NEN 3140 keuring, ook voor uw vastgoed?

NEN 3140 keuring

Polissen van verzekeraars worden met regelmaat onderworpen aan een update. Helaas belandt belangrijke informatie niet zelden in de kleine lettertjes. Neem het voldoen aan de NEN 3140 keuring, want periodieke inspectie aan laagspanningsinstallaties voorkomt naast discussie over de dekking bij schade vooral ook risico voor mens en vastgoed. We spreken Ronald Brik, eigenaar van BJH Safety Services.

 

“Het gebeurt vaak dat wandcontactdozen worden overbelast door verlengblokken waar magnetrons en andere energievreters op zijn aangesloten.”

 

Veilig vastgoed

“Als vastgoedeigenaar bent u verplicht te zorgen voor een veilige situatie voor uw huurders en gasten. Periodieke inspectie van installaties is daarom ongelooflijk belangrijk. Door beschadigingen en veroudering tijdig aan het licht te brengen en te verhelpen, kunnen we risico’s voorkomen. De NEN 3140 keuring is speciaal voor bestaande installaties in het leven geroepen. De frequentie van de inspectie is afhankelijk van een aantal factoren waaronder gebruik, omvang en ouderdom van de installatie en kan uiteenlopen van eens per jaar tot eens per vijf jaar.”

Bewustwording

“Tijdens de keuring wordt de installatie geïnspecteerd om beschadigingen, overbelasting en onjuist gebruik vast te stellen. Naast een visuele inspectie van de installatie vindt onder meer een groot aantal metingen, tests van aardlekschakelaars en een thermische controle van overbelasting in meterkasten plaats. Wat we zoal tegenkomen? Dat is heel divers. Van kapotte aardlekschakelaars tot overbelasting van warmtepunten en andere levensbedreigende gebreken. Tijdens de keuring meten we overigens niet alleen de meterkast volledig door, we doen ook een visuele controle in het pand. Het gebeurt vaak dat wandcontactdozen worden overbelast door verlengblokken waar magnetrons en andere energievreters op zijn aangesloten. We maken gebruikers bewust en zorgen voor een functionele en veilige oplossing voor de gebruikerswensen. Een ander onderdeel van de NEN 3140 is de controle van arbeidsmiddelen. Dat zijn -simpel gezegd- alle apparaten waar een stekker aan zit. We keuren deze middelen op onder meer lekstromen om onveilige situaties volledig uit te sluiten.”

Wilt u meer informatie over de NEN 3140 keuring? Kijk even op BJH Installatietechniek

 

 

AI en war-on-talent zorgen voor een transitie in de kantorenmarkt

Vastgoed maakt niet alleen een gigantische mechanische transitie door, maar ook een sociale. De trend is dat er bij het ontwikkelen van nieuwe kantoren en werkplekken -mede door corona, technologie, klimaatverandering, war on talent en AI- steeds vaker en beter gekeken wordt naar de sociale wetenschap. Reden genoeg voor de vastgoedwereld om de waarde van een goed kantoor te herdefiniëren. Een hele interessante tijd om op wetenschappelijk niveau met de nieuwe werkplek bezig te zijn. Omdat veel organisaties nog steeds de verkeerde vragen stellen, praten we met Sophie Schuller en Valerie Schumacher van Cushman & Wakefield.

Sophie is vastgoedspecialist en neuropsychologisch onderzoeker in het Occupier Strategy-team van Cushman & Wakefield in Nederland. Al meer dan achttien jaar begeleidt ze (internationale) corporates met strategisch advies en grote veranderprogramma’s. Valerie is werkplekstrateeg in het Total Workplace team van Cushman & Wakefield. De twee experts helpen organisaties om onderbouwde en vooral mensgerichte keuzes te maken bij strategische huisvestingsvraagstukken. Dus niet meer beginnen met de vraag Hoe krijg ik mijn werknemers terug naar kantoor, maar Waarom wil ik mijn werknemers terug naar kantoor?

