Eerste bewoner krijgt de sleutel van eerste 3D-geprint huis

De eerste huurder van de eerste Nederlandse woning van 3D-geprint beton krijgt vandaag de sleutel. Het Eindhovense huis, het eerste van vijf van ‘Project Milestone’, voldoet volledig aan alle strikte Nederlandse bouwvereisten. Uniek is dat de projectpartners een woning met een geheel eigen vormgeving hebben gerealiseerd, dankzij uitgebreide R&D om de vormvrijheid van betonprinten te ontsluiten. Project Milestone is een gezamenlijk bouw- en innovatieproject van Eindhoven University of Technology, Van Wijnen, Saint-Gobain Weber Beamix, Vesteda, gemeente Eindhoven en Witteveen+Bos.

Het huis
Het huis is een vrijstaande gelijkvloerse woning met 94 vierkante meter netto vloeroppervlak, een royale woonkamer en twee slaapkamers, in de Eindhovense wijk Bosrijk. De woning heeft de vorm van een grote zwerfkei. Dat past goed bij de natuurlijke locatie, en het demonstreert mooi welke vormvrijheid 3D-betonprinten biedt. Dankzij een extra dik isolatiepakket en aansluiting op het warmtenet is de woning zeer energiezuinig en comfortabel, met een energieprestatiecoëfficiënt van 0.25.

Theo Salet, hoogleraar Concrete Structures, Eindhoven University of Technology:
“Met dit kleine gebouw is vandaag een eerste grote stap gezet in de ontwikkeling van de bouw naar een hoogwaardige maakindustrie. Digitalisering van ontwerp tot en met de uitvoering leidt tot duurzame en betaalbare woningen, op maat gemaakt naar de wensen van de bewoner. Ik ben trots dat de kennis die we op de TU/e hebben ontwikkeld binnen een korte tijd door de industrie en met hulp van de gemeente, tot deze innovatie heeft geleid.”

Vormvrijheid
De partners hebben de lat bewust hoog gelegd met het ontwerp van het huis, in de vorm van een onregelmatige zwerfkei. Er is de afgelopen jaren de nodige R&D gedaan om betonprinten in allerlei vormen mogelijk te maken. Vooral het printen van de overhellende wanden was een uitdaging, maar dit hebben de deelnemers van het project nu onder de knie. Met de opgedane kennis is de deur geopend naar een heel ander soort constructies dan de gebruikelijke rechthoekige huizen.

Bas Huysmans, CEO Weber Benelux:
“Met het printen van in drie vlakken gekromde, van isolatie voorziene én zelfdragende muurelementen hebben we in dit project belangrijke stappen gezet in het verder ontwikkelen van 3D-betonprinten in de bouw. Samen met alle partners hebben we een uitdagend traject doorlopen en een zeer bijzondere woning gerealiseerd. Ik denk dat we de Milestone-huizen straks met trots kunnen toevoegen in het rijtje van iconische projecten in Eindhoven”.

Snel en duurzaam
Geprinte woningen kunnen in principe een stuk sneller gebouwd worden, met meer flexibiliteit en gepersonaliseerde ontwerpen. Bovendien is het duurzamer, doordat er minder beton voor nodig is. De ambitie van de partners van Project Milestone is om met 3D-betonprinten uiteindelijk te komen tot een duurzame bouwmethode die bijdraagt aan het oplossen van het woningtekort.

Erwin Kersten, regiodirecteur Zuid, Van Wijnen: “Met de realisatie van deze eerste Milestone-woning laat Van Wijnen opnieuw zien koploper te zijn op het gebied van geïndustrialiseerd bouwen. Samen met samenwerkingspartners in de keten blijven wij doorlopend op zoek naar nieuwe technieken en materiaaltoepassingen die bijdragen aan duurzaamheid en betaalbaarheid. Hiervoor zijn innovaties zoals Project Milestone enorm belangrijk.“

Flora Nova Advertentie

 

Volgende woningen
De vijf huizen van Project Milestone worden na elkaar gebouwd, zodat bij elke nieuwe bouwronde maximaal geleerd kan worden van de vorige. Binnenkort starten de projectpartners aan het ontwerp voor de volgende woningen, die meerdere verdiepingen krijgen, waarvoor de techniek verder ontwikkeld moet worden.

Steven Delfgaauw, business unit-manager Gebouwen bij Witteveen+Bos:
“We zetten vandaag een belangrijke stap naar een bouwketen waarbij het mogelijk is om binnen een korte tijd het duurzame huis van je dromen te realiseren. Ons team van onze constructeurs, bouwkundigen en bouwfysici heeft in samenwerking met de partners een wereldprestatie afgeleverd, door een ontwerp te realiseren dat aan alle bouwregelgeving voldoet. Hier hebben we veel van geleerd en ook nieuwe inzichten opgedaan. We staan te popelen om met deze ervaring de volgende stappen in de ontwikkeling van betonprinten te zetten.”

