Heijmans hakt het onderwerp verduurzaming in stukken

verduurzaming Heijmans

CPO Esther Donders vertelt waarom verduurzaming een steeds belangrijkere onderwerp wordt voor Heijmans.

Wat betekent duurzaamheid voor jou? 

‘Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst. Zoals we op deze aarde bezig waren en nog zijn, dat gaat ’m niet meer worden. Maar zo’n transitie naar een duurzame samenleving maak je niet zomaar. Wil je naar bestendige verduurzaming ? Dan moet je nadenken over hoe je dat gaat organiseren en welke systemen je onder de loep moet nemen. Het moet onder de motorkap anders gaan lopen. En ja, daar horen ook andere verdienmodellen bij.’ ‘Circulariteit en duurzaamheid worden vaak door elkaar gebruikt. Een volledig circulaire spijkerbroek die door middel van kinderarbeid in elkaar is genaaid, is niet duurzaam. Hiermee wil ik aangeven dat de focus op circulariteit heel belangrijk is, maar dat je niet je ogen moet sluiten voor de rest. Kijk, natuursteen is op zichzelf best duurzaam. Het gaat immers een hele lange tijd mee. Maar je kunt het in tegenstelling tot een materiaal als hout niet opnieuw planten. Daarbij is er soms sprake van slechte arbeidsomstandigheden in groeves in verre landen. Het is dus zaak een bredere duurzaamheidsbril op te zetten en niet alleen voor circulariteit te gaan. En dat doen we bij Heijmans ook: we zijn makers van een gezonde leefomgeving en circulariteit is daar een aspect van.’

Hoe duurzaam is de bouw inmiddels?

‘Duurzaamheid in de bouw is niet één ding. De supply chain van bitumen is anders dan die van luchtbehandelingskasten. Je hebt te maken met verschillende materialen en verschillende markten. Het ene materiaal komt uit de buurt, het andere moet van een ander continent komen. Daarom hebben wij gezegd: je moet die olifant in stukken hakken. En dan per stuk kijken naar het systeem en de aanpassingen die je zou willen doen. Wij hebben onze olifant zo’n drie jaar geleden in meer behapbare stukken gehakt. In totaal kopen wij zo’n vijfhonderd productgroepen in. Deze hebben we verdeeld in tien clusters van productgroepen. We bekijken per cluster waar de grootste winst op het gebied van verduurzaming en circulariteit te behalen valt en die pakken we aan: de zogenaamde meest materiële issues. Een voorbeeld is de aanpak van het verpakkingsmateriaal. We streven naar een duurzame bouwplaats en toch accepteerden we tot voor kort alle typen verpakkingsmaterialen, ook als verpakken overbodig was. Tel daarbij op dat we aan de voorkant betalen voor de verpakkingen -deze prijs is verrekend in de aanschafsprijs van het materiaal- en dat we dat aan de achterkant -om de verpakkingen af te voeren- nog een keer deden. Met dit inzicht hebben wij de regierol genomen.

Er is geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers ermee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen.

om daarin iets te veranderen. Door dit stukje olifant op te pakken ga je efficiënter naar logistiek en verpakkingsmaterialen kijken, formuleer je vragen en stel je andere eisen aan je leveranciers. Daarbij hebben we vaak het argument gehoord dat het duurder zou worden. Maar niemand heeft mij nog kunnen uitleggen waarom materialen duurder zouden worden wanneer je ze niet verpakt of kiest voor een ander type plastic of minder bedrukking. En het mooie is: dit gaat verder dan het bedrijf Heijmans. De grote leveranciers waar we mee samenwerken veranderen natuurlijk niet alleen hun systeem voor Heijmans, ook andere afnemers krijgen dan hun materialen aangeleverd zonder overtollig of met circulair te verwerken verpakkingsmateriaal.

Wat is er nodig om die impact te maken?

‘Je moet gebruik maken van je inkoopkracht om de regie te pakken en hierop centraal sturen. De inkoopkracht zit in de bundeling van de vraag. Voor jouw beeld: we kopen ongeveer 80% van onze omzet in. Je begrijpt dat wanneer we voor bepaalde materialen en diensten centraal inkopen, we meer impact kunnen maken dan wanneer een projectmanager dat alleen voor zijn eigen werk doet. Een aantal voorbeelden: inmiddels werken we bij Heijmans alleen nog maar met FSC-goedgekeurd hout, zijn we bezig met het circulair krijgen van onze bedrijfskleding en zetten we effectieve stappen richting het gebruik van circulair beton en asfalt. Wanneer je bijvoorbeeld alleen dakpannen maakt, kun je je permitteren alleen naar de supply chain van dakpannen te kijken. Wij verwerken alles. Wij zijn de vragende partij in de supply chain en verwerken producten van derden tot bijvoorbeeld een woning, een snelweg of een theater. We maken dus impact door mét onze partners in gesprek te gaan over de verduurzaming van hun diensten en materialen. Bij de verduurzaming van de bouw is een strategische rol weggelegd voor procurementafdelingen. In de bouw noemen we het vaak inkoop, maar het is zoveel meer dan dat. We zijn juist bezig met de strategische kant en de dag van morgen.’

Is Heijmans in jouw ogen een koploper in duurzaamheid?

‘Zoals de Englsen zeggen is dat “in the eye of the beholder”. Wij hebben in ieder geval wel die ambitie. Er is overigens denk ik geen bedrijf dat niet bezig is met duurzaamheid. Ik zie dat ook alle grote bouwers er mee bezig zijn. Maar het is de kunst om van praten naar doén te komen. En doen is wat mij betreft meer dan het uitvoeren van een pilot. Het wordt namelijk pas echt interessant als je duizend circulaire woningen bouwt. Het gaat erom dat je het bestendig doet, alleen dan is het duurzaam. Gelukkig leren we ook van elkaar, zeker wanneer we in bouwcombinaties werken. Maar bij Heijmans gaat het dus echt om het doen. Ik kan 25 online seminars per week over verduurzaming en circulariteit bijwonen, maar ik geef er de voorkeur aan mijn tijd in te zetten om onze plannen te realiseren.’

Hoe ziet de toekomst eruit van Heijmans?