Vanuit het perspectief van de organisatiestructuur is dit een van de eerste keren dat IT, vastgoed en HR moeten samenwerken. Je kunt IT en vastgoed niet meer scheiden. Naar de werkomgeving is altijd veel onderzoek gedaan, maar de laatste jaren is er veel meer wetenschappelijk bewijs dat aantoont dat de beleving van een plek een enorme impact heeft op gezondheid, welzijn, productiviteit en het aantrekken van talent. Cushman & Wakefield gaat verder dan de theorie. Getuige Helix, een van de meest vooruitstrevende kantoren van Nederland. Voor Sophie en Valerie is Helix een living lab en zijn hun collega’s geweldige proefkonijnen. In dit interview praten we over hun eerste bevindingen.

Living lab Helix

Helix is een duurzaam kantoorgebouw waarin beweging, ontmoeting en verbinding centraal staan. Sophie: ‘We doen onderzoek naar vier belangrijke pijlers: menselijke gezondheid en welzijn, verbinding en prestaties, technologie en slimme gebouwomgevingen en ESG. Hierbij staat het gebruik van objectieve gegevens centraal. De meeste onderzoeken op dit gebied komen van oudsher uit de sociale wetenschap. En dat is echt enquêteren, vragen stellen dus. Natuurlijk is het enorm waardevol om mensen te vragen wat ze denken, maar als neurofysioloog weet ik dat wat mensen over zichzelf weten zeer beperkt is. De ervaring van werken op kantoor op maandag is meestal radicaal anders dan op vrijdag. We richten ons daarom echt op die objectieve dataset.’

Feiten zijn de basis

‘We zijn in staat om in een kantooromgeving via een draagbaar apparaat de hartslagvariabiliteit te meten. Ik kan de temperatuur met één graad verhogen en real time op een zeer specifieke tijd-ruimtelijke frequentie zien welke invloed deze verhoging heeft op mijn hartslagvariabiliteit. Ik kan vervolgens ook de impact meten die dat op de productiviteit heeft. In termen van e-mail of laptopgebaseerde activiteit, kan ik de impact meten op de manier waarop je samenwerkt en communiceert. Er is nu zelfs technologie die met een hoge mate van nauwkeurigheid aan de hand van hoe hard je typt en hoe je de muis gebruikt stress kan vaststellen. Deze objectieve gegevens combineren we met kwalitatieve gegevens en dat geeft ons een veel rijker beeld.’

Hybride werken

Er wordt bij Cushman ook specifiek gekeken naar de manier waarop mensen communiceren en samenwerken wanneer ze vanuit huis werken. Tijdens de lockdownperiode heeft de organisatie dan ook veel geleerd. ‘Bij terugkeer naar kantoor hebben we gekeken naar de veranderingen en het verschil in hoe mensen communiceren en samenwerken. Een aantal interessante bevindingen die we hebben opgedaan, is dat mensen die thuis werken de neiging hebben om in zeer hiërarchische structuren te acteren. Als we fysiek samenwerken, zijn we veel meer verbonden. Dan heb ik in de wandelgangen en de kantine namelijk ook contact met iemand van administratie of HR. De organisatorische infrastructuur wordt veel platter en onze netwerken dichter. Dat betekent dat informatie sneller stroomt en innovatie meer voor de hand ligt. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer je het gevoel hebt dat je bij de organisatie hoort, hoe invloedrijker je bent. Maar dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat je vijf dagen per week fysiek op dezelfde locatie moet werken.’

Het kantoor is nooit af

‘Het ideale kantoor bestaat niet. We richten ons daarom niet op het einddoel, maar op het proces. En dat proces moet continu voor verbetering zorgen. Als je als huurder op zoek gaat naar een nieuw gebouw, dan kun je ervan uitgaan dat een periode van drie jaar nodig is, vanaf het eerste idee tot de verhuizing. Van de mensen die in je organisatie werken, kun je ervan uitgaan dat tegen die tijd 50% een andere baan heeft. Dus als ik de mensen die nu voor me werken ondervraag voor een gebouw dat ik over drie jaar nodig heb, is dat eigenlijk zinloos.’ Valerie vult aan: ‘Ik denk dat het enige einddoel flexibiliteit is. Hoe kunnen we die flexibiliteit inbrengen en ervoor zorgen dat het kantoor over vijf jaar net zo relevant is als nu? In Helix zien we nu een toename van teams uit andere locaties. Dit hadden we niet verwacht, maar door de vele overloopruimtes, sociale harten en flexibele ruimtes zien we dat het eigenlijk nog steeds voor ons werkt.’