De bouwmethode
Het huis bestaat uit 24 geprinte betonnen elementen, die laagje voor laagje zijn geprint in de printfabriek in Eindhoven. De elementen zijn met vrachtwagens naar de bouwplaats gebracht en daar op een fundering geplaatst. Daarna is het huis voorzien van dak en kozijnen en verder afgewerkt.

 

Pieter Knauff, Chief Investment Officer, Vesteda:
“De vormvrijheid die 3D-printen in beton creëert, schept een enorme nieuwe ruimte aan mogelijkheden om een woning te ontwerpen en te beleven. Tegelijkertijd draagt deze nieuwe techniek bij aan de noodzakelijke verduurzaming van de bouwsector, de versnelling van bouwproductie en het beheersen van de bouwkosten, wat broodnodig is om betaalbare woningen te kunnen blijven bouwen.”

De partijen en de samenwerking
Kenmerkend voor het project is de Triple Helix samenwerking van overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven. De gemeente was mede-initiatiefnemer, aanjager van innovatie en faciliteerde het project, de TU/e deed onderzoek en ontwikkelde modellen om het 3D-betonprinten mogelijk te maken, Saint-Gobain Weber Beamix ontwikkelde de speciale soorten betonmortel die nodig zijn voor 3D-printwerk, en ontwikkelde samen met de TU/e de printtechniek. Witteveen+Bos werkte aan de bouwtechnische en constructieve aspecten. Ontwikkelende bouwer Van Wijnen leidde het project en bouwde het huis. De woning is nu eigendom van Vesteda, die de woning verhuurt aan particulieren.

Yasin Torunoglu, wethouder wonen, wijken, werk en ruimtelijke ontwikkeling, gemeente Eindhoven:
“Innovatie is een belangrijke pijler in de bouw. De markt vraagt naast betaalbare woningen steeds meer om vernieuwende woonconcepten. Met de 3D-geprinte woning zetten we nu de toon voor de toekomst. Het snel realiseren van betaalbare woningen met zeggenschap over de vorm van je eigen huis. Innoveren en ontdekken mét oog voor design zit in het DNA van Eindhoven. Dat doen we hier niet alleen, maar samen. Ik ben trots dat deze kansrijke innovatie een plek heeft in onze stad en nog belangrijker mensen ook echt een betaalbaar thuis geeft.”

Gorter op het dak van Stout

Bouwonderneming Stout is volop bezig met de realisatie van haar nieuwe kantoor, ontworpen door RoosRos Architecten. Vanaf 2022 zal Stout samen met zusterbedrijf Herkon intrek nemen in het hypermoderne kantoorpand gelegen op een opvallende zichtlocatie langs de A15 in Sliedrecht.

Het nieuwe pand wordt gerealiseerd op een eigen kavel op het representatieve Stationspark II in Sliedrecht, centraal gelegen tegenover het NS station. Het nieuwe kantoor bestaat uit drie lagen waarvan de eerste laag – de begane grond- terugliggend is. De overstekken karakteriseren de architectuur van het gebouw. Het pand ademt een paviljoenachtige sfeer, is lekker licht en heeft een transparante uitstraling.

Ook duurzaam
Zoals je van een nieuw gebouw in deze tijd mag verwachten, is het nieuwe kantoor van Stout zo duurzaam als mogelijk. Het kent diverse energiebesparende en energieopwekkende maatregelen. Het dakluik van Gorter draagt bij aan dit duurzaamheidsoogpunt. Het toegepaste RHTEP-dakluik blinkt uit in zijn isolatiewaarde met Uw = 0,198 W/(m².K) voor de gehele dakluikconstructie. Het dakluik is, gezien de extreme isolatie, de ideale keuze voor bouwwerken waarbij de nadruk wordt gelegd op het minimaliseren van het energieverbruik zoals hier het geval is.

Het RHTEP dakluik is voorzien van een European Technical Assessment (ETA), waarmee er een onbetwiste onderbouwing is voor de bewezen prestaties en de aangebrachte CE-markering. Dit is uniek in het segment daktoetredingen!

Wilt u meer weten over de oplossingen van Gorter? Bezoek de website!

NRC: nieuwe bouwcrisis dreigt door ‘onwerkbare’ Omgevingswet

omgevingswet 1 januari 2022 belangrijkste aanpassingen

Bouwen, héél véél bouwen: daarmee willen partijen van links tot rechts de woningnood aanpakken. De afgelopen jaren liep het huizentekort alleen maar verder op, en zorgde de stikstofcrisis voor extra vertraging. Grote plannen om snel meer huizen te bouwen moeten daar verandering in brengen. Maar die ambitie dreigt al bij voorbaat verstrikt te raken in een kluwen van nieuwe wetgeving rond ruimtelijke ordening.

De nieuwe Omgevingswet, waarin tal van bestaande regels worden samengevoegd, dreigt zo ingewikkeld te worden dat grote bouwprojecten in gevaar komen. Juist de grote steden, die de komende jaren een belangrijke bijdrage moeten leveren aan een oplossing van de wooncrisis, maken zich daarover grote zorgen. Dat blijkt uit interne documenten in handen van NRC.