‘Je kunt niet meteen álles aanpakken. Daarom hebben we twee jaar geleden een aantal bold statements geformuleerd over waar we willen staan in 2023. Als eerste noem ik de verpakkingen nog een keer. We zijn nu twee jaar onderweg en zijn het plan van aanpak aan het uitrollen. Alle afspraken met de supply chain en de afvalverwerkers zijn gemaakt. Het is nu zaak om de komende tijd het gesprek aan te gaan met leveranciers die het lastiger vinden om aan onze circulariteitsambitie te voldoen. Kunnen ze mee? Of moeten we langzaam verschuiven naar andere leveranciers? Hetzelfde geldt voor circulair beton en asfalt. In 2023 willen we dit, in alle gevallen waar de klant erom vraagt, kunnen leveren.

En in 2030 willen we alleen nog maar circulair beton verwerken. Dit geldt ook voor grondgebonden woningen: we zetten in op 100% circulaire grondgebonden woningen in 2023. Daarnaast zijn we volop bezig met lease en as-aservice-concepten. Het eigendom bij een producent houden hoeft op zich niet circulair te zijn, maar het is voor deze producent wel een stimulans om in te zetten op een meer circulair productieproces. Tevens focussen we vol op onze logistiek. In plaats van het wiel op elke bouwplaats opnieuw uit te vinden, maken we met onze partners protocollen om zo duurzaam mogelijk te worden en telkens te verbeteren. Je kunt je voorstellen dat de logistiek rondom veertig kilometer snelweg anders is dan bij binnenstedelijke bouw of het realiseren van een woonwijk in het open veld. Met partners werken we aan verbetering en verduurzaming van dit soort logistieke concepten.’

Heeft deze focus op duurzaamheid & verduurzaming ‑invloed op jouw privéleven?

‘Absoluut. Vorig jaar vlogen mijn man en ik in een privévliegtuigje over de Okavangodelta in Botswana. We zouden daar niet met de auto

Duurzaamheid is ons ticket naar de toekomst.

naartoe kunnen vanwege het moeraslandschap. Maar in de twee uur dat we in het vliegtuig zaten hebben we uitsluitend boven woestijnlandschap gevlogen. De nijlpaarden en krokodillen lagen dakpansgewijs op elkaar in een watertje van het formaat smalle beek. De impala’s liepen over de ruggen van hun predatoren naar de overkant van de beek. Tijdens die vlucht besloot ik dat ik in 2020 mijn vliegkilometers met een derde terug zou brengen en verder mijn vakanties met de fiets zou doen. Corona heeft daar natuurlijk wel een handje bij geholpen, maar anders zou ik deze belofte aan mezelf ook zijn nagekomen. Ik ben bijvoorbeeld net terug van een fietstocht van Maastricht naar Groningen. Verder eten we beduidend minder vlees en zijn we ook thuis in toenemende mate bezig met het terugbrengen van de hoeveelheid verpakkingsmateriaal. Als iedereen -of laten we zeggen de helft van de mensen- een kwart minder vlees zou eten en meer na zou denken over hun vakantiebestemmingen en waar ze hun kleren kopen, dan zou dat al een groot verschil maken.’

De rol van wetgeving

‘Wet- en regelgeving kan een enorme boost geven aan verduurzaming. Kijk maar naar de maatregel dat iedereen van het gas af moet. De markt ging direct in de actiestand. Regelgeving brengt ook een stuk standaardisatie met zich mee. Heel goed, want hoe meet je nou of iets circulair is? En hoe ga je dat aantonen? Heijmans heeft zich aangesloten bij CB23, een platform dat bouwbreed partijen met circulaire ambities met elkaar verbindt. Het streven is om vóór 2023 nationale, bouwsectorbrede afspraken op te stellen over circulair bouwen. Het platform is gelieerd aan vergelijkbare Europese initiatieven zodat we een speelveld krijgen waarin iedereen volgens dezelfde regels aan het spel deelneemt.’

Jazeker, ook vastgoedprofessionals, onze opdrachtgevers, vervullen een belangrijke rol in de supply chain. Stel eens een andere vraag, steek de aanbesteding eens anders in. Dan komen we samen tot veel duurzamer oplossingen.’

Lees hier hoe ING verduurzaming wil versnellen door middel van lage rentes

 

 

 

Opdrachtgevers en slopers zijn de nieuwe grondstoffenleveranciers

Het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 heeft de ambitie in 2050 een volledig circulaire bouweconomie te realiseren. Dat betekent dat we gebouwen, gebieden en infrastructuur moeten kunnen ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken zonder onnodige uitputting van natuurlijke hulpbronnen en zonder de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Opdrachtgevers en slopers zijn een essentiële schakel in deze omvorming van een lineaire naar een circulaire sector. Wanneer opdrachtgevers slopers de ruimte geven en slopers openstaan voor oogsten in plaats van slopen, zijn zij de onbetwiste aanjagers van deze transitie.

 (Technisch) beheerders hebben als geen ander kennis van bestaande vastgoedvoorraden. Zij weten wanneer een pand gerenoveerd moeten worden en wanneer een locatie op de nominatie komt voor sloop. Hiermee zijn zij een belangrijke schakel in het maken van gemeengoed van circulaire bouwmaterialen. ‘Vastgoedbeheerders en gebouweigenaren zien steeds vaker in dat hergebruik een prima oplossing is. Kabelgoten, toiletpotten, spiegels, brandslanghaspels en hang- en sluitwerk kun je een-op-een hergebruiken. En ook ruwbouwmaterialen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in circulaire varianten,’ vertelt Erik Koremans, Directeur New Horizon Material Balance. New Horizon is gespecialiseerd in het demonteren van gebouwen en zorgt met haar partners voor een flinke retourstroom van geoogste materialen. ‘Om schaalvergroting te realiseren, hebben we echter veel meer donorgebouwen nodig. Ik wil beheerders dan ook oproepen om eens te kijken naar de mogelijkheden van circulair in plaats van lineair slopen. Iedereen wil een nier, maar niemand wil donor zijn. Een uitspraak van onze oprichter die in onze markt meer dan relevant is. Dat heeft te maken met de veronderstelling dat circulair slopen kostbaarder zou zijn, terwijl dat pertinent niet waar is.’

