tot een toekomstbestendig, levendig en gemengd stadsdeel.

De Ontwikkelvisie Fellenoord/Internationale Knoop XL, het stedenbouwkundig plan van KCAP voor de ontwikkeling van het noordelijk deel van de spoorzone in Eindhoven, wordt het toekomstig hart van Brainport Eindhoven en versterkt de positie van de regio op nationaal en internationaal niveau. Het Rijk en de Provincie Noord-Brabant zijn daarom nauw betrokken bij de ontwikkeling van het plan.

Binnen Eindhoven speelt de spoorzone een sleutelrol in de groei van de stad. Het plan zal het circa 55 hectare grote stationsgebied transformeren tot een gemengd binnenstedelijk stadsdeel met een multimodaal vervoersknooppunt inclusief een nieuw busstation. Fellenoord wordt een aantrekkelijke omgeving voor rond 6500-7500 nieuwe woningen en een innovatiedistrict voor bedrijven uit de sectoren technologie, design en kennis. Gebouwen krijgen levendige plinten voor bedrijfsfuncties en publieke programma’s, de grote diversiteit aan woningen is gepland aan prettige straten, pleinen en groengebieden en hoogwaardige groene openbare ruimten vormen interactiemilieus voor de uiteenlopende doelgroepen.

Frank Werner, stedenbouwkundige en directeur van KCAP: 

Deze grootschalige ontwikkeling van de spoorzone zal barrières overbruggen en alle delen van de stad opnieuw met haar hart verbinden. Het zal de motor worden van het Eindhoven van de 21e eeuw.

De visie voorziet in een doorwaadbare stadswijk met een stationsomgeving die zowel bewoners als bezoekers verwelkomt met een multimodaal knooppunt en hoogwaardige verblijfskwaliteit. De breedte van verkeersader Fellenoord wordt teruggebracht van zeventig naar veertig meter zodat een aangename, oversteekbare stadsboulevard ontstaat. Het busstation aan de noordzijde van het station speelt een cruciale rol in het terugdringen van het autoverkeer en wordt ontwikkeld tot een comfortabel openbaar vervoersknooppunt. Met een verdiepte busterminal ontstaat op maaiveldniveau ruimte voor een tweede stationsplein. Een nieuwe oostelijke stationsentree sluit aan op het riviertje de Dommel en de Technische Universiteit Eindhoven.

 

Uniek voor de plek is het aanwezige landschap aan de weerszijden van de Dommel. Door het vergaand vergroenen van het gebied en de aanleg van nieuwe groen-blauwe structuren wordt de lokale identiteit versterkt. De groene oevers van de Dommel dienen als stedelijk recreatiegebied.

In de Ontwikkelvisie Fellenoord komen verschillende ambities en thema’s op het gebied van duurzaamheid bij elkaar: klimaat, energie en circulariteit. Allen met als doel om Fellenoord klimaatbestendig en energieneutraal te maken, te voorzien van 100% energie uit duurzame bronnen en van nieuwe circulaire concepten voor bouwmaterialen.

Volgens de ontwikkelvisie wordt Fellenoord verdicht tot een hoogstedelijk gemengd gebied met een nieuw netwerk van hoogwaardige openbare ruimten en routes voor fietsers of voetgangers. De ontwikkelstrategie is adaptief en zoekt naar allianties tussen publieke en private partijen om synergie te creëren en winsten terug te laten vloeien in het gebied. Met het besluit van de gemeenteraad is akkoord gegeven op de stip aan de horizon voor de ontwikkeling van Fellenoord Eindhoven.

 

Atos en HDF Energy ontwikkelen datacenter op groene waterstof

Atos en HDF Energy gaan een volledige end-to-end oplossing ontwikkelen om datacenters te voorzien van groene waterstof die uit hernieuwbare energie is gewonnen. Zij willen in 2023 het eerste datacenter introduceren dat volledig op groene waterstof draait.