Bij een test bleek de uitvoering van de wet ‘dermate onder de maat dat aan de meest minimale vereisten niet wordt voldaan’, schrijft de gemeente Amsterdam in een interne nota. Hierdoor komt ‘realisatie van woningbouwopgaven en andere gebiedsontwikkelingen in gevaar’.

De Omgevingswet, die over acht maanden moet ingaan, werd bedacht om de ruimtelijke ordening eenvoudiger te maken. Er gelden minder harde regels, procedures worden gedigitaliseerd en er zijn meer mogelijkheden voor burgers en bedrijven om zelf vergunningen te regelen, van een tuinhuisje tot de bouw van een woonwijk

Ict-systemen
Het proefdraaien door gemeenten met de nieuwe systemen voedde hun zorgen, schrijft NRC.  De ict-systemen die door verschillende softwareleveranciers zijn gebouwd, zijn niet altijd goed op elkaar afgestemd of niet voor iedereen toegankelijk. Als de gezamenlijke bestemmingsplannen van grootstedelijke gebieden zijn ingediend, kunnen die nauwelijks meer worden gewijzigd. En als ze opnieuw ingediend worden, is er het risico dat ze niet langer rechtsgeldig zijn, aldus NRC.

De wet is daardoor met zoveel onzekerheden omgeven dat voor grootschalige woningbouw straks geen bestemmingsplan kan worden geregeld, is de vrees.


Bron: ANP / NRC

 

Vesteda en BAM Wonen verduurzamen 80 appartementen in Hilversum

Woningbelegger Vesteda en BAM Wonen verduurzamen tachtig huurappartementen aan de Kapittelweg in Hilversum. Het project betreft een hoge galerijflat met veertien woonlagen en een lage galerijflat met drie woonlagen. Beide flats dateren uit eind jaren zestig en de verduurzaming brengt de appartementen van energielabel F naar een energiezuiniger label A of B. Gelijktijdig met de energetische upgrade verricht BAM Wonen onderhoudswerkzaamheden die het wooncomfort vergroten. In juni 2021 start BAM Wonen met de werkzaamheden en de oplevering staat gepland voor eind 2021.

‘In Hilversum continueren we onze prettige ketensamenwerking met Vesteda. We verduurzamen de woningportefeuille tot comfortabele en betaalbare woningen. Kenmerkend voor onze Vesteda-projecten is de hoge mate waarin we natuurinclusief renoveren. In Hilversum onderzoeken we of we extra permanente nestkasten plaatsen voor versterking van de bestaande flora en fauna’, aldus Jasper Blanken, directeur Renovatie Concepten bij BAM Wonen.

Veel bewoners stemmen in

De benodigde bewonersinstemming is in korte tijd behaald. De woningverbetering levert de bewoners een comfortabelere woning en een lagere energierekening op. De energetische maatregelen hiervoor bestaan uit het vervangen van de collectieve dakventilatoren inclusief ventilatiekanalen en het beter isoleren van gevels, dak en bergingsplafonds. Op het dak plaatst BAM Wonen pv-panelen.

Tot de onderhoudswerkzaamheden behoren onder meer het herstellen van voegwerk, reinigen van kopgevels, hekwerken en boeiborden en het saneren van asbest. In dit project vernieuwt BAM Wonen ook de riolering, waterleidingen en toiletten. Tot slot ontvangen bewoners een videofooninstallatie voor een vergroot veiligheidsgevoel.

 

Natuurinclusief renoveren

In het verlengde van de samenwerkingsovereenkomst tussen Vesteda en Vogelbescherming Nederland heeft BAM Wonen tijdig mitigerende maatregelen getroffen. Bij naastgelegen gebouwen heeft BAM Wonen voorafgaand aan de wettelijke flora- en faunascan, vijftig tijdelijke nestkasten opgehangen voor onder meer gierzwaluwen en vleermuizen. In opdracht van Vesteda onderzoekt BAM ook de mogelijkheid om permanente vogelvoorzieningen in de kopgevels te plaatsen.

Verduurzaming bestaande woningvoorraad door BAM Wonen

BAM Wonen heeft dit jaar tot dusver de renovatie en verduurzaming ruim 2.000 woningen in voorbereiding, in uitvoering of gerealiseerd. BAM is daarnaast koploper in het realiseren van de nul-op-de-meter (NOM)-woning met meer dan 1.800 NOM-woningen in voorbereiding, in uitvoering of gerealiseerd. BAM heeft hiervoor als eerste bouwer in Nederland uit handen van Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken, het volledige NOM-keur ontvangen. Hiermee zijn de kwaliteit en beloofde prestaties van de NOM-woningen officieel gegarandeerd.

Deze woonwijk biedt een kijkje in de toekomst van duurzaam bouwen en wonen

Muren van kalk en hennep, cementloos beton en energieopslag via een basaltbatterij: Ecodorp Boekel biedt een kijkje in de toekomst van het bouwen. Maar deze innovaties hebben een keerzijde, want ze zijn moeilijk te financieren. Een samenwerking met verzekeraar Achmea biedt via Centraal Beheer uitkomst aan de verzekeringskant. “Achmea wil niet alleen goed doen voor de klanten en het bedrijf, maar ook wat goed is voor de maatschappij.”