‘Het flexibel inrichten van je kantoor kun je op twee manieren doen. De eerste manier is dat je het meubilair voortdurend verandert. De tweede manier is via de ervaring van de hostess. Een hostess kijkt voortdurend naar hoe de ruimte wordt gebruikt en niet naar wat er wordt gebruikt. We richten ons veel meer op gedifferentieerde ervaringen. Dus als het café niet werkt, laten we het café niet opnieuw inrichten, maar kijken naar gerelateerde mogelijkheden. Misschien werkt een sapbar wel? Dit lijkt een dure hobby, maar wij zijn ervan overtuigd dat organisaties dit middels een lager personeelsverloop terugverdienen.’ Sophie bekrachtigt: ‘Veel van onze klanten hebben een personeelsverloop van 30% tot 50%. Dat betekent dat ze elke twee jaar een gloednieuw team hebben. Dát is pas duur! Als je dat met 20 tot 30% kunt verminderen, is dat een exorbitante besparing. We zijn nu aan het onderzoeken of hybride werken van invloed is op de omzet, het personeelsverloop, het aantal ziektedagen en de tijd die iemand nodig heeft om van junior naar senior te groeien. Binnenkort kunnen we de kosten van een goed kantoor en werkstrategie naast de opbrengsten van een goed kantoor leggen.’

Te weinig aandacht voor bewegen, rust en kunst

‘Er zijn drie aandachtspunten die vaak onderbelicht zijn bij het ontwikkelen van goede werkplekken.

Beweging

Het oude kantoor is te comfortabel. Deze kantoren zijn ontworpen om aan je bureau te gaan zitten en daar zo lang mogelijk te blijven. In Edge hebben ze daarom een loopkamer waar de hele vloer beweegt. Er is maar één koffiebar zodat iedereen in beweging moet komen.

Rust

Er zijn in kantoren te weinig ruimtes om uit te rusten. In Helix hebben we verschillende soorten stoelen gebruikt waarin je stress kunt verminderen en zijn bijvoorbeeld alle scheidingswanden bedekt met planten. We weten uit onderzoek dat als je uitkijkt over een natuurlijk uitzicht, je je cognitieve vermogen aanzienlijk verbetert. Slimmer creatief problemen oplossen, beter geheugen.

Kunst

Kunst bepaalt je stemming. Als je een traditioneel en saai kantoor binnenkomt, heeft dat invloed op je gevoel. In Helix zijn er veel rare hoekjes. Vanuit academische literatuur weten we dat je veerkrachtiger en opgewekter bent als je in creatieve omgeving bevindt.’

Brandmeldinstallatie onderhoud, wat zijn de regels?

In Nederland zijn er strikte regels omtrent het onderhoud van brandmeldinstallaties.

Het onderhoud vindt plaats aan de hand van de NEN 2654-1(en de NEN 2654-2 voor ontruimingsalarminstallatie type A). Dit is de landelijke norm die geldt voor het onderhouden van een BMI. De NEN2575-1 +C1 is de NEN normering voor ontruimingsinstallaties. NEN 2654-1 geeft eisen voor het beheer, de controle en het onderhoud van autonome brandmeldinstallaties in gebouwen, waarbij de apparatuur en de bekabeling niet wordt geïntegreerd met andere installaties, met uitzondering van de brandbeveilingsinstallaties zoals omschreven in NEN 2535 + C1:2010 hoofdstuk 7.

Conform deze norm moet een brandmeldinstallatie minimaal eenmaal per jaar door een erkend bedrijf geïnspecteerd en getest worden. Ook Daarnaast moet het bedrijf aan de hand van de inspectiebevindingen een rapport opstellen waarin eventuele defecten worden vermeld. Het is belangrijk dat alle brandmeldinstallaties in goede staat verkeren, om zo optimaal te kunnen functioneren in geval van brand. Bedrijven die niet voldoen aan de NEN 2575 norm riskeren boetes of zelfs strafrechtelijke vervolging. Neem daarom altijd contact op met een erkend bedrijf als u twijfelt over het onderhoud van uw brandmeldinstallatie. Daarnaast moet de brandmeldinstallatie ook met minimale frequentie systematisch worden getest en geïnspecteerd om ervoor te zorgen dat alles daadwerkelijk werkt zoals het hoort. Dit moet gebeuren door een opgeleid persoon ( BBMI , Beheerder Brandmeldinstallaties) en dit zijn de maandelijkse en 4-maandelijkse testen.

