Heijmans hakt het onderwerp verduurzaming in stukken

verduurzaming Heijmans

CPO Esther Donders vertelt waarom verduurzaming een steeds belangrijkere onderwerp wordt voor Heijmans.

Wat betekent duurzaamheid voor jou? 

‘Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst. Zoals we op deze aarde bezig waren en nog zijn, dat gaat ’m niet meer worden. Maar zo’n transitie naar een duurzame samenleving maak je niet zomaar. Wil je naar bestendige verduurzaming ? Dan moet je nadenken over hoe je dat gaat organiseren en welke systemen je onder de loep moet nemen. Het moet onder de motorkap anders gaan lopen. En ja, daar horen ook andere verdienmodellen bij.’ ‘Circulariteit en duurzaamheid worden vaak door elkaar gebruikt. Een volledig circulaire spijkerbroek die door middel van kinderarbeid in elkaar is genaaid, is niet duurzaam. Hiermee wil ik aangeven dat de focus op circulariteit heel belangrijk is, maar dat je niet je ogen moet sluiten voor de rest. Kijk, natuursteen is op zichzelf best duurzaam. Het gaat immers een hele lange tijd mee. Maar je kunt het in tegenstelling tot een materiaal als hout niet opnieuw planten. Daarbij is er soms sprake van slechte arbeidsomstandigheden in groeves in verre landen. Het is dus zaak een bredere duurzaamheidsbril op te zetten en niet alleen voor circulariteit te gaan. En dat doen we bij Heijmans ook: we zijn makers van een gezonde leefomgeving en circulariteit is daar een aspect van.’

Hoe duurzaam is de bouw inmiddels?

‘Duurzaamheid in de bouw is niet één ding. De supply chain van bitumen is anders dan die van luchtbehandelingskasten. Je hebt te maken met verschillende materialen en verschillende markten. Het ene materiaal komt uit de buurt, het andere moet van een ander continent komen. Daarom hebben wij gezegd: je moet die olifant in stukken hakken. En dan per stuk kijken naar het systeem en de aanpassingen die je zou willen doen. Wij hebben onze olifant zo’n drie jaar geleden in meer behapbare stukken gehakt. In totaal kopen wij zo’n vijfhonderd productgroepen in. Deze hebben we verdeeld in tien clusters van productgroepen. We bekijken per cluster waar de grootste winst op het gebied van verduurzaming en circulariteit te behalen valt en die pakken we aan: de zogenaamde meest materiële issues. Een voorbeeld is de aanpak van het verpakkingsmateriaal. We streven naar een duurzame bouwplaats en toch accepteerden we tot voor kort alle typen verpakkingsmaterialen, ook als verpakken overbodig was. Tel daarbij op dat we aan de voorkant betalen voor de verpakkingen -deze prijs is verrekend in de aanschafsprijs van het materiaal- en dat we dat aan de achterkant -om de verpakkingen af te voeren- nog een keer deden. Met dit inzicht hebben wij de regierol genomen.

Er is geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers ermee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen.

om daarin iets te veranderen. Door dit stukje olifant op te pakken ga je efficiënter naar logistiek en verpakkingsmaterialen kijken, formuleer je vragen en stel je andere eisen aan je leveranciers. Daarbij hebben we vaak het argument gehoord dat het duurder zou worden. Maar niemand heeft mij nog kunnen uitleggen waarom materialen duurder zouden worden wanneer je ze niet verpakt of kiest voor een ander type plastic of minder bedrukking. En het mooie is: dit gaat verder dan het bedrijf Heijmans. De grote leveranciers waar we mee samenwerken veranderen natuurlijk niet alleen hun systeem voor Heijmans, ook andere afnemers krijgen dan hun materialen aangeleverd zonder overtollig of met circulair te verwerken verpakkingsmateriaal.

Wat is er nodig om die impact te maken?

‘Je moet gebruik maken van je inkoopkracht om de regie te pakken en hierop centraal sturen. De inkoopkracht zit in de bundeling van de vraag. Voor jouw beeld: we kopen ongeveer 80% van onze omzet in. Je begrijpt dat wanneer we voor bepaalde materialen en diensten centraal inkopen, we meer impact kunnen maken dan wanneer een projectmanager dat alleen voor zijn eigen werk doet. Een aantal voorbeelden: inmiddels werken we bij Heijmans alleen nog maar met FSC-goedgekeurd hout, zijn we bezig met het circulair krijgen van onze bedrijfskleding en zetten we effectieve stappen richting het gebruik van circulair beton en asfalt. Wanneer je bijvoorbeeld alleen dakpannen maakt, kun je je permitteren alleen naar de supply chain van dakpannen te kijken. Wij verwerken alles. Wij zijn de vragende partij in de supply chain en verwerken producten van derden tot bijvoorbeeld een woning, een snelweg of een theater. We maken dus impact door mét onze partners in gesprek te gaan over de verduurzaming van hun diensten en materialen. Bij de verduurzaming van de bouw is een strategische rol weggelegd voor procurementafdelingen. In de bouw noemen we het vaak inkoop, maar het is zoveel meer dan dat. We zijn juist bezig met de strategische kant en de dag van morgen.’

Is Heijmans in jouw ogen een koploper in duurzaamheid?

‘Zoals de Englsen zeggen is dat “in the eye of the beholder”. Wij hebben in ieder geval wel die ambitie. Er is overigens denk ik geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers er mee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen. En doen is wat mij betreft meer dan het uitvoeren van een pilot. Het wordt namelijk pas echt interessant als je duizend circulaire woningen bouwt. Het gaat erom dat je het bestendig doet, alleen dan is het duurzaam. Gelukkig leren we ook van elkaar, zeker wanneer we in bouwcombinaties werken. Maar bij Heijmans gaat het dus echt om het doen. Ik kan 25 online seminars per week over verduurzaming en circulariteit bijwonen, maar ik geef er de voorkeur aan mijn tijd in te zetten om onze plannen te realiseren.’

Hoe ziet de toekomst eruit van Heijmans?