Het was in 2003 dat Ad Vlems met zijn vrouw besloot dat hij duurzamer wilde wonen. Hij betrok andere enthousiastelingen bij de plannen met als uiteindelijk resultaat het Ecodorp Boekel. De burgemeester van die gemeente wilde ruimte bieden aan de innovatieve woonwijk, en inmiddels wonen de eerste mensen in het dorp.

Als initiatiefnemer is Vlems daar uiteraard één van. Hij ervoer al hoe goed de 50-centimeter-dikke kalkhennep muren warmte vasthouden. Zijn huis staat op het zuiden en daar werd het op een zonnige winterse dag 26 graden met de gordijnen dicht, terwijl het vroor. “We moeten de woningen dus nog wel wat tweaken”, aldus Vlems. Het plan is om luiken toe te voegen. Op die manier wil hij voorkomen dat het in de zomer nog veel heter wordt in de woning. En de luiken beschermen tegen stormen.

Experimenteren en innoveren zijn onlosmakelijk verbonden met het ecodorp. Mensen die hier willen wonen moeten daarom ook vooraf een contract tekenen dat zij akkoord gaan met tests van innovaties. Niet verwonderlijk dus, dat Vlems in een video-call een half uur aan één stuk door kan praten over de bijzonderheden van het dorp.

Innovaties in een duurzame woonwijk

Ecodorp Boekel is bijvoorbeeld niet aangesloten op het riool. In plaats daarvan zuiveren bewoners het afvalwater in de wijk zelf. “Bij extreme droogte gaat er bij ons elke dag nog steeds 9.000 liter water de bodem in. In elke andere wijk gaat het grondwater omlaag, bij ons blijft het gelijk.” Dat komt doordat zij het water niet via het riool wegspoelen, maar letterlijk op locatie zuiveren met behulp van een helofytenfilter. Dat is een filter dat met behulp van planten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Daarnaast vangen de bewoners zoveel mogelijk regenwater op, wat ze gebruiken voor wasmachines en het doorspoelen van de toiletten. Naast wateropslag doen ze aan energieopslag. Daarvoor gebruiken ze de innovatie van Cees van Nimwegen: hij ontwikkelde een batterij waarbij warmte wordt opgeslagen in basalt-gesteente.

Bekijk in deze infographic hoe die basaltbatterij werkt.

 

Circulaire economie

Het ecodorp innoveert ook met een circulaire elektriciteitskabel van kabelwereldleider Prysmian. Huidige stroomkabels kunnen na hun levensduur alleen nog verbrand worden om het metaal eruit te halen. De kabel die Prysmian ontwierp kan daarentegen makkelijk gestript worden, waardoor alles klaar is voor hergebruik. De kabel bestaat bijvoorbeeld uit één soort PVC-afvalplastic in plaats van meerdere soorten plastic. Dat maakt het veel makkelijker om het materiaal her te gebruiken.

Omdat de kabel innovatief is, is hij nog niet helemaal gekeurd en gecertificeerd. Kortom, hij voldoet niet aan alle richtlijnen. Voor het kabelbedrijf biedt de samenwerking met Ecodorp Boekel uitkomst, want vanwege het innovatieve karakter van het dorp mag de kabel daar wel gebruikt worden.

Het is niet de enige plek waar circulariteit in het dorp terugkomt; ook bij de bouwmaterialen is erop gelet. Zo maken de huizen gebruik van cementloos beton. Dat beton bestaat uit zand en grind dat eerder als asfalt werd gebruikt, en wordt gebonden met afval uit hoogovens. Daarnaast staan de huizen op glasschuim, een restproduct van glasrecycling.

Tot slot is er aan de natuur gedacht. Zo is er in overleg met vleermuiswerkgroep Brabant, de vlinderbescherming en Nederland Zoemt bepaald welke vleermuis-, vlinder- en bijensoorten extra bescherming nodig hebben en goed gedijen in een woonwijk. In een biodiversiteitsplan staat opgeschreven op welke tien diersoorten het ecodorp extra gaat letten. “Provincie Brabant was zo enthousiast over ons biodiversiteitsplan dat we, als het klaar is, worden aangesloten bij het natuurgebied naast ons. Dan worden wij onderdeel van het natuurnetwerk van Nederland. Dat is natuurlijk uniek: als een woonwijk ineens een natuurgebied wordt.”

‘Elke innovatie is een risico’

Met al die innovaties bleek financiering lastig. Zo herinnert Vlems zich een reactie die hij kreeg toen hij op uitnodiging van een aantal banken en fondsen zijn plannen presenteerde. “Elke innovatie is een hoger risico, want we kunnen niet berekenen wat de gevolgen zijn van die innovatie”, vertelde één van de bankmedewerkers hem. Dat betekende dat Ecodorp Boekel hoge hypotheekrentes zou moeten betalen. Maar dat was onmogelijk, legt Vlems uit. “We bouwen sociale huurwoningen, dus wij kunnen ons geen hoge rente veroorloven.” Uiteindelijk bood een Duitse bank met ervaring op het gebied van woongemeenschappen uitkomst door financiering aan te bieden.