New Horizon

New Horizon gelooft dat de circulaire economie het economische model van de toekomst is. Het primaire doel van deze groeiende organisatie is het leveren van bouwmaterialen die bijdragen aan een circulaire economie. Het bedrijf initieert daartoe nieuwe samenwerkingen, technologische innovaties en systeemveranderingen. Een pronkstuk van New Horizon is de demontage van De Satelliet, een onderdeel van het pand van de Nederlandse Bank in Amsterdam. De Satelliet is in zijn geheel ontmanteld en middels elektrisch vervoer over het water naar een loods in Zaandam overgebracht. De gebouwonderdelen krijgen later dit jaar -wanneer ze worden gebruikt voor de bouw van een zorglocatie in Amsterdam-Noord- een tweede leven. ‘De gebouwbeheerder heeft het aangedurfd op een andere manier naar de waarde van dit gebouw te kijken. Hij zag het gebouw als bron en heeft koos niet voor sloop maar voor hergebruik van dit maatschappelijk vastgoed.’

 

Waarom zou je überhaupt nog slopen?

‘We mogen in Hoofddorp de 100.000 m2 kantoren in Hyde Park ontmantelen ten behoeve van een nieuwe architectonische stadswijk met 3.800 woningen. Sommige van deze kantoren zijn in 2004 gebouwd. Dat dit vraagtekens oplevert -zeker inzake duurzaamheid- begrijpen wij als geen ander. Feit is echter dat dit kantorengebied leeg staat en de belegger dus geen rendement oplevert. Daarnaast kampen we in Nederland met een gigantisch woningtekort. Dat maakt het economische plaatje uitlegbaar. Gelukkig heeft de belegger gekozen voor oogsten in plaats van slopen.’

 

Tegen welke zaken loop je als urban miner aan?

‘In het verleden is nooit gebouwd om terug te nemen. Losmaakbaarheid en terugneembaarheid zijn termen die nu pas een plek krijgen in onze bouwsector. Urban minen zal in de toekomst dan ook vele malen makkelijker worden. Dat neemt niet weg dat we ook met gebouwen waarin tijdens de bouw losmaakbaarheid nog geen issue was ook al enorm veel winst kunnen behalen. Beton is nog steeds het meest gebruikte bouwmateriaal. Dat betekent dat je met circulair beton dus echt impact maakt.’

‘Een ander aspect is de psychologie. Iedere verandering levert in eerste instantie weerstand op. Het duurt even voordat de weerstand verandert in acceptatie. Tuurlijk weten vastgoedbeheerders vaak al dat ze het verschil kunnen maken. Het veranderen van werkwijzen en relaties -denk aan het verbreken van goede relaties met vaste leveranciers van lineaire grondstoffen- is alleen niet altijd eenvoudig. Wanneer je je realiseert dat je met de keuze voor circulair beton een CO2-reductie van 80% realiseert, ziet men het aangaan van nieuwe waardevolle relaties gelukkig wel als een serieuze optie. Maar wij begrijpen ook dat dit tijd vraagt.’

Welke invloed heeft de grondstoffencrisis?

‘De grondstoffencrisis bevestigt onze visie. We moeten veel meer gaan kijken naar wat er lokaal mogelijk is. Waarom zou je grondstoffen uit China halen als alles voor onze neus beschikbaar is? Wij zien de stad als bron. We zien geen appartementencomplexen, maar magazijnen waar grondstoffen tijdelijk liggen opgeslagen. Veel materialen zijn direct her te gebruiken. Als je ze nieuw zou bestellen, zou je exact hetzelfde krijgen. Sta je voor een verbouwing of renovatie? Kijk dan eerst naar wat er circulair beschikbaar is en vul daarna pas aan met lineaire materialen.’

 

Wat is de rol van de overheid?

‘De noodklok inzake CO2-uitstoot luidt al vanaf 1972. En aangezien de uitstoot sinds die tijd vervijfvoudigd is, kan het niet anders dat de politiek zich heel snel hard gaat maken voor vergaande reducties. Wij verwachten dat CO2-uitstoot binnenkort beprijsd gaat worden. Deze economische impuls gaat ervoor zorgen dat lineaire producten duurder worden dan circulaire. Zodra dat gebeurt, verwacht ik dat wij structureel uitverkocht zijn. Gelukkig zijn er steeds meer slopers die het circulaire gedachtengoed met ons delen. Dat is hard nodig, want we kunnen dit niet alleen. Het verschil in werkwijze zit -nu nog- vaak in de manier van aanbieden. Wij hebben geen grote loods waarin we de materialen opslaan. Dankzij samenwerkingen met onze partners, zijn de herwonnen materialen op dezelfde manier verkrijgbaar als lineaire varianten.’

De partners van New Horizon zijn terug te vinden via hun website. Hier zijn de circulaire materialen ook direct te bestellen.

 

Grootschalige renovatie van 30.000 m2 voor Maastricht UMC+

Maastricht UMC+ heeft een uitdagende strategische vastgoedagenda 2040 opgesteld met diverse projecten. EGM mag één van de eerste grootschalige projecten vormgeven: de Renovatie van de Klinieken.

De verbouwingsopgave waarvoor Maastricht UMC+ zich gesteld ziet, sluit naadloos aan bij de kennis en ervaring van EGM. Vanaf de eerste visieschetsen voelt deze opdracht dan ook als de perfecte samenwerking waar we met ontzettend veel zin aan beginnen. EGM zal de klinieken van het 30 jaar oude hoofdgebouw renoveren tot een heerlijk fris, gezond en optimaal functioneerde verblijfs- en werkomgeving. We zijn ontzettend verheugd dat we aan de slag gaan samen met het Maastricht UMC+ als onze opdrachtgever en Royal HaskoningDHV die geselecteerd is als installatieadviseur.

 

Grootschalige renovatie

Het project Klinieken beslaat in totaal meer dan 30.000 m2. De opgave omvat de stapsgewijze renovatie van alle algemene verpleegafdelingen, de afdelingen voor intensieve zorgen en het Vrouw, Moeder & Kind centrum. De ontwerp- en de realisatiefasen zullen een aantal jaren in beslag nemen.

In de keuze voor EGM spreekt Maastricht UMC+ lovend over een ‘helder ontwerp’ en ‘een mooie oplossing’, met ‘diverse haalbare innovaties’. Het is precies wat we vanuit EGM met het ontwerp willen bereiken en waarvoor we ons altijd maximaal inzetten: een heldere visie met vooruitstrevende vernieuwing, die resulteert in een gezond gebouw voor patiënten én medewerkers. Vanuit onze onderzoeken naar de verpleegkamers en Intensive Care kamers van de toekomst (zelfstandig en samen met derden), bieden we bijvoorbeeld prettige plekken voor goede mantelzorg in onze ontwerpen. Voor Maastricht UMC+ bouwen we ook voort op het wetenschappelijk onderzoek naar het welzijn en comfort van ziekenhuismedewerkers waarop collega AnneMarie Eijkelenboom recent is gepromoveerd. Juist ook het belang van prettige omstandigheden voor medewerkers in de zorg onderstrepen we met de inbreng van EGM r&d.