Op dit moment worden Atos’ datacenters voor 55 procent van energie voorzien uit emissievrije en hernieuwbare energiebronnen, ten opzichte van 32 procent in 2019. Nu werkt het bedrijf toe naar een end-to-end groene datacenter-oplossing door de ontwikkeling van hardware, software en integratiediensten die het mogelijk maken de elektriciteit te exploiteren die door groene waterstof wordt geproduceerd, zodat dit kan worden gebruikt in datacenters. HDF Energy zal de energiecentrale van energie voorzien in de vorm van voorspelbare hoeveelheden elektriciteit met behulp van high-powered fuel cells. Deze cellen worden van elektriciteit voorzien door groene waterstof die voortkomt uit de conversie van elektriciteit opgewekt met zonne- of windenergie.

De oplossing van Atos bestaat uit een softwarelaag om de energiebehoefte van een datacenter te voorspellen en de energiebron (groene waterstof) hierop aan te passen. Dit complexe proces is niet alleen gebaseerd op de activiteiten en de omvang van datacenters, maar houdt ook rekening met externe data over weersomstandigheden, zoals weersvoorspellingen.

 

Hieraan voegt Atos de expertise van HDF toe, dat als producent van supercomputers in Europa aan de basis heeft gestaan van innovaties die de energieconsumptie van systemen beperken. Een voorbeeld hiervan is de gepatenteerde oplossing Direct Liquid Cooling (DLC), die de energieconsumptie in supercomputers reduceert door het gebruik van heet water tot 40°C, en het aanbod op het gebied van Smart Energy Management, onderdeel van het HPC software-portfolio, dat wordt ingezet om energieverbruik te beheren en prestaties te verbeteren om te waarborgen dat HPC-systemen van klanten zo efficiënt mogelijk en met een minimale CO2-voetafdruk kunnen opereren.

Op basis van zijn expertise op het gebied van hoogwaardige waterstoftechnologieën heeft HDF een nieuw type energiecentrale ontwikkeld die naar eigen zeggen “uiterst stabiel, niet vervuilend en zeer concurrerend” is in vergelijking met generatoren die op fossiele brandstoffen draaien. De beperkingen die door overheden aan de energieconsumptie van datacenters worden gesteld, zijn geïncorporeerd in het ontwerp van Renewstable. Damien Havard, CEO van HDF: “Dit stelt ons in staat het hoogste serviceniveau te bieden aan afnemers”.

 

Podcast & video: Vattenfall laat ‘klimaatondernemers in vastgoed’ aan het woord

De bestaande bouw is verantwoordelijk voor 40% van het totale energieverbruik in Nederland. Om de doelen van het Parijse Klimaatakkoord te behalen, moet dat verbruik met twee derde omlaag. De vastgoedsector staat voor de uitdaging om te verduurzamen, maar: wat is de beste strategie? En hoe houdt u de kosten zo beheersbaar mogelijk?

Video ‘Klimaatondernemers in vastgoed’

Vattenfall heeft achter de schermen meegekeken bij twee woning­corporaties die het duurzaam ondernemen écht in de vingers hebben. En die het verduurzamen van woningen – en hun eigen kantoren – niet als een bedreiging zien, maar als een kans. Wassenaarsche Bouwstichting en Rijnhart Wonen zijn echte Klimaatondernemers. Wat is hun strategie? Voor welke maatregelen hebben ze gekozen? En hoe zorgen ze ervoor dat ze zo kosteneffectief mogelijk te werk gaan? Bekijk hier de video

 

Podcast ‘Klimaatondernemers aan het woord’

In de podcast ‘Klimaat­ondernemers aan het woord’ gaat Vattenfall verder de diepte in bij het beantwoorden van de vraag: ik moet mijn vastgoed verduurzamen, maar wat is de beste strategie? We praten hierover met Piet van den Bout, Directeur van Wassenaarsche Bouwstichting en Michael Tijssen, Directeur van Rijnhart Wonen. Ook krijgen we tips en adviezen van tafelgast Arjan Bunnik, duurzaam­heids­manager Vastgoed bij Vattenfall. Bekijk hier de video

 

Paul de Ruiter Architects over het Unilver Foods Innovation Center HIVE

Als er ergens aan kop wordt gelopen op het gebied van duurzaamheid, is het in Wageningen. Het energieneutrale Unilever Foods Innovation Center HIVE is met een BREEAM-NL Outstanding certificering het meest duurzame multifunctionele gebouw ter wereld. HIVE is het resultaat van de integrale design & build-samenwerking tussen Paul de Ruiter Architects, Dura Vermeer en DWA. Het energieneutrale gebouw herbergt kantoren, diverse laboratoria, testkeukens en een minifabriek waarin nieuwe producten op kleine schaal worden ontwikkeld en getest. We spreken de architect van het gebouw: Paul de Ruiter.