‘Je kunt niet meteen álles aanpakken. Daarom hebben we twee jaar geleden een aantal bold statements geformuleerd over waar we willen staan in 2023. Als eerste noem ik de verpakkingen nog een keer. We zijn nu twee jaar onderweg en zijn het plan van aanpak aan het uitrollen. Alle afspraken met de supply chain en de afvalverwerkers zijn gemaakt. Het is nu zaak om de komende tijd het gesprek aan te gaan met leveranciers die het lastiger vinden om aan onze circulariteitsambitie te voldoen. Kunnen ze mee? Of moeten we langzaam verschuiven naar andere leveranciers? Hetzelfde geldt voor circulair beton en asfalt. In 2023 willen we dit, in alle gevallen waar de klant erom vraagt, kunnen leveren.

En in 2030 willen we alleen nog maar circulair beton verwerken. Dit geldt ook voor grondgebonden woningen: we zetten in op 100% circulaire grondgebonden woningen in 2023. Daarnaast zijn we volop bezig met lease en as-aservice-concepten. Het eigendom bij een producent houden hoeft op zich niet circulair te zijn, maar het is voor deze producent wel een stimulans om in te zetten op een meer circulair productieproces. Tevens focussen we vol op onze logistiek. In plaats van het wiel op elke bouwplaats opnieuw uit te vinden, maken we met onze partners protocollen om zo duurzaam mogelijk te worden en telkens te verbeteren. Je kunt je voorstellen dat de logistiek rondom veertig kilometer snelweg anders is dan bij binnenstedelijke bouw of het realiseren van een woonwijk in het open veld. Met partners werken we aan verbetering en verduurzaming van dit soort logistieke concepten.’

Heeft deze focus op duurzaamheid & verduurzaming ‑invloed op jouw privéleven?

‘Absoluut. Vorig jaar vlogen mijn man en ik in een privévliegtuigje over de Okavangodelta in Botswana. We zouden daar niet met de auto

Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst.

naartoe kunnen vanwege het moeraslandschap. Maar in de twee uur dat we in het vliegtuig zaten hebben we uitsluitend boven woestijnlandschap gevlogen. De nijlpaarden en krokodillen lagen dakpansgewijs op elkaar in een watertje van het formaat smalle beek. De impala’s liepen over de ruggen van hun predatoren naar de overkant van de beek. Tijdens die vlucht besloot ik dat ik in 2020 mijn vliegkilometers met een derde terug zou brengen en verder mijn vakanties met de fiets zou doen. Corona heeft daar natuurlijk wel een handje bij geholpen, maar anders zou ik deze belofte aan mezelf ook zijn nagekomen. Ik ben bijvoorbeeld net terug van een fietstocht van Maastricht naar Groningen. Verder eten we beduidend minder vlees en zijn we ook thuis in toenemende mate bezig met het terugbrengen van de hoeveelheid verpakkingsmateriaal. Als iedereen -of laten we zeggen de helft van de mensen- een kwart minder vlees zou eten en meer na zou denken over hun vakantiebestemmingen en waar ze hun kleren kopen, dan zou dat al een groot verschil maken.’

De rol van wetgeving

‘Wet- en regelgeving kan een enorme boost geven aan verduurzaming. Kijk maar naar de maatregel dat iedereen van het gas af moet. De markt ging direct in de actiestand. Regelgeving brengt ook een stuk standaardisatie met zich mee. Heel goed, want hoe meet je nou of iets circulair is? En hoe ga je dat aantonen? Heijmans heeft zich aangesloten bij CB23, een platform dat bouwbreed partijen met circulaire ambities met elkaar verbindt. Het streven is om vóór 2023 nationale, bouwsectorbrede afspraken op te stellen over circulair bouwen. Het platform is gelieerd aan vergelijkbare Europese initiatieven zodat we een speelveld krijgen waarin iedereen volgens dezelfde regels aan het spel deelneemt.’

Jazeker, ook vastgoedprofessionals, onze opdrachtgevers, vervullen een belangrijke rol in de supply chain. Stel eens een andere vraag, steek de aanbesteding eens anders in. Dan komen we samen tot veel duurzamer oplossingen.’

Lees hier hoe ING verduurzaming wil versnellen door middel van lage rentes

 

 

 

Dura Vermeer, Kingspan en LEVS architecten ondertekenen intentieverklaring over materiaalgebonden emissies

Productie van bouwmaterialen veroorzaakt elf procent van alle CO2. Dat moet anders, vinden 54 partijen in bouw- en vastgoedsector en zij werken actief aan reductie. Vandaag zetten Kingspan, LEVS architecten en Dura Vermeer hun handtekening onder de intentieverklaring over ‘materiaalgebonden emissies’, zoals deze broeikasgassen ook wel genoemd worden.

Paris Proof event op de Floriade Expo

De ondertekening van Dura Vermeer vond plaats tijdens het Paris Proof event in The Natural Pavilion op de Floriade Expo Almere. Dura Vermeer neemt serieuze stappen om écht circulair en binnen het CO2-budget te bouwen. Om deze acties nog verder kracht bij te zetten ondertekent zij twee belangrijke duurzaamheidsconvenanten: Het Gideonmanifest Bouwen binnen de grenzen van onze planeet en de intentieovereenkomst Voor een gebouwde omgeving zonder materiaalgebonden emissies. De ondertekening en samenwerking helpen verdere invulling te geven aan de circulaire en CO2-reductie ambities.

v.l.n.r. Ronald Dielwart (Raad van Bestuur, Dura Vermeer), Annemarie van Doorn (Directeur, DGBC), Lizzy Butink (manager duurzaamheid, Dura Vermeer), Jan Willem van de Groep (Gideon)

LEVS architecten ontwikkelt Carbon-based Design Methodiek

De ondertekening van LEVS architecten gaat gepaard met het meetbaar maken van de voetafdruk van haar eigen projecten. Aan de hand van hun Carbon-based Design methodiek kan al vroeg in het ontwerpproces worden gestuurd op meetbare CO2-reductie. Op deze manier kunnen opdrachtgevers en andere partijen worden meegenomen in het maken van keuzes die aantoonbaar impact maken. In een workshop met het hele team heeft LEVS allerlei grote en kleine ingrepen in kaart gebracht die nodig zijn om projecten te laten voldoen aan de doelstellingen voor 2025, 2030 en 2050. In onderstaande video een impressie:

A passion for change bij Kingspan

Bij Kingspan wordt de ondertekening kracht bijgezet door de ambitie zoals uitgesproken in het sustainability report ‘A passion for change’. De weg naar reductie van de materiaalgebonden emissies is al in 2021 ingezet, en met het ondertekenen van de intentieverklaring komt hier versnelling in.