Michiel Delfos, directeur Schade en Inkomen bij Achmea, herkent de ervaring van Vlems. “Wij merken ook dat het verzekeren van innovaties, net als het geven van kredieten voor innovaties, moeilijk is. Juist omdat het nieuw is. Daardoor weet je niet welke risico’s daaraan vastzitten.”

Ondanks deze onbekendheid besloot Achmea wel te verzekeren. Alle machines, leidingen en woningen zijn door Achmea verzekerd. “Je kunt er angstig inzitten en het daarom niet doen, maar je kunt er ook voor kiezen om een pilot aan te gaan, omdat het bijdraagt aan duurzaamheid. Daar hebben wij voor gekozen en we denken dat we er uiteindelijk ook heel erg van leren en daardoor een stapje voorlopen in de nieuwe wereld.”

 

Het effect van een mandarijnenschil

Achmea levert niet alleen verzekeringen, maar experimenteert ook mee. Zo doet Zilveren Kruis een proef met instrumenten die de luchtkwaliteit in de woningen meten en waar een alarmbel afgaat als er schadelijke stoffen in de lucht zitten. “Op een gegeven moment ging dat apparaat af. Wat bleek? Een kindje was een mandarijn aan het pellen. In de schil zitten gifstoffen en dat merkte het apparaat op”, vertelt Delfos.

Daarnaast denken de experts van de verzekeraar mee over de veiligheid van verschillende innovaties. Bijvoorbeeld over de basaltbatterij. Misschien moet er bij wijze van spreken wel een slotgracht omheen als brandbeveiliging. Alles is nu nog denkbaar.

Het voordeel van vroeg instappen

“Als je in een vroeg stadium aanhaakt en meedenkt, dan leer je ook de risico’s kennen”, verklaart Delfos deze stap van de verzekeraar. “Dat is ook nuttig als Achmea in de toekomst vaker dit soort initiatieven wil verzekeren.” Ook kan deze ervaring direct leiden tot nieuwe producten of diensten. Een bestaand voorbeeld daarvan zijn de groene daken van Interpolis. De groene dakbedekking zorgt voor minder waterschade, is goed voor de biodiversiteit en het dak eronder gaat ook nog eens langer mee. De ondernemers die de sedum-daken leggen, kan Achmea weer verzekeren. “We kijken of we met Ecodorp Boekel ook kunnen experimenteren met dienstverlening die we later groot kunnen uitrollen.”

Instappen bij een project als Ecodorp Boekel sluit aan bij de rol die Achmea voor zichzelf ziet als coöperatief bedrijf, benadrukt Delfos. “Wij staan midden in de samenleving. Dat betekent dat we tegen onszelf hebben gezegd dat we niet alleen goed moeten zorgen voor de klanten en het bedrijf,maar ook voor de maatschappij.”

Het is zijn persoonlijke overtuiging dat een bedrijf dat niet midden in de maatschappij staat uiteindelijk niet succesvol kan zijn. “Daarom moet je ook de strategie niet vanuit jezelf bedenken, maar vanuit jouw positie in de samenleving.” De verzekeraar heeft drie duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties gekozen waar het extra aandacht aan besteedt en die intrinsiek aansluiten bij de rol van een verzekeraar: gezondheid, veiligheid en klimaat. Deze thema’s komen terug bij het ecodorp, maar ook bij andere projecten.

“De kracht van Ecodorp Boekel is de kleinschaligheid, het experimenteren en het innoveren. Ik denk dat het onze kracht is om ontwikkelingen groter en bekender te maken; we hebben 10 miljoen klanten en daarmee een groot bereik. Ik weet nog niet precies hoe of wat, maar ik weet wel dat er ongetwijfeld mooie en nieuwe samenwerkingen uitkomen.”

Kantoorgebouw M+N getransformeerd naar 213 appartementen

Voor de bouw van de nieuwe woontoren The Framebuilding in ArenAPoort in Amsterdam is afgelopen week gestart met de sloop van het voormalige kantoorgebouw M+N aan de Hoogoorddreef 28-40 in Amsterdam. Medio juni start ontwikkelend bouwer Plegt-Vos op deze plek met de nieuwbouw van 213 huurappartementen in woontoren The Framebuilding. The Framebuilding is een ontwikkeling en belegging van Doniger Urban Developments. De sloop tot en met mei, en de start bouw in juni van dit jaar, zijn onderdeel van de hoogwaardige gebiedstransformatie van ArenAPoort in Amsterdam Zuidoost.