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar.’

Interactie tussen Unilever en de universiteit

‘Het sleutelwoord is innovatie. In dit gebouw is men dagelijks bezig ons voedsel op een zo duurzaam mogelijke manier op ons bord te krijgen. En daar is onderzoek voor nodig,’ vertelt De Ruiter. ‘Het is dan ook geen toeval dat HIVE op de campus van WUR -Wageningen University & Research- is gerealiseerd. De transparante vormgeving en de strategische centrale ligging van het gebouw op Wageningen campus zorgen voor optimale interactie tussen Unilever en diverse externe partijen. Deze kruisbestuiving wordt ook gefaciliteerd doordat een groot deel van het gebouw publiek toegankelijk is. Zo geeft de komst van het Foods Innovation Centre een extra impuls aan de ambitie van Wageningen om het wereldwijde kennishart van Food en Life Sciences te worden.’

 

Open en verbindend

Daar waar je bij de meeste bedrijfsgebouwen na binnenkomst direct op de receptie afstevent, vind je bij Unilever een uitnodigende bar. In de zes meter hoge publieke hal staan openheid, transparantie en food-beleving centraal. Iedere bezoeker is welkom voor een kop thee of een gezonde lunch met direct zicht op de Pilot Plant, de minifabriek van Unilever. Normaliter blijft een recept het geheim van de chef. Niet in Pilot Plant. Innoveren is delen, weten ze bij Unilever, dus studenten en experts zijn welkom in het gebouw. ‘Unilever wil zich openstellen, wil verbinden. En het ontwerp faciliteert deze gedachte. Neem de centrale trap in het atrium, daar ontmoeten mensen vanuit diverse disciplines elkaar. In dit gebouw worden afdelingen niet strikt gescheiden, op de marketingafdeling weten ze waar productie mee bezig is en vice versa.

De definitie van duurzaam

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar. Bovendien is het ook internationaal goed uit te leggen. Roepen dat je duurzaam bouwt, is zonder bewijs niet zoveel waard. Het maximaal haalbare niveau binnen BREEAM is Outstanding. Dit niveau behaal je door op alle thema’s bewijs van duurzame oplossingen te leveren. Ja, natuurlijk zijn we trots op dit certificaat. Als men over duurzaamheid spreekt, hoor je standaard de termen circulariteit en energiebesparing voorbijkomen. Maar duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Energieneutraal

‘Energieneutraliteit is een hele opgave voor een enorm gebouw als HIVE. Dit hebben we onder meer gerealiseerd met de toepassing van 1.550 zonnepanelen op het dak maar ook zijn de zonnecellen geïntegreerd met het glazen dak. De compacte bouwvorm zorgt voor beperking van energieverliezen. Daarnaast hebben we diverse technieken toegepast om het gebouw zo energie-efficiënt mogelijk te laten functioneren. Een voorbeeld is thermografische aanwezigheidsdetectie. Wordt er geen bezetting gemeten? Dan gaat het licht uit. En ook de hoge isolatiewaarden in zowel het glas, de dichte gevels als de vloer zorgen voor een laag energiegebruik en hoog comfort. Met aandacht voor daglicht, uitzicht op groen, luchtkwaliteit, akoestiek en ergonomie draagt het gebouw bij aan de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.’ ‘Het was een flinke uitdaging om alle ambities en eisen met zo min mogelijk geld te realiseren. Slim samenwerken is de basis. En slim omgaan met materialen is stap twee. Dat betekent: niet teveel materialen gebruiken en vooral de juiste materialen toepassen. We hebben bijvoorbeeld gekozen voor een houten constructie.