Het is van groot belang dat brandveiligheid een topprioriteit heeft in iedere organisatie. Helaas komt het vaak voor dat brandmeldinstallaties niet goed onderhouden worden, waardoor ze niet optimaal functioneren. Wanneer er sprake is van een brand, is het cruciaal dat de brandmeldinstallatie snel en correct reageert. Daarom is het belangrijk om te weten wat de regels zijn met betrekking tot brandmeldinstallaties. Allereerst moet iedere brandmeldinstallatie jaarlijks door een erkend bedrijf gekeurd worden. Dit bedrijf zal de installatie grondig testen en eventuele problemen oplossen. Daarnaast moet elke organisatie een noodplan hebben met instructies over hoe te handelen wanneer de brandmeldinstallatie afgaat. Tot slot is het belangrijk om regelmatig testuitslagen bij te houden, zodat je kunt zien of de installatie optimaal functioneert. Door deze regels te volgen, kun je ervoor zorgen dat je brandveiligheid op orde is en dat je brandmeldinstallatie optimaal werkt.

Basro is een  specialist en kan je verder helpen met het onderhoud van de brandmeldinstallatie.

 

 

Welke verplichtingen heb je voor de brandmeldinstallatie op kantoor

Als eigenaar/beheerder van een kantoor, heb je een aantal verplichtingen als het gaat om brandveiligheid. Het belangrijkste is om een brandmeldinstallatie te installeren. In de brandmeldinstallatie zullen alle brand gerelateerde gegevens worden verzameld en die informatie kan worden gebruikt om brandrisico’s zo veel mogelijk te verminderen. De brandmeldinstallatie moet ook met minimale frequentie systematisch worden getest en geïnspecteerd om ervoor te zorgen dat alles daadwerkelijk werkt zoals het hoort. Dit moet gebeuren door een opgeleid persoon ( BBMI , Beheerder Brandmeldinstallaties) en dit zijn de maandelijkse en 4-maandelijkse testen. Dit is cruciaal voor een goed werkende brandmeldsysteem en biedt veiligheid in je kantooromgeving.

brandmeldinstallatie (BMI)

Wanneer je een brandmeldinstallatie (BMI) in je kantoorgebouw moet installeren, is dat afhankelijk van de zelfredzaamheid en het risicoprofiel van de personen die aanwezig zijn. Een brandmeldinstallatie is vooral nodig wanneer zonder deze installatie een brand niet direct kan worden opgemerkt (onoverzichtelijk), een gebouw niet beroepbaar is of wanneer brandveiligheidsvoorzieningen niet kunnen functioneren zonder brandmeldinstallatie.

Voor een doeltreffende brandmeldinstallatie, is het noodzakelijk dat je rekening houdt met factoren zoals de hoogte van het gebouw, de oppervlakte en het aantal bouwlagen. Als je verplicht bent tot het installeren van een brandmelding Installatie, dan moeten ook een ontruimingsalarminstallatie en ontruimingsplan worden geïnstalleerd om ervoor te zorgen dat alle personen in veiligheid aankomen in noodgevallensituaties.

Wanneer moet je een brandmeldinstallatie op kantoor installeren?

Natuurlijk staat alle informatie in het Bouwbesluit 2012, maar het vergt veel juridische kennis. In verband met brandveiligheid zijn brandmeldinstallaties met ruimtebewaking, zoals uiteengezet in NEN 2535, verplicht gesteld voor kantoorgebouwen wanneer de loopafstand tussen een verblijfsruimte en een plek waar vanuit meer dan één richting kan worden gevlucht groter is dan 10 meter, het totale vloeroppervlak van deze ruimten meer dan 200 m² is of er meer dan 2 verblijfsruimten aan de enkele vluchtroute grenzen. Dit om ervoor te zorgen dat het mogelijk blijft om brand te voorkomen en te ontsnappen bij noodgevallen.

Uit de tabel blijkt dat bij kantoor als het gebruiksoppervlak groter is dan 500 m², moet er een niet-automatische brandmeldinstallatie worden geïmplementeerd wanneer de vloer van een verblijfsruimte meer dan 4,1 m boven meetniveau ligt. Doormelding naar de brandweer is hierbij niet vereist. Zo ook bij bijeenkomstfuncties waarbij de vierde bouwlaag hoger dan 4,1 m boven meetniveau ligt; een automatische brandmeldinstallatie is voorgeschreven maar er hoeft geen doormelding plaats te vinden.