Stedelijke verdichting

The Framebuilding wordt deels gebouwd op de bestaande parkeergarage en daktuin van het monumentale voormalige ING hoofdkantoor Het Zandkasteel en tegen een bestaand appartementencomplex van woningcorporatie Ymere. Door de nabijheid van meerdere gebouwen en het winkelend publiek in en om ArenaPoort, is de locatie een uitdagende bouwlocatie en een ultiem voorbeeld van stedelijke verdichting binnen de bestaande infrastructuur van dit stadsdeel. Plegt-Vos levert de woontoren Turn-Key op met een hoogwaardige afwerking aan de binnen- en buitenkant. The Framebuilding zal in totaal 213 huurwoningen omvatten waarvan 69 sociale huurwoningen, 37 huurwoningen in het middensegment en 107 vrije sector huurwoningen. De appartementen variëren in grootte van 28 mtot en met 90 m2 gebruiksoppervlak.

Transparante entree & plint

Doniger Urban Developments zet met deze ontwikkeling een hoog kwaliteitsniveau neer. De drie verdiepingen hoge glazen pui kenmerkt de entree van het gebouw. Deze glazen pui heeft een hoogte van maar liefst acht meter en ontsluit het Bijlmerplein en de hoger gelegen Hoogoorddreef. Deze twee niveaus worden met elkaar verbonden door een overdekte buitentrap.

De plint van de woontoren is open en transparant en gericht op faciliteiten en voorzieningen voor de bewoners en voor de buurt met onder andere winkels, een ruime, overdekte fietsenstalling met 400 fietsplekken en toegang tot de bergingen van de woningen van Ymere. Op de begane grond van de woontoren wordt een mooie, open gemeenschappelijke ruimte gerealiseerd met een koffiebar. De koffiebar over de twee verdiepingen grenst direct aan de openbare ruimte en zorgt voor levendigheid en vergroot de sociale veiligheid. Op het dak bevindt zich een gemeenschappelijk dakterras.

Gasloos en groen

Alle woningen in The Framebuilding worden volledig gasloos gerealiseerd en aangesloten op het stadsverwarmingsnetwerk. Zonne-energie wordt opgewekt met zonnepanelen op het dak en voorziet voor een belangrijk deel in de stroomvoorziening voor de woningen. De keuze voor materialen met lage milieu-impact, zoals een regenwaterinfiltratiesysteem en een groendak, draagt bij aan de duurzaamheidsambities van Doniger en die van de stad Amsterdam.

De ligging direct naast belangrijke openbaar vervoersknooppunten zoals station Amsterdam Bijlmer ArenA en diverse fietsroutes – in combinatie met de grote fietsenstalling in de plint van het gebouw – stimuleert duurzaam reizen met openbaar vervoer en de fiets.

 

Transformatie

The Framebuilding is een omvangrijke locatietransformatie van een leegstaand, verouderd kantoorgebouw naar een duurzaam woongebouw met in totaal 213 huurappartementen. Samen met gemeente Amsterdam is de afgelopen jaren zorgvuldig gezocht naar een optimale invulling van deze locatie. Zowel in programma, bouwvolume als in materialisatie met keuzes die aansluiten bij de ambities van de ArenAPoort.

Met The Framebuilding wordt dan ook in gezamenlijkheid de toon gezet voor een hoogwaardige transformatie naar een gemengd gebied met een diversiteit aan wooncategorieën, een veelzijdig winkelaanbod en een aantrekkelijk werkgebied.

Samenwerking

Op nog geen 500 meter van The Framebuilding transformeert Plegt-Vos aan de Flierbosdreef ook een voormalig kantoorgebouw naar woningen. Dit wooncomplex met in totaal 397 moderne, duurzame huurappartementen wordt in samenwerking met Doniger Urban Development en Camelot Europe herontwikkeld en getransformeerd. 70% van de woningen in dit gebouw worden sociale huurwoningen, 30% zijn huurwoningen in het middensegment die in het tweede kwartaal worden opgeleverd.

Gigantische transformatie stadshart Eindhoven

De Ontwikkelvisie Fellenoord/Internationale Knoop XL is door de gemeenteraad Eindhoven unaniem vastgesteld en goedgekeurd voor verdere ontwikkeling. KCAP ontwerpt en regisseert voor en samen met de gemeente Eindhoven de ontwikkelvisie voor de transformatie van de monofunctionele stationsomgeving tot een toekomstbestendig, levendig en gemengd stadsdeel.

De Ontwikkelvisie Fellenoord/Internationale Knoop XL, het stedenbouwkundig plan van KCAP voor de ontwikkeling van het noordelijk deel van de spoorzone in Eindhoven, wordt het toekomstig hart van Brainport Eindhoven en versterkt de positie van de regio op nationaal en internationaal niveau. Het Rijk en de Provincie Noord-Brabant zijn daarom nauw betrokken bij de ontwikkeling van het plan.

Binnen Eindhoven speelt de spoorzone een sleutelrol in de groei van de stad. Het plan zal het circa 55 hectare grote stationsgebied transformeren tot een gemengd binnenstedelijk stadsdeel met een multimodaal vervoersknooppunt inclusief een nieuw busstation. Fellenoord wordt een aantrekkelijke omgeving voor rond 6500-7500 nieuwe woningen en een innovatiedistrict voor bedrijven uit de sectoren technologie, design en kennis. Gebouwen krijgen levendige plinten voor bedrijfsfuncties en publieke programma’s, de grote diversiteit aan woningen is gepland aan prettige straten, pleinen en groengebieden en hoogwaardige groene openbare ruimten vormen interactiemilieus voor de uiteenlopende doelgroepen.