‘Duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Natuurlijk hebben we ook beton toegepast, maar dan wel zo min mogelijk en gemaakt van gerecyclede grondstoffen. Om het niveau Outstanding te halen, moet je innovatie toepassen. Een van de innovaties is de genoemde thermografische sensoring. Een tweede voorbeeld is de ionisatie van het binnenklimaat. Deze ionisatie zorgt voor een zeer zuivere lucht. Een mooie bijkomstigheid van deze innovatie is dat HIVE hiermee Coronaproof is gemaakt.’

Verbeteringen in de toekomst

‘Ja, het is mogelijk om tijdens de levensduur van het pand verbeteringen toe te passen. En die komen er ook vast. Ik denk wel dat we deze verbeteringen waarschijnlijk met name op installatieniveau vinden. Gemiddeld genomen houden installaties het zo’n vijftien jaar vol. Tegen die tijd zijn er zonder twijfel weer slimmere producten die HIVE naar een nóg hoger plan trekken.’ De Ruiter vertelt afsluitend: ‘De synergie tussen een bedrijf als Unilever en de universiteit is opmerkelijk en heel positief. En noodzakelijk bovendien. Want het voedselprobleem lossen we alleen met samenwerkingen op. Bijzonder dat wij daar aan hebben mogen bijdragen.’n

Paul de Ruiter studeerde in 1990 af aan de Technische Universiteit in Delft. In zijn PhD-onderzoek stelt hij dat gebouwen energie moeten produceren in plaats van dat ze energie consumeren. Voordat hij zijn eigen kantoor in Amsterdam startte in 1994, werkte hij voor toonaangevende architectenbureaus in Canada, Australië en Nederland. Paul de Ruiter is inmiddels een architect, ondernemer, innovator en inspirator bekend om zijn duurzame, game changing architectuur. Hij draagt bij aan de nationale en internationale discussie rondom duurzaamheid, CO2 -neutraal ontwerpen en certificeringsmethoden voor gebouwen.

Erasmus Universiteit Rotterdam investeert in nieuw circulair onderwijsgebouw

Onder het motto ‘Building new perspectives’ investeert het College van Bestuur (CvB) van Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) in een toekomstbestendige en duurzame Campus Woudestein. Naast het Polak Building wordt een nieuw multifunctioneel onderwijsgebouw gerealiseerd met diverse onderwijsruimten, studie- en werkplekken en ontmoetingsruimten. Het gebouw wordt volgens de principes van circulair bouwen gerealiseerd en is geheel energieneutraal en klimaatbestendig. Bovendien wordt er een innovatief ventilatiesysteem toegepast dat gebruik maakt van zonnewarmte en wind. Hierdoor is er bijna geen energie nodig om het gebouw te ventileren. De voorbereidende grondwerkzaamheden zijn inmiddels gestart. Naar verwachting wordt het gebouw in het collegejaar 2022-2023 in gebruik genomen.

Het circulaire onderwijsgebouw van 8.500m² wordt een van de duurzaamste universiteitsgebouwen van Nederland. Met deze impuls geven we verdere invulling aan onze ambities om een duurzame en levendige campus te realiseren voor onze studenten en medewerkers.

Ellen van Schoten. lid College van Bestuur EUR

Campus in Ontwikkeling, fase III

De plannen voor deze nieuwbouw maken onderdeel uit van het programma Campus in Ontwikkeling, dat enige jaren geleden door EUR is geïntroduceerd om een plek te creëren waar het fijn studeren, werken en ontspannen is: duurzaam en toekomstbestendig. Vanwege de enorme groei was er behoefte aan extra onderwijsruimte die flexibel aan te passen is aan de manier waarop onderwijs gegeven wordt. In het Polak gebouw kan dat al. Dit nieuwe multifunctionele onderwijsgebouw biedt nog meer ruimte om samen te werken, goed onderwijs te faciliteren en te studeren op een manier die past bij de student. En dat alles in een duurzame en groene omgeving, die bijdraagt aan het welzijn van de gebruikers. De totale investering inclusief de bouw van dit onderwijsgebouw gaat ongeveer 40 miljoen euro kosten.