 

Duurzaam voor mens én milieu

Met een aantal zorgvuldig gekozen ‘evidence based’ oplossingen én vernieuwingen draagt de verbouwing bij aan een gezonde werk- en verblijfomgeving. Plekken voor verwondering, herkenbare en tactiele materialen, ronde vormen, levend groen en ruime daglichttoetreding stellen we voor als onderdeel van de dagelijkse ‘healing environment’. Ze zorgen ervoor dat ook het ziekenhuisgebouw daadwerkelijk bijdraagt aan de gezondheid van patiënten, bezoekers en medewerkers.

Duurzaam betekent, naast vele geïntegreerde duurzame gebouwde oplossingen, ook dat het ziekenhuisproces duurzaam geoptimaliseerd wordt en dat het gebouw een veranderende vraag kan accommoderen. Zo kunnen de klinieken, zonder afbreuk te doen aan de functionaliteit van alle afdelingen, stapsgewijs en flexibel meebewegen met de behoeften in tijden van een pandemie. Het ontwerp van EGM zet in op minimaliseren van de energiebehoefte en het energieverbruik (Smart Hospital concept) en beperkt de afvalstromen die maximaal circulair worden verwerkt. Alle innovaties samen zetten een grote stap naar een Future proof ziekenhuis conform de Greendeal Duurzame Zorg.

Met het ontwerp voor de Renovatie van de Klinieken is inmiddels begonnen.

Bron: EGM

 

Slimme en veilige gebouwen, gaat dat samen?

Welke rol speelt veiligheid in slimme gebouwen? Is een met sensoren gevuld gebouw dat de verkregen data vervolgens gebruikt voor de aansturing van het pand eigenlijk wel slim als de valbeveiliging niet op orde is? We praten erover met Martin Verkamman, Fall Protection Expert bij 3M.

‘Natuurlijk denken de meeste gebouwbeheerders bij een slim gebouw vooral aan het verkrijgen van data en hoe je deze data inzet om het gebouw te optimaliseren op gebied van comfort, energie en kosten. Maar een gebouw wordt pas écht slim als het ook veilig is en wanneer deze veiligheidsmaatregelen worden genomen zonder hiermee de isolatiewaarde van het dak negatief te beïnvloeden.’

Dakbeveiliging en isolatiewaarde

Veel gebouweigenaren staan niet stil bij de invloed die dakbeveiliging heeft op onder meer de isolatiewaarde van het dak. Verreweg de meeste installateurs snijden het dak open om de beveiligingsmaatregelen direct aan de constructie te bevestigen wat resulteert in een ongewenste warmte-koudebrug. En ook valbeveiliging óp de dakbedekking vraagt om het boren van gaten in de isolatie en dampremmende laag. ‘Zorg dat je dit vooraf bespreekbaar maakt met de partij waar je mee samenwerkt. Het kan niet de bedoeling zijn dat de Rc-waarde van een dak door dit soort maatregelen afneemt. Wij hebben daar in ieder geval een goede oplossing voor bedacht.’ In het slimme systeem van 3M wordt gebruik gemaakt van een plastic buis die door een klein gat in het dak wordt geleid. Deze buis wordt gevuld met isolatie wat de warmte-koudebrug met 66% terugdringt. Een tweede voordeel van dit systeem ten opzichte van alternatieven is de hergebruikmogelijkheid van de bodemplaat. Een gebruikt anker moet in alle gevallen worden vervangen, maar de bodemplaat van 3M is dus opnieuw te gebruiken. Dat betekent enerzijds dat het niet nodig is om opnieuw een gat in het dak en de isolatie aan te brengen wat positief is voor het behoud van de Rc-waarde. Anderzijds betekent dit dat het ontwerp van de valbeveiliging intact kan blijven.

Met z’n allen

‘Voor mij is een slim gebouw een gebouw dat in al zijn facetten intrinsiek veilig is. Om dat te realiseren, moeten we met z’n allen nog veel stappen maken. Ik zeg bewust met zijn allen, want het begint bij de architect en eindigt bij partijen die op het dak actief zijn. Het spreekt voor zich dat een architect focust op de esthetische kant van zijn of haar ontwerp. Daarom is het belangrijk dat degene die het ontwerp realiseert, meedenkt over de haalbaarheid, ook in de gebruiksfase. Een glazen pui die vervolgens op geen enkele manier veilig te reinigen is, kan nooit de bedoeling zijn. En toch komen we dit soort zaken regelmatig tegen. Net als de installatie van een pvsysteem bovenop onze valbeveiligingsmaatregelen. Dit zijn spanningsvelden die we met elkaar op kunnen lossen door samen te werken. Krijg je de opdracht pv-panelen te plaatsen? Neem dan even contact op met de installateur die verantwoordelijk is voor de valbeveiliging. De ervaring leert dat het helpt als ook de gebouwbeheerder hier alert op is.’

Martin Verkamman, Fall Protection Expert bij 3M

Ontwerp het zo dat je niet kunt vallen

‘Wist je dat 29% van alle arbeidsongevallen wordt veroorzaakt door vallen van hoogte? Het is daarom geen gek idee om aanwezigheid op hoogtes zoveel mogelijk te vermijden. Door de airconditioning op de begane grond te plaatsen bijvoorbeeld. Natuurlijk weet ik dat architecten daar over het algemeen niet blij van worden, maar het kan wel bijdragen aan de veiligheid van medewerkers en onderaannemers. Het is aan 3M -samen met partners als Elro Dakveiligheid– om ervoor te zorgen dat personen bij het betreden van een dak überhaupt niet kunnen vallen. Daarbij kijken we verder dan de dakrand. Lichtstraten, atriums en binnentuinen leveren immers net zoveel (door)valgevaar op. Een hekwerk om de rand van een pand is hiermee niet per definitie de sluitende oplossing.’ Voor Elro reden genoeg om systemen zo te ontwerpen dat vallen niet mogelijk is. Een van de oplossingen is het creëren van gebiedsbegrenzing. Dat doet Elro onder meer met hekwerken, maar ook met de 3M persoonlijke beschermingsmiddelen met een beperkte bewegingsvrijheid. Zodat onderhoudsmensen wél bij de installatie, maar niet in een gevaarlijke situatie kunnen komen.