Bekijk de roadmap naar net zero van Kingspan:

Acties voor organisaties in intentieverklaring #BuildingLife

De Intentieverklaring ‘Naar een gebouwde omgeving zonder materiaalgebonden emissies’ blijft open voor nieuwe ondertekenaars, zodat wij als bouw- en vastgoedketen gezamenlijk aan de slag kunnen. In deze intentieverklaring hebben al 54 organisaties aangegeven zich te richten op het minimaliseren van de milieu-impact van de productie- en bouwfase en aan de slag te gaan met het carbonbudget. De intentieverklaring geeft duidelijke actie aan voor organisaties.

Wil jij met jouw organisatie ook jouw ambitie uitspreken? Aanmelden voor het tekenen van de intentieverklaring kan nog steeds. Deze verklaring is onderdeel van het #BuildingLife programma.

Een van de oudste gebouwen op de Zuidas maakt zich op voor een grote transformatie

Nuveen en G&S Vastgoed hebben nog geen huurder aangetrokken voor het kantoorgebouw Prinses Irenestraat 59 in Amsterdam. Dat zegt Sebastian Zwart, portefeuillemanager bij Nuveen Real Estate, desgevraagd bij de aankondiging van de renovatie van het pand. De aanleiding voor de vraag bestaat uit onbevestigde berichten dat Philips voor een kantoor aan de Prinses Irenestraat zou hebben gekozen.

‘Keuze single- of multitenant nog open’

PI59 krijgt 17.800 m2 kantoorruimte verdeeld over zes verdiepingen. Het streven is dat het gebouw de certificaten Breeam Excellent (duurzaamheid) en Wired Score Gold (connectiviteit) krijgt. De oplevering staat gepland voor het voorjaar van 2024. De verhuur is in handen van Van Gool Elburg Vastgoedspecialisten.

Volgens Zwart ligt zelfs nog open of het een single- of multitenant-gebouw moet worden. ‘We zijn met verschillende partijen in gesprek, maar hebben nog geen partijen vastgelegd. Door de grote vloervelden zal het pand gemakkelijk indeelbaar zijn. Beide varianten – één of meer gebruikers – zijn nog mogelijk.’

‘Eén gebouw met deze omvang op deze locatie op dat moment’

Gevraagd hoe de ontwikkelaars het gebouw in de markt zetten, zegt Zwart: ‘De marketing loopt sinds begin dit jaar.’ Een melding op een aanbodsite als Funda in Business ligt volgens hem niet voor de hand. ‘In het voorjaar van 2024 komt er in het centrum van de Zuidas maar één gebouw met deze omvang op de markt. Wie op dat moment deze oppervlakte op deze locatie nodig heeft, weet dat je daarvoor bij Van Gool Elburg moet zijn.’

Goede afspraken over bouwkosten

Huurders van PI59 krijgen toegang tot een dakterras, een verborgen parkeergelegenheid en een horecafaciliteit met terras. Vanuit het gebouw krijgen ze uitzicht op het sportveld. De gevel zal vooral bestaan uit grote raampartijen die zorgen voor transparantie. In deze raampartijen worden te openen ramen geplaatst.

Over de stijgende bouwkosten maakt Zwart zich geen zorgen. ‘Daarover hebben we een tijd geleden al goede afspraken gemaakt. Dat is het voordeel van samenwerken met G&S en Volker Wessels.’ Die partijen behoren tot hetzelfde concern.

Foto M Hofmans

6500 kubieke meter hout voor Amsterdams mediakantoor

Een mix van beton, staal en 6500 m3 hout vormen in Amsterdam Overamstel de belangrijkste onderdelen van het nieuwe hoofdkantoor, ‘Mediavaert’, van DPG Media Nederland. Met een oppervlakte van 44.000 m2 wordt deze nieuwe mediahub, ontwikkeld door Being, het grootste hybride kantoor van Europa.

De parkeergarage, begane grond en kernen van het gebouw zijn van beton en vormen als het ware de ruggengraat van het complex. Daarna gaat de constructie grotendeels over in hout, met houten balken, liggers en een ‘hout-hybride’ vloer. Aannemer BESIX gebruikt hout waar het kan, en staal en beton waar het moet. Dit leidt tot een efficiënt materiaalgebruik en een rap bouwtempo. De houten constructie levert niet alleen een flinke CO2– en tijdsbesparing op, maar geeft het kantoor ook een bijzondere, warme uitstraling.

Het nieuwe houten kantoor aan de Van der Madeweg vormt vanaf 2024 de thuisbasis voor diverse redacties en radiozenders, waaronder de Volkskrant, Trouw, Parool, Qmusic en NU.nl. Het gebouw is speciaal ontworpen voor DPG Media en biedt naast werkruimtes ook testlabs, opnamestudio’s, vergaderzalen, restaurants, een espressobar en een aansprekende eventlocatie aan de waterkant.

6500 kubieke meter hout voor Amsterdams mediakantoor

(Foto: Ossip)

Een wisselwerking tussen vides en andere gedeelde ruimtes zorgt voor een open karakter en veel daglicht. Groenvoorzieningen in, op én rond het gebouw creëren een inspirerende werkomgeving die het welzijn en de gezondheid van de medewerkers van DPG Media bevordert.

Hoogwaardige toepassing

“Ondanks de groeiende aandacht voor de voordelen van houtbouw”, aldus Dirk Dekker, medeoprichter en -eigenaar van Being, “is het gebruik van traditionele bouwmaterialen nog steeds de norm. Mediavaert is een uitstekend voorbeeld van hoogwaardige toepassing van hout op grote schaal. We hopen hiermee als ontwikkelaar bij te dragen aan een nieuwe, duurzamere standaard in de vastgoedsector en daarmee positieve impact te creëren.”

“Dit nieuwe kantoor voor DPG Media”, vervolgt Do Janne Vermeulen, architect en directeur van Team V Architectuur, “laat zien dat je met een duurzame houten constructie een heel bijzonder gebouw kan maken, gericht op gezondheid, groen, daglicht. De keuze voor een hout-hybride constructie draagt in dit geval bij aan een duurzamer gebouw, een snelle bouwtijd én een bijzondere, gezonde, comfortabele werkomgeving. Het is daarmee een ontzettend goed voorbeeld van integrale duurzaamheid.”