Verplichtingen noodverlichting in kantoor en bedrijfspanden

Verplichtingen noodverlichting in kantoor en bedrijfspanden

Noodverlichting in kantoren en bedrijfspanden is een belangrijk onderdeel van de veiligheidsvoorzieningen. Het is verplicht om een noodverlichtingssysteem aan te brengen in elk bedrijfspand dat open is voor het publiek. Noodverlichting dient 24/7 stand-by te zijn en moet automatisch aangaan wanneer er een lokale een storing optreedt of het elektriciteitsnet wegvalt. Uw noodverlichting moet ook voldoen aan gestelde eisen met betrekking tot de lichtintensiteit, de duur van de verlichting en de batterij- of generatorsysteem. In geval van een black-out zal het noodverlichtingssysteem ervoor zorgdragen dat er voldoende licht aanwezig is om het gebouw veilig te verlaten. Om ervoor te zorgen dat het systeem optimaal functioneert heeft de rijksoverheid beschreven dat de noodverlichting jaarlijks gekeurd/gecontroleerd dient  te worden door een erkende organisatie.

Verplichtingen aan noodverlichting

Het licht moet dus automatisch inschakelen wanneer er een stroomstoring is, het licht moet minimaal 60 minuten branden, het licht mag niet flikkeren en het licht moet helder zijn. Noodverlichting dient ook geplaatst te worden op strategische plekken in het pand, zodat iedereen altijd duidelijk kan zien waar ze naartoe moeten gaan in geval van een noodsituatie. Noodverlichting is een veiligheidsproduct en dus een belangrijk onderdeel van de veiligheidsvoorzieningen in een bedrijfspand. Zorg ervoor dat je aan alle eisen voldoet voordat je Noodverlichting aanbrengt in je pand.

 

Checklist noodverlichting

  • Pictogrammen conform NEN 6088 (bestaande bouw), NEN 3011 (nieuwbouw of aanpassing)
  • Reeks vluchtroute-aanduidingen geven snelste weg naar de nooduitgang?
  • Vluchtrouteaanduiding bij nooduitgangen aangegeven?
  • Vluchtrouteverlichting nabij elke uitgang die bedoeld is voor geval in nood?
  • Traptreden en niveauverschillen direct aangelicht?
  • Vluchtrouteverlichting nabij elke richtingsverandering en elke kruising of splitsing van gangen?
  • Vluchtrouteverlichting aan de buitenzijde nabij elk nooduitgang naar buiten?
  • Brandbestrijdingsuitrusting, brandmelders en EHBO-posten met minimaal 5 lux aangelicht?
  • Vluchtrouteverlichting in elk invalidetoilet inclusief voorportaal?
  • Op een vluchtroute, vanuit een ruimte de kortste weg naar buiten met minimaal 1 lux op de vloer?
  • Anti-paniekverlichting (0,5 lux in ruimte . 60m2 bij eis bouwbesluit 1 lux) aangebracht?
  • Risicovolle werkplekken voorzien van noodverlichting met minimaal 15 lux?

nieuwe handreiking monitoring voor corporatiemedewerkers

Bron: Stroomversnelling

De nieuwe Handreiking Monitoring van Stroomversnelling geeft corporatiemedewerkers een helder en breed beeld van wat er mogelijk is met monitoring. De handreiking is niet zozeer gericht op koplopers of IT-specialisten, maar veel meer bedoeld voor mensen die niet dagelijks met monitoring te maken hebben.

Meer dan de EPV

De Handreiking Monitoring gaat over energieprestatie-monitoring in de breedste zin van het woord, dus niet alleen over de vraag hoe je data verzamelt in het kader van de Energieprestatievergoeding. Er worden use cases behandeld die verband hebben met de energietransitie, maar daarnaast kan monitoring bijvoorbeeld ook worden ingezet voor (besparing op) onderhoud van installaties of voor benchmarking. Er is ook ruime aandacht voor het implementatieproces, van uitvraag tot gebruik en aansluiten bij bestaande processen.