De relatie tussen valbeveiliging en overgewicht

‘Sinds de laatste recessie wordt er behoorlijk gemarchandeerd op het gebied van dakveiligheid. Voldoen aan de minimumeisen is de norm en er wordt maar nauwelijks nagedacht over de competentie die een persoon nodig heeft om valbeveiliging daadwerkelijk veilig te gebruiken. Ik licht een aspect graag uit: het gewicht van de dakbetredende persoon. Meer dan 50% van de valbeveiligingssystemen in Nederland is geschikt voor personen tot honderd kilo. Inclusief kleding, schoenen, bril, helm en alles wat aan de persoon vastzit of wat de persoon meedraagt.’ Reden genoeg voor 3M, dat een dependance op de campus van TU Delft heeft, om samen met haar host onderzoek te doen naar het gewicht van Nederlanders. ‘De gemiddelde Nederlandse man weegt 85 kilo en draagt gemiddeld vijf tot zes kilo aan kleding, schoenen en accessoires. Een valharnas en -lijn komen samen op vier kilo en gereedschap weegt met gemak een kilo of vijf. Dan zit je dus al aan de honderd kilo. En als je weet dat een derde van de beroepsbevolking overgewicht heeft, begrijp je meteen dat die maximale honderd kilo in veel gevallen niet voldoet. Voor 3M de reden om onze valbeveiligingssystemen in te regelen voor mensen tot 140 kilo. Dat geldt uiteraard ook voor de reddingsmiddelen die we leveren. Nog een aspect waar de gebouwbeheerder het verschil kan maken. Door te kiezen voor valbeveiliging die op veiligheidsgebied voldoet in plaats van voor valbeveiliging die de minimumeisen in de wet raakt.

 

Meer informatie:

www.elroduurzamedaken.nl

www.3mnederland.nl

www.wildschutdak.nl

www.tngroep.nl

www.zndnedicom.nl

 

 

Schiedamse Glasfabriek aan de vooravond van een grootse transformatie

De komende jaren staan Blauwhoed en Dudok Real Estate voor een prachtige uitdaging: de transformatie van het voormalige fabrieksterrein van De Glasfabriek in Schiedam tot een hoogstedelijk woon- en werkgebied. Marcel Groeneweg, senior projectontwikkelaar bij Blauwhoed, en Stefan van Gurp, senior projectontwikkelaar bij Dudok Real Estate, gaan hier de komende jaren vorm aan geven.

“Deze transformatie vormt een fantastische opgave, want hier hebben we te maken met alle facetten en aspecten van binnenstedelijke gebiedsontwikkeling.” Bij het verlaten van De Glasfabriek in Schiedam benadrukt een enthousiaste Stefan van Gurp het nog maar eens. Waar een al even enthousiaste Marcel Groeneweg aan toevoegt: “Samen gaan we hier een prachtige plek van maken!”

Een bijzondere plek

De Glasfabriek, ooit voluit De Vereenigde Glasfabrieken, neemt in tal van opzichten een bijzondere plek in binnen Schiedam. Niet alleen door de omvang van het fabrieksterrein dat maar liefst 5,5 hectare omvat, maar ook door de rijke geschiedenis die nauw verbonden is met die van Schiedam. Zoals schrijver Bordewijk het zo mooi verwoordde: “De felle vuren der glasblazerijen omkringden haar in een krans helse rozen”. Ook de centrale ligging, tussen de Schiedamse binnenstad en het Rotterdamse Merwe-Vierhavensgebied, vormt een bijzonder aspect van het geheel. Het is een ronduit indrukwekkende plek, waar meer dan een eeuw lang miljarden glasconserven werden geproduceerd voor de voedings- en drankenindustrie. Met enorme hallen, genoemd naar de belangrijkste klanten, zoals de Heineken hal en de Calvé hal. En een achttal, enorme betonnen silo’s waar de belangrijkste bestanddelen van het glas in lagen opgeslagen.

null

5,5 ha uitdaging

Mogelijkheden te over om hier wat moois (van) te maken en het verhaal van deze prachtplek verder uit te dragen. Stefan van Gurp: “Dat verhaal begint voor ons wanneer de eigenaar van De Glasfabriek, Owens Illinois Netherlands, in 2017 besluit om met de productie van glasconserven in Schiedam te stoppen en het terrein met de opstallen te verkopen. Wij hebben toen, net als Blauwhoed, onafhankelijk van elkaar, een bieding gedaan, maar grepen er net naast. Toen de kopende partij na een jaar afhaakte, besloten wij samen de uitdaging op te pakken en deze bijzondere plek nieuw leven in te blazen. Onze visies en track-record sloten goed op elkaar aan. Sinds november 2020 zijn we samen met investeerders eigenaar van het terrein.” Behalve Blauwhoed en Dudok Real Estate speelt ook de gemeente Schiedam een belangrijke rol in de herontwikkeling van De Glasfabriek, aldus Marcel Groeneweg: “Ten tijde van de aankoop hebben we natuurlijk plannen gemaakt over de mogelijkheden van het terrein, maar er waren ook vanuit de gemeente ideeën waar het heen zou moeten. Het wordt voor Schiedam een compleet nieuwe woonwijk. Het gebied vormt straks een belangrijke schakel tussen de binnenstad en het Merwe-Vierhavensgebied. Tevens is het een belangrijk onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Nieuw-Mathenesse, een nieuw woon- en leefgebied op de plek van oude, binnenstedelijke bedrijventerreinen.”

Distillers District

De Glasfabriek sluit aan op het Schiedamse Distillers District, ook onderdeel van de gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse, en gaat straks zowel een woon- als een werkfunctie krijgen, aldus Marcel Groeneweg. “Voor de werkfuncties kan gedacht worden aan dienstverlenende organisaties, kantoorruimte, kleinschalige maakindustrie en, bijna vanzelfsprekend, horeca.” Stefan van Gurp vult hierbij aan: “Het is de ambitie van de gemeente en ook van onszelf om het Distillers District veel sterker te laten worden en te ‘branden’ als een unique selling point voor Schiedam. In Schiedam wordt al eeuwenlang jenever en gin, gedistilleerd. Je hebt hier recht tegenover Loopuyt, Koninklijke De Kuyper, distilleerderij Onder De Boompjes en verderop zit Nolet. Dat zijn al vier distilleerders van de zogenaamde Big Six. Het glasfabriekterrein zit daar vlak tegenaan en vormt de verbindende factor op de looproute tussen de binnenstad en de distilleerderijen. Met deze bijzondere ligging en de rijke historie zijn alle ingrediënten aanwezig om er een prachtige woon-, werk- en verblijfsplek van te maken en daarmee een waardevol stukje Schiedam.”