Mediavaert is een ontwikkeling van Being in opdracht van DPG Media. Het ontwerp is afkomstig van het Amsterdamse architectenbureau Team V Architectuur, in samenwerking met DELVA Landscape Architecture / Urbanism, ontwerpend constructeur en installatieadviseur Arup en DGMR. Drees & Sommer Netherlands verzorgt het kwaliteitstoezicht van realisatie tot en met oplevering. BESIX Nederland is verantwoordelijk voor de bouw. Naar verwachting wordt Mediavaert begin 2024 opgeleverd.

Meer informatie: www.being.nl  en www.teamv.nl

Bron: persbericht Being

Paul de Ruiter Architects over het Unilver Foods Innovation Center HIVE

Als er ergens aan kop wordt gelopen op het gebied van duurzaamheid, is het in Wageningen. Het energieneutrale Unilever Foods Innovation Center HIVE is met een BREEAM-NL Outstanding certificering het meest duurzame multifunctionele gebouw ter wereld. HIVE is het resultaat van de integrale design & build-samenwerking tussen Paul de Ruiter Architects, Dura Vermeer en DWA. Het energieneutrale gebouw herbergt kantoren, diverse laboratoria, testkeukens en een minifabriek waarin nieuwe producten op kleine schaal worden ontwikkeld en getest. We spreken de architect van het gebouw: Paul de Ruiter.

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar.’

Interactie tussen Unilever en de universiteit

‘Het sleutelwoord is innovatie. In dit gebouw is men dagelijks bezig ons voedsel op een zo duurzaam mogelijke manier op ons bord te krijgen. En daar is onderzoek voor nodig,’ vertelt De Ruiter. ‘Het is dan ook geen toeval dat HIVE op de campus van WUR -Wageningen University & Research- is gerealiseerd. De transparante vormgeving en de strategische centrale ligging van het gebouw op Wageningen campus zorgen voor optimale interactie tussen Unilever en diverse externe partijen. Deze kruisbestuiving wordt ook gefaciliteerd doordat een groot deel van het gebouw publiek toegankelijk is. Zo geeft de komst van het Foods Innovation Centre een extra impuls aan de ambitie van Wageningen om het wereldwijde kennishart van Food en Life Sciences te worden.’

 

Open en verbindend

Daar waar je bij de meeste bedrijfsgebouwen na binnenkomst direct op de receptie afstevent, vind je bij Unilever een uitnodigende bar. In de zes meter hoge publieke hal staan openheid, transparantie en food-beleving centraal. Iedere bezoeker is welkom voor een kop thee of een gezonde lunch met direct zicht op de Pilot Plant, de minifabriek van Unilever. Normaliter blijft een recept het geheim van de chef. Niet in Pilot Plant. Innoveren is delen, weten ze bij Unilever, dus studenten en experts zijn welkom in het gebouw. ‘Unilever wil zich openstellen, wil verbinden. En het ontwerp faciliteert deze gedachte. Neem de centrale trap in het atrium, daar ontmoeten mensen vanuit diverse disciplines elkaar. In dit gebouw worden afdelingen niet strikt gescheiden, op de marketingafdeling weten ze waar productie mee bezig is en vice versa.

De definitie van duurzaam

‘Iedereen doet zijn best om duurzaam te zijn. En iedereen heeft een eigen visie op duurzaamheid. Daarom gaan wij voor BREEAM. Met dit instrument is duurzaamheid van bouwwerken écht meetbaar. Bovendien is het ook internationaal goed uit te leggen. Roepen dat je duurzaam bouwt, is zonder bewijs niet zoveel waard. Het maximaal haalbare niveau binnen BREEAM is Outstanding. Dit niveau behaal je door op alle thema’s bewijs van duurzame oplossingen te leveren. Ja, natuurlijk zijn we trots op dit certificaat. Als men over duurzaamheid spreekt, hoor je standaard de termen circulariteit en energiebesparing voorbijkomen. Maar duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Energieneutraal

‘Energieneutraliteit is een hele opgave voor een enorm gebouw als HIVE. Dit hebben we onder meer gerealiseerd met de toepassing van 1.550 zonnepanelen op het dak maar ook zijn de zonnecellen geïntegreerd met het glazen dak. De compacte bouwvorm zorgt voor beperking van energieverliezen. Daarnaast hebben we diverse technieken toegepast om het gebouw zo energie-efficiënt mogelijk te laten functioneren. Een voorbeeld is thermografische aanwezigheidsdetectie. Wordt er geen bezetting gemeten? Dan gaat het licht uit. En ook de hoge isolatiewaarden in zowel het glas, de dichte gevels als de vloer zorgen voor een laag energiegebruik en hoog comfort. Met aandacht voor daglicht, uitzicht op groen, luchtkwaliteit, akoestiek en ergonomie draagt het gebouw bij aan de gezondheid en het welzijn van de gebruikers.’ ‘Het was een flinke uitdaging om alle ambities en eisen met zo min mogelijk geld te realiseren. Slim samenwerken is de basis. En slim omgaan met materialen is stap twee. Dat betekent: niet teveel materialen gebruiken en vooral de juiste materialen toepassen. We hebben bijvoorbeeld gekozen voor een houten constructie.

‘Duurzaamheid gaat wat ons betreft primair over dat mensen in een gebouw gelukkig en gezond zijn. Daar is frisse lucht voor nodig, samen met beweging en -heel belangrijk- een goede akoestiek. Dat realiseer je door zo slim mogelijk te bouwen. Met de juiste materialen en een zo klein mogelijke impact.’

Natuurlijk hebben we ook beton toegepast, maar dan wel zo min mogelijk en gemaakt van gerecyclede grondstoffen. Om het niveau Outstanding te halen, moet je innovatie toepassen. Een van de innovaties is de genoemde thermografische sensoring. Een tweede voorbeeld is de ionisatie van het binnenklimaat. Deze ionisatie zorgt voor een zeer zuivere lucht. Een mooie bijkomstigheid van deze innovatie is dat HIVE hiermee Coronaproof is gemaakt.’