Stroomversnellers Maarten Hommelberg, Marten Witkamp en Rens Verbruggen hebben de handreiking geschreven in samenwerking met tal van Stroomversnelling lidbedrijven. Ze geven een korte toelichting op de ontstaansgeschiedenis en op de inhoud van de handreiking.

Use cases voor corporaties

Marten Witkamp: “De eerste Stroomversnelling publicaties over monitoring gingen nog over het uitvinden van de juiste route, met name voor koplopers op het gebied van EPV-monitoring. In die fase heeft Stroomversnelling er vooral voor gezorgd dat de wensen van corporaties goed konden landen bij de aanbieders. Deze nieuwe handreiking laat zien dat we inmiddels in een vervolgfase zitten: op basis van praktijkervaringen wordt uitgelegd waar we nu staan met monitoring. We doen dat – hopelijk – op een toegankelijke manier, op basis van de concrete use cases voor woningcorporaties. Dan heb je het over inzicht voor de bewoner, inzicht in het technisch functioneren van installaties, benchmarking, monitoren rond prestatiegaranties, preventief onderhoud en als laatste het slim aansturen van installaties, wat nog een beetje in de sfeer zit van toekomstmuziek.”

Geen Bentley maar Volkswagen Golf

Rens Verbruggen: “Toen we begonnen met deze handreiking hebben we bedacht wat er in de basis van een monitoringssysteem moet zitten, even los van de EPV. Als je daar vat op hebt kun je beginnen met het optuigen van een simpele en goedkope basis-oplossing. Daarna kun je het systeem stapsgewijs uitbreiden. We zeggen altijd dat EPV-monitoring in feite de Bentley onder de monitoring-oplossingen is, terwijl de slimme meter wat meer in de buurt komt van een oud Dafje. Met de basis die we in deze handreiking beschrijven mikken we daar tussenin, zeg maar op een Volkswagen Golf.”

Maarten Hommelberg: “De handreiking bevat een diagram – een pagina vol kleurtjes – waarin wordt samengevat wat de verschillende use cases zijn, van eenvoudig naar complex, en wat je nodig hebt om op een betaalbare manier eenvoudig te beginnen. Een belangrijk technisch verschil dat we maken zijn oplossingen gebaseerd op interne en externe sensoren. Kort door de bocht: externe sensoren zijn in principe duurder, maar ook nauwkeuriger dan de interne sensoren die door de fabrikant in een installatie worden ingebouwd.”

Marten Witkamp: “Maar zodra we dit diagram op papier hadden, realiseerden we ons dat er ook partijen zouden komen die kiezen voor een ‘hybride’ aanpak. Dus een combinatie van interne en externe sensoren, om zo te besparen op de kosten en toch een hoge nauwkeurigheid te krijgen. En we hadden het nog niet bedacht, of we vingen op dat partijen dit nu al doen in de praktijk. Je gaat dan bijvoorbeeld één op de tien omvormers meten met een externe kWh-sensor. Dit soort ontwikkelingen illustreert vooral dat we nog maar net aan het begin staan van de optimalisatie van monitoring.”

Rens Verbruggen: “Toen we een paar jaar geleden begonnen met het thema monitoring waren er nog niet veel fabrikanten die de mogelijkheid boden om de interne sensoren uit te lezen. Inmiddels zijn er meerdere aanbieders die dat beginnen te standaardiseren en de data-protocollen openstellen, waardoor het steeds minder moeite kost om installaties uit te lezen. Anders gezegd: het besef dat je meerwaarde kunt creëren door data te delen breekt steeds meer door bij de aanbieders. Dat is een verschuiving, die in de toekomst zal doorzetten. Het hele gebied is dus nog steeds in beweging en in die zin gaat deze handreiking echt over monitoring anno nu.”

Meer weten en downloaden van white paper>>

Delabie

Georges DELABIE, sanitaire groothandelaar in Parijs, neemt in 1928 de leiding over een gieterij in Friville, gelegen aan de Somme. Hier ontwikkelt hij hoofdzakelijk kranen en vloerhevels voor badkamers en keukens.
De volgende generaties streven steeds naar een groei van het familiebedrijf, maar willen de identiteit van het merk en de uitmuntende kwaliteit bewaren.
DELABIE beslist al snel de huishoudelijke markt achter zich te laten en zich te positioneren als specialist voor de publieke gebouwen. Ook vandaag is dit nog steeds de hoofddoelgroep.
De investeringen in Onderzoek en Ontwikkelingen zorgen er na verloop van tijd voor dat het merk staat voor hoogstaande kwaliteit. In minder dan een eeuw wordt DELABIE een onmiskenbare speler in de niet huishoudelijke markt van sanitair.
De DELABIE groep is vandaag Europees leider in kranen en sanitaire toebehoren voor publieke gebouwen en ontwikkelt zich internationaal verder door de opstart van filialen en overnames van bedrijven die toelaten het aanbod uit te breiden.