Frank Werner, stedenbouwkundige en directeur van KCAP: 

Deze grootschalige ontwikkeling van de spoorzone zal barrières overbruggen en alle delen van de stad opnieuw met haar hart verbinden. Het zal de motor worden van het Eindhoven van de 21e eeuw.

De visie voorziet in een doorwaadbare stadswijk met een stationsomgeving die zowel bewoners als bezoekers verwelkomt met een multimodaal knooppunt en hoogwaardige verblijfskwaliteit. De breedte van verkeersader Fellenoord wordt teruggebracht van zeventig naar veertig meter zodat een aangename, oversteekbare stadsboulevard ontstaat. Het busstation aan de noordzijde van het station speelt een cruciale rol in het terugdringen van het autoverkeer en wordt ontwikkeld tot een comfortabel openbaar vervoersknooppunt. Met een verdiepte busterminal ontstaat op maaiveldniveau ruimte voor een tweede stationsplein. Een nieuwe oostelijke stationsentree sluit aan op het riviertje de Dommel en de Technische Universiteit Eindhoven.

 

Uniek voor de plek is het aanwezige landschap aan de weerszijden van de Dommel. Door het vergaand vergroenen van het gebied en de aanleg van nieuwe groen-blauwe structuren wordt de lokale identiteit versterkt. De groene oevers van de Dommel dienen als stedelijk recreatiegebied.

In de Ontwikkelvisie Fellenoord komen verschillende ambities en thema’s op het gebied van duurzaamheid bij elkaar: klimaat, energie en circulariteit. Allen met als doel om Fellenoord klimaatbestendig en energieneutraal te maken, te voorzien van 100% energie uit duurzame bronnen en van nieuwe circulaire concepten voor bouwmaterialen.

Volgens de ontwikkelvisie wordt Fellenoord verdicht tot een hoogstedelijk gemengd gebied met een nieuw netwerk van hoogwaardige openbare ruimten en routes voor fietsers of voetgangers. De ontwikkelstrategie is adaptief en zoekt naar allianties tussen publieke en private partijen om synergie te creëren en winsten terug te laten vloeien in het gebied. Met het besluit van de gemeenteraad is akkoord gegeven op de stip aan de horizon voor de ontwikkeling van Fellenoord Eindhoven.

 

Deltaplan Funderingsschade: miljardenschade aan huizen is te voorkomen

Eén miljoen huur- en koopwoningen lopen een aanzienlijk risico op funderingsschade de komende 30 jaar. Dat is te voorkomen door een nationaal gecoördineerde aanpak van funderingsproblemen en snel aan de slag te gaan met preventiemaatregelen. Dat staat in het Deltaplan Funderingsschade dat deze week aan politiek Den Haag is aangeboden door een coalitie van de Vereniging Eigen Huis, hypotheekaanbieders (NVB, Verbond van Verzekeraars), het kenniscentrum KCAF en Aedes.

De coalitie dringt aan op een regierol voor het Rijk en roept het volgend kabinet op om het Deltaplan Funderingsschade te beleggen bij een minister van Wonen. Volgens het deltaplan is er inmiddels aandacht voor de enorme schade die bodemdaling, verdroging en een lage grondwaterstand veroorzaakt aan de funderingen van Nederlandse woningen.

Maar het besef dat veel schade is te voorkomen, bijvoorbeeld door anders met het grondwaterpeilbeheer om te gaan, is nog onvoldoende tot politiek Den Haag doorgedrongen. De organisaties wijzen er op dat preventiemaatregelen ook een forse bijdrage kunnen leveren aan het milieuvraagstuk. Zo zorgt een hogere grondwaterstand in veenweidegebieden voor circa 4 procent minder CO2-uitstoot.

 

Landelijke verantwoordelijkheid

De coalitie roept het volgend kabinet op aan te sturen op grondwaterpeilbeheer waarbij meer rekening wordt gehouden met de gevolgen voor funderingen. Ook is het nodig te investeren in onderzoek naar methodes om bijvoorbeeld paalrot te voorkomen.

Daar waar sprake is van tegengestelde belangen hakt het Rijk knopen door op basis van gebiedsonderzoek. Huiseigenaren draaien momenteel volledig op voor de vaak hoge herstelkosten van funderingsschade, terwijl zij geen invloed hebben op de oorzaken en daardoor volledig afhankelijk zijn van het grondwaterpeilbeheer door het waterschap of de gemeente. Er moet daarom een landelijk functionerend fonds komen voor onderzoek naar funderingsschade en een herstelfonds om huiseigenaren financieel bij te staan.

Lokaal maatwerk

Bij de aanpak is maatwerk vereist omdat ondergrond, aard van de bebouwing en de fundering plaatselijk sterk kunnen verschillen. Met technische oplossingen kan de waterstand beter worden afgestemd op de behoeften.