Verbeteringen in de toekomst

‘Ja, het is mogelijk om tijdens de levensduur van het pand verbeteringen toe te passen. En die komen er ook vast. Ik denk wel dat we deze verbeteringen waarschijnlijk met name op installatieniveau vinden. Gemiddeld genomen houden installaties het zo’n vijftien jaar vol. Tegen die tijd zijn er zonder twijfel weer slimmere producten die HIVE naar een nóg hoger plan trekken.’ De Ruiter vertelt afsluitend: ‘De synergie tussen een bedrijf als Unilever en de universiteit is opmerkelijk en heel positief. En noodzakelijk bovendien. Want het voedselprobleem lossen we alleen met samenwerkingen op. Bijzonder dat wij daar aan hebben mogen bijdragen.’n

Paul de Ruiter studeerde in 1990 af aan de Technische Universiteit in Delft. In zijn PhD-onderzoek stelt hij dat gebouwen energie moeten produceren in plaats van dat ze energie consumeren. Voordat hij zijn eigen kantoor in Amsterdam startte in 1994, werkte hij voor toonaangevende architectenbureaus in Canada, Australië en Nederland. Paul de Ruiter is inmiddels een architect, ondernemer, innovator en inspirator bekend om zijn duurzame, game changing architectuur. Hij draagt bij aan de nationale en internationale discussie rondom duurzaamheid, CO2 -neutraal ontwerpen en certificeringsmethoden voor gebouwen.

Opdrachtgevers en slopers zijn de nieuwe grondstoffenleveranciers

Het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 heeft de ambitie in 2050 een volledig circulaire bouweconomie te realiseren. Dat betekent dat we gebouwen, gebieden en infrastructuur moeten kunnen ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken zonder onnodige uitputting van natuurlijke hulpbronnen en zonder de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Opdrachtgevers en slopers zijn een essentiële schakel in deze omvorming van een lineaire naar een circulaire sector. Wanneer opdrachtgevers slopers de ruimte geven en slopers openstaan voor oogsten in plaats van slopen, zijn zij de onbetwiste aanjagers van deze transitie.

 (Technisch) beheerders hebben als geen ander kennis van bestaande vastgoedvoorraden. Zij weten wanneer een pand gerenoveerd moeten worden en wanneer een locatie op de nominatie komt voor sloop. Hiermee zijn zij een belangrijke schakel in het maken van gemeengoed van circulaire bouwmaterialen. ‘Vastgoedbeheerders en gebouweigenaren zien steeds vaker in dat hergebruik een prima oplossing is. Kabelgoten, toiletpotten, spiegels, brandslanghaspels en hang- en sluitwerk kun je een-op-een hergebruiken. En ook ruwbouwmaterialen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in circulaire varianten,’ vertelt Erik Koremans, Directeur New Horizon Material Balance. New Horizon is gespecialiseerd in het demonteren van gebouwen en zorgt met haar partners voor een flinke retourstroom van geoogste materialen. ‘Om schaalvergroting te realiseren, hebben we echter veel meer donorgebouwen nodig. Ik wil beheerders dan ook oproepen om eens te kijken naar de mogelijkheden van circulair in plaats van lineair slopen. Iedereen wil een nier, maar niemand wil donor zijn. Een uitspraak van onze oprichter die in onze markt meer dan relevant is. Dat heeft te maken met de veronderstelling dat circulair slopen kostbaarder zou zijn, terwijl dat pertinent niet waar is.’

New Horizon

New Horizon gelooft dat de circulaire economie het economische model van de toekomst is. Het primaire doel van deze groeiende organisatie is het leveren van bouwmaterialen die bijdragen aan een circulaire economie. Het bedrijf initieert daartoe nieuwe samenwerkingen, technologische innovaties en systeemveranderingen. Een pronkstuk van New Horizon is de demontage van De Satelliet, een onderdeel van het pand van de Nederlandse Bank in Amsterdam. De Satelliet is in zijn geheel ontmanteld en middels elektrisch vervoer over het water naar een loods in Zaandam overgebracht. De gebouwonderdelen krijgen later dit jaar -wanneer ze worden gebruikt voor de bouw van een zorglocatie in Amsterdam-Noord- een tweede leven. ‘De gebouwbeheerder heeft het aangedurfd op een andere manier naar de waarde van dit gebouw te kijken. Hij zag het gebouw als bron en heeft koos niet voor sloop maar voor hergebruik van dit maatschappelijk vastgoed.’

 

Waarom zou je überhaupt nog slopen?

‘We mogen in Hoofddorp de 100.000 m2 kantoren in Hyde Park ontmantelen ten behoeve van een nieuwe architectonische stadswijk met 3.800 woningen. Sommige van deze kantoren zijn in 2004 gebouwd. Dat dit vraagtekens oplevert -zeker inzake duurzaamheid- begrijpen wij als geen ander. Feit is echter dat dit kantorengebied leeg staat en de belegger dus geen rendement oplevert. Daarnaast kampen we in Nederland met een gigantisch woningtekort. Dat maakt het economische plaatje uitlegbaar. Gelukkig heeft de belegger gekozen voor oogsten in plaats van slopen.’

 

Tegen welke zaken loop je als urban miner aan?

‘In het verleden is nooit gebouwd om terug te nemen. Losmaakbaarheid en terugneembaarheid zijn termen die nu pas een plek krijgen in onze bouwsector. Urban minen zal in de toekomst dan ook vele malen makkelijker worden. Dat neemt niet weg dat we ook met gebouwen waarin tijdens de bouw losmaakbaarheid nog geen issue was ook al enorm veel winst kunnen behalen. Beton is nog steeds het meest gebruikte bouwmateriaal. Dat betekent dat je met circulair beton dus echt impact maakt.’

‘Een ander aspect is de psychologie. Iedere verandering levert in eerste instantie weerstand op. Het duurt even voordat de weerstand verandert in acceptatie. Tuurlijk weten vastgoedbeheerders vaak al dat ze het verschil kunnen maken. Het veranderen van werkwijzen en relaties -denk aan het verbreken van goede relaties met vaste leveranciers van lineaire grondstoffen- is alleen niet altijd eenvoudig. Wanneer je je realiseert dat je met de keuze voor circulair beton een CO2-reductie van 80% realiseert, ziet men het aangaan van nieuwe waardevolle relaties gelukkig wel als een serieuze optie. Maar wij begrijpen ook dat dit tijd vraagt.’

Welke invloed heeft de grondstoffencrisis?

‘De grondstoffencrisis bevestigt onze visie. We moeten veel meer gaan kijken naar wat er lokaal mogelijk is. Waarom zou je grondstoffen uit China halen als alles voor onze neus beschikbaar is? Wij zien de stad als bron. We zien geen appartementencomplexen, maar magazijnen waar grondstoffen tijdelijk liggen opgeslagen. Veel materialen zijn direct her te gebruiken. Als je ze nieuw zou bestellen, zou je exact hetzelfde krijgen. Sta je voor een verbouwing of renovatie? Kijk dan eerst naar wat er circulair beschikbaar is en vul daarna pas aan met lineaire materialen.’