Brandveilig vastgoed voor ouderen

brandbeveilig vastgoed

Nederland vergrijst in hoog tempo. Volgens het CBS waren er in 2012 2,7 miljoen 65-plussers. In 2041 zullen dat er twee miljoen meer zijn. Veel senioren blijven (semi-)zelfstandig wonen. Een goede ontwikkeling, maar wel een die aandacht behoeft. Want hoe zorgen we bijvoorbeeld voor een optimale brandveiligheid voor onze ouderen? Brandveilig vastgoed


Ronald Brik is eigenaar van BJH Safety Services en specialist op het gebied van brandveiligheid: “Natuurlijk, veel 65-plussers zijn nog heel vitaal, maar er is ook een groeiende groep ouderen die met mobiliteitsproblemen kampt. Hoe maakt deze groep zich uit de voeten bij brandgevaar?”

Brandveiligheid op verschillende niveaus

“De toenemende vergrijzing dwingt ons in het treffen van extra voorzieningen. Waar ik op doel? Denk bijvoorbeeld aan een stallingsmogelijkheid voor de scootmobiel of elektrische fiets. Want midden in de gang geparkeerd, belemmeren deze de vluchtgang. Het is aan corporaties om over voorzieningen na te denken en de brandveiligheid van woningen te verhogen. Dat kan op verschillende niveaus. Er is voor elk type woning een brandveiligheidspakket samen te stellen. Natuurlijk bieden wij hierin graag de helpende hand.”

Mogelijke maatregelen

“Veel maatregelen zijn relatief laagdrempelig. Naast de realisatie van goede vluchtroutes kun je onder meer denken aan het plaatsen van alarmeringssystemen en zorgen voor de aanwezigheid van blus- en evacuatiemiddelen. Andere maatregelen als de transformatie van gas naar elektra of compartimentering van het vastgoed zijn een stuk ingrijpender, maar soms wel nodig om risico’s voor de minder zelfredzame medemens significant te beperken.”Brandveilig vastgoed

 

Wil je meer informatie over brandveiligheid van vastgoed voor niet-zelfredzame personen? Kijk even op Koers en BJH installatietechniek.

 

 

Cyberbeveiliging voor gebouwen: Start met een OT-afdeling

cyberbeveiliging gebouwen OT afdeling

Ruim 80% van de gebouwen is al verbonden met het internet. We zijn dus duidelijk begonnen aan een nieuw tijdperk van slimme kantoorgebouwen, scholen, ziekenhuizen, etc.  Bij verbonden gebouwen is de efficiëntie bij gebouwbeheer groter en hebben ‘de bewoners’ een comfortabelere ervaring. Gebouwen lopen echter ook een verhoogd risico op cyberaanvallen naarmate ze meer gegevens verzamelen, meer onderling verbonden raken en zich uitbreiden buiten hun oorspronkelijke bedrijfsomgeving. cyberbeveiliging gebouwen OT afdeling

Bouwen aan cyberbeveiliging voor gebouwen

Cyberaanvallen kunnen catastrofaal zijn. Een ransomware-aanval op het besturingssysteem van een ziekenhuis kan belangrijke medewerkers van hun computers blokkeren, wat een groot aantal problemen veroorzaakt, waaronder ernstige vertragingen bij het openen van patiëntgegevens en het toelaten van nieuwe patiënten. Aangezien het gemiddeld 23 dagen duurt om een ​​ransomware-aanval op te lossen, kan de impact van een dergelijke aanval verwoestend zijn.

Daarom is een wereldwijde standaard voor het beveiligen van het systeem voor operationele technologie (OT) van een intelligent gebouw noodzakelijk. We moeten voorkomen dat deze incidenten plaatsvinden, terwijl we ervoor moeten zorgen dat geconnecteerde gebouwoplossingen wel de ruimte krijgen.