Soms kan tegen aanvaardbare kosten funderingsschade worden voorkomen via gerichte lokale maatregelen, zoals het per huizenblok reguleren van de grondwaterstand. Deze technologische mogelijkheden zijn nog lang niet uitgeput, zowel in ontwikkeling als in toepassingen.

Nieuw concept voor woningcorporaties: Buurblok

Samen met Wocozon lanceert Dijkstra Draisma het woonconcept Buurblok: wonen als dienst. Wonen, energie, vervoer en onderhoud komen samen, door Droogstapelwoningen te combineren met het energieconcept van Wocozon. Deze complete dienst bieden ze aan in een (operational) leasecontract. Een primeur, want dit leaseconcept is uniek en wordt voor het eerst aangeboden in Nederland. Het sociaal verhuurbedrijf WoonFriesland is de eerste corporatie die deze dienst in de praktijk wil brengen in een wijk in Leeuwarden.

Makkelijker en betaalbaarder

Het idee voor Buurblok is ontstaan omdat Dijkstra Draisma en Wocozon geloven in het makkelijker en betaalbaarder maken van de uitdagingen waar Nederland en met name de woningcorporaties voor staan: het duurzaam oplossen van het woningtekort. Samen bieden zij in één totaalaanbod zowel een heel energiezuinige woning als een duurzaam energieplan aan.

Binnen het concept Buurblok zit de woningcorporatie zelf aan de knoppen. De aantallen, het uiterlijk en de plattegronden van de seriematig gefabriceerde woningen stellen zij zelf samen. Zij leasen daarna niet alleen deze huizen, het is een compleet pakket inclusief een energieplan, het onderhoud en vervoer, bijvoorbeeld een elektrische deelauto, scooter of (bak)fiets voor de huurders.

Uitdagingen bij corporaties

Voor woningcorporaties wordt het steeds lastiger om bij het toenemende tekort aan woningen voldoende betaalbare, duurzame en kwalitatief goede nieuwbouwwoningen te realiseren. Het sociaal verhuurbedrijf WoonFriesland ziet daarom met Buurblok een mooie kans. Sigrid Hoekstra, directeur-bestuurder bij WoonFriesland: “De leaseconstructie van Buurblok is heel aantrekkelijk voor ons. Het voordeel van leasen is dat wij extra financiële middelen vrijhouden en kunnen reserveren voor de grote opgave die er ligt in de bestaande gebouwde omgeving en nieuwbouw.”

Het innovatieve idee en toekomstbestendige karakter van het concept past bij het sociaal verhuurbedrijf. “WoonFriesland is een innovatieve en vooruitstrevende organisatie. We zijn niet bang om nieuwe uitdagingen aan te gaan als dat betekent dat dit ons woningbezit en daarmee de wereld verduurzaamt, zonder kwaliteit te verliezen,” aldus Hoekstra.

Woningcorporaties schaffen via Buurblok de huizen dus niet meer zelf aan, maar leasen deze. De verhuurders besparen door Buurblok tijd, energie en geld en kunnen daardoor extra betaalbare, circulaire en comfortabele woningen aanbieden aan hun huurders. Dat is hard nodig om het grote woningtekort in Nederland duurzaam op te lossen.

 

Droogstapelsysteem

Het innovatieve droogstapelsysteem (DSS) is dé woningbouwoplossing van Dijkstra Draisma. De prefabwoningen zijn gasloos, circulair en automatisch geproduceerd. De opdrachtgever zit aan de knoppen voor het ontwerp en de woningen zijn geheel naar wens in te vullen.

Deze huizen zijn heel geschikt voor seriematige woningbouw. De gevels, gemaakt in de fabriek in Dokkum, zijn 92% circulair en de woning is in zijn geheel demontabel. Dit betekent dat de woningen in de toekomst herplaatsbaar zijn of dat de materialen worden hergebruikt in dezelfde keten.

Energieconcept

De woningen worden aangesloten op een buurtwarmtenet dat lokaal wordt aangelegd. De extreem energiezuinige huizen worden slechts met één warmtepomp verwarmd. Alle woningen worden voorzien van zonnepanelen, waardoor de woningen standaard zelfvoorzienend zijn. Het buurtwarmtesysteem wordt daarnaast van innovatieve zonnepanelen voorzien die stroom én warmte opwekken.

Om ervoor te zorgen dat er slim met de duurzaam opgewekte elektriciteit wordt omgegaan, zijn de woningen voorzien van innovatieve technieken (smart grid en batterij), wat ervoor zorgt dat de energie alleen wordt gebruikt waarvoor en wanneer het nodig is. Zo zijn de comfortabele woningen goed voorbereid op de toekomst.

Dit jaar verrijst de eerste Buurblokwijk in Techum (Leeuwarden) in opdracht voor WoonFriesland. Sigrid Hoekstra: “We voegen graag de daad bij het woord en zijn trots dat we het eerste Buurblokproject in de Friese hoofdstad realiseren.”