 

Wat is de rol van de overheid?

‘De noodklok inzake CO2-uitstoot luidt al vanaf 1972. En aangezien de uitstoot sinds die tijd vervijfvoudigd is, kan het niet anders dat de politiek zich heel snel hard gaat maken voor vergaande reducties. Wij verwachten dat CO2-uitstoot binnenkort beprijsd gaat worden. Deze economische impuls gaat ervoor zorgen dat lineaire producten duurder worden dan circulaire. Zodra dat gebeurt, verwacht ik dat wij structureel uitverkocht zijn. Gelukkig zijn er steeds meer slopers die het circulaire gedachtengoed met ons delen. Dat is hard nodig, want we kunnen dit niet alleen. Het verschil in werkwijze zit -nu nog- vaak in de manier van aanbieden. Wij hebben geen grote loods waarin we de materialen opslaan. Dankzij samenwerkingen met onze partners, zijn de herwonnen materialen op dezelfde manier verkrijgbaar als lineaire varianten.’

De partners van New Horizon zijn terug te vinden via hun website. Hier zijn de circulaire materialen ook direct te bestellen.

 

Grootschalige renovatie van 30.000 m2 voor Maastricht UMC+

Maastricht UMC+ heeft een uitdagende strategische vastgoedagenda 2040 opgesteld met diverse projecten. EGM mag één van de eerste grootschalige projecten vormgeven: de Renovatie van de Klinieken.

De verbouwingsopgave waarvoor Maastricht UMC+ zich gesteld ziet, sluit naadloos aan bij de kennis en ervaring van EGM. Vanaf de eerste visieschetsen voelt deze opdracht dan ook als de perfecte samenwerking waar we met ontzettend veel zin aan beginnen. EGM zal de klinieken van het 30 jaar oude hoofdgebouw renoveren tot een heerlijk fris, gezond en optimaal functioneerde verblijfs- en werkomgeving. We zijn ontzettend verheugd dat we aan de slag gaan samen met het Maastricht UMC+ als onze opdrachtgever en Royal HaskoningDHV die geselecteerd is als installatieadviseur.

 

Grootschalige renovatie

Het project Klinieken beslaat in totaal meer dan 30.000 m2. De opgave omvat de stapsgewijze renovatie van alle algemene verpleegafdelingen, de afdelingen voor intensieve zorgen en het Vrouw, Moeder & Kind centrum. De ontwerp- en de realisatiefasen zullen een aantal jaren in beslag nemen.

In de keuze voor EGM spreekt Maastricht UMC+ lovend over een ‘helder ontwerp’ en ‘een mooie oplossing’, met ‘diverse haalbare innovaties’. Het is precies wat we vanuit EGM met het ontwerp willen bereiken en waarvoor we ons altijd maximaal inzetten: een heldere visie met vooruitstrevende vernieuwing, die resulteert in een gezond gebouw voor patiënten én medewerkers. Vanuit onze onderzoeken naar de verpleegkamers en Intensive Care kamers van de toekomst (zelfstandig en samen met derden), bieden we bijvoorbeeld prettige plekken voor goede mantelzorg in onze ontwerpen. Voor Maastricht UMC+ bouwen we ook voort op het wetenschappelijk onderzoek naar het welzijn en comfort van ziekenhuismedewerkers waarop collega AnneMarie Eijkelenboom recent is gepromoveerd. Juist ook het belang van prettige omstandigheden voor medewerkers in de zorg onderstrepen we met de inbreng van EGM r&d.

 

Duurzaam voor mens én milieu

Met een aantal zorgvuldig gekozen ‘evidence based’ oplossingen én vernieuwingen draagt de verbouwing bij aan een gezonde werk- en verblijfomgeving. Plekken voor verwondering, herkenbare en tactiele materialen, ronde vormen, levend groen en ruime daglichttoetreding stellen we voor als onderdeel van de dagelijkse ‘healing environment’. Ze zorgen ervoor dat ook het ziekenhuisgebouw daadwerkelijk bijdraagt aan de gezondheid van patiënten, bezoekers en medewerkers.

Duurzaam betekent, naast vele geïntegreerde duurzame gebouwde oplossingen, ook dat het ziekenhuisproces duurzaam geoptimaliseerd wordt en dat het gebouw een veranderende vraag kan accommoderen. Zo kunnen de klinieken, zonder afbreuk te doen aan de functionaliteit van alle afdelingen, stapsgewijs en flexibel meebewegen met de behoeften in tijden van een pandemie. Het ontwerp van EGM zet in op minimaliseren van de energiebehoefte en het energieverbruik (Smart Hospital concept) en beperkt de afvalstromen die maximaal circulair worden verwerkt. Alle innovaties samen zetten een grote stap naar een Future proof ziekenhuis conform de Greendeal Duurzame Zorg.

Met het ontwerp voor de Renovatie van de Klinieken is inmiddels begonnen.

Bron: EGM

 

Slimme en veilige gebouwen, gaat dat samen?

Welke rol speelt veiligheid in slimme gebouwen? Is een met sensoren gevuld gebouw dat de verkregen data vervolgens gebruikt voor de aansturing van het pand eigenlijk wel slim als de valbeveiliging niet op orde is? We praten erover met Martin Verkamman, Fall Protection Expert bij 3M.

‘Natuurlijk denken de meeste gebouwbeheerders bij een slim gebouw vooral aan het verkrijgen van data en hoe je deze data inzet om het gebouw te optimaliseren op gebied van comfort, energie en kosten. Maar een gebouw wordt pas écht slim als het ook veilig is en wanneer deze veiligheidsmaatregelen worden genomen zonder hiermee de isolatiewaarde van het dak negatief te beïnvloeden.’