EUR heeft het ontwerp, de ontwikkeling en realisatie van dit nieuwe multifunctionele onderwijsgebouw gegund aan de samenwerking tussen BAM Bouw en Techniek – Projecten, Paul de Ruiter Architects, Buro Harro landschapsarchitect, Halmos Adviseurs en LBP|SIGHT. Doorslaggevend voor de keuze was de kwaliteit van het plan, het open en transparante ontwerp, de flexibiliteit van het gebouw en de hoge mate van duurzaamheid.

 

Ontwerpen vanuit de gebruikers

In dialoog met studenten en de universiteit heeft Paul de Ruiter Architects, de gebruikerswensen vertaald naar een eigentijds gebouw, dat een natuurlijke connectie heeft met de campus en het naastgelegen Polak Building, ook een ontwerp van zijn hand. Transparante gevels zorgen voor verbinding met de omgeving en natuurlijk daglicht. Veel groen en houten detailleringen zorgen voor een warme en aangename beleving en natuurlijke frisse lucht.

Het was leuk om deel uit te maken van het proces en te zien hoe de architect onze ideeën heeft verwerkt in het ontwerp. Met als resultaat een ruime keuze aan studieplekken met veel licht. Gecombineerd met planten geeft het een huiselijk gevoel.

Elena Linkweiler. student Global Business & Sustainability Erasmus University

Circulair onderwijsgebouw

Het zes verdiepingen tellende gebouw, waar dagelijks zo’n 3.000 studenten zullen verblijven, blinkt uit in duurzame keuzes en wordt circulair gebouwd. Dit betekent dat zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van gerecyclede materialen. Sloopmateriaal van andere gebouwen van de EUR wordt hergebruikt. Net als materiaal uit andere panden die door BAM worden gerenoveerd of gedemonteerd. De constructie van het atrium wordt in houten boomstammen uitgevoerd. In de gebruiksfase krijgt circulariteit een gezicht door QR codes in het gebouw die meer informatie geven over de toegepaste duurzame technieken.

Copyright Paul de Ruiter Architects – Beeld is impressie van de werkelijkheid

Powered by nature

Het nieuwe onderwijsgebouw is door een slimme en integrale ontwerpstrategie energieneutraal met een extreem lage energieprestatiecoëfficiënt. Om dit te bereiken is er een revolutionair nieuw natuurlijk ventilatie principe toegepast, waarbij windkracht en zonnewarmte de drijvende kracht zijn achter het ventilatiesysteem. Dit natuurlijk aangedreven systeem bespaart enorm veel energie en levert tegelijkertijd veel meer frisse lucht dan gebruikelijk is in gebouwen. Dit zorgt voor een aangenaam binnenklimaat van het multifunctionele gebouw. Daarnaast produceert het gebouw duurzame energie door zonnecellen op het dak en maakt het gebruik van duurzame warmtepompen en koude en warmte opslag in de grond om het gebouw te koelen en te verwarmen.

Flexibel naar de toekomst

Het gebouw is flexibel en aanpasbaar naar toekomstig gebruik door een opzet van grote open vloervelden zonder kolommen. De indeling van het onderwijscomplex is hierdoor helder, overzichtelijk en flexibel. De ruimtes kunnen eenvoudig multifunctioneel gebruikt worden door bijvoorbeeld het verschuiven van tussenwanden. Denk aan andere hybride werk- en onderwijsvormen en virtueel onderwijs. Zelfs de databekabeling is hierop voorbereid. Bovendien kan het gebouw in de toekomst aangepast worden aan wijzigende gebruikerswensen zonder grote sloop of herstelacties.

The Flow Amsterdam slimste gebouw van 2020

The Flow, gelegen in de Amsterdamse Houthavens aan ’t IJ, is van top tot teen een ècht smart building. Niet voor niets werd het gebouw tijdens de laatste Real Estate Future Proof Awards dan ook bekroond als slimste gebouw van 2020.  Het circa 6.800 m2 zwarte diamantvormige gebouw telt zes verdiepingen en fungeert als multi-tenant kantoorpand. The Flow Amsterdam is zo ingericht dat de bezoeker en de gebruiker er in de ‘flow’ kunnen komen en alles vanzelf lijkt te gaan.