Als we vooruit kijken, zullen we waarschijnlijk meer aandacht gaan besteden aan standaardisatie voor het bouwen van cyberbeveiliging, waarbij ten minste één raamwerk opduikt als een leidende gids voor het beveiligen van het OT-systeem van een gebouw. En het begint allemaal met het begrijpen van de waarschijnlijkheid en de ernst van deze aanvallen.

Gebouwen als doelwit voor cyberaanvallen

Onderzoek van Accenture toont aan dat het aantal inbreuken op de beveiliging de afgelopen vijf jaar met 65% is toegenomen en dat cybercriminelen naar verwachting doorgaan met het uitbuiten van zwakke plekken in de cyberbeveiliging. Hoewel cybergerelateerde bedreigingen mensen, activa, gegevens en bedrijfsreputaties in gevaar brengen, blijft cyberveiligheid bij het bouwen van OT-systemen vaak een ondergeschoven kindje.

Er zijn verschillende redenen waarom het OT-systeem van een gebouw een aantrekkelijk doelwit kan worden voor cyberaanvallen. Ze kunnen bijvoorbeeld het OT-systeem van een gebouw beschouwen als een brug naar een grotere inbreuk, waardoor gevoelige IT-gegevens zoals personeelsinformatie, financiële gegevens en meer in gevaar worden gebracht.

Succesvolle toegang kan cybercriminelen ook controle geven over stroomsystemen die zijn aangesloten op de verlichting, klimaatinstallaties, enz. van het gebouw. Dit leidt tot aanzienlijke zakelijke verliezen, verloren productiviteit, ongemak voor de inzittenden en vernietiging van bedrijfsmiddelen. Zo kan bij een extreme temperatuuraanpassing apparatuur of opgeslagen materiaal ernstig beschadigen. cyberbeveiliging gebouwen OT afdeling

 

Cyberbeveiliging opbouwen: opnieuw definiëren wat een veilig gebouw is

Naarmate de potentiële gevaren van OT-cyberaanvallen steeds breder worden erkend, zullen bedrijven cybersecurity waarschijnlijk als een belangrijke veiligheid- en beveiligingsmaatregel gaan beschouwen. Dit geldt met name omdat digitalisering en de interconnectiviteit van gebouwen steeds nieuwe toegangsroutes openen.

Om te beginnen zien we nu dat steeds meer bedrijven basisregels op het gebied van cyberhygiëne in hun procedures opnemen. Hoewel deze ontwikkeling grote incidenten kan helpen verminderen, is dit misschien niet genoeg. Routinematige cyberbeveiligingsbeoordelingen moeten worden geïmplementeerd in de OT-infrastructuur van een gebouw om zwakke punten te identificeren. Als je het ontwerp van een netwerk voor gebouwen begrijpt, een veilige omgeving biedt voor het inschakelen van geavanceerdere procedures, zoals het testen van kwetsbaarheden, worden waardevolle activa beter beschermd.

De beveiligingsprofessional van de toekomst

Aangezien naar verwachting meer geconnecteerde bouwsystemen op de markt zullen komen, zal door de verhoogde kans op cyberaanvallen waarschijnlijk de behoefte ontstaan ​​aan een nieuw type beveiligingsspecialist. Een die bekwaam is in zowel OT als traditionele IT.

Terwijl zowel OT- als IT-afdelingen steeds meer samenwerken om te reageren op cyberaanvallen, zal de markt een nieuwe benadering eisen die de mogelijkheden van beide functies combineert. We hebben zelfs gezien dat veel werknemers zelf actie ondernemen en deze bredere vaardigheden actief ontwikkelen. Als zodanig wordt het steeds gebruikelijker voor IT-cyberbeveiligingsprofessionals om meer te leren over OT, evenals voor traditionele OT-ingenieurs om hun vaardigheden in IT te laten groeien.

Een beter bewustzijn en een beter begrip van het bouwen van cyberbeveiliging zal de weg vrijmaken voor een wereldwijde standaard en voor grotere stappen in het beveiligen van onze OT-systemen tegen opkomende en steeds agressievere bedreigingen.

 

Lees hier over het belang van digitaliseren   of hier over de nieuwste vooruitgang op het gebied van cybersecurity bij gebouwen