Rijke geschiedenis, duidelijke identiteit

Marcel Groeneweg: “Om de planvorming te starten, zijn we begonnen met de ‘why’ vraag. Wat is de identiteit van de plek? Waarvoor gaat de Schiedammer hier wonen? Waar komt zijn trots vandaan? Nadat we dit duidelijk voor ogen hadden, konden we beginnen met de verkenningen voor het stedenbouwkundig plan. Een hoge mate van welzijn is hierbij een essentieel uitgangspunt; voor iedereen die hier straks woont, werkt of verblijft. Het raamwerk van de gemeente, op basis waarvan het bestemmingsplan kan worden aangepast, ligt inmiddels ter goedkeuring bij de raad. Dat zal in september zijn beslag krijgen. Daarna kunnen we de plannen gaan verfijnen. We gaan de komende tijd ook invulling geven aan de plek met tijdelijke functies en lokale initiatieven. Placemaking die tevens gaat bijdragen aan de identiteitsvorming van de locatie. Behalve dat we de kantoorgebouwen weer in gebruik gaan nemen en verhuren, is het Stedelijk Museum Schiedam bijvoorbeeld geïnteresseerd in een streetart expositie voor jongeren. En zo zijn er wel meer ideeën die de komende tijd vorm moeten krijgen.”

Vitale steden

De transformatie van verouderde, binnenstedelijke bedrijfsterreinen, zogenoemde Brownfields, draagt bij aan het economisch en sociaal vitaal blijven van een stad. Hiermee wordt ingespeeld in op de huidige, grote, woonbehoefte. Tegelijkertijd is het één van de grootste uitdagingen in het stedelijk gebied: het transformeren van een industriële plek met milieucategorie 5 naar een aangename plek om te wonen, werken en recreëren. Blauwhoed en Dudok Real Estate werken daarvoor samen met stedenbouwkundig bureau Barcode Architects en voor de landschappelijke inrichting met DELVA Landscape Architecture | Urbanism; ook betrokken bij de totstandkoming van het ruimtelijk raamwerk Merwe-Vierhavens.  Stefan van Gurp: “De technische uitdaging is om deze plek waar meer dan 100 jaar zware industrie zat, te transformeren tot een mooi leefgebied. Hier gaan we de komende jaren met veel enthousiasme, en zeker ook in participatie met belanghebbenden, aan werken. Wie wil er nou niet wonen en werken op een plek met zo’n rijke geschiedenis en zo’n duidelijke eigen identiteit?”

COD mede-ontwikkelaar van transformatieproject Amsterdam-Noord

COD is partner van Amvest geworden in de gebiedsontwikkeling Hamerkop in Amsterdam Noord. Hamerkop is een bedrijventerrein van circa 39.000 m², gelegen in Amsterdam Noord. Amvest is sinds 2015 eigenaar van het terrein. Met de komst van COD als mede-ontwikkelaar, worden de krachten gebundeld om het gebied te transformeren naar een woon-werkgebied. Hamerkop wordt getransformeerd tot een hoogstedelijk woon- werk gebied. De gebiedsontwikkeling sluit aan bij de ontwikkeling die reeds aan de gehele Noordelijke ij-oever wordt doorgemaakt. Met de toevoeging van een substantieel aantal woningen zal het gebied een belangrijke bijdrage leveren aan het woonprogramma van Amsterdam.

Op het terrein van Hamerkop zijn momenteel circa twaalf bedrijven gevestigd, waaronder de populaire horecalocaties Hangar en de Goudfazant. Met zijn ligging aan het IJ en diversiteit aan verschillende bedrijven is het gebied afgelopen decennia reeds uitgegroeid tot een populair gebied. Er is een unieke sfeer ontstaan die ook voor de toekomst waardevol wordt geacht. Bij de transformatie zal dan ook worden ingezet om voort te bouwen op de identiteit van het gebied en deze waar mogelijk te versterken. De bijzondere ligging van Hamerkop maakt dat hier een op termijn een uniek stuk stad gecreëerd zal worden.

Hamerkop is onderdeel van het Hamerkwartier, gelegen in Amsterdam Noord. Hamerkwartier is één van de door de gemeente aangewezen transformatiegebieden. Het gebied betreft een (voormalig) bedrijventerrein, nu voornamelijk in gebruik bij kleinschalige bedrijven. Het Hamerkwartier wordt getransformeerd tot circa 520.000m2 bvo wonen en 270.000m2 bvo aan bedrijven, horeca, kantoren, en maatschappelijke en culturele voorzieningen. Deelgebied Hamerkop zal met de realisatie van de commerciële- en woonfuncties een belangrijk aandeel in de transformatie van het gehele hamerkwartier hebben.

Parkeren van elektrische auto’s vraagt om strengere brandveiligheidseisen voor ondergrondse parkeergarages

Het gebruik van elektrische auto’s neemt in hoog tempo toe. Recente incidenten roepen steeds vaker de vraag op hoe brandveilig het parkeren en het elektrisch laden van deze auto’s in de ondergrondse parkeergarages zijn.

Deze ontwikkeling is zo recent, dat alle risico’s op brandgevaar nog lang niet in kaart zijn gebracht. Wel staat vast dat risico’s anders en groter zijn dan bij auto’s op fossiele brandstof en dat de huidige wet- en regelgeving hierop nog niet zijn ingericht. Parkeren en opladen van elektrische auto’s in ondergrondse parkeergarages vragen in feite om strengere brandveiligheidseisen. Toepassingen om aan die toekomstige eisen te voldoen, kunnen nu al in het ontwerp meegenomen worden. Een voorbeeld hiervan is de bouw van een ondergrondse privé-parkeergarage voor 64 parkeerplaatsen, die wordt gebouwd onder een nieuw appartementencomplex met 46 woningen in het centrum van Berlicum. Tegen het plafond van de parkeergarage zijn de sterk brandwerende Multiporplaten van Xella toegepast. Deze voldoen aan de huidige en ook aan eventuele toekomstige extra brandveiligheidseisen voor parkeergarages.