Dakbeveiliging en isolatiewaarde

Veel gebouweigenaren staan niet stil bij de invloed die dakbeveiliging heeft op onder meer de isolatiewaarde van het dak. Verreweg de meeste installateurs snijden het dak open om de beveiligingsmaatregelen direct aan de constructie te bevestigen wat resulteert in een ongewenste warmte-koudebrug. En ook valbeveiliging óp de dakbedekking vraagt om het boren van gaten in de isolatie en dampremmende laag. ‘Zorg dat je dit vooraf bespreekbaar maakt met de partij waar je mee samenwerkt. Het kan niet de bedoeling zijn dat de Rc-waarde van een dak door dit soort maatregelen afneemt. Wij hebben daar in ieder geval een goede oplossing voor bedacht.’ In het slimme systeem van 3M wordt gebruik gemaakt van een plastic buis die door een klein gat in het dak wordt geleid. Deze buis wordt gevuld met isolatie wat de warmte-koudebrug met 66% terugdringt. Een tweede voordeel van dit systeem ten opzichte van alternatieven is de hergebruikmogelijkheid van de bodemplaat. Een gebruikt anker moet in alle gevallen worden vervangen, maar de bodemplaat van 3M is dus opnieuw te gebruiken. Dat betekent enerzijds dat het niet nodig is om opnieuw een gat in het dak en de isolatie aan te brengen wat positief is voor het behoud van de Rc-waarde. Anderzijds betekent dit dat het ontwerp van de valbeveiliging intact kan blijven.

Met z’n allen

‘Voor mij is een slim gebouw een gebouw dat in al zijn facetten intrinsiek veilig is. Om dat te realiseren, moeten we met z’n allen nog veel stappen maken. Ik zeg bewust met zijn allen, want het begint bij de architect en eindigt bij partijen die op het dak actief zijn. Het spreekt voor zich dat een architect focust op de esthetische kant van zijn of haar ontwerp. Daarom is het belangrijk dat degene die het ontwerp realiseert, meedenkt over de haalbaarheid, ook in de gebruiksfase. Een glazen pui die vervolgens op geen enkele manier veilig te reinigen is, kan nooit de bedoeling zijn. En toch komen we dit soort zaken regelmatig tegen. Net als de installatie van een pvsysteem bovenop onze valbeveiligingsmaatregelen. Dit zijn spanningsvelden die we met elkaar op kunnen lossen door samen te werken. Krijg je de opdracht pv-panelen te plaatsen? Neem dan even contact op met de installateur die verantwoordelijk is voor de valbeveiliging. De ervaring leert dat het helpt als ook de gebouwbeheerder hier alert op is.’

Martin Verkamman, Fall Protection Expert bij 3M

Ontwerp het zo dat je niet kunt vallen

‘Wist je dat 29% van alle arbeidsongevallen wordt veroorzaakt door vallen van hoogte? Het is daarom geen gek idee om aanwezigheid op hoogtes zoveel mogelijk te vermijden. Door de airconditioning op de begane grond te plaatsen bijvoorbeeld. Natuurlijk weet ik dat architecten daar over het algemeen niet blij van worden, maar het kan wel bijdragen aan de veiligheid van medewerkers en onderaannemers. Het is aan 3M -samen met partners als Elro Dakveiligheid– om ervoor te zorgen dat personen bij het betreden van een dak überhaupt niet kunnen vallen. Daarbij kijken we verder dan de dakrand. Lichtstraten, atriums en binnentuinen leveren immers net zoveel (door)valgevaar op. Een hekwerk om de rand van een pand is hiermee niet per definitie de sluitende oplossing.’ Voor Elro reden genoeg om systemen zo te ontwerpen dat vallen niet mogelijk is. Een van de oplossingen is het creëren van gebiedsbegrenzing. Dat doet Elro onder meer met hekwerken, maar ook met de 3M persoonlijke beschermingsmiddelen met een beperkte bewegingsvrijheid. Zodat onderhoudsmensen wél bij de installatie, maar niet in een gevaarlijke situatie kunnen komen.

De relatie tussen valbeveiliging en overgewicht

‘Sinds de laatste recessie wordt er behoorlijk gemarchandeerd op het gebied van dakveiligheid. Voldoen aan de minimumeisen is de norm en er wordt maar nauwelijks nagedacht over de competentie die een persoon nodig heeft om valbeveiliging daadwerkelijk veilig te gebruiken. Ik licht een aspect graag uit: het gewicht van de dakbetredende persoon. Meer dan 50% van de valbeveiligingssystemen in Nederland is geschikt voor personen tot honderd kilo. Inclusief kleding, schoenen, bril, helm en alles wat aan de persoon vastzit of wat de persoon meedraagt.’ Reden genoeg voor 3M, dat een dependance op de campus van TU Delft heeft, om samen met haar host onderzoek te doen naar het gewicht van Nederlanders. ‘De gemiddelde Nederlandse man weegt 85 kilo en draagt gemiddeld vijf tot zes kilo aan kleding, schoenen en accessoires. Een valharnas en -lijn komen samen op vier kilo en gereedschap weegt met gemak een kilo of vijf. Dan zit je dus al aan de honderd kilo. En als je weet dat een derde van de beroepsbevolking overgewicht heeft, begrijp je meteen dat die maximale honderd kilo in veel gevallen niet voldoet. Voor 3M de reden om onze valbeveiligingssystemen in te regelen voor mensen tot 140 kilo. Dat geldt uiteraard ook voor de reddingsmiddelen die we leveren. Nog een aspect waar de gebouwbeheerder het verschil kan maken. Door te kiezen voor valbeveiliging die op veiligheidsgebied voldoet in plaats van voor valbeveiliging die de minimumeisen in de wet raakt.

 

Meer informatie:

www.elroduurzamedaken.nl

www.3mnederland.nl

www.wildschutdak.nl

www.tngroep.nl

www.zndnedicom.nl

 

 

Schiedamse Glasfabriek aan de vooravond van een grootse transformatie

De komende jaren staan Blauwhoed en Dudok Real Estate voor een prachtige uitdaging: de transformatie van het voormalige fabrieksterrein van De Glasfabriek in Schiedam tot een hoogstedelijk woon- en werkgebied. Marcel Groeneweg, senior projectontwikkelaar bij Blauwhoed, en Stefan van Gurp, senior projectontwikkelaar bij Dudok Real Estate, gaan hier de komende jaren vorm aan geven.

“Deze transformatie vormt een fantastische opgave, want hier hebben we te maken met alle facetten en aspecten van binnenstedelijke gebiedsontwikkeling.” Bij het verlaten van De Glasfabriek in Schiedam benadrukt een enthousiaste Stefan van Gurp het nog maar eens. Waar een al even enthousiaste Marcel Groeneweg aan toevoegt: “Samen gaan we hier een prachtige plek van maken!”