The Flow dankt de prestigieuze vastgoed award onder andere aan de implementatie van het alles overkoepelende smart building platform DARWIN®.  Als het intelligente brein van The Flow verbindt DARWIN® alle systemen, apparaten en applicaties in en om het gebouw. Daarbij denkt het aan energie, efficiëntie, comfort en gezondheid. Door alle systemen op die manier aan en met elkaar te verbinden heeft DARWIN® een intelligent en zelfsturend gebouw gecreëerd dat op basis van ‘’If this then that’’ scenario’s kan opereren.

Menselijk lichaam

De mensen achter DARWIN® maken graag de vergelijking met het menselijk lichaam. Hierbij worden de verschillende systemen en apparaten in het gebouw gezien als de organen, verbonden door het centraal zenuwstelsel: het IT netwerk. DARWIN® is daarbij het integrale en overkoepelende platform dat als centraal brein alles bij elkaar brengt.

Zo is The Flow getransformeerd in een volledig geautomatiseerd en zelfsturend gebouw waarin maar liefst 21 systemen via DARWIN® aan en met elkaar zijn verbonden.

The Flow is het eerste gebouw in Nederland waar DARWIN® een toegangscontrole systeem heeft gekoppeld op basis van camera’s met gezichtsherkenning. Het gebouw kan betreden worden door middel van gezichtsherkenning waarbij direct de lichaamstemperatuur van de gebruiker gemeten wordt (COVID-19). Diezelfde gezichtsherkenning wordt in The Flow gebruikt om toegang te verlenen tot bepaalde verdiepingen en/of ruimtes. Zelfs de aankopen die gedaan worden in het restaurant bij The Flow kunnen middels gezichtsherkenning worden afgerekend.

In mei 2020 werden de inspanningen al beloond door het behalen van het WELL CORE V2 Platinum certificaat. Nu kan daar dus de contech-proptech award voor slimste gebouw 2020 aan toe worden gevoegd.

Bron: DARWIN

ASR Dutch Core Residential Fund slaat duurzame energie op via batterijen voor woningportefeuille

a.s.r. real estate heeft namens het ASR Dutch Core Residential Fund een lease-overeenkomst gesloten met Iwell voor het plaatsen van batterijen voor de opslag van duurzame energie in woningcomplexen. a.s.r. real estate heeft de ambitie om in 2050 Paris Proof te zijn. De samenwerking met Iwell draagt bij aan dit doel en aan de verdere verduurzaming van de woningportefeuille. Deze maand zijn de eerste batterijen geplaatst in woningcomplexen in Amersfoort, Utrecht en Nieuwegein. Op korte termijn worden de batterijen verder uitgerold over minimaal vier extra woningcomplexen van het ASR Dutch Core Residential Fund.

Duurzaam energieverbruik

Het Iwell Cube batterijsysteem slaat duurzaam opgewekte stroom op en kan worden aangesloten op zonnepanelen. Hierdoor wordt de belasting op het energienetwerk verlaagd. Door het verminderen van de piekbelasting kan daarnaast gebruik worden gemaakt van een kleinere netaansluiting.

Inmiddels heeft het ASR Dutch Core Residential Fund circa 5.000 zonnepanelen op daken van woningcomplexen geplaatst. De batterijen worden waar mogelijk aangesloten op deze zonnepanelen waardoor het rendement van de panelen verder wordt verhoogd. Als er te weinig energie of geen energie wordt opgewekt door de zonnepanelen, wordt de batterij opgeladen op momenten dat de stroom zo schoon mogelijk is. Op deze wijze wordt het energieverbruik van het woningfonds van a.s.r. real estate verder verduurzaamd.

Robbert van Dijk, fund director ASR Dutch Core Residential Fund: 

De inzet van batterijen is voor het ASR Dutch Core Residential Fund een belangrijke stap in haar energietransitie. De batterijen dragen niet alleen bij aan het beter benutten van zelf opgewekte energie, maar ook aan het verbruik van duurzame energie in het algemeen. Daarnaast kunnen we onze huurders een kleine besparing aanbieden op de servicekosten.