Montage Multipor

 

Speciale aandacht voor brandveiligheid

Kim van Cauter, architect van architectenbureau Echo Architectuur uit Eindhoven, is bij de nieuwbouw van het appartementencomplex in Berlicum betrokken. Hij legt uit dat bestaande parkeergarages niet ontworpen zijn voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van brandveiligheid. “Groeiend gebruik van elektrische auto’s vraagt dan ook speciale aandacht voor de brandveiligheid van parkeergarages”, zegt hij. “Technologische ontwikkelingen lopen immers voor op wet- en regelgeving. Duidelijk is wel dat er andere risico’s in een parkeergarage ontstaan als elektrische auto’s in brand vliegen, zoals enorme rookontwikkeling door brandend kunststof en smeulende accu’s. Als architect kun je bij de bouw van een parkeergarage al rekening houden met mogelijke brandveiligheidsmaatregelingen”, licht Cauter toe. Volgens het huidige Bouwbesluit moet een parkeergarage compartimenten bevatten.

Brandcompartiment

Op dit moment wordt in Nederland volop discussie gevoerd over hoe de brandveiligheidseisen van parkeergarages aangescherpt moeten worden. Duidelijk is dat een compartiment van 1000m2 60 minuten brandwerend moet zijn. Bij grotere garages is de regelgeving voor brandveilige parkeergarages minder duidelijk. “Bij deze parkeergarage in Berlicum, die alleen door de bewoners wordt gebruikt, hebben we ingezet op brandbeheersing van een eventuele branduitbraak. Vandaar dat deze garage is opgedeeld in twee compartimenten van 1000m2”. Op aanraden van Van Cauter is gekozen voor Multipor. Deze cellenbetonplaten zijn met name geschikt in constructies met bijzondere brandveiligheidseisen.

Parkeergarage met een brandwerend Multipor plafond

 

Brandveiligheidseisen

Tim Kornuijt is als construction supervisor vanuit Xella nauw betrokken bij de nieuwbouw van dit appartementencomplex in hartje Berlicum. De parkeergarage voor de bewoners maakt onderdeel uit van dit project. In de plint wordt een commerciële ruimte voor winkels met een oppervlakte van 2500m2 gerealiseerd. Kornuijt legt uit dat Multipor een ultralicht, natuurlijk isolatiemateriaal is, gemaakt van kalk, cement, zand en water. “Deze cellenbetonplaten zijn zeer akoestisch en thermisch isolerend en hebben een zuivere minerale samenstelling. Ze bevatten geen vezels of kunststoffen”, legt hij uit. “Multipor en de speciale Multiporlijmmortel waarmee we de platen bevestigen, zijn onbrandbaar.” De platen behoren tot brandklasse A1 en de lijmmortel tot klasse A2 conform EN 13501-1. De materialen verspreiden bij brand geen schadelijke gassen, ook niet bij extreem hoge temperaturen. “Multipor draagt ook sterk bij aan de brandwerendheid van de winkels en de appartementen boven de parkeergarage. Het materiaal is dus heel geschikt voor parkeergarages”, legt hij uit.

Complex ‘Aan het plein’ in Berlicum, foto Aannemersbedrijf Hoes

 

Meerdere Xella-toepassingen

Tino van der Velden is projectleider bij Van der Heijden bouw en ontwikkeling uit Schaijk, de hoofdaannemer van het nieuwe appartementencomplex in Berlicum. Van der Velden vertelt dat voor dit omvangrijke nieuwbouwproject naast Multipor ook andere bouwmaterialen van Xella zijn toegepast. “Voor de binnenspouwbladen en dragende woningscheidende wanden in de appartementen hebben we de Silka elementen geplaatst. De niet-dragende binnenwanden van de appartementen zijn uitgevoerd in Ytong binnenwanden.” Van der Velden geeft aan dat met deze toepassingen snel gebouwd kan worden. “Bij Van der Heijden geloven we dat bouwen ook anders kan. We zijn daarom altijd op zoek naar manieren om slimmer, sneller en beter te bouwen.” Het bouwtempo van dit appartementencomplex ligt op vijftien dagen per bouwlaag van vijftien appartementen, die zijn verdeeld over drie batches van vijf appartementen. Het woningbouwproject ligt pal aan het belangrijkste plein in Berlicum. Van der Velden: “We hebben met een forse logistieke uitdaging te maken om het vele bouwverkeer van en naar het plein in goede banen te leiden. De opslagruimte voor bouwmaterialen is beperkt. Dat betekent dus dat we met onze bouwpartners strikte afspraken hebben gemaakt om de bouwmaterialen just in time op de bouw aangeleverd te krijgen. Dat is perfect gelukt”, geeft hij aan. “De bouwmaterialen van Xella worden bij elke levering, precies op tijd op de juiste plek aangeleverd, zodat we er direct mee aan de slag kunnen. Dat werkt voor een aannemer bijzonder prettig”, aldus Van der Velden.

Het appartementencomplex met parkeergarage en winkelruimtes worden in januari 2021 opgeleverd.

 

Bron: Xella

 

 

DGBC introduceert framework voor bestaande circulaire gebouwen

Het framework voor circulaire bestaande gebouwen is beschikbaar. Met dit framework wil DGBC de circulaire bouwoplossingen verbreden en toepasbaar maken naar de gehele bouwsector. Een belangrijke vraag daarbij is: Hoe krijgt circulariteit een plek in de gehele bouwopgave, zo ook voor bestaand vastgoed. Het framework biedt een definitie voor een bestaand circulair gebouw en indicatoren om dit meetbaar te maken. Samen met Circle Economy, Metabolic, SGS Search, Alba Concepts en Valstar Simonis werkte DGBC aan dit framework voor circulaire bestaande gebouwen. Het framework is mede mogelijk gemaakt door de Laudes foundation, Bouwinvest en Schiphol.

DGBC heeft in 2018 het ‘Framework for Circular Buildings’ opgesteld gericht op nieuwbouw. Maar hoe zit het met bestaande gebouwen? 80% van het huidige vastgoed bestaat nog in 2050 en er is nog geen leidraad voor circulariteit in het bestaande vastgoed. Hoe kan die 80% op circulaire wijze beheerd en gebruikt worden? En waar moeten we voor bestaande bouw nu de prioriteiten aan geven? Dit rapport geeft invulling aan de behoefte van veel partijen om ook voor bestaande bouw circulariteit (en een circulair gebouw) te concretiseren. Het framework bestaat uit indicatoren voor bestaande gebouwen: voor de prestaties van het gebouw, het beheer en het gebruik.