Een bijzondere plek

De Glasfabriek, ooit voluit De Vereenigde Glasfabrieken, neemt in tal van opzichten een bijzondere plek in binnen Schiedam. Niet alleen door de omvang van het fabrieksterrein dat maar liefst 5,5 hectare omvat, maar ook door de rijke geschiedenis die nauw verbonden is met die van Schiedam. Zoals schrijver Bordewijk het zo mooi verwoordde: “De felle vuren der glasblazerijen omkringden haar in een krans helse rozen”. Ook de centrale ligging, tussen de Schiedamse binnenstad en het Rotterdamse Merwe-Vierhavensgebied, vormt een bijzonder aspect van het geheel. Het is een ronduit indrukwekkende plek, waar meer dan een eeuw lang miljarden glasconserven werden geproduceerd voor de voedings- en drankenindustrie. Met enorme hallen, genoemd naar de belangrijkste klanten, zoals de Heineken hal en de Calvé hal. En een achttal, enorme betonnen silo’s waar de belangrijkste bestanddelen van het glas in lagen opgeslagen.

null

5,5 ha uitdaging

Mogelijkheden te over om hier wat moois (van) te maken en het verhaal van deze prachtplek verder uit te dragen. Stefan van Gurp: “Dat verhaal begint voor ons wanneer de eigenaar van De Glasfabriek, Owens Illinois Netherlands, in 2017 besluit om met de productie van glasconserven in Schiedam te stoppen en het terrein met de opstallen te verkopen. Wij hebben toen, net als Blauwhoed, onafhankelijk van elkaar, een bieding gedaan, maar grepen er net naast. Toen de kopende partij na een jaar afhaakte, besloten wij samen de uitdaging op te pakken en deze bijzondere plek nieuw leven in te blazen. Onze visies en track-record sloten goed op elkaar aan. Sinds november 2020 zijn we samen met investeerders eigenaar van het terrein.” Behalve Blauwhoed en Dudok Real Estate speelt ook de gemeente Schiedam een belangrijke rol in de herontwikkeling van De Glasfabriek, aldus Marcel Groeneweg: “Ten tijde van de aankoop hebben we natuurlijk plannen gemaakt over de mogelijkheden van het terrein, maar er waren ook vanuit de gemeente ideeën waar het heen zou moeten. Het wordt voor Schiedam een compleet nieuwe woonwijk. Het gebied vormt straks een belangrijke schakel tussen de binnenstad en het Merwe-Vierhavensgebied. Tevens is het een belangrijk onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Nieuw-Mathenesse, een nieuw woon- en leefgebied op de plek van oude, binnenstedelijke bedrijventerreinen.”

Distillers District

De Glasfabriek sluit aan op het Schiedamse Distillers District, ook onderdeel van de gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse, en gaat straks zowel een woon- als een werkfunctie krijgen, aldus Marcel Groeneweg. “Voor de werkfuncties kan gedacht worden aan dienstverlenende organisaties, kantoorruimte, kleinschalige maakindustrie en, bijna vanzelfsprekend, horeca.” Stefan van Gurp vult hierbij aan: “Het is de ambitie van de gemeente en ook van onszelf om het Distillers District veel sterker te laten worden en te ‘branden’ als een unique selling point voor Schiedam. In Schiedam wordt al eeuwenlang jenever en gin, gedistilleerd. Je hebt hier recht tegenover Loopuyt, Koninklijke De Kuyper, distilleerderij Onder De Boompjes en verderop zit Nolet. Dat zijn al vier distilleerders van de zogenaamde Big Six. Het glasfabriekterrein zit daar vlak tegenaan en vormt de verbindende factor op de looproute tussen de binnenstad en de distilleerderijen. Met deze bijzondere ligging en de rijke historie zijn alle ingrediënten aanwezig om er een prachtige woon-, werk- en verblijfsplek van te maken en daarmee een waardevol stukje Schiedam.”

Rijke geschiedenis, duidelijke identiteit

Marcel Groeneweg: “Om de planvorming te starten, zijn we begonnen met de ‘why’ vraag. Wat is de identiteit van de plek? Waarvoor gaat de Schiedammer hier wonen? Waar komt zijn trots vandaan? Nadat we dit duidelijk voor ogen hadden, konden we beginnen met de verkenningen voor het stedenbouwkundig plan. Een hoge mate van welzijn is hierbij een essentieel uitgangspunt; voor iedereen die hier straks woont, werkt of verblijft. Het raamwerk van de gemeente, op basis waarvan het bestemmingsplan kan worden aangepast, ligt inmiddels ter goedkeuring bij de raad. Dat zal in september zijn beslag krijgen. Daarna kunnen we de plannen gaan verfijnen. We gaan de komende tijd ook invulling geven aan de plek met tijdelijke functies en lokale initiatieven. Placemaking die tevens gaat bijdragen aan de identiteitsvorming van de locatie. Behalve dat we de kantoorgebouwen weer in gebruik gaan nemen en verhuren, is het Stedelijk Museum Schiedam bijvoorbeeld geïnteresseerd in een streetart expositie voor jongeren. En zo zijn er wel meer ideeën die de komende tijd vorm moeten krijgen.”

Vitale steden

De transformatie van verouderde, binnenstedelijke bedrijfsterreinen, zogenoemde Brownfields, draagt bij aan het economisch en sociaal vitaal blijven van een stad. Hiermee wordt ingespeeld in op de huidige, grote, woonbehoefte. Tegelijkertijd is het één van de grootste uitdagingen in het stedelijk gebied: het transformeren van een industriële plek met milieucategorie 5 naar een aangename plek om te wonen, werken en recreëren. Blauwhoed en Dudok Real Estate werken daarvoor samen met stedenbouwkundig bureau Barcode Architects en voor de landschappelijke inrichting met DELVA Landscape Architecture | Urbanism; ook betrokken bij de totstandkoming van het ruimtelijk raamwerk Merwe-Vierhavens.  Stefan van Gurp: “De technische uitdaging is om deze plek waar meer dan 100 jaar zware industrie zat, te transformeren tot een mooi leefgebied. Hier gaan we de komende jaren met veel enthousiasme, en zeker ook in participatie met belanghebbenden, aan werken. Wie wil er nou niet wonen en werken op een plek met zo’n rijke geschiedenis en zo’n duidelijke eigen identiteit?”