Bron A.S.R. real estate

Gemeenten, Rijk en marktpartijen geven circulair en conceptueel bouwen impuls met City Deal

Nederland streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, waarbij in 2030 ons primaire grondstofgebruik al met de helft is afgenomen. Bovendien dient de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent te zijn gedaald ten opzichte van 1990. Tegelijkertijd kent ons land een enorme bouwopgave: de komende jaren moet een miljoen woningen gerealiseerd worden om aan de vraag naar woonruimte te kunnen voldoen.

Deze twee opgaven kunnen elkaar versterken als ze in samenhang worden opgepakt. Doordat de bouwsector 40% van alle grondstoffen verbruikt en 40% van de nationale CO2-uitstoot veroorzaakt, is door slim circulair en conceptueel bouwen duurzaamheidswinst te behalen, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van het bouwtempo of de betaalbaarheid van woningen. Sterker nog, het bouwtempo kan omhooggaan terwijl de klimaatambities versneld gehaald worden. Een aantal steden, provincies, private partijen en kennisinstellingen slaat daarom samen met het Rijk de handen ineen om de gezamenlijke ambities kracht bij te zetten in de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. De City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen We gaan van de bouwsector een drijvende kracht maken voor de circulaire economie. Dat is de ambitie van de partners in de City Deal, die op 17 december van start is gegaan. De komende jaren zal veel moeten veranderen in de manier waarop en de materialen waarmee we bouwen. De City Deal wil laten zien dat circulair en conceptueel bouwen kunnen bijdragen aan de betaalbaarheid en de voortgang van de bouwopgave, mede door het grote aantal innovaties in bouwproducten en -processen die deze deal met zich mee brengt. Gezamenlijk gaan de partners aan de slag met verschillende bouwsystemen, waarbij demontabel en biobased bouwen centraal staan. Er wordt ook gezocht naar nieuwe waarderingsmethoden om circulair en demontabel bouwen betaalbaar en financierbaar te maken. Door de brede vertegenwoordiging van partijen in de deal, worden individuele ambities vertaald in gezamenlijke doelen en projecten. Zo draagt de bouwsector bij aan de circulaire economie en dragen innovatie en duurzame bouwtechnieken bij aan een waardevolle gebouwvoorraad.

De partners in de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen zijn:

Steden: Leiden, Den Haag, Almere, Utrecht, Leeuwarden, Nijmegen, Amersfoort, Dordrecht

Provincies: Zuid-Holland, Flevoland

Rijksoverheid: LNV, BZK (BFR, B&E, WM), I&W

Private Partijen: Dura Vermeer, Van Wijnen, BAM, Bouwfonds Property Development (BPD), ASN Bank, Madaster Services Netherlands, Sustainer Homes, Sweco Nederland, ITMOOS, New Horizon, Urban Climate Architects, Finch Buildings, Cepezed projects, Rc Panels

Kennisinstellingen: Universiteit Utrecht (Urban Futures Studio), Hogeschool van Amsterdam, TU Delft (The Green Village) en de Hogeschool Utrecht

Netwerkorganisaties: Netwerk Conceptueel Bouwen, Platform31, Cirkelstad, De Bouwcampus, Stichting C-creators, iCircl, Holland Houtland, Dutch Green Building Council

Vereniging van Woningcorporaties: Aedes

 

Over City Deals

City Deals zijn een thematische samenwerking tussen gemeenten, Rijk, private partijen, kennisinstellingen en andere organisaties waarin op basis van gelijkwaardigheid gewerkt wordt aan innovatieve oplossingen voor complexe stedelijke opgaven. De samenwerking stimuleert begrip, ontkokering en kennisuitwisseling. Het concept van de City Deal is vijf jaar geleden ontstaan in het programma Agenda Stad van het ministerie van

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Inmiddels zijn 25 City Deals ondertekend rond diverse multidisciplinaire vraagstukken, zoals elektrische deelmobiliteit, maatwerk in het sociaal domein, klimaatadaptatie en stedelijk voedselbeleid. City Deals zijn in diverse onderzoeken van o.a. het Planbureau voor de Leefomgeving en de NSOB aangemerkt als krachtige voorbeelden van bestuurlijke innovatie. In 2019 werd City Deals een Best Practice-certificaat toegekend tijdens de European Public Sector Awards.

Lees meer over City Deals.