Circulaire strategieën

Gebouwen vergen continu hulpbronnen, zoals energie, materialen en water, maar hebben ook een functie om bij te dragen aan het welzijn van mensen en aan de biosfeer. Deze indicatoren zijn opgenomen in dit framework. Het is dan ook niet alleen toepasbaar voor BREEAM, maar ook voor gebouweigenaren, beleidsmakers en adviseurs, die dit kunnen gebruiken om een scherp beeld van circulariteit voor de bestaande bouw te krijgen. Het framework is ook bedoeld als inspiratiedocument voor de ontwikkeling van circulaire strategieën in andere projecten en programma’s om de bestaande gebouwde omgeving sneller circulair te maken.

“Dit framework geeft een duidelijke kapstok in een woud aan allerlei ontwikkelingen”, stelt Inge van Baardwijk, Schiphol. “Energie wordt al langer geborgd in meerjarige onderhoudsplannen. Circulariteit moet een veel grotere plek krijgen in MJOP. Het framework helpt daarbij.” Pam van de Klundert, Bouwinvest, vult aan: “Met het framework kunnen we voortborduren op bestaande processen. Dit framework biedt handvatten om aan de slag te gaan met circulariteit binnen alle facetten van het gebouwmanagement.”

Indicatoren voor BREEAM(-NL) In-Use

Dit framework is een vervolg op het eerste framework, met een verdieping naar de bestaande bouw. Daarom wordt de koppeling nu gemaakt met BREEAM(-NL) In-Use, in plaats van BREEAM(-NL) Nieuwbouw. Het doel is de ontwikkelde strategieën en indicatoren op te nemen in BREEAM In-Use International, om deze vervolgens ook in de Nederlandse versies van deze richtlijnen over te nemen. Dit framework is ook een handreiking aan de BRE om de Nederlandse expertise over de circulaire (bouw)economie te vertalen naar de internationale BREEAM In-Use standaard. BREEAM In-Use bestaat uit drie delen: voor Deel 1 (Asset) en Deel 2 (Beheer) wordt de internationale 2020 versie gevolgd, voor Deel 3 (Gebruik) wordt een specifieke Nederlandse herziening uitgebracht.

Download de publicatie >>

 

Verduurzaming winkels komt niet op gang

De verduurzaming van winkels in Nederland komt nauwelijks van de grond. Energielabels ontbreken massaal en het energieverbruik is nog veel te hoog om de doelen uit het klimaatakkoord te behalen. Ook is er geen dwingende wetgeving vanuit de overheid, waardoor vastgoedeigenaren en winkeliers niet in actie komen. Hiervoor spraken wij met winkeleigenaren die 15% van het winkeloppervlak vertegenwoordigen.

Bijna 70% van alle winkelruimte heeft geen energielabel, terwijl de eigenaar zijn winkel niet zonder dit certificaat mag verhuren of verkopen,

zegt duurzaamheidsexpert Jeroen Bloemers van Colliers. “Het gaat om meer dan 27 miljoen vierkante meter aan ongelabelde winkelruimte verspreid over het land, ongeveer 4.000 voetbalvelden.”

Zaanstad en Utrecht koploper

Zaanstad en Utrecht zijn de groenste winkelsteden van de 25 grootste gemeenten. Daar heeft een derde van het winkeloppervlak een A-label. Het Zaanse stadshart is de afgelopen twintig jaar vernieuwd, waardoor de gemeente een grote slag heeft geslagen. De Domstad profiteert van de herontwikkeling van Hoog Catharijne en het moderne Leidsche Rijn Centrum.

In Haarlem en Maastricht heeft slecht 15% het hoogste label. “Deze steden hebben veel monumenten, waarvoor geen labelverplichting geldt”, vertelt Bloemers. “Omdat eigenaren vaak weinig aan de buitenkant mogen veranderen en een spouwmuur ontbreekt, is het verduurzamen een grote uitdaging. Een labelplicht zou helpen om beter inzicht te krijgen in de omvang van deze opgave.”

Geen urgentie bij eigenaren

Energielabels vertellen slechts een deel van het verhaal. Het verminderen van het energieverbruik is cruciaal om de klimaatdoelen te halen. Voor 2050 moet de consumptie met de helft omlaag. Vooralsnog staat verduurzaming niet hoog op de agenda bij winkeleigenaren. Twee derde heeft nog geen ambitie geformuleerd en ook de intrinsieke motivatie om te vergroenen is er niet altijd.

Institutionele beleggers zien zichzelf als voortrekker. Zij hebben de winkels vaak langer in bezit en kijken verder vooruit. Daarnaast eisen hun aandeelhouders meer duurzaamheid. Voor private-equitypartijen is dat anders. Zij kijken naar de potentiële kopers van hun vastgoed. Verhogen zij hun eisen, dan volgt private equity pas. Particuliere eigenaren zijn het minst bezig met verduurzaming en hebben nauwelijks vergaande plannen. Investeringen beperken zich nu vaak tot ingrepen met een korte terugverdientijd zoals ledverlichting.

Weinig druk om te verduurzamen

Voor kantoren is vanaf 2023 minimaal energielabel C verplicht anders dreigt sluiting. Voor winkels is zo’n maatregel er niet. ”Om de verduurzaming op gang te brengen is het essentieel dat de overheid snel richtlijnen voor de sector opstelt. Dat schept duidelijkheid, waardoor marktpartijen koers kunnen bepalen”, zegt Bloemers.

Ook winkeliers ervaren geen druk om hun winkel te vergroenen. De consument heeft vooral oog voor de duurzaamheid van het product en niet in welke winkel ze het aanschaffen. Het verminderen van het energieverbruik voor verwarming en koeling door bijvoorbeeld openstaande deuren heeft daarom geen prioriteit.

Samenwerking nodig

Voor een succesvolle verduurzaming is samenwerking tussen eigenaar en huurder noodzakelijk. Eigenaren van winkelcentra hebben controle over de algemene ruimten. Achter de winkelpui is het de taak van de winkelier. Ruim een derde van de eigenaren is inmiddels in gesprek met de huurder over een gezamenlijke aanpak. Alleen is verduurzaming voor de kleinere, lokale winkelier nog niet top-of-mind. Zij zijn vooral gefocust op het draaiend houden van hun bedrijf. “Uitstel is geen optie meer. Het klimaatrapport van de Verenigde Naties, laat zien dat er snel dwingende maatregelen nodig zijn. Er is letterlijk werk aan de winkel.”

Lees een andere artikel op OG Wijzer over klimaatneutraal bouwen.